U bent hier

Commissievergadering

dinsdag 19 september 2017, 10.15u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Joke Schauvliege
2797 (2016-2017)

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Dit is een opvolgingsvraag van mijn vroegere vraag om uitleg over de rentabiliteit in de vleesveehouderij. Onlangs verscheen in het magazine MO* een studie die de prijzen van vlees wereldwijd vergelijkt. Deze zogenaamde Meat Price Index berekende dat een Belg werkend aan een minimumloon 2,4 uren moet werken vooraleer hij 1 kilogram rundsvlees kan aankopen. Daarnaast werd becijferd dat een gemiddelde Belg 76,9 kilogram vlees per jaar consumeert.

De vleesveeproductie in België is zeer specifiek, met het Belgisch witblauw, dat vooral in ons land wordt geconsumeerd. De export van dit type rundvlees is gering en beperkt zich voornamelijk tot onze buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland. Daarenboven blijkt uit cijfers van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) dat de rundvleesconsumptie, het thuisverbruik, in ons land op acht jaar tijd met meer dan 20 procent is gedaald. Verder blijken vooral de jongere bevolkingsgroepen minder gevoelig voor de lokale afkomst van het vlees op hun bord.

Neem dit alles samen met de prijzen die sinds 2013 systematisch zijn gezakt, en dan hoef ik u niet te vertellen dat de rentabiliteit op de bedrijven ondermaats blijft. We zien dan ook dat heel wat veehouders ervoor kiezen om het aandeel vleesvee af te bouwen, zeker op gemengde bedrijven.

Om de situatie enigszins te verbeteren werd in de rundvleesketen hard ingezet op de promotie en erkenning van de kwaliteit van het Belgische rundvlees.  Zo werd in 2016 de Belbeef-campagne gelanceerd met als slogan ‘Gegarandeerd goed gesoigneerd’. Deze campagne focust op een gecontroleerde kwaliteit, op het welzijn van de dieren en op de lokale herkomst. De campagne had als voornaamste doelstelling een zekere visibiliteit van het Belbeef-label te creëren in de verkooppunten van de retailers. Verder wordt er hard gezocht naar nieuwe exportmogelijkheden voor het rundvlees.

Minister, de Belbeef-campagne kende een vlotte start met enkele mooie spotjes op tv en radio. Het bleek in de praktijk echter moeilijk te zijn om alle retailers achter dezelfde campagne te scharen omdat zij zich dan niet kunnen onderscheiden van de concurrentie. Hoe zal de campagne er in 2017 en 2018 uitzien? Lopen er onderhandelingen met de verschillende retailers over de verdere opvolging? Wordt er bekeken hoe we de jeugd, als zij rundvlees consumeren, weer warm kunnen maken voor lokaal geproduceerd, kwalitatief rundvlees? Kunnen er nog bijkomende acties en promoties verwacht worden in de nabije toekomst?

Verder konden we deze zomer ook vernemen dat uw Waalse collega, landbouwminister Collin, een ministerieel besluit heeft ondertekend voor de erkenning door de Europese Unie van het Belgisch witblauw als beschermde geografische aanduiding. Het dossier, dat ook door Vlaanderen en Brussel mee wordt gedragen,  moet worden voorgelegd aan de Europese instellingen. Kunt u ons een stand van zaken geven hieromtrent?

Ten slotte stelde u in de commissievergadering van 16 december 2016 dat u er op Europees niveau voor zou pleiten om gepaste instrumenten aan te reiken om de werking van producenten- en brancheorganisaties nog verder te versterken. Is het u al gelukt om dit binnen het Europese niveau aan te kaarten? Zijn er nog landen die dergelijke problematiek hebben aangebracht? Welke bijkomende stappen kunnen we verwachten?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer De Meyer, Belbeef is een privé-initiatief vanuit de rundveesector zelf en komt niet vanuit de overheid. Wij plannen natuurlijk heel wat acties. Ik zal ze even overlopen. Van 9 tot 15 oktober plannen we de Week van de Steak-Friet. Er komen radiospots en affiches bij retailers en lokale slagers en er worden ook proevertjes aangeboden. De VLAM-website zal diverse rundvleesrecepten aanbieden en de focus daarvan zal liggen op Belgisch wit-blauw rundvlees. Er is ook een foodtruck met rundvleesdegustaties die te vinden zal zijn in vier universiteiten en op de horeca-expo. Op die horeca-expo in november worden er naast foodtrucks bijkomende promoacties gehouden, zoals een workshop onder leiding van topchef Guy Van Cauteren. Tot slot, op een internationale competitie van hotelscholen sponsort VLAM het Belgisch wit-blauw en het kalfsvlees.

De vzw heeft een aanvraagdossier ingediend voor de Europese erkenning van Belgisch wit-blauw vlees om dat als een beschermde geografische aanduiding te bekijken. Samen met de Waalse en Brusselse collega's hebben we dit ook gevalideerd. Dat is een eerste stap om tot die eventuele erkenning te kunnen komen. De commissie is niet aan een termijn gebonden. We moeten dus afwachten wat dat verder zal geven.

Met betrekking tot het ketenbeleid lopen er een aantal initiatieven op het Europese niveau. De resultaten van de Agricultural Markets Task Force is rapporteur Cees Veerman hier in de commissie komen toelichten. Er zijn een aantal aanbevelingen op het vlak van markttransparantie, risicomanagement, oneerlijke handelspraktijken, mededinging en dergelijke meer. De bal ligt nu eigenlijk in het kamp van de Commissie, die dat moet meenemen in het nieuwe GLB 2020.

In het kader van de lopende onderhandelingen over de omnibusverordening werden al een aantal aspecten besproken. Die discussie zou dit najaar moeten worden afgerond. Tot 17 november loopt er ook een Europese publieke consultatie over voedselvoorzieningsketens. Het Europese besluitvormingsproces duurt lang, maar het is natuurlijk ook een zeer complexe materie die niet alleen raakvlakken heeft met landbouw, maar ook met internationaal handelsbeleid.

Het debat eindigt ook altijd met het dilemma of dezelfde vrijemarktregels voor landbouw- en voedingsproducten moeten gelden, omdat het natuurlijk gaat over de basisbehoefte voedsel die iedereen heeft. Net als de heer Veerman ben ik ervan overtuigd dat voor voedingsmiddelen bepaalde uitzonderingen te verantwoorden zijn, en dat er mechanismen nodig zijn om de marktwerking op voedsel te corrigeren.

Uit mijn persoonlijke contacten met Europees commissaris Hogan weet ik dat de kwetsbare positie van de primaire sector hem heel na aan het hart ligt. Ik ga er dan ook van uit dat dit een prominente, belangrijke rol zal blijven krijgen in de latere mededeling over een GLB-bijsturing na 2020.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, collega's, minister, vorige zondag hadden we allemaal de gelegenheid om in het kader van de Dag van de Landbouw enkele landbouwbedrijven te bezoeken in Vlaanderen, ook in onze eigen regio. Minister, ik heb u daar trouwens ontmoet op een van die heel interessante bedrijven. Ik heb ook een bedrijf bezocht dat is gespecialiseerd in vleeshouderij. In het gesprek dat ik daar had met de bedrijfsleider, heb ik de zorgen mogen ervaren die in de sector leven. Ik was dan ook tevreden dat ik enkele weken geleden deze vraag om uitleg had ingediend in deze commissie om toch nog eens bijzondere aandacht te vragen voor de zorgen en de problemen in de sector.

Minister, ik wil u bedanken voor uw uitgebreid antwoord, maar ik heb toch nog een bijkomende vraag. De beschermde geografische aanduiding van het wit-blauw loopt nu al een hele tijd. Hoe lang zal de procedure nog duren voor die erkenning er ooit zal komen? Sommige mensen in de sector hebben soms het gevoel dat dit een processie van Echternach is.

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

De veehouderij heeft het moeilijk. Voeding is niet alleen een bron van proteïnen en overlevingskansen, maar is ook psychologisch. De geschiedenis leert dat vlees iets is dat destijds was voorbehouden voor een bepaalde klasse van de bevolking. Op vrijdag was er vroeger een visdag. Er was ook de vastentijd waarin men geen vlees at. Vlees was veel meer dan een bron van proteïnen, het was ook een sociologisch fenomeen.

Door de toenemende welvaart in onze maatschappij is er een groter vleesverbruik. Dat stelt men vast in ontwikkelingslanden en ook in China. Achter het verbruik en de hoeveelheid van de consumptie van vlees zit meer dan alleen maar een bron van proteïnen.

Nu zien we dat modes lichtjes veranderen. Er is een daling van het vleesverbruik. Men stelt vragen bij de duizenden liters water die nodig zijn voor een kilo rundvlees en bij de effecten op de natuur en het klimaat. Zowel in Nederland als in Italië en België hebben we bedrijven bezocht waar men dat probleem probeert aan te pakken. Er is echter ook een belangrijk probleem dat moeilijk vatbaar is voor degenen die zich inlaten met de plaats van het vlees in de sociologie en de maatschappij. Dat is het psychologische aspect, meer dan alle inspanningen die men doet om vlees af te leveren met minder CO2.

Ik heb de indruk dat uw diensten eens zouden moeten nadenken, en misschien moet Europa dat ook doen, over de consumptie van vlees, en dat dit meer tussen de oren zit dan in de smaak of de maag. Dat is misschien een eigenaardige aanbeveling, maar ik raad u dat aan.

De heer Engelbosch heeft het woord.

Jelle Engelbosch (N-VA)

Ik heb een concrete vraag over de erkenning van het witblauw ras. Ik hoorde altijd een enerzijds-anderzijdsverhaal over dat ras. Ik ben geen dierenarts, dus ik weet het niet, maar ik vraag me af of de dierenwelzijnsaspecten worden meegenomen in de erkenning van dat ras. Ik vraag me af of we eerder fier dan wel beschaamd moeten zijn over dat ras. Als ik sommigen hoor, is dat ras zo veredeld, hebben de dieren zoveel spiermassa gekregen dat de organen kleiner zijn geworden en dat ze niet meer op een natuurlijke manier kunnen bevallen. Ik hoor heel vaak dat dit een voorbeeld is van hoe het niet moet.

Nogmaals, ik ben geen dierenarts, ik ken de waarheid niet, die zal misschien ergens in het midden liggen. Vooraleer we heel fier gaan zeggen: ‘Kijk, we gaan voor die erkenning puur om economische redenen’, moeten ook die aspecten worden bekeken. Of zijn die bekeken? Wat is er nu aan van de veredeling van dat ras? Wat zijn de gevolgen voor het dier op het vlak van welzijn?

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Ik denk dat we het er allemaal over eens zijn dat de sector het behoorlijk moeilijk heeft, niet alleen economisch maar ook ecologisch. De tegenwind die de vleesconsumptie krijgt, is enorm. Het is dan ook goed dat de heer De Meyer bepaalde zaken in perspectief probeert te plaatsen. Dat is een positief gegeven natuurlijk. Er wordt ook op allerhande zaken ingespeeld, op de gevoelens van de consument, op de gezondheid, en we hebben de Dagen Zonder Vlees die steeds meer aan belang winnen.

Minister, analoog met de G30 inzake de varkenshouderij is het misschien niet slecht – de heer De Meyer pleit voor extra initiatieven vanuit Europa – om samen met de federale collega te zoeken naar zo’n systeem. De G30 was een positief gegeven voor de sector. Er zijn heel wat concrete dingen uit voortgekomen. Zit er een mogelijkheid in om dat ook voor onze rundssector te organiseren?

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron (Groen)

Ik wil me aansluiten enerzijds bij de collega’s die hun bekommernis uiten voor het dierenwelzijn en anderzijds mensen die vinden dat labeling van binnenlandse producten onze markt kan versterken.

Ik zal met het eerste beginnen. In Zwitserland is de fok van witblauw verboden om de reden die de heer Engelbosch aangeeft. Dat is een behoorlijk scherpe maatregel. Het is natuurlijk geen EU-land, anders was het dossier bij de Europese Commissie meteen geblokkeerd. Het is een bekommernis.

Ik lees ook in hetzelfde kader dat er foktechnieken zouden bestaan om die dieren zodanig te laten evolueren dat de vleesproductie en de natuurlijke bevalling combineerbaar zijn. Ik vind wel degelijk, als we fier mogen of moeten zijn op een product van bij ons, dat we ook aan de dierenwelzijnsaspecten moeten beantwoorden. Dat vind ik eigenlijk een ‘minimal standard’.

Minister Schauvliege heeft het woord.

Wat de timing betreft van de procedure voor de erkenning en bescherming van die naam, kan ik u geen antwoord geven. Alles hangt een beetje af van eventuele bezwaren. Ik heb daar nu geen zicht op, maar er is geen timing waar de Commissie zich moet aanhouden. Ik kan daar niet op vooruitlopen. Ik weet het niet.

Onderzoek naar de psychologie en de smaak van vlees, dat gebeurt wel. Er wordt onderzocht hoe men de smaak nog kan verbeteren, maar ook het imago. VLAM is daar sterk mee bezig.

Wat de dierenwelzijnsaspecten betreft, is er een lastenboek dat moet worden gevolgd. In de beoordeling van het dossier op zich ga ik ervan uit dat de Europese Commissie wel alle aspecten meeneemt, maar ik heb er op dit moment geen zicht op, mijnheer Engelbosch, of dat nu heel specifiek daarop gericht is. Dat zou ik eens moeten navragen, dat heb ik nu hier niet direct bij mij.

De sector zelf heeft het inderdaad moeilijk. We hebben al een soort G30, maar het is minder groot omdat de sector minder groot is. We hebben daar vaak overleg en we zijn ook wel bezig met een aantal actieplannen om dat ook te verbeteren. Een van de zaken, en we zien dat dat ook begint te lukken, is meer differentiatie. Als iedereen hetzelfde witblauwe vlees gaat kweken, wordt men meer kwetsbaar.

Ik heb op de ‘Dag van de Landbouw’ vastgesteld dat een aantal bedrijven begint in te zetten op andere rassen en soorten vlees. Dat is dus al begonnen op het terrein. Dat zijn aspecten die de sector leefbaar kunnen houden.

Vandaag wordt de nieuwe voedseldriehoek gelanceerd, een bevoegdheid van minister Vandeurzen. Wat daar ook in staat – en dat weten we allemaal – is dat we eigenlijk te veel vlees eten. Ik denk dat het voor ons een troef kan zijn als regio om te zeggen: we moeten minder vlees eten, maar kwaliteitsvoller; en eet vlees van bij ons dat op een kwaliteitsvolle manier gekweekt is. Daar zit volgens mij een grote troef waar we kunnen op inspelen vanuit Vlaanderen.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voor alle duidelijkheid, mijn tussenkomst is geen pleidooi om meer vlees te eten, maar ik ben het met de minister eens: kwaliteitsvol vlees in beperkte mate in het voedingspatroon is voor mij evident. Sommigen hebben daar een andere mening over, ik heb daar natuurlijk alle respect voor.

Mijn bezorgdheid is wel dat we inzetten op de consumptie van lokaal rundsvlees. Als ik zeg ‘lokaal rundsvlees’, dan is dat uiteraard ruimer dan het belangrijke witblauw ras in ons land. Daarnaast zijn er nog andere rassen.

Collega’s, ik wil er toch even aan herinneren dat, als we inlandse producten consumeren, als we inlands vlees gebruiken, de ecologische voetafdruk veel lager is dan als we bijvoorbeeld vlees uit Argentinië moeten invoeren en hier consumeren. Ik wou dat toch even meegeven als aanvulling.

Minister, we kijken verder uit naar de inspanningen die u zult doen, met de inspanningen die u al hebt gedaan, voor een sector die het vandaag in Vlaanderen moeilijk heeft. Dank u.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.