U bent hier

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

De timing komt goed uit, minister. Ik ben trouwens blij dat u er nog gezonder uitziet dan twee weken geleden. Daardoor kon de vraag niet worden behandeld en zitten we nog altijd met het ei. We zaten met Kerstmis immers vol verwachting bij de kribbe, maar er is geen resultaat gekomen en de ster van Borsus is niet blijven stille staan.

Op 27 januari hebben we toch enige tijdelijkheid gekregen uit de Kamercommissie, waar de minister zegt “dat de nieuwe federale wet niet zal voorzien in de bevoegdheid van de gewesten om de integratie te verplichten ten aanzien van de lokale besturen. Er bestaat momenteel geen consensus in de regering over dit dossier, met name over de moeilijke vraag of men gebruik moet maken van een wet aangenomen bij gewone meerderheid of een wet aangenomen bij bijzondere meerderheid”. Hij zegt dat zodra in de ministerraad een akkoord bereikt is in eerste lezing, dat gecommuniceerd zal worden aan de commissie. Dat antwoord is dus opnieuw wat ‘Borsusgich’, een beetje diffuus.

Minister, wat zijn de precieze gevolgen van die uitspraken van de minister op het vlak van integratie? Betekent dit dat de verplichte integratie inderdaad niet zal kunnen? Betekent dat ook niet een groot gevaar dat we daarna met gemeenten met twee snelheden worden geconfronteerd: verplichten en niet verplichten?

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Mijn vraag ligt in dezelfde lijn. Wij hebben inderdaad ook de kerstperiode afgewacht voor dat beloofde cadeautje dat u had aangekondigd, minister, maar dat er niet is gekomen, tenzij het in de federale kerstkribbe gelegd is.

Afgelopen woensdag, 27 januari, zei minister Borsus letterlijk over de integratie tussen OCMW en gemeenten: “In de eerste plaats herhaal ik dat ik mij strikt wil houden aan het regeerakkoord zodat een organieke integratie van de gemeentebesturen en de OCMW’s mogelijk wordt. Ik benadruk in dat opzicht de term ‘mogelijk’. Dit betekent dat de nieuwe federale wet niet zal voorzien in de bevoegdheid van de gewesten om de integratie te verplichten ten aanzien van de lokale besturen. Er bestaat momenteel geen consensus in de regering over het dossier, met name over de moeilijke vraag of men gebruik moet maken van een wet aangenomen bij gewone meerderheid of een wet aangenomen bij bijzondere meerderheid.” Collega Doomst zei het daarnet ook al.

Betekent deze uitspraak dat de integratie van de OCMW’s en de gemeenten in Vlaanderen mogelijk wordt en er dus geen aparte rechtspersoon vereist is? Betekent deze uitspraak dat de integratie van de OCMW’s en de gemeenten in Vlaanderen niet verplicht kan worden en de deadline van 1 januari 2019 vervalt? Hoe zult u hiermee omgaan? Wat betekent deze uitspraak voor de integratie van gemeenteraad en OCMW-raad? Hoe en wanneer zult u de steden, gemeenten en OCMW’s uitsluitsel geven over de integratie tussen gemeenten en OCMW’s?

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Minister, we hadden sterk op een kerstcadeau gehoopt. In plaats daarvan kregen we onlangs een verklaring van staatssecretaris Borsus dat het dossier blijkt vast te zitten bij gebrek aan consensus bij de Federale Regering. Er zou nog altijd onenigheid bestaan over de vraag of dit bij gewone meerderheid of met een bijzondere meerderheid moet worden geregeld.

Voor Open Vld betekent de integratie een belangrijk onderdeel van de institutionele hervormingen in het Vlaams regeerakkoord. We zijn dan ook ten zeerste verontrust over dit onheilspellend bericht van de Kamercommissie van vorige week.

Daarom heb ik de volgende vragen. Kunt u bevestigen dat de geplande federale wet Vlaanderen niet de bevoegdheid zal geven om gemeenten te verplichten tot een integratie van hun OCMW? Kunt u bevestigen dat er nog steeds onenigheid is over de vraag of het gaat om een gewone of een bijzondere meerderheid in de federale Kamer? Blijft u bij het voornemen in het regeerakkoord en de conceptnota om tegen 2019 te komen tot een verplichte integratie? Welke stappen zult u zetten om dit doel te bereiken?

De heer Maertens heeft het woord.

Minister, onze fractie is 300 procent overtuigd van de voordelen van de integratie van de gemeenten met het OCMW. Een echt geïntegreerd lokaal sociaal beleid, met de gemeenteraad als aansturend beleidsorgaan, is echt cruciaal, waarbij het eenvoordeurprincipe wordt gehanteerd. Dat zorgt voor meer klantvriendelijkheid en werkt de stigmatisering weg die sommigen niet willen. Als er als afgeleide misschien efficiëntiewinsten zijn, laten we die dan investeren in het lokaal sociaal beleid. Dit zijn in een notendop de grote voordelen van een project dat in het regeerakkoord als heel ambitieus werd ingeschreven en waarachter de meerderheid in het Vlaams Parlement keihard blijft staan. Ik meen toch ook te mogen spreken voor onze coalitiepartners.

We worden enigszins ongerust, gelet op de vragen in het federaal parlement en de reactie en het antwoord van staatssecretaris Borsus. Ik herhaal niet wat al werd gezegd en stel mijn enige vraag: wat moeten we hier nu mee?

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Pira, u hebt correct geciteerd wat vorige week in de Kamercommissie werd gezegd. Ik heb dat ook gelezen en ben er absoluut niet mee opgezet.

De discussie over een tweederde meerderheid of een gewone meerderheid is eigenlijk zonder voorwerp. Wij vragen geen staatshervorming, wat we wel zouden willen… Alle gekheid op een stokje, er zijn duidelijke afspraken gemaakt. In het federaal regeerakkoord is namelijk heel duidelijk afgesproken dat er geen zoveelste staatshervorming komt en dat er een communautaire stilstand is. Vlaanderen vraagt geen aanpassing van de bijzondere wet en geen bevoegdheidsoverdracht. Die hebben we ook niet nodig, omdat we de faciliteitengemeenten uit de regeling hebben gehouden. Dit moet dus niet met een tweederde meerderheid, maar bij gewone meerderheid.

Staatssecretaris Borsus zegt dat er geen consensus bestaat bij de regering en haalt het voorbeeld aan van het soort meerderheid waarmee dit dossier moet worden goedgekeurd, maar de niet-consensus is ruimer dan dat. Ik heb onmiddellijk contact opgenomen met het federaal niveau, me daarbij niet beperkend tot de leden van mijn partij, en heb gezegd dat ik graag zou hebben dat de Federale Regering ten laatste nu vrijdag een officieel standpunt inneemt. Men heeft geantwoord dat te zullen doen in de vergadering van het kernkabinet van de Federale Regering van aanstaande vrijdag.

Ik besluit, want meer kan ik er op dit moment niet aan toevoegen. We leven in een land met een moeilijke staatsstructuur. Het moet toch de bedoeling zijn dat de deelstaten, die ruime autonomie hebben, bij machte zijn om alles uit te voeren wat is opgenomen in hun regeerakkoord en dat niet indruist tegen onze staatsstructuur. Ik spreek dus niet alleen over Vlaanderen, maar ook over het Waalse Gewest. Ik reken dan ook op de partijen die deel uitmaken van de Federale Regering dat vrijdag een beslissing wordt genomen, opdat deze integratie, die van groot belang is voor de hertekening van het binnenlands bestuur, kan worden gerealiseerd.

Ik verheel niet dat we al behoorlijk in blessuretijd zitten. Leden van de meerderheid, die ook vrienden hebben aan de overkant van de straat, en leden van de oppositie, die ook vrienden hebben aan de overkant, ik reken ook op jullie verantwoordelijkheid.

De heer Doomst heeft het woord.

Michel Doomst (CD&V)

We moeten proberen over dit dossier een zo kamerbreed mogelijk akkoord te krijgen. De tijd dringt en hoe langer we wachten, hoe moeilijker het wordt. Het stemt me tevreden vast te stellen dat men op het terrein niet stilzit. Ik heb de indruk dat waar men de integratie genegen is – en ik voel dat dit op veel plaatsen het geval is – men daaraan al aan het werken is en dat dit de werkzaamheden niet echt geblokkeerd heeft. Ik dacht dat het een paasgeschenk zou worden, maar hoop dat het snel kan gaan. Als ik het goed begrepen heb, kan Vlaanderen op dit moment niet zelf beslissen.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Er bestaat nog maar eens onzekerheid. Het gaat nu wel snel, maar we krijgen weeral geen antwoord. De onzekerheid sleept al een jaar aan en een antwoord wordt nu weer uitgesteld tot volgende vrijdag. We zijn nieuwsgierig of dan daadwerkelijk uitsluitsel wordt gegeven. In elk geval zitten de regeringen daarmee blijkbaar in de problemen.

Ik heb geen bezwaar tegen de hervorming op zich, hoewel het niet ons model is, maar wel tegen de manier waarop. Minister, u zet iedereen van het veld aan het werk en iedereen voelt zich onder druk gezet. Omdat de integratie al langer bezig is, is het niet nodig mensen onder druk te zetten.

Ineens ligt alles stil en weten de mensen – die al genoeg problemen hebben met de situatie vandaag – niet waarop of waaraan, en we zitten over de helft van de termijn. We zitten in het vierde jaar.

Minister, soms denk ik dat u misschien eens te rade moet gaan bij de minister van Verkeer, die heeft ingezien dat trager rijden soms sneller gaat. Als u uw hervorming trager had gedaan, meer op de organische maat waarop het aan het groeien was, en daarbij de gemeenten meer vrijheid zou laten – dat is ook ons model – om het model te kiezen waarop ze hun diensten operationeel aanbieden, was het uiteindelijk sneller gegaan.

Mijnheer Maertens, ik begrijp dat u als partijgenoot de behoefte voelt om uit te leggen hoe belangrijk u de integratie vindt. Ik heb daar geen problemen mee. We staan achter het sociaal beleid dat in één hand zit – de integratie van OCMW’s in de gemeenten. Als u de uitleg geeft, voel ik de behoefte om ons idee ook nog eens naar voren te schuiven. De autonomie van de gemeenten respecterend, zouden we het aan de gemeenten en OCMW’s willen overlaten om hun model te kiezen, al dan niet verzelfstandigd, al dan niet volledig geïntegreerd, waarop ze het operationeel aanpakken.

Minister, we kijken uit naar vrijdag, maar we staan niet achter de manier waarop u hebt hervormd. U hebt overleg gepleegd met uw federale collega. Dat had u aan het begin van het hele proces moeten doen.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

We hopen dat het kernkabinet komende vrijdag een duidelijke beslissing neemt. Ofwel komt er alsnog een wettelijke mogelijkheid tot verplichting, wat in tegenstrijd zou zijn met de verklaringen van federaal minister Borsus, ofwel komt die er niet, maar dan moeten we nagaan hoe we die verplichte integratie in de feiten wel kunnen realiseren. Dan moeten we misschien wettelijk twee entiteiten houden, maar feitelijk kan Vlaanderen die laten samenvallen door bijvoorbeeld op te leggen dat de OCMW-raad zal samengesteld zijn uit de gemeenteraadsleden. We kunnen ook stimuli geven: gemeenten die niet integreren, krijgen een malus in het Gemeentefonds of zo.

We hopen nog altijd dat er een goede en duidelijke beslissing wordt genomen door het kabinet. Als dat niet gebeurt, durf ik er toch voor te pleiten dat Vlaanderen de zaken zelf in handen neemt. Er zijn instrumenten waaruit blijkt dat we die verplichte integratie van het OCMW in de gemeente alsnog kunnen realiseren, wanneer de Federale Regering geen duidelijke beslissing neemt tot het al dan niet verplicht integreren van het OCMW in de gemeente.

De heer Maertens heeft het woord.

Het is heel jammer dat Vlaanderen daar niet zelf over kan beslissen. Dat is natuurlijk het gevolg van de staatsstructuur waarin we vandaag opereren. Die structuur wordt door sommigen zeer aanbeden. We hebben in de toekomst liever een confederalisme, en sommigen, mijnheer Doomst, hebben het over samenwerkingsfederalisme. Wel, ik hoop dat we in de Vlaamse meerderheid en ook in de federale meerderheid – het zijn dezelfde partijen – aan een zeel kunnen trekken, dat we vrijdag een carnavalsakkoord – we staan aan de vooravond van carnaval – kunnen sluiten. (Gelach)

Ik hoop vooral niet dat minister Borsus wordt uitgeroepen tot Prins Carnaval, maar dat we samen een pintje kunnen drinken op de integratie OCMW-gemeenten. Het zal ons allen plezieren.

De heer De Loor heeft het woord.

Minister, ik vind dit een wat vreemde discussie. Het zijn dezelfde Vlaamse partijen die in de Federale Regering zitten, die ook deel uitmaken van de Vlaamse Regering. Het is wat vreemd om dan te verwijzen naar de Federale Regering. Minister, u zegt dat het vrijdag D-day is, alles of niets, dat er duidelijkheid moet komen. Zelf hebt u gezegd dat we al in blessuretijd zitten. Inderdaad, we zitten in blessuretijd voor de plannen die de Vlaamse Regering klaarliggen had.

Mevrouw Pira sprak over onzekerheid en onduidelijkheid. Minister, dit is niet het eerste dossier waar onzekerheid en onduidelijkheid over bestaan. De provincies worden ook op die manier behandeld. Ik pleit ervoor om zo snel mogelijk klaarheid, duidelijkheid en zekerheid te brengen. Wat we absoluut moeten vermijden, is kunst- en vliegwerk. Dat is echt niet aan de orde. Dat zou pas een stap achteruit betekenen voor het sociaal beleid op het lokale niveau. Behoed ons daarvoor. Ik blijf uitkijken naar vrijdag. Mevrouw Pira, ik stel voor dat u dezelfde vragen naar voren schuift. Ze blijven bijzonder relevant.

Minister, de uitspraak van minister Borsus heeft met een welgemikte worp zowel uw conceptnota als de passage in het regeerakkoord over de inkanteling van OCMW’s en gemeenten naar de prullenmand verwezen. De heer De Meulemeester heeft gezegd dat het wel deel uitmaakt van de institutionele hervorming, een paradepaardje in feite. Maar met die uitspraak is dat in een worp naar de prullenmand verwezen.

Anderzijds biedt het ook opportuniteiten. Tot nu toe werd die bestuurlijke hervorming – de inkanteling van OCMW’s in gemeenten – hoofdzakelijk gezien vanuit een bestuurlijk oogpunt, en niet vanuit de vraag hoe we het lokaal sociaal beleid kunnen versterken. Nu hebben we de opportuniteit om die focus te verleggen naar de essentie, naar wat het uitgangspunt zou moeten zijn van de conceptnota, naar hoe we het lokaal sociaal beleid kunnen versterken, zodat de inwoners van steden en gemeenten er de vruchten kunnen van plukken. Dat is net het uitgangspunt en de essentie van de conceptnota die mevrouw Lieten en ikzelf hebben ingediend.

Minister Homans heeft het woord.

Ik heb niet veel bijkomende vragen gehoord, maar ik wil toch nog even mijn initieel antwoord herhalen. Federaal minister Borsus heeft duidelijk gezegd dat er geen consensus is in de Federale Regering. Aan Vlaamse zijde zitten dezelfde partijen in de Federale Regering als in de Vlaamse Regering, maar er zit natuurlijk nog een andere partij in de Federale Regering waar wij niet zoveel aan te zeggen hebben. In de Federale Regering is er vooralsnog geen consensus. Ik ben heel duidelijk en heel formeel: ik heb geëist dat er vrijdag een standpunt wordt ingenomen door de Federale Regering, liefst een standpunt dat in ons voordeel is, maar dat er in elk geval duidelijkheid is, zodat we verder kunnen.

Sommige collega’s vroegen zich af om welke piste het ging. Ik ga ervan uit dat de Federale Regering beseft dat ze de autonomie moet geven aan de deelstaten om een regeerakkoord te kunnen uitvoeren, zodat ze de wet gaan aanpassen zoals wij hebben gevraagd. Ik ga niet vooruitlopen op allerlei alternatieven, maar als ze die verantwoordelijkheid niet willen opnemen en tegelijk zelf getuigen dat dit land moeilijk te besturen valt met alle deelstaten als een federale overheid niet mee wil, dan zijn er inderdaad alternatieve pistes nodig.

Mevrouw Pira, u hebt niet uit disrespect gesproken over mijn medewerkers, maar het is niet zo dat we pas deze week zijn beginnen te praten met het federale niveau. De medewerker hier aan mijn rechterzijde heeft zo goed als een burn-out overgehouden aan alle contacten die hij met de federale overheid heeft moeten houden. Ik wil alleen maar aantonen dat we niet deze week zijn begonnen. U zegt dat we nu pas in gang zijn geschoten, maar als u zou weten hoeveel tijd en energie mijn kabinet en mensen van de administratie en ikzelf al in dit dossier hebben gestoken, dan zou u daarvan schrikken.

Ik ben het wel met u eens: we zitten in blessuretijd. Dat heb ik zelf ook gezegd. Vandaar dat ik komende vrijdag duidelijkheid eis van de Federale Regering, niet meer, maar zeker ook niet minder.

Mevrouw Pira heeft het woord.

Ingrid Pira (Groen)

Ik kan me voorstellen dat u al langer bezig bent met het dossier. Maar mijn punt is net: u had dat helemaal bij het begin moeten doen, vooraleer u het veld aan het werk zette. U had in het begin duidelijkheid moeten creëren.

Minister, ik hou u aan uw woord. U dringt aan op duidelijkheid nu vrijdag. Ik hoop – en ik herhaal mijn oproep van een tijdje geleden – dat u zo snel mogelijk aan de mensen zelf duidelijkheid geeft. Als u de deadline van 1 januari op een of andere manier niet haalt, heb dan ook de eerlijkheid om dat aan de gemeenten en de OCMW’s te zeggen.

In elk geval, het valt onder de autonomie van de besturen om operationeel uit te werken hoe ze de dienstverlening vorm willen geven bij de integratie van de raden. Dat klopt met ons programma. Mocht het die richting uitgaan, dan zijn we heel blij dat het op die manier verloopt en danken wij u voor de uitvoering.

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Minister, we hebben er alle hoop op dat er vrijdag een duidelijke en transparante beslissing wordt genomen door het kernkabinet. Als dat toch niet zou gebeuren, wil ik u vragen om mijn suggesties te onderzoeken, hoe een verplichte integratie door Vlaanderen in de feiten wel kan worden gerealiseerd. We hopen natuurlijk nog altijd op de beslissing van het kernkabinet om die verplichte integratie mogelijk te maken.

De heer Maertens heeft het woord.

Mevrouw Pira, u zegt dat de minister onvoldoende op tijd is begonnen met de voorbereiding. Daar is natuurlijk niets van aan. Men is zeer tijdig begonnen. Alleen, en dat weet u, staat ook in het federale regeerakkoord dat we in Vlaanderen naar die integratie gaan, dat men dat in de deelstaten mogelijk zal maken. Ik reken erop dat elke partij die dat regeerakkoord heeft ondertekend – en ik benadruk: elke partij – aan de overkant vrijdag dat akkoord bezegelt, zodat we hier onze integratie kunnen voortzetten.

Het is vijf voor twaalf. Het is nog niet te laat, maar het moet dringend gebeuren. Vandaar, minister, dat het goed is dat u die duidelijkheid gevraagd hebt. Het is absoluut niet correct, mevrouw Pira, om te zeggen dat men hier in Vlaanderen te laat in gang is geschoten.

De vragen om uitleg zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.