U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Voorzitter, dit is een vraag die de minister-president waarschijnlijk niet had zien aankomen, over de Open Monumentendag. Dit jaar was die op 10 september, intussen al een paar weken geleden. Het was de 29e Open Monumentendag. Het is het jaarlijkse hoogfeest van ons onroerend erfgoed. Er waren 400.000 bezoekers, dus ook dit jaar was het een succes, echt een publiekstrekker. Dit jaar viel die Open Monumentendag ook voor de eerste keer samen met de Dag van de Architectuur.

Minister-president, hoe evalueert u de voorbije Open Monumentendag en Dag van de Architectuur? Heeft die combinatie volgens u een nieuwe dynamiek teweeggebracht op het vlak van de programmatie en de publieksopkomst? Is het haalbaar om de Open Monumentendag voortaan elk jaar aan de Dag van de Architectuur te koppelen? Zou dat volgens u een meerwaarde bieden?

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Op 10 september jongstleden heeft inderdaad de 29e editie van de Open Monumentendag plaatsgevonden. Heel wat plaatsen in Vlaanderen openden hun deuren. Voor het eerst viel dit evenement samen met de Dag van de Architectuur, wat ten zeerste kan worden toegejuicht: een mooie keuze om het samengaan van oud en nieuw op deze dag in de kijker te plaatsen. Zo’n 400.000 mensen zouden hebben deelgenomen aan de Open Monumentendag, ongeveer hetzelfde aantal als vorig jaar. Zij konden in 232 steden en gemeenten ongeveer 600 archeologische sites, landschappen en monumenten bezoeken. Even ter vergelijking: ook in Nederland vierde men in hetzelfde weekend Open Monumentendag. Daar zijn op 2 dagen 950.000 mensen op afgekomen. Hun thema was ‘Boeren, burgers en buitenlui’. In Wallonië namen 300.000 mensen deel aan hun versie van de Open Monumentendag.

– Güler Turan treedt als voorzitter op.

In Brugge koos men voor een centraal thema, met name de Brugse Academie, die haar driehonderdste verjaardag vierde. Twintig historische gebouwen openden voor deze gelegenheid speciaal de deuren. Voor deze beperkte rondleidingen in kleine groepen diende men echter op voorhand reeds een reservatie te maken. Opvallend was echter dat daardoor minder monumenten vrij en toegankelijk bleken te zijn voor het grote publiek. Het resultaat was dat de rondleiding al heel snel was volgeboekt. Mensen blijken nog altijd benieuwd om even achter de schermen te kijken op plaatsen waar ze anders niet binnen mogen. De vraag is of we niet terug naar de bron moeten. Waarom focussen we niet opnieuw op de initiële doelstelling, namelijk zo veel mogelijk monumenten openstellen voor zo veel mogelijk mensen, om zo ons erfgoed toegankelijk te maken voor het grote publiek?

Minister-president, op welke manier evalueert u de 29e editie van de Open Monumentendag en het samenvallen van deze dag met de Dag van de Architectuur – een samenvallen dat ik toejuich, voor alle duidelijkheid? Welke trend merkt men bij het aantal deelnemende lokale besturen pakweg de jongste vijf jaar? In welke mate leveren intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten een belangrijke bijdrage in dezen? Hoe evalueert Herita de wisselwerking met al die actoren? Kunnen vrijwilligers en eigenaars van onroerend erfgoed ook een evaluatie doorgeven van deze Open Monumentendag, en hoe wordt de feedback daarvoor verkregen? Hoeveel steden en gemeenten kozen er dit jaar voor om met een centraal thema uit te pakken? Voor hoeveel rondleidingen en activiteiten diende men op de 29e editie van Open Monumentendag te reserveren, zoals in Brugge, zoals ik eerder besprak? Beperkt dat het open karakter van dit evenement niet in grote mate? Wat is uw standpunt hieromtrent? Op welke manier bezorgt Herita feedback aan u over deze editie van de Open Monumentendag? Heeft Herita tijdens deze editie nieuwe thema’s of trends zien ontstaan die interessant kunnen zijn om het draagvlak inzake onroerend erfgoed te verbreden?

We hebben vorige week een bijzonder interessante tweedaagse gehad in Engeland. Daar ging het zowel over kerken – maar daarover zullen we het op een ander moment wel hebben – als over de manier waarop men binnen de National Trust omgaat met onroerend erfgoed. Voor alle duidelijkheid: de National Trust is geen overheidsinstelling. Minister-president, ik moet u eerlijk zeggen dat het een bijzonder interessante ontmoeting was die we daar hebben gehad. Ik raad u ten zeerste aan om daar zeker eens langs te gaan, als dat voor u mogelijk zou zijn, als u daar eens bent met uw echtgenote of voor een andere missie van veeleer professionele aard. Het zou een bijzonder meerwaarde kunnen betekenen, ook voor de commissie, voor u en voor de administratie, om die mensen uit te nodigen in ons midden, als ze eens in de buurt van ons Brussel zouden zijn, om verder van gedachten te wisselen.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer De Gucht, wat dat laatste betreft: ik ben destijds in Sissinghurst geweest om Herita op te richten, zoals u weet. Ik ben lid van de National Trust, dus ik ben tamelijk bekend met de National Trust. Ik ben ook bij de National Trust for Scotland geweest enzovoort. Daar hebben we trouwens de mosterd gehaald om die ene Herita op te richten, en ik zeg in ongeveer elke toespraak bij Herita dat ze de ambitie moeten hebben om een klein beetje in de sporen van de National Trust te treden.

Wat de vraag zelf betreft: ik stel vast, en ben daar blij om, dat er vanuit de wereld van de architectuur de jongste tijd steeds meer interesse is voor onroerend erfgoed. We zien dat op diverse vlakken. We zien dat met het hersbestemmingsbeleid, waarbij je heel vaak allerlei ingrepen moet doen waar architectuur bij te pas komt, bijvoorbeeld voor het toegankelijk maken. Soms is er een combinatie van nieuwbouw met wat al bestaat.

De meesterproef die we organiseren met de Bouwmeester is voor jonge architecten ook een thema. Het kan trouwens op veel belangstelling rekenen vanwege de architecten.

We hebben vorige vrijdagavond in de Roma de Onroerenderfgoedprijs uitgereikt. Bij de 41 inzendingen die er waren, waarvan veel van die gebouwen niet beschermd zijn, maar vaak alleen maar op de inventaris staan, of zelfs dat niet, zag je dat er vanwege architecten heel veel belangstelling is om daar een toegevoegde waarde te kunnen creëren. We hebben kunnen vaststellen – nietwaar, collega Van Werde? – dat er pareltjes bij waren, met heel mooie architecturale aanpassingen en/of ingrepen.

Dat samengaan, collega’s, is een goede zaak. Het versterkt het maatschappelijke draagvlak bij het grote publiek. Ik vind dat samenvallen een goede zaak. Ik evalueer dat positief. Er wordt communicatie uitgewisseld. Het geeft extra zichtbaarheid aan de beide evenementen. Er is ook inhoudelijk samengewerkt, vooral met betrekking tot het thema van architectuur en herbestemming.

‘Een nieuwe dynamiek’ is misschien wat te sterk uitgedrukt, mevrouw Van Werde, maar het is in ieder geval zo dat het samenvallen van die beide evenementen in de verf werd gezet door het uitwerken van een gezamenlijk programma. Er waren 22 plaatsen waar erfgoed en hedendaagse architectuur elkaar versterken, die deel uitmaakten van het programma. Het was een mooie aanvulling op het reguliere Open Monumentendag-programma.

Het initiatief stelde verscheidene gebouwen open die anders niet toegankelijk zijn voor het publiek. Dat was dus een extra stimulans tot openstelling voor de beheerders en eigenaars van deze panden. Ook communicatief en promotioneel creëerde men op die manier meer zichtbaarheid.

Iets meer dan 4000 bezoekers bezochten die 22 locaties in het kader van de Dag van de Architectuur. Dé publiekstrekker was hier het Woonzorgcentrum Clarenhof te Hasselt, met 628 bezoekers.

Zowel bij Herita als bij het Vlaams Architectuurinstituut bestaat de intentie om, als het kan, structureel verder samen te werken. Er is nog geen duidelijkheid over de frequentie omdat er nog geen duidelijkheid is over de frequentie waarmee de Dag van de Architectuur zal worden georganiseerd door het Vlaams Architectuurinstituut. Of er jaarlijks een koppeling mogelijk zal zijn, hangt een beetje af van het Vlaams Architectuurinstituut. Bovendien vind ik het ook belangrijk dat er andere koppelingen worden gemaakt, zoals dat vandaag het geval was, zoals dat dit jaar het geval was, bijvoorbeeld met natuurlijk erfgoed. Er zijn meerdere horizontale verbanden die interessant zijn en sensibiliserend werken.

Mijnheer De Gucht, wat de lokale besturen betreft, was er in 2017 een stijging van het aantal gemeenten: 232 ten opzichte van 190 gemeenten in het vorige jaar. In totaal waren er 367 lokale organisatoren, dat is 80 meer dan vorig jaar.

Ook intergemeentelijke onroerenderfgoeddiensten (IOED’s) nemen in een aantal gevallen de coördinatie van Open Monumentendag op zich.

Sinds 2015 is er geen centraal thema meer. Herita legt geen centraal thema meer op, maar schuift wel enkele categorieën naar voren waarin de lokale programma’s kunnen passen. Voor 2017 waren dat ‘voor families’, ‘herbestemming en restauratie’ en ‘uitzonderlijk open’.

De Europese koepel European Heritage Days stelt sinds kort wel een centraal jaarthema voor. Dit jaar was dat ‘Erfgoed en natuur’. Herita heeft daaraan extra aandacht besteed, tijdens infosessies en in nieuwsbrieven. Dit jaar waren er 230 openstellingen en activiteiten in het kader van dat Europese thema.

Brugge, met 300 jaar Brugse academie, en nog vier andere steden en gemeenten kozen voor een eigen thema.  De provincie Limburg nam het initiatief om in elke gemeente minstens één monument in de kijker te zetten, met als centraal thema ‘Dit zien wij. 44 lenzen, beelden, verhalen.’ Dat sloot aan bij de tentoonstelling van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium over Duitse glasnegatieven uit 1914-1918. Die 44 Limburgse gemeenten selecteerden een beeld van hun bouwkundig erfgoed ten tijde van WO I, en brachten het in confrontatie met de huidige situatie, waardoor het mogelijk was om de evolutie van dat erfgoed te tonen in die periode van 100 jaar.

Voor 193 van de 1025 activiteiten – 19 procent – moest je vooraf reserveren. Het ging daarbij vooral om begeleide rondleidingen of gegidste wandelingen. Dat betekent dat iets meer dan 80 procent niet op reservatie was, waardoor het open karakter van het evenement absoluut niet in gevaar is.

Het is duidelijk dat vooral in de stedelijke context de vraag bestaat om een reservatie te moeten doen voor een bezoek aan bepaalde monumenten. Dit laat de organisatoren toe om die bezoekersstromen te regelen wegens plaatsgebrek of om veiligheidsredenen, om het overzicht te kunnen behouden. Collega’s, private eigenaars kunnen ook gemakkelijker worden overtuigd om deel te nemen, als ze kunnen zeggen: ‘Het is een beetje geregeld. Het is op schema. Er zal geen toeloop zijn die onoverzichtelijk wordt of niet meer beheersbaar is.’ Vaak zijn die mensen natuurlijk bekommerd voor eventuele beschadigingen enzovoort. Dat is ook te begrijpen. Er is ook rekening te houden met de draagkracht van een aantal monumenten. Het is natuurlijk helemaal anders als je een grote kerk binnengaat dan wel een privéwoning, waar je niet met tientallen tegelijk kunt binnengaan.

Daarnaast waren er dit jaar een groot aantal wandelingen door natuurgebieden. Om begrijpelijke redenen hebben die onder begeleiding plaats en gebeurt dat in afstemming met de gids.

Tijdens Open Monumentendag zelf en bij de voorbereiding zijn er intense contacten met Herita, zodat wij vooraf op de hoogte zijn van de aanpak, maar in de loop van de dag ook een zicht krijgen op het aantal bezoekers enzovoort. Ik ontvang ook jaarlijks een evaluatieverslag van Open Monumentendag van Herita. Dat wordt in principe pas eind maart 2018 goedgekeurd bij het jaarverslag 2017. Ik zal vragen aan Herita om het iets vroeger te bezorgen omdat eind maart eigenlijk vrij laat is om eventueel ook vooruit te blikken naar de nieuwe dag. Herita moet natuurlijk klaar zijn met het opmaken van het volledige verslag. 

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik was vorige maand op 8 september, net voor Open Monumentendag, op een heel interessante studiedag in deSingel in Antwerpen, over erfgoed en herbestemming. Er waren heel veel prominente sprekers. Ze gaven heel mooie voorbeelden van hoe wij in Vlaanderen en Nederland met ons erfgoed omgaan. Er waren architecten, kunsthistorici, erfgoedzorgers.

Die studiedag was ook gekoppeld aan de Meesterproef, want het ging over erfgoed en architectuur. Er waren twee dingen die mij opvielen. Er werd heel veel nadruk gelegd op het verhaal achter die stenen, dus identiteit en cultuur. Ik heb een paar maanden geleden al gevraagd om meer aandacht te hebben voor de combinatie van roerend en onroerend erfgoed. Iedereen was het er ook over eens – of dat bleek toch zo – dat herbestemming echt het zoeken is naar een nieuwe invulling in een hedendaagse context – u bent het daar ook mee eens – met een nieuwe identiteit en met respect voor oude waarden. Erfgoedzorg gaat niet alleen over het verleden, ook over het heden en de toekomst. We moeten dan ook durven om nieuwe functies en nieuwe constructies toe te voegen aan ons erfgoed.

Ik wil ook even terugkomen op het betalend aanbod op Open Monumentendag. Vorig jaar heeft Herita voor de eerste keer uitgepakt met een betalend exclusief programma. Het was een beslissing van Herita zelf. Op de schriftelijke vraag van de heer De Gucht hebt u toen gezegd dat Herita dat initiatief grondig zou evalueren op basis van de respons van partners en deelnemende leden, de prijszetting, de bezetting en de ervaring. U stelde toen dat het zeker niet de bedoeling was of mag zijn om Open Monumentendag volledig betalend te maken.

Minister, wat was het resultaat van die evaluatie? Wie was betrokken bij de evaluatie? Wat zijn de verdere plannen van Herita in verband met het betalend aanbod op Open Monumentendag, zeker in het licht van het Europees Erfgoedjaar in 2018?

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Collega's, ik heb niet onmiddellijk een probleem met het feit dat er inderdaad een betalend aanbod is. We moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat het open karakter van Open Monumentendag bewaard blijft en dat er daarnaast voor wordt gezorgd dat er ook sites bij kunnen komen. Ik vroeg mij af op welke manier Herita op zoek gaat naar extra deelnemers om hun privédomein open te stellen voor bezoekers. Heeft Herita hier een actieve rol in? U zegt dat er geen thema meer is, maar het zou perfect kunnen dat een centrumstad een bepaald jaar rond een bepaald thema wil werken. Wordt er dan samen met Herita nagegaan welke monumenten in aanmerking zouden komen binnen de regio? Gaat men dan actief mee op zoek of is Herita minder aanwezig bij zulke stappen? 

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik sluit me aan bij de bekommernissen van de collega's, en trouwens ook bij het antwoord van de minister-president.

Herita is intern bezig met een transitie, zoals we allemaal weten. Open Monumentendag is het belangrijkste publieke evenement – het grootste in ieder geval – dat Herita jaarlijks organiseert. Het is buitengewoon belangrijk. Ik stel mij wat terughoudend op omdat ik vind dat Herita zelf het huiswerk moet maken en zijn eigen lijnen moet uitzetten.

Ik kan me aansluiten bij de opmerking dat die ene dag en de concentratie van activiteiten, niet alleen in Vlaanderen maar ook in Europa, net een sterk punt is.

Minister-president, een andere bekommernis van u is om een sterk draagvlak voor het onroerend erfgoed te maken om die doelstelling te blijven bereiken.

Ik heb er ook niets tegen dat sommige dingen betalend zijn. Het kan soms niet anders, maar het open karakter moet in ieder geval worden bewaard. Dat is buitengewoon belangrijk.

Ik ben ook terughoudend rond de thematische aanpak. Ik merk op dat de Europese koepel wel een thematische aanpak heeft. Je zou kunnen zeggen dat je van stad tot streek mag variëren. Dat zou best een optie kunnen zijn. Ik vind wel dat er een koers moet worden uitgezet. Geen koers leidt tot schieten in het wild en zal de kracht van de dag, naar mijn bescheiden mening, verzwakken. Een thema kan heel veel facetten bevatten.

Ik wil nog een pleidooi houden om in de toekomst sterk met lokale actoren samen te werken. De opmerking die collega De Gucht maakt over Gent, geldt voor elke gemeente en stad in Vlaanderen. Een goede Open Monumentendag is er een die ook door lokale mensen wordt gedragen, waar lokale mensen suggesties doen, niet in een een-op-eenrelatie tussen een burger en Herita, maar bij voorkeur via een cultuurdienst, een lokale werkgroep, een beschermde werking, een erfgoedvereniging. De samenwerking met lokale mensen is buitengewoon belangrijk om het draagvlak te versterken en om het aantal bezoekers op het hoge niveau te houden dat er vandaag is. 

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik stel voor dat we de evaluatie van de betalingen in het geheel laten opnemen. Er zijn pro’s en contra’s, maar bepaalde gebouwen zouden zonder betalingen niet worden opengesteld.

Mevrouw Van Werde, ik heb de meesterproef al vermeld. Dat is een goede zaak. Uit de meer dan veertig inzendingen zijn er zes geselecteerd. Zij komen in aanmerking voor een voorafname bij de toekenning van de premies. Dit is een zeer goed initiatief. Samen met de Vlaamse Bouwmeester organiseren we een meesterproef voor jonge architecten. Dit wekt interesse op voor de restauratie en voor het actueel en bruikbaar maken van erfgoed.

Mijnheer De Gucht, wat de deelnemers betreft, is er een eigen netwerk voor de open monumenten. Indien ik me niet vergis, telt dit netwerk een tweehonderdtal leden meer. Het is een van hun taken dit uit te breiden tot een groter netwerk van mensen, instellingen en organisaties die bereid zijn hun erfgoed open te stellen. Ze werken natuurlijk samen met alle gemeenten. De gemeenten zijn niet verplicht, maar we zien toch dat een zeer groot aantal gemeenten hier elk jaar aan meewerkt.

Mijnheer Caron, ik weet niet meteen of het uw vraag of bedoeling is een thema uit te werken. (Opmerkingen van Bart Caron)

We werken nu het addendum bij de beheersovereenkomst uit. We moeten die transitie haar gang laten gaan. Ik bedoel dat we voldoende tijd moeten geven om dit te realiseren. Volgens mij moeten we niet verder gaan. Indien we richtinggevend werken, zouden we ook veel erfgoed uitsluiten. Indien we met een centraal thema werken, zouden een aantal steden en gemeenten die nu nog graag meewerken nauwelijks nog erfgoed hebben dat hiervoor in aanmerking komt. Dat is mijn aanvoelen.

Het gaat om 400.000 bezoekers en zeer veel lokale initiatieven. Dit aantal stijgt. Er mag diversiteit in zitten. Er zijn trouwens mensen die zich van de ene gemeente naar de andere gemeente verplaatsen omdat ze daar iets specifieks willen zien dat in hun stad of gemeente buiten de scope valt.

Ik zal erop aandringen dat we de evaluatie iets vroeger kunnen ontvangen dan nu is gepland. Eind maart wordt snel begin april. Op dat ogenblik zitten we al dicht bij de volgende editie.

De voorzitter

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Ik wil nog even opmerken dat er blijkbaar gelijklopende bezorgdheden zijn. Het open karakter moet behouden blijven. Ook de samenwerking met lokale mensen is belangrijk. De herbestemmingen bieden nieuwe kansen voor Open Monumentendag. Misschien kunnen nieuwe gebouwen in het aanbod van Open Monumentendag worden opgenomen.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister-president, ik wil, in het verlengde van wat mevrouw Van Werde heeft verklaard, even terugkomen op het eerste punt dat we hebben aangehaald, namelijk de architectuur en het onroerend erfgoed. U hebt hier in uw antwoord naar verwezen. Het contact tussen beide werelden is belangrijk. Het is aan ons als politiek systeem om dat in de toekomst mogelijk te maken. We moeten minder rigide kijken naar bepaalde vormen van onroerend erfgoed en naar de bescherming van gebouwen. Indien er met betrekking tot de samensmelting met hedendaagse architectuur een goed plan is, kan een gebouw een nieuwe bestemming krijgen. Dit kan een meerwaarde betekenen voor het private en het publieke goed.

De voorzitter

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.