U bent hier

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, op federaal niveau actualiseren de ministers De Block en Jambon het plan voor de verspreiding van jodiumtabletten bij een kernramp waarbij de strategie bestaat in een snelle toediening van stabiel jodium – dit wil zeggen niet-radioactief – in het geval van een nucleair ongeval. Radioactief jodium kan bij de mens in de schildklier worden opgeslagen, wat een verhoogd risico op schildklierkanker tot gevolg heeft. Om dit risico te verminderen dient voorafgaand aan de blootstelling aan de radioactieve lozing een tablet met niet-radioactief jodium ingenomen te worden. De schildklier zal zich daarmee verzadigen zodat deze geen radioactief jodium meer kan opnemen. Ook tot enige uren na de lozing heeft het innemen van een tablet niet-radioactief jodium nog een reducerend effect.

Nieuw bij de actualisering is dat de planningszone wordt uitgebreid tot een straal van 100 kilometer rond de nucleaire setting. Daarmee komen de ministers tegemoet aan een advies van de Hoge Gezondheidsraad van 4 maart 2015. Dat advies raadt ons land aan te werken aan het bestaand jodiumtekort, en dit om twee redenen. Ten eerste is de nood om extra jodium in te nemen in geval van nucleair ongeval groter indien men al een jodiumtekort heeft, zeker voor de risicogroepen zoals zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, waardoor het risico groter wordt dat de schildklier radioactief jodium opneemt voordat de schildklier verzadigd is kunnen worden met stabiel jodium. Ten tweede zou het werken aan het jodiumtekort de prevalentie van schildklieraandoeningen doen dalen die de oorzaak zijn van bijwerkingen na het innemen van hoge dosissen niet-radioactief jodium.

In een eerder rapport van de Hoge Gezondheidsraad blijkt dat we vooruitgang hebben geboekt op vlak van jodiuminname. Voor kinderen tussen 8 en 11 jaar hebben we een adequate jodiuminname bereikt. Voor vrouwen op vruchtbare leeftijd, zwanger of niet, hebben we nog altijd een marginaal jodiumtekort dat iets hoger ligt bij niet-zwangere vrouwen dan bij zwangere vrouwen. In antwoord op een vraag van mevrouw Schryvers antwoordde u te willen onderzoeken op welke manier de promotie inzake een correct foliumzuurgebruik en preconceptionele adviezen verder kan worden gevoerd.

Welke maatregelen werden inmiddels genomen om promotie te voeren met betrekking tot een correct foliumzuurgebruik en rond preconceptionele adviezen, gelet op de acties die de Federale Regering neemt?

Zult u, gelet op het feit dat de Federale Regering zijn plannen aanscherpt, extra maatregelen nemen om het jodiumtekort bij de Vlamingen weg te werken, in het bijzonder voor vrouwen op vruchtbare leeftijd ?

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, de informatie over correct foliumzuurgebruik wordt momenteel verspreid via de website www.gezondzwangerworden.be. Het is op die plek een van de kernboodschappen, naast informatie over alcohol en tabak. De website wordt gepromoot door de huisartsen, gynaecologen en vroedvrouwen. De beroepsverenigingen doen dit via onder andere een nieuwsbrief, infodagen en eigen website. Ook de ziekenfondsen en Kind en Gezin verspreiden deze informatie via hun eigen kanalen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar www.kindengezin.be/kinderwens.

Wat de afstemming met het federale niveau betreft, is dit thema ook opgenomen in het preventieprotocol dat op 21 maart 2016 werd ondertekend: “Inzake een strategie om het tekort aan micronutriënten terug te dringen (…) De federale overheid blijft de bakkerijsector sensibiliseren rond het belang van het gebruik van gejodeerd zout. De Gemeenschappen en Gewesten sensibiliseren de bevolking over het belang van voldoende opname van vitamines en mineralen met een aangetoonde meerwaarde op bevolkingsniveau en promoten de inname van foliumzuur bij vrouwen met een actieve kinderwens. De federale overheid en de Gemeenschappen en Gewesten sensibiliseren de ziekenhuizen, de gynaecologen en huisartsen rond het belang van supplementen bij vrouwen die zwanger wensen te worden of zwanger zijn. De federale overheid en de Gemeenschappen en Gewesten investeren in biomonitoringstudies om de stand van zaken inzake micronutriënten op te volgen en onderzoeken de mogelijkheid om polluenten en metabolieten mee op te nemen in de biomonitoringstudies.”

De interkabinettenwerkgroep rond Chronische Ziekten zal verschillende technische werkgroepen oprichten om één en ander uit te werken. Momenteel zitten we in de fase dat de werkgroepen worden samengesteld en de planning op punt wordt gezet.

Momenteel is er geen advies aan zorgverleners om standaard bijkomend jodium aan te bevelen, maar enkel wanneer er indicaties zijn dat er op dit gebied een tekort zou zijn. Zo is het ook opgenomen op de website die voor zorgverleners bestemd is. Jodiumtekorten kunnen worden verholpen door het consumeren van meer melk, vis, brood met gejodeerd zout en door gejodeerd zout te gebruiken. Deze interventies maken jodiumsuppletie in principe overbodig. Zoals u wellicht weet, besliste de federale overheid in 2009 om het zout voor bakkerijproducten te joderen, weliswaar op vrijwillige basis. Onder meer door deze maatregel is de jodiumstatus van de Belgische bevolking verbeterd. De samenstelling van voedingsmiddelen, in casu het jodiumgehalte in zout voor bakkerijproducten, is een federale bevoegdheid. Mijn administratie werd in het verleden door de FOD Volksgezondheid geïnformeerd dat een bijkomende sensibilisatiecampagne zou worden opgestart voor bakkers om met jodium verrijkt zout te gebruiken in hun bereidingen.

Alvorens bijkomende maatregelen te nemen, is het aangewezen om eerst het effect van deze campagne af te wachten. De resultaten van de voedselconsumptiepeiling die in september zullen worden gepubliceerd, zullen hier wellicht ook meer informatie over kunnen geven.

Verder verwijst u in uw vraagstelling specifiek naar de actualisering van de verspreiding van jodiumtabletten door de federale ministers De Block en Jambon in het kader van een eventuele kernramp. Ik wil aangeven dat, ook na de laatste staatshervorming, de bescherming van de bevolking tegen ioniserende stralen een federale bevoegdheid is gebleven. Deze actie past daar volledig in en de Vlaamse overheid is er dan ook niet bij betrokken.

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

U zegt dat de federale overheid in 2009 bakkers heeft aangespoord om meer jodium te gebruiken. U zegt dat de federale overheid de Vlaamse overheid daarover heeft geïnformeerd. U zegt dat u het effect zult opvolgen. Mijn vraag is: wanneer zult u besluiten trekken en op welke termijn zal het verloop van de studie gebeuren?

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Minister, u hebt gezegd dat in 2009 beslist is om het zout voor bakkerijproducten te joderen op vrijwillige basis. Ik verwijs ook naar mijn schriftelijke vraag die mevrouw Saeys ook heeft aangehaald. In het antwoord hebt u expliciet gezegd dat in het bijzonder kinderen van 8 tot 12 jaar daardoor voldoende jodium innemen voor een harmonieuze en intellectuele ontwikkeling.

Zijn er ook cijfers over de specifieke doelgroep van vrouwen of zwangere vrouwen? Wordt dit opgevolgd? Ik neem aan dat u niet onmiddellijk kunt antwoorden, maar het viel me op dat u in het antwoord op de schriftelijke vraag specifiek naar de groep kinderen hebt verwezen en niet naar andere groepen.

Minister Jo Vandeurzen

De laatste resultaten van de voedselconsumptiepeiling zullen in september bekend zijn. In welke mate die differentiëren, kan ik nu niet zeggen. We moeten dat nakijken.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.