U bent hier

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

De statistieken van Kind en Gezin tonen aan dat een op de zeven Vlaamse jongeren opgroeit in een kansarme leefsituatie. De cijfers gaan bovendien in stijgende lijn, wat zich weerspiegelt in het aantal onbetaalde schoolfacturen, ook bij middenklassers. Het jaarverslag van 2018 van het Kinderrechtencommissariaat beschrijft daarnaast meldingen waarbij schooluitstappen voor sommige leerlingen niet haalbaar zijn. Jongeren uit een kansarme context proberen hun situatie vaak zo goed mogelijk te verbergen. De signalen zijn daardoor niet altijd even duidelijk voor de leerkrachten en begeleiders.

Initiatieven zoals ‘Samen tegen onbetaalde schoolfacturen’ (STOS) trachten scholen te ondersteunen bij het vormen van armoedebewust schoolpersoneel en het verminderen van financiële stress voor zowel de school als de ouders. In het Vlaamse regeerakkoord engageert de Vlaamse Regering zich ertoe om strikt toe te kijken op de schoolfacturen. Zo wordt er aan scholen gevraagd om zelf actief aan kostenbeheersing te doen, bij de start van het schooljaar een kostenraming mee te geven, te voorzien in gespreide betalingen en in gesprek te gaan met ouders met betalingsmoeilijkheden. Daarnaast gaat de minister in overleg met uitgeverijen, ontwikkelaars en onderwijsverstrekkers om de kosten van het schoolmateriaal te drukken.

Minister, ik heb de volgende vragen voor u. Op welke manier zult u scholen stimuleren om zelf actief aan kostenbeheersing te doen? Zult u daarover in overleg gaan met de koepels? Zult u daarnaast onderwijsinstellingen aanzetten tot groepsaankopen om zo de kosten te drukken? Plant u een informatiecampagne naar de scholen over het beheersbaar houden van de kosten voor schooluitstappen? Hoe lopen de gesprekken met de uitgeverijen en ontwikkelaars? Staan zij ervoor open om extra inspanningen te leveren om de kosten van het schoolmateriaal te drukken?

De heer Brouns heeft het woord.

Voorzitter, op deze Gedichtendag wil ik beginnen met een klein gedichtje, geschreven door mijn persoonlijke medewerker in de gemeente, om hem vanaf vandaag dan ook eeuwige roem te geven.

Er was eens een dag
die ze gedichtendag
wilden noemen

De dag weigerde
omdat hij
een gans jaar wou zijn ...

Dan kom ik nu tot mijn vraag. Minister, om de administratieve druk te beperken, wenden heel wat Vlaamse scholen zich vandaag tot externe leveranciers voor de levering van hun materiaal. Ze willen als het ware heel dat pakket van werk overdragen aan de externe leveranciers, om zo de administratieve werkdruk wat weg te nemen. Dat heeft op dat vlak natuurlijk heel wat positieve effecten, maar het heeft ook een schaduwzijde, die is aangekaart door het Netwerk tegen Armoede, namelijk de problematiek dat heel wat kinderen bij het begin van het schooljaar, door niet-betaalde facturen van broers of zussen, in de situatie komen dat ze zelf geen boeken hebben.

Het Netwerk tegen Armoede trok daarom naar de Commissie zorgvuldig bestuur van de Vlaamse Overheid. Die commissie vaardigde duidelijke richtlijnen uit voor de samenwerking tussen scholen en boekenleveranciers. Die richtlijnen moeten ervoor zorgen dat geen enkel kind het schooljaar moet starten zonder de nodige boeken en het nodige schoolmateriaal, ongeacht de financiële situatie van de ouders. Zo zullen scholen onder meer afspraken moeten maken over de levering van boeken en gespreide betaling en over de mogelijkheid om ook via andere kanalen de benodigde boeken te bestellen. Er moet ook duidelijkheid komen over welk materiaal verplicht aan te kopen is en welk niet.

Een heel concreet gevolg van die richtlijnen is bijvoorbeeld dat kinderen geen boeken geweigerd mogen worden omdat de ouders de factuur van grote broer of zus nog niet konden betalen. De Commissie zorgvuldig bestuur houdt toezicht en kan indien nodig een school die in de fout gaat, financieel sanctioneren.

Op 16 september 2019 nam de commissie in haar advies over het ‘uitbesteden van de verkoop van studiemateriaal en de schoolfacturatie aan een externe, commerciële organisatie’ onder meer het volgende op: “Een school kan in beginsel vrij bepalen de verkoop van studiemateriaal of de schoolfacturatie toe te vertrouwen aan een externe firma, maar blijft er in het licht van de op haar rustende zorgverplichting voor individuele probleemsituaties verantwoordelijk voor dat daarbij een sociaal verantwoord beleid gegarandeerd is dat voorziet in specifieke maatregelen of tegemoetkomingen voor financieel minder gegoede gezinnen.”

We lezen hierin dat zelfs als de facturering door een derde partij gebeurt, de school niet ontslagen is van haar zorgverplichting bij problematische situaties. Scholen mogen met externe leveranciers werken, maar dat ontslaat hen uiteraard niet van de plicht om tegemoet te komen aan de noden van kansarme gezinnen.

Dat advies zorgt voor duidelijkheid en onderbouwt de mening die ook al eerder, door de vorige minister van Onderwijs, was verwoord, ook in antwoorden op vragen om uitleg in deze commissie. Ik citeer: “Leerlingen horen het schooljaar te kunnen starten in de beste omstandigheden en dus in het bezit zijnde van de noodzakelijke schoolboeken en het nodige lesmateriaal; Samenwerken met externe boekenfondsen vraagt altijd voldoende monitoring en opvolging binnen de school, met daarbij het voorzien in een terugvaloptie voor leerlingen die het financieel moeilijk hebben.”

Minister, ik heb hierbij de volgende vragen. Hebt u kennisgenomen van het advies van de Commissie zorgvuldig bestuur over het ‘uitbesteden van de verkoop van studiemateriaal en de schoolfacturatie aan een externe, commerciële organisatie?’ Bent u het met mij eens dat dit advies van grote waarde is ten aanzien van onze ambitie om alle leerlingen in ons Vlaams onderwijs optimale kansen te bieden op een succesvol onderwijstraject? Zult u naar aanleiding van dit advies initiatieven nemen op dit terrein en overleg voorzien met de betrokken partners – waaronder de vertegenwoordigers van de onderwijsverstrekkers, de distributiebedrijven die boeken verdelen en het Netwerk tegen Armoede – om mogelijk bijkomende maatregelen te voorzien die garanderen dat alle leerlingen het schooljaar kunnen starten met de nodige boeken en het nodige studiemateriaal?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Armoede is tot onze spijt een maatschappelijk fenomeen waarvan de gevolgen doorwerken in het onderwijs. Wij kunnen vanuit Onderwijs het probleem zelf niet rechtstreeks bestrijden, maar we trachten wel de effecten ervan die doorwerken in het onderwijs maximaal aan te pakken. Op dat vlak zetten we onder andere in op kostenbeheersing. Het basisonderwijs kent de maximumfactuur, het secundair onderwijs niet. Vandaar dat, als het over kostenbeheersing gaat, we vooral focussen op het secundair onderwijs. Scholen moeten transparant en tijdig communiceren over de schoolkosten die zij aanrekenen. Sinds dit schooljaar zijn ze verplicht om mee te delen dat schoolfacturen ook desgewenst gespreid kunnen betaald worden. Ik vraag ook dat scholen in dialoog treden met ouders met betalingsmoeilijkheden, en dat ze dat op een subtiele, discrete manier doen. Ook wil ik er nog eens op wijzen dat scholen de toekenning van studiebewijzen niet kunnen inhouden wegens onbetaalde schoolfacturen. Dat debat heeft ook gewoed.

We nemen ook enkele initiatieven. Het project 'Samen tegen onbetaalde schoolfacturen' loopt. Ik heb dat een subsidie toegekend van 316.000 euro. Daarmee wil men in het huidige schooljaar ongeveer 45 scholen begeleiden in de aanpak van de problematiek rond onbetaalde schoolfacturen. Ook worden de reeds begeleide scholen uit vorige schooljaren verder opgevolgd.

Ik ben op de hoogte van het advies van de Commissie zorgvuldig bestuur. Dat heeft inderdaad het voordeel van de duidelijkheid, ook over de rechtstreekse consequenties die doorwerken op het veld, over het toezicht en de financiële consequenties die er desgevallend aan kunnen worden gekoppeld.

Het is belangrijk dat leerlingen, ongeacht hun financiële thuissituatie, van bij de start van het schooljaar over alle mogelijke leermiddelen kunnen beschikken. Ook al werken scholen met externe leveranciers, scholen moeten hun pedagogische verantwoordelijkheid nemen zodat iedere leerling gelijk kan starten.

We bekijken wel nog met de onderwijsverstrekkers of we, en zo ja welke, eventuele bijkomende maatregelen kunnen treffen om scholen meer bewust te maken van de kosten die zij de ouders en leerlingen aanrekenen. Daarnaast wil ik in deze legislatuur ook met uitgeverijen, ontwikkelaars en onderwijsverstrekkers afspraken maken, meer bepaald rond handboeken en invulhandboeken. Die zijn per definitie niet herbruikbaar, wat natuurlijk ook een kost met zich meebrengt, en hebben pedagogisch-didactische consequenties. Ze maken het de leerkracht zelf betrekkelijk moeilijk om nog af te wijken van wat vervat is in die invulboeken. Daarnaast staan natuurlijk ook nog afspraken rond onderwijssoftware op de agenda.

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik verwelkom de inspanningen die u levert inzake de kostenbeheersing van scholen. Deze regering erkent de uitdaging van onbetaalde schoolfacturen en neemt die ter harte. Het is een goede zaak dat u hiertoe de nodige gesprekken en partnerschappen aangaat. Het stemt mij ook tevreden te horen dat u in de begrotingsopmaak voor 2020 middelen heeft voorzien voor de verdere uitbreiding van het project ‘Samen tegen onbetaalde schoolfacturen’. Ik heb het STOS-project leren kennen als een zeer waardevol initiatief met een concrete, structurele impact, die al heel wat scholen heeft bereikt. Zo levert STOS tal van werkbare tips aan scholen om kostenvriendelijk te worden. Scholen worden bijvoorbeeld aangemoedigd om schooluitstappen in de nabije omgeving te maken en naar plaatsen te gaan die gemakkelijk te bereiken zijn met het openbaar vervoer. Ook worden leerkrachten gesensibiliseerd over het thema armoede, zodat ze weten wat ze moeten doen wanneer ze een armoedesituatie in de klas opmerken. Verder worden scholen aangemoedigd om bij de start van het schooljaar een duidelijke kostenraming mee te geven aan de ouders, zodat zij weten wanneer er kosten zullen zijn tijdens het schooljaar en dus niet voor verrassingen komen te staan.

Ik heb onlangs zelf een praktijkvoorbeeld van STOS bezocht, meer bepaald in Schaarbeek. Ik heb daar vastgesteld dat een proactief kostenbewust schoolbeleid en een goede communicatie met de ouders effectief werkt en een positieve uitwerking heeft op de problematiek van de onbetaalde schoolfacturen.

Minister, ten slotte kijkt onze fractie uit naar de ethische code met afspraken over het gebruik van invulhandboeken en onderwijssoftware die u samen met de uitgeverijen, ontwikkelaars en onderwijsverstrekkers zult opstellen.

De heer Brouns heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. We zijn het er allemaal over eens dat geen enkel kind, noch bij de start van het schooljaar, noch op een ander moment tijdens het schooljaar, zonder lesmateriaal of schoolboeken mag zitten. U hebt geantwoord dat u daarover in overleg wilt gaan met de onderwijsverstrekkers, met de leveranciers. Het is heel belangrijk dat we in een sfeer van overleg en samenwerking dat zo belangrijke doel om het onderwijstraject voor alle leerlingen gelijk te leggen, realiseren.

U verwijst naar een aantal maatregelen om scholen nog meer bewust te maken. Ik vind het belangrijk dat we naar concrete maatregelen kunnen gaan. Zodra u die verkrijgt via dat overleg, kunt u die ons dan meedelen.

De heer Vandenberghe heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, wat onze fractie bijzonder boos maakt, is dat te veel jongeren worden gedwongen om een andere richting te kiezen dan de richting van hun dromen, enkel en alleen omdat de richting of de school waar ze naartoe willen, te duur is voor hun ouders. Ons standpunt is wat dat betreft heel duidelijk: schoolkosten mogen de school- en studiekeuze nooit bepalen. Nooit. Wij aanvaarden niet dat er in Vlaanderen goedkopere en duurdere scholen of studierichtingen zijn.

Minister, ik heb drie concrete voorstellen. Mijn vraag aan u is: wilt u daarop ingaan of inplannen voor de volgende jaren? Eén: voer ook voor het secundair onderwijs een maximumfactuur in, net als voor het basisonderwijs. Dat lijkt mij de meest logische zaak. Een maximumfactuur zorgt ervoor dat leerlingen niet méér moeten betalen voor al het materiaal dat ze nodig hebben voor het behalen van de eindtermen. Daarbovenop mogen de scholen het maximumbedrag niet overschrijden. Want dat gebeurt nu niet in de secundaire scholen: de kosten swingen de pan uit. Ik weet dat dat financieel niet allemaal in één keer te dragen is. Maar begin daar dan mee in de eerste graad en rol het dan stap voor stap verder uit. Ik verwijs naar de resultaten van de KU Leuven. Het is niet alleen een goede maatregel op financieel vlak, maar het zorgt ook voor extra werkingsmiddelen voor de scholen. En ze kunnen voorzien in wat de leerlingen nodig hebben.

Twee, verbiedt de incassobureaus op scholen. Vandaag maakt een op de drie scholen gebruik van incassobureaus voor het innen van onbetaalde facturen bij ouders. En hierdoor komen er nog extra kosten boven op de schoolfactuur en verdrinken de ouders verder in de kosten die zij niet meer kunnen betalen. Zij komen in een vicieuze cirkel terecht.

Drie, in de basisscholen is er al een maximumfactuur. Maar ook daar worden er heel wat kosten doorverrrekend naar wat de scholen maximaal mogen vragen aan de ouders. Ook dat moet nog eens onder de loep worden genomen. Zo weten de mensen waar ze staan en zijn de leerlingen niet afhankelijk van wat de ouders wel of niet kunnen betalen om naar een bepaalde richting of bepaalde school te gaan.

Minister, welke van de drie voorstellen bent u genegen? Bent u eventueel bereid om daarop in te gaan?

De heer Laeremans heeft het woord.

Ik wil inpikken op die maximumfactuur, wij zijn daar ook voorstander van voor het middelbaar onderwijs, maar dan gediversifieerd naargelang van de studierichtingen. Dat is een complexe oefening. Het voorstel om dat eerst voor de eerste graad uit te proberen, lijkt het makkelijkst, maar volgens mij is het haalbaar om zo’n poging te ondernemen. Ik begrijp ook wel dat er ook andere manieren zijn om hetzelfde doel te bereiken. Het heeft gewerkt in de lagere scholen om de kosten te drukken, zoals wanneer men beslist om ergens te voet naartoe te gaan in plaats van met de bus. Maar men moet toch wel grondiger van gedachten kunnen wisselen over die eventuele maximumfactuur voor het middelbaar onderwijs dan binnen het bestek van een vraag om uitleg in deze commissie, of over een eventueel alternatief.

Is er, in verband men de schooltoeslag , ooit overwogen om die uit te betalen of gedeeltelijk uit te betalen in de vorm van een cheque? Dat zou betekenen dat je die enkel zou mogen gebruiken voor schooldoeleinden. Er zijn nogal wat mensen, die, als er een hoop geld op hun rekening komt, gaan denken: ‘Hier kan ik een nieuwe kast mee kopen.’ Ik betwijfel niet dat dit ook wel nuttige uitgaven binnen het huishouden kunnen zijn, maar mijn bedenking is toch dat een uitbetaling in chequevorm in eerste instantie aangewend zal worden om die, soms zware, schoolfacturen te betalen. Mijn vraag is dus of dit had gekund.

De heer De Gucht heeft het woord.

Op het risico om in herhaling te vallen, wil ik toch zeggen dat ik heel beducht ben voor een maximumfactuur in het middelbaar onderwijs. Jongeren die van thuis uit weinig kansen hebben en die we nu via een schoolreis of -uitstap waardevolle ervaringen kunnen aanreiken, gaan we verliezen. Er zijn volgens mij andere mogelijkheden dan een maximumfactuur. Anders gaan we wat we willen tenietdoen nog versterken. Die bedenking wil ik meegeven. We moeten ons daar ten zeerste bewust van zijn. De bedoeling moet zijn om elke jongere tijdens zijn schoolperiode in aanraking te brengen met verschillende vormen van cultuur of ervoor te zorgen dat ze, misschien voor het eerst, een buitenlandse reis kunnen maken. In het verleden zijn daar oplossingen voor gevonden. Ik kan mij moeilijk voorstellen dat er geen andere mogelijkheden zijn dan een maximumfactuur. De realiteit is dat bij invoering van een maximumfactuur in de scholen er heel veel mensen afhaken. Waar ik wel voor pleit, is dat er een duidelijk overzicht is van de kosten die het middelbaar onderwijs met zich meebrengt. Nu is dat op de website te vinden, maar in werkelijkheid komt men daar maar moeilijk bij. We moeten maken dat eenieder op de hoogte is van de kosten die het onderwijs met zich meebrengt. Maar maak alstublieft niet de fout om een maximumfactuur voor het middelbaar onderwijs in te voeren. Dat zal volgens mij een effect hebben dat helemaal niet is wat beoogd wordt door eenieder die in deze zaal aanwezig is.

Mevrouw Beckers heeft het woord.

Mijnheer De Gucht, ik deel uw bezorgdheid, maar ook in het lager onderwijs vallen die meerdaagse schooluitstappen, bijvoorbeeld, onder een ander deel van de maximumfactuur. Daarin kan ook een onderscheid gemaakt worden zodat die meerdaagse uitstappen toch nog mogelijk blijven. Dan kan wel degelijk.

De heer De Gucht heeft het woord

Neem me niet kwalijk, ik ga nog even kort reageren. Ik begrijp wat u zegt, maar u moet eens kijken naar de scholen in Vlaanderen, en naar wat er gebeurd is, ook binnen het lager onderwijs met die maximumfactuur. Dan zul je zien dat er inderdaad een aantal scholen vanuit een bepaalde strekking minder problemen hebben om dat te organiseren. Daarnaast zul je ook zien dat een bepaald soort scholen in ons land of in onze regio daarmee gestopt is.

Vroeger werd daar wel een oplossing voor gevonden en ik denk dat er wel degelijk andere oplossingen zijn. Ik vind dat elkeen daarmee in contact moet komen via het onderwijs. Terwijl ik vroeger op bosklas ging in het vijfde en zesde leerjaar, merk ik dat dat vandaag gewoonweg niet meer georganiseerd wordt, zelfs al is dat binnen een andere kwalificatie.

Goed, we gaan geen debat houden onder elkaar. Dit moment dient eigenlijk om vragen te stellen aan de minister, en hem geef ik nu graag opnieuw het woord.

Minister Ben Weyts

Wel, ik heb beschreven welke oplossingen of maatregelen we momenteel wel voorzien. Daarbij wil ik benadrukken dat scholen zo maximaal mogelijk transparant moeten zijn over de kosten die zij aanrekenen. Wat het debat over de maximumfactuur betreft, kan ik enkel zeggen dat dat een immense werklast en grote discussies teweeg zal brengen over de weging van elke richting en elk jaar, want elke richting en elk schooljaar brengen andere kosten met zich mee. Je zwengelt daarmee een immens debat aan.

Ten tweede, bij de maximumfactuur geldt dezelfde logica als bij het gratisbeleid: er zal altijd iemand de factuur moeten betalen. In dezen zullen dat de ouders zijn, die de factuur via een andere weg zullen betalen: via eetfestijnen, een wafelenbak of andere soortgelijke acties. Waarschijnlijk zullen het dan altijd dezelfde ouders zijn die het zullen moeten organiseren en het zullen steeds dezelfde ouders zijn die eraan zullen participeren en die het dus zullen financieren. Ik denk dat de nobele intentie uiteindelijk teniet zal gaan door de praktische omzetting.

Wat de cheques betreft, stappen we eigenlijk net van die idee af. We hebben een periode gekend waarin er eigenlijk heel veel geld verloren ging aan overhead, aan de organisatie van heel het chequesysteem, waardoor er uiteindelijk te weinig geld overbleef voor de eigenlijke doelstelling. Laat ons proberen om de nobele doelstellingen zo efficiënt en effectief mogelijk te halen, zodat de middelen die wij investeren, ook toekomen aan en dienen voor de doelstellingen die we vooropstellen.

Mevrouw Tavernier heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik heb geen verdere vragen.

De heer Brouns heeft het woord.

Ik onderschrijf graag wat collega Tavernier zegt. Minister, u bevestigt dat we van scholen mogen verwachten dat ze maximaal hun kosten beheersen. STOS heeft al veel scholen begeleid met goede methodieken en voorbeelden, vooral op het vlak van communicatie en menselijke invordering. Wij onderschrijven heel erg graag dat we het doel moeten halen om zoveel mogelijk kinderen het lesmateriaal te geven waar ze recht op hebben en dat ze nodig hebben om hun onderwijstraject tot een goed eind te brengen.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.