U bent hier

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Eind april 2015 besliste het federaal parlement om rond Genk en rond Turnhout een steunzone in te richten. Binnen de provincie Limburg werden bepaalde bedrijventerreinen en gebieden afgebakend, waar een fiscaal voordelig regime geldt om aanwervingen te stimuleren en jobs te creëren na het Forddebacle.

Enkele weken geleden, minister, hebt u gecommuniceerd dat u deze steunzones zou uitbreiden met brownfieldprojecten en incubatoren. Begin juni hadden we het daarover in de commissie. De aanleiding was een enquête van het Verbond van Kristelijke Werkgevers en Kaderleden (VKW) en Unizo Limburg waaruit bleek dat weinig bedrijven kennis hadden van de mogelijkheden van deze voordelen. In het kader van de uitbreiding zou echter ook een strook van 500 meter naast de bevaarbare waterwegen onder de steunmaatregel komen te vallen. Zo zou Maasmechelen Village en de Genkersteenweg of de Hasseltweg – afhankelijk van de kant vanwaar u komt – ook ontwricht gebied worden, net zoals enkele winkelstraten in Hasselt. Op zich geen probleem, integendeel, aangezien elke kostenvermindering voor werkgevers een drempel minder en dus een extra stimulans betekent om de stap naar aanwervingen te zetten.

Toch moeten we aandachtig blijven voor een eerlijke concurrentie, iets wat altijd heel gevoelig ligt bij maatregelen als deze waarbij het ene gebied wordt erkend en het andere niet. In het geval van de 500 metermaatregel was er een bizar gevolg: er was geen eenduidige objectiveerbare maatstaf om te bepalen waarom in dezelfde straat het ene bedrijf van dezelfde sector wél onder de maatregel kan vallen, en een ander bedrijf enigszins verderop niet.

Dergelijke goed gemotiveerde maatstaven zijn echter nodig om te voldoen aan de Europese regelgeving in het kader van de steunzones en om juridische procedures te vermijden. Uiteraard staan we achter het creëren van jobs, we staan ook achter de uitbreiding van de steunzone. Deze boodschap gaf ik ook twee weken terug in de commissie. De maatregel van de steunzones loopt, zoals toen ook aangegeven, nog niet op kruissnelheid. Er zijn maar een vijftigtal bedrijven die ervan gebruikmaken. Meer stimuleren en eventueel uitbreiden zijn dan oplossingen. We vinden dat een genuanceerde benadering zonder gevolgen die een oneerlijke concurrentie in de hand werken, daar het gevolg van mogen zijn.

Minister, welke juridisch duidelijke en objectiveerbare motivatie hebt u om de 500 metermaatregel in te voeren? Waarom juist die maatregel? De totale oppervlakte van een bepaalde steunzone mag maximaal 2000 vierkante kilometer bedragen. Hoeveel bedroeg de totale oppervlakte van steunzone Limburg vóór de uitbreidingen van de voorbije weken, en met de uitbreiding erbij? Welke marge is er eigenlijk nog?

Hebt u ook nog plannen en ruimte om de oppervlakte van steunzone Turnhout uit te breiden?

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, minister, we moeten heel beducht zijn om de retail in de uitbreiding van die steunzone op te nemen. Dat geldt eigenlijk als een bekommernis die vandaag in heel wat economische kringen in de provincie Limburg leeft. De steunzone werd ooit gecreëerd als een soort steunmaatregel om Limburg er weer bovenop te helpen na de sluiting van Ford. Dat was eind 2014. Dat is inderdaad positief, maar het ideaal, minister, is altijd de vijand van het goede.

Door te proberen voor iedereen goed te doen, kan men zijn doel voorbijschieten. Vandaag kent iedereen de situatie van handel en middenstand, u bent daartoe vanuit uw verleden misschien nog wel het best geplaatst van ons allemaal. Ik ga niet beginnen over de schrikbeelden van de leegstand, maar elke stad en gemeente kampt daar vandaag mee. Wat u hier poogt te doen, schiet een beetje het doel voorbij.

We lazen in de kranten dat in sommige steden en gemeenten bepaalde delen en zelfs delen van eenzelfde straat binnen het werkingsgebied van die uitgebreide steunzone vallen, en andere erbuiten. Bepaalde steden en gemeenten zullen er helemaal buitenvallen en andere erin. De steunmaatregel zelf, u kent die, betekent een vrijstelling van 25 procent van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing, en dit voor een periode van 2 jaar voor elke extra arbeidsplaats die als gevolg van de investering werd gecreëerd en die gedurende 3 jaar voor kmo’s of 5 jaar voor grote ondernemingen behouden blijft.

Dan volgen er drie bladzijden aan voorwaarden, modaliteiten en procedurevoorschriften. Voor de kleine winkelier, voor het familiale winkelbedrijf, is dat een berg waar ze niet overheen kunnen kijken, waar ze zelfs niet aan willen beginnen, ook met de schrik voor de terugvordering. Ze voelen dat dat altijd boven hun hoofd hangt – de bijbelse uitspraak over de zeven vette jaren en de zeven magere jaren. Volgens sommigen kunnen we in de economie vandaag zelfs niet spreken van zeven vette maanden. We moeten vandaag de dag zelfs spreken in termen van weken.

We moeten oppassen dat we de concurrentieslag die vandaag speelt – dat hoeft niet altijd slecht te zijn voor de consument, we moeten wel zorgen dat we nog een aanbod overhouden – tussen de grote retailers aan de ene kant en de familiale bedrijven aan de andere kant, niet verder aanscherpen. De C&A zal vanuit zijn hoofdkwartier hier in Brussel wel zorgen dat de lokale vestigingen in Vlaanderen uiteindelijk van die matregel kunnen genieten als ze aan de voorwaarden voldoen.

Maar kledingzaak Salut in Lanaken zal dat niet doen. Die begint daar niet aan, want die moet investeren en is gebonden aan een aantal verplichtingen. Dat is een groot risico. Als men nadien om economische redenen toch afscheid moet nemen van die winkelbediende, moet men dat weer gaan terugstorten. Dan laat men dat liever aan zich voorbijgaan.

Iedereen hoopt dan ook veeleer op generieke maatregelen dan op dit soort specifieke maatregel, die wel een goede zaak is voor de grotere bedrijven. Ik sta voor de volle 100 procent achter de oorspronkelijke maatregel. Uiteraard zie ik daar in de toekomst ook heel graag de incubatoren en de brownfields in opgenomen. Wie zou daar überhaupt tegen zijn?

Maar je moet ervoor zorgen dat wat goed bedoeld is – en ik ben er oprecht van overtuigd dat u dat goed meent – er niet toe leidt dat je achteraf meer ontevreden winkeliers en middenstanders hebt dan voor de invoering van een dergelijke geplande maatregel. Concurrentie is gezond, maar hier denk ik dat je concurrentievoorwaarden gaat creëren die maken dat sommigen in de binnenbaan komen en anderen in de buitenbaan, waardoor men niet met gelijke wapens kan vechten. De ene zit in de zone en de andere niet. De ene moet zoveel voorwaarden vervullen, terwijl de concullega op een hoger niveau speelt omdat hij deel uitmaakt van een keten. En die laatsten hebben er de mensen en de deskundigheid voor om aan die voorwaarden te voldoen.

Vandaag komt dat ook heel traag op gang. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de complexiteit en met de gestrengheid van de voorwaarden. Uiteraard moet je ‘cherry picking’ en profitariaat in de kiem smoren, maar hier moet je oppassen dat je niet een hoop problemen creëert die er vandaag niet zijn.

Minister, was de 500 metermaatregel de enige manier om de niet opgenomen bedrijven rond het Albertkanaal op te nemen? Dat had ik voor alle duidelijkheid ook wel graag gezien, net als de incubatoren en de brownfields. Was een meer beperkte uitbreiding niet meer aangewezen? Deelt u de vrees van de administratie dat deze uitbreiding eventueel aanleiding kan geven tot juridische procedures? Wat met de rechtszekerheid tijdens die procedure?

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik stel vast dat de aanwending van de maatregel inderdaad traag op gang komt. Ik betreur dat, maar ik wil ook samen met u nadenken over hoe we dat anders en beter kunnen, zodat er meer gebruik wordt gemaakt van die maatregel. Het is bekend dat u de ontwrichte zone binnen Limburg wilt uitbreiden, waarvoor dank. Een aantal van die uitbreidingen zijn logisch en verdedigbaar. Ik denk dan aan een aantal businesscentra, maar ook aan de incubatoren Bioville, C-Mine Crib en Agropolis. Als die er niet in zouden zitten, zou dat wel heel erg vreemd zijn. Het is net daar dat de bijkomende tewerkstelling zal gebeuren. Dat moeten we absoluut faciliteren. Daar speelt helemaal niet dat het gelijke speelveld wegvalt, omdat zij toch een business op zichzelf hebben.

– Robrecht Bothuyne treedt als voorzitter op.

U wilde de ontwrichte zones ook uitbreiden met alle sites binnen de perimeter van 500 meter van een waterweg, in casu het Albertkanaal. Die uitbreiding van de zone heeft een aantal ongewenste neveneffecten. Of ze gewenst of ongewenst zijn, hangt natuurlijk af van wie ervan kan genieten, maar we stellen vast dat de ongewenste toch groter zijn dan de gewenste. Bijvoorbeeld Maasmechelen Village, de Genkersteenweg en Blauwe Boulevard in Hasselt zouden voornamelijk binnen de steunzone vallen. En de bedrijven en winkels die daar net buiten vallen, dan weer niet.

Daardoor wordt rechtsonzekerheid en vooral onduidelijkheid gecreëerd en wordt het speelveld zeer ongelijk. Dat is het omgekeerde van wat beoogd werd, met als ultiem risico dat de hele maatregel door een rechtbank vernietigd zou kunnen worden. Zoals collega Keulen al zei, zal een grote keten dat risico misschien wel willen nemen, maar de kleinere bedrijven, waar we toch vooral op mikken, zullen dat risico absoluut niet willen nemen.

Minister, was u zich bewust van die neveneffecten? Wanneer zult u een definitieve beslissing nemen? In Het Belang van Limburg van 10 juni werd gezegd dat die beslissing binnen een à twee weken zou vallen, maar intussen zijn we toch al een paar weken verder. Zal de uitbreidingsnota integraal goedgekeurd worden? Indien niet, welke gebieden vallen er dan buiten, vergeleken met de gebieden in de uitbreidingsnota?

Minister Muyters heeft het woord.

Ik ben het uiteraard helemaal eens met de heer Keulen dat we generieke maatregelen nodig hebben. Al onze bedrijven hebben een te hoge loonkost. Wat de Federale Regering met de taxshift doet, is zonder twijfel de beste maatregel om te nemen. Maar daarover gaat het hier niet. Het gaat hier over de wet van 15 mei 2014, die zegt dat binnen een maximale straal van 40 kilometer van een getroffen vestiging een steunzone kan worden afgebakend. Binnen die straal kan de steunzone bestaan uit onderbroken zones. We mogen er vier afbakenen per gewest. De totale oppervlakte van die vier mag 2000 vierkante kilometer beslaan en mag geen inwonersaantal omvatten dat hoger is dan 200.000.

Het gaat hier over steun indien een bedrijf bijkomende investeringen doet. Sommigen hebben het hier over ‘alle handelaars’. Neen, het gaat over alle handelaars die investeren en bijkomende jobs creëren. Ik hoor hier spreken over de kleine zelfstandigen, maar ik weet niet of die kleine zelfstandige, binnen of buiten de steunzone, bijkomende investeringen doet en jobs creëert. Het gaat alleen over die. Ik vind dat een belangrijke nuance. Het idee van de steunzone is concurrentievervalsing, collega’s, voor iedereen.

Wie bakent het af? U zegt: de ene kant van de straat wel en de andere kant niet. Ik antwoord: voor de industrie de ene gemeente wel en de andere niet, de ene bedrijvenzone wel en de andere niet, de ene provincie wel, de andere niet? De filosofie van de steunzone is ongelijke behandeling, want we zitten in een gebied dat het moeilijk heeft. Als jullie vinden dat winkels niet onder het systeem mogen vallen, dan vraag ik welke industrie wel en welke niet. Want we creëren ongelijke behandeling. Een fabrikant van voedingswaren in gemeente A valt in de steunzone en krijgt de korting bij bijkomende investering en werkgelegenheid, en een voedingshandelaar vijf kilometer verder krijgt die niet. Dat is absoluut concurrentievervalsing en dat is ook de filosofie van de steunzone.

Als jullie tegen die filosofie zijn en geen ongelijke behandeling willen, dan volg ik de heer Keulen en zeg ik: laten we inzetten op het ‘generieke’, onze federale collega’s aanporren nog een tweede taxshift te doen en stoppen met de steunzones. Dat wil ik toch wel duidelijk zeggen. Het is niet makkelijk, het is een moeilijke evenwichtsoefening. Wat wel en wat niet? Waarom een winkel wel? Hoe groot moet een winkel zijn? Vanaf wanneer mag een producent wel of niet mee? En wat moet hij produceren? Die keuzes moeten we maken. Ik vind dit heel moeilijk.

De filosofie is dat we in een moeilijke zone zitten, met zwaar verlies van werkgelegenheid, 40 kilometer groot, waarin we kunnen aangeven wat wel en niet kan. Dat is de filosofie. Dat valt binnen de wet, en ik zie ook niet meteen een juridisch probleem. Ik zie ook niet het verschil tussen de grote keten en de kleine winkel. Ofwel valt men eronder ofwel niet. Als er enig juridisch bezwaar zou zijn, dan helpen we dat zeker uit de wereld, maar ik zie niet in waarom dat bij de winkel wel telt en bij de ene kmo-producent niet, maar bij de andere dan weer wel. Dan moeten we het nergens doen. De filosofie was: we hebben hier een streek die getroffen is door plots groot verlies van werkgelegenheid en 40 kilometer rond dat groot verlies willen we helpen opnieuw werkgelegenheid te creëren. Ik val jullie niet aan en ben graag bereid daarover te discussiëren, maar hoe meer extra werkgelegenheid we kunnen creëren, hoe liever ik het heb. Ik ben er zeker van dat dat ten minste onder de Limburgers hier aanwezig op gejuich wordt onthaald.

De uitbreiding van de steunzone met de incubatoren en de brownfieldprojecten is inhoudelijk logisch. Dat is op zich geen probleem. Het bereik in aantal ondernemingen is daarbij echter vrij beperkt. Ik wilde de mogelijke steun maximaal aanwenden. Elke job die er in Limburg bij komt, is er verdorie één gewonnen. Het gaat immers alleen over bijkomende werkgelegenheid. Er kan dus concurrentievervalsing zijn op de bijkomende werkgelegenheid, niet op de bestaande.

Er is ook een beperking in aantal inwoners en oppervlakte. We hadden kunnen kiezen voor een drietal kilometer op de waterwegen en dan is er geen probleem meer, want dan zitten én Genk én Hasselt erin. Maar we hebben wel een beperking in zowel oppervlakte als aantal inwoners. Ik heb dan ook zoals het hoort de uitbreiding willen beperken. Ik heb mijn administratie om een voorstel gevraagd en zij heeft geopteerd voor een strook rond de waterwegen. Ik wil graag toegeven dat we op die manier iedereen rond het Albertkanaal konden meenemen. Kiezen voor een strook langs de waterwegen én snelwegen gaf een te grote impact op het beschikbaar contingent en het aantal inwoners. Daarom hebben we er uiteindelijk voor gekozen een zone van 500 meter af te bakenen. Dat leek me een doelmatig criterium om de duurzame reconversie te stimuleren.

Als er echter enig juridisch bezwaar daartegen bestaat, dan zullen we zeker geen onzekerheid creëren, maar ik heb er nog geen gehoord. Als het juridisch bezwaar oneerlijke concurrentie is, dan moeten we alle steunzones afschaffen. Want wat voor een winkel telt, telt ook voor een kmo die geen winkel of retailer is. Dan moeten we dus iets anders doen. U begrijpt dat dit zeer moeilijk is. Uiteindelijk gaat het ook niet om een massale uitbreiding. De oppervlakte, met inbegrip van de businesscenters en de brownfieldconvenanten, is gestegen van 114 vierkante kilometer naar 249 vierkante kilometer. Daarvan ligt ook een stuk in Turnhout. Aan het Albertkanaal ligt namelijk ook de steunzone rond Philips Turnhout. Zo zouden we die stap kunnen zetten. Ik zal eerlijk zijn. Ik probeer een goede oplossing te zoeken. Retail en winkel uitsluiten, dan ben ik niet mee. Misschien kunnen jullie me uitleggen waarom de ene wel en de andere niet.

Ik ben niet mee. Ik voel het niet aan. Ik ben graag bereid om te zoeken naar een goede oplossing. Ik heb maar één doelstelling: meer werkgelegenheid in Limburg. Dat is het uitgangspunt en dat wil ook ik bereiken. Het gaat hier alleen over die winkel, die retailhandel die morgen een investering doet en aan die investering bijkomende werkgelegenheid koppelt. Ik ben heel graag bereid tot verder overleg.

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, bedankt voor uw heel uitgebreid en heel gedreven en enthousiast antwoord. Ik ben daarover heel blij. U straalt uit dat u er werkelijk mee begaan bent.

Voor alle duidelijkheid, uw uitgangspunt, namelijk het uitbreiden van de steun voor meer jobcreatie, is niet alleen heel eerbaar, maar is ook het belangrijkste uitgangspunt. Om die reden zijn de steunzones, de ontwrichte zones er gekomen. Bedrijven die aan de voorwaarden voldoen en de investeringen willen doen, krijgen meer dan een extra steuntje in de rug. Daarom is het ook jammer dat door de communicatie er plots heel veel vragen zijn gerezen, er heel veel onzekerheid is ontstaan en het misverstand – laat ons hopen – is ontstaan dat er ongelijkheid wordt gecreëerd. U hebt dat in uw antwoord gedreven trachten te weerleggen.

Een tijdje geleden is in de commissie al ter sprake gekomen dat uit een enquête bleek dat er maar beperkte interesse was. Dat heeft ook geen goed gedaan. Het is jammer dat er op deze manier geruchten de ronde doen. De beslissing van 2015 om de steunzone in te richten, betwist mijn fractie in de verste verte niet. We zijn daar vragende partij voor, maar binnen de steunzone waar er een uitbreiding is, moet er een volledig gelijk speelveld zijn voor iedereen. Dat moet het streven zijn. Ik begrijp dat dit moeilijk is en dat er nuances zijn, maar het moet het streefdoel zijn om zo veel mogelijk gelijkheid binnen hetzelfde speelveld van de steunzone te creëren.

U zegt dat er voor u juridisch geen probleem is met het criterium van de 500 meter. Zult u dat verder onderzoeken? Volgens mij is dat nodig. Het zou wel zeer dramatisch zijn dat er een beslissing wordt genomen die dan nadien juridisch nefaste gevolgen heeft. Wat is de timing van de beslissing?

Over de incubatoren, de bedrijvencentra en de brownfields is er geen onduidelijkheid. Zou het niet jammer zijn dat ook dit op de lange baan wordt geschoven omdat er moet worden gewacht op duidelijkheid over het criterium van de 500 meter? Is er een mogelijkheid om al een beslissing te nemen over de incubatoren en de brownfields zodat we daarmee al verder kunnen?

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, wat ons bindt, zijn extra jobs. Dat het gaat over extra arbeidsplaatsen, daar zijn we van op de hoogte. Ik heb de voorwaarden geciteerd. Toch blijft het grote voorbehoud ten aanzien van de retail behouden. U vraagt om u het verschil uit te leggen tussen een kleine en een ketenwinkel. Dat gaat over capaciteit en het schaalvoordeel om in te zetten op deskundigheid wat betreft administratieve steunmaatregelen allerhande. Dat zal voor een C&A een pak makkelijker zijn dan voor een familiale kledingzaak. Daar moet ik toch geen tekening bij maken. De kleine beginnen er niet aan omdat de voorwaarden niet licht zijn. Alleen al daarom vermoed ik dat er ook een aantal groten niet aan beginnen.

Ik kom uit de gemeente Lanaken, waar ik burgemeester mag zijn. Ik doe dat heel graag. We hebben daar een grote papierfabriek, Sappi, waar 550 mensen werken. Die vragen mij hoelang dit zal blijven bestaan. Zelfs zij hebben het grootste voorbehoud om die stap te zetten. Dat speelt voor de kleintjes in het kwadraat of nog sterker. U moet heel voorzichtig zijn om de retail erbij te nemen.

Soms is perceptie ook sterker dan realiteit. Economie is op de eerste plaats psychologie. In één straat een stuk van de straat wel en een ander stuk niet, krijg dat maar verkocht, zelfs al ben je een meester-communicator. Leg maar eens uit dat er binnen dezelfde straat verschillende regimes gelden. Het gaat inderdaad over investeringen met daaraan extra jobs gekoppeld en dat moet worden volgehouden binnen een bepaald tijdsbestek: drie jaar voor de kleintjes en vijf jaar voor de groten.

Vanzelfsprekend moet, zoals ik het bij mijn eerste tussenkomst twee keer heb gezegd, rekening worden gehouden met incubatoren en brownfields en de andere die er eigenlijk al in hadden moeten zitten. Maar over hoeveel spreken we dan? Het is een containerbegrip: er zijn een deel watergebonden bedrijven die er nu niet in zitten.

De heer Danen heeft het woord.

Een aantal bezorgdheden van mijn collega’s zijn ook de mijne. Ik deel ook de bezorgdheid van de minister en van mijn collega’s dat we iedere job die gecreëerd wordt, waar dan ook in Vlaanderen maar natuurlijk het liefst in Limburg, moeten toejuichen en proberen te faciliteren. Ik begrijp het concept van de ontwrichte zones, dat je bepaalde zones vooruitschuift of voordelen geeft.

Het is zeker niet de bedoeling van mijn vraag om een aanval in te zetten op het beleid, toch niet over deze materie – in andere materies is dat soms wel het geval. Ik wil gewoon helpen zoeken naar een oplossing. Ik ben echt bezorgd. Het is zoals de heer Keulen zei: de foto’s van de winkelstraten die op diverse media rondgingen, waarbij de ene zone wel en de andere zone niet onder de maatregel valt, dat krijg je onmogelijk uitgelegd. We moeten dat proberen op te lossen. Wat mij betreft gaat het vooral om die 500 meterzone langs de waterweg. Ik ben er absoluut voorstander van om aan bedrijven met watergebonden activiteiten voordelen te geven. Maar ik heb ook begrepen dat dit voor een deel al het geval was in de vorige afbakening.

Die uitbreiding zou er maar gekomen zijn op vraag van enkele – een of twee – bedrijven. Klopt dat? En als dat klopt, is er dan geen andere mogelijkheid om voor die een of twee bedrijven iets te doen, om die alsnog af te bakenen zonder dat we de ongewenste neveneffecten krijgen waarbij de ene helft van de winkelstraat wel en de andere helft niet afgebakend is?

Ik vind de timing ook heel belangrijk. Mensen of bedrijven wachten tot wanneer ze kunnen starten en dossiers indienen. Natuurlijk kan dat al, dat begrijp ik wel. Maar economie is psychologie: als er een zwaard van mogelijke vernietiging boven hangt, dan zullen zeker kleinere bedrijven daar niet zo vlug in meegaan.

Zoals ik het nu begrijp, is het speelveld binnen de industrieterreinen min of meer gelijk. Maar met die semigenerieke 500 metermaatregel blijf ik toch moeite hebben. Ik wil u vragen om daaraan een oplossing te geven. En dan is er ook nog de vraag over de timing.

Mevrouw Remen heeft het woord.

Grete Remen (N-VA)

Het artikel in Het Belang Van Limburg heeft mij ook een beetje bezorgd gemaakt. Maar mijn bezorgdheid is toch voor een deel weggenomen door het antwoord van de minister. Het gaat om een tewerkstellingsmaatregel. Einde mei hadden wij in Limburg 30.000 niet-werkende werkzoekenden. Dat is een daling van 7,6 procent. Dat is de grootste daling in heel Vlaanderen. Dat wijst toch op de positieve kentering op de Limburgse arbeidsmarkt.

Het SALK-Taskforcerapport van mei 2016 heeft dit toch onderschreven. Een van de maatregelen is de maatregel van de ontwrichte zone. Dat heeft geholpen om de aanwervingen in Limburg te stimuleren. Enkele weken geleden werd gecommuniceerd over de uitbreiding. Ik kan dat alleen maar toejuichen. Hoe meer bedrijven en ondernemers kunnen genieten van deze fiscaal voordelige maatregel, hoe meer duurzame werkgelegenheid er is. En dat is ook uw bedoeling, minister. Ik denk dat alle collega’s, zeker de Limburgse collega’s, daarmee akkoord gaan.

Minister, deze maatregel zou jaarlijks worden herzien. Die zones zijn geen statisch geheel. Worden ze na een tijd geactualiseerd? Gebeurt dat jaarlijks of na zes maanden? Dit kan belangrijk zijn, naar aanleiding van de bezorgde vragen van mijn collega’s.

Minister Muyters heeft het woord.

Ik begin met te zeggen dat het juridisch niet nefast mag zijn. Dat is duidelijk. Ik wil dat verder laten onderzoeken. Ik ga ervan uit dat niemand denkt dat ik slechte bedoelingen zou hebben. Iedereen begrijpt dat ik hier echt probeer het beste naar voren te brengen. Als er juridisch enig bezwaar zou zijn, zal ik dat zeker doen.

Ik begrijp de gevoeligheid. Maar langs de andere kant moet ik zeggen: brownfieldconvenant A zit erin, maar brownfieldconvenant B zit er niet in; incubator A zit erin, maar incubator B zit er niet in. Vorige week bleek in het SALK dat de grootste werkloosheid vandaag niet meer in Limburg zit maar in Antwerpen. Maar incubators in Antwerpen komen niet in aanmerking, want er is daar geen ontwrichte zone. Ik pleit niet om het af te schaffen. Maar daar zagen ze dan ook: 'Waarom wij niet? Dit is concurrentievervalsing.'

De definitie van een ontwrichte zone blijft de moeilijkheid. Ik houd rekening met wat hier is gezegd. Voor mij is er maar één uitgangspunt voor de steunzone: bijkomende werkgelegenheid in Limburg. Dat mag voor mij bij winkeliers zijn. Als Limburg mij unaniem zegt dat bijkomende jobs stimuleren niet bij winkels mag, dan mogen ze het mij zeggen en dan zal ik er zeker rekening mee houden. Het is niet gemakkelijk. Ik sta open voor de discussie. Ik zal zeker eerst het juridische bekijken. Er moet een objectief criterium zijn. Op de vraag om alle bedrijventerreinen bij het Albertkanaal mee te nemen, is mijn administratie gekomen met de objectieve regel van 500 meter van de waterloop. Je mag niet zeggen: 'Dit bedrijf wel en dat bedrijf niet.' Dat mag je niet zeggen. Dat maakt het niet gemakkelijk.

Juridisch moet het helemaal duidelijk zijn dat het kan. Ik doe maar één uitbreiding. Ik ga dat niet elke week herhalen. Over de brownfieldconvenanten en de incubatoren bestaat geen discussie.

Iedereen is het erover eens dat de bedrijventerreinen rond het Albertkanaal erbij betrokken worden. Over de winkels kan ik nog discussiëren. Als Limburg van oordeel is dat er voor winkeliers geen stimulans voor aanwerving moet worden gegeven, dan zal ik zien hoe ik daarmee omga, maar dat vind ik een belangrijkere en rare boodschap. Dit is mijn gevoelen, en absoluut geen verwijt.

Alle tussenkomsten komen op hetzelfde neer: bijkomende jobs creëren vormt de essentie. Als er door bijkomende jobs bij A meer wegvallen bij B, dan vind ik dat een goede reden. Begrijp me niet verkeerd. Daarover kunnen we verder discussiëren. Wat de timing betreft, hoe sneller hoe liever.

Mevrouw Christiaens heeft het woord.

An Christiaens (CD&V)

Minister, het stemt me tevreden dat u openstaat voor mogelijke alternatieven. We moeten naar zo veel mogelijk gelijkheid streven binnen de afgebakende ontwrichte zone, binnen de uitbreiding. Daartoe moet een objectief criterium worden uitgewerkt, tot een ruimtelijke benadering, en niet tot sectorale verschillen.

Ik hoop dat er snel duidelijkheid komt en dat ook snel juridisch onderzoek wordt gedaan, opdat er geen onzekerheid kan ontstaan. Ik begrijp uw redenering dat u niet om de zoveel tijd een uitbreiding wilt doen, indien het natuurlijk op korte termijn kan. Als de problemen evenwel blijven aanslepen, verzoek ik u dit toch in overweging te nemen.

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, hoed u voor de retail. Deze boodschap wil ik u echt nog meegeven. De overige onderdelen van uw antwoord kan ik beamen.

Het beeld van verschillende regimes in eenzelfde winkelstraat, ook al gaat het om extra tewerkstelling met daaraan gekoppeld investeringen, blijft moeilijk.

Ik herhaal dat de concurrentie bij de retail nu al op het scherpste van de snede wordt gevoerd. U weet dat. Geef die sector niet de indruk dat u er nog een schep bovenop doet, ook al bedoelt u het goed.

De heer Danen heeft het woord.

Minister, ik twijfel helemaal niet aan uw goede bedoelingen, maar dring toch aan op een snel en goed akkoord, zodat de bedrijven weten waar ze aan toe zijn. Ik blijf ook openstaan voor verdere discussie.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.