U bent hier

De heer Wouters heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, er kwam heel wat kritiek op de folders die het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) liet maken door een educatieve uitgeverij. De boekjes hebben als titel ‘Vlees, van in de wei tot op je bord’, en ze zijn gericht op leerlingen van 6 tot 12 jaar. Ze bevatten quizjes, spelletjes, weetjes en informatie over vlees: of vlees gezond is enzovoort. Er staat ook letterlijk in dat je het best gevarieerd eet, en dat het lokaal aankopen van vlees wordt gepromoot. De bedoeling zou zijn om de foldertjes toe te voegen aan de jongerenblaadjes, zoals Zonnekind en Zonneland, ons waarschijnlijk nog bekend zijn uit een min of meer ver verleden, naargelang de persoon.

Hoewel de blaadjes bedoeld zijn om eventueel te kunnen gebruiken als educatief materiaal – de scholen worden hier voor alle duidelijkheid niet toe verplicht, en kunnen zelf beslissen of ze er al dan niet gebruik van maken – komt er toch weer heel wat kritiek. De dagen voordien waren er ook al opmerkingen te lezen en te horen op de steak-frietcampagne van VLAM.

Zelfs ik wil absoluut niet beweren dat je elke dag vlees moet eten. Maar het lijkt erop dat de slinger nu aan het doorslaan is naar het andere uiterste. Goedbedoelde informatie wordt nu zo bekritiseerd, dat het lijkt alsof vlees het allerslechtste is wat je kunt eten, ook al komt het van bij ons.

Minister, wat is uw visie inzake het gelanceerde educatief materiaal en de promotiecampagnes van VLAM over vlees? Hebt u overleg gehad met VLAM, naar aanleiding van de commotie die ontstond over de campagnes?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Collega Wouters, u verwijst specifiek naar de folder die verspreid werd in scholen. Ik kan u zeggen dat er een educatief dossier opgemaakt is, en dat werd verspreid door uitgeverij Averbode. Dat is gebeurd in opdracht van vzw VLAM. Het was de bedoeling om de leerkrachten een geobjectiveerd, educatief pakket aan te bieden. Daarvoor werd er een objectieve folder opgemaakt, die ook onderbouwd was. Die had het over evenwichtige voeding en een duurzaam consumptiepatroon. Deze campagne wordt exclusief gefinancierd met sectormiddelen, die men bij VLAM uit de sector zelf samenbrengt.

Noch ikzelf, noch mijn voorgangers, geven of gaven operationele invulling aan de individuele promotieacties die door het bedrijfsleven gefinancierd worden. VLAM is een vzw, die aangestuurd wordt door een raad van bestuur. De vzw wordt gesubsidieerd, omdat ze taken uitvoert die voortvloeien uit de oprichtingsverdragen van de Europese Unie, en uit haar decretaal toevertrouwde taak.

VLAM communiceert zeer open en transparant, denk ik. Zij komen ook telkens hier naar het Vlaams Parlement, om alles toe te lichten. Ze zijn ook altijd bereid om op alle vragen te antwoorden. Uiteraard hebben wij ook soms overleg met VLAM, maar nogmaals, wij komen niet tussen in de promotie die vanuit de sector gebeurt. Maar over deze specifieke campagne hebben we geen apart overleg gehad. Maar VLAM is altijd bereid om naar het parlement te komen, om duiding en toelichting te geven, en om te antwoorden op vragen. Ik heb dat vorige week ook bij de bespreking van de beleidsbrief gezegd.

De heer Wouters heeft het woord.

Dank u wel, minister. Ik geloof zelfs dat het al ingepland was dat VLAM ons kwam bezoeken. Ik kijk daar dan natuurlijk ook naar uit. Ondanks het feit dat de middelen van de sector komen, vind ik het zelf toch een vrij objectieve uitgave. Ik heb de vraagjes proberen op te lossen, en ik denk dat ik daar vrij aardig in geslaagd ben. Maar alle gekheid op een stokje, er wordt ook wel meer informatie gegeven dan enkel over vlees. Het verhaal dat ik elke keer bij mijn diëtist moet aanhoren, komt ook in dat boekje aan bod. Ik neem aan dat mijn diëtist in eer en geweten mijn lichaam beter probeert te krijgen. Ik denk dat dat zeker ook zal meespelen voor de gezondheid. Anderzijds is het de taak om promotie te voeren voor eigen artikelen van VLAM. Mijn aanvoelen is dat ze dat op een zeer degelijke en goede manier doen.

De heer De Croo heeft het woord.

Ik zou willen beginnen met een anekdote, om de geest van de tijd te schetsen. Het is een persoonlijke anekdote, en het staat ook in mijn autobiografie. Ik ging op 10-jarige leeftijd naar het Sint-Stanislascollege in Mons, en ik was een heel tenger mannetje. Men noemde mij daar ‘microbe’. Mijn ouders hebben mij dan gedurende vijf of zes jaar lang gevraagd dat ik bij het ontbijt een kwart kilo vlees zou eten. Ik heb dus vijf of zes jaar lang in het college een speciaal regime gehad: een steak ’s ochtends bij het ontbijt. Toen ik wegging, noemde men mij daar ‘bulldozer’.

U ziet dus dat men toen de zeer eigenaardige mentaliteit had, om vlees te geven aan kinderen die een beetje zwakjes waren. Men was dus overtuigd van de voedzaamheidsgraad van dit bijzonder smakelijk gebeuren.

In Afrika is Ethiopië bijvoorbeeld het land met de grootste veestapel. Men kan zich de vraag stellen of dat traditioneel ook al lang bezig is. Men moet maat houden in al die dingen. VLAM is merkwaardig, in die zin dat het een beweging is die gesteund wordt door de producenten, die zelfs matigend optreden wat betreft de vleesconsumptie.

Wanneer men een krant leest van twintig jaar geleden, en het dieet van die tijd bekijkt, en je vergelijkt het met het dieet van tien jaar later, dan krijg ik een gevoel van verkramping. Vergelijk het met een kramp in je kuit: je weet niet waarom ze er is, en je weet niet waarom ze weer weggaat. Het komt erop neer dat je omzichtig en voorzichtig moet zijn. Je moet dat redelijkerwijze benaderen. Je mag geen hetze creëren van de ene of van de andere kant. Ik zou niet zeggen dat linkse mensen vleesonthouders zijn, en rechtse mensen net vleeseters zijn. Dat geloof ik niet. Laten we de kerk in het midden houden.

De heer Sanctorum heeft het woord.

Het debat ten gronde over VLAM zullen we straks voeren bij de bespreking van de conceptnota. Ik heb de brochures ook gelezen. Ik vind het geen neutrale informatie met een hoge educatieve waarde. Het is op zijn minst gekleurd. Ik lees bijvoorbeeld dat vegetarische producten te veel zout kunnen bevatten. Dat kan inderdaad, dat gebeurt wel. Maar tegelijkertijd wordt er met geen woord gerept over de risico's van bewerkt vlees, waar het Vlaams Instituut Gezond Leven wel voor waarschuwt, want al die zaken zijn in de restcategorie van de voedingsdriehoek gestopt. Ik lees ook dat de kinderen wordt bijgebracht dat alles prima verloopt in de slachthuizen. Quod non. Dat is wel degelijk gekleurde informatie. Het is ook betaald vanuit de sector: je verwacht dus eigenlijk wel dat het een vorm van promotie is van hun product.

Ik wil een voorbeeld geven en jullie eens vragen wat jullie hiervan zouden denken. Stel dat er een brochure wordt uitgebracht over kernenergie en daarin staat dat kernenergie een belangrijk aandeel heeft in onze energievoorziening. Dat is dus niet gelogen. Maar tegelijkertijd wordt er in die brochure gezwegen over het radioactief afval dat wordt gegenereerd. Er wordt ook gezegd dat alternatieven, hernieuwbare energie uit zon en wind, niet altijd draaien. Dat is ook niet gelogen. Maar toch creëer je met een dergelijke brochure een toon, en dan nog ten aanzien van kinderen, onder de noemer van educatief zijn. Ik vind dat problematisch. In dat voorbeeld van kernenergie denk ik zelfs dat wanneer je geen tegenstander van kernenergie bent, je nog altijd niet akkoord zou gaan met het uitgeven van een dergelijke brochure en dat je dat ook gekleurd zou vinden.

De heer Caron heeft het woord.

We gaan niet vooruitlopen op de bespreking van de conceptnota, maar ik wil wel een principiële opmerking maken. Ik vind het vanuit een journalistiek oogpunt niet correct dat een blad dat zich naar kinderen richt, in zee gaat met welke organisatie dan ook om promotie te maken voor welk product dan ook. Ik vind dat de redactionele autonomie van die bladen voorop moet staan en dat het de verantwoordelijkheid is van de journalist, die een deontologie heeft, om te waken over het werk dat hij doet. We hebben strenge regels in het Mediadecreet voor reclame op televisie en radio gericht naar kinderen, net omdat kinderen relatief weerloos zijn ten aanzien van gekleurde boodschappen. Je kunt zeggen dat volwassenen weten dat het reclame is, maar zelfs dan eisen we dat publireportages of aanverwante dingen als dusdanig gemarkeerd worden. Hier gebeurt dat niet.

Dat is dezelfde kwaal die we nog zien. Er is een zijspoor, met name wat de VRT doet met VLAM-boodschappen die onder de categorie ‘boodschappen van algemeen nut’ vallen, en die ook alweer daardoor een soort van stempel van neutraliteit en objectieve informatie krijgen, want de overheid vertelt je altijd de waarheid en heeft het beste met je voor. Hier worden een aantal grenzen overschreden, of komt men ten minste op de grenzen. Het is superdelicaat om te doen. Ik vind dat Zonneland, Zonnekind en Uitgeverij Averbode wat dat betreft zeer waakzaam moeten zijn wanneer ze met dat soort dingen omgaan. Er mag van mij gerust een reportage over vlees zijn, maar dan met een redactionele verantwoordelijkheid en niet anders dan dat. Dan kan ik daarin meegaan. Dat is hier de kern van het probleem.

Ik heb ook veel moeite met het feit dat de VLAM-promotie bij de ‘boodschappen van algemeen nut’ thuishoort. Minister, u zegt dat VLAM een vzw en een private organisatie is, maar als dat zo is, dan hoort die niet thuis bij de ‘boodschappen van algemeen nut’.

Collega's, ter herinnering, op woensdag 5 december hebben we in deze commissie ons jaarlijks gesprek met VLAM zodat u de vragen niet alleen aan de minister kunt stellen maar ook aan de verantwoordelijken van VLAM, die nu trouwens meeluisteren.

Bij een dergelijke problematiek is het belangrijk om niet uitsluitend vanuit de eigen bril het thema te benaderen maar om te proberen afstand te doen van elke mogelijke ideologische vooringenomenheid. Ik heb in het verleden altijd begrepen dat de gezonde, evenwichtige en duurzame voeding een van de bekommernissen is van VLAM. Maar op 5 december kunnen we daar iets meer over vernemen.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege

Voorzitter, ik denk dat er niet echt bijkomende vragen zijn gesteld, maar er zijn vooral bedenkingen en verschillende visies geuit hier in het halfrond. Ik heb daar niet veel meer aan toe te voegen.

De heer Wouters heeft het woord.

Collega's, dank u wel voor jullie bijdragen. Mijnheer De Croo, ik ben ooit ook een frêle manneke geweest. Dat is pas op mijn veertiende of vijftiende beginnen te veranderen, op internaat. Maar dat volledig terzijde. (Opmerkingen van Herman De Croo)

Dat was een zeer goed internaat, het klein seminarie in Mechelen.

Nadien in mijn opleiding slager-spekslager – ik benadruk mijn opleiding spekslager – vervaardigden we ook charcuterie, waar de heer Sanctorum daarnet op alludeerde. Als je dat volgens de regels van de kunst bereidt, is dat vakmanschap en gezonde voeding waar ik volledig achter sta. Zoals in vele zaken heb je natuurlijk ook binnen de vleesverwerkende sector ‘bradeurs’ die fouten maken. Ik kan begrijpen dat VLAM niet die mensen ‘in the picture’ wil zetten, maar wel de zaken die goed gaan, ook de slachterij waar alles goed loopt. Vlees dat vakkundig, op een goede, degelijke manier geslacht is, geeft gewoon beter vlees. Ook als vleesliefhebber ben ik op dat punt dierenliefhebber, want een dier dat goed behandeld is, zal een betere kwaliteit afleveren. Dat is zeer belangrijk.

Tot slot: ik ken inderdaad evenveel linkse als rechtse slagers, en dat is maar goed ook.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.