U bent hier

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, collega’s, op de openbare omroep is er op zondag 6 november een aflevering ‘Het dna van een moordenaar’ van de politieserie Professor T. uitgezonden. In die aflevering krijgt de vader van een van de hoofdpersonages euthanasie.

Als je naar het verloop van de euthanasie kijkt, zoals die naar voren is gekomen in die fictieserie, is dat compleet onwettig en niet volgens de regels zoals we ze in België kennen. De patiënt lijdt aan dementie en had een positieve wilsverklaring opgesteld. Op zijn vraag wordt in het programma dus ook ingegaan, maar in onze wetgeving is deze positieve wilsverklaring enkel geldig in het geval van een onomkeerbare coma. Dit probleem komt regelmatig naar voren bij mensen die denken dat deze wilsverklaring ook bij dementie geldig is en wordt versterkt als ze zulke zaken zien op de openbare omroep waarvan ze denken dat ze de juiste informatie geeft. Mensen met een niet-aangeboren wilsonbekwaamheid, zoals in het geval van dementie, vallen dus niet onder de huidige wetgeving, wat niet betekent dat we er niet voor ijveren. Daarom kan men enkel euthanasie aanvragen zolang men niet wilsbekwaam is, met andere woorden, enkel dus in een vroeg stadium van dementie. Een belangrijk voorbeeld is de euthanasie van Hugo Claus.

In diezelfde aflevering komt nog eens een verkeerd beeld naar voren. Een dokter wordt met zijn familie dood teruggevonden. Een van de pistes die even wordt bewandeld, is die van een wanhoopsdaad ten gevolge van een aanklacht. Diezelfde dokter had immers euthanasie geweigerd aan een patiënte, een hersendood verklaard meisje. Hij was hiertoe emotioneel niet in staat. De ouders van het meisje zouden de dokter daarop hebben aangeklaagd omdat hij niet inging op hun vraag om het leven van hun dochter te beëindigen. Ook dat is verkeerd, want volgens onze wetgeving kan men op geen enkel moment een dokter onder druk zetten om over te gaan tot euthanasie. Een dokter heeft altijd de vrijheid om er volgens zijn eigen wil mee om te gaan en wij willen dat ook zo houden. In dit programma komt dat ook op een verkeerde manier naar voren.

Uiteraard juich ik toe dat de VRT, conform de beheersovereenkomst, aandacht heeft voor een maatschappelijk gevoelig thema zoals euthanasie. Nog meer, ik zou willen zien dat er wettelijke oplossingen komen, zoals ik daarnet al even aanhaalde. Tot dit het geval is, is het van belang dat mensen de juiste informatie krijgen zodat ze niet worden teleurgesteld in hun verwachting. Daarom betreur ik dan ook dat deze kans niet is aangegrepen om de juiste informatie te verspreiden en zeker op een laagdrempelige manier zoals binnen een fictieserie. Het risico bestaat dat de kijker deze verkeerde informatie voor waar aanneemt.

Uiteraard gaat het wel over een extern geproduceerd fictieprogramma, maar toch is enige voorzichtigheid aan te raden. In de strategische doelstelling 3.1 van de beheersovereenkomst neemt de VRT deze verantwoordelijkheid immers ook op. Ik citeer: “Ontspannende programma’s zetten belangrijke maatschappelijke thema’s op de kaart of maken deze beschikbaar.” En vervolgens: “Ontspannende programma’s zijn niet vrijblijvend. Ze integreren informatieve, culturele en/of educatieve, inclusief mediawijze, elementen.” Ook in hun eigen programmacharter heeft de VRT hier aandacht voor. Met de Vereniging van Onafhankelijke Televisie Producenten (VOFTP) heeft de VRT een charter voor non-fictieprogramma’s.

Minister, op welke manier tracht de VRT erover te waken dat ook in fictieprogramma’s, bij het bespreken van maatschappelijke thema’s, correcte informatie aan de kijker wordt meegegeven? Is het opportuun – en wij zijn ervan overtuigd – aan de VRT en de VOFTP de vraag te stellen of ze heil zien in een charter voor fictieprogramma’s naar analogie met het programmacharter voor non-fictieprogramma’s?

Legt de VRT een lijst aan van instanties die informeren rond delicate maatschappelijke thema’s?

Worden deze instanties consequent betrokken wanneer men maatschappelijke thema’s ter sprake wil brengen?

Worden de contactgegevens van deze instanties meegedeeld telkens wanneer het thema in een programma ter sprake werd gebracht? Volgens mij zou het een goede zaak zijn op het einde van een programma waarin het bijvoorbeeld over zelfdoding of euthanasie gaat, de desbetreffende diensten te vermelden.

Waarom heeft de VRT er niet voor gekozen na afloop van de uitzending van Professor T. bijvoorbeeld naar LEIF te verwijzen, zoals dat bijvoorbeeld wel met de Zelfmoordlijn gebeurt?

Vindt u het een goed idee om, naar analogie van de Code van de Raad van de Journalistiek, in overleg te gaan met de openbare omroep en eventueel de private omroepen om voor niet-journalistieke programma’s via zelfregulering ook tot een bepaalde code te komen wanneer moeilijke maatschappelijke thema’s aan bod komen?

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Mijnheer De Gucht, voor ik op uw vragen antwoord, wil ik in verband met de specifieke aflevering van Professor T. het volgende meegeven. De VRT erkent dat het beter was geweest dat de uitwerking van deze verhaallijn beter had gestrookt met de realiteit. Het klopt namelijk dat de situatie die wordt geschetst, wettelijk gezien eigenlijk niet kan. Dat heeft het betrokken externe productiehuis intussen ook bevestigd. Het thema dementie en euthanasie is zeer bewust gekozen in die specifieke aflevering. Het thema werd benaderd vanuit de persoonlijke beleving van de personages: de verschillende emoties en de pijn van de mensen die met dementie worden geconfronteerd en de grote verantwoordelijkheid en/of het schuldgevoel van de nabestaanden die met euthanasie te maken hebben. De scenarioschrijver heeft ook de spanning tussen emotie en ratio, die in het euthanasiedebat inderdaad vaak aanwezig is, willen tonen. Het doel van een fictiereeks op de openbare omroep is, in het algemeen, om op een toegankelijke manier maatschappelijke thema’s aan te kaarten, mensen te doen nadenken en te reflecteren over bepaalde levensvragen. Hoofdzaak van fictie is niet zuivere informatie te verstrekken, maar eerder morele dilemma’s aan te kaarten en herkenbare moeilijke en makkelijke emoties weer te geven waar een kijker mee kan connecteren of zich tegen kan afzetten. De emoties die werden weergegeven rond het thema en die samengaan met het thema zijn heel reëel gebracht en zetten aan tot denken over en rond het thema. Dat was ook het doel van de verhaallijn. Maar zoals eerder gesteld, als informatieve elementen aan bod komen, dienen deze wel in lijn te liggen met de realiteit.

Ik kom nu tot uw vragen.

De VRT heeft de beroepsethische principes voor haar niet-nieuwsprogramma’s in een programmacharter geformuleerd. Het document dient als leidraad voor al haar producenten, zowel de interne als de externe. Het charter kan worden geconsulteerd op de website van de VRT.

Het gaat over elementen die te maken hebben met creativiteit en verantwoordelijkheid. Hoe moet men rekening houden met de maatschappelijke impact? Hoe brengt men extreme of extreem controversiële standpunten in fictieprogramma’s? Het gaat over integriteit en onafhankelijkheid. Daarbij laat men de redactionele eindbeslissing over fictielijnen autonoom nemen en probeert men zich uiteraard af te schermen van belangen die politiek, commercieel, persoonlijk of anderszins geïnspireerd zijn. Een partijdige benadering kan enkel als ze redactioneel verantwoord is. Het gaat ook over maatschappelijke relevantie en pluriformiteit. Men probeert de diversiteit in de samenleving aan bod te laten komen, ook rond gevoelige thema’s, geen sensatiezucht aan te wakkeren en zaken niet op gratuite wijze in beeld te brengen. Het gaat ook over gehechtheid aan waarheid en verantwoording. “We tonen de wereld hoe hij is”, staat er, ook rond controversiële en bediscussieerbare onderwerpen. Op dat punt is er misschien een bepaalde spanning te vinden met de bewuste aflevering van Professor T. Het gaat over fairness en respect voor personages, die als individu worden opgevoerd en nooit als spiegel van een hele bevolkingsgroep. En het gaat over openheid en eerlijkheid. Daar kom ik wel bij een grijze zone. “Fictie heeft altijd als doel om als fictie over te komen.” U kunt deze bepalingen, die ik niet in extenso wil voorlezen, raadplegen en vaststellen dat de openbare omroep er wel degelijk over nadenkt en in een bepaalde gelaagdheid. Daaruit blijkt dat fictie een programmagenre is met een grote maatschappelijke impact.

Externe producties krijgen binnen het management van een televisienet een aanbodverantwoordelijke toegewezen. Die persoon moet de brugfiguur zijn en waakt onder andere over de toepassing van het programmacharter voor elke productie. De VRT beschikt over een interne gids, een lijst met contactgegevens van tal van instanties in tal van maatschappelijke domeinen. De contactenlijst is toegankelijk voor VRT-medewerkers, maar niet voor externe producenten, zoals die van Professor T., Skyline Entertainment. De externe producenten kunnen wel een beroep doen op de manager beroepsethiek van de VRT, die beroepsethisch advies op maat geeft. De externe producent kan ook advies van de aanbodverantwoordelijke vragen. Maatschappelijke instanties worden door de programmamakers niet consequent gecontacteerd en betrokken bij een productie waarin maatschappelijke thema’s ter sprake komen. Regelmatig informeren ze wel of geven ze input, maar ze worden niet systematisch allemaal aangesproken. De manier waarop de thema’s aan bod komen, valt onder de redactionele onafhankelijkheid van de programmamakers. Als de programmamakers oordelen dat ze zelf onvoldoende kennis hebben over een maatschappelijk gevoelig thema, doen zij wel een beroep op deze organisaties.

De gegevens van instanties worden niet consequent meegedeeld wanneer een thema tijdens een programma ter sprake komt. Indien uit overleg met gecontacteerde instanties blijkt dat dit wel relevant kan zijn, dan beslist de VRT autonoom of ze aan de kijkers worden meegedeeld.

Ik geef hiervan enkele voorbeelden. De Zelfmoordlijn 1813 van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding is een voorbeeld van een instantie waarnaar wel regelmatig wordt verwezen. Er wordt naar verwezen wanneer in een programma de problematiek van zelfdoding als volwaardig onderdeel aan bod komt, gezien het onmiddellijke gevaar voor kopieergedrag. Dat is ook wetenschappelijk bewezen.

Ik geef een tweede voorbeeld. Bij erg emotionele lijnen in een fictiereeks wordt regelmatig doorverwezen naar Tele-Onthaal, dit met het oog op het bieden van onmiddellijke emotionele steun aan de kijkers.

Wat betreft de aflevering van 6 november 2016 van Professor T, die aanleiding gaf tot deze vraag, werd door de programmamakers geoordeeld om geen vermelding van een instantie te doen.

Mijnheer De Gucht, daar zitten we met die grijze zone. U ziet dat er wel degelijk een aantal regels zijn. Er is anderzijds misschien nog verbetering mogelijk, om de aanbodverantwoordelijke binnen het huis op een meer proactieve manier in contact te brengen met die regels ten aanzien van de externe productiehuizen. Dan is er finaal nog altijd de redactionele autonomie, ook binnen fictie, om te bekijken hoe men de zaak juist aanpakt. Ik stel voor dat ik uw bezorgdheid overmaak aan de openbare omroep. Dat is het minste wat ik kan doen. Zij kunnen daar dan mogelijk uit opmaken hoe zij de toepassing van hun charter nog kunnen verbeteren en verfijnen, om op die manier dit soort situaties te vermijden. Al kan ik mij inbeelden dat er in de toekomst nog van die situaties zullen of zouden kunnen ontstaan. Ik ben zeker niet ongevoelig voor de grond van uw vraag.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, dank u voor uw antwoorden. We moeten inderdaad naar een charter evolueren. Die productiehuizen moeten daarvan op de hoogte zijn. Ik vind het gewoon dom dat een aflevering rond een maatschappelijk thema…

Dat heeft niet noodzakelijk met geld of wat dan ook te maken. Je moet het gewoon lezen. Stel nu dat dat programma die thema’s wil behandelen. Dan kan je gewoon het voorbeeld geven dat die man dement is en juist geen euthanasie mag plegen. Dat verandert de verhaallijn niet. En met betrekking tot het hersendode meisje kan je perfect de arts er op de verkeerde manier mee laten omgaan. Zonder het idee achter de serie verloren te laten gaan, zijn er perfecte mogelijkheden om dat toch binnen de wettelijke mogelijkheden voor te stellen.

Wij krijgen regelmatig mails van mensen die slecht geïnformeerd zijn over euthanasie. Er zijn vandaag nog altijd artsen die de wetgeving niet of nauwelijks kennen. En dan kijkt men rustig en gezellig naar een programma, en dan krijgt men opnieuw die verkeerde informatie binnen. Dat is gewoon niet goed. Vandaag kijkt nog altijd de overgrote meerderheid van de mensen naar programma’s van de openbare omroep met het idee dat de staatsomroep over die thema’s geen verkeerde informatie zal geven. Daardoor is het bijzonder jammer dat de kans wordt gemist om die zaken op de juiste manier naar voren te brengen. Ik hoop dat we dit in de toekomst kunnen voorkomen. Ik hoop dat we in dialoog kunnen gaan met de programmamakers die samenwerken met de VRT maar ook intern in de VRT, om daaraan te verhelpen en om dat te voorkomen.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Ik begrijp de reactie van de heer De Gucht. Iedereen die gespecialiseerd is in een bepaald domein – voor de heer De Gucht is dat euthanasie, maar voor anderen kan dat leefmilieu zijn, of welzijn, of economie, of energie – merkt dat men op het scherm de dingen vaak niet helemaal correct, of helemaal niet correct, weergeeft. Men vereenvoudigt nu eenmaal. Je ziet dat trouwens ook in non-fictie. Ook daar moet men vereenvoudigen om een boodschap te brengen. Neem nu de werking van diensten die een rol spelen in fictieprogramma’s, zoals politiediensten of ziekenhuizen. Je hoort reacties van mensen die politieagent zijn, of die in een ziekenhuis werken, dat het zo niet gaat in het echt. Dit is een heel complexe materie. Ik begrijp de bezorgdheid van mijn collega. Het zou altijd en overal de betrachting moeten zijn om de dingen zo correct mogelijk weer te geven.

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Het gebeurt heel vaak in fictieprogramma’s maar ook in non-fictieprogramma’s. Maar ook in de geschreven pers staan er heel vaak feitelijke fouten en onvolledigheden. Het is ieders job om ernaar te streven om zo correct mogelijk te zijn, zeker als het gaat om maatschappelijk gevoelige thema’s. Dan zou je van programmamakers die reflex mogen verwachten. Ik voel wel iets voor de suggestie van de heer De Gucht voor een programmacharter, ook voor fictieprogramma’s. De VRT zelf en de productiehuizen zullen moeten bekijken of zij daartoe bereid zijn. Het is in het belang van iedereen om daarover na te denken.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik zal in elk geval de bezorgdheden van de commissieleden met betrekking tot het programmacharter doorgeven. Ten aanzien van en met externe productiehuizen enerzijds, en anderzijds ook ten aanzien van het waarheidsgetrouwe van feitelijke situaties, zelfs in fictiereeksen. Dan is het aan hen om daar de juiste antwoorden op te geven. Ik zal dat zeker goed proberen te duiden ten aanzien van mijn gesprekspartners bij de VRT.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, ik dank u nogmaals. Ik hoop dat we in dialoog kunnen gaan met de VRT. Ik hoop dat men daar positief op reageert, en niet verkrampt, en dat we in de toekomst kunnen werken aan zo’n charter. Dat zou echt een goede zaak zijn. Dat is niet op de vingers tikken, dat is voorkomen. Het moet vanuit die optiek worden gezien. Ik hoop dat de VRT daar dan ook op een positieve manier tegenover zal staan.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.