U bent hier

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, dit is een vervolgvraag die misschien lijkt op een vervolgingsvraag, maar dat is niet de bedoeling. U hebt de vorige keer gezegd dat de deadline in zicht is, maar dat blijkt nu ook de delay-line te zijn. We hebben het ook gehad over een paasei. We zien wel wat het wordt, maar we zitten natuurlijk wel met dat ei.

Minister, u hebt uw best gedaan om de overkant te overtuigen om een uitspraak te doen, u hebt daarbij al uw valentijnskrachten aangewend. Federaal minister van Maatschappelijke Integratie, de heer Borsus, beweegt op dit ogenblik helemaal niet, integendeel, er is sprake van een nieuwe verdaging. Ik heb gehoord dat het kernkabinet heeft geoordeeld dat een prejudiciële vraag moet worden gesteld aan de Raad van State om duidelijkheid te krijgen over wie vrijwilligheid of verplichting kan opleggen.

Het CD&V-standpunt is niet ‘verkamerd’, noch met c, noch met k. Dat was blijkbaar niet helemaal juist weergegeven of begrepen. Het is in elk geval ongewijzigd omdat wij erbij blijven dat een beter sociaal beleid mogelijk is wanneer wij definitief voorschrijven wat nu al voor 75 of 80 procent op het terrein aan het gebeuren is. Ervaringsdeskundigen op het terrein zeggen dat er nu al goede zaken gebeuren.

Minister, die prejudiciële vraag kan een voordeel zijn van duidelijkheid als daar iets uitkomt, maar het zorgt ook voor vertraging. Wat is de timing hier? Men geraakt op het terrein stilaan in een moeilijke positie om tegen 1 januari 2019 klaar te zijn. Er wordt ook verwezen naar studies van de KU Leuven, van Luik en van Eubelius. Kunnen wij die studies inkijken? Waar kunnen we die vinden?

Waar staan we voor wat die bevoegdheid betreft? Is er een volgende deadline in zicht? Wanneer kunnen we daarover duidelijkheid krijgen?

De heer De Loor heeft het woord.

Minsister, tijdens de vergadering van deze commissie op 2 februari sprak u klare en straffe taal. U zei onder meer dat we ons al in de blessuretijd bevinden. Vandaag las ik in de krant dat dit dossier muurvast zit. U zei tijdens die commissievergadering ook dat u niet opgezet bent met de communicatie van minister Borsus en dat u uiterlijk op 5 februari een duidelijk standpunt zou krijgen van de Federale Regering. Intussen ligt 5 februari een aantal dagen achter ons, vandaag deze opvolgingsvraag.

Minister, heeft het kernkabinet op 5 februari daadwerkelijk een standpunt ingenomen en is er daadwerkelijk duidelijkheid gecreëerd in dit dossier? Wat is het resultaat daarvan? Wat is het officiële standpunt van de Federale Regering? Wat zijn de volgende stappen die u zult ondernemen in dit dossier? Wat is intussen de timing voor dit dossier? Eerst was er sprake van een kerstgeschenk, dan van een valentijnsgeschenk en nu gaat het al over een paasgeschenk.

U zegt ook dat er een voorstel zou zijn van de Federale Regering dat naar de Raad van State zou gaan. Wat is de precieze inhoud van dat voorstel? Strookt dit met wat er in het Vlaams regeerakkoord staat? Strookt dit met de beleidsnota en met de conceptnota?

Is de datum van 1 januari 2019 nog haalbaar zonder dat we in een juridisch kluwen vervallen?

De heer Maertens heeft het woord.

Dit dossier is vlak voor het krokusreces aan bod gekomen, wij staan daar helemaal achter. Binnen deze meerderheid bestaat er een grote wil om de integratie van gemeente en OCMW te doen slagen omdat dit beleidsmatig heel wat winsten kan genereren.

We gaan die discussie niet openen. Het verraste me dat de communicatie van de Federale Regering uitbleef. Ik hoop dat de woorden van de heer Vercamer verkeerd begrepen zijn. We moeten blijven gaan voor de verplichte integratie van de OCMW’s in de gemeenten.

Minister, wat is de stand van zaken? Weten we al meer? Welke conclusies trekt u daaruit met betrekking tot de voorbereiding van de verplichte integratie van OCMW en gemeente?

Ook voor Open Vld is het belangrijk dat het probleem van de integratie van OCMW en gemeente wordt opgelost. We vinden immers dat de integratie tot een betere efficiëntie kan leiden.

Minister, u stelde de deadline voor een standpuntbepaling op 5 februari. We zijn uiteraard benieuwd naar uw stappenplan. Het voorstel dat nu voorligt, impliceert dat elk gewest vrijwillig zou kunnen beslissen of het al dan niet tot integratie overgaat.

Is een tweederdemeerderheid nu nog nodig?

De adviezen van de KU Leuven en van Eubelius zijn tegenstrijdig. Welk standpunt verdedigt u?

Als de Raad van State een negatief advies uitbrengt over de bevoegdheid, dan denk ik dat u als minister zelf zaken kunt realiseren, al was het maar door de gemeenten tot integratie te verplichten via een organigram. Indien ze dat niet doen, zouden de middelen van het Gemeentefonds kunnen verminderen of zou er een correctie kunnen gebeuren.

Minister Homans heeft het woord.

Er werden hier een aantal hypothetische vragen gesteld. Die kan ik uiteraard niet beantwoorden, ik wil ook niet op de zaken vooruitlopen.

Het stemt me gelukkig, mijnheer Doomst, dat u bevestigt dat de uitlatingen van de heer Vercamer niet het officiële standpunt zijn van de CD&V en dat uw partij nog altijd een loyale coalitiepartner is om dit punt van het regeerakkoord uit te voeren.

Er werden vragen gesteld omtrent het officiële standpunt van de Federale Regering, over wat er in het kernkabinet is gezegd. Ik ben vooralsnog geen lid van de Federale Regering, ik weet dus niet wat er in het kernkabinet werd gezegd. Voor de krokusvakantie heb ik wel in de commissie gezegd dat mijn geduld opgeraakt en dat ik de Federale Regering een duidelijk standpunt zou vragen. Ik hoor hier allerlei geruchten, maar als u het standpunt van de Federale Regering wilt kennen, dan kunnen federale parlementsleden die vraag stellen.

Ik kan alleen afgaan op de informatie die ik heb gekregen, namelijk dat er op het kernkabinet van vrijdag 5 februari wel degelijk beslist is een wetgevende tekst en een memorie van toelichting voor te leggen aan de Raad van State. Een kernkabinet neemt echter geen officiële regeringsbeslissingen. Deze teksten moeten nu onverwijld op de agenda van de Federale Regering komen. Zodra dat officieel is gebeurd, is er ook een officiële regeringsbeslissing en kan advies aan de Raad van State worden gevraagd. Het is nog niet te laat, maar de tijd dringt. Het is goed dat het federale niveau inziet dat er bepaalde wetswijzigingen nodig zijn om ons regeerakkoord te kunnen uitvoeren.

Op basis van mijn informatie ziet het er goed uit, maar ik kan uiteraard niet vooruitlopen op het advies van de Raad van State. Ik weet immers niet hoe de raad zal oordelen over de teksten. Het Agentschap Binnenlands Bestuur heeft intussen veel voorbereidend werk gedaan. Zodra de federale wetswijziging er is, kunnen we ons eigen decreet implementeren. Het is niet omdat een federale wetswijziging uitblijft dat we zelf het voorbereidend werk niet hebben gedaan. Het is nog altijd mijn bedoeling voor het zomerreces de regering een voorontwerp van decreet voor te leggen met het oog op de principiële goedkeuring van de integratie van de OCMW’s in de gemeenten.

Mijnheer Doomst, u vroeg naar de adviezen. Ik denk dat u die best opvraagt aan de Federale Regering. Die adviezen werden immers geformuleerd in opdracht van de Federale Regering, onder meer op vraag van collega Borsus. Als u die wenst, vraagt u best een van uw federale collega’s om die daar officieel op te vragen.

Voorzitter, ik zal niet vooruitlopen op ‘wat als ...’ en andere hypothetische vragen. Ik heb gezegd er nog steeds in te geloven. Ik geloof voor de zomer mijn eerste principiële goedkeuring van de regering te kunnen krijgen.

Wat de tweederdemeerderheid betreft, wij vragen geen aanpassing van de Bijzondere Wet noch een bevoegdheidsoverdracht en hebben de faciliteitengemeenten eruit gelaten, zodat dit met een gewone meerderheid in de Kamer kan worden goedgekeurd.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Minister, als we dit voor het zomerreces niet klaar krijgen, kunnen we dit niet meer over de zomer ‘tillen’ zodat het voor de lokale besturen duidelijk is en we weten hoe dit traject verder zal verlopen. Ik verneem dat vele lokale besturen al samenwerkingsverbanden zoeken en zelf actief zijn om dit dossier voor te bereiden. Zo hoort het ook.

Cruciaal is de bevoegdheidssleutel. Wat als we het zelf niet meer in handen hebben? Ik verneem dat Eubelius door de Vlaamse Regering is aangesteld om na te gaan in hoeverre we het OCMW-heft zelf in handen hebben. Ik heb als bijkomende vraag of uit dit studiewerk een voorstel zal resulteren, want ‘Eubelius-mogelijkheden’ hebben we niet.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik ben geschrokken van uw antwoord. In tegenstelling tot uw straffe taal van voor de krokusvakantie, neemt u nu heel wat gas terug. U sprak toen over blessuretijd en had een duidelijk standpunt geëist van de Federale Regering. Inmiddels zijn we 16 februari en de blessuretijd kan niet blijven oplopen.

De inkanteling van de OCMW’s in de gemeenten vormt een belangrijk onderdeel van de institutionele hervormingen in het Vlaams regeerakkoord, uw beleidsnota en uw conceptnota. U antwoordt dat we onze federale collega’s moeten vragen om te polsen naar het standpunt van de Federale Regering.

Minister, in tegenstelling tot uw eisen van voor de krokusvakantie is er nog steeds geen duidelijk standpunt. U staat nu met uw rug tegen de muur. U bent de enige die nog optimistisch is. Dit doet me denken aan het orkest van de zinkende Titanic. Als men er zelf blijft in geloven, zal het wel in orde komen.

Ik vind het bijzonder spijtig dat u de lokale besturen op die manier in bestuurlijke chaos stort. Het zijn niet mijn woorden, maar die van uw coalitiepartners dat het dossier muurvast zit. Dan vrees ik dat we zullen terechtkomen in een juridisch kluwen. Het wordt kunst- en vliegwerk. Als er al iets is dat het sociaal beleid niet kan gebruiken, dan is het precies kunst- en vliegwerk. Laten we ons daarvoor hoeden. Het laatste wat iemand die hulp nodig heeft van een OCMW is kunst- en vliegwerk, wat de kwaliteit van de dienstverlening doet verminderen.

Vandaar nogmaals mijn vraag. Welk tijdspad zet u uit? U zegt voor de zomer decretaal werk te moeten verrichten. Houdt u dat aan of gaat u opnieuw gas terugnemen?

Ik pleit er nogmaals voor de focus te verleggen van het bestuurlijk oogpunt naar het sociale. Het wordt ook hoog tijd dat minister Vandeurzen op het toneel verschijnt om er verder werk van te maken. Laten we dus de focus verleggen, met als uitgangspunt hoe we het sociaal beleid op lokaal vlak versterken, zodat we de dienstverlening kunnen verbeteren voor wie hulp broodnodig heeft.

De heer Maertens heeft het woord.

Bij de bespreking van deze vragenronde is duidelijk gebleken dat de meerderheid op één lijn zit en dat het doel de verplichte integratie van het OCMW en de gemeente vanaf 1 januari 2019 is en blijft. Dat stemt me tevreden.

Collega De Loor beweert dat de minister gas terugneemt. Dat doet ze absoluut niet, integendeel. De doelstelling blijft de integratie en om voor de zomer een voorontwerp van decreet aan de Vlaamse Regering voor te leggen. Dan blijft alles haalbaar.

Is de situatie acuut? Ja absoluut. Daar zullen onze collega’s aan de overkant wel de nodige ruchtbaarheid aan geven. Als er iets is dat het sociaal beleid kan missen, dan is het precies paniekzaaierij, zoals u vandaag doet, collega De Loor. Ik denk dat we dat absoluut niet mogen doen. We moeten vertrouwen geven aan die lokale besturen. We willen zo snel mogelijk tot een oplossing komen. We moeten nu geen paniek zaaien door te zeggen dat we er niet meer zullen komen en dat we de lokale besturen in de chaos storten enzovoort. U had het ook over de Titanic. Overdrijf alstublieft niet. Blijf even rustig, cool en bij de realiteit. Ik denk en hoop – dat is het optimisme dat we binnen deze meerderheid vandaag nog steeds delen – dat we zeer spoedig tot een oplossing zullen komen.

Minister, regeren is vooruitzien. Als u twijfels hebt of als er onzekerheden zijn over plan A, is het niet de bedoeling dat u communiceert over plan B, maar wel dat u dat plan B op zak hebt. Wij willen dat men tot een integratie komt. Dat is alleszins het doel. En het doel van die integratie, mijnheer De Loor, is net dat mensen er beter van worden. Het gaat niet alleen over het bestuurlijke, maar over een beter sociaal beleid.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, in tegenstelling tot de heer De Loor ben ik eigenlijk heel optimistisch.

Minister, ik heb u vóór het krokusreces een vraag om uitleg gesteld. U hebt toen gezegd dat het eindelijk tijd wordt dat in eerste instantie het kernkabinet een beslissing neemt. Het kernkabinet heeft een beslissing genomen. Dat is een zeer belangrijke beslissing. Er wordt een wetsvoorstel ingediend door de drie Vlaamse meerderheidspartijen. Dat is door de Kamervoorzitter voor advies doorgestuurd naar de Raad van State. We moeten daar nu nog op wachten, het zal niet zo lang meer uitblijven.

Het wetsvoorstel is gebaseerd op het voorstel van vicepremier De Croo. Hij heeft, samen met zijn collega’s, binnen het kernkabinet het voortouw genomen om tot een oplossing te komen en om een belangrijke toevoeging te doen aan artikel 2 van de wet van 1976, zodat het voor de gewesten mogelijk is om die verplichting op te leggen aan de gemeentebesturen. Als de Raad van State het daarmee eens is, zijn we niet meer zo ver van een oplossing. Laat ons in elk geval hopen dat het positief mag zijn. Dan ligt de weg open om uiteindelijk tot die verplichte integratie te komen, wat wij allen, in het bijzonder de meerderheidspartijen, willen. Ik verneem nu ook dat iedereen op dezelfde golflengte zit. Ik had dat altijd al gedacht, mijnheer Doomst, maar soms leest men wel eens andere zaken in de krant.

Laat ons in elk geval hopen dat we binnenkort uitsluitsel krijgen. Ik heb er alle hoop op dat de Raad van State uiteindelijk een positief advies zal geven zodat we vooruit kunnen en dat die integratie van het OCMW in de gemeente nog vóór het zomerreces een feit is. Dan kan er een ontwerp van decreet worden ingediend dat dit mogelijk maakt.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Ik wil alleen toevoegen dat de doelstelling zeer duidelijk is, en voor zover dat nodig is, wil ik die, zoals verwoord door de heer Doomst, ook nog eens onderschrijven.

Mijnheer De Loor, stop nu toch met te zeggen dat we het alleen over het bestuurlijke hebben. Voor ons is de doelstelling een sterker sociaal beleid. U kunt niet weerleggen dat een geïntegreerd en inclusief sociaal beleid beter zou zijn voor de mensen en dat meer kansen geeft voor een sterker lokaal sociaal beleid. Dat is onze doelstelling en niet de structuren. Absoluut niet.

U hebt het mij trouwens al meer horen zeggen: ik onderschrijf dat het ook een efficiëntieoefening is, maar wat ons betreft is het dat niet in eerste instantie. In eerste instantie gaan we voor een sterker lokaal sociaal beleid, en dat is een inclusief beleid.

Minister, wij hopen met u dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. U hebt het gezegd, maar ik wil het graag nog eens herhalen: we stellen ons de vraag of ondertussen alle voorbereidingen gebeuren. Er is namelijk nog veel werk op de plank, niet alleen regelgevend werk hier, maar ook voor de implementatie in heel wat andere regelgevingen, zodat lokale besturen ter zake zo rap mogelijk zekerheid hebben.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Minister, ik denk dat u met een probleem zit. Dat heeft helemaal niets met paniekzaaierij te maken, maar misschien wel met ervaring.

Minister, het probleem zit misschien niet binnen uw regering, hoewel ik vind dat er iets te veel wordt gerefereerd aan het standpunt van CD&V. Maar kom, het is net binnenboord gehouden. We zullen zien wat dat binnen enkele weken tijd geeft.

Het probleem zit dus misschien niet binnen uw regering, maar wel tussen de regeringen. Het sleept nu al een jaar aan. We kennen natuurlijk niet de finesses van wat er binnenskamers wordt gezegd. U kent die ook niet. U zegt steeds dat u niet in de Federale Regering zit, maar de N-VA zit toch in de Federale Regering? En er is toch maar één N-VA, geen twee? Ik vind het heel eigenaardig dat u blijkbaar niet de juiste dingen te weten komt. De Federale Regering had wel beloofd om alle grendels weg te werken. Dat gebeurt echter blijkbaar niet.

Ik zie ook dat het debat gaandeweg is verschoven. Een paar maanden geleden ging het nog over het feit dat het moeilijk was dat elke gemeente één OCMW moest hebben. Het ging toen over de rechtspersoonlijkheid van de OCMW’s. Nu gaat het over de verplichting. Kan het verplicht worden opgelegd in Vlaanderen, Wallonië enzovoort? Het is nu precies wat meer communautair geladen. Gaandeweg is de discussie een beetje verschoven. (Opmerkingen)

Ik voorspel dat, als u met een voorontwerp van decreet komt rond het al dan niet verplichten, u nog altijd met die eerste vraag zit waarvan er een paar maanden geleden sprake was. Die eerste vraag is namelijk of die rechtspersoonlijkheid kan worden opgeheven zodat de integratie kan plaatsvinden.

We zitten dus met twee verschillende discussies, die voor heel wat verwarring zorgen. Ik voorspel daarom dat u met een probleem zit dat nog lang zal duren. Volgens mij zult u zeker het zomerreces niet halen. Ik vind dat niet meteen een probleem. Daarom zeg ik ook, mijnheer Maertens, dat ik niet aan paniekzaaierij doe. (Opmerkingen van Bert Maertens)

Ik heb ervaring met het aanvoelen dat er een probleem is dat lang zal duren.

Op het terrein verloopt de integratie toch. Men zet al jaren stappen vooruit en ook nu. Men heeft zo snel mogelijk duidelijkheid nodig op het terrein. Dat is niet echt heel dringend, omdat het toch goed verloopt. Waarom zeg ik dat? Ons standpunt daarover is dat we de integratie verder kunnen laten verlopen. Wij zijn voor de integratie van de raden. Want hoe zit het daar dan mee? Maar als u dan toch zo te vinden bent voor de autonomie van de gemeenten, waarom laat u de gemeenten dan niet op hun tempo doen? Waarom laat u hen zelf niet uitmaken of ze al dan niet een aparte rechtspersoonlijkheid nodig hebben, wetend dat de integratie van het sociale beleid in het andere beleid sowieso gebeurt als de raden geïntegreerd geraken?

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Doomst en mevrouw Schryvers hebben het standpunt al duidelijk gemaakt. Dat was nodig omdat er misschien nog wat onduidelijkheid bestond naar aanleiding van enkele krantenberichten van deze ochtend. Voor ons is het heel duidelijk: we rekenen erop dat het komt.

Er is onduidelijkheid op het terrein. Mevrouw Pira zegt dat men wel weet dat men er naartoe moet gaan. We hopen allemaal dat het snel duidelijk wordt. Het is misschien goed dat er vanuit de Vlaamse Regering sterk wordt benadrukt dat die integratie absoluut voordelen heeft voor heel wat lokale besturen.

Ik merk soms dat een aantal besturen, die dan toevallig een bepaalde coalitiepartner hebben, de huidige vertraging op federaal niveau aangrijpen om het allemaal wat op de lange baan te schuiven. Onze lokale besturen moeten worden aangemoedigd om nu al voorbereidingen te treffen en geen misbruik te maken van deze situatie om de trein te laten ontsporen.

We zijn allemaal vragende partij voor snelle duidelijkheid. Het zou niet slecht zijn om te benadrukken – wij willen dat nog eens duidelijk aan onze mandatarissen zeggen – dat die integratie voordelen heeft, zoals mevrouw Schryvers het zo eloquent heeft verwoord.

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, dat laatste kan ik natuurlijk alleen maar bijtreden.

Het zou ons vandaag te ver voeren om opnieuw in te gaan op alle voordelen van de integratie. Dat hebben we in deze commissie en in de plenaire vergadering al uitgebreid besproken.

Mijnheer De Loor, wat mij wel verbaast – en het zal u dan weer niet verbazen dat het over uw reactie gaat – is dat u zegt dat ik twee weken geleden straffe taal sprak en dat het nu heel wat minder is. Ik heb twee weken geleden heel duidelijk gezegd dat ik een duidelijk standpunt wil en actie van de Federale Regering. Ze hebben het gedaan. U zegt tegelijkertijd dat het al een jaar duurt. U hebt gelijk, maar wel nadat ik in deze commissie in dit parlement contact heb opgenomen met de federale collega’s en ik heb gezegd dat het nu echt wel welletjes is geweest: wij willen nu echt wel weten welke richting het federale niveau uit wil.

De memorie van toelichting – ik zal dat nu niet allemaal herhalen – moet officieel bekrachtigd worden op de vergadering van de Federale Regering, want het kernkabinet kan geen officieel regeringsstandpunt innemen. Dan wordt dat onverwijld naar de Raad van State gestuurd. Ik heb u daarnet die procedure uitgelegd. Ik ben heel blij dat er eindelijk, na een jaar, een tekst is. Ik ben heel blij dat er eindelijk, na een jaar, bij de federale overheid het besef is dat als wij ons regeerakkoord willen uitvoeren, er een wijziging aan de federale OCMW-wet nodig is. Ik geloof, zoals de heer De Meulemeester en andere collega’s, dat de teksten die nu voorliggen ons die mogelijkheid bieden. Maar ik ga niet vooruitlopen op het advies van de Raad van State. Wij zullen zien wat zij ervan zullen zeggen. Maar ik ben blij dat er nu eindelijk een initiatief is genomen.

Mijnheer De Loor, langs de ene kant zegt u dat ik gas terugneem, en twee zinnen daarna zegt u dat haast-en-spoedwerk zelden goed is. Ja, wat is het nu? Ofwel ben ik te traag, ofwel ben ik te snel. Ik ben een vrouw en kan dus heel veel zaken tegelijkertijd, maar dat lijkt mij redelijk contradictorisch en onmogelijk.

Mijnheer De Loor, u bent gewoon geen voorstander van de integratie. Dat is uw volste recht. Dat is het partijstandpunt van sp.a. Het standpunt van Groen gaat een beetje in dezelfde richting. Maar wees dan gewoon eerlijk en zeg dat, in plaats van hier met allerlei argumenten af te komen die eigenlijk kant noch wal raken. U zegt dat het te snel gaat, en dan weer te traag. Dat is allemaal onduidelijk.

U zegt dat ik nog altijd optimistisch ben. Dat zit in mijn natuur. Ik zal dat ook altijd blijven. Je moet dat blijven in de politiek want als je elke keer neerslachtig moet worden, houd je dat niet vol.

Ik dacht dat ik over het tijdspad redelijk duidelijk ben geweest. Het is nog altijd mijn betrachting om voor het zomerreces een eerste keer het ontwerp van decreet principieel te laten goedkeuren door de Vlaamse Regering.

Bijna iedereen – en dan ben ik het ook eens met de leden van de oppositie die diezelfde opmerking hebben gemaakt – heeft gezegd dat het voor de lokale besturen nodig is dat er zo snel mogelijk duidelijkheid komt. Daar ben ik het volledig mee eens, en dat heb ik ook altijd gezegd. Er zijn op het veld al heel veel lokale besturen bezig met die integratie. Kijk maar hoeveel gemeenten er nog maar één secretaris hebben, en hoeveel gemeenten er nog maar één financieel beheerder hebben in plaats van twee. Ze zijn er dus mee bezig. Moet er nu finale zekerheid komen of we het effectief kunnen verplichten? Ja, dat is inderdaad noodzakelijk.

Er wordt gevraagd of er, indien plan A niet lukt, een plan B is. Het zou politiek niet zo verstandig zijn om nu al te spreken over een plan B als ik nog altijd in plan A geloof. Ik geloof in plan A. Het zou, zoals mevrouw Schryvers heeft gezegd, een stap zijn die veel betekent voor het geïntegreerd sociaal beleid in Vlaanderen. Er zou geen dubbel werk meer zijn voor OCMW, stad en gemeente. Je kunt veel gerichter werken. Dat heeft niets te maken met kostenbesparing en dergelijke. Het gaat gewoon om meer geld hebben om gerichter te kunnen inzetten op een goed sociaal beleid. Al die overheadkosten die gepaard gaan met een dubbele administratie en een dubbele raad en dergelijke: misschien vinden sommigen dat leuk voor postjes, maar het is niet goed voor mensen die nood hebben aan een sociaal beleid.

Mevrouw Pira, ik ben blij dat u er ook voorstander van bent dat de Federale Regering zoveel mogelijk grendels wegneemt. Ik hoop dan ook dat uw partij aan de overkant van de straat wat dat betreft consequent zal deelnemen aan de stemmingen.

Dan is er uw redenering over de rechtspersoon. Het is van in het begin gegaan over de verplichte integratie van het OCMW in een gemeente of een stad. Dat impliceert natuurlijk dat, als die verplichte integratie er komt, de rechtspersoon van het OCMW moet worden opgeheven. U ziet daarin een bocht die ik zou hebben genomen, maar het een is gewoon een gevolg van het ander. Het is toch logisch dat als je een OCMW verplicht om te integreren in een lokaal bestuur, en daarmee bedoel ik een gemeente of een stad, het OCMW dan niet meer bestaat. Dat heeft als gevolg dat er geen rechtspersoon meer bestaat. U vindt dat blijkbaar een bocht. Excuus, maar ik volg uw bochtenwerk in dezen niet.

Collega’s, ik sluit af. Ben ik optimistisch? Ja. Wie mij een beetje kent, weet dat ik dat meestal wel ben. Geloof ik in het federale voorstel? Ja. Hoop ik dat we snel duidelijkheid krijgen? Ja. Ik hoop dat niet zozeer alleen voor ons, maar zeker ook voor de lokale besturen. Ik blijf ervan overtuigd dat de integratie van de OCMW’s in de gemeente en de steden een van de belangrijkste veranderingen is die we deze legislatuur zullen doorvoeren, ten voordele van de mensen die allemaal kunnen genieten van een goed geïntegreerd lokaal sociaal beleid. Dat is iets wat deze regering ten aanzien van deze mensen verplicht is te doen.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

Het is zoals mevrouw Schryvers en de heer Van den Heuvel hebben gezegd: voor ons gaat het over kwalitatief beter sociaal beleid. Wie kijkt naar de Wetstraat en de Dorpsstraat, weet dat integratie veel meer voor- dan nadelen heeft. Een degelijke sociale insteek is belangrijk voor het gemeentebeleid inzake Jeugd, Sport, Cultuur, Economie en Wonen. Ik heb 25 jaar geleden bij ons onmiddellijk de OCMW-voorzitter informeel op de colleges uitgenodigd, om ervoor te zorgen dat je daar geen ‘tweekamereffect’ krijgt. Ik kies hier vandaag niet toevallig het woord ‘kamer’. Ik ben ervan overtuigd dat dit echt de werking ten goede komt. Het is meer een verlichte integratie dan een verplichte integratie. Dit doet, volgens mij, de zaken in een goede richting evolueren.

Minister, ik kijk toch uit naar de timing. Mijn collega zei dat de heer De Croo er nu blijkbaar de stekker heeft ingestoken. We moeten bekijken wat dit geeft. Dit moeten we echt wel voor de zomer zien te beslechten, anders moet het traject wat bijgestuurd worden. Enkel voor wat betreft de invulling, want op het terrein is men al heel sterk in die richting aan het evolueren. Het is enkel nog de laatste stap om de integratie vol te laten zijn op het terrein.

De heer De Loor heeft het woord.

Mijnheer Dochy, u bent waarschijnlijk iets te laat aangekomen, want ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat CD&V alle zeilen, tot de fractieleider toe, aan het bijzetten is om hier toch maar het CD&V-standpunt duidelijk te maken.

Mevrouw Pira heeft gelijk: het debat is door de maanden heen verschoven. De doelstelling was in eerste instantie een efficiëntieoefening. Nu hebben jullie schoorvoetend de doelstelling gewijzigd, waarschijnlijk na de kritiek en de opmerkingen die wij vanuit de oppositie, samen met Groen, hebben geleverd. Nu streven jullie naar een geïntegreerd lokaal sociaal beleid. (Opmerkingen)

Neen, jullie beginnen het te begrijpen. Het debat is inderdaad verschoven.

Maar, minister, de timing wordt scherp. Vorige keer had u het al over die blessuretijd. Ik blijf bij mijn standpunt dat de timing zorgwekkend blijft. Dat blijft een zorgenkind, want we vervallen op die manier in bestuurlijke chaos. Het siert u dat u optimistisch bent, maar de onzekerheid en onduidelijkheid op het werkveld zijn nefast voor de dienstverlening. Ik waarschuw voor kunst- en vliegwerk. De VVSG heeft al tot vervelens toe gevraagd om een overzicht van alle wetten en decreten en reglementeringen die moeten worden aangepast. Wel, het zijn er massa’s! Het wordt bijzonder krap om dat nog in goede banen te leiden en om de timing van 1 januari 2019 te halen. Het laatste wat we kunnen gebruiken voor het sociaal beleid op lokaal vlak is kunst- en vliegwerk.

Maar net u hebt tijdens de laatste commissievergadering gezegd dat er alternatieven naar voren moeten worden geschoven. Ik nodig u uit het verslag van de commissievergadering erbij te nemen.

Ik blijf erbij dat de focus moet worden verplaatst van het bestuurlijk oogpunt naar het sociaal oogpunt. Het is hoog tijd dat ook minister Vandeurzen op het toneel verschijnt. Ik wil dan ook voorstellen om de conceptnota die mevrouw Lieten en ikzelf hebben uitgewerkt om het lokaal sociaal beleid te versterken, te agenderen tijdens een van de volgende zittingen.

De heer Maertens heeft het woord.

Mijnheer De Loor, ik denk dat u vanmorgen te vroeg bent moeten opstaan, u lijdt namelijk aan geheugenverlies. Als u nu zegt dat deze meerderheid het geweer van schouder verandert en het plots niet meer heeft over efficiëntie maar wel over beleidsmatige effecten, dan raad ik u aan om het verslag van het actualiteitsdebat over dit thema te raadplegen. Daarbij had elke partij van de meerderheid het over een geïntegreerd lokaal sociaal beleid als de doelstelling met de gemeenteraad als spil in het verhaal, het verlagen van drempels door te voorzien in het eenvoordeurprincipe en bij uitbreiding het eenloketprincipe, en het investeren van de geboekte efficiëntiewinsten in het lokaal sociaal beleid. Dat is de redenering die telkens is opgebouwd en die intussen niet is veranderd.

Ik ben blij dat elke coalitiepartner vandaag nog eens de puntjes op de i van integratie heeft gezet. Zaai dus vooral geen paniek, mijnheer De Loor, wij zijn ervan overtuigd dat die integratie er wel degelijk komt. Wij willen dat voorstel uit het regeerakkoord snel uitgewerkt zien.

Minister, het is aan u om dit uit te voeren.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.