U bent hier

Commissievergadering

woensdag 18 mei 2016, 9.54u

Voorzitter
van Michel Doomst aan minister Ben Weyts
1904 (2015-2016)
De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, dit is ook een nieuwsgierigheidsvraag want iets ‘bruegeliger’ dan de Vlaamse Rand bestaat er eigenlijk niet. Bruegel was een landschapsschilder die de ziel van zijn kunstwerken, zeker van de goede, rond Brussel heeft gemaakt en geïdentificeerd.

In 2019 is het 450 jaar geleden dat de grootmeester is gegaan. Het zou erg zijn dat dit aan de Vlaamse Rand zou voorbijgaan, wat toch wel de typische regio is voor Bruegel. We kunnen het trouwens gewoon niet loslaten, want nog onafhankelijk van hoe dit project zal evolueren, hebben wij dit vanuit de regio grondig voorbereid. Er is maanden vooraf contact gelegd met het kabinet. We hebben altijd gesteld: het moet een beleefproject worden dat ook socio-economisch bepaalde effecten heeft op de Rand.

Nu hebben we vernomen dat Bokrijk geselecteerd zou zijn om een gedeelte van die beleving te organiseren. Vanuit Toerisme Limburg kan ik dat begrijpen, maar vanuit Toerisme Vlaanderen kan ik dat veel moeilijker. Ik heb gehoord dat het kasteel van Gaasbeek en Bokrijk elk half geselecteerd zouden zijn. Bruegel zou zich 450 keer in zijn graf omdraaien als er in onze regio geen effect is.

Wat kunnen we nog doen om die ‘verjaardag’ van Bruegel nog te vieren in de regio Pajottenland en Zennevallei? Wij zijn positief ingesteld, we willen ons flexibel opstellen.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Het heeft me enorm verbaasd dat deze vraag geagendeerd wordt, en dan nog in deze commissie. Het gaat hier over een particuliere vraag over een particulier subsidieproject beoordeeld door een onafhankelijke jury. In het Reglement van het Vlaams Parlement staat in artikel 90, punt 4, dat vragen onontvankelijk zijn als het gaat over particuliere aangelegenheden of persoonlijke gevallen. Het is bijna twee keer bingo.

Waar gaan we naartoe als ik in de commissie Vlaamse Rand uitleg moet geven over particuliere subsidieprojecten al dan niet ingediend door leden van het parlement? (Opmerkingen van Michel Doomst)

U hebt natuurlijk het recht om die vraag in te dienen, maar ze agenderen, dat begrijp ik absoluut niet. Zo kunnen we de honderden subsidiedossiers die ik te verwerken krijg, allemaal in het parlement in detail gaan bespreken en debatteren over het oordeel van de jury. Daarenboven is dit een subsidiedossier in het kader van Toerisme! Het wordt geagendeerd in de commissie Vlaamse Rand! Dan breekt mijn klomp helemaal!

Er zijn ook al schriftelijke vragen over gesteld. Het project bestaat uit drie onderdelen. Eén deel werd aanvaard, één deel heeft een tweede zit gekregen en één deel is aangeduid als kwalitatief niet afdoende; het voldeed volgens de jury echt niet aan de vereisten.

Ik ben net als de jury uitermate begaan met het project Vlaamse Meesters. Ik ben er zelfs de hoeder van. Ik ben uitermate de Vlaamse Rand genegen, en net daarom denk ik bij uitstek dat we ervoor moeten zorgen dat er sterke dossiers en sterke projecten worden goedgekeurd. Als dat volgens het objectieve oordeel van de jury niet het geval is, dan is dat gewoon zo.

Toerisme Vlaanderen laat elk dossier van een hefboomproject van bij het begin opvolgen door een ervaren team van telkens twee personen. Nog voor de eigenlijke aanmelding hebben zij veelvuldige contacten gehad met de indiener.

– Katia Segers treedt als voorzitter op.

Minister Ben Weyts

Zij hebben uitleg gegeven over de criteria waaraan een hefboomproject moet voldoen, en feedback gegeven op de plannen en intenties. Ze zijn zelfs op plaatsbezoek geweest. Er is dus ruim tijd geïnvesteerd en de medewerkers hebben dus een grondige kennis van het dossier. Voor de deadline van indiening is een laatste draft van de aanmelding uitvoerig van commentaar voorzien. Men kan bezwaarlijk zeggen dat er geen gefundeerd en objectief oordeel is gevormd.

Ik moet het oordeel van de jury – daar bestaat ze voor – ook schragen.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, de vraag is geagendeerd in de commissie Vlaamse Rand omdat dit een project is in een substantieel deel van die Rand, zijnde Zennevallei en Pajottenland – het kan ook in die volgorde. We hadden nu eens een project waarbij we juist de Vlaamse Rand wijd en zijd kunnen promoten, en zeker ook vanuit Brussel kunnen laten voelen: dit is nu eens de eigenheid van die streek.

Dan wordt dat kapot gejureerd door een internationale jury. Het gaat nota bene over geld van de Vlaamse Gemeenschap! Het is niet de thesaurie van een internationale jury. Daarom vind ik, als vertegenwoordiger van die regio, dat ik het recht heb om dat hier te zeggen en daarvoor te pleiten.

Ik kan u verzekeren dat vele mensen met mij ontgoocheld zijn dat er geen reflectie is naar de actoren in de Vlaamse Rand toe. Ik zeg nogmaals: ik ben hier niet om te polemiseren. U kent mij, ik ben zo niet. We zijn er om constructief dingen op te bouwen. Ik vind dit dus werkelijk letterlijk en figuurlijk een gemiste kans om daar historisch iets van te maken. We doen dat overigens op een bescheiden manier. Ik geef toe dat we niet overal een kasteel van Gasbeek hebben en dat we in het Pajottenland geen zwaar gesubsidieerd Bokrijk hebben. Maar in godsnaam, als men Bruegel moet gaan beleven in Limburg... Komaan, die mens wordt er ziek van om dat te moeten meemaken. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

Ja, maar, collega, we hádden ook linken met Brussel. We hebben dat opgebouwd vanuit Brussel naar de onmiddellijke en de verdere regio.

Ik pleit hier absoluut niet voor mijn eigen streek. Ik vind dat het breder moet zijn. We hebben dat altijd zo opgevat. We zijn naar Brussel geweest met de vraag om samen te werken. We zijn ook naar Sint-Pieters-Leeuw en Dilbeek getrokken met de vraag om ons de hand te reiken. We hebben een project opgemaakt, niet toevallig vanuit Toerisme Pajottenland-Zennevallei.

U zegt dat het mijn individueel dossier is. Dat is niet waar. Het is echt door dat streekplatform opgemaakt.  Mijn vraag is alleen maar, in hoge nood: zorg er alstublieft voor dat we, al is het op een bescheiden manier – want zo zijn wij ook, we vragen niet het onderste uit de kan – een belevingskans krijgen. Zeker nu we er, 450 jaar na het overlijden van de grootmeester, de kans toe krijgen om dat te laten beleven. We vragen dat u er als minister van de Vlaamse Rand alles aan zou doen opdat we er onze kar aan zouden kunnen hangen, hoe bescheiden en klein die kar ook mag zijn. Het zal in ieder geval belevend zijn, in de regio waar Bruegel herkenbaar aanwezig was en nog altijd is.

De heer Nevens heeft het woord.

Bart Nevens (N-VA)

Ik begrijp u, mijnheer Doomst, uw reactie is emotioneel. Maar er zijn objectieve criteria. We hebben vanuit de gemeente ook al veel meegedaan met zaken van de provincie. Als ik achteraf de verslagen lees, heb ik zin om niet langer mee te doen met dergelijke subsidiedossiers. Het kan ook nooit worden verklaard waarom.

Dit dossier werd beoordeeld door mensen die losstaan van enerlei vermoeden van partijdigheid. Ze hanteren objectieve criteria om dergelijke projecten te beoordelen. Het gaat er inderdaad over hoe men zaken interpreteert, hoe het dossier wordt opgebouwd en welk gewicht men eraan geeft.

U probeert de minister precies verdacht te maken, alsof hij bepaalde zaken zou sturen. (Opmerkingen van Michel Doomst)

Men probeert hier in het belang van het toerisme – daarom vind ik het ook vreemd dat het in deze commissie wordt besproken – een internationaal project over Bruegel in de verf te zetten. Ik denk dat u daar verder niets achter moet zoeken. Uw uitleg doet vermoeden dat er allerlei duistere machten aan het werk zijn en dat u daardoor uw project de mist in ziet gaan. Ik heb echter niet dat gevoel.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Dat wil ik tegenspreken. Ik heb niet gezegd dat bepaalde dingen verdacht worden gemaakt. Maar als je het aan een internationale jury geeft, maak je het natuurlijk wereldvreemd. Ik begrijp niet – daar blijf ik bij – dat dit aan de Vlaamse Rand kan voorbijgaan. Dat kan gewoon niet.

Ik zeg dat niet voor één particuliere reden, ik vind dat het echt deel uitmaakt van de identiteit. Ik zou het heel erg vinden. We zullen blijven voortdoen, dat kan ik u verzekeren. We laten het hier niet bij. We zoeken naar mogelijkheden om daar onze spreekwoordelijke kar aan te hangen.

Minister, u had er vragen bij waarom dit hier geagendeerd is. Ten eerste, ik denk niet dat dit een particulier project is. Het is een project waaraan vanuit de Vlaamse Gemeenschap  subsidies worden gegeven. Het hoort tot onze controleplicht.

Ten tweede, waarom in de Vlaamse Rand? Bruegel is voor de Rand en voor de hele streek een heel belangrijk gegeven. 

Namens mijn fractie wil ik verder graag aansluiten bij de zorgen die de heer Doomst zich maakt over dit project. Minister, vorige week was u samen met minister Gatz in Londen. Er is een internationaal onderzoek. Als men enkele Vlaamse schilders kent, dan is Bruegel daar steeds bij. Bruegel is zodanig verbonden met het kerkje van Sint-Anna-Pede dat Bruegel uiteraard van wezensbelang is voor onze streek. (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Het is dus logisch dat er daarover vragen worden gesteld en dat men Bruegel niet wil beleven in Bokrijk. Wij sluiten ons dus aan bij de bezorgdheid van collega Doomst.

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

U gaat hier volledig in tegen het Reglement van het Vlaams Parlement. Artikel 90, punt 4, stelt: “Onontvankelijk zijn onder meer vragen met betrekking tot particuliere aangelegenheden of persoonlijke gevallen.”

Moet ik hier echt uitleg komen geven over elk subsidiedossier? Het gaat bovendien om een subsidiedossier in het kader van toerisme. Ja, maar, dan stopt het niet! Ik vind het een volledig negeren van het reglement en een devaluatie van het parlement.

Wat de inhoud betreft, is het echt naast de kwestie. De Vlaamse meesters zijn wel wat ruimer dan enkel Bruegel. Dan hebt u het project niet begrepen.

Daarenboven is er de verdachtmaking dat ik als minister, als inwoner van de Vlaamse Rand, de belangen van de Rand niet afdoende zou behartigen. Ik kan u zeggen dat ik er net daarom voor pleit dat er stevige, goed onderbouwde dossiers worden ingediend.

Een onafhankelijke jury heeft een van de drie elementen van dit subsidieproject als volstrekt ondermaats geëvalueerd. Eén element is aanvaard. Een tweede deel van het project, handelend over Sint-Anna-Pede, heeft een tweede zit gekregen, wat betekent dat er onder begeleiding voor moet worden gezorgd dat het project aangepast en beter geschikt wordt, zodat het effectief kan worden goedgekeurd. En het derde element is dus beoordeeld als ondermaats.

We moeten er toch voor kunnen zorgen dat net dit project, Vlaamse Meesters, ook in de Vlaamse Rand de toets kan doorstaan van kwaliteit en objectiviteit. Dit project is veel ruimer dan enkel Bruegel. Ik hoop dat we erin zullen slagen om in het kader van het toeristisch-culturele project Vlaamse Meesters ook in de Vlaamse Rand ervoor te zorgen dat we dit, in referentie tot een van die Vlaamse meesters, namelijk Bruegel, ten volle kunnen ontplooien.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Ik blijf erbij, minister, dat mijn vraag niet particulier gesteld is. Ik vind de jury bovenmaats. Daar gaat het juist over. Het is vanuit een geweldige grandeur de zaken benoemen, terwijl de lokale besturen – en ik spreek hier namens alle lokale besturen van Zennevallei en Pajottenland, want die hebben dat samen ingediend – ook erkenning moeten krijgen in dat project. Dat is in de situering en de manier waarop men het aanpakt, heel erg belangrijk. Nu wordt dat benaderd vanuit een internationale grandeur, met alle tralala die daaraan verbonden is. En dat is de verkeerde manier. De Vlaamse Rand moet van onderuit benaderd worden. Het zou een historische gemiste kans zijn om daar nu niets rond te doen.

Ik laat het daar niet bij. Desnoods gaan we via andere kanalen proberen om wat te doen. Ik zou het heel erg vinden dat dit nu net aan de Vlaamse Rand zou passeren. En daarom is deze vraag ook op haar plaats in deze commissie Vlaamse Rand.

Minister Ben Weyts

In die jury zitten inderdaad ook buitenlandse toeristische experten. (Opmerkingen van Michel Doomst)

Als je die toets niet aankunt, als dat niet lukt ... Dat is één.

Ten tweede: het gaat over kwaliteit en de aantrekkingskracht van projecten. U zegt dat het wordt ingediend door een of meerdere lokale besturen, en dat ik dat gewoon moet goedkeuren. Neen, het moet de kwaliteitstoets doorstaan. Men heeft zelfs, zo heb ik begrepen, vanuit Toerisme Vlaanderen nog aanpassingen gesuggereerd en voorstellen gedaan om tot een beter dossier te komen. Maar als dat allemaal niet lukt en allemaal maar praat voor de vaak is, dan is dat maar zo.

Willen we ervoor zorgen dat de Vlaamse Rand degelijk aan bod komt, dan moeten er sterke, goede en onderbouwde dossiers worden ingediend.

Michel Doomst (CD&V)

Ik blijf constructief hopen dat er in heel dat project voor de Vlaamse Rand toch een stuk participatie en beleving aanwezig zou kunnen zijn. Wij willen ons zeer flexibel en soepel opstellen, maar het kan niet dat dit volledig aan onze regio voorbij zou gaan.

Minister Ben Weyts

Maar dat gaat totaal niet aan de regio voorbij. Ik zeg net dat al één deel is goedgekeurd. Het tweede is in deliberatie. Daar proberen we er met de administratie Toerisme Vlaanderen voor te zorgen dat het er alsnog door komt. En het derde element is inderdaad gebuisd, vanwege ondermaatse kwaliteit.

Minister, ik wil nog even terugkomen op het reglement en het aspect ‘particuliere aangelegenheid’. Ik definieer dat als: het gaat over personen. Wij zijn een ietwat bijzondere commissie. Als ik ‘particuliere aangelegenheid’ zou definiëren als een project … (Opmerkingen van minister Ben Weyts)

Wij spreken hier ook over de vzw Muntpunt, wij hebben het over Daarkom, over het conservatorium. Dat zou volgens u onder dezelfde definitie vallen. (Opmerkingen)

Minister Ben Weyts

Dan gaan we hier over alle subsidiedossiers discussiëren, als de voorzitter vindt dat dat allemaal kan.

Ik heb hier ook al enkele vragen gesteld, voorzitter, waarvan het meer dan betwistbaar was of die al dan niet ontvankelijk waren. U hebt die toen afgewezen. Ik ben dan in beroep gegaan. Het was dan twee tegen één, toevallig twee mensen uit de oppositie die in het Bureau zitten tegen één. Ik zal dat ook eens aankaarten bij de voorzitter van het parlement. Als hier over sommige dossiers wel vragen kunnen worden gesteld, terwijl het meer dan betwistbaar is of ze gesteld kunnen worden, en andere dan weer niet, en als men dan een beroepsprocedure volgt die botst op meerderheid tegen oppositie, heb ik daar mijn vragen bij. Ik wil dat gerust straks bespreken, maar ik heb daar klaar en duidelijk mijn opmerkingen bij, hoe het reglement hier wordt toegepast.

We zullen daar straks, bij de regeling van de werkzaamheden, dieper op ingaan. Uit alle statistieken blijkt wel dat ik de meest coulante voorzitter ben van allemaal. Ik denk niet dat ik ervan verdacht kan worden spelletjes tussen meerderheid en oppositie te spelen. We zullen daar straks dieper op ingaan. Ik volg trouwens altijd het advies van de secretaris. (Opmerkingen van Karl Vanlouwe)

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.