U bent hier

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Op donderdag 22 maart wijdde Het Laatste Nieuws een artikel aan het vrouwenwielrennen waarin melding werd gemaakt dat de VRT de komende dagen maar liefst drie Belgische World Tourkoersen voor vrouwen live zou uitzenden. Te beginnen met de Women Classic Brugge-De Panne, gevolgd door Gent-Wevelgem en als kers op de taart Vlaanderens mooiste, de Ronde.

Die media-aandacht aan de wielersport voor vrouwen kan alleen maar worden toegejuicht: een dikke pluim voor de VRT is hier zeker op zijn plaats. Maar hoewel het Belgische vrouwenwielrennen van ver komt, was de uiteindelijke conclusie die men in dat bewuste krantenartikel trok dat de evolutie van het vrouwenwielrennen vandaag nog te traag verloopt.

Nochtans worden we door onze vrouwelijke toppers de afgelopen twee jaren absoluut verwend. Jolien D’hoore, Lotte Kopecky, Nicky Degrendele, Ann-Sophie Duyck, Elke Vanhoof en Sanne Cant zijn stuk voor stuk namen die ons bijzonder trots maken met hun prestaties. Ze zijn als het ware echte rolmodellen geworden die de sport aantrekkelijk kunnen maken voor andere meisjes en hen aan het dromen zetten. En dat blijkt nodig, want na deze Belgische toppers gaapt de grote leegte, zeker op de weg. Bij de nieuwelingen verschijnen aan de start van het Belgisch kampioenschap telkens slechts een veertigtal jongedames. Wielrennen wordt in ons land nog steeds door te veel mensen beschouwd als een mannensport, en die mentaliteit moet wijzigen.

Het Vlaamse jeugdwielrennen valt onder de bevoegdheid van Cycling Vlaanderen, maar voor de opleiding van jonge rensters kijkt men grotendeels naar de wielerclubs door middel van het verlenen van extra subsidies, waarmee men inzet op het vrouwenwielrennen door bijvoorbeeld aparte trainingen voor meisjes te organiseren. Daarnaast worden de allerbeste meisjes begeleid in de topsportschool. Omdat er geen categorie voor beloften bestaat, moet men van de juniores ineens de sprong naar de elite maken. Die sprong blijkt voor veel talenten niet alleen enorm groot, maar vaak ook erg ontmoedigend.

Op 23 september 2017 las ik een artikel dat Christel Herremans vanaf 1 januari 2018 een nieuw internationaal vrouwenteam op poten zou zetten: Experza-Footlogix Ladies Cycling Team. Dat klonk alvast veelbelovend: een sterke internationale UCI-ploeg die er de komende drie jaar stevig wil invliegen. Vlaamse rensters die zich internationaal kunnen meten, zullen er alleen maar sterker van worden.

Helaas kwam ik later tot de vaststelling dat dit eigenlijk een gevolg is van het feit dat de Vlaamse overheid niet langer het team Sport Vlaanderen-Guill d’Or sponsort. Deze ploeg was van 2003 tot 2017 het zusje van de nog steeds bestaande mannelijke tegenhanger Sport Vlaanderen-Baloise. Die Vlaamse beslissing paste in het nieuwe sportactieplan van de Vlaamse overheid dat de topsportwerking overlaat aan Wielerbond Vlaanderen. Voor sponsoring van een professionele vrouwenwielerploeg was er geen ruimte meer.

Minister, die mededeling vind ik enigszins teleurstellend en vooral ook oneerlijk ten opzichte van de dames, gezien de discussie die er nog vrij recent in deze commissie werd gevoerd bij de bespreking van uw laatste beleidsbrief en eigenlijk ook nog bij een van de vorige vragen. Toen werd aan u de vraag gesteld of Sport Vlaanderen wél moest investeren in een wielerploeg. U verdedigde zich door te stellen dat dit een zeer innovatief model was waarmee we enorme resultaten geboekt hebben – een voorbeeld dat men ons op veel plaatsen in de wereld benijdt en dat men op verscheidene plaatsen zelfs heeft gekopieerd. Bovendien moesten we deze wielerploeg zien als een werking voor beloften om zo talenten te kunnen laten doorgroeien naar profploegen. Dit zag u wel degelijk als een taak van de overheid.

Ik ben het daar trouwens volmondig mee eens, maar mijn gevoel voor gendergelijkheid zegt me dat hier iets fundamenteel fout zit. Daarom heb ik volgende vragen voor u.

De term ‘comply or explain’ is u niet vreemd. Kunt u uitleggen waarom we niet langer een damesteam ondersteunen, maar wel in een budget voorzien voor de heren?

Experten zeggen dat er net een zeer grote leemte is tussen de jeugdwerking en het profcircuit voor onze Belgische dames. Een ploeg voor beloften lijkt dan ook de ideale ondersteuning die onze jonge vrouwelijke talenten nodig hebben. Dat is nu toevallig waar de ploeg Sport Vlaanderen-Guill d’Or in uitblonk. Hoe denkt u dat de wielerclubs, waar Cycling Vlaanderen nu naar kijkt, dit kunnen opvangen?

Bent u ook van mening dat dit wat betreft gendergelijkheid op zijn minst gezegd een vrij ongelukkige situatie is, die dan nog wel door een overheid werd gecreëerd? Dient een welvarend Vlaanderen geen voorbeeldfunctie te vervullen op het vlak van gelijke kansen?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Moyaers, ik zal vrij hevig reageren – u had zeker niets anders verwacht. Ik aanvaard de beschuldiging niet als zou ik nog maar denken dat gender een element in de beslissing is. Ik zal mijn antwoord rustig opbouwen.

Vanuit de focus op excellentie en resultaten is het topsportbeleid erop gericht om binnen het beperkte budget maximaal resultaat na te streven. Maar er moet ook een invloed zijn op de breedtesport. Die discussie hebben we al gevoerd. Dat is de filosofie. Dat betekent dat je soms harde keuzes moet maken.

Bij de start van de Olympiade 2013-2016, na de Olympische Spelen in Londen, werd in de Taskforce Topsport vastgesteld dat de werking en de resultaten van het dameswielerteam Sport Vlaanderen-Guill d’Or niet voldeden aan de vooropgestelde doelstellingen.

In samenspraak met Wielerbond Vlaanderen werd getracht de noodzakelijke bijsturingen te realiseren. Toen werd mij voorgesteld om ermee te stoppen. Ik heb toen voorgesteld om te bekijken of we het nog konden bijsturen. Op het einde van de Olympiade 2013-2016 kon niet anders dan geconcludeerd worden dat er nog nauwelijks een samenwerking was tussen de ploeg en Wielerbond Vlaanderen. Gelet op het grote verschil in visie tussen de erkende en gesubsidieerde topsportfederatie Wielerbond Vlaanderen, verantwoordelijk voor het Vlaams topsportbeleid wielrennen, en het ploegmanagement van het dameswielerteam, werd dan ook beslist om het project ‘dameswielrennen’ in de huidige vorm stop te zetten. Dat betekent echter niet dat de ondersteuning van de talentwerking en de elitewerking in het dameswielrennen werd stopgezet, integendeel: de ondersteuning van het topsportluik ‘dameswielrennen’ verloopt vandaag via de financiering van gerichte prestatieprogramma’s en de subsidiëring van ontwikkelingsprogramma’s binnen Wielerbond Vlaanderen.

In tegenstelling tot de wielerploeg Sport Vlaanderen-Guill d’Or verliep de samenwerking tussen Wielerbond Vlaanderen vzw en de mannenwielerploeg Sport Vlaanderen-Baloise zeer constructief en gestructureerd. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de integratie van de vier wielrenners uit het prestatieprogramma ‘baanwielrennen’ in de ploeg Sport Vlaanderen-Baloise. Kijk maar naar de resultaten. Wat is onze basisfilosofie inzake doorstroming? Ik moet u de namen niet noemen van diegenen die uit die ploeg komen en die dit jaar zelfs klassiekers en ritten hebben gewonnen. Op basis van resultaten, doelstellingen en het wél behalen ervan – bijsturing was zelfs niet nodig – hebben wij beslist om dat door te zetten.

In overleg met de experten van Wielerbond Vlaanderen werd voor de dames een ander traject gekozen. De federatie ontvangt een specifieke subsidie voor het ontwikkelingsprogramma wegwielrennen voor vrouwen en dit voor een halftijdse coachopdracht en de programmakosten: kine, stages en wedstrijden. Daarvoor krijgen ze geld. De federatie organiseert complementair aan het programma van de wielerploegen stages en neemt met de nationale selectie deel aan wedstrijden in functie van de ontwikkeling van de rensters. Daarnaast ontvangt Wielerbond Vlaanderen eveneens subsidies voor de ontwikkelingsprogramma’s baanwielrennen en BMX, waarbij zowel beloftevolle renners als rensters worden begeleid.

Het vrouwenteam werd sinds 2003 ondersteund en heeft zijn waarde gehad, maar het is pas nu, eenmaal de keuze werd gemaakt om het over een andere boeg te gooien, dat de resultaten echt naar boven komen.

De beslissing om de wielerploeg Sport Vlaanderen-Baloise verder te ondersteunen en niet langer de wielerploeg Sport Vlaanderen-Etixx Guill d’Or heeft dus niets te maken met gendergelijkheid of genderongelijkheid maar, zoals ik duidelijk heb aangegeven, met een verschil inzake kwaliteit van werking, synergie, output en efficiëntie.

Binnen het Vlaamse topsportbeleid is geslacht nergens een parameter in het toekennen van middelen. De criteria inzake topsport zijn gendergelijk, in de zin dat mannen met de internationale normen voor mannen worden vergeleken, en vrouwen met de internationale normen voor vrouwen. Voor beiden zijn ook de doelstellingen (top 8 en medailles op Europese en wereldkampioenschappen en op Olympische Spelen) gelijk, en hetzelfde geldt voor de interpretatie van de daaruit afgeleide criteria, van talentdetectie tot contracten voor topsporters. Wij hebben nu zes rensters die voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen voor een contract als elitesporter bij Sport Vlaanderen. Zij hebben dat contract omdat hun programma en doelstellingen passen in het voorziene prestatieprogramma voor wielrennen.

Ik ben ervan overtuigd dat we de juiste keuzes hebben gemaakt in functie van het topsportbeleid, zoals bepaald binnen het Topsportactieplan IV, en dat we met de gekozen aanpak in het vrouwenwielrennen de komende jaren nog meer resultaten zullen boeken dan ooit tevoren.

Tot slot kan ik als alternatief voorbeeld de situatie in het bobsleeën aanhalen. Daar ondersteunen we twee vrouwenteams en geen enkel mannenteam. Ik kan u garanderen, beste mijnheer Moyaers, dat ook die keuze niets te maken heeft met discriminatie van mannen, maar een gevolg is van keuzes die gemaakt worden op basis van objectieve parameters, zoals kansen op resultaat, output en efficiëntie.

De voorzitter

Minister, u hebt de raadgevingen van de heer Poschet opgevolgd: rustig opbouwen en naar het einde toe een sprint met veel intensiteit. (Gelach)

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Minister, ik ben blij met uw antwoord. Ik heb het ook redelijk scherp gesteld omdat ik wist dat als ik over genderongelijkheid zou spreken, ik u uit uw tent zou lokken. Dat is enigszins gelukt.

Als je het krantenartikel leest en merkt dat dat team verdwijnt, dan krijg je toch wel het gevoel dat de reactie wat zuur is. Ik kruip dan in mijn pen en schrijf zo'n vraag.

We zullen er ook niet flauw over doen: het vrouwenwielrennen wint absoluut aan populariteit in Vlaanderen. Het aantal vrouwen dat zich de afgelopen vijf jaar bij een wielerclub heeft aangesloten, is ongeveer verdubbeld, van een dikke 7000 naar bijna 14.000. Er zijn dus heel wat positieve evoluties, maar er zijn ook heel wat actuele debatten en pijnpunten met betrekking tot dat vrouwenwielrennen. Met deze vraag wou ik het debat toch wat uitlokken.

In Vlaanderen is in de jaren 60 voor het eerst een professionele vrouwenwielrennenploeg ontstaan onder leiding van onze ‘überflandrien’ Briek Schotte, die een Flandria damesploeg had. We hebben dan een weg van een dikke vijftig jaar afgelegd om een eerste Kristallen Fiets uit te reiken aan Jolien D’Hoore. We hebben dus wel nog een stukje te gaan om daar nog veel meer bij te doen.

De Ronde van Vlaanderen is ondertussen gepasseerd, met een groot succes voor onze noorderburen, zowel bij de vrouwen als bij de heren. De dag nadien heeft een Nederlandse krant op haar papieren versie, namelijk de Volkskrant, heel groot de Nederlandse winnares geplaatst met een kleinere foto ernaast van de mannelijke tegenhanger, zijnde Anna van der Breggen en Niki Terpstra.

In het programma Extra Time Koers is daar nog een debat over geweest, en dan merk je toch wel – het waren allemaal mannen rond de tafel – dat er wel nog wat werk is aan het vrouwenwielrennen. Het zou vandaag kennelijk toch nog ondenkbaar zijn – we hebben zelf recent een wereldkampioen in het keirin gehaald en dat heeft wel wat media-aandacht gekregen – dat die vrouwen de voorpagina halen. Ik zag gisteren nog een nieuwsbrief verschijnen van de vzw RoSa met als titel ‘Gezocht: koersende vrouwen’. We blijven daar uiteraard mee zitten. De spoeling is nu eenmaal dun, ondanks het feit dat het vrouwenwielrennen in de lift zit.

Daarom wil ik enkele mensen hier aanraden om nog voor 1 mei de prachtige tentoonstelling ‘Koninginnen van de Koers’ in het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde te bezoeken. Rolmodellen kunnen zeer belangrijk zijn. De grote leemte zal misschien wel blijven als we de talenten niet beter kunnen begeleiden. Daarom vond ik het een beetje jammer dat de vrouwelijke tegenhanger van de Sport Vlaanderenploeg verdween, maar u hebt wel duidelijk ‘comply or explain’ gedaan wat mij betreft. Ik kan me daarmee verzoenen.

De voorzitter

Wie wil aansluiten, moet eerst een vraag beantwoorden. Wie heeft gisteren bij de vrouwen de Waalse Pijl gewonnen? (Opmerkingen. Gelach)

Chantal Blaak, maar dit geheel terzijde. (Opmerkingen)

Neen, van der Breggen heeft de Ronde van Vlaanderen gewonnen en Chantal Blaak heeft de Waalse Pijl gewonnen.

Het Nederlandse wielrennen kent een hoge vlucht. Misschien is het interessant om na te gaan hoe het komt dat ze in de jeugdopleidingen in het Nederlandse wielrennen zowel op de baan als op de weg, zowel bij de mannen als bij de vrouwen, zoveel beloftes en zoveel fantastisch talent hebben dezer dagen. Misschien volgen ze het Britse voorbeeld van opleidingen. Dat zou mij niet verbazen.

Ben ik fout? (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Van der Breggen heeft inderdaad gisteren gewonnen, het was net andersom. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters. Gelach)

Het was een oprechte poging.

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Voorzitter, ik wil u wat tegenspreken. U zegt dat er in Nederland een enorme evolutie bezig is, maar die is hier ook bezig.

Kijk maar naar hoeveel jong aanstormend talent we hebben bij de vrouwen. De heer Moyaers heeft een opsomming gemaakt en ik moet die niet herhalen, maar we zijn aan een inhaalbeweging bezig. Voor de rest volg ik de lijn van de minister.

Bart Caron (Groen)

Ik ben het met u eens, maar ik duid op het WK in Apeldoorn op de piste. Daar heeft een bijzondere keur aan Nederlandse mannen en vrouwen heel veel medailles gewonnen. Zowel op de weg, in het veld als op de piste is het zeer opvallend. Misschien hadden we een paar jaar achterstand en benen we niet zo snel bij. Dat zou kunnen. Maar het valt wel heel sterk op.

Peter Wouters (N-VA)

In het baanwielrennen hebben we altijd, zowel bij de vrouwen als bij de mannen, een achterstand gehad.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik ben heel blij met de reactie van de heer Moyaers, en die is ook heel fair. Ja, u hebt mij uit mijn kot gelokt. Het feit dat ik daar hevig op antwoord, is omdat ik het echt onaanvaardbaar zou vinden dat we op basis van gender die keuze of die beslissing zouden nemen. Ik kan u met de hand op het hart zeggen dat toen men het mij in 2013 kwam voorstellen, ik neen heb gezegd. Ik heb toen gezegd dat we eerst moesten proberen te remediëren. Als dat niet lukte, moest men de volgende drie jaar zoeken naar een aanvaardbare oplossing. Niets doen voor de vrouwen kan echt geen zaak zijn. We hebben nu een alternatief dat volgens mij betere resultaten zal geven.

De voorzitter

De heer Moyaers heeft het woord.

Bert Moyaers (sp·a)

Mijnheer Wouters, we hebben inderdaad talenten, maar we moeten echt wel werken aan nieuwe talenten. Zo niet, lopen we het risico dat de talenten die we nu hebben, nog heel lang alleen de vaandeldraagsters zullen blijven.

Ik wil stoppen met de woorden van een van die vaandeldraagsters, Jolien D’hoore, die recent zei: “Bij ons koersen meisjes gewoon bij toeval omdat ze een vader of moeder hebben die toevallig aan wielrennen doet.” Zoals de heer Caron zei, worden jongeren in Groot-Brittannië bijvoorbeeld heel erg gescreend op wie wat kan. Op die manier gaat geen talent verloren. Misschien moeten we op die manier wat meer wielertalent ontdekken en begeleiden vanuit Vlaanderen.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik heb in de begrotingsbesprekingen nog een half miljoen euro uit de brand gesleept voor het SportKompas, zodat we meer screening kunnen doen van jongeren op jonge leeftijd. Ik ben er heel blij mee, maar we zullen dat tijdens de begrotingsbesprekingen zeker nog aan bod brengen. Ik ben fier op wat ik nog uit de begroting heb gehaald.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.