U bent hier

Commissievergadering

donderdag 9 februari 2017, 10.00u

Voorzitter
De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, in uw beleidsnota Cultuur schreef u het volgende: “In het verlengde van een geïntegreerd letterenbeleid, wil ik een geïntegreerd tijdschriftenbeleid voeren, gebaseerd op een heldere visie op de betekenis van tijdschriften in het culturele landschap.” Naar aanleiding van vorige vragen hebt u te kennen gegeven dat u de tijdschriftensector wilt versterken. U wilt de Vlaamse tijdschriften optimaal ondersteunen door onder meer de versnippering van de ondersteuningsmiddelen aan te pakken en een heldere visie voor de Vlaamse tijdschriften te ontwikkelen. U hoopt zo de pijnpunten van de Vlaamse tijdschriften weg te werken en hun zichtbaarheid en impact te verhogen.

In de commissievergadering van 6 oktober 2016 kon u ons reeds verschillende zaken vertellen. Het onderzoek ‘Zakelijke samenwerkingsmodellen tussen Vlaamse culturele, literaire en erfgoedtijdschriften’ schuift vier mogelijke rollen naar voor die Folio als koepel van de culturele, literaire en erfgoedtijdschriften kan opnemen. Folio kan de rol spelen van initiator en uitvoerder van een rationalisering van de distributie. Folio kan ook dienen als extra marketingvehikel, voor de uitbreiding van de bekendheid van individuele tijdschriften. Daarnaast biedt Folio ondersteuning voor een betere exploitatie ‘long tail’ en is het een platform voor kennisdeling in het tijdschriftennetwerk over zakelijke thema’s zoals CMS-systemen, socialemediagebruik, abonnementensystemen, prijszettingstrategieën, enzovoort. Aangezien het onderzoek recent is, had u toen nog geen beslissing genomen over de uiteindelijke rol waarop Folio zich zou focussen.

Folio heeft inmiddels een plan opgemaakt dat via een bepaalde wind bij mij is terechtgekomen. Was het een mistral of een sirocco? Of was het een e-mail, die via een digitale wind bij mij belandde? In dat plan staan acties die tot doel hebben de slagkracht van de tijdschriften te verhogen. Onder dat plan staat nog geen handtekening; men wacht allicht op een goedkeuring van het kabinet.

U stelde in diezelfde commissievergadering ook nog het volgende, ik citeer: “Indien er na al de voorbereidende werkzaamheden onvoldoende kansen zijn op slagen, sluit ik niet uit dat een andere weg wordt bewandeld voor de verdere realisatie van het geïntegreerd tijdschriftenbeleid. Ik wil kansen geven aan het draagvlak van onderuit: we hebben dat gedaan met twee onderzoeken, maar we zijn stilaan aan beslissingen toe. Ofwel komen die nog in de meerjarenplannen van Folio, ofwel zoeken we een andere weg.”

Minister, welke rol zal Folio uiteindelijk gaan opnemen voor de tijdschriftensector? Welke gevolgen heeft dit concreet voor de sector? Welke concrete acties zijn er verbonden aan deze rol? Folio heeft een eigen meerjarenplan uitgewerkt, met acties om de slagkracht van de tijdschriften te verhogen. Kunt u het actieplan van Folio toelichten? Hebben deze acties voldoende kans op slagen? Zult u met andere woorden deze weg voor het realiseren van een geïntegreerd tijdschriftenbeleid definitief inslaan? Indien niet, graag toelichting waarom. Welke weg wilt u desgevallend dan wel bewandelen?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, collega's, ik vernam dat het plan van Folio bij u is terechtgekomen. Dat is goed, want het biedt iedereen de mogelijkheid om zich van de stand van zaken te vergewissen. Het voornaamste is wel dat na veel overleg en wat aandringen de constructieve dialoog tussen het kabinet en Folio heeft geleid tot de uitwerking van een aantal concrete acties. Wat uw eerste vraag betreft, kan ik het volgende antwoorden. De gesprekken met Folio, het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) en mijn kabinet zitten in een eindfase. De bedoeling is nog steeds om zo snel mogelijk een beheersovereenkomst uit te werken waarbij er voor de uitvoering van het meerjarenplan 2017-2019 een bedrag van 50.000 euro per jaar ter beschikking wordt gesteld aan Folio vzw. Het geld komt van het departement Cultuur en het VFL.

Deze subsidie wordt toegekend in functie van de realisatie van de volgende vier opdrachten: het stimuleren van interne en externe netwerking en uitwisseling; het voeren van een gemeenschappelijke communicatie en promotie; het behartigen en dus coördineren van de fysieke en online-distributie van de tijdschriften en de pooling van zakelijke en administratieve diensten. Dat laatste is van in het begin in de opdracht aangeduid als een mogelijke winst. Met de uitvoering van bovenstaande opdrachten zet Folio vzw in op het versterken van de slagkracht, zichtbaarheid en bereik van de verzamelde tijdschriften.

U vraagt toelichting bij het actieplan van Folio.

Folio heeft inderdaad de bovenstaande opdrachten vertaald en verder geconcretiseerd in een actieplan voor 2017. De acties worden concreter rond de vier assen die ik daarnet heb aangehaald. Netwerk en uitwisseling, daar gaat het over het verbreden van het draagvlak, onder andere door een uitbreiding van het aantal leden, overleg met Nederlandse cultuurtijdschriften en overleg met Vlaamse online cultuursites. Het gaat daarbij ook over opleiding, onder meer workshops met de Unie van Uitgevers van de Periodieke Pers (UPP), maar ook eigen Folio-workshops. Het gaat over kennisdeling. Men stelt in de planning twee tijdschriftencafés per jaar voorop, met externe experten. Het gaat over aansluiting bij koepelstructuren, zoals het Overleg Kunstenorganisaties (oKo) en het al geciteerde UPP. Het gaat over een mogelijk verhoogde aanwezigheid in openbare bibliotheken, een samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD). Men denkt ook aan een staten-generaal van de tijdschriften – eerste editie in 2018 – om op die manier die gezamenlijke aanpak warm te houden. Het gaat over lezingen- en cursusaanbod voor cultuurcentra en vormingsorganisaties. Men denkt zelfs aan Folio TV, in 2018, met live publieke debatten met thema’s uit de tijdschriften. En het gaat over archivering in samenwerking met Packed.

Dat waren een aantal zaken die onder de noemer ‘netwerking en uitwisseling’ zitten. Wat zit er onder de noemer ‘communicatie en promotie’? Een maandelijkse nieuwsbrief, maar ook het doorplaatsen van content op alternatieve newssites, zodat er dus meer gedeeld en bekeken kan worden; het ontwikkelen van een koepelsite, die losse artikelen ter beschikking stelt; aanwezigheid van Folio op de Boekenbeurs, Mind the Book, sectordagen en mogelijke andere momenten; en een kennismakingsactie, die men plant vanaf 2018, voor gratis proefexemplaren.

Wat verstaan we onder concrete acties voor het versterken van de fysieke en online distributie van de tijdschriften? Ten eerste: meer zichtbaarheid in de collectie en de catalogus van de openbare bibliotheken. Ten tweede: optimalisering, distributie naar boekhandel en culturele punten. Ten derde: het opzetten van een webshop voor losse nummers, de abonnementen vanaf 2018. En ten vierde: het zoeken naar een logistieke partner in Nederland.

Wat kan tot slot een versterkte samenwerking en de pooling van zakelijke en administratieve diensten inhouden? Daarmee wordt bedoeld: het onderzoek naar een gezamenlijk abonnementenbeheer, reprografierechten collectief bekijken via UPP, een lezersonderzoek, gepland in 2018, het uitwerken van een kosten- en opbrengstenmodel voor tijdschriften in het algemeen – laten we zeggen: de beste praktijk –, en dan ook stage- en scriptiebemiddeling.

Ik denk dus dat er heel wat in het actieplan staat, dat alles nu netjes is opgelijst en dat alles ook benoemd en geconcretiseerd wordt. Uw derde vraag kan daarmee bevestigend beantwoord worden. Ik ben ook blij, want ik was daar zes maanden of een jaar geleden nog niet helemaal zeker van, maar we zijn nu toch wel ergens geraakt, dus dank ook aan Folio om dit met ons op die manier te doen, vanuit een bottom-upbenadering voor het geïntegreerde tijdschriftenbeleid. Het actieplan is gebaseerd op onderzoek en onderschreven door de tijdschriftensector. Dat draagvlak is natuurlijk ook altijd belangrijk. Het is dus nog steeds de bedoeling dat Folio gedurende de volgende drie jaar de mogelijkheid krijgt om een gepast antwoord te bieden op de uitdagingen waar de tijdschriftensector mee wordt geconfronteerd.

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Bedankt voor uw antwoord, minister. We zijn inderdaad ver geraakt, of u bent ver geraakt. Daar ben ik het mee eens. Die omslag naar digitaal zal ook meer en meer moeten gebeuren.

De enige bemerking die ik daarop heb, en dat is een persoonlijke bemerking, gaat over de synergie. We zitten met enorm veel tijdschriften, die allemaal hun waarde hebben – dat ga ik niet ontkennen. Maar wordt er soms geen slagkracht gemist door het gebrek aan bijvoorbeeld één per sector, waarbij je alles hebt, dat je per sector zegt: bon, dat is het tijdschrift, dat is het medium dat ik kan lezen en raadplegen? Dat mis ik een beetje. Ik snap wel dat iedereen probeert zijn eigenheid daarin te behouden. Men zoekt naar samenwerking. Dat vind ik heel goed.

Dit actieplan is zeer goed. Daar sta ik volledig achter. Alleen stel ik de vraag of we niet meer moeten gaan naar samenwerking, maar meer verdergaan naar synergie. Dat zou de sector alleen maar ten goede komen, denk ik. U hebt inderdaad in de subsidies, zeker in het literaire, al een beetje keuzes gemaakt, en ook in die andere sectoren. Maar volgens mij moet het nog meer, en vooral dan, waar ik dan op hoop, maar dat lijkt me misschien moeilijk te zijn, dat men inderdaad Nederlandse tijdschriften daaraan probeert te koppelen. Dat zou natuurlijk fantastisch zijn. Dat zou je bereik natuurlijk verhogen. Dat was de bemerking die ik had.

Voor de rest ben ik tevreden dat er inderdaad progressie in zit, dat we inderdaad met dat actieplan zitten, dat we daar eindelijk vooruitgang in kunnen boeken.

Bart Caron (Groen)

Ik heb zelf ook twee vraagjes, minister. De eerste sluit een beetje aan bij die laatste opmerking van collega Meremans. Ik dacht dat er ook aan het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) gevraagd was om even te bekijken of niet bepaalde vormen van integratie, samenwerking, fusie, sanering van dat veld zouden kunnen gebeuren – er zijn er het meest van al in de literaire wereld, wat ook logisch is, want het gaat over het woord – of daar niet een vorm van rationalisatie zou kunnen gebeuren.

Een tweede vraag, die daarbij aansluit, is de vraag rond de subsidie. In dezelfde mail die we kregen, werd ook de opmerking gemaakt dat het Fonds voor de Letteren zijn bedragen plafonneert tot 35.000 euro en dat in het Kunstendecreet uiteraard geen plafond staat, maar dat in de praktijk de tijdschriften in het Kunstendecreet gemiddeld het dubbele krijgen van wat bij het Fonds voor de Letteren gebeurt. En wat nu met de tijdschriften die in de erfgoedsector zitten? Als u niet op alles technisch kunt antwoorden, heb ik daar geen probleem mee, maar dan kan dat eventueel achteraf nog wel bezorgd worden.

Ik denk dat dit ook wel uw intentie was, collega Meremans. U bent al vele keren op de thematiek ingegaan om een globaal en geïntegreerd tijdschriftenbeleid te hebben. Dan denk ik dat het goed is om die andere facetten ook te stroomlijnen.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Als ik informatie heb over de vragen over de verschillende subsidiehoogten in de verschillende decreten met betrekking tot de drie invalshoeken – literair, kunsten, erfgoed – stel ik voor dat ik u die schriftelijk bezorg, maar dat ik die ook meeneem naar de gesprekken met het VFL en naar de beheersovereenkomst met Folio. We hebben de oefening nu eindelijk tot een goed einde gebracht. Het is maar een begin. We hebben er twee jaar over gedaan om te komen tot het toch wel vrij gedetailleerd uitgesplitste lastenboek – als ik het zo mag noemen. Dat ging vooral over de samenwerking en daardoor ook de efficiëntiewinsten, vooral op zakelijk vlak. Nu komen daar meer dingen bij kijken.

De bijna filosofische vraag over hoeveel tijdschriften over kunsten, erfgoed en letteren Vlaanderen nu best zou beschikken, is zeer moeilijk. U weet dat we met een brede opmeting tot meer dan zestig kwamen. Maar daarbij gaat het soms over zeer kleine en bescheiden oplages. Ik kan mij zeker niet wagen aan de vraag wat dan het ideale schaalmodel zou zijn. Maar dat was ook niet uw vraag. Ik stel voor dat wij die oefening, die verder gaat dan alleen maar de samenwerking, mee in de dynamiek van de beheersovereenkomst steken. Zonder daar meteen een finaliteit aan te willen of te kunnen koppelen. De oefening die nu in een goed eindpunt één en startpunt twee is terechtgekomen, had ook niet alleen maar de rationalisatie als finaliteit. Maar ik begrijp dat die vraag daarmee gepaard gaat. Ik wou de sector de gelegenheid geven om zelf de eigen voorwaarden voor beterschap en samenwerking te creëren. Ik wou hen niet meteen naar een klip sturen en zeggen: ‘Kies nu maar zelf wie eraf springt.’ Dat was niet de draagwijdte van jullie vragen, maar het kan ook zo worden geïnterpreteerd.

We zitten dus een beetje in dat evenwicht, waarbij ik zou voorstellen om die verschillende subsidiehoogten in de verschillende perspectieven te bekijken, en om anderzijds te onderzoeken hoe samenwerking en dynamiek voor een deel tot rationalisatie kunnen leiden. Ik probeer dat ook in de beheersovereenkomst te formuleren, om te bekijken hoe we daarover binnen enige tijd bijkomende debatten kunnen hebben.

Mijnheer Meremans, vergis u niet: als we zouden komen tot een bepaalde rationalisatie – stel dat we op termijn met veel goede wil en zelfs met een beetje positieve energie van zestig tot veertig tijdschriften komen, dat zou kunnen – dan nog zullen er morgen nieuwe ontstaan. Dan is het de vraag hoe het beleid daarop reageert. Ik geef u een heel concreet voorbeeld, dat mij op zichzelf zeer na aan het hart ligt, maar dat nog geen subsidie heeft gekregen: Oogst. Dat is een mooi en prachtig initiatief. Tot nu toe vragen we ons af wat we daarmee gaan doen. Ze hebben nog geen subsidie gekregen. Ik sluit niet uit dat dat in de toekomst nog kan gebeuren. Ik weet het niet. Dat zijn moeilijke vraagstukken: wanneer is een tijdschrift over zijn hoogtepunt heen? Zal het stoppen? Beseft het dat nog niet? Wanneer zijn er nieuwkomers?

Ik wil dus zeker met die bedenkingen rekening houden. Maar tegelijkertijd is het een perpetuum mobile waarin nooit het perfecte evenwicht zal worden gevonden.

Laten we het proberen in te bouwen in de beheersovereenkomst, zowel met Folio als in de relatie met het VFL en de erfgoedtijdschriften. We hebben nu de noodzakelijke samenwerking om toch die brede waaier van alleen maar versnippering tegen te gaan. Daar hebben we nu toch een aantal garanties voor. In 2017 en 2018 zal dan blijken hoever men daarin staat.

Bart Caron (Groen)

Mijnheer Meremans, er is natuurlijk een verschil tussen bladen met een nationaal bereik en die met een regionaal bereik. In de erfgoedsector heb je aardig wat geschiedkundige en heemkundige tijdschriften. Dat is iets anders, dat valt een beetje buiten deze scope. Dat is erfgoedgemeenschappen en wat daarmee te maken heeft.

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Ik denk dat iedereen het erover eens is dat we tot de mensen die nog altijd vaak vrijwillig die kunsten en tijdschriften hoog houden, zeggen: ‘Chapeau daarvoor!’ Dat wil ik toch nog eens benadrukken.

De voorzitter

Daar sluit ik mij graag bij aan.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.