U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Vanuit de bekommernissen die wij hebben voor de rechten van de mens en voor de rechten van holebi’s, heb ik een vraag over het koninkrijk Marokko.

Het koninkrijk Marokko is een belangrijke partner van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Die verloopt via verschillende kanalen. Er is gouvernementele samenwerking, niet-gouvernementele samenwerking, multilaterale samenwerking en ondersteuning van de privésector.

Ook Vlaanderen is in deze regio actief op het vlak van handel, havens en mensenrechten. Recent bracht de Marokkaanse ambassadeur Mohamed Ameur nog een bezoek aan het Vlaams Parlement en werd hij ontvangen door de voorzitter ‘om zowel officiële als persoonlijke relaties aan te gaan om zo de voortreffelijke betrekkingen die tussen Vlaanderen en Marokko bestaan, voort te zetten en de bilaterale samenwerking te dynamiseren’.

Recent bracht Mustafa Ramid, de Marokkaanse minister voor Mensenrechten, deze samenwerking echter in diskrediet door ‘niet te veel aandacht te willen besteden’ aan homoseksualiteit, en door homo’s ‘afval’ te noemen. Dat zijn, wat ons betreft, bijzonder choquerende uitspraken. Hij zei dit toen hem werd gevraagd naar een nieuwe VN-richtlijn. Die wil dat zijn land een wet schrapt die in gevangenisstraffen voorziet voor seksuele relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. Het is overigens niet de eerste keer dat Ramid in opspraak komt. In 2015 nog stelde hij holebi’s botweg voor om ‘van geslacht te veranderen’ om niet meer met de wet overhoop te liggen.

Binnen de Marokkaanse regeringscoalitie heeft geen enkele partij het ontslag van de minister gevraagd. Intussen eisen wel ruim honderd mensenrechtenorganisaties een onderzoek naar zijn uitspraken. De Marokkaanse Vereniging voor de Mensenrechten heeft bij koning Mohammed VI aangedrongen om de grondwet na te leven. Die beschermt homoseksuelen tegen discriminatie. We kunnen dus zeggen dat die grondwet iets moderner is dan de wetgeving die pleit voor opsluiting.

Minister-president, in welke bewoordingen veroordeelt u de uitspraken van minister Mustafa Ramid over homo’s en homoseksualiteit? Op welke manier zult u uw ongenoegen en dat van heel Vlaanderen aan de Marokkaanse regering overmaken?

Welke impact hebben de uitspraken van minister Mustafa Ramid op het voortbestaan van de zogeheten ‘voortreffelijke betrekkingen tussen Vlaanderen en Marokko’? Kunnen dergelijke uitspraken gevolgen hebben voor de samenwerking tussen Vlaanderen en Marokko?

Zult u overleg plegen met uw federale collega’s van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking teneinde aan de Marokkaanse regering duidelijk te maken dat het respecteren van de mensenrechten ook voor holebi’s geldt en een belangrijke voorwaarde is voor economische partnerschapsakkoorden?

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Brusseel, u weet dat de eerbiediging van de mensenrechten voor de Vlaamse Regering heel belangrijk is. Dat staat zo in het regeerakkoord en in alle beleidsdocumenten. Vlaanderen is ook op het vlak van holebi- en transgenderbeleid een internationale voortrekker. Het beleid van minister Homans is erop gericht om gelijke kansen voor holebi’s en transgenders te bevorderen. Wij willen actief werken aan een holebi- en transgendervriendelijk klimaat, ook buiten de landsgrenzen.

Ik vind, net als u, de uitspraken van minister Ramid onaanvaardbaar. Dergelijke uitspraken dragen bij tot een klimaat van onverdraagzaamheid en geweld tegen holebi’s. Het is bijzonder zorgwekkend dat een minister, die nota bene bevoegd is voor de mensenrechten, dergelijke uitspraken doet.

Marokko werd dit jaar in september onderworpen aan de Universal Periodic Review door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. België is lid van de Mensenrechtenraad en Vlaanderen draagt uiteraard bij aan de Belgische standpuntbepaling via het intrafederale overlegplatform Multilaterale Coördinatie.

België heeft de Universal Periodic Review van Marokko aangegrepen om het belang van respect voor de rechten van holebi’s te benadrukken. Een van onze aanbevelingen was om seksuele relaties tussen personen van hetzelfde geslacht uit de strafwet te halen. Marokko heeft die aanbeveling niet aanvaard. We hebben dat uitdrukkelijk betreurd. Het is trouwens naar aanleiding van die aanbeveling dat minister Ramid zijn uitspraken heeft gedaan.

Marokko zal over enkele jaren opnieuw onderworpen worden aan een Universal Periodic Review.

Voorafgaand aan de Universal Periodic Review was er overleg tussen het federale niveau en de deelstaten. Wij nemen daar altijd aan deel. Naar aanleiding van die recente uitspraken zal er geen nieuw overleg plaatsvinden.

Op het vlak van de bilaterale betrekkingen is er alleen samenwerking inzake Cultuur. Er is een samenwerkingsakkoord tussen Vlaanderen en Marokko. Er is, zoals u weet, bij ons een omvangrijke Marokkaanse gemeenschap. Via het cultuurhuis Darna worden de wederzijdse culturele banden aangehaald.

Ik heb contact opgenomen met minister Gatz. Ook hij is van mening dat de uitspraken van minister Ramid niet tot gevolg zullen hebben dat we die culturele samenwerking ter discussie zullen stellen.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Minister-president, ik wil u alvast bedanken voor uw antwoord en voor uw stellingname ter zake. Het is inderdaad, zoals u zegt, een aanzetten tot onverdraagzaamheid en geweld. Dat is in grote delen van de mediterrane wereld ten aanzien van holebi’s nog altijd een zeer groot probleem.

Anders zijn, zich anders gedragen of anders denken dan de norm, is in veel Noord-Afrikaanse landen en in het Midden-Oosten een risico.

Ik heb deze zomer de gelegenheid gehad om te spreken met mensen uit deze landen die óf opkomen voor mensenrechten in de brede zin óf voor holebirechten óf voor atheïsten. Ze gaven allemaal te kennen dat ze op bepaalde momenten compleet vogelvrij zijn. Als de wetgeving al niet tegen hen is, dan voelen ze zich zeker niet beschermd door de wet of worden ze door de overheid letterlijk aan hun lot overgelaten.

Dat is wel degelijk een probleem dat we moeten blijven op tafel leggen bij elke gelegenheid en bij elk gesprek. Minister-president, ik vraag u dan ook om bij elke gelegenheid die u krijgt, daar voorzichtig op terug te komen en om te vragen dat er iets verandert, misschien moet er niet meteen een wet worden geschrapt, maar het onderwerp moet telkens weer op tafel komen. Men mag het niet zomaar ergens parkeren en het beschouwen als gepasseerd.

De bewoordingen van de minister van Mensenrechten zijn schandelijk. Dat is te zot voor woorden.

Ik begrijp dat men niet meteen de culturele samenwerking stopzet, dat is waarschijnlijk een van de meest progressieve sectoren die er zijn in Marokko. Maar ook daar verwacht ik eigenlijk dat er stelling wordt ingenomen door beide partijen in die samenwerking. Zij zouden, zoals heel vaak, het meest gealarmeerd moeten zijn. De culturele wereld is vaak de kanarie in de kolenmijn. Ik hoop dat ze die rol willen spelen en dat ze daarvoor op uw steun en die van minister Gatz mogen rekenen. Het is erg belangrijk dat er niet alleen vanuit politieke hoek een reactie komt, maar zeker ook vanuit culturele hoek. Daar zijn de geesten immers meestal het meest vrijgevochten; daar komt men vaak op voor mensenrechten, en niet het minst voor de holebi's – dat hebben wij hier in ons land ook gezien.

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan (sp·a)

Mevrouw Brusseel, bedankt om dit op onze agenda te zetten. Het siert u dat u daar telkens op terugkomt. Minister-president, bedankt voor uw antwoord. Het gaat niet alleen om holebirechten, het gaat ook om rechten van andere minderheden, het gaat ook om andersdenkenden, om de vrijheid om iets te geloven of iets niet te geloven. Het gaat ook om het recht op een eerlijk proces.

Vorige week was ik ziek en ik heb de plenaire vergadering gevolgd op het scherm. Toen ging het hier over onze Iraanse professor aan de VUB die in Iran de doodstraf boven het hoofd hangt. Enkele weken of een maand geleden hadden we het hier over de Rohingyaminderheid in Myanmar. Wat de Rohingya meemaken, hebt u mee veroordeeld als etnische zuivering. We wachten op Europa om te zien welke stappen we verder kunnen zetten.

Ik zit deze legislatuur voor het eerst in de commissie Buitenlands Beleid. We hebben het vaak over mensenrechten. Ik zeg altijd dat het allemaal goed op papier staat, maar het is de vraag wat we daarmee doen. Als we echt willen opkomen voor mensenrechten, sociale rechten, bepaalde grondrechten, dan moeten we dat, mevrouw Brusseel, niet alleen voorzichtig in de rand van bepaalde gesprekken aanhalen. Ik vind dat we daar heel openlijk moeten voor uitkomen als dat onze waarden en normen zijn. We mogen dat in onze internationale culturele, economische, strategische, vriendschappelijke contacten op tafel leggen.

U vraagt: wat doen we met onze mensenrechten, met ons geloof in die grondrechten, wat doen we met onze internationale contacten? Minister-president, inzake de Rohingya ging het niet alleen over bepaalde bewoordingen die verwerpelijk zijn, daar ging het effectief over uitmoorden en etnische zuivering. En nu hebben we ook die professor die de doodstraf boven het hoofd hangt.

FIT plande een bezoek aan Myanmar, binnenkort. U zou nagaan wat we daarmee gaan doen. Hoe staat het daarmee? Wat doen we met de handelsmissie naar Myanmar door FIT terwijl daar duizenden mensen worden uitgemoord en 700.000 ontheemd zijn? En dat is zachtjes uitgedrukt. Wat doen we met de relaties met Iran als er een docent de doodstraf boven het hoofd hangt zonder een eerlijk proces en zonder te weten wat de toekomst gaat brengen? Kortom, wat doen we met onze mensenrechten en onze internationale contacten?

Rik Daems (Open Vld)

Ik wil een opmerking maken die lijn houdt met onze werkzaamheden, namelijk, minister-president, dat de intentie bestaat dat we over de partijgrenzen heen een soort mensenrechtenplatformvisie van het Vlaams Parlement opstellen waar een aantal van de vragen die we hier hebben, die mevrouw Turan ook stelt, zouden kunnen worden beantwoord. Dat wil niet zeggen dat we het over alles eens zijn op dit ogenblik. Het lijkt me wel interessant, het is een oefening die we afgesproken hebben. Of dat tot een goed einde kan komen, weten we nu niet. Op dat platform zouden we kunnen duidelijk maken op welke wijze Vlaanderen naar de mensenrechten kijkt en welke gevolgen we daar desgevallend aan koppelen inzake het beleid en de acties van het Vlaams Parlement zelf. De basis wordt uiteraard gevormd door mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie. De praktische gevolgen kunnen dan worden besproken. Mevrouw Turan haalt het ook aan.

Ik geef maar één voorbeeld. We zouden kunnen beslissen dat in een bepaalde context een FIT-missie niet kan doorgaan. Maar we zouden net zo goed kunnen beslissen dat in bepaalde omstandigheden een FIT-missie vergezeld moet gaan van een diplomatieke component. Dat is een andere aanpak, die zou misschien even interessant kunnen zijn.

Ik spreek me niet uit over de inhoud ervan, maar ik wil toch even meegeven dat het de intentie van deze commissie is om daaraan te werken. Nogmaals, of het tot een resultaat leidt, weet ik niet, maar ik vind het wel belangrijk dat, als het zou lukken, er voor eens en voor altijd een soort gedragen platform is dat u mee kunt nemen – wat u meteen ook de ondersteuning van de wetgevende branche geeft – en ook voor eens en voor altijd die relatief weinig efficiënte discussies over bepaalde topics uit de wereld worden geholpen. Er zullen nog altijd punten zijn waarover we van mening verschillen, maar het zou wel interessant zijn om er, voor zover dat kan, een lijn in te trekken.

Ik wil dit gewoon even meegeven ter informatie. Trouwens – en iedereen was het er ook over eens –, Wouter Vanbesien zou hiervoor voorbereidend werk doen. Hij is hier nu niet, maar ik hoop dat hij dat zal doen. Hij had zich kandidaat gesteld om daaraan te werken. Dat is dan ook wat respect voor de oppositie om vooral aan te geven dat dit een zaak is die geen scheiding behoeft tussen meerderheid en oppositie. Dit is een algemene aangelegenheid waar we allemaal achter moeten staan.

Minister-president Geert Bourgeois

Om met uw laatste suggestie te beginnen: ik wil er toch op wijzen dat wij het rapport hebben over het Vlaamse mensenrechtenbeleid met een terugblik op 2012-2016 en een vooruitblik op 2017-2020. Het is een zeer lijvig document dat de regering op mijn voorstel in januari 2017 heeft aangenomen. Dat document is er dus. Dat is ook wat ik in het begin van mijn antwoord aan collega Brusseel heb gezegd, namelijk dat dit een lijn is doorheen het beleid vanaf het regeerakkoord door alle beleidsdocumenten heen, wat onze beleidsdomeinen betreft, maar ook in onze internationale contacten waar wij altijd bij uitstek de multilaterale hefboom hanteren.

Wat Marokko betreft, is het de VN-mensenrechtenraad die het rapport heeft gemaakt. We hebben eerst intrafederaal en vervolgens via België onze rol gespeeld. Dit heeft geleid tot de negatieve vermelding in het rapport, wat vervolgens is verworpen door de Marokkaanse minister. Dat is de hefboom die we ook moeten blijven gebruiken.

Ik ben het met u eens, mevrouw Brusseel, dat cultuur bij uitstek in die landen een middel is om een hefboom te creëren. We hebben dat debat hier al herhaaldelijk gevoerd, maar ten aanzien van die collega's die zeggen dat we elke relatie, elk contact moeten verbreken, zeg ik dat dit fout is. Net door die contacten, ook door handelscontacten, bereik je mensen en vaak jonge mensen, vaak jonge vrouwen die daar een emancipatorische rol in spelen. Onze vertegenwoordiger van Flanders Investment & Trade is een jonge Iraanse vrouw die uitstekend werk doet, wat ook een signaal is in de Iraanse samenleving.

Waar we kunnen, moeten we dit altijd aankaarten. U weet – en ik heb daarop geantwoord – dat ik, wat Djalali betreft, gedaan heb wat ik kan doen binnen onze bescheiden middelen. De ambassadeur heeft beloofd om terug te koppelen. Ik moet dat dan op een verstandige en genuanceerde manier gaan doen en natuurlijk niet met de twee voeten vooruit, zeker in zo'n geval waar het gaat over het meest essentiële mensenrecht, het recht op leven. Iemand is tot de doodstraf veroordeeld en de doodstraf hangt boven het hoofd van de gastprofessor aan de VUB. Ik kan u zeggen dat ook de VUB heel tevreden is over de manier waarop ik dit dossier aanpak. We pakken het dus inderdaad aan, ook in ministeriële en multilaterale contacten waar dat kan.

U hebt het over Myanmar. Myanmar was een zuiver economische missie, zelfs zonder enige minister bij. Het waren puur bedrijven onder elkaar. De meeste economische missies die FIT organiseert, betreft missies met bedrijven zonder meer, dus zonder begeleiding van een minister. Er zijn in totaal zo’n dertig missies per jaar – ik zeg dat uit het hoofd, en uiteraard niet altijd onder begeleiding van een minister.

Dit zijn dus de hele grote lijnen. We hebben het rapport over de mensenrechten in het Vlaams beleid al gemaakt. Uiteraard staat het het parlement vrij om zelf een oefening te maken. Wie ben ik om dat te betwisten? Voorzitter, ik wil er toch op wijzen dat wij ons huiswerk al hebben gemaakt.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel (Open Vld)

Ik denk dat we onze steun moeten blijven verlenen aan de mensen in de culturele sector omdat ze als hefboom kunnen fungeren voor meer verdraagzaamheid.

Wat de opmerkingen van mevrouw Turan betreft, ik neem ze mee en ik zal dat eens opnemen met minister Gatz om na te gaan hoe we misschien nog iets meer kunnen betekenen.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.