U bent hier

Commissievergadering

woensdag 18 januari 2017, 10.00u

Voorzitter

Minister Weyts zal met veel verve het gemeenschappelijke antwoord van hem en minister-president Bourgeois geven.

De heer Van Grieken heeft het woord.

Tom Van Grieken (Vlaams Belang)

Minister Weyts, ik ben niet teleurgesteld dat u hier bent. We hebben elkaar gisteren gezien op de voorstelling van een nieuw programma. Ik zag dat u al vaker de rol van minister-president Bourgeois vervulde met betrekking tot kartelbesprekingen en andere. Ik vermoed dat u ook in dezen in zijn naam spreekt.

Mijn vraag om uitleg betreft de zogenaamde uitvoering van een aanbeveling van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. U moet werk maken van een nationaal mensenrechteninstituut, dat zich moet bezighouden met discriminaties die nog niet worden behandeld. Staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs toonde zich al tevreden met het instituut dat volgens haar “lacunes in de mensenrechtenbescherming kan opvangen”. Ze denkt onder meer aan “discriminatie op basis van taal”.

Dat is natuurlijk zeer interessant voor bepaalde Vlamingenhaters. Ook Olivier Maingain vond dit alvast zeer interessant en sprong mee op die kar. Op 16 november stelde hij daarover een vraag in de Kamer, waarbij hij onder meer zei: “U begrijpt dat ik duidelijke en voldoende engagementen verwacht, aangezien er nog steeds een juridische leemte bestaat, sinds vele jaren, met betrekking tot toepasselijke sancties tegenover discriminaties gebaseerd op taal.”

Minister van Justitie Geens antwoordde hem daarop dat dat instituut inderdaad bepaalde discriminaties, ook op basis van taal, kan behandelen. Alleen zei hij: ‘We gaan dat zelf niet opleggen, gezien de neutraliteit van dat instituut.’ 

Minister Geens zegt – en dat is belangrijk voor mijn vraag – dat het zal moeten komen vanuit Vlaanderen, Wallonië en de verschillende regio’s.

Minister, werd Vlaanderen reeds betrokken bij de oprichting van het nationaal mensenrechteninstituut? Zo ja, op welke wijze? Zo niet, waarom niet?

Bent u, zoals staatssecretaris en uw partijgenoot Elke Sleurs, van oordeel dat er nood is aan een dergelijk bijkomend mensenrechteninstituut dat lacunes in de mensenrechtenbescherming kan opvangen?

Bent u van oordeel dat dit nieuwe mensenrechteninstituut bevoegd mag of moet worden voor discriminaties op basis van taal?

Vormt de oprichting van een dergelijk instituut geen bedreiging voor de maatregelen die het eentalig karakter van Vlaanderen in het algemeen en de Vlaamse Rand in het bijzonder beschermen?

Welke initiatieven zal de Vlaamse Regering nemen of welke garanties zal Vlaanderen vragen om te verhinderen dat de werking van dit instituut het Nederlandstalige karakter van de Vlaamse Rand nog verder in het gedrang zou brengen en het beginsel van de eentaligheid van Vlaanderen opnieuw in vraag zou kunnen worden gesteld?

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Van het federale niveau dat dit dossier trekt, meer bepaald van minister van Justitie Koen Geens, heb ik begrepen dat het dossier rijp is voor overleg met de gemeenschappen en gewesten. Ik veronderstel dat de Vlaamse Regering tijdens de bespreking zal worden vertegenwoordigd door de minister-president. Naar verluidt is het de bedoeling om dit jaar tot een samenwerkingsakkoord te komen en dat te kunnen ondertekenen en om tegen het einde van de regeerperiode operationeel te zijn.

Het gaat over een onafhankelijk mensenrechteninstituut dat zijn thema’s vrij zou kiezen. Ik ben daar eerlijk gezegd niet zo bang van. Wanneer spreek je over een discriminatoire of ongelijke behandeling? Wanneer je mensen in een gelijke situatie ongelijk behandeld. Wat de Vlaamse Rand en Vlaanderen betreft, hebben we op basis van de grondwettelijke indeling in taalgebieden een eentalig Nederlandstalig statuut. In dat kader behandelen we mensen gelijk.

Concreet, wanneer het gaat over de taalvoorwaarden die we opleggen, een basiskennis van het Nederlands voor bijvoorbeeld sociale huur, dan geldt dat voor iedereen. Er is een decretaal kader dat van toepassing is voor iedereen. Dat lijkt mij een gelijke behandeling.

Anderzijds heb je in Brussel een tweetalig statuut, waarbij een Nederlandstalige in dat wettelijke kader evenveel recht heeft op het vlot verkrijgen van een Nederlandstalige identiteitskaart als een Franstalige op het verkrijgen van een Franstalige identiteitskaart. Breder bekeken, en meer in het kader van een mensenrechtenratio, lijkt het mij een mensenrecht te zijn om een urgente medische behandeling te kunnen genieten in de taal van het betrokken taalgebied. Het lijkt mij een mensenrecht te zijn om in een Nederlandstalig taalgebied ook een Nederlandstalige urgente medische behandeling te kunnen genieten, net zoals dat geldt voor het tweetalige gebied, waar het een mensenrecht is om urgente medische behandelingen te genieten in zowel het Frans als in het Nederlands.

Ik ben daar niet zo bang van. Dat mensenrechteninstituut zal ook moeten werken binnen de contouren van onder andere de Grondwet en dus op basis van de grondwettelijke indeling in taalgebieden.  Ik veronderstel dat de thematiek mogelijks ter sprake zal komen in de verdere gesprekken. Ik zou daar op voorhand niet zo defensief over zijn. Het lijkt mij een mogelijkheid om betreffende bepaalde problematieken die ons al lang parten spelen vooruitgang te boeken. 

De heer Van Grieken heeft het woord.

Tom Van Grieken (Vlaams Belang)

U stelt mij wat teleur, minister.

Mijn vraag om uitleg ging natuurlijk over de Vlaamse Rand. Wat Brussel betreft, kunnen we elkaar nog wel vinden in het feit dat het misschien wel interessant kan zijn voor de Brusselse Vlaming.

Wat de Vlaamse Rand betreft, zegt u dat u er niet bang van bent. Ik denk echter dat u dat wél zou moeten zijn. Denk maar aan de taalvereisten voor het verkrijgen van een sociale woning of de taalvereisten voor subsidies aan sport- en culturele verenigingen in de Vlaamse Rand. Denk maar aan de omzendbrieven-Peeters en -Keulen in de faciliteitengemeenten. Denk maar aan het aankoopbeleid van de Vlaamse bibliotheken. Dat zijn allemaal dingen die wel onder druk kunnen komen te staan als iemand in een onafhankelijk instituut zich daar plots over ontfermt. De eentaligheid van Vlaanderen en de maatregelen die de Vlaamse Regering – veel te weinig – neemt om dat Vlaamse karakter te beschermen, kunnen daarmee op de helling komen te staan.

Ik zou dus niet zo naïef zijn en zeggen: ‘Dat lijkt mij wel leuk, ik sta er niet zo weigerachtig tegenover.’ Ik zou daarentegen de kat uit de boom kijken, op de rem durven te staan en niet onnodig te vlot samenwerken. Zoals wel vaker in het geval van discriminatie, zou de Vlaming aan het kortste eind kunnen trekken. Ik denk dat het nefast zal zijn voor de Vlaamse Rand indien Vlamingenhaters zoals Maingain van DéFI, het vroegere FDF, dat weleens zouden kunnen misbruiken om het Vlaamse beleid om dat Vlaamse karakter in de Vlaamse Rand te vrijwaren, onderuit te halen.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Alle maatregelen die u beschrijft, gaan onder andere in de rechtsgrond terug op de grondwettelijke indeling in taalgebieden. Ik ga er niet van uit dat een mensenrechteninstituut, op basis van welke casuïstiek dan ook, zich buiten de Grondwet kan begeven. Vooralsnog lijkt mij dat geen probleem. We zullen zien wat er uiteindelijk zal voorliggen. Daarop heb ik geen zicht. Ik, of liever, de minister-president, gaat vanuit een gezonde, Vlaamse, assertieve houding naar die besprekingen.

De heer Van Grieken heeft het woord.

Tom Van Grieken (Vlaams Belang)

Het komt opnieuw op hetzelfde neer. Ik ben niet zo gelukkig, naïef of vol zelfvertrouwen. Ik geloof wél dat de Franstaligen het feit dat ze een minderheid zijn in Vlaanderen en in de Vlaamse Rand zullen misbruiken. Ik geloof wel dat ze dat aspect zullen gebruiken in het drietalige België.

Ik denk dat er meerdere achterpoortjes en kronkels zijn om toch maar dat Vlaamse beleid onderuit te halen. Ik zou pleiten voor terughoudendheid, minister, en niet te vlot mee te werken bij de oprichting van dit nieuwe instituut.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.