U bent hier

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Voorzitter, dank dat ik vandaag deze vraag mag stellen. Ik had ze heel graag op 8 maart gesteld, de Internationale Vrouwendag en de dag van de uitreiking van de Womed Award, maar ik was helaas ziek. Vandaag krijg ik een herkansing.

De WOMED Award, uitgereikt op 8 maart, dient om het vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren. Het is een vrij geïsoleerd initiatief. Onlangs hebben Startit@KBC en Straffe Madammen van Elke Jeurissen samen een campagne opgestart om het vrouwelijk ondernemerschap aan te wakkeren. In Vlaanderen doen we het eigenlijk niet zo goed.

Slechts 33 procent van de zelfstandige ondernemers zijn vrouwen. Dat heeft niet zozeer te maken met onkunde, maar eerder met het feit dat de perceptie rond vrouwelijke ondernemers niet zo goed is. Er wordt heel dikwijls gedacht dat vrouwen niet competent genoeg zijn voor het ondernemerschap. Dat heeft voor een stuk ook te maken met het feit dat ze niet altijd even zelfzeker zijn om die stap te nemen.

Maar feit is wel dat die clichés en stereotypen moeten worden doorbroken. Ik geef u enkele cijfers. Tech start-ups opgericht door vrouwen realiseren 12 procent meer omzet en hebben 35 procent meer return on investment. Vrouwelijke ondernemers hebben ook 30 procent minder kans om failliet te gaan. Ik weet ook waarom. Mannen nemen graag grotere risico’s, waardoor ze soms ook grotere bedrijven uit de grond kunnen stampen. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Sommige mannen. Maar dat wil ook zeggen dat mannen meer faillissementen hebben. En vrouwen bereiden zich wat meer voor en gaan rationeler te werk. (Opmerkingen van de voorzitter)

Toch is dat zo, geachte voorzitter. Die cijfers zijn er dus wel.

Een ander aspect dat ik naar voren wil brengen, is het feit dat vrouwelijke zelfstandige ondernemers langer werken: niet alleen langer dan werkneemsters, maar ook langer dan mannelijke zelfstandige ondernemers. Dat kan ook te maken hebben met het feit dat vrouwen over het algemeen minder verdienen dan mannen en daardoor langer aan het werk blijven. Dat is toch ook een aandachtspunt in het vrouwelijke ondernemerschap.

Verder willen we – ik denk dat we het daarover allemaal eens zijn – mensen langer aan het werk houden. Maar we zien dat vrouwelijke werknemers nogal gemakkelijk, zodra er kinderen zijn, halftijds gaan werken. Nu, het vrouwelijke zelfstandige ondernemerschap laat meer flexibiliteit toe, waardoor vrouwen meer kunnen gaan werken. Ze kunnen niet alleen langer werken, maar ook meer. Ik denk dat er te weinig wordt gefocust op dat positieve aspect in dat vrouwelijke ondernemerschap.

Er is nog heel veel werk aan de winkel. Ik weet dat het thema eigenlijk federale materie is, die onder de bevoegdheid van uw federale collega minister Borsus valt. Maar ik denk dat we daar in Vlaanderen nog wel een en ander kunnen doen.

Minister, werden de bestaande maatregelen die ondernemerschap moeten aanmoedigen, reeds onderworpen aan een kritische gendertoets om na te gaan in hoeverre ze bij vrouwen de stap naar ondernemerschap stimuleren? Indien neen, kunt u die oefening eens maken?

Welke bijkomende maatregelen plant u om het ondernemerschap bij vrouwen aan te moedigen? Zult u in overleg treden met de minister van Onderwijs om via het onderwijs jongeren in het algemeen en meisjes in het bijzonder aan te zetten om te kiezen voor het ondernemerschap?

Welke inspanningen zult u doen om de praktische obstakels die vrouwen ondervinden in het uitoefenen van een zelfstandig beroep, aan te pakken, in het bijzonder op het vlak van de combinatie arbeid en zorgtaken? Dat is natuurlijk een van de grootste obstakels waardoor vrouwen niet kiezen voor het zelfstandige ondernemerschap. 

Op welke manier zult u de troeven en competentie van vrouwelijke zelfstandigen promoten?

Welke acties worden er bij VDAB ontwikkeld om vrouwelijke werkzoekenden via een trajectbegeleiding toe te leiden naar het zelfstandigenstatuut? Dikwijls is het een uitdaging om mensen gewoon al eens te laten overwegen om te kiezen voor het zelfstandigenstatuut.

Op welke manier wilt u vrouwen aansporen om innovatieve businessideeën te ontwikkelen én die in de praktijk om te zetten?

Welke rol ziet u weggelegd voor vrouwelijke rolmodellen en mentorschap?

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Vanwesenbeeck, het is belangrijk dat we algemeen een cultuur van ondernemerschap in Vlaanderen creëren. Dat is dan ook een van de speerpunten in mijn beleid. Dan moeten we bekijken op welke manier we maatwerk kunnen leveren zodat we voor iedereen die daarin drempels ondervindt, die drempels kunnen wegwerken en op welke manier we dat dan doen.

Ik heb die filosofie samengebracht in wat wij intern de ‘master call’ rond ondernemerschap noemen. Dat is het totaalpakket aan maatregelen voor het stimuleren van ondernemerschap. Eigenlijk is dat nooit tevoren op die manier gebeurd. Er waren projecten hier en projecten daar, projecten zus en projecten zo. Wij hebben voor de eerste keer alles in één grote call gedaan, waarop iedereen kon intekenen. Een van de elementen is het vrouwelijke ondernemerschap, dat daarin duidelijk aan bod komt, in verschillende projecten.  Zo is er de structurele samenwerking op lange termijn met Markant. U hebt daar zelf naar verwezen. Maar daarnaast is er een breed palet aan trajecten, zoals Go4Business, Bryo of een Bootcamp van EY, waarin gekozen is voor een individuele aanpak. Die individuele aanpak zal ervoor zorgen dat we effectief op maat van de ondernemers kunnen werken. Als er daar specifieke aandachtspunten vanuit het vrouwelijke ondernemerschap zijn, worden die expliciet meegenomen. Dat lijkt mij de goede manier van werken.

Die aandachtspunten hebben zowel betrekking op zakelijke als op persoonlijke aspecten van ondernemerschap. Bijvoorbeeld merken we in de trajecten dat vrouwelijke ondernemers soms conservatiever zijn in groeiprognoses. U hebt dat daarnet zelf al naar voren gebracht. Dat is zeker een aandachtspunt bij het opstellen van een businessplan waarmee je krediet wilt krijgen. Maar we zien dat dat soms ook een nadeel kan zij bij het pitchen om financiering te vinden.

Ik weet niet of u aanwezig was op de WOMED Award. Er was een – in mijn ogen zeer jonge – vrouwelijke professor die daar een voorstelling heeft gegeven. Als ik mij niet vergis, was het Veroniek Collewaert. Zij heeft daar een prachtig zicht op gegeven. 

En het is echt wel de moeite om de verschillen te zien. Ik geef er maar een van de andere: vrouwen zullen gemakkelijker samen met anderen een onderneming starten, en dan meestal in een gemengd team, terwijl mannen vaak onder vrienden een onderneming starten. De wedden die vrouwen zichzelf toekennen, liggen doorgaans ook lager dan deze die mannen zichzelf toekennen.

Mijn uitgangspunt in al deze trajecten is: generieke, inclusieve trajecten die openstaan voor iedereen, maar met maatwerk in functie van de onderneemster/ondernemer en haar/zijn specifieke noden. Diezelfde aanpak vind je ook terug in het Actieplan Ondernemend Onderwijs, dat ik samen met minister Crevits heb opgezet en waar een organisatie als Vlaamse Jonge Ondernemers (Vlajo) schitterend werk levert. Op 6 mei vindt in Walibi opnieuw de presentatie van de winnaars plaats van de Vlajo-wedstrijden. Het is fantastisch om te zien hoeveel jonge mensen echt bezig zijn met ondernemerschap. Bijna altijd zijn de winnaars gemengde teams. Ook het vrouwelijk ondernemerschap wordt daar van jongs af gestimuleerd. Die jonge mensen zijn allemaal zeer dynamisch en ondernemend.

Bij PMV vinden we dezelfde lijn terug. Waar we vroeger vooral bezig waren de instrumenten te tonen aan de klanten, doen we dat nu anders. We luisteren naar het verhaal en naar de noden van de ondernemers, die heel verschillend kunnen zijn. We gaan daar dan dieper op in om op de juiste manier, met maatwerk, vragen en luisteren, de juiste oplossingen te kunnen voorstellen.

Ook het doel van de VDAB-bemiddeling is elke werkzoekende individueel inzicht te geven in de eigen competenties, kwaliteiten en interesses en in het aanbod en de eisen van de arbeidsmarkt. Een zelfstandige activiteit maakt hier dan ook mogelijks deel van uit. Een werkloze kan worden begeleid naar een zelfstandige activiteit. Als dat een realistische piste is voor die werkzoekende, dan zetten wij hem of haar in die richting maar dan is er vaak toch nog nood aan extra ondersteuning en kennis. Die persoon kan dan worden doorverwezen naar die ondernemerstrajecten waar opnieuw maatwerk wordt geleverd en rekening wordt gehouden met de individuele situatie.

De verhouding man/vrouw voor de deelname aan deze ondernemerschapstrajecten is trouwens mooi in evenwicht: 50,1 procent mannen en 49,9 procent vrouwen. Dat is een statistisch verwaarloosbaar verschil. Bij VDAB wordt duidelijk de nadruk gelegd op de competenties en talenten en niet op het geslacht.

Zoals u terecht aanhaalt, zijn er ook op het vlak van de brede omkadering obstakels om ondernemerschap als een haalbare carrièrekeuze te realiseren voor vrouwelijke ondernemers. Ik probeer specifiek met vrouwelijke ondernemers de dialoog aan te gaan. Ik heb een tijdje geleden een aantal vrouwelijke ondernemers ontvangen voor een gesprek waarbij veel topics naar voren zijn gekomen. Een onderwerp dat bij mannelijke ondernemers zelden en bij de vrouwen onmiddellijk aan bod komt, is het belang van de dienstencheques. De combinatie van ondernemen en het gezinsleven biedt volgens vrouwen door de dienstencheques meer mogelijkheden voor hen als ondernemers.

Bij de begrotingsopmaak 2017 heb ik aangekondigd om de huidige maatregel te behouden. Er moeten natuurlijk wel budgettaire contouren worden gerespecteerd, maar het systeem zoals dat vandaag bestaat, heeft een substantiële boost gegeven aan ondernemerschap, zeker bij vrouwen.

Ik geloof ook sterk in de wervende kracht van rolmodellen en succesverhalen om meer vrouwen over de streep te trekken om de stap naar het ondernemerschap te wagen. Alle projecten die bijdragen aan de disseminatie van deze mooie verhalen naar het brede publiek, bijvoorbeeld de WOMED Award van Markant, of waarin een lerend netwerk wordt georganiseerd waarin ervaringen kunnen worden gedeeld om vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren, steun ik ten volle. Zo is er een Platonetwerk waar grote en kleine bedrijven elkaar proberen te inspireren, zijn er mentoringsinitiatieven van Netwerk Ondernemen, UNIZO enzovoort.

De evolutie in Vlaanderen op dit vlak is absoluut positief. Ruth Janssen, drijvende kracht achter de recente start-up van het jaar, Small Teaser, is een toonbeeld van innovatief vrouwelijk ondernemerschap, en zo zijn er nog vele anderen. Ik heb gezien hoeveel goede jonge ondernemers en gevestigde ondernemers op het podium stonden. Vandaag moet men daar niet lang naar zoeken, terwijl dat vroeger wellicht moeilijker was.

In essentie ben ik overtuigd van de maatwerkaanpak en ik zie effectief ook mooie resultaten, maar er blijven uiteraard altijd verbeterpunten. Ik zal dan ook uw aandachtspunten over de gendertoets in het achterhoofd houden bij de evaluatie van de lopende trajecten.

Als we nog dingen in lopende trajecten willen verbeteren, zal ik kijken of we rekening kunnen houden met de gendertoets. Ik zeg niet dat ik het automatisch zal doen, maar ik zal kijken welk nut dat het kan hebben.

Markant heeft op de WOMED Award gezegd dat ze nog een onderzoek hebben naar specifieke drempels voor vrouwelijk ondernemerschap. Ik heb daar op het podium onmiddellijk gereageerd dat ik graag in dialoog wil treden als die studie af is. Ik wil dan kijken binnen mijn bevoegdheden en binnen wat mag van Europa waar er nog oplossingen te vinden zijn.

Alles bij elkaar is er al veel gebeurd. Het gebeurt ook op een positieve manier. Ik heb de indruk dat dit ook doordringt, en daar ben ik blij om.

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Minister, ik dank u voor dit uitgebreide antwoord. Ik heb het in mijn vraag gehad over de vrouwelijke zelfstandigen, maar u weet dat daarnaast ook heel wat vrouwen functioneren onder het statuut ‘zelfstandige helper’ van de man die ondernemer is. Ik heb het dan niet alleen over landbouwers, waar dit zeer veel voorkomt, maar ook over andere situaties zoals marktkramers. Dat is een situatie die, zeker als het huwelijk misloopt, tot drama’s kan leiden. Wordt er voldoende aandacht besteed aan het stimuleren van vrouwelijke zelfstandige helpers om een volwaardig zelfstandigenstatuut aan te nemen en om ze in te dekken tegen financiële onzekerheid, zeker als er bijvoorbeeld een scheiding zit aan te komen?

Is er een rationele, voorzichtige, langer werkende en zichzelf minder belonende collega die wenst aan te sluiten? (Gelach)

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Gendergelijkheid in het ondernemerschap, daar bent u voorstander van. Ik ken uw standpunt. Ik ben er ook voorstander van. Het vrouwelijk ondernemerschap blijft ons allemaal inspireren in deze commissie. Het is hier al veel besproken en ik zal dan ook niet herhalen wat al is gezegd.

Ik werd vorige week geconfronteerd met twee uiteenlopende feiten van twee vrouwelijke zelfstandige ondernemers. Een kreeg te horen dat ze zwaar ziek is. Een ander kreeg te horen dat ze zwanger is. Dat zijn twee heel uiteenlopende situaties, maar ze hadden allebei dezelfde vraag: wat met mijn zaak? Ze vroegen zich niet af: wat met mijn gezondheid? Ze vroegen zich af wat er met hun business zou gebeuren. Daarmee kom ik terug op het sociaal statuut. Ik weet dat dit niet onze materie is, dat dit geen Vlaamse bevoegdheid is, maar het blijft wel een prangend probleem. Er zijn al stappen in de goede richting gezet.

Recent is de felbegeerde WOMED Award uitgereikt, een ode aan de meest inspirerende vrouwelijke zelfstandige onderneemster van Vlaanderen, waaronder ook mevrouw Vanwesenbeeck. Dat mag zeker worden gezegd.

Minister, u kreeg ook van het vrouwelijk publiek een heel mooi compliment. Weet u het nog? U werd de Julio Iglesias genoemd wegens uw goede looks en ook een beetje uw Spaanse achtergrond. (Gelach)

Ik wil maar zeggen dat zowel mannen als vrouwen graag complimentjes krijgen. Ze meenden het ook wel.

U had een mooie speech waarin u het belang herhaalde van het vrouwelijk ondernemerschap en de noodzaak aan meer vrouwelijk ondernemerschap. Een beloftevolle vrouwelijke onderneemster uit Limburg heeft de award gewonnen. Dat is een erg zelfbewuste dame in een mannenberoep. Dat vond ik een leuk aspect. De vrouwelijke professor van de Vlerick Business School, Veroniek Collewaert, had ook een heel mooie presentatie en een boeiende uiteenzetting over de groeiambities van jonge bedrijven en het verschil in externe financiering door vrouwelijke en mannelijke CEO’s. Er is ook heel veel verschil tussen het toekennen van loon. Mannen eigenen zich een groter loon toe. Het viel me op dat vrouwelijke CEO’s maar voor 29 procent een beroep doen op externe financiering, in tegenstelling tot hun mannelijke collega’s, die dat voor 44 procent doen.

Minister, ik vraag u om ook daar aandacht aan te besteden in uw maatwerk op vlak van stimuleren en ondersteunen van ondernemerschap in het algemeen.

Mevrouw Turan heeft woord.

Güler Turan (sp·a)

Voorzitter, ik wil mevrouw Vanwesenbeeck danken voor haar vraag. Het zijn hier steeds dezelfde ‘usual suspects’ die regelmatig dit onderwerp aanhalen. U bent er nu een van, en dit geeft aanleiding om de minister hierover te bevragen.

Het is steeds hetzelfde plaatje dat wordt afgespeeld. Er wordt terecht gewezen op de maatregelen die genomen zijn en projecten die zijn opgestart, maar ondertussen zijn we wel 2017. Beginnen de projecten die zijn opgestart, al resultaten af te werpen? U bent naar een award gegaan. Persoonlijk ken ik ook heel veel vrouwelijke ondernemers die opstarten. Het is ook heel hard in. Ik zie er op dit ogenblik geen mislukken. Ik zie er alleen maar opstarten. Natuurlijk zijn de continuïteit en de groei ook belangrijk.

Minister, er zijn heel veel projecten. Bereiken die hun doelstelling? Is het niet allemaal wat in de rand met kleine projecten waardoor we door het bos de bomen niet meer zien? Ik heb een dodelijke vraag voor u. Waarom blijven we nog altijd op die 33 procent steken, telkens als we deze vragen jaar na jaar stellen? Er zijn heel goede initiatieven. Er zijn awards. Vrouwen applaudisseren voor elkaar. Mannen applaudisseren voor vrouwen. Er zijn succesverhalen. Er zijn opstartverhalen. Maar waar blijven de cijfers? Dat is mijn enige vraag. Nadat we een George Clooney hebben gehad op dit item, kunnen we u dan oprecht een Julio Iglesias noemen, met alle bescheidenheid van uwentwege.

Ik geef het woord aan de minister voor ‘Un canto a Galicia’. (Gelach)

Minister Muyters heeft het woord.

Dat is het enige waarmee ik niet vergelijkbaar ben, want ik kan niet zingen. (Gelach)

Ik denk dat we tien jaar geleden nooit een commissie zouden hebben gehad waar alle aanwezige parlementsleden, buiten de voorzitter, vrouwen zijn, en dat in een commissie voor Economie. Ik denk niet dat dit ooit al is gebeurd. Twee van de collega’s zijn bovendien nog zelf ondernemer, en dat op zich zegt al heel wat. Het zijn er toch maar twee? Want ik wil niemand onrecht aandoen.

Mevrouw Turan, we gaan een evaluatie doen van een jaar master call, dat echt wel iets anders is dan wat er in het verleden was. Na een jaar master call gaan we onderzoeken welk bereik we hebben gehad met onze projecten op de verschillende vlakken. Dat is interessant om te onderzoeken.

Die 33 procent krijg ik niet van dag een op dag twee omhoog, maar mijn gevoel is dat er echt een omwenteling is. Je ziet dat ondernemerschap anders beoordeeld wordt, ondernemerschap in zijn totaliteit maar ook het vrouwelijk ondernemerschap. Het mooiste voorbeeld was toen ik bij de start van het academiejaar in Antwerpen naar een uiteenzetting ging over ondernemen en tegelijk student zijn, met tien studenten die het parcours al aan het lopen waren. Zeker de helft van de aanwezigen waren vrouwen. Ik denk dat het er echt wel anders uitziet. In de zaal zaten vijfhonderd jongeren die denken over ondernemerschap en student zijn. Ik ben er zeker van dat er tien jaar geleden geen vijftig man zou zitten. Nu zat er vijfhonderd man. Toen kon je geen tien mensen vinden die een voorbeeld waren. Iemand heeft me ooit eens gezegd dat het in mijn tijd hip was om in een rock-’n-rollbandje te zitten. Nu is het hip om ondernemer te zijn als je student bent. Dat is het gevoel dat er leeft. Het goede is dat alle ondernemerschap omhoog gaat. Als we er dan voor kunnen zorgen dat het vrouwelijk ondernemerschap minstens volgt maar liefst nog in percentage meegaat, dan is dat een goede zaak. We zullen met de evaluatie zien waar we staan. Maar ik heb het gevoel dat er nog weinig het onderscheid wordt gemaakt.

Mevrouw Remen, u vraagt ook aandacht voor maatwerk langs financiële zijde. Dat is net mijn voorbeeld van PMV – ik kan niet voor de banken spreken –, die luistert naar het verhaal, die kennis heeft van het verschil. U en ik hebben al gezegd dat vrouwen hun verwachtingscijfers iets bescheidener zullen inschatten. Als men luistert en niet enkel aanvaardt maar ook een discussie voert, zal dat ervoor zorgen dat men door het maatwerk op een betere manier naar voren kan komen.

Mevrouw Vanwesenbeeck, u vroeg ook naar de zelfstandige helper, en dat is eigenlijk het sociale statuut waarover collega Remen het had. Het is natuurlijk federale materie en ook gevoelige materie. Ik zou niet willen dat de discussie of je helper wordt of zelf zelfstandige, aanleiding geeft tot scheiding – een grapje. Ik begrijp de discussie. Ik wil er wel mee over nadenken wat we daarrond zouden kunnen doen, maar het statuut is vooral een federale materie. Ik denk dat er een rol is weggelegd voor de werkgeversorganisaties waarbij men, volgens mij, vrij makkelijk een win-win kan aantonen door met twee zelfstandigen in een zaak te werken in plaats van met een zelfstandige en een helper waarbij iedereen een grotere zelfstandigheid heeft, maar ook meer kansen. Misschien is het iets om met UNIZO en Voka op te nemen. We zullen het meenemen naar een van de volgende gesprekken. Ik denk dat het best van hen komt als er iets rond moet gebeuren.

Mevrouw Vanwesenbeeck heeft het woord.

Daniëlle Vanwesenbeeck (Open Vld)

Minister, ik dank u voor het uitgebreide antwoord. Ik neem vooral mee dat u binnen een jaar de master call gaat onderzoeken. Ik volg het mee op, zeker specifiek voor het vrouwelijk ondernemerschap.

Ik wil nogmaals benadrukken – ik ben het zelf geweest en ik ben het voor een stuk nog altijd – dat de rolmodellen voor de vrouwelijke ondernemers zeer, zeer belangrijk zijn. Het moeilijke is ze te vinden. Heel veel vrouwen vragen zich af wat ze te vertellen hebben op dat podium. Maar als je gewoon je ondernemersverhaal vertelt, dan is dat al inspirerend voor vele andere vrouwen. Het moet niet rooskleurig zijn. Het gaat met horten en stoten, en als je dat eerlijk vertelt, dan kom je ook geloofwaardig over en zien die andere vrouwen die twijfelen om toch te ondernemen, dat het misschien toch wel een mogelijkheid is om zelf zelfstandig ondernemer te worden. Ik wil nogmaals onderstrepen om zowel bij de UNIZO’s als Voka’s van deze wereld – en Markant doet daar zeer hard zijn best voor – expliciet te vragen om die rolmodellen naar voren te brengen en hen hun authentiek ondernemersverhaal te laten vertellen.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.