U bent hier

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, minister, u weet dat het deeltijds kunstonderwijs (dko) me bijzonder na aan het hart ligt. Dat is ook een van die prachtige initiatieven die de Vlaamse Gemeenschap in Brussel blijft ondersteunen. En het is ook een succesformule in Brussel. Naast het gewoon onderwijs, het basisonderwijs en het secundair onderwijs, is dat dko toch wel een meerwaarde in Brussel. We weten allemaal dat het in de ene gemeente goed gaat en in de andere minder goed, maar er zijn kunstacademies, muziekacademies die uit hun voegen barsten.

Ongelooflijk maar waar: daar heeft de Nederlandstalige muziekacademie meer succes dan die van de Franstalige buren. We stellen dan soms vast dat, wanneer de academies van het dko willen uitbreiden, dat wat wordt tegengehouden, misschien om communautaire redenen. Men botst op onwil bij lokale bestuurders. Heel concreet verwijs ik naar Sint-Agatha-Berchem. Daar zijn de voorbije legislatuur drie Vlaamse schepenen opgestapt wegens de onwil die werd vastgesteld met betrekking tot bepaalde Nederlandstalige projecten die in de steigers stonden.

Minister, u hebt heel terecht in de loop van vorig jaar een studiebureau, een architectenbureau de opdracht gegeven om te bekijken wat de noden zijn van dat dko, van die muziek- en kunstacademies, en om te bekijken wat de opportuniteiten zijn op het vlak van infrastructuur in de diverse Vlaamse academies in Brussel. Ik geloof dat u het studiebureau Carton123 architecten hebt aangesteld. Volgens mij hebben zij de studie al opgeleverd in augustus 2018. Ik meen dus dat het echt wel nuttig is om die met ons te delen, of daar toch zeker een toelichting over te geven.

Minister, wat is de stand van zaken? Wat leidt u af uit die studie? Indien ze daadwerkelijk is afgerond en een werkbaar document is, dan zouden we ze graag ontvangen. Dat lijkt me toch wel logisch. In welke timing voorziet u anders om die resultaten bekend te maken? Hoe zult u de gegevens die uit de studie voortkomen in uw beleid vertalen, zodat onze academies op een efficiënte, goede manier kunnen werken en kunstonderwijs kunnen aanbieden aan de vele Vlamingen in Brussel, maar uiteraard ook aan iedereen die interesse toont voor dat Nederlandstalige dko in Brussel?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

In het voorjaar van 2018 heb ik door mijn administratie een opdracht laten uitschrijven om een infrastructuurplan voor het dko op te stellen. Het Brusselse dko, dat uit elf academies bestaat, verdeeld over verschillende inrichtende machten, kampt al jaren met een problematische infrastructuur. Gebouwen en lokalen zijn sterk verouderd, ze zijn ook vaak niet aangepast aan de hedendaagse stedenbouwkundige normen en aan de noden van de verschillende disciplines. Er was dus nood aan een objectief beleidsvoorbereidend instrument waarop het toekomstige beleid zich kan baseren om de infrastructurele pijnpunten van het Brusselse dko ook structureel aan te pakken.

De opdracht werd gegund aan het Brusselse architectenbureau Carton123, dat in augustus vorig jaar het infrastructuurplan afrondde. Na bespreking met mijn kabinet en administratie zijn er nog technische aanpassingen doorgevoerd. Dat is de gebruikelijke afrondingsprocedure. Daarna heeft het bureau de studie op 24 oktober 2018 definitief opgeleverd. Het rapport werd aan mij voorgesteld op 5 december. Met het bureau werd afgesproken dat het rapport ook zou worden toegelicht aan de academies en de inrichtende machten. Ik geloof dat dat inmiddels ook gebeurd is.

Wat moeten en kunnen we afleiden uit deze studie? Het is een langetermijninfrastructuurplan waarbij het bureau per academie en vestigingsplaats objectief heeft opgetekend wat de infrastructurele stand van zaken is, welke concrete noden er zijn, welk type ingrepen vereist zijn om de situatie te verbeteren – dat kan gaan over aanpassingen, renovatie en soms over nieuwbouw – en op welke termijn die uitvoerbaar zijn. Ten slotte heeft het bureau een ruwe raming van de kostprijs van de vereiste ingrepen gemaakt.

Carton123 keek zowel naar het volledige dko-landschap als naar elke academie individueel, en voerde gesprekken met directies, inrichtende machten, de dienst Infrastructuur van de Vlaamse Gemeenschapscommissie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (VGC) én de onderwijsinspectie.

Uit deze gesprekken kwamen specifieke noden en pijnpunten naar boven. Die allemaal opsommen zou mij nu te ver leiden. Het bureau maakte de analyse vanuit verschillende invalshoeken. Waar kan er snel winst geboekt worden? Wat is de ideale infrastructuur? Welke ingrepen kunnen soms ook winst opleveren op een site voor alle betrokkenen? Dat gaat dus breder dan een gebouw voor het dko. Globaal gezien stelt het bureau dat er soms veel winst te boeken valt door intern te reorganiseren, maar deze voorbeelden zijn toch eerder schaars. Vaker is er noodzaak aan een minimum aan eigen lokalen om een academie naar behoren te laten functioneren. Dit kan onder de vorm van een uitbreiding, op of naast het terrein.

Kortetermijnoplossingen liggen dus niet voor de hand. Carton123 schuift ook geen prioritaire dossiers naar voren, maar geeft aan dat prioriteren het resultaat moet zijn van gesprekken tussen alle betrokken partijen. Het spreekt voor zich dat ik een prioriteit zie bij die academies die een ongunstig advies over hun infrastructuur meekregen van de onderwijsinspectie.

Het dko is dus vooral vragende partij naar een minimum aan eigen infrastructuur, maar is tegelijkertijd ook voorstander om lokalen te delen omdat eigen infrastructuur ook vaak ontbreekt. Daarvoor zijn er echter niet genoeg stimulansen en er is op dit ogenblik geen beleidsmatig kader voor een cultuur van gedeeld gebruik.

Carton123 heeft het infrastructuurplan op 29 januari 2019 toegelicht aan de elf academies en de inrichtende machten. De academies kregen uiteraard de gelegenheid om vragen te stellen over hun eigen site. Het infrastructuurplan wordt vandaag bekendgemaakt. De commissiesecretaris zal u uiteraard de link van het rapport bezorgen. Het is een boeiend rapport waarin veel vragen worden beantwoord. Er blijven nog een paar vragen onbeantwoord, maar de basis is stevig en degelijk.

Hoe zal ik dit alles in mijn beleid vertalen? Tijdens de bespreking van de beleidsbrief Brussel 2018-2019 gaf ik reeds aan dat de prioritaire dossiers over die academies gaan die van de onderwijsinspectie een negatief advies met betrekking tot hun infrastructuur ontvingen. In die zin staat het dossier van de muziekacademie van Etterbeek voor mij en voor de VGC met stip bovenaan. De VGC onderzoekt momenteel verschillende pistes om een multifunctioneel project op poten te zetten. De resultaten van dit onderzoek zouden in maart bekend moeten zijn. Voor dit project heb ik alvast middelen laten reserveren in het Vlaams Brusselfonds 2019.  In Etterbeek is de situatie zo dringend dat sluiting dreigt als wij op korte termijn niet tot oplossingen komen.

Uiteraard zullen de keuzes met betrekking tot het meerjarig infrastructuurplan binnen een volgende legislatuur moeten worden gemaakt. De aanbevelingen kan ik dus niet meer vertalen in het huidige beleid. Ook omdat niet alles op dit ogenblik zonder meer bouwrijp is. Het wordt de volgende jaren zeker een flessenhalsproblematiek. We moeten daar beleidsmatig een antwoord op geven.

Met dit rapport en het aanduiden van een prioritair dossier wil ik alvast een aanzet geven voor een volgende Vlaamse Regering. Hoewel ik hiervoor middelen vrijmaak in het Vlaams Brusselfonds blijft dit toch de eerste verantwoordelijkheid van de inrichtende macht, de minister van Onderwijs en de VGC. We zullen in die driehoek aan puzzel- of clusterfinanciering moeten doen. Ik denk dat dit haalbaar is. De samenspraak tussen het ministerie van Onderwijs, de VGC en het Vlaams Brusselfonds  blijft natuurlijk wel bestaan. 

De huidige financiële situatie van het Vlaams Brusselfonds laat toe dat we jaarlijks 1 miljoen euro in de infrastructuur van het dko kunnen investeren.  In het rapport is de globale meerjarenplanning op 20 miljoen euro begroot. Als men dit alleen door het Vlaams Brusselfonds laat betalen, zijn we nog wel even bezig, zélfs als we vanuit het Vlaams Brusselfonds nog meer middelen zouden kunnen toevoegen. Een clusterfinanciering door Onderwijs, VGC en het Vlaams Brusselfonds kan de zaken versnellen, los van het bouwrijp maken van dossiers. U weet dat ik in afwachting daarvan dit jaar vanuit het Vlaams Brusselfonds 800.000 euro heb uitgetrokken om vooral lesmateriaal en uitrusting – lees: veelal instrumenten – ter beschikking te stellen.

Ik denk dat ik daarmee het belangrijkste heb gezegd. Daarnaast blijf  ik in samenspraak met minister van Onderwijs Hilde Crevits met het nieuwe niveaudecreet dko voor een hogere personeelsomkadering zorgen, ook voor onze Brusselse academies.

Het rapport kan zeker verdere discussie bieden op basis van de adviezen van de onderwijsinspectie en op basis van een politieke prioritisering, namelijk welke dossiers eerst moeten en kunnen worden aangepakt. Vaak zal dat ook gebeuren vanuit de vaststelling wat we het eerst kunnen doen en waar een dossier bouwrijp is. Maar het dossier van Etterbeek zal alvast volgend jaar en het jaar nadien moeten worden uitgevoerd.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is positief dat het rapport is opgemaakt om die noden in kaart te brengen.

U zegt dat de architecten en ingenieurs hebben gesproken met verschillende partners onder wie uiteraard academici, de VGC en het departement Onderwijs. Ik heb u in uw opsomming echter niet horen zeggen dat er overleg zou hebben plaatsgevonden met de lokale besturen, die deze vergunningen al dan niet toekennen voor de noodzakelijke renovaties. Ik hoop dat dit geen tekortkoming is in die studie. Ik moet ze nog bestuderen en ik kijk uit naar het dossier zelf. U verwees al naar een link, ik neem dan ook aan dat de studie al openbaar is. Ik begrijp dat u haar via het secretariaat of rechtstreeks aan de parlementsleden zult bezorgen.

Het gaat hier over elf academies in Brussel. Ik hoor u zeer uitdrukkelijk pleiten dat prioriteit zou worden gegeven aan de academie van Etterbeek. Dat dossier ken ik persoonlijk minder, maar ik hoop dat de vele andere academies die ook vragende partij zijn en noden hebben niet nog eens jaren zullen moeten wachten, waardoor dit dossier volledig achterhaald zou worden. Ik wil absoluut niet dat die academies leerlingen zien vertrekken naar academies in of buiten Brussel. Daar moet werk van worden gemaakt. Er moet samenspraak zijn tussen de Vlaamse Regering – dan bedoel ik uzelf maar ook Onderwijs – en het College van de VGC, maar er moet toch ook worden gepraat met de lokale besturen.

Wanneer elke academie bijvoorbeeld nood heeft aan twee, drie of vier extra lokalen, en aan verbouwingen, dan moet natuurlijk ook worden gepraat met de lokale besturen. Als dat niet gebeurt, zullen zij die renovaties gewoon tegenhouden. Minister, ik wil u vragen dit zo goed mogelijk op te volgen. U hebt nu een basis, ik vraag u niet alleen te focussen op de prioritaire dossiers maar ook werk te maken van de andere dossiers.

De heer Poschet heeft het woord.

Normaal gezien zal vanavond op de gemeenteraad van Jette een uitgave van 34.000 euro worden goedgekeurd voor de Nederlandstalige muziekacademie van Jette. Zijn de uitgaven van de gemeenten voor de respectieve Franstalige en Nederlandstalige muziekacademies in deze studie opgenomen?

Wij vinden het ook goed dat deze studie is gebeurd. Hier en daar bij directies horen we ook dat ze zeer tevreden zijn dat de oefening is gemaakt. Zij voelen zich gesterkt doordat eindelijk wordt vastgesteld welke behoeften er bestaan in het dko in Brussel. Zij kunnen niet meer worden weggezet als de klagers. Die objectivering is een heel goede zaak.

Deze studie is echter wel laat tijdens deze legislatuur gemaakt. De architecten vonden dan ook dat ze wat weinig tijd kregen. Indien dit bij het begin van deze legislatuur was gebeurd, dan hadden een aantal projecten gerealiseerd kunnen worden.

Minister, ik vind het heel goed dat u ook sprak over het delen van de lokalen. Het overleg met het regulier onderwijs is daarbij heel belangrijk. Dat past ook in ons idee over de brede school. Is er ook met de onderwijskoepels overleg geweest?

Ik kijk er heel erg naar uit om deze studie te lezen. We weten eigenlijk nog onvoldoende met welke variabelen de participatie aan het dko samenhangt: culturele achtergrond, sociaaleconomische achtergrond. Vaak zijn ook afstand, toegankelijkheid en beschikbaarheid van openbaar vervoer determinerend om te beslissen of een kind naar de pianoles kan gaan. Ik hoop dat daar allemaal in terug te kunnen vinden.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

We kunnen inderdaad niet loochenen dat deze studie laat in de legislatuur is gemaakt. Toen de legislatuur begon, hadden we een aantal pistes van mogelijke investeringen in Sint-Agatha-Berchem en Molenbeek, maar ook Etterbeek kwam om de hoek kijken. Die drie dossiers tot een goed eind brengen, leek ons ongeveer wat we deze legislatuur konden doen. Dat is niet onredelijk, alleen vanuit het perspectief van het Vlaams Brusselfonds.

We hebben echter vastgesteld dat het vaak over heel grote operaties gaat met complexe politieke contacten. Maar ook inzake stedenbouw is dit voor veel directies een te zware taak. Dat is iets dat men eenmaal in een loopbaan doet, naast de reguliere opdracht die men heeft.

Eigenlijk is dat een beetje te zwaar, ook voor de coördinator. Dat is geen kritiek, maar een vaststelling van de koepel van het Brusselse dko. Wanneer wij hier de hand aan de ploeg zullen slaan, zullen wij al die dossiers finaal echt wel bouwrijp moeten maken, samen met de VGC-administratie, die daar met het leerplichtonderwijs ondertussen veel meer ervaring mee heeft. Om van dat goede idee naar het uiteindelijke opzetten van de klassen te gaan, zullen we iemand nodig hebben die alles nauwgezet opvolgt. Daarin ben ik effectief te optimistisch geweest omdat ik dacht dat die dossiers wel zouden komen. Nu is gebleken dat weinig dossiers tot een goed einde gebracht zijn, maar op basis van de stedenbouwkundige en architecturale insteken van het rapport kunnen we dat nu wellicht gemakkelijker.

Daarmee kom ik bij de andere elementen. We hebben effectief met de inrichtende machten gesproken. Er is ook contact geweest met de Nederlandstalige schepenen, maar dat is natuurlijk niet altijd met de gemeente als geheel. Dat zal zeker nog moeten gebeuren. We zullen een ordening moeten maken, iets wat de VGC ook vaak doet voor gemeenschapscentra. Dan wordt bekeken welke investeringen het eerst moeten gebeuren en waar ze moeten gebeuren. De twee criteria daarbij zijn: waar kunnen investeringen het snelst, omdat iedereen het erover eens is, en waar is iedereen het eens om mee te stappen in het project, ook het gemeentebestuur?

Dat zal zeker nog moeten gebeuren, nog intenser dan vandaag. Mijnheer Poschet, we zullen daarbij ook de uitgaven voor Frans- en Nederlandstalige muziekacademies in beschouwing nemen. Die zitten niet in het rapport, geloof ik, maar we zullen dat hier en daar toch moeten willen doen, waar we politieke zaken kunnen forceren of in een goede vaart kunnen brengen. Ik denk eerlijk gezegd dat het een goede zaak zal zijn dat er na de parlementaire discussies die hierover zeker nog zullen volgen, ankerpunten uitgewerkt worden in het volgende regeerakkoord – wie er dan ook rond de tafel mag zitten –, die we dan in een meerjarenplan kunnen uitrollen. Ik denk dat de basis hiervoor nu wel gelegd is in het rapport. Dan is het mogelijk en overbrugbaar, als iedereen in de nodige middelen voorziet om dat in een vijfjarenplan te steken – en dan ben ik zeer optimistisch want wellicht zal het een acht- of tienjarenplan worden. Ik denk dat dat de bijdrage is van het rapport, al is het inderdaad laat in de legislatuur.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.