U bent hier

De heer Meremans heeft het woord.

In het jaarverslag van het Vlaams Fonds voor de Letteren zagen we reeds een verschil tussen het aantal beursaanvragen van mannen en vrouwen. Vrouwelijke proza-auteurs dienden namelijk 30 procent minder beursaanvragen in. Nochtans is er een gelijke genderverhouding in de sector.

De heer Yannick Geens heeft als masterstudent een onderzoek gevoerd op vraag van het VFL. In dat onderzoek lezen we dat vrouwen ook 16 procent minder kans hebben op een beurs en dat de toegekende beurzen ook lager liggen.

Als we verder lezen in het onderzoek vinden we niet meteen een duidelijke verklaring voor dat genderonevenwicht. Leeftijd en gebrek aan dames bij de adviescommissie spelen bijvoorbeeld geen rol in de beoordeling, in tegenstelling tot wat men eventueel kan denken.

De conclusie van Mike Kestemont, professor Digital Humanities aan de UAntwerpen en co-promotor van het onderzoek, luidt dat vrouwen mogelijks een andere, meer – ik citeer – “feminiene” schrijfstijl hebben dan mannen, die om de een of andere reden minder literaire waardering krijgt. Het VFL wil alvast aan de slag met deze conclusies.

Minister, hoe kijkt u aan tegen deze pijnlijke vaststelling van genderongelijkheid bij de beursaanvragen bij het VFL?

Welke concrete plannen heeft het VFL om de genderongelijkheid bij het indienen van beursaanvragen en het toekennen van beurzen aan te pakken?

In welke mate kan de identiteit van de beursaanvrager worden uitgeschakeld bij de beursaanvraag, zodat er minder onbewuste stereotypen worden gevormd bij de beoordeling? Is dat wenselijk of niet?

Bestaan er cijfers over het feit dat vrouwelijke auteurs ook wat betreft verkoopcijfers minder succes zouden hebben dan mannelijke schrijvers, conform het lagere waardeoordeel van de adviescommissies over teksten die zijn geschreven door vrouwen?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Samen met u stelde ik de resultaten van het onderzoek vast. Vanzelfsprekend pleit ik voor een zo groot mogelijke gendergelijkheid bij beursaanvragen. Uit de reactie van het Vlaams Fonds voor de Letteren blijkt ook dat zij dat proberen na te streven, maar dat het om een uitdaging gaat die niet met een eenvoudige ingreep of aanpassing kan worden aangepakt.

Welke concrete plannen zijn er mogelijk bij het Vlaams Fonds voor de Letteren? Zoals het door het fonds zelf bestelde en kritische onderzoek aantoont, zijn de cijfers toch wel typerend voor het bredere letterenveld in het algemeen. Belangrijk om aan te stippen is wel dat de gegevens van het Vlaams Fonds voor de Letteren inzake de toekenning van beurzen überhaupt de enige centrale en dus harde cijfers zijn die beschikbaar waren over dit onderwerp. Op basis van de conclusies uit het onderzoek mogen we echter aannemen dat de genderongelijkheid in het gehele letterenveld wel degelijk bestaat. Dat is op zich inderdaad een onrustwekkende vaststelling. Een divers literair landschap is immers een van de missiepunten van het Vlaams Fonds voor de Letteren: een inclusief en dynamisch letterenveld, dat toegankelijk is voor alle groepen en waarin alle lezers en stemmen een plek kunnen krijgen. Daarom neemt het Vlaams Fonds voor de Letteren dit onderzoek ook ter harte.

Zoals u wellicht al kunt vermoeden, moeten de voornaamste acties er nu in bestaan om meer vrouwen de weg naar een beursaanvraag te laten vinden en om binnen het Vlaams Fonds voor de Letteren en het letterenveld algemeen iedereen bewuster te maken van de heersende stereotypen. Het Vlaams Fonds voor de Letteren kan daarin een sleutelrol spelen om de discussie op scherp te stellen en een sectorbreed engagement op te starten.

Let wel: heel specifieke oorzaken van dit genderonevenwicht zijn nog niet helemaal duidelijk en dat maakt het ook iets moeilijker om in te schatten waar en hoe het beter kan. Er is dan ook nog iets meer onderzoek nodig om een gedetailleerd zicht te krijgen op de rest van de literaire sector en vooral op de precieze oorzaken van deze vaststellingen.

Uw derde vraag was of de identiteit van de beursaanvrager niet kan worden uitgeschakeld, om een neutralere beoordeling te krijgen. Een eerste reflex om identiteit of genderidentiteit bij de beoordeling van een beurs uit te schakelen, is uiteraard om die beoordeling anoniem te laten verlopen. Maar dat is minder evident dan het lijkt. Bij de beoordeling van een beursaanvraag hanteren de onafhankelijke adviescommissies van het Vlaams Fonds voor de Letteren immers het eerder gepubliceerde werk van de aanvrager als een zeer belangrijk criterium. Ik denk dan ook dat het niet wenselijk is om de aanvragen in de toekomst anoniem te behandelen en een criterium als ‘oeuvreopbouw’ zomaar overboord te gooien. Dat de adviescommissie ook het eerdere werk van een aanvrager laat meespelen in de beslissing, garandeert niet alleen continuïteit in de beslissingen, maar is ook van belang voor de kwaliteit van het oordeel zelf. Rekening houdend met de vorige realisaties van een auteur, kan een adviescommissie immers een vollediger beeld krijgen van het ingediende werkplan en dat bijgevolg correcter inschatten en adviseren. Bij het toekennen van een beurs is het immers ook een belangrijke overweging of een auteur zich al dan niet heeft ontwikkeld ten opzichte van zijn of haar vorige werk.

Veeleer dan de kans op stereotypen te willen afsnijden door een anonieme aanvraag in het leven te roepen, draagt dit onderzoek net bij tot de bewustwording van de problematiek. Dat is een belangrijke stap en een goede voorzet voor het Vlaams Fonds voor de Letteren om daarmee aan de slag te gaan en ook de adviescommissies met de neus op de feiten te drukken. Dat kan een eerste stap zijn naar meer structurele oplossingen.

Over de gendergelijkheid in de verkoopcijfers is tot nog toe bijzonder weinig bekend. De meningen zijn bovendien verdeeld en er bestaan inderdaad heel wat vooroordelen. Sommige vrouwelijke auteurs krijgen immers net het verwijt dat ze zich zeer specifiek richten op goed verkopende schrijfselen die vooral bij een overwegend vrouwelijk leespubliek in de smaak zouden vallen, maar waar de literaire kwaliteit volgens de critici doorgaans zoek is. Zoals u weet, bestaat daar met de term ‘chicklit’ zelfs een aparte benaming voor.

Of die zogenaamde ‘vrouwelijke bestsellers’ ook werkelijk beter verkopen, is echter maar de vraag. In het doctoraatsonderzoek van Corina Koolen van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat vrouwen helemaal niet zulke verkoopsuccessen behalen als soms wordt beweerd. In de periode 2007-2012 zijn ze amper vertegenwoordigd in de bestsellerlijsten van het Nationale Lezersonderzoek in Nederland, en ook bij de doorsnee lezers worden de literaire kwaliteiten van vrouwen blijkbaar lager ingeschat. Ander sociologisch onderzoek, van Marc Verboord, vergeleek bestsellerlijsten met literaire prijzencircuits in Frankrijk, Duitsland en de Verenigde Staten. Daaruit bleek dat vrouwen zowel in de verkoopcijfers als bij literaire erkenning via prijzen achterlopen op mannen. Bij de statusrijkere literaire prijzen is die genderkloof nog een stuk groter.

Alles schijnt dus zeer sterk verknoopt te zitten met perceptie en status. In een populairder circuit is er meer genderevenwicht dan in de zogenaamde highbrownetwerken. Sommige vaststellingen zien we ook bij de literaire kritiek. In populaire kranten en in online media krijgen vrouwen meer aandacht, in reportages over highbrow maar minder populaire kunstvormen, zoals klassieke muziek, krijgen vrouwen ook meer zichtbaarheid. Maar vreemd genoeg, wanneer een populair genre, zoals popmuziek, in aanzien begint te stijgen, gaat dat effect dan weer verloren en neemt het percentage vrouwen af.

Dat zijn internationale vaststellingen en, zoals u samen met mij kunt zien, maar gedeeltelijke. Voor Vlaanderen specifiek is meer onderzoek nodig, maar ik heb wel begrepen dat het Vlaams Fonds voor de Letteren deze resultaten ter harte neemt en op dit ogenblik intern en met verschillende partners en stakeholders aan het bekijken is hoe het hier toch een goed en structureel antwoord op kan bieden.

De heer Meremans heeft het woord.

Bedankt, minister. Er zal inderdaad meer onderzoek nodig zijn. Ik ben wel een beetje geschrokken van de andere zaken. Blijkbaar is het in de hele letterensector, en niet alleen in Vlaanderen. Dat zou ons natuurlijk ook wel verwonderen.

Ik vind het vreemd, omdat ik de indruk had, ook als leerkracht, dat het Nederlands en het gebruik van taal nu vooral bij vrouwelijke studenten sterker aanwezig zou zijn dan bij mannen. Normaal zou je dan verwachten dat er in het literaire ook een beweging zou zijn. Maar we gaan dus moeten wachten op verder onderzoek. In elk geval ga ik ervan uit dat het Vlaams Fonds voor de Letteren daar de nodige gevoeligheid en de nodige maatregelen aan wil koppelen. Hopelijk kunnen we daar in de komende jaren een trendbreuk zien, dat meer vrouwelijke auteurs prijzen halen en meer vrouwelijke auteurs beurzen kunnen verkrijgen bij het Vlaams Fonds voor de Letteren.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.