U bent hier

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

In deze commissie hebben we al dikwijls gediscussieerd over de Vlaamse spoorvisie, die van de vorige legislatuur dateert en waarover de Vlaamse Regering in al haar wijsheid oordeelde dat een Vlaams mobiliteitsbeleid ook behoefte heeft aan een duidelijke spoorvisie. Bovendien werd binnen deze spoorvisie ook een lijstje gemaakt met prioriteiten. Tevens voorzag de spoorvisie in een cofinanciering vanuit Vlaanderen voor die prioriteiten.

Op 7 juli, toen we in deze commissie discussieerden over Spartacus, kwam de spoorvisie weer ter sprake. U bevestigde toen dat lijn 3 van Spartacus, spoorlijn 18 van Hasselt naar Noord-Limburg, nog steeds ‘de prioriteit van de prioriteiten’ in de Vlaamse spoorstrategie is, zoals de minister eerder al stelde. We zijn het er allemaal over eens dat het tijd wordt om niet te blijven hangen op ‘prioriteit’, maar over te gaan tot actie. Ik heb u al meerdere malen ondervraagd over de cofinanciering van onder andere lijn 18. Mijn laatste vraag dateert van 8 maart 2016, bij de gedachtewisseling over het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK). Mijn goede vriend Jos Lantmeeters verzette zich daar toen tegen en zei dat dat een taak van de NMBS is, ondanks het feit dat het duidelijk voorzien is in de cofinanciering.

Ik was dan ook blij dat u in juli, toen ik er opnieuw naar vroeg, zelfs sprak over een prefinanciering voor lijn 18. Dat gaat dus nog een stapje verder. Dat bedrag zou de investering kunnen dekken en zelfs schot in de zaak kunnen brengen. Ik wil nog even herhalen wat u toen zei: “Voor lijn 3 hebben we al geruime tijd geleden een studie uitgevoerd waaruit blijkt dat de treinverbinding een betere mogelijkheid biedt dan een tramverbinding. We zijn gebonden aan de beslissingen die men neemt op federaal niveau in verband met de investeringsplannen van Infrabel en de NMBS. Wij blijven benadrukken dat dit een prioritaire investering is vanuit Vlaamse zijde. Dat is een investering van om en bij de 185 miljoen euro, maar men heeft zichzelf daar wel de vrijheid gegund van een correctiemarge van 50 procent. Dat is vrij ruim ingeschat. Gelet op de budgettaire krapte op federaal niveau, zeker ten aanzien van het budget voor investeringen in NMBS in Infrabel, is het, als we het voor NMBS en Infrabel makkelijker willen maken om ja te zeggen en moeilijker maken om neen te zeggen, van onze zijde een goed idee om een aanbod te doen op het vlak van prefinanciering van die lijn, zodat we letterlijk ook op dat spoor kunnen vooruitgaan.”

Ik heb dan ook volgende vragen aan u: welk overleg is er nog geweest met het federale niveau omtrent de Vlaamse spoorvisie? Welke stappen hebt u al gezet om projecten uit de Vlaamse spoorvisie te versnellen via een prefinanciering vanuit Vlaanderen?

Hoe wilt u in de middelen voorzien voor deze cofinanciering of prefinanciering? Welke projecten komen hiervoor in aanmerking?

Welke stappen hebt u al concreet gezet in functie van een snelle realisatie van lijn 18?

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

De Vlaamse en federale overheid hadden overleg in het kader van het meerjareninvesteringsplan via de federale investeringscel spoorinvesteringen. Die investeringscel bestaat uit een strategisch comité en een analysecomité. Het strategisch comité is eerder het politieke niveau, waarin naast de NMBS en Infrabel de federaal en regionaal bevoegde ministers vertegenwoordigd zijn. Het analysecomité is meer technisch en bestaat uit federale en gewestelijke ambtenaren en vertegenwoordigers van de NMBS en Infrabel.

In de periode van december 2015 tot juli 2016 heeft het analysecomité van de investeringscel spoorwegen veertien vergaderingen gehad. Op uitdrukkelijke vraag van het Vlaamse Gewest heeft de federale overheid in februari 2016 de eerste vergadering van het strategisch comité van de investeringscel georganiseerd. Onze spoorstrategie is ongewijzigd. We hebben elf projectvoorstellen. Ik ga ze niet allemaal opsommen. U kent ze, vooral drie ervan die ongetwijfeld uw aandacht wegdragen, zoals spoorlijn 15, 18 en 19. 

Naar aanleiding van het overleg over het nieuw vervoersplan van de NMBS heb ik vorige vrijdag aan mijn federale collega gevraagd wanneer de werkzaamheden van de strategische cel zullen worden voortgezet. Hij verwees naar het gegeven dat Infrabel nog bezig is de opgelegde besparing van de federale overheid uit te werken in de verdeling van haar exploitatie- en investeringsbudget. De NMBS zou die oefening al hebben gedaan, maar Infrabel zou ze nog moeten doen. Daarop diende nog enige tijd te worden gewacht.

Ik wil terzijde opmerken dat er voor mij twee bekommernissen zijn voor Vlaanderen op het vlak van spoorinvesteringsbeleid, met name, ten eerste, de spoorinvesteringen met het nieuwe meerjareninvesteringsplan 2016-2020 en ten tweede het vervoersplan en de spoorwegexploitatie. Dat is ook van belang. Er komt een nieuw vervoersplan in december 2017.

Voorheen was er geen enkele betrokkenheid, behalve een soort post factum mededeling vanuit het federale niveau, de NMBS, naar de deelstaten en de regionale openbare vervoersmaatschappijen. Ik had aangekondigd dat dat absoluut niet meer kon, dat we ab initio met De Lijn en de Vlaamse overheid zouden moeten vertegenwoordigd zijn bij de opmaak van het vervoersplan. Aldus geschiedde wel. Daarover ben ik wel tevreden. Ik had in deze commissie op 2 oktober 2014 al aangegeven dat ik had vastgesteld dat er vanuit de NMBS aanvankelijk geen structureel overleg was georganiseerd, maar dat er in samenspraak met de gedelegeerd bestuurder van de NMBS toch een grote bereidwilligheid bleek. Die heeft zich toch ook vertaald in concrete daden. De Directie Transport van de NMBS heeft in de periode van september 2015 drie keer overleg georganiseerd met het departement Mobiliteit en Openbare Werken (MOW) en met De Lijn. In november 2016 zal de NMBS met de Vlaamse overheid ook het concrete ontwerp van dienstregeling bespreken en in maart 2017 zal de NMBS gezamenlijk met De Lijn en met het departement MOW in de provincies het nieuwe vervoersplan van december 2017 presenteren. Bij elke presentatie zal de NMBS per provincie aankondigen welke investeringen op het vlak van toegankelijkheid gerealiseerd zullen worden in de diverse stations en stopplaatsen. De NMBS heeft de vraag van het Vlaamse Gewest opgevolgd om in bijkomend treinaanbod te voorzien in congestiegevoelige gebieden zoals bijvoorbeeld Antwerpen.

Ik beschouw de voormelde lijst van elf spoorprojecten als een uitgangspunt in de onderhandelingen met de federale overheid. Ik ga uit van een gezonde en consequente onderhandelingsstrategie waarbij ik vertrek vanuit het acquis en vanuit hetgeen we ervoor hebben bezorgd. Voor Vlaanderen ligt de focus niet alleen op het reizigersvervoer.

Met betrekking tot uw vraag over de prefinanciering van het concrete dossier, dat u nog meer dan al de andere investeringsprojecten aan het hart ligt, namelijk spoorlijn 18 Hasselt-Neerpelt, heb ik een aanbod gedaan aan minister Bellot waarin ik heb voorgesteld om vanuit de Vlaamse overheid te prefinancieren en een werkgroep op te richten om te bekijken hoe we dat concreet gestalte kunnen geven. Ik heb dat initiatief genomen ten aanzien van hem. Ik wacht nog op antwoord. Ik zie het met enig optimisme tegemoet.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Het is een goede zaak dat De Lijn bij het vervoersplan wordt betrokken, alleen verwacht ik niet veel goeds van de toelichting bij het vervoersplan 2017 in Limburg. Als we kijken naar de conceptnota basisbereikbaarheid en als we openbaar vervoer van de grond willen krijgen, dan hebben we een ruggengraat nodig, dan hebben we een treinnet nodig, quod non in Limburg.

Ik ben alleszins blij dat het aanbod aan minister Bellot is gedaan. Dat is een eerste stap, maar er zullen er heel veel moeten volgen. Toen ik ter gelegenheid van de elektrificatie van de treinlijn tot Mol het genoegen had om de heer Lallemand te ontmoeten en te spreken over de noden vanuit Limburg, kwam er maar één vraag, en die betrof inderdaad een mogelijke cofinanciering – toen werd er nog gesproken over cofinanciering – vanuit Vlaanderen. Voor alle duidelijkheid, ik vind prefinanciering een beter woord dan cofinanciering. Het opent meer perspectieven. Mijn vraag blijft om op de hoogte te worden gehouden over wanneer we een antwoord van de heer Bellot kunnen krijgen, en of we er eventueel zelf achterna moeten gaan om een timing te vragen. Tot slot: waar gaan we de middelen van de prefinanciering voorzien? Volgens mij is vandaag in de Vlaamse begroting niet in die middelen voorzien.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Ik zou willen pleiten voor een zweepslag. De Nationale Spoorwegmaatschappij met haar onderdelen staat voor een besparing van 3 miljard euro. Die moet gebeuren tot en met 2019. Nu kunnen we natuurlijk doen alsof we dat niet weten, maar waarom komt het investeringsprogramma niet echt van de grond? Natuurlijk omdat men op dit ogenblik voor een ongelooflijke besparingsoperatie staat, die er op de eerste plaats op gericht is om datgene wat er is te consolideren. Ik vrees dat er voor nieuwe initiatieven waarvoor men in het parlement of in andere gremia alle handen op elkaar krijgt, gewoon geen geld is.

We kunnen ons daar heel strak in de leer opstellen, als theologen, en zeggen: ‘Cofinanciering doen we niet, want dat doen de Franstaligen ook niet. Waarom zouden wij dat dan doen?’ Want het verschil tussen beide is meer dan semantisch: prefinanciering is geld voorschieten en zo proberen investeringen vooruit te trekken in de tijd. Bij cofinanciering legt men daadwerkelijk geld op tafel en investeert men mee. Ik zou durven pleiten, gezien ook de zware besparingsoperatie die nog moet plaatsgrijpen op het niveau van de NMBS, om te cofinancieren voor een project dat in Vlaanderen, meer bepaald in Limburg ligt, waarvoor de minister-president de kwalificatie ‘de prioriteit der prioriteiten’ heeft gehanteerd, waarmee de Limburgers worden bediend, en dat zijn tot nader order ook Vlamingen. De NMBS, met haar aanhorigheden en haar dienstverlening, kent de provincie Limburg letterlijk niet. We zijn er het absolute stiefkind. Het is ook belangrijk voor de dienstverlening vanuit De Lijn. Daarom durf ik ervoor te pleiten de stap te zetten naar cofinanciering.

Ik weet wel dat er dan geld op tafel wordt gelegd dat achteraf niet meer wordt terugbetaald, maar ik vrees dat we in 2019 – het gaat over lijn 3 in het kader van Spartacus, waarvan we op een zeker ogenblik hebben gezegd dat het beter via de spoorwegen kan gebeuren – op papier allerlei plannen gaan hebben die hermetisch passen in alle mogelijke grote theoretische constructies, maar dat we op het terrein weer niets gerealiseerd zullen zien. Het is ook een punt van geloofwaardigheid als het gaat over het voorzien in openbaar vervoer, in dit geval een spoorverbinding. We zullen dat op een zeker ogenblik zelf moeten forceren door met cofinanciering, met geld, over de brug te komen.

Anders zult u in dit parlement van iedereen gelijk krijgen, maar in de praktijk weet men dat, gezien de zware operatie van 3 miljard euro aan besparingen, er gewoon niets zal gebeuren. Daar moet men zelfs geen handelsingenieur of begrotingsexpert voor zijn. Daarvoor moet men gewoon de wereld bekijken door de bril waardoor hij moet worden bekeken. Wat dat betreft, trap ik een open deur in als ik zeg dat men bij de NMBS en bij de maatschappijen die de Nationale Spoormaatschappij vormen, Infrabel en dergelijke, heel snel op de budgettaire grenzen gaat stuiten voor nieuwe uitbreidingsinvesteringen op het vlak van spoorverbindingen.

De voorzitter

De heer De Clercq heeft het woord.

Mathias De Clercq (Open Vld)

Lijstjes opmaken is één ding. Dat is belangrijk, daarmee begint het. Maar de vraag rijst tot wat we zelf bereid zijn. We hebben dat moment bereikt.

De premier heeft een investeringspact aangekondigd. Dat is een goed initiatief. Mijn vraag is: verandert het investeringspact? Hij verwijst immers naar mobiliteit, naar digitale agenda, naar energie en nog een aantal elementen. Verandert dat iets in dit kader? Misschien is dat een nieuw element om effectief naar een aantal realisaties te gaan, aansluitend op de heer Keulen.

De voorzitter

De heer Vandenbroucke heeft het woord.

Joris Vandenbroucke (sp·a)

Ik blijf het toch wat bijzonder vinden hoe de leden van de meerderheid zich terecht opwinden over de trage voortgang in de opmaak van een investeringsprogramma voor de NMBS en Infrabel, gelet op het feit dat ze deel uitmaken van dezelfde Federale Regering, die inderdaad een spoorbeleid voert dat nauwelijks nog de naam beleid waardig is. Ik begin complete nalatigheid en nonchalance te zien in dit dossier.

Minister, ik heb u daarover een schriftelijke vraag gesteld in de zomer. U wist me te melden dat er nog altijd geen consensus is bereikt over de criteria waarmee gekeken wordt naar de verschillende investeringsfiches die werden ingediend door de gewesten, niettegenstaande het analysecomité al veertien keer is samengekomen. Mijn vraag is dan ook: is er nu wel een consensus? Is er eensgezindheid over de multicriteria-analyse of blijft die uit?

Een tweede vraag gaat over het Strategisch Comité. U hebt laten weten dat het Strategisch Comité van de Investeringscel tot op heden één keer is samengekomen. Eén keer. Het betreft een investeringsplan voor 2017-2020. We zijn het laatste kwartaal van 2016. Het Strategisch Comité is één keer samengekomen. U wist me te melden dat er nog geen volgende datum is bepaald voor een nieuwe samenkomst van dat Strategisch Comité. Is dat nog altijd zo? Zijn er geen nieuwe bijeenkomsten meer gepland in het vooruitzicht van het Strategisch Comité, dat aanbevelingen moet doen aan de Federale Regering om dan uiteindelijk een investeringsplan te maken?

Een derde vraag: acht u het, in alle ernst, nog haalbaar dat er nog een investeringsplan tout court zal komen dit jaar, een investeringsplan 2017-2020? Mevrouw Galant heeft meer dan een jaar geleden, uiteraard gedwongen door het budgettair carcan waarin de NMBS wordt getrokken, een streep getrokken door het lopende meerjareninvesteringsplan. Zij had beloofd, en haar opvolger Bellot ook, om tegen ten laatste deze zomer te komen met een nieuw investeringsplan dat kortlopend is – 2017-2020. We zijn einde 2016 aan het naderen. Acht u het nog haalbaar dat er überhaupt een investeringsplan zal worden neergelegd dit jaar?

In de zomer namen wij kennis van een bericht in De Morgen dat de Federale Regering op een zomerseminarie zou hebben beslist dat de schulden van de NMBS met 1 miljard euro mogen oplopen met het oog op bijkomende investeringen, onder andere in het GEN-Brussel, voor de renovatie van goederenlijnen rond Antwerpen en, dixit uw collega minister Bellot, voor extra investeringen die de reizigers meteen zullen voelen. Als ik kijk naar het lijstje van elf investeringsprojecten die u hebt ingediend, zitten daar heel wat investeringen in die daaraan beantwoorden. Hebt u nog iets vernomen over dat extra miljard euro aan investeringen die zullen plaatsgrijpen? Tot nader bericht heb ik daar niets meer over gehoord.

Lies Jans (N-VA)

Mijnheer Vandenbroucke, ik vind het wel heel goedkope politiek waar u aan doet. Vorige legislatuur hadden uw sp.a-collega’s in deze commissie van het Vlaams Parlement kritiek op het federale niveau, en zeker wat de NMBS-investeringen betreft. Toen zaten jullie ook in de Federale Regering. Dat is een spelletje waar ik liever niet aan meedoe. U doet dat nu wel. Ik vind dat helemaal niet terecht. En als u het dan toch doet: jullie hebben in het verleden veel beloofd, zeker wat investeringen voor de NMBS betreft, en niets gerealiseerd. Daar doen wij niet aan mee. Dat is al zeker een verschil.

Minister, ik vind het zeer belangrijk dat u hier nog eens opnieuw herhaalt dat die elf prioriteiten vanuit Vlaanderen vooropgesteld worden ter bespreking bij de keuzes die moeten worden gemaakt op het federale niveau rond het investeringsplan van de NMBS. Ik ben zeer tevreden. Ik denk dat het de eerste keer is geweest dat de minister-president hier in Vlaanderen heeft gezegd dat lijn 18 voor Limburg de topprioriteit der prioriteiten is. Ik weet helaas ook dat wij dat zelf niet volledig in handen hebben, maar het getuigt toch al van veel moed om erop te wijzen dat wij onze prioriteiten willen realiseren, en zeker voor lijn 18. Collega Ceyssens heeft ook al gezegd dat u inspanningen wilt doen en wilt overgaan naar prefinanciering. Dat is een stap die u niet moet zetten maar die u wel wilt zetten voor Limburg.

Collega Keulen zegt dat we verder moeten gaan met cofinanciering. Ik zou ook wel willen, mijnheer Keulen, maar net zoals het federale niveau heeft ook het Vlaamse niveau zijn budgettaire problemen. Hier nu zomaar gaan verkondigen dat we de kosten wel zullen dragen die de federale overheid niet kan betalen, daar ga ik ook niet mee akkoord, want we zitten net in dezelfde moeilijke situatie en we moeten ook op de centen letten voor de toekomst.

Minister, mijn oproep naar u toe is om zeker voort te doen op de manier waarop u bezig bent: overleggen op het niveau waar het nodig is en mee aan de kar trekken om toch maar te proberen enkele prioriteiten te realiseren die voor Vlaanderen maar ook voor Limburg belangrijk zijn.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Wat betreft het onderscheid tussen prefinanciering en cofinanciering: je zou kunnen zeggen dat we dat principieel niet doen, want anders moet de Vlaamse overheid de gaten vullen die er zijn op het federale niveau. Het is een federale bevoegdheid. Als men de factuur doorschuift, moet men ook de bevoegdheid maar doorschuiven.

Mijnheer Ceyssens, we zijn daarstraks begonnen met de zesde staatshervorming. Wel, dat speelt ook hier, meer bepaald artikel 6 van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen. Dat is een vrij uitvoerig artikel dat bij herhaling werd gewijzigd, ook in het kader van de zesde staatshervorming. Dat artikel heeft het meer bepaald over cofinanciering. Er staat duidelijk gestipuleerd, op basis van een nagenoeg onleesbare tekst, dat cofinanciering niet kan plaatsvinden tenzij er over het ruime kader eerst een samenwerkingsakkoord is gesloten tussen de federale overheid en alle drie de gewesten, dat het gaat over investeringen buiten het meerjareninvesteringsplan en dat het deel moet uitmaken van hetzelfde wafelijzer zoals vervat in de algemene federale financiering. Lees dat daar de evenredigheid moet gelden, dus het wafelijzer en dezelfde verdeelsleutel. Als we daarop moeten wachten, dan denk ik dat we vooral moeten doorgaan op het spoor van de prefinanciering, dan nog los van de principiële politieke discussie of wij in de bres moeten springen daar waar de federale overheid nalaat om de eigen bevoegdheid naar behoren in te vullen.

Los daarvan zit je met het gegeven dat als je een samenwerkingsakkoord moet sluiten met ook nog eens de andere twee gewesten, die daar bij mijn weten geen vragende partij voor zijn, en met de federale overheid, dan gooi ik de stok ver weg in de tijd.

Wat betreft het investeringspact hoop ik dat de premier grote federale investeringen in petto heeft, eerder dan een optelsom te maken van wat de gewesten gaan investeren. In dat kader is wel de piste van 1 miljard euro interessant. Ik heb aan collega Bellot gevraagd wat dat in concreto zou inhouden. Het antwoord was dat dat in het kader van de begroting verder wordt besproken in de schoot van de Federale Regering.

Wat betreft de multicriteria-analyse is er een consensus in die zin dat men akte neemt van onze bezwaren. Wel herinner ik me dat men ermee akkoord is gegaan dat bij het rangschikken van diverse projecten, er een onderscheid wordt gemaakt tussen personenvervoer en goederenvervoer.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Collega’s, laat ons alstublieft eens ophouden – ik ben dat zo beu – om in discussies als deze nog eens op te halen wie wat wanneer had moeten doen. Daar help je dit dossier op geen enkele manier mee vooruit. Als ik heel specifiek over de Limburgse dossiers mag spreken: het is een regio die totaal onderbedeeld is qua openbaar vervoer. Dat kon vroeger misschien nog worden verantwoord omdat het een grensregio is, maar ik wil u even meedelen voor wie nog niet in mee is: vandaag is dat het centrum van de Euregio. We moeten alles in het werk stellen om te zorgen dat die dossiers eens vlot geraken en geen tijd meer steken in elkaar verwijten toesturen over wie wat verkeerd heeft gedaan of wie wat had moeten doen.

Minister, ik apprecieer dat er een eerste stap is gezet in de richting van minister Bellot. Maar ik dring er vandaag op aan, en ik zal dat blijven doen, om dat verder op te volgen. We moeten niet wachten tot minister Bellot reageert. Als ik het begin van uw antwoord zie, dan lijkt me dat een vraag die alweer een hele tijd geleden gesteld is. Als we die zelf niet oprakelen, dan blijft die ergens onder het stof liggen. Dus: alle hens aan dek. Als het kan via prefinanciering, zoveel te beter, maar die dossiers moeten eindelijk opgelost geraken, anders moeten we ophouden te spreken over basisbereikbaarheid en openbaar vervoer. Ofwel moeten we in alle duidelijkheid zeggen: dat is enkel voor die regio’s in Vlaanderen, en die regio’s zijn daarvan uitgesloten.

De voorzitter

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.