U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

Mevrouw Vandromme heeft het woord.

In augustus 2019 vroeg het kabinet van toenmalig minister van Onderwijs Crevits een advies aan de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) over de inkanteling van het stelsel leren en werken in het systeem duaal leren. Ondertussen is dit advies er. De Vlor baseerde zich bij de opmaak ervan op drie zaken: de verschillende profielen van jongeren die nu onderwijs volgen in leren en werken, de bevindingen van de proefprojecten duaal leren en de eerste vaststellingen bij de start van dit schooljaar waarin duaal leren uitgerold wordt.

De Vlor komt tot de conclusie dat de samensmelting van beide systemen geen goed idee is. Men verwijst daarvoor naar de verschillende profielen van leerlingen die nu begeleid worden door de Centra voor Leren en Werken (CL&W’s). Heel wat van deze jongeren zijn in de meeste gevallen niet arbeidsrijp, niet arbeidsbereid en/of schoolmoe. Zij hebben dus een heel andere leerweg nodig dan het systeem van duaal leren.

Verder geeft de Vlor ook aan dat er dringend overleg nodig is tussen de organisatoren van de aanloopfase en de naadloze flexibele trajecten (NAFT’s). Een maand na de opstart bleek immers al dat de toegang tot de aanloopfase en de NAFT’s door sommige organisatoren wordt ingeperkt. Er is een duidelijke vraag aan de overheid om de taken van deze organisatoren goed te bewaken.

De Vlor besluit het advies met een vraag naar verdere dialoog met de nieuwe minister. Men pleit er immers niet voor om het huidig stelsel leren en werken onverkort te behouden, maar men wil helpen meedenken over een plan om beide stelsels te optimaliseren.

Minister, wat is uw mening over dit advies? Welke verdere plannen hebt u met betrekking tot deze belangrijke signalen van de Vlor? Ondertussen is ook het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) binnen dat in dezelfde lijn ligt. Kunt u daar ook iets over zeggen?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

In de afgelopen regeerperiode zijn er enkele proefprojecten gestart, om dan op 1 september 2019 te starten met het decreet betreffende duaal leren. Tegelijkertijd zijn we ook gestart met de aanloopfase en met de naadloze flexibele trajecten. Op alle vlakken is dit schooljaar dus een startjaar. Dat zal ongetwijfeld gepaard gaan met kinderziektes, maar ik zou er ons voor willen behoeden om daar onmiddellijk heel grote conclusies uit te trekken.

Samen met de administratie houden we de vinger aan de pols wat betreft de uitrol van zowel duaal leren als de aanloopfase en de NAFT’s. Ik heb mijn administratie dan ook gevraagd om samen te zitten met de verschillende NAFT-aanbieders, de onderwijsverstrekkers en de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s) om te kijken hoe de opstart verloopt en waar we eventueel moeten of kunnen ingrijpen en bijsturen.

Van bij de start van duaal leren was het wel de bedoeling om het stelsel leren en werken in te kantelen in duaal leren.

Ik vertrek momenteel in beginsel natuurlijk ook van de loyale uitvoering van die beslissing van de Vlaamse Regering. Ik begrijp wel wat bezorgdheden, maar we moeten in eerste instantie zorgen voor de uitwerking van een duaal leren op het niveau van de tweede graad. Heel wat leerlingen in het stelsel van leren en werken behaalden immers voor hun intrede in leren en werken nog geen getuigschrift van de tweede graad. Om hen die mogelijkheid te geven om in duaal leren te stappen, moeten we ervoor zorgen dat de opleidingen op het niveau van de tweede graad worden uitgewerkt. Voor volgend schooljaar zijn er al een aantal opleidingen in die zin uitgewerkt. We zien ook dat het aantal opleidingen zal toenemen.

Belangrijk blijft om te onderzoeken of het individuele leertraject uit het stelsel leren en werken behouden kan blijven bij de overgang naar duaal leren. Als dat gerealiseerd kan worden, dan komen we aan een belangrijke bezorgdheid tegemoet. Daarnaast is er ook nog de complexiteit van het systeem. Ik denk niet dat de goegemeente erg vertrouwd is met sommige begrippen. Duaal leren vindt nu echt wel ingang, ook vanuit het werkveld, letterlijk, en heeft in hoofde van de werkgevers een positieve connotatie. Daarnaast heb je nog de aanloopfase en het NAFT. Ik denk niet dat die twee formules heel breed gekend zijn. Als je de terechte bezorgdheid hebt of iedereen wel een plaats krijgt en iedereen wel wordt bediend, moeten we ervoor zorgen dat de doelgroep voor leren en werken ingekanteld wordt in duaal leren. Vandaar die focus op die tweede graad. Maar wanneer je nog een vierde categorie en een vierde systeem wil behouden, moet je ook zien in welke mate het systeem onder de complexiteit en de onoverzichtelijkheid zal lijden. Ik denk dat de mate van complexiteit in dezen toch al vrij sterk is.

Minister, dank u wel voor uw antwoord. Dat onderwijs niet complex zou zijn: ik denk dat iedereen hier ondertussen wel snapt dat het veel meer is dan enkel basis-, secundair en hoger onderwijs maar dat er zoveel andere zaken zijn die het complex maken.

Vanuit de CD&V-fractie scharen wij ons volledig achter duaal leren en vinden we dat deze leerweg alle kansen moet krijgen om uit te groeien tot een pijler van het onderwijs zoals het altijd bedoeld is geweest. Toch zijn we ook bezorgd om die groep leerlingen die eigenlijk buiten het systeem vallen en die moeilijk in een categorie te vatten zijn. Ze hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat ze niet arbeidsrijp zijn, niet arbeidsbereid en/of schoolmoe. Ondanks het feit dat het allemaal heel complex is, durf ik er toch voor te pleiten om die categorie van leerlingen op te vangen en de nodige kansen te geven. U hebt gelijk, de tweede graad moet nog worden uitgewerkt. De leerlingen die nu in de derde graad zitten hebben inderdaad de kans niet gehad om een getuigschrift te halen. Maar toch moeten we blijvend aandacht hebben om die leerlingen die nood hebben aan dat individuele leertraject, de nodige aandacht te geven. Het is nu eenmaal zo dat maatwerk zorgt voor complexiteit, maar we moeten daar toch de nodige aandacht voor blijven hebben. Ik hoop dat u de vraag van de VLOR om hen te betrekken bij de toekomst van leren en werken, waarbij ze ons als beleidsmakers willen tonen dat de centra met hun aanpak en positieve projecten er toch wel degelijk in slagen om die jongeren met vaak een heel zware rugzak, naar een kwalificatie te brengen zodat ze niet in de werkloosheid of in andere problemen geraken, meeneemt.

De heer Daniëls heeft het woord.

Collega's, het is een heel belangrijk thema. Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat we moeten opletten dat we door duaal leren te promoten voor de arbeidsmarktrijpe leerlingen, we die groep en de groep van de niet-arbeidsmarktrijpe leerlingen niet met elkaar gaan verweven. Ik vind dat echt belangrijk om mee te geven.

Ik was aanwezig bij de opstart van de eerste duale trajecten bij BASF in 2016, bij chemische procestechnieken. We hebben duaal leren heel sterk ontwikkeld, net omdat dat een positieve keuze zou zijn, een keuze dat je ook kunt leren op de werkvloer. Dat is er voor die leerlingen die dat effectief willen. Van de bedrijven die dat aanbieden, vragen we natuurlijk ook iets om met die gasten aan de slag te gaan.

Op het moment dat we leerlingen die niet arbeidsmarktrijp zijn, die een heel ander traject volgen waar heel vaak ook nog een welzijnscomponent aan verbonden is, in die bedrijven zetten, dan vrees ik dat er bedrijven zullen zijn die zeggen dat ze niet meer meedoen aan duaal leren, ook niet voor die leerlingen waarvoor we het net hebben ontwikkeld. Wil dat dan zeggen dat we voor diegenen in de aanloopfase en NAFT-trajecten moeten zeggen: ‘Sorry, neen’? Dat ook niet. Maar ik zou toch willen oproepen, minister, collega's, om die twee groepen niet met elkaar te verwarren want ze hebben elk hun eigen noden en elk hun eigen aanpak en ondersteuning nodig. Ik hoor nu dat die twee debatten te veel worden gemengd en dat alles moet worden opgelost in duaal leren. Ik vrees dan dat we van duaal leren opnieuw maken wat het vroeger was en waarvan we gezegd hebben dat het niet werkte.

Minister, ik doe dus een heel open oproep om, als we met de Vlor en de SERV in debat gaan, het niet door elkaar te gooien. Dat wil niet zeggen dat we de leerlingen met een NAFT en aanloop moeten lossen, maar ze vragen een ander traject dan duaal leren.

Ik krijg ook signalen uit het veld dat bepaalde sectoren, omdat de leerlingenpopulatie aan het schuiven is, andere adviezen beginnen te geven en leerlingen beginnen door te sturen of toch bij hen houden terwijl het eigenlijk niet de bedoeling is. We moeten een goede analyse maken. Ik doe een oproep aan de administratie om duidelijke cijfers te krijgen over wat er op het terrein gebeurt. Hoe fluctueren de leerlingen? Zijn er leerlingen die eigenlijk niet arbeidsmarktrijp zijn en toch in duaal leren zitten of verschuiven tussen een NAFT-traject en aanloop, puur door de aantallen die voor bepaalde organisaties gelden? Ik neem het hen niet kwalijk, maar we moeten wel opletten dat we de groepen niet door elkaar gooien.

Mevrouw El Kaouakibi heeft het woord.

Ik ben een grote fan van duaal leren en het een sluit het ander niet uit. Ik denk dat zowel collega Daniëls als collega Vandromme eigenlijk complementair spreken.

Ik ben het er ook mee eens dat het uiteraard niet de bedoeling is dat je jongeren die echt totaal geen zin hebben in duaal leren gaat opnemen in het bedrijfsleven en op de werkplek. Je kunt niet van de bedrijven en de managers verwachten om de jongeren van A tot Z te begeleiden.

De jongeren ‘at risk’ zitten ook mee in die groep. Het zijn jongeren van wie men eigenlijk al weet of van wie men toch kan inschatten dat ze op een gegeven moment zullen afhaken, de NEETs at Risk (Not in Education, Employment, or Training). Er zijn genoeg indicatoren die erop wijzen dat er een paar ‘red flags’ zijn. Ik merk in het veld zowel bij de jongeren als bij de leerkrachten en in bedrijven dat we sneller en productiever voor hen een traject in het duaal leren zouden kunnen uitstippelen.

We hebben in het veld al veel jongeren gehad die uiteindelijk niet in een traject naar duaal leren zijn begeleid, maar die op de werkvloer fantastisch aan de slag gaan waarover zowel de bedrijven als de jongeren zelf positief zijn. Er is dus nog heel veel potentieel wanneer het gaat over het stoppen van de grote uitstroom in ons onderwijs, zeker in grootstedelijke context. Ik denk dat we nog een kans hebben om die jongeren sneller op te pikken in een traject duaal leren en dat het een het ander niet uitsluit.

De vraag is hoe we dat gaan doen. Samen met VDAB, Werk en Onderwijs moeten we nagaan hoe we die grote groep NEETs at Risk in het onderwijs sneller kunnen begeleiden naar onder andere trajecten duaal leren.

Minister Ben Weyts

Het is geen kwestie van grote ideologische geloofspunten. Het is gewoon een kwestie van wat het beste werkt. Ik begrijp de bezorgdheid die bestaat ten aanzien van de verschillende doelgroepen die we echt naar een job moeten kunnen begeleiden.

We zijn nog maar net van start gegaan met duaal leren. Geef het enige kans. Laat het ons evalueren en de vinger aan de pols houden, samen met iedereen uit het veld.

Ik onderschrijf de bezorgdheid van collega Daniëls wel. Als je wilt dat duaal leren slaagt, dan moet je er ook voor zorgen dat het gebaseerd blijft op het principe dat je leerlingen ‘aanlevert’ – om het oneerbiedig te zeggen – die willen en kunnen. We zijn heel positief kunnen beginnen. We moeten opletten dat we het draagvlak en de vraag in hoofde van de werkgevers niet ondergraven. Aan werkgeverszijde moet men ervan doordrongen zijn dat als men mee in het duaal leren stapt, men leerlingen krijgt die gemotiveerd zijn, die iets kunnen. Voor zover mogelijk, moeten we die zekerheid verschaffen.

Maar er heerst blijkbaar ook bezorgdheid bij de SERV, die zich aansluit bij het eerdere advies van de Vlor. Dat nemen we absoluut mee, maar geef alstublieft eerst de uitrol van het duaal leren een kans en we kunnen bijsturen waar nodig, waar wenselijk.

We kunnen positief eindigen. Het woord ‘kans’ is een paar keer gevallen. Iedereen in deze commissie gelooft dat duaal leren echt wel een kans kan zijn voor jongeren die een opleiding willen volgen. Het is zeker niet mijn bedoeling, en ook niet van mijn fractie, om dat duaal leren te ondergraven. We moeten eens goed nadenken over de toekomst van het centrum voor leren en werken. Daar is men op het terrein heel fel vragende partij om die toekomst heel snel te kennen.

Ik herhaal de vraag van de Vlor om in nauw overleg te gaan met de NAFT-aanbieders. De centra voor leren en werken zijn immers verantwoordelijk voor het voltijds engagement van de leerlingen en moeten kunnen rekenen op de organisatoren van de NAFT’s. Ik denk dat daar op korte termijn nog overleg over nodig is.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.