U bent hier

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, een tijdje geleden vernamen we via de media dat de Brusselse Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC) plannen heeft om een zorgverzekering op te starten. Uw collega, mevrouw Céline Fremault, in het College van de GGC bevoegd voor het beleid inzake bijstand aan personen, verklaarde dat die verzekering voor elke Brusselaar verplicht zal zijn. Recent werd ook in Wallonië een aanzet gegeven tot een eigen sociale zekerheid en bescherming waarin ook een soort van zorgverzekering is opgenomen.

Vlaanderen startte reeds in 2001 met een zorgverzekering voor tussenkomst bij niet-medische hulp voor zwaar zorgbehoevenden. Ook het aanbod van de Vlaamse zorgverzekering staat open voor iedere Brusselaar die daarop vrijwillig kan intekenen. Verschillende zorgkassen hebben inspanningen geleverd om zo veel mogelijk Brusselaars daarvan te overtuigen. Jammer genoeg zijn de afgelopen jaren de cijfers wat aan het dalen. De GGC neemt dus eindelijk een initiatief op basis van haar bevoegdheid ‘tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden’, die met de zesde staatshervorming is overgekomen. Maar blijkbaar bestaat er toch wat onduidelijkheid over de financiering en bevoegdheidsverdeling. De zesde staatshervorming heeft niet altijd de nodige klaarheid gebracht over de overdracht van bepaalde bevoegdheden. De GGC zou daarom een studie bestellen over deze aspecten.

Aangezien u de vergaderingen van het College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie mag bijwonen met raadgevende stem, had ik dan ook graag antwoord gekregen op volgende vragen. Kunt u meer toelichting verstrekken over de plannen van de GGC ter zake, meer bepaald over de beslissing om een studie te bestellen over de uitwerking van een soort van zorgverzekering? Welk standpunt hebt u ter zake namens de Vlaamse Regering ingenomen? Op welke manier zal bij de opstart van die zorgverzekering in Brussel rekening worden gehouden met de bestaande Vlaamse zorgverzekering waarop reeds werd ingeschreven door een kleine 50.000 Brusselse Vlamingen, waaronder ook ik en ongetwijfeld ook uzelf? Ik dank u alvast voor uw antwoorden.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Ik meen dat de heer Vanlouwe hier een heel pertinente vraag stelt. Ik sluit me erbij aan dat het positief is dat er binnen de GGC een initiatief wordt genomen om ook daar tot een zorgverzekering te komen, zodat die dualiteit in Brussel tussen wie wel en niet is aangesloten, kan worden weggenomen, en iedereen wordt verplicht. Als mensen immers niet verplicht zijn om aan te sluiten, dan hebben ze de neiging om een wiskundige berekening te maken, en wordt het moeilijk om het systeem houdbaar te kunnen houden. We zien ook dat in Brussel de cijfers ieder jaar dalen. Toen we minister Vandeurzen daarover hebben ondervraagd, was zijn antwoord, wat nog wel begrijpelijk is, dat men nu heel het systeem ook aan Vlaamse kant aan het herbekijken is in de richting van de Vlaamse sociale bescherming. We moeten dus misschien het juiste moment zoeken om in Brussel die kentering teweeg te brengen. Hij sprak van een tweede instapmoment. Ik merk dat de helft van de aanwezige Brusselaars hier is aangesloten bij de zorgverzekering, de andere helft niet. Ik denk dat het zo is voor heel veel mensen in Brussel dat ze niet zijn aangesloten. Als men nu instapt, dan is er sprake van een soort sanctie daarvoor. Er zou echter een tweede instapmoment komen, omdat de Vlaamse zorgverzekering met de Vlaamse sociale bescherming veel meer zal worden dan nu. Dat wordt echter natuurlijk een enorm kluwen.

Minister, hebt u er een zicht op wanneer dat tweede instapmoment er zal zijn, en hoe de overlegstructuren zullen zijn? Voor een aantal dingen in Brussel is Vlaanderen immers wel bevoegd, maar voor een aantal zaken is het de GGC die bevoegd is. Zo gaat het hulpmiddelenbeleid naar de GGC, maar voor de huidige aspecten die onder de zorgverzekering vallen, de mantelzorgpremie enzovoort, is Vlaanderen dan weer wel bevoegd. Je zit daar dus met een enorm complex gegeven. Het lijkt me dat er heel veel overleg en hogere wiskunde nodig zal zijn om dat tot een goed einde te brengen. Is dat overleg gaande of is de GGC dat los van de Vlaamse overheid aan het uitstippelen, zodat men dan moet vaststellen dat er in Brussel sprake is van een duaal systeem?

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, ik zal niet alles herhalen wat de collega’s hebben gezegd. Ik wou gewoon nog even onze bezorgdheid uiten dat er een maximale aansluiting zou zijn tussen wat er dan op Brussels niveau zou worden gebouwd en wat op Vlaams niveau zou worden uitgewerkt. Ik vroeg me ook af in hoeverre daarover wordt overlegd. Zijn we überhaupt al in dat stadium?

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Voorzitter, geachte leden, in de vraag wordt inderdaad verwezen naar de recente uitspraken in de media op 27 augustus van minister Fremault, waarin ze het heeft over de oprichting van een Brusselse zorgverzekering die voor iedere Brusselaar verplicht zou zijn. Dat is niet nieuw: ook in het regeerakkoord van de GGC vindt men de invoering van een zelfstandigheidsverzekering in Brussel terug. Die moet potentieel de terugbetaling verzekeren van prestaties in functie van de behoeften en de afhankelijkheid van de rechthebbenden. Het is de bedoeling om tot een universele verzekering te komen ten voordele van zorgbehoevende patiënten die in een thuissituatie verblijven. De scope is dus niet helemaal dezelfde als die van de Vlaamse zorgverzekering.

Wat is mijn standpunt? Ik kan u alvast meegeven dat dit punt tot op heden nog niet binnen het College is besproken. Ik kom daarop terug op het einde van mijn antwoord. Dat lijkt me ook logisch, aangezien de plannen van de GGC om tot een Brusselse zorgverzekering te komen zich nog in een onderzoeksfase bevinden en nog niet concreet zijn. Op dit moment is het voor mij dan ook moeilijk om daarover een definitief standpunt in te nemen. Heel wat zaken zijn nog onduidelijk. Veel zal afhangen van hoe dat alles vorm zal krijgen. Toch al dit: u weet net als ik dat de GGC als autonoom bestuur initiatieven kan nemen voor bevoegdheden die haar worden toegekend. Als gevolg van de zesde staatshervorming werd dit orgaan zo bevoegd voor de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden. Het is die nieuwe bevoegdheid die wordt aangegrepen om tot een zorgverzekering, zoals net omschreven, te komen. Politiek gezien is daar op zich dus niets mis mee, waarmee ik zeker niet wil zeggen dat er geen politiek overleg met Vlaanderen moet plaatsvinden om een en ander op elkaar af te stemmen in Brussel.

Momenteel is er in de schoot van het kabinet-Vandeurzen een technische expertengroep werkzaam die zich buigt over de mogelijkheden van de Vlaamse sociale bescherming in Brussel. Mevrouw Van den Brandt, ook daar wordt op dit ogenblik bekeken hoe het zit met dat nieuwe instapmoment, met wachttijden en dergelijke meer. Men vordert met die werkzaamheden. Ik ga ervan uit dat dergelijke zaken daarin verder worden onderzocht – mijn kabinet is daar trouwens ook bij betrokken – en dat te gepasten tijde het overleg wordt aangegaan met alle betrokkenen.

Naast het politieke aspect is er ook de institutionele kant van de zaak. Het is natuurlijk wel zo dat we in Brussel zouden kunnen terechtkomen in een soort van tweesporenbeleid. Aan de ene kant zou men dan de Vlaamse zorgverzekering hebben die reeds bestaat en toegankelijk is voor alle Brusselaars, en waarbij het bovendien de bedoeling is dat we tegen 2018 tot een Vlaamse sociale bescherming komen. Dat is een pakket van tegemoetkomingen en uitkeringen boven op de reeds bestaande zorgverzekering. Aan de andere kant zou men dan mogelijk de Brusselse zelfstandigheidsverzekering kunnen krijgen. Het gevaar bestaat dat er twee concurrerende systemen ontstaan: het systeem van de Vlaamse zorgverzekering waarbij al duizenden Brusselaars zijn aangesloten en een systeem waarbij alle Brusselaars zich verplicht moeten aansluiten.

Ik ben van mening dat we in de eerste plaats moeten streven naar twee systemen die complementair zijn: het verplichte aanbod van de GGC voor alle Brusselaars naast een complementair aanbod van Vlaanderen voor die Brusselaars die zich extra willen verzekeren. Dat is op dit ogenblik het uitgangspunt. De studie waarover u spreekt, werd, zoals u misschien weet, ook in de algemene beleidsverklaring van de GGC aangekondigd. Het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van de GGC stuurt die studie aan. In november zou worden beslist aan wie de studie wordt uitbesteed. Het is de bedoeling met dat onderzoek zaken zoals de behoeften, de mogelijkheden en de financiële haalbaarheid van de zorgverzekering in Brussel in kaart te brengen. Ik ga ervan uit dat er rekening wordt gehouden met het reeds bestaande aanbod in Brussel en dat verder wordt onderzocht hoe de plannen van de GGC zich hiertegenover verhouden. Daarover straks meer. Minister Fremault sprak zich ook in die richting uit tijdens het debat in de commissie Sociale Zaken van de Raad van de GGC op 15 juli 2015, maar het is dus nog even afwachten. Als de resultaten eenmaal bekend zijn, kan ik hierover meer informatie verschaffen.

Mijnheer Vanlouwe, ik stel voor dat ik mijn antwoorden die ik hier heb op uw specifieke vragen niet herhaal, omdat ik in het algemeen meen te hebben aangegeven waar we staan. Wat ik wel wil doen, naast de bestaande frequente contacten die onze kabinetten nu al hebben met de Brusselse kabinetten, in het kader van het overleg Vlaamse Gemeenschap-GGC, is me de komende weken begeven naar het College van de GGC. Ik verwijs naar eerdere vragen van u, waarop ik heb geantwoord niet het gevoel te hebben me te moeten bezighouden met de dagelijkse werkzaamheden van dat orgaan, zelfs al houden we een oogje in het zeil.

Gelet op de twee omvangrijke dossiers, kunnen problemen ontstaan als we vooraf niet voldoende op elkaar afstemmen. Het ene is de Vlaamse sociale bescherming en het andere het inburgeringsdossier.

Voor beide dossiers zal tussen de politiek verantwoordelijken overleg worden gepleegd op het College van de GGC. Ik heb dat ook afgesproken met collega Madrane, die net als ik een brugfiguur probeert te zijn tussen zijn gemeenschap en de Brusselse realiteit. Tot voor kort vonden de Franstaligen dat niet nodig. Iedereen ging akkoord of was bevriend met iedereen, maar het blijkt toch net iets ingewikkelder te zijn. Thans heb ik dus een evenknie. Beiden zijn we het erover eens dat we het gesprek globaal moeten aangaan.

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Het standpunt van de minister dat binnenkort overleg wordt gepleegd in de GGC, stemt me tevreden. We staan inderdaad voor twee belangrijke dossiers, enerzijds inburgering en anderzijds de Vlaamse sociale bescherming. Het is goed dat het bestaand Vlaams systeem complementair zou zijn aan het in Brussel uit te werken systeem.

Minister, u sprak van twee systemen: een verplicht Brussels systeem met eventueel een aanvullend Vlaams systeem. Het is ook mogelijk dat twee concurrerende systemen zouden bestaan, waarbij de GGC beslist de Brusselaars te laten kiezen tussen het Franstalig systeem of het systeem dat wordt aangeboden door Vlaanderen, de Vlaamse sociale bescherming, een regeling zoals nu bestaat op het vlak van onderwijs.

U noemt dat een tweesporenbeleid, maar dat bestaat al in Brussel. Op die manier zullen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap elk hun verantwoordelijkheid nemen in Brussel. Ik zou het niet waarderen dat het Vlaams systeem een bijkomend systeem zou zijn, zoals een aanvullend pensioen of een aanvullende verzekering. Ik acht het aangewezen dat het aanbod in Vlaanderen ook een volwaardig aanbod is voor de Brusselse Vlamingen.

Het stemt me heel tevreden dat u naar het College van de GGC gaat en erkent dat dit een overleg- en coördinatieorgaan is. Het werd indertijd trouwens in die zin in de wet ingeschreven. In het verleden werd de Vlaamse minister niet altijd op de vergaderingen van dat College uitgenodigd. Ik vind het goed dat uw Franstalige collega’s thans het nut daarvan inzien en dat u een meerwaarde kunt vormen. Ik kan alleen maar toejuichen dat u het standpunt van de Vlaamse Regering en het aanbod van Vlaanderen kunt toelichten en er tegelijkertijd kunt voor zorgen dat het bestaande en nog uit te werken aanbod van de Vlaamse sociale bescherming aansluit bij wat men in Brussel tot stand zal brengen.

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Het is positief dat het overleg wordt opgevolgd. Desalniettemin vind ik het verontrustend dat twee complementaire systemen worden vooropgesteld. Als er twee zijn, laat ze dan complementair zijn, maar ik vind het ondenkbaar dat twee systemen worden uitgewerkt. Brusselaars moeten dan twee zorgverzekeringen afsluiten als ze volledig gedekt willen zijn. Voor de bevoegdheden van de GGC moeten ze bij de GGC een verplichte zorgverzekering sluiten en via de Vlaamse zorgverzekering kunnen ze een supplementje bekomen. Dit is een heel bizar systeem en naar mijn oordeel een gemiste kans.

Bovendien zullen er geen twee gelijkwaardige systemen naast elkaar bestaan. De Vlaamse sociale bescherming zal immers niet volwaardig zijn voor Brussel, omdat Vlaanderen nu eenmaal niet over alle bevoegdheden beschikt, zoals hulp aan bejaarden.

Dit betekent echter niet dat de Brusselaars maar een half systeem of twee halve systemen aangeboden moeten krijgen. Er moet worden onderzocht hoe een zorgverzekering kan worden uitgewerkt, waarbij er voor de Vlaamse aspecten een financiële regeling met Vlaanderen wordt vastgelegd en voor de bevoegdheden van de GGC met deze laatste een regeling wordt bepaald.

Willen we de Brusselaars een waardig zorgsysteem aanbieden, dan moet dat een systeem zijn. De opgezette constructie mag niet bestaan uit complementaire systemen, waardoor het Vlaams systeem een surplusje zal inhouden bij het Brussels systeem, dat met de nieuwe bevoegdheden over een groter budget beschikt. Dat zou een grote gemiste kans zijn voor de welzijnsinitiatieven in Brussel.

Minister Sven Gatz

Sta me toe nogmaals te antwoorden. De replieken van de sprekers geven trouwens het belang van dit debat aan. Het model van de heer Vanlouwe en dat van mevrouw Van den Brandt is theoretisch perfect mogelijk. De heer Vanlouwe spreekt over twee concurrerende systemen waaruit de Brusselaar kan kiezen en mevrouw Van den Brandt geeft de voorkeur aan een systeem in Brussel.

Ik neem akte van de verzuchtingen en de invalshoeken van de sprekers, die zonder meer waardevol zijn. Ik heb alleen maar een openingspositie ingenomen die aangeeft hoe de toestand nu is. Om na te gaan waar we zullen uitkomen, moeten eerst gesprekken worden gevoerd. Minister Frémault heeft wel iets aangekondigd, maar ik merk dat men daar nog niet is. Trouwe leden van de commissie Welzijn weten dat de inkanteling van dat deel van de sociale zekerheid dat we zullen omvormen tot Vlaamse sociale bescherming nog wel wat voeten in de aarde zal hebben.

Bedankt dat u me nogmaals op het veelomvattende van het debat hebt gewezen, alsook op alle moeilijkheden en mogelijkheden. Ik herhaal dat ik slechts mijn openingspositie heb toegelicht. Mijn uitgangspunt strekt ertoe te komen tot systemen die voor de mensen werken. Dat zijn niet noodzakelijk ideale systemen en ik ben dan ook bereid om in overleg met de collega’s zowel uw optie, mevrouw Van den Brandt, als die van de heer Vanlouwe te onderzoeken.

Dit is het begin van wat ik niet een schaakspel zal noemen, aangezien dat nogal cynisch klinkt, maar wel van een puzzel. Bedankt om de zaken nogmaals op scherp te zetten. Daar dient een commissie uiteindelijk voor.

De vraag om uitleg is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.