U bent hier

Commissievergadering

woensdag 14 december 2016, 10.59u

van Jos De Meyer aan minister Joke Schauvliege
675 (2016-2017)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, mijn vraag is een opvolgingsvraag. Op 5 oktober jongstleden heb ik de minister ondervraagd over de rentabiliteit in de vleesveehouderij. Ik heb toen gewezen op de gestage daling van de prijzen sinds 2013, de verdere daling van de prijzen in 2016, het Ruslandembargo dat onrechtstreeks gezorgd heeft voor druk op de prijzen, de inspanningen die nodig zijn van alle partners in de keten, de rol van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) en de implementatie van de zogenaamde black box in de slachthuizen.

Recent heeft een COPA-delegatie (Committee of Professional Agricultural Organisations) federaal minister Borsus bezocht. De delegatie deed een aantal voorstellen voor een oplossing op Europees niveau.

De Europese Commissie geeft meer aandacht aan de marktsituatie in de vleesveesector. Blijkt dat vooral door een toenemend aanbod van reforme melkkoeien de Europese vleesproductie in de eerste helft van 2016 met 2,8 procent gestegen is tegenover dezelfde periode in 2015. Dat zet uiteraard druk op de vleesprijzen.

Daarnaast importeert Europa ook 2,4 procent meer vlees, vooral uit Brazilië en Uruguay. Deze import blijft in 2017 op dat niveau. Al bij al is de Commissie gematigd positief over de evolutie van de marktprijzen in 2017.

COPA ziet de marktsituatie minder rooskleurig in. Men vreest dat de huidige zware druk op de prijzen nog zal aanhouden. Het effect van de maatregelen tegen de crisis in de melkveehouderij zijn duidelijk voelbaar in de vleesveehouderij.

COPA pleit voor duidelijke maatregelen vanuit Europa. Als de export blijft teruglopen, is het nodig om in te grijpen op de markten door private opslag van rundvlees mogelijk te maken. Daarnaast kan rundvlees worden opgenomen in de voedselhulpprogramma’s of in de programma’s rond armoedebestrijding. Vlees draagt bij aan een kwaliteitsvolle en evenwichtige voeding, stelt men.

Tot slot werd ook de zwakke positie van de vleesveehouders in de keten aangekaart. Momenteel kunnen producenten te weinig weerwerk bieden tegen de grote retailers. Producentenorganisaties kunnen de positie van de vleesveehouders versterken, maar botsen soms op de grenzen van de mededingingsregels.

Minister Borsus erkent de moeilijke situatie in de sector. Ook hij pleit voor meer ingrijpende maatregelen om de sector te ondersteunen, aldus een artikel in Boer&Tuinder.

Minister, heeft uw federale collega reeds overleg gehad met u over deze voorstellen? Op welke wijze zullen deze voorstellen worden aangekaart bij uw Europese collega’s? Welke houding neemt u aan tegenover deze voorstellen?

Is de private opslag van rundvlees een duurzame oplossing wanneer dat later opnieuw op de interne markt moet worden afgezet? Kan de positie van de producent in de keten worden versterkt, en hoe? Ziet u zelf als Vlaamse minister van Landbouw eventueel bijkomende of andere mogelijkheden?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer De Meyer, de gewesten zijn bevoegd om de Belgische standpunten op de Landbouwraad te bepalen. Federaal minister van Landbouw, Willy Borsus, is op de Landbouwraad woordvoerder van het standpunt dat op voorhand door de gewestelijke landbouwministers werd bepaald. Die standpunten worden ook doorgesproken op de DGE-vergadering (directie-generaal) die voorafgaat aan de raad. Alle betrokken beleidsniveaus zitten dus aan de tafel.

Private opslag van rundvlees zou betekenen dat de EU een tijdelijk overaanbod uit de markt haalt om dit later weer op de markt te brengen op een moment dat de markt sterk genoeg is om het uitgesteld aanbod te absorberen. Dat is geen oplossing voor ons hoogwaardig rundvlees, want invriezen betekent een waardeverlies en zou bovendien betekenen dat een ander soort afzetmarkt zou moeten worden gezocht.

Ons kwalitatief dikbilvlees is uitgesproken bestemd voor de versmarkt en dus niet om in te vriezen en naar derde landen te exporteren. Bovendien kan private opslag voor rundvlees enkel als de prijs onder een bepaald referentieniveau zakt, wat vandaag nog niet het geval is.

De positie van de vleesveehouders in de keten kan worden versterkt door hen te stimuleren tot samenwerking en gezamenlijke afzet. Daarom zal er blijvend veel aandacht geschonken worden aan het informeren en stimuleren van de mogelijkheden inzake oprichting van producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties, transnationale samenwerking en oprichting van brancheorganisaties. Via een brancheorganisatie kan binnen de keten informatie worden uitgewisseld en op een breed aantal vlakken worden samengewerkt.

Op basis van de ervaringen vanuit de verschillende sectoren, zal ik op Europees niveau pleiten om gepaste instrumenten aan te reiken om een echt ketenbeleid te kunnen voeren en een kader waarbinnen de werking van producenten- en brancheorganisaties nog verder kan worden versterkt.

Momenteel lopen een aantal acties die ik genomen heb. De belangrijkste maatregel is de zoogkoeienpremie. Samen met Wallonië heb ik deze premie ingevoerd om onze professionele vleesveehouders te ondersteunen. Wij produceren immers een specifiek soort rundsvlees van hoge kwaliteit dat bovendien gekoppeld is aan een hele reeks productierandvoorwaarden op het vlak van natuur, milieu, klimaat en dierenwelzijn. Dat zorgt voor hogere kosten voor onze vleesveehouders ten opzichte van bijvoorbeeld de Zuid-Amerikaanse vleesveehouders. Die premie is dus noodzakelijk om onze vleesveehouderij leefbaar te houden.

De invoering van de black box verhoogt de transparantie in de slachthuizen. Daar hebben we het hier al vaker over gehad.

Er is ook een actieplan opgesteld over het terugdringen van de tekortkomingen op het vlak van identificatie en registratie. De administratie heeft het systeem van verlaging van steunbedragen herbekeken en onder coördinatie van het Departement Landbouw zijn er bovendien afspraken gemaakt met Dierengezondheidszorg Vlaanderen (DGZ).

Op vraag van het departement en de sector zal DGZ in de toekomst de veehouder blijvend informeren over de laattijdige of ontbrekende meldingen en/of paspoorten. Dit moet de veehouder helpen om belangrijke steun niet te mislopen.

Om een betere prijsvergelijking te kunnen maken en zeker in relatie tot onze buurlanden, kan men de officiële marktprijzen elders in de EU terugvinden via de link naar de betreffende informatie van DG-Agri op de website van het departement. Op deze manier hopen we de vleesveehouder van de meest recente informatie te voorzien.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik begrijp dat de voorstellen waar minister Borsus over heeft gesproken, perfect doorgesproken zijn met de Vlaamse en Waalse collega’s.

Ik ben het volledig met u eens wanneer u zegt dat het meest hoogwaardige rundvlees lijdt aan waardeverlies door het in te vriezen. We moeten daar rekening mee houden.

Wat Europa betreft, zegt u dat producenten en brancheorganisaties belangrijk zijn en dat er een aantal gepaste instrumenten zullen worden voorgesteld aan Europa. Kunt u ons nu al iets meer vertellen over die instrumenten?

U stelt ook terecht dat ons kwaliteitsvolle rundvlees een extra troef moet zijn. Misschien moeten de sector, de keten en de retailers deze troef extra in kaart brengen.

Ik heb op 5 oktober al een vraag gesteld over de black box. Ik heb die herhaald bij de begrotingsbesprekingen. Ik begreep op 5 oktober dat drie slachthuizen in orde waren. Weet u hoeveel slachthuizen vandaag al volledig in orde zijn?

De voorzitter

De heer De Croo heeft het woord.

Herman De Croo (Open Vld)

Minister, wanneer men spreekt over de noodzaak van private opslag, is het evident dat men ook te maken heeft met overproductie. Recent is met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen ook de aandacht gevestigd op de afbouw van de productie op langere termijn. Heeft men daar een visie op langere termijn op? Zijn er al ideeën? Legt men zich daarop toe op Europees vlak, op Belgisch vlak? U hebt beide bevoegdheden, dat laat u toe om met uzelf te spreken. Is er al een projectie?

De voorzitter

De heer Wouters heeft het woord.

Peter Wouters (N-VA)

Onzes inziens kunnen we de opslag beter aan de kant schuiven. Op een gegeven moment – we hebben het daarnet voor melkpoeder al besproken – moeten we het rundvlees toch opnieuw op de markt brengen, en dat zal de stabiliteit van de prijs opnieuw onderuithalen.

Onze dikbil is van zo’n kwaliteit dat we het vlees beter niet invriezen. We moeten dus naar oplossingen zoeken. Het invriezen van een goed stuk rundvlees is een doodzonde.

Ik doe een oproep voor de komende feestdagen: u kunt ook een stuk witblauw laten rijpen bij de slager in plaats van Simmentaler of Waguy-beef. Ons vlees is zeker kwalitatief sterk genoeg om op de feesttafel te liggen.

Ik heb een bijkomende vraag over de producentenorganisaties. De spelregels worden wel degelijk Europees bepaald, maar het is raar dat de ene sector wel de prijs mag bepalen en de andere niet. De varkenssector mag dat niet. Minister, hebt u daar een uitleg voor? Hoe zult u het Europese programma opvolgen? Dat zal niet simpel zijn.

Collega De Meyer, ik heb al een paar keer gezegd dat ik vind dat het huidig gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) te weinig of zelfs geen instrumenten heeft die kunnen inspelen op de keten. Men staat een beetje machteloos. Men heeft de vergroening ingezet. Men legt de focus op jonge, startende landbouwers. Ik vind dat nobele doelstellingen, maar het GLB heeft eigenlijk geen enkel instrument om in die keten in te grijpen. Als men mij vraagt welke de gepaste instrumenten zijn, pleit ik altijd, ook in de Europese raden waar vaak nu al gedachtewisselingen zijn over het nieuwe GLB, dat Europa moet nadenken hoe het meer greep kan krijgen op die keten met het GLB. Ik ben ervan overtuigd dat we meer die richting uit moeten. Dat moet goed worden onderbouwd. Er is uiteraard ook een level playing field. We moeten er op een goede en verstandige manier mee omgaan. Dit moet op alle niveaus goed worden voorbereid. We kunnen er uiteraard zelf ook grondig studiewerk rond doen.

De stand van zaken van de black boxes zal ik opvragen en bezorgen.

De promotie van ons vlees en kwaliteitsvol vlees gebeurt volop door het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM), dat ook internationaal sterk inzet.

Collega De Croo, u vroeg naar de relatie met het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Het BRV vormt voor mij absoluut geen bedreiging voor de landbouw, integendeel. We pleiten voor voldoende open ruimte. Wie zal die open ruimte innemen en er zorg voor moeten dragen? Dat zal de natuur zijn, maar ook de landbouw. We zullen nog veel meer de landbouw, in al zijn facetten, nodig hebben om die open ruimte voldoende in stand te houden. Het gaat over de combinatie: het is niet dat er geen mensen meer mogen wonen op het platteland, integendeel. Deze discussie hebben we vorige week in de plenaire vergadering gevoerd.

Collega Wouters, in de Europese verordening is er een verschil tussen de verschillende producentenorganisaties zuivel, groenten en fruit en andere. Dit moeten we goed onderzoeken binnen het GLB en nagaan of er niet meer gelijkheid kan zijn.

We hebben al veel ervaring in het goed opvolgen van de programma’s, ook in de groente- en fruitsector. Europa beseft dat het nieuwe GLB nu al goed moet worden voorbereid. Het is de bedoeling om er in 2020 mee van start te gaan. Dus als u mij vraagt wat er de komende jaren met stip in de agenda van de minister van Landbouw staat, dat is het dat: zorgen dat op Europees niveau het GLB goed wordt bijgestuurd tegen 2020. We hebben immers de voorbije jaren gemerkt dat het GLB, maar ook de sectoren in alle lidstaten, niet zijn voorbereid op het volledige marktgegeven. We zullen een antwoord moeten geven op de enorme prijsschommelingen. Het GLB zal er op een evenwichtige manier mee moeten omgaan. Dat lijkt me de grootste uitdaging van de komende jaren en dat zal ook met stip in de agenda genoteerd staan.

Jos De Meyer (CD&V)

Minister, ik ben het volledig met u eens wanneer u zegt dat men via het Europees beleid meer greep moet krijgen op de keten. Dat is bijzonder belangrijk.

Collega Wouters, ik ben iets genuanceerder over de private opslag dan uw fractie. Ik weet heel goed wat de nadelen zijn en de mogelijke risico’s van de private opslag, maar radicaal zeggen dat er nooit private opslag mag zijn, doe ik niet. Het moet wel een absolute noodmaatregel blijven.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.