U bent hier

Commissievergadering

woensdag 14 oktober 2015, 14.01u

Voorzitter
van Piet De Bruyn aan minister Liesbeth Homans
141 (2015-2016)

De heer De Bruyn heeft het woord.

Minister, u hebt een tijdje geleden aangekondigd dat een van de projecten binnen uw eigen bevoegdheidsportefeuille het lanceren is van een oproep aan alle gemeenten in Vlaanderen om in te tekenen op een project waarbij de Vlaamse overheid tegemoetkomt in de kosten van een gezonde, voedzame maaltijd zodat die aan 1 euro kan worden aangeboden. Daaraan is wel de voorwaarde gekoppeld dat gemeenten dit moeten gebruiken als een element in een ruimer geïntegreerd beleid om armoede doeltreffend aan te pakken.

Sommigen deden daar wat geringschattend over en stelden het voor alsof die maatregel in het ijle, in het luchtledige zou hangen. U en onze fractie hebben nochtans altijd gesteld dat het gaat over een element in een ruimer geheel.

Minister, die oproep is eind juni gelanceerd. De intekenperiode is afgelopen en ik zou willen weten of er al een evaluatie kan worden gemaakt van die oproep. Hebt u een zicht op de spreiding over Vlaanderen?

Minister Homans heeft het woord.

Ik heb het project al aangekondigd in het antwoord op de vraag van de heer Van Malderen.

De Vlaamse Regering wil wel degelijk inzetten op gezonde voeding voor mensen die jammer genoeg in armoede moeten leven. Ik heb al eerder iets gezegd over de structurele voedseloverschotten.

Op 29 juli heb ik een projectoproep gelanceerd. Die heette officieel ‘Gezonde en betaalbare maaltijden gekoppeld aan integrale gezinsondersteuning’. Deze projectroep werd beëindigd op 30 september 2015. De bedoeling ervan was om het bestaande concept, onder andere in Antwerpen, van 1 euromaaltijden uit te rollen over heel Vlaanderen.

Daarbij vind ik bepaalde principes heel belangrijk, waarmee ik enigszins tegemoetkom aan de kritiek dat wordt geopteerd voor een sociaal restaurant, en niet voor een school. Ik vind het contact met de ouders belangrijk. Zij moeten erbij betrokken worden. In een sociaal restaurant is er sociaal contact. De kinderen kunnen tegen de prijs van 1 euro een gezonde maaltijd nuttigen. Er zijn ook sociaal werkers en maatschappelijke assistenten aanwezig die de ouders kunnen bijstaan bij allerlei vragen. Dat is niet het geval in een school. De ouders zijn daar niet als hun kind een maaltijd gebruikt. Bovendien zijn weinig scholen uitgerust om maaltijden te bereiden. Toen ik nog naar school ging, toen de dieren nog spraken, waren er vaker keukens in scholen, maar dat is nu uit de mode.

Het is ook een project van integrale gezinsondersteuning. Vandaar de aanwezigheid van sociaal werkers en maatschappelijke assistenten die de kinderen kunnen begeleiden bij hun huiswerk en ouders tips kunnen geven over hoe ze moeten omgaan met huiswerk. Medewerkers van het OCMW bijvoorbeeld kunnen dan weer helpen met schuldbemiddeling. Dergelijke voordelen kan een school niet bieden.

Mispak u trouwens niet aan het publiek van een sociaal restaurant. Dat is echt divers. Iedereen kan er terecht en vaak gaat iemand erheen met het oog op sociale contacten. Veel oudere mensen bijvoorbeeld, die niet voldoen aan het 3 eurotarief via het OCMW, betalen veel meer, maar hebben er wel baat bij. Het gaat dus echt niet om een concentratie van kindjes die in armoede leven. Daarom loont het volgens mij dan ook de moeite om het project van 1 euromaaltijden voor kinderen uit te rollen.

Momenteel worden de projecten beoordeeld door een jury. De projecten zullen uiterlijk op 15 december 2015 van start gaan.

Bij de verplichte criteria behoren het aanbod van gezonde en betaalbare maaltijden voor gezinnen met jonge kinderen en de integrale gezinsondersteuning, evenals het betrekken van het lokaal bestuur. Dat hoeft niet per definitie een gemeentebestuur te zijn en kan evengoed een vzw zijn die al samenwerkt met een lokaal bestuur.

Naast de verplichte zijn er ook twee facultatieve criteria. Het project dat deze week werd voorgesteld met de supermarktketen over de structurele voedseloverschotten, past enigszins in dit kader. De voedseloverschotten kunnen ook worden aangewend voor gebruik in sociale restaurants. Dat is niet verplicht, maar sommige projecten hebben zelf lokaal al een samenwerking met een supermarkt op poten gezet en hebben dit mee ingediend.

Wat het aantal projecten betreft, kunnen we van een behoorlijk succes spreken. Er werden 59 aanvragen ingediend. 46 ervan werden ingediend door een lokaal bestuur en de overige door een vzw die samenwerkt met een lokaal bestuur. De opdeling per provincie ziet eruit als volgt: West-Vlaanderen 18, met inbegrip van Kortrijk en Brugge, Oost-Vlaanderen 16, met inbegrip van Gent, dat van bij de start enthousiast was, Antwerpen 12, Vlaams-Brabant 6, Limburg, waar het gerucht de ronde deed dat het niet goed zou zijn in dit project in te schrijven, slechts 6 en Brussel 1.

Ik geef de heer De Bruyn gelijk in die zin dat er bij de aanvang nogal smalend werd gedaan over de oproep, maar als er 59 gemeenten intekenen, kan men niet anders dan dit project een groot succes noemen.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, ik deel het enthousiasme van de minister over het succes van de maatregel. Het verheugt me dat hij provinciegrensoverschrijdend is en over alle politieke gezindheden heen. Men heeft blijkbaar ingezien dat deze maatregel zinvol kan zijn en dat de Vlaamse overheid een zinvolle geste doet en de lokale overheden of de lokale vzw’s die met overheden samenwerken, terecht vraagt om meer te doen dan het louter aanbieden van goedkope voedzame maaltijden. Het is nog even wachten om na te gaan of alle projecten effectief worden goedgekeurd, maar ik vermoed dat dit wel zal meevallen, omdat ook de condities bijzonder duidelijk waren. Wat mij en mijn fractie betreft, minister, een initiatief om in de toekomst zeker te bestendigen.

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen (sp·a)

Ik ben blij dat heel veel gemeentebesturen inschrijven en de mogelijkheid aangrijpen om iets te doen. Als er in het recente en verdere verleden al opmerkingen waren, dan is het dat deze maatregelen goed zijn voor mensen in armoede. In hoeverre ze mensen ook helpen om uit de armoede te ontsnappen, zal nog moeten blijken. Ik zal echter het debat van daarnet niet herhalen.

Ik heb alleen een vraag bij de projectoproep op zich, minister, en bij de voorwaarden die eraan gekoppeld zijn. De heer De Bruyn heeft het in zijn repliek ook aangehaald. Iedereen die met lokaal sociaal beleid bezig is, grijpt iedere strohalm die wordt aangeboden, maar hoe zorgen we ervoor dat het ook echt de hefboom is die u erin wenst te zien. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de openingsuren. Heel veel sociale restaurants zijn nu geopend tijdens de week op de middag. Dat heeft een weerslag op hun bereik. Ze trekken bijvoorbeeld heel veel senioren aan en heel weinig gezinnen, heel veel autochtonen en weinig allochtonen. Ik vel daarmee geen oordeel over deze zeer waardevolle initiatieven, maar als we deze projecten het bereik willen geven dat u beoogt, dan moeten er ook kwaliteitsvoorwaarden worden gesteld. Zo niet, dan wordt het geld ongetwijfeld goed besteed – dat geld is altijd goed besteed – maar blijft de vraag of het de efficiëntie zal halen die u erin wenst te zien.

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Van Malderen, ik ben het volkomen met u eens. Af en toe gebeurt dat eens! Alle gekheid op een stokje, die kwaliteitsvoorwaarden waarnaar u terecht verwijst, staan er ook in. Projecten moeten ook hun bereik aantonen, anders hebben subsidies geen zin. Een project van 1 euromaaltijden heeft geen zin als het geen openingsuren heeft waarin het ook kinderen bereikt. Daar ben ik het absoluut mee eens, maar dat stond ook in de projectoproep en zal ook worden meegenomen in de beoordeling door de jury.

De heer De Bruyn heeft het woord.

Ik heb nog een korte vraag die ik daarnet vergat te stellen. De looptijd van het project bedraagt een paar jaar. Is er eventueel een moment waarop gemeenten die eerst niet intekenden, alsnog een aanvraag kunnen indienen of is dat voorlopig niet gepland?

Minister Homans heeft het woord.

Projecten krijgen, vanaf de goedkeuring, drie jaar subsidie. Of er nog bijkomende projecten kunnen worden goedgekeurd, hangt af van het resterend budget. Als er achteraf nog veel gemeenten mee op de kar willen springen, omdat ze het succes van het project zien, dan moeten we een en ander herbekijken. In elk geval zullen de projecten die nu worden goedgekeurd, drie jaar subsidies krijgen en dat kan eventueel worden verlengd bij een nieuwe projectoproep na drie jaar.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is toegankelijk.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.