U bent hier

Collega’s, de aanleiding hiervoor was een opiniestuk in een krant van iemand van FARO, het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed. Die persoon kon hier echter zelf niet zijn. De heer Allegaert, de voorzitter van het museumoverleg, zal die taak op zich nemen.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Voorzitter, minister, cultuur is een van de kernopdrachten van de VRT en staat dan ook centraal in de strategische doelstellingen van de beheersovereenkomst. Ik weet niet of het zin heeft om die strategische doelstellingen in dit kader te herhalen. Ik denk dat iedereen ze ongeveer uit het hoofd kent. Desondanks wordt echter vaak gemord over het cultuuraanbod van de VRT, onder andere in recente opiniestukken en artikels. In De Morgen was er een stuk getiteld ‘Op zondag lust ik wel iets anders dan hapklare sandwiches met actua’ en in De Standaard het opiniestuk waarnaar de voorzitter heeft verwezen.

Vertegenwoordigers uit het brede culturele veld roepen de VRT daarom op om intensiever te gaan samenwerken, en zo van “The Arts Club meer een échte Culture Club” te maken. Men haalt in dat verband het voorbeeld aan van de Britse openbare omroep BBC, die een sterke traditie heeft van het afsluiten van ‘memorandi of understanding’ met actoren uit het culturele veld, zoals de British Library, de British Film Council, en Arts Council England.

Minister, daarom had ik graag de volgende zaken vernomen. Hoe schat u het huidige cultuuraanbod op de VRT in? Is dat voldoende breed en divers, zoals wordt gestipuleerd in de beheersovereenkomst? Hoe wordt dat gemeten? Hebt u oren naar de verzuchtingen bij het bredere culturele veld en hun oproep om meer te worden betrokken bij de uitbouw van het cultuuraanbod op de VRT? Zo ja, kunt u ermee instemmen dat de openbare omroep gebaat is bij meer structurele samenwerkingsverbanden met de culturele partners? Welke vormen kan die samenwerking dan het best aannemen? Bent u het idee van een memorandum van overeenstemming of samenwerking met de culturele partners genegen?

De heer Allegaert heeft het woord.

Patrick Allegaert, voorzitter Overleg Vlaamse Musea

Ik ben blij dat ik hier namens de brede cultuursector ook even het woord mag voeren. De consultatie is natuurlijk niet van die aard geweest dat we iedereen daarover hebben kunnen horen, maar toch, er zijn nogal wat mensen geconsulteerd.

Ik wil beginnen met een persoonlijke kijkervaring met het VRT-nieuws van deze week. Het is nu donderdag. Ik ben deze week al drie keer om verschillende redenen onder de Menenpoort in Ieper geweest. In het nieuws van 7 uur van maandag werd geopperd dat er nu voor een aantal maanden twee leeuwen uit Australië aan de Menenpoort zullen staan. We hebben daar beelden van gezien. Een medewerker van het museum, Pascal Dendooven, heeft als historicus enigszins het kader daarvan geschetst. We zagen de leeuwen op een wat banaal bakstenen muurtje staan, maar nog met hun kap erover. Je kon ze eigenlijk nog niet echt zien, maar we werden warm gemaakt om om 11 uur nog eens te kijken naar Het Journaal, en daar zagen we dan de blote leeuwen, met de schepen van Toerisme er ook nog eens bij, en nog eens met een verantwoording vanwege het In Flanders Fields Museum. Gisterenavond verbleef ik dan voor de derde keer onder de Menenpoort door het nieuws van 19 uur, omdat er daar Nieuw-Zeelandse militairen een haka hadden gedaan, en dat was het dan.

Ik vind dat merkwaardig. Pas op, voor de goede orde, ik ben zelf een oud-Ieperling, dus ik heb iets met die Menenpoort, maar met drie keer vind ik wel dat ik behoorlijk ben verwend als Oud-Ieperling. Ik vraag me af hoe dit soort berichtgeving komt, op een moment dat je hoort dat toch veel Vlamingen een beetje gesatureerd zijn – om het een beetje voorzichtig te zeggen – inzake berichtgeving met betrekking tot Wereldoorlog I. Trouwens, datzelfde In Flanders Fields Museum heeft op dat vlak ook in de media aan de alarmbel getrokken. Vlamingen moeten niet meer zo veel weten van die herdenkingsroes die er is geweest. Dan vraag ik me af hoe die selectie dan toch gebeurt, zodat het tot drie keer toe in een halve week over die Menenpoort moet gaan.

Dat brengt me bij het eerste punt dat ik graag naar voren zou brengen. Ik roep op tot een soort herstel, tot een structureel overleg tussen de VRT en de brede cultuursector. Ik weet dat er in het verleden goede pogingen zijn geweest. Die zijn een tijdje meegegaan, maar we vonden in de cultuursector dat die altijd uiteindelijk min of meer een stille dood zijn gestorven.

Op het moment dat Chantal Pattyn cultuurmanager werd, zo ongeveer vorige zomer, heeft ze ook aangekondigd dat ze consultatierondes zou houden, eerst intern, dan extern. Dat vonden wij een mooi gebaar. Als ik het mag zeggen, extern is dat op dit ogenblik nog te weinig doorgedrongen. Daarom vind ik het erg belangrijk dat er zo’n structureel overleg zou kunnen worden georganiseerd, bijvoorbeeld met een dubbel voorzitterschap van iemand van de VRT én iemand van de cultuursector.

Dat is maar een denkspoor. Dat zou maken dat er een goed overleg is. We moeten immers niet een zoveelste praatbarak organiseren. We moeten wel degelijk met betrekking tot bepaalde algemene tendensen en evoluties in het kunst- en cultuurbeleid van gedachten kunnen wisselen. Het is een kwestie van mekaar beter te leren kennen, met het toelichten van programmakeuzes langs beide kanten, en ook hoe bij de cultuursector bepaalde plannen en projecten passen in een breed geheel. Dat kan erg belangrijk zijn.

Ik pleit bij dezen ook voor een soort media-academie, waarin het voor de sector ook duidelijk is wat belangrijk is voor welk medium, hoe keuzes worden gemaakt, maar aan de andere kant denk ik dat ook een soort cultuuracademie interessant kan zijn. Die kan inzicht geven in de grote trends van het cultuurbeleid, hot items, trends in Vlaanderen en België en internationaal. Dat is geen vervanging voor de Centrale CultuurCel (CCC), want die CCC heeft duidelijk zijn sporen al verdiend en zit eigenlijk al verder in het concrete van de programma’s en de concrete verwijzingen.

Dit structureel overleg zou een paar keer in het jaar worden georganiseerd en zou iets breder gaan, zou van iets verder af kijken. In die zin kan het de beide sectoren voorbereiden op dingen die er gebeuren. Ik denk dat dat erg nuttig kan zijn en dat beide sectoren elkaar zo beter leren kennen. Ook de communicatie kan zo beter doorsijpelen naar de cultuursector zelf.

Ten tweede blijft het in de sector gaan over de aanpak voor een brede spreiding over alle netten. Dat wordt gezien. Dat wordt ook geapprecieerd als iets zeer goeds. Toch is er de vraag naar iets meer en beters. Dan komt natuurlijk ook een programma als Culture Club naar voren als een belangrijke stap. Die wordt door veel mensen ook bijzonder gewaardeerd, maar men ziet ook de beperkingen ervan, in die zin dat het sterk is opgebouwd rond de personality van de twee mensen die het naar voren brengen. Persoonlijk vind ik het best aangenaam en stimulerend om daarnaar te kijken.

Anderzijds wordt gesuggereerd dat de selectie van de items iets te eng is en te veel op podiumkunsten gericht is, ook al is dat een zeer breed veld. De selectie zou te veel de voorkeuren van de twee presentators weerspiegelen. Dat is goed, maar de behoefte aan een breder aankondigend cultuurprogramma blijft leven.

De VRT mag zeker ambities als ‘gatekeeper’ uiten. Enerzijds is de sector vragende partij om te weten hoe die selectie verloopt. Ik kan mij voorstellen dat er dagelijks honderden culturele berichten binnenkomen. Op de een of andere manier moet een relatief beperkte groep daarin triëren. Hoe gebeurt dat? Wat zijn de criteria? Kiezen is zeker ook soms verliezen. De sector zou wat meer inzicht daarin bijzonder waarderen. De sector brengt ook naar voren dat de VRT haar verdiepende rol als recensent zeker moet plaatsen naast de brede toegankelijkheid die in de VRT-visie op cultuur naar voren wordt geschoven. Dat staat misschien wat haaks op hoe de VRT het zelf aanvoelt. Voor ons is het geen of-of maar duidelijk een en-en.

Mevrouw Van den Bulck heeft het woord.

Hilde Van den Bulck, hoogleraar Communicatiewetenschappen, Universiteit Antwerpen

Dank u voor de uitnodiging.

Ik wil de context schetsen van de discussie over de positie van cultuur op de publieke omroep in het algemeen. Ik heb mij daarvoor gebaseerd op de benchmarkstudie uit 2007 naar cultuur op de publieke omroep in vergelijking met andere vergelijkbare publieke omroepen. We hebben een paar jaar geleden een nieuwe poging ondernomen met een bredere benchmarkstudie. In 2010 en 2015 was er ook een publieksbevraging, ter voorbereiding van de beheersovereenkomst. Daarin werd ook gevraagd naar wat de gemiddelde Vlaming vindt van het VRT-aanbod. Er is ook een analyse van het cultuuraanbod in andere Vlaamse media, niet alleen op radio en tv, maar ook bijvoorbeeld in kranten. Deze achtergrond moet wijzen op algemene evoluties in cultuurberichtgeving. En ik neem ook de analyse van mediakritiek als basis.

Ik heb over cultuur in al haar facetten en specifiek op de publieke omroep geen harde data van de laatste twee jaar. Specifiek daarover kan ik dus niets zeggen. Ik hoop wel een kader te kunnen schetsen. Ik ben gaan kijken bij drie belangrijke stakeholders: de VRT zelf, het publiek, dat als aandeelhouder van de publieke omroep misschien de belangrijkste stakeholder is, en de culturele sector. Natuurlijk bent u, als overheid, ook een stakeholder. Maar ik heb u even overgeslagen, want u komt indirect toch aan bod.

Als we de omschrijvingen van ‘cultuur’ in de beheersovereenkomst – die het resultaat is van een onderhandeling tussen de omroep en de overheid – bekijken, zien we een heel brede definitie, die het heeft over diverse culturele domeinen in Vlaanderen en daarbuiten: podiumkunsten, folk, kleinkunst en theater, maar ook mode en design, architectuur, toerisme, film, tot en met literatuur en hoogstaande Vlaamse fictie. Deze brede definitie gaat verder dan wat we het ‘klassieke kunst en erfgoed’ of misschien de ‘gesubsidieerde kunsten’ zouden kunnen noemen.

Daarnaast zie je dat in deze beheersovereenkomst misschien nog meer dan in het verleden de nadruk wordt gelegd op het aanzetten tot participatie, de mate waarin de publieke omroep de rest van Vlaanderen moet aanzetten om deel te nemen aan cultuur, en de nadruk op evenementen. De nadruk op participatie wijst op een verschuiving van de ‘review’-functie naar een ‘involvement’-functie van de openbare omroep op het vlak van cultuur.

Als we de omschrijving van de VRT vergelijken met andere publieke omroepen, zie je dat de omvang van de categorie ‘cultuur’ vergelijkbaar is met andere vergelijkbare publieke omroepen. Zo’n benchmarkoefening is verschrikkelijk moeilijk. Omroepen hanteren een officieel systeem om ‘cultuur’ te definiëren. Maar het blijft altijd een interpretatie. Je kunt dat dus nooit exact vergelijken. De brede definitie die in de beheersovereenkomst staat, komt overeen met wat de meeste omroepen op dat vlak definiëren. De Ierse omroep hanteert een vrij enge of strikte cultuurdefinitie. Maar een grote meerderheid van de omroepen hanteert een bredere definitie.

Dus, de brede definitie en de grotere nadruk op participatie en op het aanmoedigen van evenementen vormen het uitgangspunt.

In de aanloop naar de beheersovereenkomst waren er publieksbevragingen.

Deze cijfers zijn hier al eens gepasseerd, maar ik haal ze nog even aan. Het geheugen mag ongetwijfeld een beetje worden opgefrist.

Op basis van een steekproef van 1710 Vlamingen, die met een kleine weging representatief is voor de Vlaamse bevolking, is gevraagd wat de belangrijke taken zijn. Die vraag is in 2010 ook al gesteld. We zien dat cultuur in de top vier staat van de belangrijke taken. De Vlaming vindt cultuur belangrijk, maar het zal misschien niemand verbazen dat de Vlaming informatie en ontspanning belangrijker vindt. In de huidige beheersovereenkomst worden vooral informatie en cultuur benadrukt. Daarna volgt de rest. De Vlaming heeft het vooral over informatie en ontspanning en pas nadien volgt de rest.

Belangrijker en misschien ook interessanter in het licht van de huidige discussie is de visie van het publiek op het huidig aanbod. Het gaat om een bevraging uit 2015. Vragen over de huidige ergernis kan ik hiermee niet volledig beantwoorden. Dit geeft echter toch een algemeen beeld. De Vlaming is gevraagd terug te blikken op de voorbije jaren.

We zien dat inzake het aanbod aan kunst- en cultuurprogramma’s een flinke meerderheid van de Vlamingen tevreden is over het cultuuraanbod op de radio. Bijna 13 procent vindt dat het wat meer mag zijn, maar 31 procent vindt dan weer dat het eigenlijk wel wat minder mag zijn. Dat is veel meer dan met betrekking tot het nieuws. Daarover is de consensus eigenlijk veel groter.

We zien iets gelijkaardigs als we kijken naar de mening van de Vlaming over het aanbod op televisie. De Vlaming is opnieuw tevreden over het aanbod aan kunst- en cultuurprogramma’s in algemene termen. Ook hier vindt 15 procent dat het wat meer mag zijn en vindt bijna 30 procent dat het wat minder mag zijn.

Als we naar de profielen kijken, zal niemand verbaasd zijn dat de mensen die vinden dat het wat meer mag zijn, traditioneel hoger opgeleiden met een hogere sociaal-economische status zijn. Het gaat een beetje meer om mannen dan om vrouwen. Eigenlijk zijn dit de hoger opgeleiden, wat niet volledig verrassend is.

Wat tot slot het digitaal aanbod betreft, zien we dat de Vlaming het meest tevreden is over de cultuurberichtgeving in het digitaal aanbod. Hier vinden we de grootste tevredenheid van de drie kanalen die we hebben onderzocht.

De Vlaming is gemiddeld tevreden. Soms vindt hij dat het zelfs te veel is. We zien echter dat de cultuursector op dit ogenblik en in het verleden punten van kritiek heeft geuit. Het gaat ons niet enkel om die kritiek. We hebben ook een analyse gemaakt van de kritiek in de media en van andere sectoren over meerdere jaren heen. We zien dat bepaalde elementen steeds aan bod komen.

Ten eerste is het aanbod te klein. Elke sector vindt dat hij op de publieke omroep te weinig aan bod komt. De idee leeft dat het te weinig is. De focus ligt daarbij meestal op specifieke programma’s. Dat is ook het meest zichtbaar.

Ten tweede is het aanbod ‘te media’, zoals ik het heb genoemd. Dat is een steeds terugkerend element. De culturele sector heeft moeite met de wijze waarop cultuur naar het mediaformat wordt vertaald.

Ik geef in dit verband altijd hetzelfde voorbeeld. Als iemand beslist een boek te bewerken voor het toneel, verwachten weinig mensen die naar het stuk komen kijken, dat iemand het boek komt voorlezen. We vinden het normaal dat het boek voor het toneel wordt bewerkt en dat het enigszins wordt aangepast van de logica van de literatuur naar de logica van het toneel. Indien iets uit de culturele sector voor televisie wordt bewerkt, hebben veel mensen er meer moeite mee dat het in de logica van dat medium wordt ingepast. We zien een discrepantie in de mate dat mensen hier moeite mee hebben.

Ten derde gaat het steeds over de samenwerking en de contacten tussen de twee sectoren. Ik veronderstel dat de heer Raats daar op basis van zijn doctoraat veel meer over kan vertellen.

De vraag is waar die discrepantie zich bevindt. Ik heb geen cijfers over het hier en nu. Ik kan echter wel een aantal punten vermelden waarover kan worden nagedacht. Waar komt die discrepantie vandaan?

Bij het uittekenen van een cultuurbeleid zit de publieke omroep gewrongen met een aantal dilemma’s. De publieke omroep moet zich baseren op wat in het licht van de beheersovereenkomst wordt verwacht en op wat traditioneel van publieke omroepen wordt verwacht. Dat laatste punt is enorm geëvolueerd. Veel mensen die met een publieke omroep zijn opgegroeid, hebben een notie van wat de harde kern van een publieke omroep vormt. Dat vinden we ook terug in de academische wereld.

Als ik dit vanop een zekere afstand en op basis van wat oudere cijfers bekijk, zie ik een evolutie. Vroeger was het aanbod op drie vlakken minder expliciet. Een aantal jaren geleden is dat meer geëxpliciteerd.

Er zijn specifieke cultuurkanalen. Hier denken we dan meteen aan Klara en aan de digitale extra’s die daarbij komen. We zien dat Klara nog steeds een specifieke inhoud heeft. Daar is veel discussie over. Dat is maar goed ook. Het gaat dan om alle zenders van de publieke omroep. Er is altijd wel discussie over wat een beter of een slechter programma is. Dat is inherent aan eender welk medium en de beleving daarvan.

We hebben cobra.be, dat eigenlijk ingekapseld is in canvas.be. Dat is een van de zaken de zichtbaarheid beïnvloeden. Misschien komen meer mensen langs deze weg in contact met het online aanbod. Ze vinden de weg naar canvas.be. Dat is breder, en mensen hebben dus vele redenen om naar die website te gaan. Daar vinden ze dan ook het cultuuraanbod. Doordat de eigen naam, de eigen vlag en de eigen plek verdwenen zijn, geeft dat natuurlijk wel de indruk dat het aanbod kleiner is. Dat is een weerkerend issue, waar ik later nog op zal terugkomen.

Dan zijn er ook de specifieke cultuurprogramma’s op algemene kanalen. Dat is het meest bekende voorbeeld, dat ook tot de meeste onrust leidt. Als die programma’s verdwijnen, gaat het opnieuw om de zichtbaarheid.

En dan heb je natuurlijk ook al die cultuuritems in de algemene programma’s. Daar zie je een soort toegenomen focus, wat volgens mij in belangrijke mate ook te maken heeft met die nadruk op participatie. Als je mensen moet uitnodigen om deel te nemen aan cultuur, mag je niet verwachten dat het publiek naar de programma’s op het cultuurkanaal komt, maar moet je als omroep met je cultuur naar het publiek gaan, dus bijvoorbeeld in items in het nieuws of in radioprogramma’s. Misschien zit hier ook voor een stukje de discrepantie tussen aan de ene kant het gevoel van de publieke omroep dat hij heel veel doet, terwijl aan de andere kant de sector het gevoel heeft dat hij dat niet zo goed ziet.

Het dilemma van Cultuur met een grote ‘C’ en van cultuur met een kleine ‘c’ blijft. In de beheersovereenkomst heeft men het over de brede definitie, en de evolutie gaat ook in die richting. Een van mijn doctoraatsstudenten toont in een studie over vijftig jaar cultuur in de Vlaamse pers aan dat het aandeel van Cultuur met een grote ‘C’ in die halve eeuw dezelfde is gebleven, maar die voor cultuur met een kleine ‘c’ en lifestyle – wat ook tot cultuur wordt gerekend – is toegenomen. Redacteurs zeggen ook veel minder of een stuk goed of slecht is, maar nodigen eerder uit om aan iets te participeren, of brengen een verslag a posteriori.

Het belangrijkste dilemma is dat tussen een brede en een verdiepende aanpak. De omroep is er voor iedereen, maar er moet ook aandacht voor niches zijn. Er moet ook aandacht voor nichegroepen zijn: zo moet men cultuur ook tot bij de nieuwe Vlamingen brengen, want hun cultuurparticipatie is eerder gering.

Een ander dilemma is de culturele opdracht versus de performantiemaatstaven. De omroep moet immers veel mensen bereiken. Nog een dilemma: er is de culturele opdracht, maar er zijn nog andere opdrachten. Zo vraagt ook de gezondheidssector dat er meer aandacht uitgaat naar gezondheid. De VRT heeft veel partners met veel verwachtingen.

De heer Raats heeft het woord.

De heer Tim Raats, senior researcher iMinds-SMIT

Voorzitter, veel van wat ik zal zeggen sluit aan bij wat hier al is gezegd. Een aantal inzichten komen uit mijn eigen onderzoek over samenwerkingsstrategieën van publieke omroepen en uit de benchmarkstudie over de VRT. Er is ook een stakeholderbevraging gebeurd, naast de continue monitoring van de samenwerkingsstrategieën van de VRT.

Eerst wil ik nog even ingaan, en dat is dan het meest academische dat ik ga zeggen, op de vraag waarom cultuur zo moeilijk ligt. Omdat er eigenlijk een heel veelzijdige invulling is van ‘cultuur’. Als wij spreken over de culturele opdracht, dan hebben we het vooral over de esthetische definiëring van cultuur, wat te maken heeft met smaak, met de kunsten en expressie. Daarnaast heb je natuurlijk de antropologische invulling: cultuur als beschaving, cultuur als diversiteit. Dan heb je nog een derde definitie, eigenlijk de breedste, die vooral in de jaren 80 opgang maakte: cultuur als een ‘way of life’. Daarbij wordt eigenlijk gezegd dat alles wat wij doen, dat alledaagse praktijken zinvolle, betekenis gevende praktijken zijn, die in beeld moeten worden gebracht. Natuurlijk, als je dat gaat doen als publieke omroep, dan wordt het natuurlijk heel moeilijk om nog een culturele opdracht uit te stippelen. Nu is het wel zo dat in de praktijk de culturele opdracht van publieke omroepen eigenlijk tussen de eerste en de tweede definitie schommelt. Bijvoorbeeld de BBC spreekt nergens van een ‘cultural remit’, die specifiek alles voor cultuur zegt. Neen, ze spreken van een aantal aspecten binnen hun zes belangrijke pijlers, bijvoorbeeld ‘bringing the nations to the UK’, ‘reflecting creativity’, ‘reflecting the diversity of arts’. Dat zit eigenlijk in de verschillende taken van de publieke omroep. Dat is niet gebundeld in één culturele opdracht.

Als we dan de charters en de beheersovereenkomsten analyseren, dan zien we drie zaken altijd terugkomen. Mevrouw Van den Bulck heeft het ook al aangehaald. De eerste rol is altijd die verbreding: aanzetten tot cultuurparticipatie. De tweede is: zelf cultuur zijn en brengen. Dat is dan echt het meer verdiepende. De derde is dan de rol die publieke omroepen spelen als motor en partner van de culturele sector.

Het probleem lijkt me naar mijn bescheiden mening te zijn dat de klemtoon de jongste jaren zeker in Vlaanderen te fel is verschoven naar die derde functie, en dat die derde functie niet noodzakelijk te verzoenen is met die eerste twee. Ik ga het eventjes verduidelijken. Als je als publieke omroep een toneelstuk recenseert, dan moet je eigenlijk de absolute journalistieke vrijheid hebben om daar heel kritisch over te kunnen zijn. Als de culturele sector heel sterk kijkt naar de VRT als motor, als uithangbord, dan zou het best kunnen dat men oordeelt dat dat misschien minder mensen naar de zalen lokt. Daar zit je met een contradictie. Dat creëert eigenlijk een soort spanningsveld.

Is er een probleem? Eigenlijk niet: als je kijkt naar het cultuuraanbod van de VRT op televisie, dan zie je niet per se een daling. Ik heb de televisie altijd als voorbeeld genomen, omdat dat het meest in discussies naar voren komt.

Kijken we dan naar hoe dat multimediaal wordt ingevuld. Ik heb mijn tabel gisteren nog moeten aanpassen: ik heb een kruisje moeten zetten omdat Cobra.be niet meer bestaat. De tabel toont in welke landen er ‘dedicated’ platformen, afzonderlijke platformen online zijn voor cultuur, of voor ‘arts and expression’, en of er afzonderlijke tv- of radiokanalen voor zijn. We zien dat bij de tien toonaangevende publieke omroepen in Europa enkel in Oostenrijk een radiokanaal voor klassieke muziek ontbreekt. Qua televisie hebben Oostenrijk, de RTBF, Denemarken, Nederland en het Verenigd Koninkrijk een gespecialiseerd kanaal voor de kunsten. Ook online hebben nogal omroepen een specifiek platform voor cultuur. Dat wil daarom niet zeggen dat die andere omroepen cultuur niet brengen. Het gaat gewoon over de vraag of er een specifiek merk, een specifiek aanbodkanaal is.

Waarom is dit toch heel problematisch? Omdat die categorisering van cultuur inderdaad zo arbitrair is. U zult zien dat sommige publieke omroepen heel brede lifestyleprogramma’s, kookprogramma’s tot cultuur rekenen. Dat is altijd een moeilijke afweging: waar stopt cultuur, waar begint entertainment? Hoe baken je dat af? Reken je fictie tot cultuur? Reken je documentaires tot cultuur? Ik denk dat het nog moeilijker is om educatie af te bakenen, want daar zit je met heel veel verschillende domeinen, zoals geschiedenis en beschaving, actua enzovoort. Cultuur is dus echter ook heel moeilijk af te bakenen.

Nog problematisch is dat de logica van cultuur, die eigenlijk is gebaseerd op reflectie, op verwondering in plaats van bewondering, eigenlijk haaks staat op de kijkcijferlogica die dominant is in de media en waarmee ook een publieke omroep absoluut rekening moet houden. Dat gaat niet alleen over het bereik, maar ook gewoon over het efficiënt besteden van middelen. Je kunt cultuurprogramma’s brengen voor een veel kleiner publiek, dat is absoluut gelegitimeerd, maar op een bepaald moment moet je wel een afweging maken: is het die kostprijs wel waard?

Een ander spanningsveld is het moeilijk evenwicht dat moet worden gevonden tussen die verbreding, het toegankelijk brengen van cultuur, en de logica van de netten, van de programma’s. Als er kritiek is van de sector, dan is het omdat het daar dikwijls fout loopt. Men zegt dan dat het te catchy, te flitsend is, dat het te veel aangepast is aan de wetten van het medium. Vlaanderen is zeker geen alleenstaand geval wat dat betreft. Alles wat ik hier zeg, zijn conclusies die bij elke publieke omroep naar voren komen.

Het is ook zo dat in elk land die culturele opdracht heel sterk beroert. Eigenlijk kunnen we dat alleen maar toejuichen en er blij om zijn dat de culturele opdracht in al die landen ter discussie staat.

Welke accenten of bezorgdheden kwamen in discussies en die onderzoeken die wij hebben gedaan, altijd naar voren? Positief is dat de VRT echt wordt aanzien als het krachtigste instrument voor de sector voor het met cultuur bereiken van een publiek. Als er kritiek is op de VRT, dan heeft dat te maken met het feit dat de VRT een heel effectief medium of instrument is om je publiek te bereiken. De sector ziet ook al een positieve evolutie, met programma’s zoals Goudvis, Cultuurconnectie en Atelier de Stad. Die werden heel positief onthaald door de sector, omdat daarin cultuur vanuit inhoud werd gebracht. Er werd echt nagedacht over hoe men wat men brengt, het best kan doen aansluiten bij die wetten van het medium. Ook misschien een sterkte, en dat is een persoonlijke bedenking, is dat het heel specifiek gaat over één persoon, over één kunstenaar of één project dat in beeld wordt gebracht, veeleer dan altijd een magazine te moeten zijn. Bij een voetbalmatch is het ook niet zo dat de bespreking van de voetbalmatch moet worden voorafgegaan door ook nog eens een overzicht van wat er qua hockey en basketbal is gebeurd. Cultuurprogramma’s hebben vaak de neiging om het heel brede scala van cultuur te belichten.

Meestal was men er ook positief over dat ook meer mensen in programma’s zoals De Afspraak, toen nog Reyers Laat, aan bod kwamen en dat er een betere dialoog is met de VRT. Er was lof voor de CCC, de cel waarin de VRT-cultuurmedewerkers van de diverse netten zitten en waar dus ook mensen uit de sector hun seizoen komen voorstellen of hun instelling komen toelichten. Online zijn er een aantal belangrijke stappen gezet. Het parcours van Cobra.be en eerst Klara.be was heel hobbelig, maar naar het einde toe was de sector wel redelijk tevreden over de samenwerkingen die toen waren opgezet binnen Cobra.be. Toen wij die stakeholderbevraging hebben gedaan, was er heel wat onzekerheid: wat nu met dat cultuuraanbod, komt er een Canvas XL of een Canvas Cultuur, waar zal men dat kunnen terugzien?

Wat was het negatieve dat terugkwam? Deze zaken zullen u niet verbazen, want dat is eigenlijk kritiek die altijd terugkomt. Er is nogal wat bezorgdheid bij de cultuursector over de expertise en de specialisatie. Ik zal het geen gebrek aan expertise of specialisatie noemen, maar er is het feit dat medewerkers van redacties en onlineplatformen nu steeds meer allroundmensen moeten zijn, die inzetbaar zijn voor verschillende items, verschillende mediavormen, en zich moeilijker kunnen gaan verdiepen in theater of specifieke kunsten.

Een andere kritiek is dat vaak nog te veel dezelfde stemmen, dezelfde kunstvormen worden belicht. Er was lof voor dat de Vlaamse film zo sterk aan bod kwam in nieuwsuitzendingen, maar, een beetje zoals de heer Allegaert in het begin zei, dan was er een overaanbod toen The Broken Circle Breakdown voor een Oscar was genomineerd. Men ging toen ook mee naar LA, en het was eigenlijk heel veel hetzelfde.

Vervolgens is er de vraag naar meer structurele samenwerking. Er werd heel vaak gezegd dat men blij was dat de Cultuursalons en dat soort zaken werden georganiseerd, maar dat het daar heel vaak bij bleef. Het doorstromen naar de netten, naar specifieke initiatieven is dus iets wat de sector nog altijd wil.

Dan is er het evenwicht tussen verbreding en verdieping. Vooral de stappen naar verbreding worden toegejuicht, maar men zegt dat dat, zeker in tijden van besparingen, niet ten koste mag gaan van die programma’s die verdiepend zijn.

Je kunt onmogelijk zeggen dat cultuur de VRT nooit onberoerd heeft gelaten. De plannen die hier altijd zijn voorgesteld, waren immers altijd ambitieus, en in vergelijking met omliggende publieke omroepen eigenlijk zeer ambitieus. Voor een stuk heeft men die ambities telkens moeten terugschroeven, door een aantal factoren. Al een hele tijd terug waren er de plannen inzake het driesporenbeleid. Die koppeling verbreding-verdieping-specialistisch komt eigenlijk van daar. Dan heeft men zich afgevraagd of men moest werken aan een crossmediaal merk, zoals Sporza, dat heel succesvol en heel zichtbaar is, of men dat niet moest uitdragen over alle netten. Men heeft geoordeeld dat dat heel moeilijk was, want dat dat eigenlijk de omroepmerken Eén en Canvas zou kannibaliseren, en je wilt ook geen allegaartje zoals in Nederland, waar je drie logo’s hebt bovenaan elk programma. Dan heeft men gezegd: we gaan naar een cultuurdelta, die gebaseerd is op samenwerking uit de sector en op ‘user-generated content’, op publieksparticipatie. Zo zou men eigenlijk komen tot een heel groot crossmediaal iets. Dat heeft men ook moeten verlaten. Dan heeft men Klara.be als volwaardig crossmediaal platform uitgebouwd. Dat is dan Cobra geworden. Nu lijkt men Canvas online als platform voor cultuur naar voren te schuiven.

Het is dus niet zo dat de VRT daar geen werk van heeft willen maken, integendeel, maar er spelen eigenlijk ook een aantal omgevingsfactoren mee. Voor een stuk had je een overoptimistische inschatting, in die tijd bij alle mediaspelers, van het potentieel van online, van publieksparticipatie. Niet elke kunstliefhebber zal ook zelf YouTubefilmpjes gaan maken. Ook was er een gebrek aan middelen die op dat moment nodig waren om zo’n ambitieuze strategie te realiseren. Ook zijn dat allemaal horizontale omroepdomeinen. Dat is iets dat te maken heeft met de organisatie van de VRT. Dat zijn taken die eigenlijk over alle netten heen gaan, en het is soms heel moeilijk om dat in te passen in een strategie waarbij de logica van de netten soms vrij dwingend moet werken.

Nog een aantal kritische noten. Er wordt altijd gesproken over dé culturele sector. We zien eigenlijk, en we zagen dat ook in die bevragingen, dat de culturele sector heel divers is. Een boutade die vaak wordt gebruikt, is dat, als de VRT al iets heeft gedaan, het door eenzelfde deur krijgen van die sector is. Ik weet niet in welke mate dat waar is, maar in elk geval zijn de belangen en interesses van de sector ook heel divers: de Vlaamse film is niet hetzelfde als mode, is niet hetzelfde als podiumkunsten. Er is natuurlijk ook het trackrecord, zoals mevrouw Van den Bulck aangaf, van problematische communicatie. Als je samenwerkt in een project, kan het niet de bedoeling zijn dat bij problemen daarover heel vaak openlijk wordt gecommuniceerd.

Ik zeg niet dat dit nu nog het geval is. Over programma’s als ‘Iets met boeken’ of ‘Monumentenstrijd’ werden in de pers discussies gevoerd door de sector, waardoor de VRT heel vaak in de verdediging moest. Ik heb het gevoel dat die defensieve reflex vaak nog te veel op de voorgrond is moeten treden als gevolg van al die incidenten.

De VRT moet de rol van hefboom en partner voor cultuur opnemen. Dat betekent niet dat de VRT een soort van pr-uithangbord moet zijn voor de sector. Dan krijg je natuurlijk het probleem dat overleg enkel wordt opgezet om de sector tevreden te houden. Dan wordt niet langer vanuit de inhoud gedacht. Er lopen bij de VRT genoeg mensen rond die heel erg geïnteresseerd zijn in cultuur. De VRT mag actief communiceren wat hun bezorgdheid is ten aanzien van cultuur en van het culturele veld zelf. De VRT moet niet noodzakelijk in die verdedigingsreflex treden. Dat betekent ook dat de VRT de vrijheid en ruimte moet krijgen om haar journalistieke taak te vervullen inzake cultuur. Als de VRT een film slecht vindt, moet zij dat kunnen zeggen, ongeacht hoeveel tickets zij ervoor krijgt om VRT-kijkers gratis naar de zalen te sturen. Autonomie en redactionele vrijheid moeten er zijn.

Mijn laatste punt betreft een aantal bouwstenen om tot een meer geïntegreerde cultuurstrategie te komen voor de VRT en de sector. In ons kleine Vlaanderen hebben we een gefragmenteerde sector waarin iedereen zich moet profileren: de VRT moet zich online profileren, boek.be profileert zich online, CultuurNet ook, enzovoort. Ze hebben allemaal eigen webplatformen. Het loont echt wel om structureel na te denken over wat zou kunnen worden samengebracht. Ik vermoed echter dat het zeer moeilijk is om dit te realiseren. Ik heb vanuit Cobra een aantal samenwerkingen gevolgd. Vaak gaat het niet door technische problemen, bijvoorbeeld de incompatibiliteit van metadata.

De VRT moet een venster voor cultuur zijn, geen spiegel van cultuur.

Een gemeenschappelijke visieontwikkeling is belangrijk. Het opiniestuk verwees ook naar de ‘memoranda of understanding’. Ik heb die indertijd ook bestudeerd. Het voordeel ervan is niet zozeer dat ze er zijn, maar wel dat ze bouwstenen aanreiken die iedereen in dezelfde richting doen kijken. Dat blijft niet beperkt tot cultuur. Ook met betrekking tot educatie en diversiteit zouden zulke ‘memoranda of understanding’ heel goed kunnen werken. Maar het mag daar niet bij blijven. Als de sector en de VRT samen een aantal pijlers ontwikkelen, zouden ze moeten kunnen aangeven wat binnen dit en vijf jaar belangrijk zal zijn in de cultuursector. Dan kunnen ze daarover gemeenschappelijke ideeën uitwerken. Daarin moet niet staan hoeveel keer er moet worden samengekomen en welke programma’s er samen kunnen worden ontwikkeld. Dan krijg je weer het probleem dat we altijd hebben gehad: dat het samenwerking om de samenwerking is, en niet vanuit inhoud en visie.

We merken dat dit het beste werkt als je cultuur in de publieke omroepen benadert vanuit thematische aspecten – omdat je dan heel veel verschillende netten kunt meetrekken – en vanuit evenementen. Instellingen als de Vooruit, die niet per se de meeste middelen van Vlaanderen hebben, koppelen exposities aan filmvoorstellingen en eventuele samenwerkingen met de VRT. Dat levert heel veel zichtbaarheid op. Dat werkt. In dat opzicht was Atelier De Stad een beginpunt dat uitnodigde om dat verder op te pikken.

Een laatste aspect is de continuïteit. Net omdat de culturele opdracht heel sterk afhangt van events, urgency dus, moet je ervoor zorgen dat dat wordt opgevolgd. Dat durft bij publieke omroepen, ook bij de BBC, wel al eens fout lopen. Eenmaal een project afgelopen is, wordt het vrij weinig geëvalueerd. Het bereik en de waardering worden wel geëvalueerd vanuit de netten, want die doen dat constant. Maar hoe de samenwerking verliep en hoe dat kan worden verbeterd, dat vergt een constante open lijn tussen de sector en de VRT.

Vanuit een publieke-omroeplogica is het moeilijk om de horizontale omroepdomeinen te doen passen op de verschillende netten. Mensen die zich moeten specialiseren in die horizontale omroepdomeinen, moeten die netten kunnen aansturen. Binnen een organisatie als een publieke omroep zijn de netmanagers het belangrijkst, want zij kiezen wat op radio of tv komt. Bijvoorbeeld wat betreft diversiteit, cultuur of educatie zien we heel veel goede inspanningen, maar je bent vaak beperkt tot een soort van sensibiliseringsfunctie. Iemand die verantwoordelijk is voor diversiteit, kan hard proberen om de netten aan te sturen en tips te geven over, bijvoorbeeld, hoe om te gaan met de ramadan, maar het blijft daarbij. Die netten zelf moeten die omroepdomeinen nog meer omarmen.

Een analyse van vijftien culturele samenwerkingen in Europa leert ons dat vijf aspecten zeer belangrijk zijn.

Interdependentie gaat over hoe de samenwerking verankerd is. Is er een contract? Hoe goed de sector en de BBC ook overeenkwamen en hoeveel objectieven ook dezelfde waren, als er geen contract is en als er van bij het begin geen moeilijke juridische problemen uit de weg worden gegaan, komen er op termijn problemen.

‘Distinctiveness’: in welke mate kan de onafhankelijkheid van zowel de sector als de VRT behouden blijven? Er moeten afspraken zijn over waarover zij elkaar mogen bekritiseren. Ik heb het gevoel dat dat sterk veranderd is. In de jaren 2000 was er bij het maken van cultuurprogramma’s echt een wederzijds wantrouwen. Men stond te vaak op zijn strepen. Er waren boutades zoals ‘schoenmaker blijf bij uw leest’. Ik heb dat nooit gesnapt, want je kunt toch maar bijleren? Maar in elk geval: er was een gespannen relatie. Dat is veel verbeterd, net door samen te werken.

‘Mutuality’ betreft het vertrekken vanuit gelijke objectieven. Staan in het begin van de samenwerking alle gezichten op dezelfde lijn? Het belangrijkste hier is dat de samenwerking voortkomt uit een heel concrete inhoudelijke nood en niet vanuit de idee, bijvoorbeeld, om iets te doen met de erfgoedsector of de podiumsector. Dan ben je aan pr aan het doen of aan stakeholdersmanagement. Dat is ook heel belangrijk, maar dat is een andere taak van de VRT.

Het vierde aspect is het juridisch kader: wat mag? In Nederland bijvoorbeeld heeft het tot heel veel problemen geleid om bepaalde culturele samenwerkingen tot stand te brengen. Het pps-kader is daar heel dwingend en beperkend voor een aantal samenwerkingen. In Vlaanderen zijn we daarvan gespaard.

Ten vijfde is er de organisatiestructuur. Daar is Nederland wel een groot voorbeeld. De omroepverenigingen staan heel dicht bij de culturele instellingen en kunnen heel snel ad-hocprojecten opzetten. Ze zijn veel minder gebonden aan horizontale programmeringsstrategieën. Zij kunnen heel snel overgaan tot flexibele vormen van organisatie. Voor top-down georganiseerde omroepen zoals de BBC, URF, DR en VRT is dat natuurlijk veel moeilijker. Die flexibiliteit is bepalend.

De heer Claes heeft het woord.

Peter Claes, algemeen directeur Media & Productie, VRT

We willen duidelijk maken hoe we de opdracht die voortvloeit uit de beheersovereenkomst, op dit moment aan het aanpakken zijn. Daarna komen we terug op de vorige sprekers. Enkele elementen, die ook in onze presentatie zitten, zijn zeer zinvol. We zitten hier niet louter om een presentatie te geven, maar om elkaar te vinden en om op het eind van de rit in een vertrouwensvolle opzet verder samen te werken.

De beheersovereenkomst 2016-2020 geeft duidelijk aan dat cultuur prioritair is. We zijn op een gestructureerde manier met die opdracht aan de slag gegaan. We willen vier punten toelichten. Ten eerste, we geloven dat een gestructureerde organisatie tot resultaten kan leiden. Ten tweede, volgend vanuit die organisatie: wat is onze visie en missie? Wat is het kader dat ons zal bezighouden in heel die periode? Dan volgen er acht concrete pijlers waarop we werken, die we zullen toelichten aan de hand van concrete voorbeelden van wat we realiseren en niet van algemene principes. Ten slotte geven we cijfers: in veel van wat de VRT doet, is meten weten. We willen vooruitgang boeken, dus willen we transparantie over cijfers, zowel de cijfers die worden gevraagd door de beheersovereenkomst als die die we onszelf opleggen.

Met betrekking tot de organisatie is het eerste wat ik heb gedaan, iemand aanstellen die verantwoordelijk is voor het horizontale domein van cultuur. De heer Raats zei het daarnet al: het is niet altijd gemakkelijk. Je hebt de verticale verantwoordelijkheden. Dat zijn vaak de netmanagers of de hoofdredacteurs. Hoe kunnen we het verticale behouden maar er toch voor zorgen dat een horizontale structuur dat verrijkt? Iemand staat dus aan het hoofd, en dat is Chantal Pattyn. Zij is daaraan begonnen op 22 maart 2016. Zij heeft onmiddellijk het cultuuroverleg gereactiveerd. Dat heet de CCC: ‘Cellules Culturelles Combattantes’. Een groep van vijftien mensen beslist hoe cultuur wordt gebracht op de VRT. Dat zijn niet per se de netmanagers. Zij komen van redacties. Zij beslissen dag in dag uit wat er op antenne komt, op tv, op radio en online, en wat niet. Eén keer per week, op donderdag, gaan ze gedurende anderhalf uur door de agenda, blikken vooruit en kijken terug. Zij nodigen ook spelers uit het veld uit om presentaties te houden over wat er staat aan te komen. Chantal en dat cultuuroverleg zijn twee zeer belangrijke elementen in de manier waarop we in deze beheersovereenkomst deze opdracht opnemen.

Het eerste wat Chantal heeft gedaan, is een visie formuleren. Het is iets heel korts, maar het houdt toch iedereen bezig. En dan gaat het niet specifiek over alleen maar de CCC. Het dringt door tot alle lagen van de VRT. Ook binnen het netmanagement staat dit principe voorop, of het nu Canvas is of MNM. “Cultuur is de (buiten-)gewoonste zaak van de wereld.” Dat wordt aangevuld door een missie. Chantal zal nu haar aanpak toelichten.

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

“Cultuur is de (buiten-)gewoonste zaak van de wereld”: dat is onze vertaling van het principe van de beheersovereenkomst. Dat is echt de manier waarop wij op de VRT met cultuur proberen om te gaan. Net omdat cultuur zo buitengewoon is, zou cultuur eigenlijk de normaalste zaak van de wereld moeten zijn. We gaan dus voor een heel breed gedragen cultuuraanpak.

Ik vind dat eigenlijk een zeer sympathieke manier om naar cultuur te kijken. We moeten cultuur niet beschouwen als iets wat moeilijk of onbegrijpelijk is. Ik had het gevoel dat we toe waren aan een mentaliteitswijziging. We zijn met deze visie naar alle mensen van de VRT getrokken. Cultuur is niets om bang van te zijn. Dat stigma bestaat nog steeds. Het is de buitengewoonste zaak ter wereld. De heer Raats heeft daarnet al verklaard dat het niet enkel gaat om bewondering, maar ook om verwondering. Als we allemaal iets delen, is het verbeelding. Cultuur is voor de VRT een zaak van iedereen.

Om de beheersovereenkomst te vertalen, hebben we vervolgens een missie geschreven. Ze staat hier te lezen: “De VRT zet in op een actieve en geïntegreerde cultuuraanpak die de mediagebruiker met kennis van zaken informeert over het culturele landschap met als doel de participatie aan cultuur te stimuleren.”

We lezen niet zomaar boeken voor ons plezier. Dat doen we natuurlijk ook nog wel, maar zo zal Koen Peeters deze avond te gast zijn in het programma Pompidou. We willen dat de mensen nadien begeesterd zijn. Ze hebben een gesprek gehoord. Misschien zullen ze zich dat boek komend weekend aanschaffen en het later lezen. Die participatie is het einddoel waarmee we allemaal bezig zijn.

De cultuurvisie is gebaseerd op een achttal pijlers. Ik overloop ze even.

Ten eerste is er de agenda. Om 13 uur vergadert de CCC. De heer Allegaert en ik moeten dan ook vertrekken. Die vergaderingen elke donderdagnamiddag zijn heel belangrijk. De toegewijde cultuurmedewerkers van de VRT komen dan samen om de cultuuragenda te bekijken. Eerlijk gezegd, is dat iets enorms. Ik krijg elke dag ongeveer driehonderd mails met culturele informatie. Die sector communiceert ongelooflijk veel. Daarnaast ligt er nog een pak papier op mijn bureau. Daarin bevindt zich onder meer de uitnodiging om volgende week vrijdag naar het Museum Dr. Guislain te gaan. Diezelfde vrijdag vindt in Wiels een performancefestival plaats. Dat heeft te maken met de start van het Kunstenfestival. Bru.Taal is ook aan de gang. Klara zal diezelfde vrijdagavond live uitzenden vanuit het concertgebouw. De cultuursector is zeer aanwezig in Vlaanderen en communiceert ook ontzettend goed. Het is echter ook ontzettend veel. We moeten dan ook met een aantal mensen die informatie triëren. Op basis van die informatie wordt bepaald wat op Klara zal worden behandeld. Klara is een toegewijd net, en dat is bijgevolg vrij gemakkelijk. Vervolgens gaan we na wat prioritair is voor de nieuwsprogramma’s van Radio 1 en dergelijke. Ik zal dat straks in detail uitleggen.

Ten tweede is er de variatie, wat ook heel belangrijk is. Ten derde stellen we prioriteiten die we in heel de agendering aan bod willen laten komen. Ten vierde zorgen we voor de internationale uitstraling van onze Vlaamse cultuursector. Ten vijfde houden we rekening met de input vanuit de cultuursector. Ten zesde werken we ook samen met die sector. Ten zevende is er de zeer belangrijke samenwerking tussen de verschillende netten van de VRT. Ten achtste hebben we ambassadeurs op de VRT. Hun portretten zijn in mijn presentatie verwerkt.

Zoals ik met betrekking tot de agendering al heb vermeld, beschikken we over een aantal cultuurformats. Indien we stellen dat cultuur de buitengewoonste zaak ter wereld is, is het natuurlijk onze taak al die programma’s in het cultuuraanbod te laten delen.

Het Journaal is voor ons zeer belangrijk. We hebben een aantal kritieke prestatie-indicatoren en zouden 365 items per jaar moeten brengen. Dat is eentje per dag. We halen die indicator.

Mevrouw Segers, ik kijk even naar u. Vorig jaar was het een beetje minder. De aanslagen in Brussel verklaren dit echter. Ik ben op 21 maart 2016 tot cultuurmanager aangesteld. Op 22 maart 2016 vonden in Brussel de aanslagen plaats. Het festival van Klara is geaborteerd en plots was er geen cultuur meer. Dit is ook gebleken tijdens de uitzendingen van Het Journaal.

Cultuur moet ook deel uitmaken van De Madammen, van De Spits op Radio 2, van Iedereen Beroemd, van Van Gils en Gasten, van De Afspraak en van Terzake. Het moet ook aan bod komen in Planeet De Cock op MNM. Dat moet ook in De Wereld Vandaag, Interne Keuken, Touché en dergelijke. Op zich zijn dit geen cultuurprogramma’s, maar ze worden wel voor 75 procent met culturele inhoud ingevuld.

Daarnaast zijn er nog de cultuurformats zelf. Klara is eigenlijk in zijn geheel een cultureel format. Op televisie is Culture Club aanwezig, maar dit bestaat ook als een online magazine. We hebben België Scherpgesteld, een mooie reeks over fotografie. We hebben Winteruur, een fijn literair programma laat op de avond met Wim Helsen, inclusief hond. We hebben Made in Europe met Dimitri Verhulst. Er zijn veel cultuurformats maar op basis van onze visie zetten we vooral in op de breed gedragen culturele covering.

De tekst op de volgende slide kent iedereen ongetwijfeld al uit het hoofd, voor zover iedereen hem nog niet boven zijn bed heeft gehangen. De VRT houdt tevens rekening met alle domeinen die we aan bod moeten brengen. Dat zijn er veel.

Het gaat onder meer om de podiumkunsten. Indien we echter veel podiumkunsten aan bod brengen, zal de museumsector wel een beetje zeuren. Het is nu mei 2017. Nu gaat het dan ook veel over de podiumkunsten. In Brussel heeft het belangrijkste festival, het Kunstenfestival, plaats. We willen weten wat daar allemaal belangrijk is.

We hebben het over klassieke muziek en over moderne muziek. Ik zie dat Francis Maes in de zaal zit. Het is vandaag 25 jaar geleden dat Olivier Messiaen is overleden. Dat is sinds deze ochtend op Klara te horen. Ook dat is belangrijk.

We besteden ook aandacht aan de beeldende kunst en aan de literatuur, bijvoorbeeld aan een festival als Bru.Taal. Volgende week heb ik de eer Cees Nooteboom gedurende een uur te mogen interviewen. Ook architectuur en toerisme komen aan bod. Helaas gebeurt dit deze week wat te veel in Ieper. We hebben op dit vlak een grote opdracht.

De CCC legt ook een aantal prioriteiten vast. We vinden een aantal culturele manifestaties zo belangrijk dat we vinden dat de hele VRT ze moeten dragen. Misschien is het sommigen opgevallen dat een heel mooie tentoonstelling als ‘De Draken’ in het Stadsmuseum Gent (STAM), die voor het hele gezin is bedoeld, aan bod komt op Ketnet, in De Zevende Dag, op Klara en in De Madammen. Dat zit overal. Op die manier kunnen we met cultuur op een zeer sympathieke en open wijze een groot publiek bereiken.

Daarnaast was er ook Utopia in Leuven, een moeilijk festival op basis van het boekje van Thomas Morus. De Zevende Dag heeft dit behandeld, maar er is ook een speciale reeks geweest op Klara over Utopia. Dit is heel breed gedragen.

De opening van De Krook in Gent, de bibliotheek van de toekomst, is overal aanwezig geweest. Dit is live op de radio uitgezonden, maar Klara heeft hier eveneens veel aandacht aan geschonken. In dat geval focussen we meer op de architectuur van het gebouw en dergelijke.

Naar aanleiding van de marathonvertoning van de Odyssee op basis van de vertaling van Patrick Lateur in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS) is Michael De Cock een week lang op de VRT te gast geweest.

De internationale uitstraling is voor de VRT belangrijk. Ik vind dat we onze bijdrage moeten leveren aan de uitstraling van onze Vlaamse cultuursector. Een aantal kunstenaars staan in de internationale liga aan de top. Het gaat dan onder meer om Luc Tuymans, Anne Teresa De Keersmaeker, Jan Fabre en Marcel Broodthaers. Die laatste is wel al 41 jaar dood, maar als een tentoonstelling wordt georganiseerd van het werk van een van onze belangrijkste beeldende kunstenaars, trekken we naar New York. We hebben ook gefilmd in Düsseldorf, waar diezelfde tentoonstelling nu in K21 te zien is. Het journaal was aanwezig op de repetities van Cosi fan tutte van Anne Teresa De Keersmaeker. Dit is vervolgens op de website www.deredactie.be geplaatst. Dat dit ontelbare keren is gedeeld, toont aan dat de long tail online zeer belangrijk is. De aanwezigheid van Jan Fabre in de Hermitage was uniek en is aan bod gekomen in Het Journaal, op Radio 1 en op Klara. De mooie tentoonstelling over James Ensor in de Royal Academy te Londen is eveneens overal gecoverd.

De vijfde pijler houdt in dat we dit uiteraard niet alleen doen. We kunnen niet zonder de cultuursector en zonder de informatie die anderen aanleveren. We werken op basis van de input van velen. Veel culturele instellingen komen langs, maar de CCC voeren een strenge selectie. Niet iedereen kan zijn programma komen voorstellen. Dat gaat niet zomaar. Wij kunnen ook zelf programmaboeken lezen. Er zijn tevens veel individuele gesprekken met de managers van al die huizen. De CCC zet echter vooral in op mensen.

In september 2017 heropent het Museum Plantin-Moretus. Dat belangrijk moment zal zeer breed aan bod komen. De betrokkenen geven ons hun informatie. Wij zorgen voor een brede covering. Dat gold ook voor Utopia en Open Monumentendag. De Vlaamse Meesters komt er ook aan. Dat is iets voor volgend jaar, maar de informatie is binnen de VRT al zeer breed verdeeld. Tijdens de komende zomer zal Klara al beginnen met een reeks over de Vlaamse meesters. Volgende week begint ook het prachtig literatuurfestival Bru.Taal. Ook de mensen van het Kunstenfestival des Arts komen langs. Verder is ook het tienjarig bestaan van Wiels een belangrijk moment voor Dirk Snauwaert. Ook Theater aan Zee staat op de agenda. Dirk Pauwels heeft de eerste namen bekendgemaakt, en ik ben zeer benieuwd.

De zesde pijler houdt in dat we niet enkel de input van, maar ook een samenwerking met de sector kennen. De verschillende netten hebben een zeer intensieve samenwerking met de cultuursector.

Canvas werkt samen met het kortfilmfestival Docville in Leuven en met het ook zeer belangrijke filmfestival Moov. De Lage Landenlijst van Radio 1 is in samenwerking met de Nederlandse Taalunie vanuit Baarle-Nassau uitgezonden. Klara werkt samen met het Concertgebouw Brugge voor Iedereen Klassiek, een gratis muziekfestival dat elk jaar op een dag in oktober door duizenden mensen wordt bezocht. We delen ook de kosten. Het Klarafestival is een samenwerking met het Festival van Vlaanderen in Brussel. We hebben net weer een editie achter de rug. We zijn er trots op dat het de meest succesvolle editie tot nu toe was. We zullen de Ultima’s uitgebreid coveren. De VRT heeft zich ertoe geëngageerd in beeldmateriaal van alle laureaten te voorzien. We zullen de uitreiking in juni 2017 ook live streamen. Dat zijn een paar voorbeelden. Ik zou hier nog de Ketnet Dub aan kunnen toevoegen. Dit is een leuke app om kinderen aan het lezen te zetten.

De zevende pijler is eveneens belangrijk en betreft de samenwerking tussen de netten die de CCC verzorgt. Ik heb niets tegen efficiëntie. Het is soms handig met slechts twee mensen naar een evenement te gaan en het toch breed te coveren. Ik het vroeger anders meegemaakt. Zo stonden we tien jaar geleden eens met zes journalisten van de VRT op dezelfde tentoonstelling. Misschien is dat niet nodig. Een aantal mensen wordt geresponsabiliseerd om bepaalde dossiers bij te houden.

De Frankfurter Buchmesse is een goed voorbeeld. Voor de boekensector is dit een zeer belangrijk moment. De Lage Landen waren vorige keer het gastland. Bart Moeyaert heeft toen in Frankfurt een heel paviljoen ingericht. Klara heeft gedurende drie dagen met Pat Donnez en Heleen Debruyne live uitzendingen van twee uur gemaakt. Ondertussen was de aardige Joris Vergeyle daar voor Radio 1. Hij heet reportages gemakt die dan ook op Klara zijn uitgezonden. Canvas was er ook, en daardoor hadden we ook beelden. De Frankfurter Buchmesse is toen alom gecoverd. Het Journaal was er ook aanwezig. Dat is een mooi voorbeeld. Het gaat dan niet om een minimale inzet. Live uitzendingen vanop de Frankfurter Buchmesse kosten veel geld. We hebben dit gedaan en iedereen was hier ontzettend blij mee.

Het kan ook omgekeerd werken. We kunnen de nieuwsdienst mobiliseren om, bijvoorbeeld, de tentoonstelling ‘1917. Romanovs & Revolutie’ in Amsterdam te bezoeken. Uiteraard vragen we dat dan aan Jan Balliauw. Er is niemand van Klara naar die tentoonstelling geweest. We hebben Jan Balliauw gevraagd om hier op Klara een uurtje over te komen vertellen. Dat is ook efficiëntie. Dat heeft veel effect. Wie heeft er nu iets tegen een uur radio met Jan Balliauw? Hetzelfde geldt voor Jan Fabre in de Hermitage. Indien een persoon dat in Het Journaal, op Radio 1 en op Klara kan brengen, is dat ook zeer efficiënt. Binnenkort komt de Koningin Elisabethwedstrijd eraan. Dat is een zeer intensieve samenwerking tussen Canvas en Klara.

Tot slot is er nog de laatste pijler. Zonder al deze mensen zouden we dit absoluut niet kunnen waarmaken. We zetten meer en meer in op die ambassadeurs. Zij krijgen cultuur verkocht en kunnen cultuur op onlineplatformen zetten. Het zal nooit werken zonder deze mensen die de liefde voor cultuur uitdragen.

Ik denk dan aan Sander De Keere, een jonge man van Klara die er zelfs in slaagt klassieke muziek op MNM te krijgen. Hij verschijnt ook bij De Madammen en op Radio 2, waar hij vandaag trouwens over Prokofiev komt vertellen.

Ik zal nog even op de steekproeven ingaan. In maart 2017 hebben we er een paar uitgevoerd.

De eerste heeft betrekking op zaterdag 11 maart 2017. De variatie in het cultuuraanbod is ongelooflijk. Naar aanleiding van zijn boek ‘Noordwijk’ heeft Interne Keuken Pascal Verbeken uitgenodigd. Ook ‘Walden’, het legendarisch boek van Henry David Thoreau, is toen besproken.  Er is een speciale Brusselse aflevering geweest van een programma op zondagochtend over het literair tijdschrift Dietsche Warande en Belfort. Dit gaat ontzettend breed. We mogen Canvas niet vergeten. We hebben het hier over de behandeling van cultuur, maar we mogen de fictie en de cinefiele film niet vergeten. Op Canvas was dat aanwezig met ‘Tom à la ferme’ van de nog steeds jonge maar al legendarische cineast Xavier Dolan.

De tweede steekproef heeft betrekking op een willekeurige maandag. Tommy Wieringa is te gast om te praten over zijn kleine maar fijne roman ‘De dood van Murat Idrissi’.

Stef Kamil Carlens heeft een Radio 1-sessie. De Russische inzending voor Eurosong doen we ook. We praten over afasie naar aanleiding van het boek van Tom Lanoye. De plek van Bent Van Looy is iets voor Radio 2. Er is uiteraard veel klassieke muziek. Er is aandacht voor ‘Foxie!’, in regie van Christophe Coppens, in De Munt. Het gaat dus erg breed, van high art tot erg breed gedragen kunst. U kunt allemaal nalezen wat er de zaterdag nadien wordt gebracht. Er is Vera Lynn, maar ook Comics Station in Antwerpen en de kinderboekendag met Dimitri Leue.

In volle voorbereiding is de Koningin Elisabethwedstrijd voor Cello. We gaan naar de Biënnale van Venetië. Het Belgisch Paviljoen wordt ingevuld door een Vlaamse inzending. Klara zal op woensdag en donderdag live uitzenden. Cinema Canvas on Tour wordt voorbereid. 11 juli en de vele zomerfestivals worden voorbereid. Splitscreen is de werktitel van een nieuw programma. ‘Thomas speelt het hard’ komt er in oktober aan. Het is nu al een hit op social media. Alleen Elvis blijft bestaan, Belpop Bonanza en Het Groot Dictee, de Radio 1-sessies, Club 69 en Iedereen Klassiek, dat alvast tot 2019 loopt. Klara in deSingel loopt alvast tot 2020. Dubbelbloed komt eraan op Radio 1, met Layla El-Dekmak, en Belmondo deze zomer op Klara. Nieuwe initiatieven zijn een traject gericht op jongeren, met graphic novel, streetart, strips, dans, enzovoort. Dat gebeurt in samenwerking met Ketnet, MNM en Studio Brussel. We ontwikkelen de VRT Leestrofee, in samenwerking met Boek.be. Er worden digitale formats ontwikkeld, zoals Social Sander en Pattynages.

Peter Claes, algemeen directeur Media & Productie, VRT

Ik breng wat cijfers die vasthangen aan de beheersovereenkomst. In 2016 bevatte Het Journaal 643 cultuuritems; in de beheersovereenkomst staat het cijfer 365 als doel. Het gemiddeld dagbereik van Het Journaal is 1.919.559 kijkers. In 2016 capteerde de VRT 355 concerten, Vlaamse voorstellingen en festivals. Er worden meer dan 5 evenementen aangeboden die een cultureel thema of muziekgenre toegankelijker maken voor een breed publiek, zoals Iedereen Klassiek en Klara in deSingel. Meer dan 5 interactieve projecten worden aangeboden waarin de mediagebruiker participeert met een eigen cultuuraanbod, zoals De Nieuwe lichting van Studio Brussel, De humorklas van Radio 2 en Klarafy. De Vlaamse TV-producties worden voor 72,8 procent in primetime uitgezonden, terwijl de norm 65 procent is.

Ik geef nog andere cijfers, die niet in de beheersovereenkomst worden gevraagd. Specifieke cultuurprogramma’s op tv bereiken op weekbasis 33 procent van alle Vlamingen. In Van Gils & gasten waren er in het najaar van 2016 26 auteurs te gast in 57 uitzendingen. Lifestyle- en sportpublicaties werden niet in rekening gebracht. De VRT sloot 351 ruilovereenkomsten met culturele partners af, wat goed is voor zeer veel media- en reclameruimte voor die partners. Die overeenkomsten zijn goed voor 12 miljoen euro mediaruimte. Een extra is het intern monitoringsysteem dat sinds september 2016 nagaat hoeveel cultuuritems per dag aan bod komen. In september zullen we gemakkelijk maand per maand de evolutie kunnen vaststellen.

Hoe pakken we de opdracht vervat in de beheersovereenkomst aan? Organisatorisch is er de bewaking van de cultuur. Dat gebeurt via Chantal Pattyn, maar wordt ook breed gedragen, in samenspraak met de netmanagers. Er is één heldere visie en missie. Er zijn acht pijlers. En dan zijn er de cijfers, want meten is weten.

Ik kom even terug op wat Patrick Allegaert zei. We grijpen de uitgestoken hand en willen gaan voor structureel overleg. Het gaat over de aanpak, maar ook over vertrouwen. Wat ons betreft kan een dubbel voorzitterschap van dat overleg worden aangekondigd. Er is een dubbele verantwoordelijkheid. We willen de opdracht ter harte nemen en het vertrouwen met de sector opbouwen, terwijl de sector zich organiseert. Dat laatste is belangrijk, want dat is niet eenvoudig. De sector moet ook begrijpen in welke context de VRT opereert. Er is de context van het medialandschap, de financiële context, en ook de vraag wat de Vlaming wil. Zo willen we vooruitgang boeken, in het verlengde van wat de beheersovereenkomst voorschrijft.

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

Bij wijze van uitsmijter, nog even zeggen wat de VRT vandaag aan cultuur brengt: de heropening van het M HKA, de nieuwe leiding van het NTGent, de mooie Masereeltentoonstelling in Oostende, Koen Peeters komt naar Radio 1, Nicci French en ook Jan Verheyen zijn te gast bij Van Gils & gasten. Checkpoint gaat over pornografie en er is een documentaire over Jacques Brel. Canvas online biedt veel aan, en er is deredactie.be. Wim Van Rooij is nu te gast op Radio 1. Er is aandacht voor De dag van de dans en Sander zit bij De madammen. Soulwax zit op Radio 2, en zo kan ik doorgaan. Vandaag zijn er 37 culturele momenten, allemaal op één dag.

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mijn antwoord op de terecht gestelde vraag zal een beetje een anticlimax zijn, want ik lever hier het Frans brood aan, en het beleg is toch interessanter. In elk geval dank ik alle spelers voor hun erg boeiende bijdragen. Ik zal op de vragen antwoorden, om te besluiten met afrondende beschouwingen.

Mevrouw Segers stelde een erg brede vraag – hoe ik het huidige cultuuraanbod beoordeel. De ambities rond cultuur, en dan specifiek inzake het aanbod, in de beheersovereenkomst 2016-2020 zijn duidelijk. Onder de noemer ‘Cultuur voor alle Vlamingen’ – en elk woord telt – is de VRT een sleutelspeler in het toegankelijk maken van cultuur voor een breed publiek, via verschillende programma’s en diensten op alle relevante platformen. De VRT heeft in het aanbod aandacht voor de culturele verscheidenheid in de Vlaamse samenleving en in de wereld, in verschillende culturele domeinen, waaronder onder meer de podiumkunsten, de volkscultuur, de amateurkunsten, de veelkleurige kunstuitingen in het socioculturele veld, de beeldende kunsten, de humane wetenschappen, mode en design, architectuur en urbanisme, cultureel en culinair toerisme, over culturen en cultuuruitingen van andere volkeren en/of gemeenschappen, en last but not least, film en hoogstaande Vlaamse fictie.

De openbare omroep moedigt de mediagebruikers aan om deel te nemen aan het culturele aanbod in Vlaanderen en Brussel, hen bekend te maken met dingen die ze nog niet kennen. De VRT informeert de mediagebruikers met alle aanbodsmerken over wat er gebeurt in het culturele landschap. Elk merk doet dat op zijn eigen manier voor zijn eigen specifieke doelpubliek. Dat is in de toelichting ook gebleken. Cultuur komt zowel aan bod in algemene programma’s als in specifieke cultuurprogramma’s. De twee professoren hebben ons in dat verband het eeuwigdurende spanningsveld geschetst.

De beheersovereenkomst 2016-2020 formuleert naast de ambities een reeks performantiemaatstaven inzake cultuur. In het bijzonder zijn er onder strategische doelstelling 2, veertien doelstellingen met bijhorende performantiemaatstaven opgenomen met betrekking tot cultuur. Dat staat op bladzijde 55. Ze moeten alle vanaf het eerste jaar van de nieuwe beheersovereenkomst worden gehaald.

Een aantal van die normen zijn kwantitatieve normen. Andere normen zijn meer algemene en kwalitatieve normen.

Ik overloop ze met u. Ten eerste, elk aanbodsmerk brengt een cultuuraanbod, aangepast aan de doelgroep van dat merk. Ten tweede, het aandeel van de Vlaamse tv-producties en van de coproducties bedraagt minstens 65 procent van de totale output op Eén, uitgezonden in open net tussen 18 uur en 23 uur, en op Canvas, uitgezonden in open net tussen 19 uur en 23 uur. We hebben bij de laatste of voorlaatste slide van de VRT gezien dat dat dus ruimschoots wordt gehaald. Ten derde, Het Journaal van Eén bevat jaarlijks minstens 365 cultuuritems. Ten vierde, de VRT besteedt in haar aanbod gepaste aandacht aan belangrijke herdenkingsmomenten in de Vlaamse en wereldgeschiedenis. Vandaar wellicht de Menenpoort. (Gelach)

Ook brengt de VRT een brede keuze uit de Vlaamse culturele agenda onder de aandacht van de mediagebruiker. Ook maken diverse aanbodsmerken een link naar UiTinVlaanderen. Daar zien we inderdaad dat participatieve toch al heel duidelijk naar voren komen. De VRT organiseert of co-organiseert ook jaarlijks minimaal 5 evenementen die een cultureel thema of muziekgenre toegankelijker maken voor een breed publiek. De VRT introduceert jaarlijks 5 interactieve projecten waarin de mediagebruiker participeert met eigen cultuuraanbod. De VRT capteert daarenboven jaarlijks 250 concerten, Vlaamse voorstellingen of festivals voor uitzending via een of meerdere aanbodsmerken.

De VRT organiseert ook vier keer per jaar overleg met de vertegenwoordigers van de Vlaamse cultuursector. Ziedaar. Ik kom daar zo meteen op terug. De VRT organiseert twee keer per jaar overleg met de vertegenwoordigers van de Vlaamse muzieksector. Ik ga geen conclusies verbinden aan die vier en die twee keer. Dat is dan onderwerp van debat. De VRT verbindt zich er ook toe dat op Radio 1, Radio 2, Studio Brussel, MNM en Klara de Vlaamse muziekproducties minstens 25 procent van de totale muziektijd innemen. Minstens 30 procent van de muziektijd op Radio 2 is Nederlandstalig. Dat valt natuurlijk, zoals u weet, niet helemaal samen met de Vlaamse muziekproducties. U kent het onderscheid tussen het ene en het andere. Minstens 15 procent van de muziektijd op Radio 1 is Nederlandstalig.

Ik ben me ervan bewust dat ik nu deze boeiende discussie helemaal versmal tot de performantiemaatstaven, maar dat is ook wat van mij als bestuurder of beleidsmaker wordt gevraagd, namelijk om het subjectieve of het moeilijk objectiveerbare toch enigszins te objectiveren. Zoals u weet, worden die normen elk jaar geëvalueerd door de VRT zelf in haar jaarverslag en stelt de gemeenschapsafgevaardigde jaarlijks zijn evaluatierapport op. Daarenboven oefent de VRM ook inhoudelijk toezicht uit op de openbare omroep en rapporteert de regulator daarover jaarlijks voor 1 juni aan de Vlaamse Regering.

Het vervolgtraject is u ook genoegzaam bekend. Zoals bepaald in artikel 21 van het Mediadecreet legt de Vlaamse Regering jaarlijks de nota van de VRT, samen met het evaluatierapport van de gemeenschapsafgevaardigde en het rapport van de VRM, voor aan het Vlaams Parlement, en dat voor 30 september. Ik ga hier vandaag zeker niet vooruitlopen op wat de conclusies zijn in het kader van de jaarlijkse evaluatie, en in het bijzonder wat het resultaat van de metingen en de evaluatie van de cultuurdoelstellingen precies zal inhouden.

Nu eventjes los van de evaluatieprocedure: u weet dat ik als minister van Media en Cultuur een bijzonder grote waarde hecht aan het culturele aanbod via de VRT. Ik heb dat ook in deze commissie al verscheidene keren aangegeven. Ik ben daarin niet alleen. Dat geldt voor veel mensen. Dat heb ik bijvoorbeeld ook gemerkt tijdens mijn burgerkabinet cultuur. U zult ook hebben begrepen dat ik het samenlopen van de bevoegdheden Media en Cultuur, wat, zoals u weet, al twintig jaar geleden was, in deze beheersovereenkomst toch wat heb willen vermunten in positieve zin, tot nut van het algemeen.

Ik mag stellen dat dit, mede dankzij die inspanningen, samen met de VRT en de collega’s in deze regering, ook werd vertaald in de nieuwe beheersovereenkomst. Is het aanbod goed? Ik meen in alle openheid ja te kunnen zeggen. Kan het beter? Uiteraard kan alles altijd beter, maar met het scala aan acties en programma’s dat u net hebt gehoord, kan men toch moeilijk zeggen dat er niet veel gebeurt.

Moet Cultuur meer aan bod komen in algemene programma’s dan in specifieke cultuurprogramma’s, of omgekeerd, of evenveel? Dat is een zeer moeilijke vraag, waarover ik me zeker niet definitief ga of kan uitspreken. Het gaat erover de juiste balans te vinden tussen de verplichtingen die we de VRT inderdaad opleggen, en de redactionele autonomie. De twee professoren hebben dat toch ook als duidelijk punt naar voren gebracht. Dat is altijd een delicaat evenwicht.

Meten is weten. De VRT heeft aangegeven hieraan te werken. Dat hebt u ook kunnen horen. Ik wil voor dit jaar dus, veeleer dan af te gaan op een aantal persberichten, kijken naar het jaarverslag van de VRT over 2016 en naar het rapport van de gemeenschapsafgevaardigde en van de VRM als toezichthouder.

Mevrouw Segers, ik kom tot uw vraag over de verzuchtingen van de culturele sector, met de aanleiding van het opiniestuk in een krant. Ik heb vanzelfsprekend veel contacten met de cultuursector, net als de meesten onder u. Ik kan me dus wel vinden in hun bezorgdheid en vraag om meer te worden betrokken bij de uitbouw van het culturele aanbod, maar ik wil daar wel een caveat bij maken, en eigenlijk is die al met andere woorden uitgesproken bij het begin van deze hoorzitting. De VRT is en blijft een openbare omroep, en decretaal is het de VRT die autonoom beslist over het programma-aanbod en het uitzendschema. De gesprekken die er zijn, mogen en kunnen er dus niet toe leiden dat de VRT op een of andere manier zou worden beperkt in haar redactionele autonomie en onafhankelijkheid. De VRT overlegt al wel geregeld met vertegenwoordigers uit de culturele sector, maar ik begrijp dat dat nog intenser kan, volgens bepaalde communicatielijnen. Hoe ze dat doet, werd daarnet toegelicht. Dit zal natuurlijk ook terugkomen in het kader van de jaarlijkse evaluatie.

Dan zijn er de meer structurele samenwerkingsverbanden waarop u wijst in uw derde vraag. Ik heb begrepen dat de VRT diverse culturele partnerships heeft. Dat is hier net ook aan bod gekomen. Ik verneem ook dat de VRT openstaat voor overleg over het memorandum. Meer nog, er zijn zeer ferme engagementen aangegaan, waarvoor ik de VRT ook erkentelijk ben. Opnieuw wil ik hier niet op de zaken vooruitlopen en stel ik voor de voorstelling in dit eigenste parlement af te wachten van het jaarverslag van de VRT en de analyse van de performantiemaatstaven door de VRM. Dit zijn echter zeker mogelijkheden waarover kan worden nagedacht.

Ter afsluiting nog enkele beschouwingen die wat meer breedte aan mijn antwoord geven. We hebben enerzijds de algemene problematiek die regelmatig zal terugkomen, namelijk de vraag of er genoeg cultuur is op de VRT en of die specifiek of algemeen is. Ik vat het nu zeer kort samen, maar dat is zo’n beetje de kern van de zaak. Dat lijkt me een debat dat eigenlijk het best permanent wordt gevoerd, en inderdaad ook in de best mogelijke dialoog tussen de VRT, vanuit haar autonomie, en de sector, vanuit zijn verwachtingen. Ook dat is weer een ander evenwicht, maar ik juich zeker toe dat dat intenser zou kunnen gebeuren.

Men moet op een gegeven moment daarnaast dan toch een aantal performantiemaatstaven vastleggen. Die zijn niet alleenzaligmakend, maar dat is een interessant kompas om vijf jaar lang te gebruiken. Dat gaan we dus zeker ook doen, maar het ene debat moet niet altijd samenvallen met het andere. Het brede debat dat we hier nu hebben, valt grotendeels samen met dat van onze performantiemaatstaven, maar toch zijn het twee soorten debat. Het tweede is een uiting van ‘good governance’ en ‘new management’. We moeten ons ervoor hoeden om daar niet te ver in te gaan, maar anderzijds moeten we dat doen, omdat we verantwoordelijk zijn ten aanzien van de samenleving én de belastingbetaler. Het eerste debat is veel breder en wat mij betreft ook veel interessanter, dus laat dat maar gevoerd worden.

Ik hoor dat de samenwerking kan en zal worden geïntensifieerd. Ik laat het nu aan de betrokkenen, de VRT en de culturele sector, over om dat in goede banen te leiden. Ik heb verder ook vernomen dat, om het culturele veld toch maar in al zijn breedte en complexiteit te vatten, ik vandaag de keuze zal moeten maken tussen de film De Kampioenen 2 en een pornografisch item op Canvas. Was het Canvas?

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

Uiteraard. Niet op Klara. (Gelach)

Minister Sven Gatz

Ik weet dus niet precies wat ik ga kiezen, maar ik kan me inbeelden dat bepaalde kunstkenners zullen vragen of die Kampioenenfilm nu cultuur is, en evengoed zal een deel van het brede publiek zich afvragen wat zo’n pornografisch item in het cultuuraanbod van de VRT doet. Nochtans ben ik er een voorstander van om verder in die breedte te blijven werken, want dat is ook wel wat het publiek wil. We moeten niet altijd het publiek gelijk geven, maar we werken ook voor het publiek. Ik bedenk nu dat dat iets is waarbij u als programmamakers en ik als politicus eigenlijk volledig in hetzelfde schuitje zitten.

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

Het is niet voor niets dat de slogan van Klara ‘Blijf verwonderd’ is.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Vooreerst mijn hartelijke dank aan alle sprekers. Het was inderdaad een heel boeiend gesprek dat we tot nu al hebben gehad. De VRT doet het zeer goed, denk ik, als het gaat over het vervullen van haar opdracht om cultuur in de breedst mogelijke zin te brengen, op alle netten. Daarvoor wil ik u expliciet feliciteren.

We hebben de cijfers gezien: voor 2016 is dat beter dan kwantitatief vastgelegd in de beheersovereenkomst. Ik wil ook nog eens onderstrepen dat dat des te fijner is gezien de moeilijke periode die de VRT achter de rug heeft om de transitie door de besparingen die deze regering heeft opgelegd goed te maken.

Zoals collega Van den Bulck echter ook aangaf, de verwachtingen van de hele maatschappij zijn eigenlijk zeer groot als het gaat over de VRT. Ook de sportsector heeft zijn verzuchtingen, bijvoorbeeld de kleine sporten, net als de gezondheidssector. Er is de wetenschapscommunicatie, er is de genderdiversiteit. We zitten hier nu echter in de commissie Cultuur. Het gaat over cultuur. De culturele sector is natuurlijk ook een heel mondige sector, die zeer goed is georganiseerd als het gaat over het laten horen van zijn mening.

Cultuur zit natuurlijk ook in het DNA van de VRT, sinds de oprichting van het Nationaal Instituut voor Radio-omroep (NIR) in 1930. De radio is gestart met live uitzendingen van concerten. Dat was de eerste vorm van content op de radio. Sindsdien is er eigenlijk altijd al discussie geweest over hoe men die opdracht moet vervullen. We komen eigenlijk ook van ver. Ik denk dat we niet terug willen naar heel de paternalistische insteek die er vanaf de jaren 30 tot eigenlijk in de jaren 80 is geweest, het paternalisme van een Jan Boon, die het had over kunst als ‘vermooiing’ van het leven. We willen echter ook niet meer terug, denk ik, naar de tijd van Container en Kunstzaken. Ik snap ook dat het heel moeilijk is om een evenwicht te vinden. Uit de cijfers die de heer Raats toonde, blijkt dat een derde van het publiek vindt dat er al te veel is qua cultuur, terwijl de sector zegt dat het net te weinig is. Ik heb de heer Allegaert horen zeggen dat het meer en beter moet zijn.

Mevrouw Pattyn, ik vind uw uitgangspunt echt het juiste. Ik heb zelf altijd gezegd dat je kunstparticipatie alleen kunt realiseren als je – ik gebruik dezelfde woorden – dat buitengewone dagelijks maakt. Participatieonderzoek leert ons immers dat de belangrijkste drempel voor cultuurparticipatie niet geld, niet tijd is, maar het gevoel dat mensen hebben dat cultuur en kunst niet tot hun leefwereld behoren, dat dat niet voor hen is. Dat lijkt me dus het juiste uitgangspunt, en ik zou ook graag hebben dat men verder die weg opgaat.

Tot daar mijn algemene waardering. Ik heb een aantal vragen naar aanleiding van wat in de hoorzitting aan bod is gekomen, zowel aan de minister als aan de mensen van de VRT. Minister, ik begrijp dat u het idee van een memorandum of understanding niet ongenegen bent. Ik had graag van de heer Claes en mevrouw Pattyn gehoord hoe ze dat zien, of ze dat mogelijk achten of niet.

Opvallend was dat uit de presentatie van de heer Raats bleek dat behalve Noorwegen de VRT de enige omroep is die geen dedicated onlineplatform heeft. Dat zit op Canvas.be, maar niet in een mooie eigen omgeving, die breed cultuur ademt. Ik verwijs naar het BBC-platform, www.thespace.org, met niet alleen items maar ook livestreaming. Bijvoorbeeld de hele Ring van Wagner kan daar nu worden herbekeken. Dan kijk ik daar met jaloezie naar. Het zou fantastisch zijn, mocht ook de VRT daarnaar kunnen gaan, nadat cobra.be is verdwenen. Ik heb dat altijd triest gevonden. Minister, als zoiets wordt opgestart, dan zal dat natuurlijk ook impliceren dat de onlinecijfers worden meegeteld. Voorlopig is dat niet het geval omdat er cijfers worden gebruikt van het Centrum voor Informatie over de Media (CIM), maar dan zal dat zeker moeten worden meegenomen. Ik had dus van zowel de minister als de sprekers graag hun mening gehoord over dat dedicated onlineplatform.

U zei terecht dat deze editie van het Klarafestival fantastisch was, de beste en grootste ooit. Het Klarafestival komt voort uit het Festival van Vlaanderen, dat is ontstaan uit de VRT: in 1959 in Gent en in 1968 in Brussel. Professor Francis Maes maakt een boek over vijftig jaar geschiedenis van het Festival van Vlaanderen Brussel. Hoe intens is, behalve de captaties, die samenwerking? U had het over het vernieuwde contract. Kunt u daar meer uitleg over geven?

Het verbaasde mij dat de monitoring al sinds september 2016 op punt staat. Ik vond dat niet terug in het antwoord op mijn schriftelijke vragen. Ik ben blij dat we nu alle cijfers hebben, maar het zijn er meer dan ik heb gekregen. Het zou goed zijn dat de precieze monitoring voortaan deel zou uitmaken van ofwel de VRM-rapportage ofwel het rapport van de regeringscommissaris. Als die inspanning nu wordt geleverd om die cijfers te verzamelen, zou het goed zijn dat ze veel ruimer zou worden gedeeld.

Als u zegt dat cultuur ruim moet worden opgevat, dan is De Kampioenenfilm ook cultuur. Ondanks uw persoonlijke bezwaar of kritiek, mevrouw Pattyn.

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

Ik heb niets tegen De Kampioenen. Ik heb het alleen nog nooit gezien. Grapje. Ik heb het wel al eens gezien. En mijn eigen zoon fluit de generiek mee. Dat is Vlaams erfgoed.

Elke dag wordt er bij professor Maes hardop gelachen met De Kampioenen.

De dagschotel is voor de heer Bajart.

Ik dank ook de sprekers voor hun komst en hun toelichting. Ik heb uiteraard een aantal vragen. Ik wil onderstrepen dat ik me richt tot de vertegenwoordigers van de VRT, maar dat belet niet dat de twee professoren mogen ingaan op zaken die ze zelf ook hebben aangehaald.

Ik begin met een punctuele vraag over de cijfers. Er wordt in verband met het weekbereik van culturele programma’s op de VRT gesproken over 33 procent van de Vlamingen. Hoe wordt dit geteld?

Trage cultuur heeft te kampen met een aantal specifieke nadelen. Cultuur brengen op de VRT is iets wat vanuit verschillende hoeken kan en moet worden bekeken. De VRT bereikt haar gebruikers via verschillende platformen: radio, tv en online. Die hebben allemaal hun sterktes maar ook – het moet gezegd – hun zwaktes als het gaat over het aan bod brengen van cultuur. Televisie is een snel medium en dus kunnen trage kunstdisciplines daarin moeilijk aan bod komen. Televisie leent zich daar niet toe. Net zoals het ontbreken van de visuele component voor radio een handicap kan zijn. Online kan er meer worden gebracht, maar daar is het soms moeilijk om in de veelheid, in de onophoudelijke stroom van data, boven te drijven. Dat bewees cobra.be ook, dat moet gezegd.

De VRT beschikt over verschillende media en verschillende netten. Terwijl een aantal netten bij uitstek meer cultureel aanbod aankunnen, kunnen er andere netten minder aan. Bij ‘meer’ denk ik aan Canvas, Klara en Radio 1, bij ‘minder’ aan MNM, stubru en misschien ook Ketnet. Als de VRT haar kerntaak inzake cultuur sterker wil of zou willen invullen, zou ik denken dat de grootste sprongen net op die laatste netten kunnen worden gemaakt. Dan gaat het over de grootte van de impact, die zo belangrijk is. Misschien kun je niet op alle netten alle kunstvormen kwijt. Maar die netten bereiken een zeer specifiek segment. Om in een cultuuraanbod voor elke Vlaming te voorzien, zijn het netten als MNM, stubru en Ketnet waar een grote meerwaarde kan worden gevonden, zonder misschien al te grote inspanningen. De vraag naar die inspanningen, in vergelijking met de meerwaarde, moet en kan men zich in alle omgevingen stellen. Ik weet dat mijn vraag breed is: wat is de culturele strategie van die netten? Bestaat daarvan een duidelijke neerslag? Hoe gaat dat nu in zijn werk? Ik stel die vraag vooral om te weten wat beter zou kunnen.

Ik wil, wat cultuur betreft, uiteraard niet vervallen in een kijkcijferfetisjisme. Cultuur moet, als kernopdracht, aanwezig zijn op alle relevante platformen. Wel kan de vraag worden gesteld of er geen natuurlijke ondergrens is qua publieksbereik. De VRT is zich daarvan bewust. Toen cobra.be niet de nodige return had, moest inderdaad de conclusie worden getrokken dat het sop de kool niet waard was.

Dat is een eerste conclusie. Wat men daarmee doet, is een stap verder. Maar op een bepaald punt moet er toch een continue maar ook coherente koers worden gevaren. De afgelopen jaren was dat niet steeds het geval. Denk aan het komen en gaan van bepaalde cultuurprogramma’s. Denk maar aan de boekenprogramma’s die zich niet konden verzekeren van een permanente belangstelling en een kort leven beschoren waren. Vandaag is er een cultuurmanager, dus moet er toch een duidelijke toekomstvisie opgemaakt worden? Dat is het geval, zonder daarom te vervallen in een culturele programmatie ad hoc. Hoe ziet de VRT een natuurlijk minimum van publieksaantallen en publieksappreciatie?

De samenwerking met de sector in de praktijk staat expliciet in de beheersovereenkomst, maar hiervan zijn tot nu toe amper duidelijke gevolgen te merken. Wat de BBC in Engeland doet met het ‘memorandum of understanding’ kan handig zijn. De BBC zet hierdoor sterk in op de digitalisering van de cultuurwerking. Het online kunstenplatform Art UK is hiervan een gevolg. Mijn vraag past binnen het algemene gegeven van autonomie, redactionele vrijheid, de analogie van het venster-zijn eerder dan de spiegel. Welke thema’s kunnen bij ons aan bod komen? Welke beslissingen worden hiervoor genomen?

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik bedank ook alle sprekers.

De aanleiding van deze hoorzitting en de vraag om uitleg van mevrouw Segers was de open brief in De Standaard van 17 maart 2017. Ik dacht toen: dit is de zoveelste keer. Dit komt met de regelmaat van de klok terug. Het is zoals met het monster van Loch Ness. De cultuursector voelt zich op bepaalde punten niet geapprecieerd door onze openbare omroep. Daarom hebben we beslist om hier deze hoorzitting te organiseren.

Ik vond het zeer interessant om de verschillende klokken te horen, maar ook de academische achtergrond vond ik zeer verhelderend.

Het belang dat de VRT, ondanks de niet zo heel positieve brief, dan blijkbaar toch aan cultuur hecht, komt hier heel sterk tot uiting door het feit dat de CEO van de VRT, de heer Paul Lembrechts, hier al van in het begin van de vergadering aanwezig is.

Voorzitter, ik zit nog maar sinds het begin van deze legislatuur in deze commissie, maar het is toch ongezien dat de CEO van de VRT, die vandaag niet als spreker is uitgenodigd, toch de hele zitting volgt. Ik wil hem daar persoonlijk voor bedanken. Dat geeft aan dat er op zijn minst heel veel aandacht is voor wat er hier vandaag wordt verteld.

Het is omdat onze livestream niet goed werkt.

Daar kun je inderdaad niet op vertrouwen.

Het is hier al meerdere keren gezegd wat er in de beheersovereenkomst staat over het belang dat de VRT aan cultuur hecht. CD&V heeft van in het begin gezegd dat alle vormen van cultuur aan bod moeten komen, ook de minder populaire, want waar gaan die anders wel getoond worden? In de aanloop naar de nieuwe beheersovereenkomst hebben wij er regelmatig op gehamerd dat het overleg met de culturele sector belangrijk is. Positief in die open brief is het idee van een ‘memorandum of understanding’, zoals ook de BBC heeft. We moeten eens bekijken of dat kan. Dat lijkt mij de weg die we zouden kunnen bewandelen, maar ik stel voor om dat nog eens grondig te bekijken.

De eerste spreker zei dat het een beetje een smalle focus is. Hij gaf het voorbeeld dat de Eerste Wereldoorlog, of de Menenpoort, drie keer op drie dagen aan bod kwam. Is dat niet wat veel? Ik vond dat een gedurfde kritische stellingname. Maar dat is misschien wel een punt. Een andere spreker zei dat een Oscarnominatie voor een Vlaamse film leidt tot 36 items. Dat is misschien ook van het goede te veel. Op die punten zullen de andere media ook wel voldoende ingaan. Moet de VRT dat ook doen? Dat is een terechte opmerking, die echter een beetje wordt ontkracht door de uiteenzetting van de mensen van de VRT. Zij zetten de nieuwe aanpak in de verf, met de effecten daarvan die in de verschillende programma’s naar voren komen. Ik blijf mij, net zoals de heer Allegaert, afvragen hoe de items precies worden geselecteerd. Wat zijn de selectiecriteria? Bestaan die? Hoe wordt daar precies mee omgegaan?

Ik heb ook niet duidelijk begrepen of er nu al dan niet voldoende expertise is in alle culturele domeinen. Ik heb de indruk dat er bijvoorbeeld in verband met erfgoed of het sociaal-culturele werk iets minder aandacht is op de VRT. Dat kan een indruk zijn. Maar die sectoren lijken mij net iets minder aan bod te komen dan sommige andere. Wil dat zeggen dat jullie geen echte erfgoedspecialist hebben? Hoe staat het met de expertise, maar dan echt in de diepte, van bepaalde domeinen? Zijn er mensen die echt goed zijn in literatuur of in de verschillende muziekgenres? Hebben die mensen die samenkomen in de CCC, allemaal een brede kennis van cultuur, of is daar een zeker specialisme? Zijn er voldoende specialisten in huis?

Mevrouw Van Werde heeft het woord.

Voorzitter, ik wil me bij mijn collega’s aansluiten en de sprekers allemaal bedanken, ook omdat ze cultuur zo ter harte nemen. U zult me moeten vergeven voor het feit dat ik enigszins door een gekleurde bril kijk. Ik ben een aantal jaren betrokken partij geweest. Er zijn me toch een aantal zaken opgevallen.

Dankzij Chantal Pattyn, die me een kans heeft gegeven, heb ik het geluk gehad gedurende vijf jaar voor Klara te mogen werken. Ik heb op vijf of misschien zes jaar tijd ongeveer 21 experts zien vertrekken. Dit wijst niet op ontslagen. Die mensen zijn op pensioen gegaan. Het gaat om een natuurlijke uitstroom. Ik vraag me af of de VRT op cultureel vlak de laatste tijd niet meer verslaggever dan producent van cultuur is geworden. Vroeger was dit wel een rol die de VRT op zich nam. Dit hangt volgens mij samen met redactionele en technische expertise die verdwijnt.

Een aantal genres zijn volledig verdwenen. De documentaires zijn heel sterk teruggeschroefd. Er zijn geen cd-opnames meer. Ik heb in de lijstjes captaties zien staan, maar daar zijn bijna geen radiocaptaties meer bij. Ik denk ook aan compositieopdrachten. Ik weet dat Wim Henderickx een aantal jaren compositieopdrachten van de VRT heeft gekregen. Dat is nu allemaal niet meer mogelijk.

Ik vraag me af of Klara nog wel een beroep kan doen op het predicaat verdiepend te zijn. Is er nog voldoende expertise in huis om echt verdiepend te zijn? Ik illustreer dit even. Rob Leurentop, Marc Van den Hoof en Kurt Van Eeghem vertrekken binnenkort. Johan Van Cauwenberge, Claude Blondeel, Rik Moens, Jean-Pierre Rondas, Johan De Haes, Koen Uvin, Joanna Van der Heyden en Luc Brewaeys zijn allemaal verdwenen.

De CCC is een prima initiatief, zeker als er overleg met de sector is. Die mensen bepalen de agenda, maar is er ook nog inbreng van de individuele maker? Misschien zijn die er niet meer. Krijgen mensen nog de kans om iets te maken over zaken waarmee ze al jaren bezig zijn? Kunnen ze hun expertise ten volle benutten?

Ik heb de foto’s van de medewerkers gezien. Sander De Keere levert prachtig werk op de radio, maar hij is nog piepjong. Vroeger kwam iemand toe op de VRT en ontmoette hij mensen als Jean-Pierre Rondas. Hij zweeg dan gedurende enkele jaren en leerde van die man en van de andere mensen rond hem. Hij kon langzaam in zijn vak groeien. Mensen die nu toekomen, moeten er onmiddellijk staan. Dat is heel moeilijk.

Wie een programma presenteert, weet dat dit flink wat werk inhoudt. Het gaat er niet om drie uurtjes op antenne te komen en de rest van de dag niets te doen. Ze moeten bezig zijn met het programma van de dag nadien, want dan is er weer een deadline. Zeker met de besparingen wordt alles teruggeschroefd. Dit is een heel moeilijke oefening. Ik kijk even naar de heer Lembrechts, die nog steeds mijn CEO is. Het is fijn dat hij hier is en dat hij bekommerd is. Misschien maakt hij zich grote zorgen. Dat kan ook een reden zijn om hier te zitten. Ik weet het niet.

De N-VA heeft er met betrekking tot de beheersovereenkomst steeds op aangedrongen dat cultuur een van de twee speerpunten van de VRT moet zijn. Ik heb gelezen dat bij de nieuwsdienst bijna niet wordt bespaard, maar dat op andere domeinen zeer veel is bespaard. Ik vind dat jammer. Ik beschouw Klara, misschien onterecht, nog steeds als het hart van het cultuuraspect. Vanuit Klara kan veel expertise naar de rest van de VRT stromen, maar die expertise moet er dan wel nog zijn.

Ik vraag me af of op een aantal jaren tijd geen lacune is ontstaan met betrekking tot mensen met zeer veel expertise. De mensen die nu worden aangeworven, doen het fantastisch. Ze moeten er echter onmiddellijk staan. Ik vind het jammer dat ze niet meer de kans krijgen om langzaam in het vak te groeien.

In dat opzicht vind ik de verdwijning van Cobra ook zeer spijtig. Heeft dit niet geleid tot een lacune met betrekking tot de archivering of de ontsluiting van het archief van de VRT? Ik denk onder meer aan podcasts. Ik heb vernomen dat de podcast over Napoleon enorm is geapprecieerd. Is die podcast nog te vinden? Zijn op de website nog andere podcasts te vinden? Ik heb onlangs gekeken en toen vond ik ze niet, maar dat kan aan mij liggen.

Is de cultuurvisie van Chantal Pattyn al geëvalueerd? Hoe is dat op de werkvloer ontvangen?

Mijn vraag over het overleg met de sector heeft de heer Allegaert al enigszins beantwoord. De VRT werkt samen met Vlaanderen in Actie voor onderwijsprojecten die worden aangeboden. Is een samenwerking op cultureel vlak ook mogelijk? Gisteren heb ik rector Pauwels ontmoet tijdens een voorstelling in deBuren van de film ‘Le passé devant nous’. Dat is een zeer mooie en zeer sterke beginnersfilm. Ze heeft me verteld dat het de bedoeling is engagementen en verbintenissen aan te gaan met een zeer brede sector. Om Brussel cultureel beter op de kaart te zetten, wil ze nagaan hoe er kan worden samengewerkt. Misschien zijn er ook mogelijkheden om de VRT en de VUB te laten samenwerken. Het is maar een idee.

Ik wil zelf nog een paar bedenkingen maken en een vraag stellen. Dit is een mooi moment. Er worden veel interessante ideeën uitgewisseld. Voor ons ontstaat heel wat helderheid. Ik ben daar gelukkig om.

Ik zal eerlijk zijn. Met de functie die wij uitoefenen, is het onmogelijk het totaalbeeld te bewaren van de cultuurprogramma’s die vroeger en nu op de radio en televisie kwamen of komen. Gezien de beperkte tijd waarover we beschikken, kunnen we dat niet behappen. In die zin is het buitengewoon interessant een totaalbeeld te krijgen dat in een visie past.

Ik wil mijn waardering uitspreken voor de CCC en de wijze waarop dit wordt aangepakt. Diezelfde bekommernis brengt me er echter toe niet enkel naar mijn eigen navel te kijken. Ik moet het brede beeld indachtig blijven. Dat is natuurlijk ook wat de kijker verdeeld en geselecteerd krijgt. Als ik kan, luister ik naar Pompidou. Dat lukt me een op de tien keren. Ik ben fan, maar ik heb natuurlijk veel andere zaken te doen en ik kan niet altijd opnieuw luisteren. Zeer weinig mensen hebben het totaalbeeld. Er bestaan volgens mij veel misverstanden over dat totaalbeeld. Misschien leidt dit net tot een aantal van de spanningen en de dilemma’s die hier zijn geschetst.

Ik zou ervoor willen pleiten hierover breed te communiceren, in eerste instantie naar de culturele sector. Ik vind een structurele samenwerking met autonomie langs beide zijden belangrijk. Dat is hier al aan bod gekomen. Ik vind dat noodzakelijk. Het mag er wel eens stuiven, maar tegelijkertijd moet minstens blijvend worden gepraat en gecommuniceerd. De media zijn verschillend. De makers, zowel de artistieke makers als de radio- en televisiemakers, zijn verschillend en hebben hun eigenheid. Ik vind die autonomie prioritair. Het mag eens clashen, maar tegelijkertijd vind ik het overleg buitengewoon belangrijk.

Ik wil een lekker ouderwets idee poneren. Ik vind dat de VRT ook een volksverheffende taak heeft. Daarnet heeft mevrouw Van den Bulck getoond wat de Vlaming van de VRT vindt. Het is interessant dat te weten. We moeten ons echter afvragen wat wij willen dat de Vlaming morgen, weet, ziet en hoort. We moeten ons afvragen welke educatieve, pedagogische of volksverheffende taak de VRT als belangrijkste culturele instelling heeft.

Volgens mij moet de VRT verbredend en verdiepend altijd net dat ietsje meer doen en hebben. Dat is het belangrijkste onderscheid tussen een openbare omroep en de andere omroepen. Dit maakt ook deel uit van de beheersovereenkomst. De vertaling hiervan is natuurlijk een dagelijkse uitdaging.

Ik wil hier luidop zeggen dat ik vaak de indruk heb dat ook met betrekking tot cultuurprogramma’s de kijk- en luistercijfers dominanter zijn dan die volksverheffende taak. Tijdens Rock Werchter besteden alle media, niet enkel de VRT, hier een buitenmatige aandacht aan. Die aandacht is zelfs groter dan het publieksaantal verantwoordt. Het is hip. De mensen staan ervoor open. Er worden veel mensen bereikt. Dit maakt deel uit van een zekere streaming van hedendaagsheid. Het is een mode waar de omroepen in meegaan. Ze kunnen zich niet voorstellen er niet bij te zijn. De vraag is in welke mate er nog aandacht is voor andere zaken, die zich vaak in een kleinere niche bevinden of die andere thema’s aanraken.

Ik weet dat het elke dag een uitdaging zal zijn hiermee om te gaan. Ik heb de indruk dat het hippe ook binnen de VRT de keuze van onderwerpen sterk bepaalt. Indien ik het fout heb, moet iemand me dat maar zeggen. Ik heb de indruk dat de kijk- en luistercijfers de drijvende factor zijn.

Ik heb slechts één vraag en die moet niet eens vandaag worden beantwoord. Dit kan misschien naar aanleiding van de bespreking van het jaarverslag. Ik zou graag een blik krijgen op de evolutie van de aandacht voor cultuur op de VRT gedurende de voorbije drie of vijf jaar. Ik hoor hier een warm verhaal en ik word er enthousiast van. Ik wil echter ook een beeld van die evolutie krijgen. Mijn kennis is immers fragmentair. Ik weet niet om welke cijfers het moet gaan. Het kan gaan om programma’s of thema’s. Dat moet de VRT zelf maar eens bekijken.

De vaststelling dat een derde van de Vlamingen tevreden is of nog meer cultuur wil, is op zich niet zo vreemd. Dat is ook het percentage van de regelmatige cultuurparticipatie. Indien we de volksverheffende taak in gedachten houden moeten we dat volgende keer op 40 procent krijgen. Ik maak me echter geen illusies. Dat zal niet gebeuren. Het blijft een beperkt gedeelte van de bevolking. Dit legitimeert, bij wijze van spreken, ook de aandacht voor De Kampioenen. Ik hoop dat dit niet 70 procent van de bevolking vertegenwoordigt. Ik hoop evenmin dat het volume de aandacht moet bepalen. Dat is natuurlijk, om het uitdrukkelijk en eenvoudig uit te drukken, het verschil tussen VTM en de VRT.

Wat informatie betreft, moet over internet en de gedrukte media worden nagedacht. Er zijn een aantal bladen ter ziele gegaan. Naast de tijdschriften is er nog Cobra.be. Er zijn in de loop van de geschiedenis her en der fragmentaire inspanningen geleverd die zeer moeilijk zijn verlopen. Ik denk dan aan de bladen die het niet hebben overleefd. Nu is er weer iets nieuws.

De opdracht van de VRT inzake culturele informatie houdt in dat we daar alles samen moeten vinden. De VRT kan dat beschouwen als een centrale opdracht en als het verlengde van wat nu al gebeurt. Of dat opnieuw de vorm van de website www.cobra.be moet aannemen, laat ik in het midden.

Daarnet, terwijl anderen aan het woord waren, heb ik eens gesurft naar de ‘Culture – Art’-sectie van de website van de BBC. De informatie, de filmkeuze en de geluiden die daar te vinden zijn, zijn werkelijk indrukwekkend. Het zou fijn zijn indien de VRT ook een dergelijke plek zou zijn. De VRT is niet enkel de gids of de filosoof die stilstaat bij wat er gebeurt, maar ook de aggregator. Chantal Pattyn krijgt misschien driehonderd mails per dag, maar de regelmatige cultuurparticipant krijgt er ook dertig per dag. Dit leidt tot een moeilijke selectie. Niemand kan alles live bijwonen. Vaak gaat het om een fragment hier en daar. Niet elke matige participant zoekt intens op YouTube naar achtergrondfilmpjes of bijkomend materiaal.

Die wens moet vandaag niet worden ingevuld. Het maakt deel uit van een missie. De minister heeft die centrale cultuuropdracht in het licht van de beheersovereenkomst zeer hard naar voren geschoven. Ik zou graag zien dat dit op deze manier wordt vertaald.

De heer Allegaert heeft het woord.

Patrick Allegaert, voorzitter Overleg Vlaamse Musea

Ik ben erg blij dat het voorstel voor een structureel overleg door de VRT wordt aangenomen. We moeten eens samenzitten om dat in de beste omstandigheden te laten starten. Ik ben erg onder de indruk van het overzicht van wat er allemaal op één dag wordt aangeboden. Als kijker of luisteraar kunt u dat niet vatten en vermoeden. Tezelfdertijd leeft er onvrede in de sector. We moeten met die spanning aan de slag gaan.

Peter Claes, algemeen directeur Media & Productie, VRT

Ik sluit me daarbij aan. Een structureel overleg met een dubbel voorzitterschap moet worden voorbereid. Een memorandum of understanding kan daar zeker deel van uitmaken. Laten we met dat overleg beginnen, en nagaan hoe we dat het beste formaliseren.

Mevrouw Van den Bulck heeft het woord.

Hilde Van den Bulck, hoogleraar Communicatiewetenschappen, Universiteit Antwerpen

Het spanningsveld tussen het bereik – het bereik als excuus voor het belang van de kijkcijfers – en het educatieve is een element dat de openbare omroep onderscheidt van de andere. De VRT probeert mensen die misschien niet geïnteresseerd zijn in bepaalde cultuuruitingen, daar toch warm voor te maken. De vraag is hoe je dat doet zonder dat diegenen die niet geïnteresseerd zijn, afhaken. Vandaar het belang om dat bijvoorbeeld op een ludieke manier te doen. En wanneer dat dan een derde keer gebeurt, kan het zijn dat de MNM-luisteraar toch de stap zal zetten. Als u, minister, daarmee akkoord gaat, moet de VRT misschien radicaal gaan voor meer nicheprogramma’s voor de al bekeerden. Klara doet dat al ten dele. Er zijn dus de kijkcijfers, maar er is ook het doel om de mensen écht te bereiken.

De heer Tim Raats, senior researcher iMinds-SMIT

Ik heb drie kleine opmerkingen. Ik ben wat pessimistisch als het gaat over de functie van de VRT om cultuur echt aan te grijpen om ook inhoudelijke reflectie aan te bieden. De vervlakking, het gebrek aan debat en dialoog en ook de polarisering in de samenleving komen niet alleen in het culturele domein voor. Het idee dat een luisteraar van Studio Brussel zich verplicht voelt om naar Tomorrowland te gaan, zou moeten worden omgezet in een gesprek over wat dat festival betekent, en wat die muziek betekent. Ik zeg niet dat dit helemaal niet gebeurt. Programma’s als Iedereen beroemd, waarin een repetitiereeks van een eindejaarsvoorstelling van ballet voorkwam, heeft veel inzichten gegenereerd inzake gender, diversiteit en cultuur. Dat is een fantastisch voorbeeld. De VRT mag op dat vlak misschien nog wat meer risico’s nemen. Wat Thomas Vanderveken nu aan het ondernemen is, kan perfect op Eén en in Iedereen beroemd. De VRT moet natuurlijk de keuzes maken.

Het memorandum of understanding is fantastisch – vooral als een instrument om de kanalen open te houden, en niet zozeer om inhoudelijk te praten. Hetzelfde zie je bij de BBC. Het platform BBC Arts is fantastisch, maar de problemen inzake de samenwerking met de sector zijn enorm groot, zelfs groter dan hier. Ik raad u aan om History of the World in 100 Objects eens te bestuderen. Dat project startte dankzij de samenwerking van twee goede vriendinnen: eentje werkt bij de BBC, de andere bij het British Museum. Die hebben de samenwerking op gang getrokken, en dat is niet gebeurd met een memorandum of understanding.

De VRT als gids en autoriteit is erg belangrijk. Niet zozeer het warm water opnieuw uitvinden, maar samenbrengen wat er al is: dat is de grootste uitdaging. De sector moet worden meegekregen. De VRT vertoonde veel goede wil op dat vlak, maar voor de sector is dat moeilijk, want het betekent een beetje je eigen merk of label opgeven. Voorts ben ik erg te vinden voor een samenwerking van de VRT met de VUB. (Gelach)

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

Nog iets over wat professor Van den Bulck zei: hoe bepalen kijkcijfers hoe we met cultuur omgaan? Het is een gelaagd verhaal. Programma’s als Goudvis waren een onwaarschijnlijk succes. De Canvasconnectie kon in alle vrijheid werken met cultuurmensen waarvan 60 procent in Vlaanderen niet bekend was, tenzij bij de niche van mensen die alles opvolgen. Er is dus totale vrijheid. Dat is in hoge mate ook bij Klara het geval. Op een dag belde Jan Fabre, met de vraag om radio te maken over zijn voorstelling die 24 uur duurde. Ze duurde 25 uur, en we deden het. Als men zich door luistercijfers laat leiden, komt dat er natuurlijk niet van.

De jonge balletdanser in Iedereen beroemd is een erg mooi voorbeeld van hoe we een heel breed publiek mobiliseerden voor dans. Wij moeten verhalen vertellen. Voortdurend moeten we content vertalen in verhalen. Mediamensen vertellen story’s. Soms zegt een auteur dat hij in een bepaald programma niet veel over zijn boek kon zeggen. Auteurs moeten ook een rol spelen. Als Tommy Wieringa te gast is in een aantal programma’s, dan kunnen we niet drie keer hetzelfde interview brengen. De covering is gelaagd. Een uur lang op Klara, nadien op Radio 1 en ten slotte in Culture Club, en daar duurde het 7 minuten.

Wat het ‘Menenpoort-incident’ betreft: de VRT kan het zich niet permitteren om niet aanwezig te zijn op de mogelijke nominatie – wie weet: prijs – voor een Oscar van een film waar iedere Vlaming voor is gegaan. Soms kan het te veel van het goede zijn. Ik kan u de boze mails tonen omdat Klara niet nogmaals Hilde Van Mieghem aan het woord liet. Ze was al overal aan bod gekomen. We hebben Sprakeloos op een andere manier gecoverd, met een kritische recensie.

De cultuurwereld is niet altijd tevreden. We worden ook gebasht. We zijn dit en dat, en wat denken we wel, enzovoort. En dat is ook terecht, want al die communicatiemensen voeren gewoon hun opdracht uit. Maar we proberen per net en per programma te bekijken wat de juiste manier is om bepaalde zaken te vertellen. Veel heeft te maken met hoe we het kunnen vertalen. Het heeft ook te maken met goede praters. Er zijn museumdirecteuren die goed praten, en die worden dan vaker gevraagd. Er zijn dus veel parameters die bepalen hoe de agendering gebeurt. Ook het geografische is van belang. We moeten uit de driehoek Gent-Antwerpen-Brussel treden, en ook naar Oostende, Kortrijk en Tongeren gaan. Ook dat is belangrijk.

Peter Claes, algemeen directeur Media & Productie, VRT

Cobra.be had een dedicated onlineplatform. Canvas.be heeft een deel van die rol overgenomen. Het belangrijkste is wel ontsluiting: hoe kunnen we alle content ontsluiten? Eén platform is niet altijd de meest aantrekkelijke plaats om dat te doen. We zoeken uit hoe mensen met de VRT in contact willen komen. We zetten in op digitale formats, wat ons streven illustreert om zo veel mogelijk te ontsluiten. VRT NU brengt heel wat culturele programma’s samen. Er is niet enkel een opdeling per net. Er is ook een aparte rubriek cultuur, met alle programma’s die iets met cultuur te maken hebben en van Canvas, Ketnet en Eén komen. Als we in de toekomst op een efficiënte manier een onlineplatform zouden kunnen aanbieden, dan zullen we dat zeker doen. Onder welke vlag dat dan moet, valt nog te bekijken. De vindbaarheid van de programmatie is wel bijzonder belangrijk. Het alleen daar onderbrengen zou een impact hebben op het bereik. Een cultuuritem niet in de omgeving van Ketnet of MNM maar wel in die van Cobra onderbrengen, heeft een impact op het bereik. De gesegmenteerde opdeling staat toe veel bereik te realiseren.

De heer Bajart vroeg naar het bereik van jongeren. Er is de gesegmenteerde aanpak, via Ketnet, MNM en Studio Brussel. Ook focus op disciplines helpt. Jongens zullen zich meer aangetrokken voelen tot streetart en strips. Dat kan via MNM. Een luisteraar van MNM verplichten naar Cobra te gaan, waarop heel veel disciplines aan bod komen en men zich moeilijk kan identificeren met de veelheid van het aanbod, is dan niet te prefereren. Maar we blijven inzetten op het samenbrengen.

De monitoring van 2016 is gebeurd. Het systeem wordt geoptimaliseerd. We kunnen verslag uitbrengen zodra we cijfers voor 2017 hebben. Dan is een vergelijking met 2016 mogelijk. Dat geeft een indruk van hoeveel cultuur we brengen, zoals ook vandaag gebeurde, met de steekproeven. Transparantie ten aanzien van de VRM en de regeringscommissaris is een doelstelling.

Het weekbereik leert dat we met culturele programma’s 33 procent van alle Vlamingen bereiken. We kunnen daarover zo nodig meer toelichting verschaffen.

Is er een ondergrens? Er is een streven naar impact. Maar stel dat we een ondergrens zouden bepalen, dan zouden een aantal initiatieven bij voorbaat niet ontwikkeld worden. Maar achteraf wordt dat geëvalueerd, zowel op de inhoud als op de impact die het gerealiseerd heeft.

Binnen de CCC wordt met heel veel parameters bekeken hoe er geselecteerd wordt. Chantal kan daar wat meer over zeggen.

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

Er wordt ook geselecteerd omdat een aantal mensen die over die inhoud gaan, daar met de nodige knowhow en expertise naar kijken. Er is heel specifiek iemand gemobiliseerd om alles wat klassieke muziek aangaat, te scannen op wat mogelijk is om naar andere zenders te brengen – behalve voor Klara, want wij coveren zowat alles. We hebben nog altijd mensen die expertise hebben in heel veel vakken, ondanks het verdwijnen op Klara van een aantal experten. Dat zijn allemaal mensen die 60 plus zijn en die uit een heel ‘old school’ radio-omgeving komen, zelfs een omgeving die ik nooit meer heb meegemaakt. Ik ben opgeleid op Studio Brussel. Wij waren bij wijze van spreken allround op de dag dat we toekwamen.

Die pure expertise van iemand die alleen met 14e-eeuwse muziek bezig is, en iemand met Middelnederlandse literatuur, dat is er wat uit. Ik maak er nu een beetje een karikatuur van. Kijk bijvoorbeeld naar de jazz. Ik mis nog elke dag de stem van Marc Van den Hoof, die dan ’s avonds zei: “Welterusten, en wie weet tot morgen.” Maar Marc werd 65, en hoe erg je dat ook kunt vinden, sommige mensen gaan gewoon. Aan de andere kant is Claude Blondeel ook 65 geworden, maar die blijft nog altijd dingen doen voor Klara. Ik heb altijd tegen hem gezegd: u mag gaan, op voorwaarde dat u komt freelancen bij ons. Johan Van Cauwenberge doet dat ook nog. We proberen dus die expertise nog in huis te halen, maar de tijd van de pure experts op de VRT, die zich alleen met theater enzovoort kunnen bezighouden, die bestaat ook niet.

Als ik kijk naar de cultuursector, die ik van op heel jonge leeftijd intensief heb proberen op te volgen, heb ik altijd gezien wat een voordeel het is om allround te zijn. Ik ging naar theater, ik ging naar dans, ik ging naar het museum en ik ging ook naar rockconcerten. Er is een hele ‘merging’ van vormen en disciplines. Anne Teresa De Keersmaeker stond bijvoorbeeld in WIELS. Je hebt een gedanste tentoonstelling. Al die zaken lopen door elkaar. Op het Kunstenfestival is er nu Lili Reynaud-Dewar. Dat is een Franse kunstenares die ontzettend belangrijk is. Die gaat een popopera regisseren. Moet ik dan mijn operaspecialist sturen? Neen, want die gaat daar niets van begrijpen. Die vormen lopen dus door elkaar.

Het is natuurlijk wel zo dat de mensen die op Klara werken, heel veel liefde hebben voor bepaalde onderwerpen. Er zijn nog altijd mensen die heel veel bezig zijn met boeken, de ene gaat meer naar het theater enzovoort. Maar bij heel die jonge generatie zie ik een andere manier om met cultuur om te gaan. Er is die veelheid. En dan nog zie ik dat heel veel mensen hun liefde kunnen botvieren. Er is nu een nieuwe podcast. We hebben voor het eerst een filosofische podcast, gemaakt door een van mijn medewerkers, die heel intens met filosofie bezig is. Ik zei: doe maar. Het is fantastisch. Het heet ‘Kant, en klaar!’. Al uw levensvragen beantwoord door Martha Nussbaum enzovoort. Een Martha Nussbaum bijvoorbeeld gaan wij niet een uur op Klara laten horen, want dan krijg je ook mails omdat het helemaal in het Engels is enzovoort. Die digitale manier om met content om te gaan, kan dus ook heel veel oplossingen geven.

Los daarvan betreur ik het natuurlijk – maar dat is een beslissing van de overheid – dat wij met minder mensen moeten werken. Maar wij doen ons uiterste best en werken met heel veel liefde aan al die cultuuruitingen.

Er was nog een vraag over het Klarafestival. Dat is een heel specifiek dossier, mevrouw Segers. U kunt alle details van het contract van mij krijgen. Het Klarafestival is een heel intense samenwerking tussen Festival van Vlaanderen, waarvan we tegen volgend jaar het boek kunnen lezen, en VRT.

Wij werken samen op het gebied van content. We denken ook heel intensief samen na over de programmering, maar ook over de marketing van zo’n festival, die ik ook ontzettend belangrijk vind, want alles wat vanuit Klara naar buiten gaat, moet helemaal binnen de waarden van onze zender zitten. Het is natuurlijk ook een verhaal van uitzendingen. Een aantal andere festivals zullen misschien jaloers zijn dat wij alles uitzenden.

Het is de meest intense culturele samenwerking die wij op dit moment hebben. Dat is wel geen financiële samenwerking. Heel lang geleden was er een stuk van het budget van Radio 3 dat naar het Festival van Vlaanderen ging. Die tijden liggen ver achter ons. Ik denk niet dat wij als een soort extra cultuurproducent moeten optreden, behalve voor de events die wij zelf organiseren. Wij investeren heel wat in Klara in de Singel en Iedereen Klassiek, los van allerlei andere events die wij dan nog eens op poten zetten. De kost alleen al voor Klara om daar veertien dagen, dit jaar zelfs zestien dagen, aanwezig te zijn van ‘s ochtends tot ‘s avonds, is al heel groot.

Maar in die zin werken wij met gescheiden begrotingen. Ik denk dat dat de kern van uw vraag was.

Minister Sven Gatz

Ik wil nog even drie dingen benadrukken die hier nog aan bod gekomen zijn. Ik sluit me graag aan bij wat Peter Claes zegt, met betrekking tot de aanpak, over de cijfers en hoe we verder gaan monitoren, en het online gegeven – niet omdat de minister zich moet aansluiten bij wat de VRT zegt, of omgekeerd. Wij hebben met de beheersovereenkomst de stok doorgegeven. Het is de VRT die nu bekijkt hoe zij het best een en ander kan monitoren, rekening houdend met het feit dat de werkelijkheid nooit helemaal te monitoren is. Ik denk dat we dat debat dan inderdaad in het najaar voortzetten.

Wat de online aanpak betreft, ben ik het ook met hem eens. Als wij middelen, mensen en mogelijkheden genoeg hebben, dan is alles tegelijk mogelijk. Maar, beste vrienden, we kunnen tot mijn grote spijt niet zeggen dat Cobra een gigantisch succes was, net om de redenen die de heer Claes aanhaalt. We moeten altijd zoeken naar een manier om een goede culturele inhoud bij voldoende mensen te laten terechtkomen. Dat is de teneur die ik in het antwoord van Peter Claes gehoord heb. Ik denk dat men daar nu in het kader van de globale digitale strategie van de VRT verdere stappen zal zetten. Ik ben absoluut geen cultuurpessimist. Soms gebeuren er dingen die stoppen, en dan zijn er altijd weer nieuwe dingen die ontstaan. Dat zien we hier nu voor onze ogen gebeuren.

Wat de samenwerking betreft, ben ik blij dat de heer Allegaert – ik had ook niet anders verwacht – ingaat op de uitgestoken hand van de heer Claes. Ik denk alleen dat men goed met elkaar zal moeten praten over hoe men die dingen wil aanpakken. Zo’n ‘memorandum of understanding’, we zijn daar heel goed in als Vlamingen. In Engeland is dat gewoon fantastisch, nog los van de overhead die de BBC zich kan veroorloven door gewoon een veel groter land te zijn. Maar wij overschatten dat geweldig. Ik moet niet aan de mensen van de VRT zeggen hoe zij met veel beperktere middelen bijna even goed zijn. Ik wil dat nog wel even benadrukken. Zo’n ‘memorandum of understanding’ bestaat in Engeland. Ik zou daar zeker ook eens de pro’s en de cons van nagaan. Dat is een doos, en je moet die natuurlijk wel invullen. En dat invullen, dat gaat altijd iets moeilijker. Ik geloof zeker dat die samenwerking verder op het getouw kan worden gezet.

Ik ben in elk geval heel tevreden over de zeer aangename ochtend die ik hier met u heb mogen doorbrengen. Dit zijn het soort debatten waarvoor een parlement is uitgevonden. Dat wil ik toch wel benadrukken.

Chantal Pattyn, nethoofd Klara, VRT

Ik vond het heel fijn om in deze zaal te zitten, met het werk van Fred Eerdekens. Dat wou ik toch nog even zeggen ter afsluiting.

De hoorzitting en de vraag om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.