U bent hier

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, de Vlaamse Regering voorzag in 2009-2010 in 2 miljoen euro steun voor UNICEF België voor het uitvoeren van een project met als doel de toegang tot water te verbeteren en de kwaliteit van sanitair en hygiëne in Malawi te verhogen.

Hoewel een rapport van UNICEF positief was over het project, blijkt uit een reportage van het programma Terzake dat in het district Karonga in Malawi de helft van de waterpompen slecht werd geïnstalleerd of gewoon niet werd geplaatst. Deze waterpompen werden naar verluidt geplaatst met de 2 miljoen euro van UNICEF. Tussen 2010 en 2014 werden zo’n 254 waterputten in twee van de armste provincies in Malawi geplaatst, met als doel een levensduur van 20 tot 50 jaar per pomp te bereiken. Volgens lokale dorpsverantwoordelijken werken in de provincie Karonga slechts 27 van de 90 waterpompen.

Minister-president, hebt u weet van de problemen met betrekking tot het niet werken van de waterpompen in Malawi? Welke signalen ontvangt u? Had u reeds overleg met UNICEF? Hoe evalueert u de uitvoeringspartner UNICEF inzake dit project? Welke bijkomende maatregelen wilt u nemen om dergelijke situaties in de toekomst te vermijden? Wilt u bijkomende controles uitvoeren na het installeren van waterpompen in Malawi?

De heer Verstreken heeft het woord.

Mijn vragen liggen een beetje in dezelfde lijn. In het district Karonga in Malawi werkt de helft van de drinkwaterpompen niet. De pompen werden geplaatst met 2 miljoen euro van UNICEF en gefinancierd door de Vlaamse overheid. Ik weet niet of die gegevens kloppen, misschien kunnen ze bevestigd of niet bevestigd worden.

Volgens een reportage in Terzake zijn heel wat drinkwaterpompen slecht geïnstalleerd of zelfs helemaal niet geplaatst, maar wel beloofd. Het rapport dat UNICEF over het project bezorgde aan de Vlaamse overheid is wel rooskleurig en spreekt zelfs van een succes, maar staat in schril contrast met de realiteit, zoals mijn collega net zei. Volgens journalist Filip Huygens, die ter plekke een bezoek bracht, werkte er slechts 1 van de 10 pompen. Volgens de lokale dorpsverantwoordelijken werken 46 van de 90 waterpompen niet, 27 pompen werken niet goed, en 17 pompen werden nooit geplaatst.

Volgens UNICEF Malawi klopt deze informatie niet met de gegevens die zij hebben. Maar volgens lokale politici voeren aannemers de opdrachten van UNICEF niet correct of helemaal niet uit, en voert UNICEF geen controle uit op het terrein wanneer de pompen worden geplaatst.

Dat zijn dingen die in heel wat ontwikkelingslanden voorkomen. Controle is een en blijft een probleem, niet alleen in ontwikkelingslanden maar ook binnen de Europese Unie. Wanneer geld wordt gegeven voor projecten in Spanje, Oekraïne of waar dan ook, heeft men altijd een probleem met controle. Als we hier zijn, kunnen we dat moeilijk controleren. Het is altijd handig, ook voor commissieleden, om eens ter plekke te gaan kijken. Ik blijf het jammer vinden dat wij daar nog nooit zijn geweest. Het heeft natuurlijk te maken met ontwikkelingssamenwerking, en budgettair heeft dat een serieuze impact.

Ik heb in het verleden zelf al het initiatief genomen om naar landen zoals Mozambique te gaan, individueel op eigen kosten, om dingen te gaan bekijken. Dan kan je weten wat er leeft, wat de noden zijn, waar de pijnpunten liggen.

Ik vraag me ook af waarom er bijvoorbeeld niet is samengewerkt met de Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand (VVOB), die wel actief is in Malawi en andere landen. Ook European Parliamentarians for Africa (AWEPA), waarvan ik voorzitter ben van de Vlaamse sectie, is in de regio actief. Er zou nauwer kunnen worden samengewerkt met instanties dichter bij ons en die ter plekke zeer goed werk verrichten. VVOB doet fantastisch werk. Het is een kleine ploeg met bescheiden middelen. Ze doen ook zaken rond waterpompen, educatie en dergelijke. Het is belangrijk om in de toekomst misschien budgetten die nu naar ergens anders gaan, naar een groter geheel, voor hen vrij te maken. Voor alle duidelijkheid: ik wil niet gezegd hebben dat UNICEF geen goed werk verricht, maar het is een ontzettend grote organisatie. Er zijn mensen van bij ons die dicht bij het veld staan, waar er serieuze controle is en alles wordt opgevolgd met onze eigen mensen. Misschien moet daar in de toekomst over worden nagedacht.

Minister-president, wat is uw reactie op de reportage? In welke mate volgt de Vlaamse overheid dit project op? Wat is het juiste financiële aandeel van Vlaanderen in dit project? Hebt u hierover reeds contact gehad met UNICEF? Wat is hun reactie? Welk gevolg geeft u aan deze reportage? Welke andere projecten lopen nog in Malawi en via welke organisatie? Hoe verlopen die projecten?

Mevrouw Soens heeft het woord.

Minister-president, de collega’s hebben al uitvoerig de problematiek geschetst. Drie jaar geleden werden door UNICEF in het kader van het WASH-project (Water, Sanitation and Hygiene) 254 waterputten in Malawi aangelegd. De pompen werden in twee van de armste provincies geplaatst. Met financiële steun van Vlaanderen werden de pompen in de twee armste provincies geplaatst.

UNICEF heeft heel wat ervaring in het plaatsen van dergelijke pompen en heeft hiervoor een draaiboek vervaardigd. Ze worden geplaatst in nauwe samenwerking met de lokale overheden.

Uit een reportage van Terzake blijkt nu dat een groot deel van de geplaatste pompen niet werkt. De mankementen variëren van een slechte plaatsing van de pomp tot niet diep genoeg geboorde gaten, problemen bij de uitvoering door aannemers dus. Het lijkt erop dat UNICEF daar geen of misschien te weinig controle op uitoefent en dat de betrokkenheid beperkt blijft tot het leveren van de fondsen. Ook de gps-locaties van de pompen heeft UNICEF blijkbaar nooit opgevraagd.

Door het gebrek aan informatie over de locatie van de pompen, schendt UNICEF niet alleen het eigen draaiboek, maar is het voor de stakeholders, zoals wij, moeilijk na te gaan waar de pompen nu eigenlijk staan. UNICEF rapporteert zelf nochtans zeer positief over het project.

Minister-president, mijn vragen zijn gelijkaardig met die van de collega’s. Werd u op de hoogte gebracht van de feiten? Welke acties plant u hiertegen te nemen? Hoe zult u ervoor zorgen dat dit in de toekomst niet meer kan voorkomen? Komt de samenwerking met UNICEF hierdoor in gedrang?

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega’s, ik waardeer uw bezorgdheid over dit probleem. Ik druk ook mijn waardering uit voor het feit dat Vlaamse journalisten onderzoek verrichten naar ontwikkelingsprojecten, in dit geval in Malawi. Dat is ook de reden waarom ik vorig jaar 167.940 euro toekende aan het programma ‘Flanders Connects Continents’ van het journalismfund.eu. Dit draagt bij tot bewustmaking in Vlaanderen van de ontwikkelingsnoden in het Zuiden.

Het WASH-project van 2 miljoen euro gaat over meer dan waterpompen alleen. Het staat voor water, sanitatie en hygiënische praktijken. Het heeft tot doel om bij te dragen aan de verwezenlijking van Millenniumdoel 7 aangaande water en sanitatie door het plaatsen van waterpompen, basissanitatie en latrines, het opzetten van sensibiliseringsacties over hygiënische praktijken, het versterken van de capaciteit van lokale autoriteiten en civiele organisaties bij hygiënische praktijken, sanitatie en beheer van waterpompen. Het is dus meer dan het installeren van waterputten. Het is een totaalprogramma, dat er moet toe bijdragen dat de levenskwaliteit verbetert.

Het aandeel van Vlaanderen in dit deelproject was 100 procent. Het is volledig gefinancierd door Vlaanderen. Het is wel onderdeel van een veel ruimer geheel van WASH-projecten. Het WASH-programma van UNICEF was er al in twaalf districten in Malawi, voornamelijk gefinancierd door Nederland. De methodieken en processen voor de uitvoering stonden op punt en konden dus relatief eenvoudig worden toegepast in andere districten. UNICEF Malawi zocht middelen om de WASH-voorzieningen in bijkomende districten uit te rollen.

Het Departement internationaal Vlaanderen (DiV) volgt de uitvoering van de projecten van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking op door intensieve begeleiding in het geval van kleine lokale ngo’s met beperkte ervaring op het vlak van monitoring en door opvolging en evaluatie van het reeds bestaande arsenaal monitoringinstrumenten van grote ngo’s en VN-organisaties, zoals UNICEF. Deze organisaties worden trouwens streng gecontroleerd door de VN zelf en door de VN-lidstaten.

De inschatting van het risicoprofiel van alle uitvoerende organisaties gebeurt op basis van objectieve criteria die worden afgetoetst met de partners in kwestie. UNICEF Malawi is ingeschaald als een betrouwbare partner, met aantoonbare ervaring in de sector van WASH. De Europese Unie heeft een programma lopen van 30 miljoen euro. De Europese Unie evalueert UNICEF positief. Onze eigen tussentijdse evaluatie met betrekking tot UNICEF was ook positief. Uit internationale analyses van onder meer het Multilateral Organization Performance Assessment Network (MOPAN) en het Britse agentschap Department for International Development (DFID) blijkt dat UNICEF bovenaan de lijst van de meest performante internationale organisaties prijkt.

Specifiek voor WASH-projecten is een ‘Code of Practice for Cost Effective Boreholes’ ontwikkeld, met duidelijke richtlijnen over onder andere boordiepte, keuze van aannemers en monitoring. Deze richtlijn moest gelden bij de uitvoering van dit project.

Conform het lage risicoprofiel van deze organisatie volgen mijn diensten dit project op aan de hand van de tussentijdse en finale rapporteringen. Elke tussentijdse betaling is afhankelijk van de vooruitgang in het project. Een terreinbezoek door DiV naar alle waterputten, verspreid over beide provincies, is logistiek en financieel niet haalbaar.

Op basis van de tussentijdse en eindrapportering hadden mijn diensten voldoende elementen om telkens over te gaan tot de uitbetaling van zowel de tussentijdse betalingen als het saldo. De resultaten van dit project waren algemeen goed, ook voor het onderdeel installeren van waterputten. Sinds deze zomer volgen mijn diensten dit project zeer nauwgezet op. Vorige week bracht de adjunct van de algemeen afgevaardigde van de Vlaamse Regering op mijn vraag een bezoek aan Malawi.

Gelet op de positieve rapporten van UNICEF was ik toch enigszins verbaasd over de conclusies van de reportage. De reportage stelt dat van de 90 waterpompen in de provincie Karonga 46 pompen helemaal niet werken, 27 gebrekkig werken en 17 zelfs nooit zijn geplaatst.

Ik geef u het overzicht over de contacten met mijn diensten vanaf de totstandkoming van de reportage tot op heden. Een maand voor de uitzending van Terzake van 13 september hadden mijn diensten al contact met zowel UNICEF Malawi als de betrokken journalist. Er is ook heel wat informatie uitgewisseld tussen UNICEF Malawi, het Belgisch Comité voor UNICEF en de journalist. Kort na de opnames, tussen 20 en 27 augustus, heeft UNICEF Malawi een verificatiemissie uitgevoerd in de provincie Karonga. In totaal zijn 92 boorpunten bezocht. 2 boorpunten waren niet door UNICEF geplaatst, en maakten helemaal geen deel uit van ons project. UNICEF bezocht deze boorpunten naar aanleiding van de reportage.

De conclusie van UNICEF is dat van de 90 door UNICEF uitgevoerde boorpunten 82 waterpunten functioneren. Dit is een slaagpercentage van 91 procent. Dat is natuurlijk niet 100 procent, maar het is een goed resultaat vergeleken met het gemiddelde resultaat voor waterpompen in Afrika, namelijk 65 procent.

Van de acht niet werkende putten werden er ondertussen al vier hersteld. De lijst met alle waterpunten is aan de journalist en ook aan mijn diensten bezorgd. Mijn diensten hebben bijkomend fotobewijs opgevraagd bij UNICEF Malawi. Ik laat nu al een paar foto’s met daarop de inscripties op de betonelementen circuleren in de commissie. Alle foto’s zijn te raadplegen op het net, met telkens de opname van het referentienummer van de boorput. In de titel van de foto kun je ook alles raadplegen in het Excelbestand.

Mijn diensten hebben gegronde redenen om het fotomateriaal als een betrouwbare informatiebron te beschouwen. De digitale datastempels, ingesloten in de foto’s, dateren van 20 tot 27 augustus 2016, wat overeenstemt met de data waarop de verificatiemissie is uitgevoerd. We zien telkens foto’s van functionerende waterpunten. Er zijn ook foto’s genomen van de plaatsingsinformatie, die standaard is gegraveerd in het beton van het waterpunt. De markering in het beton bevat volgende informatie: ten eerste, de naam van de stad; ten tweede, de datum waarop de werken zijn voltooid; ten derde, de naam van de aannemer. Die reeds aanwezige, in beton gegraveerde informatie stemt overeen met de rapporteringen door UNICEF. Op basis van zowel de rapportering als het fotomateriaal kunnen mijn diensten met grote zekerheid bevestigen dat de eindconclusies van de Terzake-reportage niet correct zijn. In die reportage werd beweerd dat 46 pompen niet werken, er 17 niet geïnstalleerd zijn en er 27 beperkt werken. Dat UNICEF Malawi de beloofde waterpompen zou hebben opgeleverd, ligt in lijn met de bevindingen van andere donoren, waaronder Nederland en de Europese Unie, die goede resultaten toeschrijven aan de werking van UNICEF Malawi.

De graad van betrouwbaarheid van het fotobewijs, aangeleverd door UNICEF, overstijgt de graad van betrouwbaarheid van het bronmateriaal waarop de journalisten hun onderzoeksconclusies hebben gebaseerd: de in de reportage vermelde gegevens zijn volledig gebaseerd op één enkel handgeschreven document van de heer Dickson Sichali. De journalist stelt geen kopie van dit document ter beschikking. Eén enkele informatiebron wordt idealiter afgetoetst aan bijkomende informatiebronnen. We kennen de belangen van De heer Sichali niet. Het is belangrijk om steeds bewust te zijn van lokale dynamieken en de context waarbinnen een getuige tot bepaalde conclusies komt. We weten niet hoe accuraat de gegevens van de heer Sichali zijn. De heer Sichali getuigt in de reportage over een waterpunt dat aantoonbaar niet tot het Vlaamse project behoort. Ik ga hier straks verder op in. De heer Sichali beweert dat zijn handgeschreven document is opgesteld op basis van informatie aangeleverd door alle dorpsverantwoordelijken. Dat is echter niet bevestigd. De reportagemaker neemt deze stelling over en presenteert dit als een feit, in minuut 3:27 in de reportage. Ik begrijp dat de beelden van de reportage overtuigend overkomen. Het presenteren van één enkele informatiebron als een vaststaande waarheid is dat echter niet.

De journalist baseerde zijn onderzoek verder op veldbezoeken, namelijk een steekproef van tien sites en op satellietbeelden. Wat de veldbezoeken betreft: van de tien bezochte sites kon de journalist slechts één functionerende waterpomp aantreffen. Verschillende elementen zouden dit kunnen verklaren. Ten eerste, er zijn effectief , zoals gezegd, acht boorpunten in Karonga waarvan UNICEF Malawi in de rapportering aangeeft dat ze niet functioneren. Ik sluit niet uit dat er enkele van die niet-functionerende waterpunten effectief bezocht zijn door de journalist. Het defecte boorpunt 78 komt bijvoorbeeld in beeld aan het begin van de uitzending op minuut 0:40. Volgens UNICEF Malawi heeft de reportagemaker boorpunten onterecht toegewezen aan UNICEF. UNICEF stelt dit te hebben vastgesteld tijdens de verificatiemissie volgend op de opnames. Op minuut 1:11 zoomt de camera in op een afgesloten boring, met referentienummer 1001, uit 2007, dus vóór de uitvoerperiode van het door Vlaanderen gefinancierde WASH-project. De afgesloten boring is tijdens de verificatiemissie geïdentificeerd als een boorpunt van het Malawiaanse ministerie voor Waterontwikkeling. Op minuut 1:48 zien we het afgesloten boorpunt 82, dat eveneens geen deel kan uitmaken van het Vlaams project en volgens UNICEF ook niet geboord zou zijn door UNICEF. De voice-over in de reportage stelt dat het punt dateert van het jaar 1991.

De reportage toont op minuut 2:45 de getuigenis van de heer Dickson Sichali, zittend op de rand van een waterpomp. De heer Sichali stelt dat de waterbron niet meer werkt sinds 2012. Dat stemt niet overeen met de opleverdata van de waterpunten, aangezien het project van een latere periode dateert. De reportage bouwt voort op getuigenissen van dorpsbewoners, die afgesloten boorpunten aanduiden. Afgesloten boorpunten beschouwt UNICEF in zijn rapportering niet als een geplaatst waterpunt, en komen als dusdanig dus ook niet in hun rapportering. UNICEF heeft negentig afgewerkte waterpunten gerapporteerd, waarvan acht niet functionerend. De journalisten beschikten over deze lijst met afgewerkte waterpunten.

De reportagemaker is ingegaan op de aanwijzingen van de dorpsbewoners. Het is mogelijk dat zij geen deel uitmaken van de door UNICEF opgerichte watercomités, dat de aangeduide waterpunten of boringen niet van UNICEF afkomstig zijn, en/of dat zij de exacte locaties van de waterpompen niet kennen. De eerste twee waterboringen dateren van 2012. De eerste zes tot twaalf maanden na de boring controleert UNICEF de werking van de punten. Daarna is de districtsraad verantwoordelijk voor het verdere beheer. Dat een waterpunt al in 2012 defect zou zijn, is niet te rijmen met deze periode. Alle 88 overige boringen dateren van 2013, 34 punten, van 2014, 21 punten, en van 2015, 33 punten.

Naast de terreinbezoeken maakte de journalist ook gebruik van satellietbeelden. Ik verwijs naar het artikel op de website van deredactie.be, met als titel ‘Vlaams geld voor pompen die niet werken’. Onderaan het artikel zien we een kaart met de veronderstelde locaties van de waterpompen. De journalist geeft in het artikel aan geen waterpompen waar te nemen. Hiervoor zijn er drie verklaringen. Ten eerste, het gros van de satellietbeelden van Malawi dateert van 2013. De meerderheid van de waterpompen, 54, werd echter later dan 2013 gebouwd en kan per definitie niet zichtbaar zijn op een satellietfoto van 2013. Slechts 24 boorpunten bevinden zich in een zone met recente satellietbeelden uit 2016.Ten tweede, zelfs op de meest recente satellietbeelden van 2016 zijn geen waterpompen te zien, omdat de resolutie van het beeld die waarneming niet toelaat. In het beste geval is een vage betonkleurige vlek waar te nemen, waarover geen uitsluitsel is of het effectief om een waterpomp gaat. Ten derde, de gps-codes zijn incorrect toegewezen aan locaties op de kaart. De codes zijn opgesteld in UTM-formaat. Zoals blijkt uit de getagde punten op de website van deredactie.be heeft de journalist het foutieve coördinatenstelsel toegepast. Bijna alle getagde punten kwamen immers uit op plaatsen waar duidelijk geen waterpunt, noch een vage betonkleurige schim, zichtbaar was. Na conversie met het correcte coördinatenstelsel – ARC 1950 ARFC – komen alle punten 300 meter zuidelijker terecht, waar op de meest recente satellietkaarten wel degelijk betonkleurige contouren zichtbaar zijn. Het KML-document – een bijlage die we ook kunnen bezorgen – toont het verschil aan: de rode punten zijn niet correct, de groene punten wel. Het zijn net de foutieve, rode punten die op de website van deredactie.be zijn gepubliceerd. Ter illustratie: een van die punten, Kangindwa, komt zelfs in Tanzania uit. We kunnen ons dus ernstig de vraag stellen in hoeverre de conclusies op basis van die satellietbeelden valide zijn.

Ik concludeer: er zijn zowel aan de kant van UNICEF als aan de kant van de journalist opmerkingen te maken over de manier van werken. Het onderzoek van de journalist biedt een sterke indicatie dat UNICEF onzorgvuldig is omgesprongen op het vlak van databeheer. Pas nadat de reportage was opgenomen kon UNICEF de gps-codes van de waterpunten vrijgeven. Hun interne richtlijnen, de ‘code of practice’, bepaalt nochtans dat bij elke boring de gps-coördinaten worden opgeslagen. De journalist heeft de informatie, aangeleverd door de heer Dickson Sichali, onvoldoende geverifieerd op basis van grondiger nazicht van de waterpunten en/of interviews met waterexperts. De inschatting van de journalist over de validiteit van grotendeels verouderde satellietbeelden als verificatie-instrument was niet accuraat.

De reporter heeft een aantal vaststellingen gemaakt die vragen oproepen en die verder onderzocht moeten worden. We kunnen volgende tekortkomingen vaststellen bij de werking van dit project. Ten eerste: we hebben vastgesteld dat acht waterpompen niet functioneerden. Ten tweede: de kwaliteit van het databeheer is onder de basisstandaard, in die zin dat de gps-codes naar alle waarschijnlijkheid niet standaard zijn bijgehouden bij de plaatsing en het onderhoud van de waterpunten, wat UNICEF volgens zijn eigen normen nochtans moet doen. Ten derde: de opvolging door UNICEF is beperkt tot een korte periode na het drillen van het waterpunt, namelijk zes tot twaalf maanden. Daarna wordt de verantwoordelijkheid voor het onderhoud overgedragen aan de lokale districtscommissarissen. UNICEF verstrekt hiervoor financiering, opleiding en hulpmiddelen, zoals pc, motorfiets en wagen.

Het is logisch en absoluut cruciaal dat de lokale gemeenschap volledig eigenaarschap verwerft over ontwikkelingsprojecten. Dat er momenteel acht waterputten niet functioneren, betekent wel dat het onderhoud en de controle van de waterpunten door het district beter kan, hetzij door UNICEF, hetzij door de districtsraad.

Indien het document van de heer Sichali effectief is gebaseerd op informatie aangeleverd door de dorpsoversten, wat momenteel absoluut nog niet is bevestigd, is er minstens een perceptieprobleem op lokaal niveau, gelet op het feit dat de meerderheid van de waterpompen wel degelijk functioneert.

Volgende maatregelen zijn genomen om aan de tekorten tegemoet te komen: vier van de acht niet-functionerende pompen zijn nu al gerepareerd, aangezien het om kleine herstellingen ging. De vier overige worden nog hersteld door middel van een groot ‘borehole maintenance’-programma van UNICEF. Ten tweede, UNICEF Malawi heeft kort na de video-opnames een lijst bezorgd met geactualiseerde gps-gegevens. In de nieuwste interne procedures van UNICEF Malawi is nu standaard bepaald dat aannemers contractueel verplicht zijn om gps-data te bezorgen van alle constructies uitgevoerd in opdracht van UNICEF. Vanuit de Vlaamse overheid zullen we voortaan standaard gps-locaties opvragen bij infrastructuurprojecten. Dit is de les die de administratie leerde en die ik zal delen met collega-minister Schauvliege, de bevoegde minister voor het Vlaams Partnerschap Water voor Ontwikkeling, een partnerschap dat tot doel heeft de toegang tot water en sanitatie in ontwikkelingslanden te verhogen. Ten derde, de adjunct-algemeen afgevaardigde van de Vlaamse Regering heeft op 30 september een bezoek gebracht aan de lokale districtscommissaris van Karonga om de problemen met opvolgcapaciteit, rapportering van de exacte locaties en eigenaarschap op het niveau van de dorpsoversten te bespreken.

Wat eventuele terugvorderingen betreft, zijn mijn diensten nog aan de slag om de feiten zorgvuldig te vergelijken met de rapporteringen. Daarbij leggen ze ook contact met andere donoren van UNICEF Malawi. De fotoverificatie leert alvast dat de uitkomsten die zijn beschreven in het eindverslag over het project, ook effectief overeenstemmen met de realiteit. U zult dat zelf kunnen controleren, de reportage is online beschikbaar.

Zoals ik het nu hoor, zou de reportage beter offline gehaald worden, omdat de gegevens niet kloppen.

Minister-president Geert Bourgeois

Het gaat om de UNICEF-rapportage die we gevraagd hebben, met de juiste gps-locaties, met zicht op de betonconstructies, met de inscripties. Dat is de rapportage die nu toelaat om te concluderen wat de situatie is over exact die 90 die UNICEF moest plaatsen en waaruit blijkt dat er 82 geplaatst zijn en een functie hebben en 8 niet. Ondertussen zijn er 4 verholpen en moeten er nog 4 hersteld worden.

Wat de terugvorderingen betreft, leggen we dus ook contact met andere donoren. De fotoverificatie leert alvast dat de uitkomsten ook effectief overeenstemmen met de realiteit. 

Ik denk niet dat het de bedoeling kan zijn om middelen voor waterpunten terug te vorderen indien blijkt dat ze effectief zijn opgeleverd. Wel voeren mijn diensten nog een controle uit om na te gaan of de oplevertermijnen van de waterpompen in lijn zijn met de financiële verrichtingen die zijn beschreven in het eindverslag.

Op vraag van de heer Verstreken bezorg ik de commissiesecretaris een lijst van de in Malawi lopende projecten en de uitvoerders. Uit die lijst blijkt dat momenteel alle projecten op schema zitten.

Het is dus een genuanceerd verhaal. Het is goed dat de onderzoeksjournalist aan de boom heeft geschud, alleen stemt het resultaat ervan, volgens het onderzoek dat de administratie heeft uitgevoerd, niet volledig met de waarheid overeen. Het blijkt wel dat UNICEF, dat gekwalificeerd is als een betrouwbare partner door internationale organisaties, door de Europese Unie en ook door mijn administratie, niet zorgvuldig is omgesprongen met zijn eigen standaarden. Dat wordt nu verholpen. We kijken of er nog verdere acties moeten worden ondernomen in de richting van UNICEF.

Mevrouw De Meulemeester heeft het woord.

Dank u wel voor uw zeer omstandig antwoord. Ik ben er wel van geschrokken wat een rapportage van een onderzoeksjournalist teweegbrengt. Uw diensten hebben er een heel werk aan gehad doordat wij daarop gesprongen zijn.

Het stelt me gerust dat UNICEF Malawi wordt beschouwd als een betrouwbare partner, aangezien uit al het gevoerde onderzoek blijkt dat de reportage toch wel helemaal fout is. Wij kijken uit naar de extra informatie.

De heer Verstreken heeft het woord.

Dank u wel voor het zeer uitgebreide antwoord. De VRT-journalist heeft aan onderzoeksjournalistiek gedaan, maar uw diensten en medewerkers hebben misschien nog aan betere onderzoeksjournalistiek gedaan. Het is natuurlijk altijd moeilijk te beoordelen vanop afstand. Conclusies trekken is niet altijd evident. We mogen er ook geen zwart-witzaak van maken, zeker niet wanneer het ontwikkelingssamenwerking betreft.

Het is goed dat de discussie wordt gevoerd. Uiteindelijk hebben we vanuit het parlement telkens gevraagd om op de televisie, en zeker op de VRT, die betaald wordt met belastinggeld, veel aandacht te besteden aan het zuiden. We willen dan wel goede en juiste informatie.

Ik wil nog iets zeggen over wat ik daarnet heb aangehaald. VVOB is een zeer belangrijke partner voor de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement. VVOB werkt natuurlijk regelmatig samen met UNICEF. Soms delegeert UNICEF ook fondsen naar VVOB, die met die fondsen interessante projecten kan uitvoeren. Voor VVOB is UNICEF een partner die als donor aan belang kan winnen.

UNICEF is een typische multilaterale instelling: zeer groot, veel regels en veel hiërarchie. In principe moet dat de ‘accountibility’ ten goede komen. Het nadeel is natuurlijk – en dat heb je met alle grote organisaties – dat er enige bureaucratie is, een heel grote staf op de kantoren nodig is, en het werk minder zichtbaar is op het terrein. De vele lagen van besluitvorming maken de politieke besluitvorming niet noodzakelijk meer doorzichtig. Dat is nu ook een beetje bewezen. Op specifieke terreinen zoals onderwijs beschikt UNICEF over heel veel beleidsvisie. Nogmaals, ik sta achter UNICEF en al hetgeen ze doen: chapeau! Een heleboel kleine zaken echter, ook bijvoorbeeld zaken die in het verleden door de provincie gebeurden, kleine projectjes die subsidies kregen en die rechtstreeks tussen scholen, organisaties of jeugdbewegingen gebeurden, met andere ontwikkelingslanden, blijven ook belangrijk. Ik vind dus dat het qua ontwikkelingssamenwerking niet een en-ofverhaal is, want ik weet dat heel veel van die grote organisaties al de budgetten van de kleine erbij willen hebben, maar een en-enverhaal. Beide blijven heel belangrijk. Uit mijn ervaring op het terrein blijkt UNICEF geen organisatie te zijn die globaal veel beter of veel slechter zou zijn dan andere spelers in vergelijkbare activiteiten. UNICEF heeft natuurlijk een zeer slecht imago. De uit te klaren situatie in Malawi zou geen aanleiding mogen zijn om een organisatie in haar geheel neer te sabelen. Dat is ook absoluut niet de bedoeling van mijn vraagstelling, en ik veronderstel ook niet van die van mijn collega’s.

In het verleden koos de Vlaamse overheid er soms voor om onderwijsprojecten uit te besteden aan UNICEF of andere partners. Ik denk daarbij aan India, Mozambique en Malawi. Het is niet duidelijk waarom voor UNICEF werd gekozen en niet voor VVOB, in casu voor deze projecten. VVOB is verankerd in het Vlaams onderwijsveld en werkt met een sterk team, met een vijftiental medewerkers per ontwikkelingsland, waaronder telkens enkele Vlaamse expats die daar ter plekke bij betrokken zijn. Zij zijn direct aanspreekbaar bij problemen. Er is een zeer sterke terugkoppeling naar het Vlaamse onderwijsveld via scholenbanden, via de Vlaamse lerarenopleiding en Klasse, en ook rechtstreeks naar het parlement. Er zitten mensen uit het Vlaams Parlement, zoals mevrouw De Meulemeester, de heer De Ro, mevrouw Gennez en mevrouw Meuleman in de raad van bestuur. Er is ongelooflijke transparantie. Die mensen doen echt wel fantastisch werk. Ze moeten elk jaar vechten voor brokjes om de financiële middelen bij elkaar te brengen.

Voor projecten waar we partnerlanden zijn, kan het handig zijn om in de toekomst te kijken hoe er beter kan worden samengewerkt, zeker als het over fondsenverdeling gaat. We moeten ook zorgen voor een zeer goede transparantie en we moeten weten wat er ter plekke gebeurt.

Ik wou dit constructief gewoon even meegeven. Als de Vlaamse overheid fondsen zou hebben voor onderwijsprojecten, heeft VVOB de capaciteit om ze uit te voeren.

Mevrouw Soens heeft het woord.

Dank u voor uw uitvoerig antwoord. Het is toch opmerkelijk dat er wordt toegegeven dat er wel degelijk fouten zijn gebeurd, dat UNICEF haar eigen draaiboek geschonden heeft wat de gps-locaties betreft. Ik kijk uit naar de extra informatie die u ons zult bezorgen. Ik vermoed dat dat wel nog eens zal terugkomen in het parlement.

Minister-president Geert Bourgeois

Inderdaad, het is opmerkelijk dat ook een grote organisatie die internationaal als zeer betrouwbaar wordt gekwalificeerd, haar eigen standaarden niet blijkt te hebben nageleefd. We gaan er nauw op toezien dat dat wel gebeurt. Ik heb al gezegd dat ik ook minister Schauvliege hiervan op de hoogte zal brengen.

We moeten ons natuurlijk voorstellen dat het plaatsen van waterpunten in Malawi totaal anders is dan hier een project doen in een stedelijk gebied. Het heeft te maken met satellietbeelden, met controles van op afstand. Daarom is het des te belangrijker dat die standaarden, de inscripties in de betonstenen, de gps-coördinaten, de oplevering, de controle op de werking, met de grootst mogelijke zorg gebeurt.

Mijn conclusie is: het is goed dat er onderzoek naar gebeurd is. Het heeft zaken gereveleerd die voor verbetering vatbaar zijn. Alleen heb ik het verhaal van de journalist heel sterk genuanceerd aan de hand van de bevindingen op het terrein. Dat doet niet af aan het feit dat ik opmerkingen maak aan het adres van UNICEF.

Mijnheer Verstreken, uw pleidooi voor VVOB ligt een beetje in de rand van dit verhaal. Wij steunen VVOB in haar werking. Er gaat een jaarlijks budget van 270.000 euro naar VVOB. Er is ook 117.000 euro voor scholenbanden. VVOB concentreert zich echter niet in de drie landen waar wij ons, zoals decretaal verplicht, op concentreren, namelijk zuidelijk Afrika: Zuid-Afrika, Mozambique en Malawi. In Zuid-Afrika zetten we in op economie en sociale economie, in Mozambique op volksgezondheid en in Malawi op landbouw en sanitatie. VVOB is niet direct de meest ervaren partner op dat vlak en werkt ook wereldwijd op andere terreinen, vooral op het vlak van onderwijs. Het krijgt echter royale steun vanuit de Vlaamse begroting.

VVOB werkt voor ontwikkelingslanden heel nauw samen met technische scholen van bij ons en ter plaatse, om bijvoorbeeld waterpompen te plaatsen. VVOB staat heel dicht op het veld en controleert het echt wel zeer goed. Voor dit project bijvoorbeeld denk ik dat de problemen die we hebben vastgesteld, vermeden hadden kunnen worden indien we met VVOB hadden gewerkt. Ik geef het alleen even mee. De ervaring leert: een klein team, zeer inzetbaar, zeer transparant, en het levert fantastisch werk.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.