U bent hier

Welke regelgeving regelt de verzoekschriften?

Het petitierecht en de specifieke regels voor verzoekschriften voor het Vlaams Parlement worden geregeld door:

 

Grondwet

Artikel 28

Ieder heeft het recht verzoekschriften, door een of meer personen ondertekend, bij de openbare overheden in te dienen. Alleen de gestelde overheden hebben het recht verzoekschriften in gemeenschappelijke naam in te dienen.

 

Bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen

Artikel 17

§1. Ieder heeft het recht verzoekschriften, door één of meer personen ondertekend, schriftelijk bij het Vlaams Parlement in te dienen. Zij mogen niet in persoon of door een afvaardiging van personen worden overhandigd.

§2. Het Vlaams Parlement kan de ingediende verzoekschriften naar de Vlaamse Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen de door het Vlaams Parlement bepaalde termijn. Indien het niet mogelijk is om binnen die termijn de gevraagde uitleg te verstrekken, stelt de Vlaamse Regering het Vlaams Parlement hiervan schriftelijk, door een met redenen omkleed bericht, in kennis.

§3. De natuurlijke persoon die een verzoekschrift indient, of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene natuurlijke personen wordt ingediend, heeft recht op een antwoord binnen zes maanden na indiening van het verzoekschrift.
De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmalig met drie maanden verlengd worden wanneer de motivering hiervoor schriftelijk aan de verzoeker of de eerste ondertekenaar meegedeeld wordt.

§4. Het decreet bepaalt de nadere voorwaarden waaronder dit recht wordt uitgeoefend en de wijze waarop de verzoekschriften worden behandeld.

 

Decreet van 6 juli 2001 houdende nadere regeling van het recht om verzoekschriften bij het Vlaams Parlement in te dienen (gewijzigd op 8 juli 2005)

Artikel 1
Dit decreet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 118, § 2, van de Grondwet.

Artikel 2
Verzoekschriften worden aan het Vlaams Parlement of aan de voorzitter van het Vlaams Parlement gericht, en vermelden op leesbare wijze de naam en voornaam van de indiener of indieners.

Artikel 3
Verzoekschriften die een onderwerp betreffen dat niet tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest behoort, noch op enige wijze hun belangen raakt, zijn onontvankelijk.
Een brief of schriftelijk bericht wordt niet als verzoekschrift gekwalificeerd, als aan één of meer van de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de schrijver uit louter een mening zonder concreet verzoek;
b) het geformuleerde verzoek is kennelijk niet ernstig;
c) het taalgebruik is beledigend.

Artikel 4
De eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat ingediend wordt door ten minste vijftienduizend verzoekers heeft het recht gehoord te worden.

Artikel 5
Tijdens een hoorzitting heeft de verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift het recht zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze.

Het Vlaams Parlement kan alleen uitspraak doen over verzoekschriften die verband houden met de rechten van het kind, zoals vastgelegd in het Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen in New York op 20 november 1989, als advies van de inderrechtencommissaris, bedoeld in het decreet van 15 juli 1997 houdende oprichting van een Kinderrechtencommissariaat en instelling van het ambt van Kinderrechtencommissaris, is ingewonnen. Indien de Kinderrechtencommissaris geen advies uitbrengt binnen de door het Vlaams Parlement opgelegde termijn, kan het Vlaams Parlement toch uitspraak doen over het verzoekschrift zonder dit advies.

Artikel 6
Indien het verzoekschrift een klacht betreft in de zin van artikel 3, eerste lid, 1°, en artikel 3, derde lid van het decreet van 7 juli 1998 houdende instelling van de Vlaamse ombudsdienst, kan de voorzitter van het Vlaams Parlement met de toestemming van de verzoeker en na overleg met de Vlaamse ombudsman, het verzoekschrift naar de Vlaamse ombudsman doorzenden.

Artikel 7
Het decreet van 14 juli 1998 houdende regeling van de bij het Vlaams Parlement ingediende verzoekschriften, gewijzigd bij het decreet van 15 december 1998, wordt opgeheven.

Artikel 8
Indien een verzoekschrift bij het Vlaams Parlement ingediend werd voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet, heeft de indiener of, indien het verzoekschrift door meer personen ondertekend is, de eerste ondertekenaar van het verzoekschrift, het recht gehoord te worden.

 

Reglement van het Vlaams Parlement

Titel 6, Hoofdstuk 9. Verzoekschriften : artikel 101

  1. Van de verzoekschriften wordt, vanaf de indiening ervan, kennisgegeven aan het Uitgebreid Bureau en aan de plenaire vergadering.
  2. De voorzitter beslist over de kwalificatie van een brief als verzoekschrift en over de ontvankelijkheid van het verzoekschrift. Hij kan hierover advies inwinnen bij het Uitgebreid Bureau.
  3. De voorzitter verwijst de ontvankelijke verzoekschriften naar de bevoegde commissie of naar de plenaire vergadering.
  4. De commissie kan onder meer beslissen:
    a) het verzoekschrift ten gronde te behandelen;
    b) louter kennis te nemen van het verzoekschrift, indien ze oordeelt dat het verzoekschrift niet geschikt is voor parlementaire bespreking. Eventueel kan de commissie in dat geval het verzoekschrift doorzenden naar een andere instantie, of de verzoeker aanbevelen zich tot die andere instantie te wenden;
    c) kennis te nemen van het verzoekschrift en de verzoeker het verslag te bezorgen van eerdere parlementaire besprekingen, indien het verzoekschrift een vraag opwerpt die in de loop van dezelfde legislatuur al in een commissie of in de plenaire vergadering aan bod gekomen is bij de behandeling van een agendapunt, het verzoekschrift terzake geen essentieel nieuw element aanbrengt, en de commissie een nieuwe parlementaire discussie hierover niet zinvol acht.
  5. Met betrekking tot verzoekschriften die door ten minste 15.000 personen ondertekend zijn, is punt 4, b) en c), niet van toepassing.
  6. In het geval bedoeld in punt 4, a), wijst de commissie een of meer verslaggevers aan.
  7. De commissie kan voor de behandeling van een verzoekschrift hoorzittingen houden, aan de verslaggever of verslaggevers opdracht geven om ter plaatse de feiten vast te stellen, of het verzoekschrift naar de Regering verwijzen met het verzoek omtrent de inhoud ervan uitleg te verstrekken binnen een termijn die door de commissie vastgelegd wordt.
  8. De commissie brengt over een verzoekschrift dat ze ingevolge een beslissing zoals bedoeld in punt 4, a), heeft besproken, verslag uit aan de plenaire vergadering.
  9. De plenaire vergadering spreekt zich uit over het verzoekschrift zelf als het werd verwezen naar de plenaire vergadering, of over de conclusies van de commissie als het werd verwezen naar, en ingevolge een beslissing zoals bedoeld in punt 4, a), besproken door de bevoegde commissie.
    Iedere volksvertegenwoordiger kan voorstellen de conclusies van de commissie te amenderen zolang de plenaire vergadering ze niet heeft aangenomen.
  10. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in de gevallen bedoeld in punt 4, b) en c), door de voorzitter van de commissie op de hoogte gebracht van de beslissing van de commissie. De verzoeker of de eerste ondertekenaar van een verzoekschrift dat door verscheidene personen werd ondertekend, wordt in het geval bedoeld in punt 9 door de voorzitter op de hoogte gebracht van de uitspraak van de plenaire vergadering.
  11. Driemaandelijks wordt een lijst opgesteld van alle verzoekschriften waarover in de voorbije periode de bevoegde instantie binnen het Parlement een eindbeslissing genomen heeft. De lijst bevat de datum van indiening van het verzoekschrift, het opschrift van het verzoekschrift, de beslissing, de datum van de beslissing, en in voorkomend geval een verwijzing naar het verslag of naar andere initiatieven die in samenhang met het verzoekschrift genomen werden. De lijst wordt onder de volksvertegenwoordigers en de leden van de Regering verspreid.

 

Lees verder over de volgende onderwerpen: