U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 8 juli 2015, 14.01u

Voorzitter
van Jos De Meyer aan minister Joke Schauvliege
444 (2014-2015)
De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Voorzitter, minister, dames en heren, mijn actuele vraag sluit naadloos aan bij de vraag die ik veertien dagen geleden heb gesteld in de commissie. Ondertussen is de crisissituatie nog toegenomen.

De varkenssector in Vlaanderen maakt 40 procent uit van de dierlijke productie in onze land- en tuinbouwsector en vertegenwoordigt 1,46 miljard van de totale productiewaarde in Vlaanderen in de landbouwsector. Het Prijzenobservatorium leert ons dat van 2007 tot heden niet is verdiend op zogenaamde zeugen- en gesloten varkensbedrijven. Op vleesvarkensbedrijven was het weliswaar iets beter. Het jaar 2009 en 2012 waren ook betere jaren. Alleen door voor eigen arbeid geen vergoeding aan te rekenen, geraakt men nog door de rode cijfers.

Normaal is het zo in de zomer, in het zogenaamde barbecueseizoen, dat de prijzen wat opgewaardeerd worden, maar vandaag dalen de prijzen nog steeds, waardoor zelfs de sterkste bedrijven in de sector het moeilijk krijgen.

Minister, niet alleen u maar ook uw federale collega heeft inspanningen gedaan. Ik denk aan de stappen die hij heeft gezet voor de uitvoer naar China. Ik wil uitdrukkelijk de vele bilaterale contacten vermelden die u hebt gehad op Europees niveau, de inspanningen die geleverd zijn door het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing (VLAM) voor de export, de demoprojecten, de aandacht voor de jonge landbouwers bij het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, om er maar enkele op te noemen. Ik wijs ook op uw bijna permanent contact met de landbouwsector.

Vooral dat laatste punt heeft me doen overwegen om deze vraag te stellen, omdat ik weet dat u deze middag nog overleg heb gehad. Wat zijn de resultaten daarvan?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer De Meyer, ik ben het met u eens dat de situatie in de varkenssector alarmerend en dramatisch is, en dat sleept al veel te lang aan. Normaal gezien wordt verwacht dat de prijzen een beetje stijgen in de zomer, maar dat is nu niet het geval. Dat is zeer erg voor de producenten, maar ook voor de volledige agrovoedingsketensector die eraan verbonden is.

Dat is ook de reden waarom ik deze middag het varkensoverleg heb samengeroepen. Daar zitten alle actoren in, ook de volledige keten met banken, slachthuizen, veevoederfabrikanten, de producenten zelf en de landbouworganisaties. We hebben samen rond de tafel gezeten en een stand van zaken opgemaakt. Een eerste vaststelling is,  zoals we voorspeld hebben, dat de beperkte maatregel die Europa heeft genomen omtrent de tijdelijke opslag geen soelaas heeft geboden. We wisten dat op voorhand. We waren daar ook niet echt vragende partij voor. We zullen bij Europa op de tafel blijven kloppen om bijkomende maatregelen te nemen en we zullen dat ook volgende week op de Landbouwraad opnieuw op de tafel leggen. Trouwens, in heel wat bilaterale contacten met lidstaten, onlangs nog met het Verenigd Koninkrijk, zoek ik altijd steun om die maatregelen te bepleiten in Europa.

Wat kunnen we intern in Vlaanderen doen? Dat is beperkt omdat we niet zomaar steun kunnen geven. De vraag naar meer transparantie blijft, meer doorzichtigheid over de prijzen die worden gegeven, over wat wordt gewogen in de slachthuizen. We zullen bij besluit van de Vlaamse Regering verplicht maken dat er een black box, een registratie, gebeurt bij de slachthuizen zodat men goed weet op welk gewicht wordt afgewogen. Op die manier krijgt de sector veel meer informatie. Ik heb daarnet contact gehad met federaal minister Peeters van Economie en we zullen afstemmen inzake de controles. Een deel valt onder mijn bevoegdheid Landbouw en een ander deel onder Economie. We zullen daar goede afspraken over maken en een heus handhavingsplan maken, goed rapporteren en er conclusies uit trekken.

Een punt blijft het feit dat we extra promotie moeten voeren. Ik verwijs nog naar de blijvende vraag van de sector om de factuur van Rendac te verlichten. Ik heb aangegeven dat ik die vraag naar bijkomende middelen het zou om 3 miljoen euro gaan in het najaar opnieuw op tafel zal leggen bij de begrotingsbesprekingen 2016, zoals ik al heb gedaan bij vorige aanpassingen en besprekingen.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Minister, u volgt alert de sector. Twee elementen zijn essentieel. Tussen de vijf Europese regio’s die nog heel sterk varkens kweken, Nederland, Denemarken, Noord-Duitsland, Bretagne en Vlaanderen, moet sterker overleg zijn.

Ik ben ook blij dat de minister-president en de minister van Financiën aanwezig zijn. We zijn sinds lang vragende partij om vanuit Vlaanderen inspanningen te doen voor die Rendacfactuur. Op het ketenoverleg erkende u nog terecht, minister-president, dat de varkenshouderij het zeer moeilijk heeft. Mijn dank daarvoor. Maar u weet dat we vanuit de sector niet enkel verklaringen wensen, maar bovendien daadkracht. Dat is een element dat een bijkomende inspanning zou kunnen zijn.

De voorzitter

De heer Engelbosch heeft het woord.

De heer Jelle Engelbosch (N-VA)

Collega’s, er gebeurt heel wat, ook vanuit Vlaanderen. We ondernemen heel wat pogingen om de varkenssector te ondersteunen. We stellen ook al langer vragen over die Rendacfactuur. Maar we moeten het debat meer fundamenteel voeren.

Mijnheer De Meyer, u haalt aan dat er al tien jaar geen winst is in de varkenssector. We moeten het debat aangaan of we wel goed bezig zijn in de varkenssector en de juiste weg inslaan. Kiezen we voor een familiale landbouw met een korte keten, specialisatie en toegevoegde waarde, die nog wel winstgevend is? Of kiezen we voor de industriële massaproductie waarmee we vandaag bezig zijn, met export van karkassen zonder enige winstmarge?

Aan dat essentiële debat heeft de boer vandaag natuurlijk geen boodschap. Hem staat het water aan de lippen. Hij is vandaag verplicht om aan massaproductie te doen, om enigszins uit de kosten te komen.

We hebben het er al enkele keren over gehad in de commissie, minister. Er zijn onderzoeken naar mestvalorisatie. Hoe kunnen we de sector minder afhankelijk maken van de wereldwijde markt van de soja? En er is risicomanagement voor de boeren.

Hoe kunnen we familiale ondernemingen stimuleren om zich te verenigen in producentenorganisaties, om toch een beetje op te boksen tegen de grote spelers van de massaproductie? Niet zelden, laat ons eerlijk zijn, hebben de veevoederfabrikanten, de slachterijen en sommige belangenorganisaties ­– vrij contradictorisch toch – ook een belang in die productie. Hoe kunnen we de familiale ondernemingen ondersteunen om in groep grote pakketten te kunnen aanbieden aan het buitenland?

De voorzitter

De heer Vanderjeugd heeft het woord.

De heer Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Mijnheer De Meyer, we delen de bezorgdheid. Twee weken geleden stelde u nog een vraag in de commissie. Minister, u antwoordde dat er geen nieuwe Europese steun kan komen vanuit Europa en er kan ook geen steun komen vanuit Vlaanderen zonder akkoord van Europa. Dat is een trieste boodschap voor de noodlijdende sector. U hebt zeer grote inspanningen gedaan. Dat onderschrijf ik. U wijst op het feit dat ondernemers zelf op zoek gaan naar nieuwe bedrijfsmodellen en niches in de markt, om het hoofd boven water te kunnen houden.

Ook heel positief zijn de missies in China van federaal minister Borsus, die nieuwe markten kunnen aansnijden. We zijn het erover eens dat de steun vanuit Europa geen soelaas heeft geboden.

Toch denken we dat er vanuit Europa structurele oplossingen zouden moeten kunnen komen. We hebben hier al gesproken over transparantie, over de Rendacfactuur enzovoort. We moeten ook afspraken maken binnen alle lidstaten om bijvoorbeeld varkens lichter af te slachten.

Voorzitter, het is mijn laatste uiteenzetting voor de zomer, laat me eventjes …

De voorzitter

Neen, neen, dat heeft er niets mee te maken!

De heer Francesco Vanderjeugd (Open Vld)

Minister, wilt u op Europees niveau verder inspanningen doen om de vraag vanuit de landbouworganisaties te bekijken om lichter af te slachten? Dank u, voorzitter. Ik zie u graag. (Gelach. Applaus)

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik wil dertig seconden van mijn tijd afstaan aan collega Vanderjeugd, als dat kan helpen.

Voorzitter, minister, ik ben vooral opgetogen over de gedurfde tussenkomst van collega Engelbosch, als ik dat hardop mag zeggen. Ik heb alle begrip dat u voor de landbouwers hic et nunc oplossingen wilt creëren, zeker wat leefbaarheid van een bedrijf en een inkomen betreft. Maar dit is een doodlopend spoor, denken wij. Als we niet fundamenteel nadenken over het model dat we hanteren voor onze landbouw, in casu voor de varkenskwekers, dan loopt dat spoor dood. Het is een ‘end of the pipe’-oplossing. We remediëren. Zelfs lichter afslachten is geen fundamentele oplossing.

Ik weet ook dat we dat niet alleen in Vlaanderen kunnen, maar dat we dat in een Europees kader moeten doen. Het is een fundamentele denkoefening. De soja die we invoeren, de karkassen die we naar China uitvoeren – hoe cynisch kan het klinken – en die opgevoerd worden als een soort van overwinning, dat is niet de oplossing. Kiezen we nog voor een leefbaar model, met een familiale landbouw, daarom niet kleinschalig maar familiaal, in eigen handen, zelfstandig, autonoom en voor een faire prijs? Dat is hoe we het moeten doen. Minister, bent u bereid om de komende maanden hier, maar ook op het Europese forum, daar een brede denkoefening over te doen om de zaken grondiger aan te pakken?

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Collega De Meyer, ik ben natuurlijk tevreden dat u opnieuw de problematiek hier ter sprake brengt. Anderzijds, hoeveel jaren stellen wij hier nu al vragen over de crisis in de varkenssector? Het gaat al een heel tijdje mee en fundamenteel is er niets veranderd. Het is alleen nog verslechterd. Er is een Vlaams actieplan geweest, er zijn eenmalige Europese maatregelen geweest. Niks helpt, we staan verder af dan voorheen.

Mijnheer Caron, mijnheer Engelbosch, ik ga er inderdaad mee akkoord dat de fundamentele discussie moet worden gevoerd, maar ze moet worden gevoerd op het Europese niveau. Het zou niet opgaan dat we hier in Vlaanderen de varkenssector inkrimpen terwijl in andere landen niets gebeurt. Ik denk dat alles te herleiden is tot structurele maatregelen via Europa en dat u daar op tafel moet kloppen. We kunnen hier iedere week een vraag stellen in de commissie of in de plenaire, maar het moet gebeuren in Europa.

Ik zou ook, net zoals collega Vanderjeugd, kunnen zeggen “ik zie u graag, voorzitter”, maar ik ga dat niet doen. Minister, u zegt iedere week opnieuw: ik zoek bondgenootschappen en ik ga op tafel kloppen. Maar concreet zien we daar niets van.

Collega’s, ik denk dat we concreet al actie van Europa gezien hebben. Ik ben zelfs persoonlijk met de bevoegde Europese commissaris op bezoek geweest bij een varkenshouder, waar we zelf de situatie hebben kunnen vaststellen. Op basis daarvan is de eerste beslissing gekomen van Europa om de mogelijkheid te geven tot private opslag.

Dat was een eerste stap. We hebben hier allemaal gezegd dat dat niet de oplossing zal zijn, want dat is uitstel van executie. Er moeten inderdaad bijkomende maatregelen genomen worden. Onder meer vragen wij dat er mag worden geslacht op lichter gewicht. Dat is een van de maatregelen die wij blijven bepleiten. Ik heb heel wat bilateraal overleg, ook met andere lidstaten die in dezelfde situatie verkeren.

Ik stel vast, en ook daar blijf ik op hameren, dat Europa heel veel correcte cijfers heeft, heel veel juiste analyses kan maken in heel wat landbouwsectoren, maar dat dat vaak ontbreekt in de varkenssector. Ook dat is een aandachtspunt dat we moeten blijven meenemen naar Europa. Volgende week is het Landbouwraad, waar dit opnieuw aan bod zal komen.

De heer Engelbosch vroeg hoe het zit met de producentenorganisaties. U weet dat wij alles in het werk hebben gesteld om ervoor te zorgen dat nieuwe producentenorganisaties steun kunnen krijgen en dat we er financiële middelen voor hebben. Vrijdag wordt de laatste hand gelegd aan het besluit dat dat mogelijk maakt. Ik heb vandaag in het varkensoverleg nog eens aangedrongen om daar werk van te maken. We zien andere sectoren waar dat goed werkt, waar de sector zelf, de producenten, meer een vuist kunnen maken in de keten wanneer ze samenwerken. In de varkenssector is dat vandaag nog niet het geval. Ik hoop dat het van onderuit komt. De aanvraag moet er komen, ik kan het niet verplichten. Ik heb de middelen. Het kader is er. Dus de varkenssector, de producenten zelf, moeten een aanvraag doen en kunnen dan die erkenning en die steun krijgen.

Ik heb de vragen genoteerd die we ook kennen en de visies van de heer Engelbosch en de heer Caron. Ik heb altijd gezegd dat voor mij alle vormen van landbouw belangrijk zijn: de familiale landbouw, de korte keten, zorgen dat niches worden aangeboord. We zullen dat verder ondersteunen, en dat doen we ook.

Collega Engelbosch, ik ben toch een beetje verwonderd over de manier waarop u over de varkenssector praat. Dat staat toch wel in groot contrast met de manier waarop u over de fruitsector praat. U stelt heel veel vragen over de fruitsector. U zegt dat die moet kunnen uitbreiden en moet kunnen exporteren over heel de wereld. Als ik u dan hoor over de varkenssector, dan zegt u: we moeten terug naar Bokrijk, naar kleine familiale bedrijven, niet echt volledig de ondernemers ondersteunend.

Ik vind het een beetje eigenaardig dat u zo’n onderscheid maakt. Uiteraard moet dit op Europese schaal worden bekeken. We kunnen ons niet isoleren en alleen nog produceren wat we verbruiken en geen varkensvlees meer exporteren. We kunnen voor onszelf geen eilandje creëren. We leven in een eengemaakte markt, zelfs in een mondiale markt. Het is geen optie om daarmee door te gaan. We moeten Europees een structurele oplossing vinden voor de crisis. We blijven daarop aandringen, maar nogmaals, slechts weinig lidstaten ondersteunen dit. Dat is een groot verschil met de melksector, alle lidstaten staan daarachter, maar slechts drie à vier lidstaten kennen de problemen van de varkenssector.

We hebben nieuwe afspraken: het toezicht met de black box, betere transparantie zodat de cijfers gekend zijn en correct worden gehanteerd, betere afstemming tussen federaal en Vlaanderen wat betreft handhaving. We blijven de sector op alle fronten verdedigen.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer De Meyer, u stelde mij een vraag over het ketenoverleg. U vraagt ‘geen woorden maar daden’. We hebben in het ketenoverleg inderdaad heel grote vooruitgang geboekt. Er zijn goede afspraken gemaakt. Men gaat met één onafhankelijke voorzitter werken. Het gaat over correcte prijzen. Die staan onder druk. Landbouw staat onder druk. De landbouwprijzen zijn vorig jaar met 15 procent gedaald. In de retail zijn er sommigen die zich houden aan de afspraken van het ketenoverleg, anderen doen dat niet. Er is afgesproken, een beetje naar Brits voorbeeld, dat er een concept komt waarbij er een onafhankelijk bemiddelaar wordt aangesteld om in geval van dispuut tot oplossingen te komen. Dat overleg is goed gepland, in afspraak met de boerenorganisaties, met de Boerenbond, met ABS en de hele industriële en retailketen.

U spreekt over daden. In China hebben we grote voortuitgang geboekt. Daar is toelating voor de import van ons varkensvlees. Minister Schauvliege en ikzelf zijn op zoek naar een samenwerking tussen VLAM en FIT. We zouden iemand van VLAM permanent daar willen laten werken. Niet alleen voor varkensvlees, maar voor de hele agrovoedingssector zouden we graag willen dat de tarifaire en niet-tarifaire barrières verdwijnen en dat onze schitterende agrosector daar voet aan de grond krijgt.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Dank u, minister-president, maar het uur van de waarheid is natuurlijk de begrotingscontrole.

Collega’s, innovatie, korte keten, nichemarkt, een faire prijs, producentenorganisaties: wie kan daar in godsnaam tegen zijn? Maar weet wel dat men telkens over een segment van de sector spreekt.

Minister, u weet dat u de hele varkenssector moet helpen. Ik leer dat alle fracties, zeker van de meerderheid, ervoor zijn dat de Vlaamse Regering inspanningen levert voor de Rendacfactuur. Ik ben blij dat hier zoveel leden van de regering aanwezig zijn en dit horen.

Als er een discussie komt over schaalgrootte, ga ik niet pleiten om mondiaal te gaan. Ik denk dat het debat niet binnen het eilandje Vlaanderen maar wel Europees moet gaan.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.