U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet tot wijziging van diverse decreten houdende de subsidiëring aan de lokale besturen en tot wijziging van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, dit is eigenlijk het vervolg van de wit- en groenboeken Interne Staatshervorming. We hebben al heel wat planlast afgeschaft. Dit is het doortrekken daarvan.

Als fractie die gelooft in de kracht van de lokale besturen, zijn we blij met dit initiatief. We geloven ook dat de vele mensen die zich de afgelopen maanden hebben gemanifesteerd en zich ongerust hebben gemaakt, zullen zien dat dit ten onrechte is. We zijn ervan overtuigd dat ook de lokale besturen blijvend zullen investeren in alles wat te maken heeft met jeugd, sport, cultuur enzovoort. We twijfelen er niet aan dat lokaal de juiste mensen de juiste keuzes zullen kunnen maken. Wel is er gevraagd om een en ander te monitoren. We begrijpen de ongerustheid die her en der bestaat. We vinden het dan ook belangrijk dat er een kwalitatieve en een kwantitatieve monitoring kan gebeuren.

Ten gronde vinden we dit een heel goed initiatief. We zijn blij dat we deze stap kunnen zetten in de verdere ontvoogding van de lokale besturen.

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Voorzitter, ik treed de vorige spreker bij. Ik ben hier aangekomen in januari 2013, nog niet zo heel lang geleden. Anderen zitten hier al veel langer, sommigen misschien te lang, dat weet ik niet. Sindsdien heb ik op alle banken hetzelfde gehoord, namelijk er is te veel betutteling, te veel planlast en verkokering. We willen meer vrijheid voor de gemeenten en steden. Deze Vlaamse Regering komt daaraan tegemoet en was daar ook al tijdens de vorige legislatuur mee bezig. Zoals de heer Kennes zegt, trekken we het door door de sectorale stromen in het Gemeentefonds in te kantelen.

Ik begrijp de bekommernis die er heerst. Verandering brengt onrust mee en mensen vragen zich af wat er zal gebeuren. We hebben het middenveld uitgenodigd op hoorzittingen en naar hen geluisterd. We hebben daarna gedebatteerd in diverse commissies. Er is geen enkel bewijs dat gemeenten en steden plots minder zullen uitgeven aan jeugd, cultuur of sport.

Ook niet iedereen uit het middenveld die we hebben gehoord, deelt die onrust. Er waren ook middenveldspelers die het een logische evolutie vonden dat dit gebeurde. De Vlaamse overheid zal meer kaderstellend zijn, coachend, net zoals in de sport. Als we kijken naar wat gemeenten en steden nu al besteden, bedraagt die subsidiestroom maar een kleine 20 procent. Zij dragen zelf 80 procent bij.

We leggen de vrijheid bij de steden en gemeenten; ze hebben dan ook de verantwoordelijkheid. Het is ook de verantwoordelijkheid van de kiezer om desgevallend het bestuur af te straffen of te belonen.

Er wordt dan gezegd dat er wordt bespaard. Natuurlijk wordt er bespaard. Het zou erg zijn, mochten steden en gemeenten niet besparen. Als je minder inkomsten hebt en meer uitgaven, en je bespaart niet, dan ga je het halen bij de burgers, bij ondernemingen, bij de middenstand. Dat lijkt me niet de juiste evolutie.

Collega’s, de overheveling biedt ook kansen. Ik wil iedereen vragen om er positief mee om te gaan. Een gemeente of een stad kan haar beleid op maat voeren. Ik geef een voorbeeld. Als schepen van Jeugd was een van de prioriteiten waarop we moesten intekenen, jeugdcultuur. Dat vond ik heel fijn. Ik was toen ook schepen van Cultuur. Maar ik kan best begrijpen dat dat in bepaalde gemeenten geen prioriteit is. Misschien heeft de jeugd andere noden, waarop moet worden geanticipeerd.

De Vlaamse Regering doet een enorme inspanning door het Gemeentefonds nog steeds te laten stijgen met 3,5 procent in deze moeilijke budgettaire tijden, om te blijven investeren in steden en gemeenten. De ministers zullen blijven stimuleren en incentives naar voren brengen.

De integratie van die stromen in het Gemeentefonds is doodgewoon een upgrade van het lokale bestuur. Indien zal blijken dat het lokale jeugd-, cultuur- en sportbeleid niet voldoet – na de monitoring zullen we dat zien –, kan de burger reageren via inspraakorganen. Vergeet niet: de decretaal vastgestelde adviesraden zijn geen garantie op goed beleid. Het zal ook aan de lokale mandataris zijn om een goed inspraakorgaan te organiseren.

Collega’s, een volgende stap naar meer autonomie vanuit dit parlement is een bewijs van waardering voor de lokale besturen, die wij in ons hart dragen. De N-VA zal dan ook het ontwerp van decreet goedkeuren. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Beste collega’s, ik zal starten met een citaat van HART BOVEN HARD: “Wat betekent autonomie van steden en gemeenten eigenlijk? Vrijheid zonder middelen staat gelijk met de dwang om te schrappen. Wat Vlaanderen delegeert, is autonomie met een strop eromheen.” Dat citaat, minister, zegt alles over dit ontwerp van decreet.

Het heeft al heel veel stof doen opwaaien, veel meer dan u had durven te vermoeden. Laat ons eerlijk zijn: voor u is dit een ontwerp van decreet van louter bestuurstechnische aard. U voelt weinig of geen empathie voor de maatschappelijke discussies die hierdoor zijn ontstaan. Het staat in uw regeerakkoord, en we weten al langer dan vandaag dat het feit dat iets in een regeerakkoord staat, voor u meteen elk verder debat overbodig maakt. Waarom? Daarom. En dat tot in den treure.

Maar bij heel wat mensen die dagelijks gebruikmaken van de lokale dienstverlening in de zeven beleidsdomeinen waarover de sectoren gaan, en ook bij de lokale actoren zelf, is er sterke beroering ontstaan. De wijzigingen leiden immers tot grote onzekerheid over de continuïteit, maar ook over de kwaliteit van de lokale voorzieningen en de dienstverlening. Maar dat raakt blijkbaar uw koude kleren niet.

Dat iets in het regeerakkoord staat, is blijkbaar ook een voldoende sterk argument om de parlementaire werkzaamheden en de behandeling in sneltreinvaart af te handelen. In het Bureau van dit parlement hebben we hoorzittingen afgedwongen. Veel collega’s kunnen getuigen dat deze hoorzittingen een hoop informatie opleverden waarover toch best even gereflecteerd wordt. Maar daar was spijtig genoeg geen mogelijkheid toe.

Minister, nog iets over de timing van het decreet. Onder andere professor De Rynck merkte terecht op dat vanuit het oogpunt van goed bestuur de regimewissel op Vlaams niveau wel erg snel gaat. Het systeem van de meerjarenplanning, dat gebaseerd is op de Vlaamse doelstellingen, is pas ingevoerd, laat staan dat het al zou geëvalueerd zijn, en het gaat alweer op de schop. Voor ons is dat een zoveelste bewijs dat deze regering er echt wel een broertje aan dood heeft om zich bij bestuurlijke hervormingen te baseren op bestuurlijke inzichten.

Maar we zijn het eens met het algemene principe dat de Vlaamse overheid moet zorgen voor voldoende basisfinanciering van onze steden en gemeenten. Blijft natuurlijk de vraag of de totaliteit van de middelen die op die manier naar de lokale besturen vloeien, voldoende is om te voorzien in een soliede basisfinanciering. Die vraag blijft voorlopig onbeantwoord, al was het maar omdat de discussie niet gevoerd wordt.

Uiteraard, collega’s, hebben wij een groot vertrouwen in onze lokale bestuurders. We kunnen ook een heel eind meegaan in de vaststelling dat veel zaken waarover binnen de voornoemde sectorale decreten nog altijd gerapporteerd moest worden, ondertussen tot de dagelijkse werking van een lokaal bestuur behoren en dat deze middelen beter ingebed worden in de basisfinanciering. Het was opnieuw professor De Rynck die tijdens de hoorzitting in de commissie Cultuur een interessant beeld ontwikkelde over de levenscyclus van decreten. Men evolueert van sterke sectorale sturing, met weinig lokale beleidsruimte, naar absolute vrijheid voor de lokale besturen. Maar het mag duidelijk zijn dat niet alle getroffen sectorale decreten zich in dezelfde leeftijds- en levenscyclus bevinden. Evenmin geldt dat de sectorale decreten bij alle lokale besturen op dezelfde manier zijn doorvertaald in het lokale beleid. Collega’s, dat bewijst dat er nood is aan nuance en verdieping van het debat. Maar ook daar heeft deze meerderheid geen tijd voor.

Het is verwonderlijk dat dit ontwerp van decreet helemaal geen aandacht heeft voor flankerende maatregelen bij de decentralisatie. De Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST) zegt: “Een minder sturende en controlerende Vlaamse overheid betekent niet per se dat er minder nood is aan minder centrale overheid. Wel aan een andere overheid, een overheid die minder controleert achteraf, maar meer ondersteunt vooraf op basis van lokale vragen.” Tijdens de hoorzitting kwam de vraag een paar keer terug naar de coachende rol van de Vlaamse overheid, ingepast in een Vlaamse beleidsvisie. Daarnet werd hier ook al een paar keer verwezen naar die monitoring, die coaching. Maar ik stel vast dat die Vlaamse beleidsvisie er nu niet is.

Ook het middenveld is bezorgd over de impact van deze decentralisatie zonder begeleidend kader, terecht. Vandaar hun steeds terugkerende vraag naar het behoud van de oormerking. Deze oormerking wordt immers gezien als het enige instrument om kwaliteitscontrole mogelijk te maken. Niet enkel om zeker te zijn dat de middelen worden besteed aan specifieke doelen, maar nog meer om zekerheid te verwerven dat ze goed besteed worden.

Helaas, minister, hoe de Vlaamse overheid die cultuuromslag zal maken, op welke manier de lokale besturen straks kunnen terugvallen op een coachende, meedenkende en oplossingsgerichte overheid om lokale vraagstukken op te lossen, daarover spreekt u in dit ontwerp van decreet met geen woord.

Waarover duidelijk ook geen visie bestaat, is hoe in het nieuwe ingekantelde landschap de participatie van de burger en het middenveld moet worden georganiseerd, en de manier waarop kan worden gegarandeerd dat maatschappelijk kwetsbare groepen blijvend kunnen participeren. Dat er in tijden van burgerinitiatieven ook op het lokale niveau moet worden nagedacht over vernieuwde vormen van participatie en dus ook over zin en onzin van de bestaande adviesraden, daar kan sp.a een heel eind in meegaan, maar dan wel binnen een duidelijk kader. Zolang Vlaanderen daar geen zin in heeft, vrezen we dat het amper te verantwoorden valt om bestaande systemen in vraag te stellen.

Jammer genoeg moeten we vaststellen dat Vlaanderen er blijkbaar niet rijp voor is. Als HART BOVEN HARD zelfs niet eens welkom is in het Vlaams Parlement, dan vraag ik me af waar we mee bezig zijn.

Mijnheer De Loor, ik vroeg me af waar dit zo lang bleef. We hebben samen in de commissie besloten wie we zouden uitnodigen voor de hoorzitting. Heel het middenveld is bevraagd. Noem me een sector die door ons niet is bevraagd, naar wie we hebben geluisterd. Noem me een sector.

Ik vermoed dat u steeds weer dezelfde beweging maakt, maar dat heeft andere motieven natuurlijk. Maar daarvoor dient een hoorzitting niet. Een hoorzitting dient om naar mensen te luisteren, vragen te stellen en dat mee te nemen naar een verdere bespreking. Dat u daar graag voor de zoveelste keer een show van maakt, is uw zaak. Maar daarvoor dient een hoorzitting niet.

Nogmaals, we hebben heel het middenveld bevraagd. Noem me een sector die we niet hebben bevraagd. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Meremans, blijkbaar vond een bepaalde commissie het niet de moeite om een hoorzitting te organiseren over ontwikkelingssamenwerking. De heer Caron en ikzelf hebben in de commissievergadering uitdrukkelijk voorgesteld om de VVSG en HART BOVEN HARD te horen, maar daarop is een no pasarán gekomen vanuit de meerderheid. Sta me toe dit ook nog te zeggen.

Mijnheer Meremans, waar dienen hoorzittingen voor? Inderdaad, niet om een show op te voeren, absoluut niet daarvoor, maar wel om over wat daar wordt gezegd, te reflecteren en uit te zoeken hoe we dit ontwerp van decreet verder kunnen aanpakken. Dat is net onze kritiek: dat alles in een sneltreinvaart door de commissie en door de plenaire vergadering moet worden gejaagd. Dat betreuren we ten stelligste.

De waarheid heeft zijn rechten. U zegt dat we bereid waren om de VVSG en HART BOVEN HARD te horen. We hebben voorgesteld om de VVSG te horen en dan bent u afgehaakt. U hebt gezegd: voor ons hoeft het niet meer. Het is dus heel duidelijk waar het u om te doen was, mijnheer De Loor. U moet hier dus geen fabeltjes komen vertellen.

Het was ons te doen om HART BOVEN HARD te horen.

Dan over de snelheid. In december hadden we het hierover in de commissie Cultuur en de commissie Binnenlands Bestuur. We hebben iedereen gehoord. Stel u voor dat we zouden zeggen: we gaan nog een beetje wachten en nadenken. Dan zou u hier staan en zeggen dat de regering besluiteloos is en geen beslissingen durft te nemen. Maar we hebben een regeerakkoord, we hebben geluisterd en we voeren uit. Dat is verantwoord politiek voeren. (Applaus bij de N-VA)

Jullie zien die hoorzittingen in het kader van dit ontwerp van decreet. Dat zien jullie niet als een meerwaarde en een opportuniteit om eruit te leren, als voortschrijdend inzicht. Neen, jullie zien dit puur als een noodzakelijk kwaad. Dat is een vaststelling die ik kan maken bij de behandeling van dit ontwerp van decreet.

De heer Ward Kennes (CD&V)

De manier waarop hier over hoorzittingen wordt gesproken, is echt karikaturaal. Er zijn weinig ontwerpen van decreet waarover in zoveel verschillende commissies zoveel hoorzittingen gebeuren. De verslagen zijn allemaal rondgedeeld, dus inzake het luisteren naar mensen met een verschillende invalshoek in verschillende disciplines is dit een model geweest.

Wat de sneltreinvaart betreft, die zie ik helemaal niet. Deze discussie is gestart in de vorige legislatuur. We hebben dan de planlasten gehad. We hebben een aantal stappen gezet. Het stond in het regeerakkoord. Wat er zo snel zou zijn gebeurd, zie ik niet. Dit is toch maar de gewone manier van werken. Eerst kwam het in de commissie. Er was een hele reeks hoorzittingen, meer dan gebruikelijk. En nu komt het in de plenaire vergadering. Ik vraag me af waar de sneltrein is.

Ten gronde vind ik het heel jammer voor burgemeesters zoals die van Leuven, Gent en Brugge om hier te horen hoe weinig vertrouwen er is in de lokale besturen. (Applaus bij de meerderheid)

Ik vind dat eigenlijk werkelijk die mensen onderuit halen. Ik vind het werkelijk pijnlijk dat er zo veel lokale bestuurders, ook van uw partij, hier allemaal een akte van onbekwaamheid krijgen. Ik vind dat heel pijnlijk. (Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Kennes, dat over die akte van onbekwaamheid, zijn uw woorden. Ik heb die nooit uitgesproken. Ik heb in mijn betoog zelfs gezegd dat we heel veel vertrouwen hebben in lokale bestuurders. (Rumoer bij de N-VA)

Ik heb dat gezegd, lees het verslag er maar op na!

En hoorzittingen dienen inderdaad, zoals u zegt, om te luisteren, maar ook om eens te reflecteren. En dat mis ik in heel dit debat. Er wordt geluisterd. U ziet die hoorzittingen als een noodzakelijk kwaad.

Maar ik doe een suggestie, leden van de meerderheid, een voorstel. Ik kijk even naar de minister en naar voorzitter van de commissie. Als het belangrijke ontwerp van decreet over het lokaal bestuur eraan komt, moeten we er misschien voor zorgen dat we aan het begin van de rit hoorzittingen organiseren. Misschien kunnen we dan alle actoren erbij betrekken in plaats van op het einde, als een schaamlapje. Ik stel voor om dat te doen vooraleer we van start gaan met de werkzaamheden. Ik hoop dat u die uitdaging aangaat.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik zal straks vooraan mijn mening over het ontwerp van decreet nog zeggen, maar ik wil toch even iets kwijt over het punt van de hoorzittingen. Er zijn heel wat voorstellen geweest in de commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media om middenveldorganisaties uit te nodigen. Er zijn er inderdaad een hele rist gehoord, de meeste sectoren waren daarin vertegenwoordigd. Ik wil u gewoon meegeven dat HART BOVEN HARD werden voorgesteld als spreker, net als de VVSG. Ze zijn alle twee gewoon geweigerd. Aan wie dat graag zou willen zien, kan u de correspondentie meegeven waarin de VVSG betreurt dat ze niet werd gehoord.

Wat de commissie Binnenlands Bestuur betreft, heb ik, net zoals collega De Loor, voorgesteld om de VVSG en HART BOVEN HARD te horen. Als de meerderheid, toch niet gespeend van enig cynisme, na twintig minuten discussie als compromis voorstelt om alleen de VVSG te horen, dan lacht ze met de oppositie.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Mevrouw Yamila Idrissi (sp·a)

Voorzitter, ik hoor zojuist collega Meremans zeggen dat, hadden we het uitgesteld, deze regering besluiteloos zou overkomen, of dat dat de repliek van de oppositie zou zijn.

Veertien organisaties uit het middenveld hebben gezamenlijk een brief geschreven bij de laatste reeks vragen, met het verzoek om het ontwerp van decreet alstublieft uit te stellen omdat het niet klaar is. En als een professor zegt dat dit ontwerp van decreet eigenlijk voor de prullenmand is, dat het niet klaar is om goedgekeurd te worden, dan luistert u daar toch naar?

Mijnheer Meremans, u zei dat u hebt geluisterd en dat u hebt gedebatteerd. Ik voeg daaraan toe dat u alle aangehaalde argumenten verticaal geklasseerd hebt. U hebt er niets mee gedaan. De enige vraag die op de lippen van heel veel organisaties lag, was wat u zou doen om tegen te gaan dat bibliotheken zouden sluiten en om tegen te gaan dat culturele centra zouden sluiten. Op die vraag is er geen antwoord gekomen.

Het gaat over een deel van de organisaties die niet akkoord gaan, want op de hoorzitting was er ook een die het een prima idee vond, maar daar zwijgt de oppositie natuurlijk over. Mevrouw Idrissi, dat is politiek voeren. Je kunt luisteren naar organisaties die kritiek en bezorgdheden hebben, maar wij zijn gekozen om beslissingen door te voeren, en we zullen ook verantwoording afleggen aan de kiezer, want die heeft het laatste woord. Het is nog steeds de politiek die het primaat heeft en niet iemand anders. Dat wil ik even duidelijk stellen.

U zegt dat we alles in de prullenmand hebben gegooid. Ik ben het daarmee niet eens. We hebben geluisterd en we nemen de bezorgdheden mee. Dat is een groot verschil in plaats van te zeggen: “Oei, ik ga geen politiek voeren, want er is iemand die niet akkoord gaat.”

En dan de bibliotheken. In mijn eigen stad zijn er – ook met sp.a – een aantal filialen gesloten. Dat klopt, maar u mag nu komen kijken naar het aantal bezoekers. Zeggen dat het sluiten van bibliotheken een rechtstreeks gevolg is van wat we nu gaan beslissen, is gewoon niet correct. Het is een beslissing van de colleges van burgemeester en schepenen en van de gemeentebesturen vanaf 2013. Het heeft rechtstreeks niets met dit te maken.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

We hebben dit debat zeer uitgebreid in de commissie gevoerd, maar ik wil het hier absoluut nog eens overdoen. Geen probleem. Mijn collega’s zeggen neen, maar ik denk dat het een democratisch recht is om dat wel te doen.

Heel veel mensen hebben professor De Rynck geciteerd, weliswaar selectief, maar ik kan dat ook doen. Ik ga dus ook heel selectief professor De Rynck citeren, die in de hoorzitting van de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media heel mooi heeft gezegd: “De professionelen van de bibliotheek, het cultureel centrum in de gemeente waren meer met Brussel bezig dan met elkaar.” Een goede professor. Dat betekent eigenlijk dat hij ook wel voorstander is van het afschaffen van de planlast, wat de bedoeling is van dit ontwerp van decreet.

Voorzitter, ik ga me niet moeien met de regeling van de werkzaamheden van dit parlement. Ik heb het ontwerp van decreet ingediend in het parlement. Het is nooit geagendeerd in de commissie, maar besproken op het Bureau. Daar is in unanimiteit, over alle partijgrenzen heen, beslist om een hoorzitting te houden in de Commissie voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media en advies te vragen aan de andere commissies. Dat is ook zo gebeurd. Mijnheer De Loor, u zegt dat u als oppositie ons die hoorzittingen door de strot hebt geramd, maar zonder onze steun had u niet eens die hoorzittingen gehad. Wij hebben ze gesteund omdat we ze terecht vonden. Als we ze niet hadden gewild en niet nuttig hadden gevonden, dan hadden we er ook niet mee ingestemd. Afspraken in het Bureau zijn afspraken. We hebben er ons allemaal aan gehouden. We hebben in de commissie ook onze tijd genomen om dit ontwerp van decreet te bespreken. Ofwel maak je afspraken, ofwel niet, maar ons nu hier als meerderheid komen beschuldigen van door de strot rammen en ingaan tegen afspraken, dat is niet correct. (Applaus bij de meerderheid)    

Minister, ik zeg dat dit ontwerp van decreet er in een sneltreinvaart, zowel in de commissie als in de plenaire vergadering, moet worden doorgejaagd. Ik zou u ook willen vragen om eens na te denken over het voorstel dat ik daarnet heb gedaan in het kader van het decreet Lokaal Bestuur om de hoorzittingen niet op het einde maar in het begin te programmeren. Het zou een veel betere zaak zijn, ook voor de kwaliteit van het ontwerp van decreet. Dan zou er niet, zoals mevrouw Idrissi zei, door externen en door professoren moeten worden gezegd dat het in feite een vodje papier is.

Collega’s van de meerderheid, alle mooie woorden over het versterken van de basisfinanciering van lokale besturen en het geven van vertrouwen en verantwoordelijkheid aan deze lokale bestuurders, zijn uiteindelijk niets meer dan een rookgordijn om jullie ware bedoelingen te camoufleren. Jullie willen besparen. Ik ben tevreden dat collega Meremans daarnet het zelf heeft toegegeven. Het was trouwens de eerste keer. Besparen op de kap van de lokale overheden en op deze van cultuur, jeugd, sport, integratiebeleid, kinderarmoede, ontwikkelingssamenwerking en flankerend onderwijsbeleid.

En we blijven vinden dat u toch nogal licht gaat over de besparingen die u de lokale besturen en de opgesomde sectoren in de maag hebt gesplitst. Ik geef een voorbeeld. In 2014 werd nog 137 miljoen euro verdeeld via de sectorale subsidiestromen. Met een gemiddelde jaarlijkse indexering van 2 procent zou dat bedrag in 2019 zijn opgelopen tot 151 miljoen euro. Met dit ontwerp van decreet wordt niet enkel een besparing van 2015 structureel verankerd, er komt ook geen indexering meer. Een kleine rekensom leert dat over de hele legislatuur de lokale besturen op die manier 77 miljoen inleveren. Mijnheer Meremans, ik ben blij dat u daarnet hebt toegegeven dat er niet zou worden bespaard op cultuur, jeugd, sport, integratiebeleid, kinderarmoede en flankerend onderwijsbeleid.

Mijnheer De Loor, ik wil uw enthousiasme en uw dag niet vergallen. Ik heb niet gezegd dat de gemeenten nu moeten gaan besparen, ik heb wel gezegd dat ze al aan het besparen zijn sinds 2013. Wat voor een oen moet je als gemeentelijk uitvoerend mandataris zijn om niet te besparen en de factuur te laten oplopen om ze vervolgens door te rekenen aan de burgers via belastingen. Dat vind ik niet correct. Doet u dat in Zottegem? Ik zou dat toch niet doen.

Professor De Rynck is al een aantal keren genoemd. Ik was niet van plan om hem te noemen maar ik kan nu evengoed meegaan in de flow. Professor De Rynck heeft er ook op gewezen dat er soms wordt gezegd dat de subsidie van de overheid een hefboom was. Maar er is geen verschil in geld want het bedrag gaat gewoon naar het Gemeentefonds. De hefboomfunctie werkt niet meer, ze is voorbijgestreefd. Dat heeft professor De Rynck ook gezegd tijdens de hoorzitting. Ik geef het u mee voor het geval u het vergeten zou zijn.

Ik heb in de commissie ook heel eerlijk, en dat hoort ook zo, op de vraag van de heer Caron geantwoord. Hij vroeg me of hierop bespaard is. Ja dus. U hebt het over 137 miljoen euro maar het was 138 miljoen euro. Nu wordt per 1 januari 2016 130 miljoen euro ingekanteld van die zeven sectorale subsidiestromen in het Gemeentefonds. Maar die besparing was al voor die oefening gebeurd, dus deze oefening is totaal geen besparingsoefening want de functioneel bevoegde ministers hadden die kleine besparing ook doorgevoerd zonder dat er een inkanteling was van die subsidiestromen in het Gemeentefonds.

De waarheid heeft haar rechten: op kinderarmoede en integratie is geen euro bespaard. U hebt dat perfect in de tabellen kunnen zien, en dat is ook meermaals in de commissie gezegd.

U doet nu alsof die 130 miljoen euro voor de zeven bevoegdheden de middelen zijn die alle 308 lokale besturen samen krijgen in Vlaanderen. In die 130 miljoen euro zit 15 à 16 miljoen euro voor sport, terwijl de lokale besturen eigenlijk zelf 250 à 260 miljoen euro investeren in sport. En dat geldt voor elke bevoegdheid. U moet hier dus niet de indruk wekken dat dit alle middelen zijn die de lokale besturen spenderen aan die bevoegdheden want dat klopt absoluut niet.

Mijnheer Meremans, u hebt verwezen naar professor De Rycnk en de hefboom, ik heb verwezen naar de levenscyclus van decreten. Sommige zijn aan het begin van hun leven, andere aan het einde.

Minister, mijnheer Meremans, u hoeft echt geen rekenwonder te zijn om te zien en kort uit te rekenen wat een besparing dit betekent voor de lokale besturen maar ook voor die verschillende sectoren. Ik hoop dat ik me vergis dat deze Vlaamse Regering geen impulsen meer zal geven of lokale besturen niet meer als partners zal zien om vernieuwende zaken te doen, om innovatief te zijn.

Minister, in de commissie heb ik een voorbeeld gegeven rond het decreet Sport voor Allen van toenmalig minister Bert Anciaux. Hij heeft ervoor gezorgd dat er een kwalitatieve begeleiding van de jeugdsport kwam. Zou dat daar geweest zijn zonder dat decreet Sport voor Allen, zonder die impulsen? Daar heb ik sterke vragen bij. Maar dat zullen we nu waarschijnlijk missen. Dat is de bekommernis die ik daarover wilde uiten.

Ik begrijp dat het voor u en uw partij en als oppositie natuurlijk leuk is om te blijven doorgaan op een bedrag van 8 miljoen euro. We hebben dat in de commissie ook gedaan. Maar wat u natuurlijk heel selectief vergeet te vermelden – en dat begrijp ik ook vanuit uw positie – is welke baten daarmee gepaard gaan voor de lokale besturen. Alle administratieve rompslomp verdwijnt. De oormerking verdwijnt en de planlast wordt veel minder. Alle sportfunctionarissen in de lokale besturen klagen steen en been over het feit dat ze voor elke euro die ze willen aanvragen, honderd papieren moeten invullen en dat ze zo veel ambtenaren moeten inzetten om die papieren in te vullen.

Als u ook een beetje intellectueel zou willen redeneren, zou u kunnen zeggen dat al die ambtenaren die zich niet meer moeten bezighouden met de paperassen, zich misschien ook nuttig zouden kunnen maken in een ander domein, bijvoorbeeld in een zwembad, Sport voor Allen, in een gemeente enzovoort.

Mijnheer De Loor, laten we alsjeblieft stoppen over die 8 miljoen euro. U maakt een karikatuur van een oefening die zeer goed is voor lokale besturen. U en uw partij kunnen geen vertrouwen hebben in de lokale besturen, maar de meerderheid en ik hebben dat wel. (Applaus bij de N-VA)

Wel, minister, ik zal het dan nog een keer zeggen: wij hebben wél vertrouwen in lokale besturen. Ik heb het daarnet gezegd. U neemt altijd een extreem voorbeeld. Alleen heb ik ook gezegd dat sommige sectorsubsidies wel rijp zijn om in te kantelen, maar andere  niet. Maar die nuance, die diepgang wordt hier totaal niet gemaakt. Dat is net het probleem. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Mijnheer Van Dijck, misschien zou het goed geweest zijn indien we verder hadden kunnen reflecteren over wat er met de verschillende sectoren binnen de hoorzittingen is aangekaart. Die kans blijft nu dus onbenut.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer De Loor, u hebt daarnet iets heel interessant aangehaald. U zegt dat het voor het ene wel kan en voor het andere niet. Kunt u dat verduidelijken, alstublieft? Voor welke zou het wel kunnen en voor welke niet?

Mijnheer Van Dijck, dat heb ik gezegd in het begin van mijn betoog. Ik zal het nog eens herhalen.  (Opmerkingen)

Tijdens de hoorzitting in de commissie Cultuur is het idee van professor De Rynck gelanceerd over de levenscyclus van decreten. Sommige sectorsubsidies zijn al rijp voor een inkanteling, andere zijn dat misschien nog niet. Op basis van de hoorzittingen kon daarin nuance worden gelegd. Die kans laten we nu verloren gaan omdat alles snel moet worden afgehandeld. Dat is mijn pleidooi, mijnheer Van Dijck.

Ik zal het verslag nalezen, want ik heb nog altijd geen voorbeelden gehoord van welke sectoren wel en welke niet.

Maar die kans hebben we gemist. Die kans hebben we gemist!

De heer Bart Caron (Groen)

Ik wil nu al een punt aanhalen dat ik dan straks vooraan niet meer hoef te herhalen.

Collega’s, ik wil jullie een merkwaardig dilemma voorleggen. Ik durf te zeggen dat ik de geschiedenis van die vele lokale decreten goed ken en van dichtbij heb meegemaakt. In de loop van mijn politieke carrière heb ik mij heel vaak geërgerd aan de controlitis van de Vlaamse overheid. (Opmerkingen)

Weet u, ik heb geprobeerd, bijvoorbeeld als adviseur van de minister, in decreten te schrijven dat er geen bewijsstukken moesten worden opgestuurd voor een bepaalde subsidie en dat er op basis van vertrouwen tussen de Vlaamse overheid en de lokale besturen kon worden gewerkt voor de subsidie van bibliotheken of sport. Het is door de eigen diensten van de Vlaamse overheid, door de Inspectie Financiën of door het Rekenhof altijd teruggefloten. Er is in de Vlaamse overheid een cultuur van controlitis. Als ze met zeventien zijn, zijn er zestien controleur van elkaar. Alleen de laatste in de rij wordt niet gecontroleerd. Ik neem aan dat dat dan de kabinetschef of zoiets is. (Opmerkingen. Gelach)

Dat laatste is een grapje.

Ik bedoel hiermee dat de controlitis in de Vlaamse overheid ingebakken zit.

Minister, u moet maar eens proberen een subsidie uit te betalen. U moet eens tellen hoeveel sluizen er zijn en hoeveel digitale of letterlijke parafen moeten worden gezet om 1 euro van punt A naar punt B te verplaatsen.

Die cultuur heeft ertoe geleid dat de beeldvorming over goedbedoelde decreten is verziekt door de eigen diensten van de Vlaamse overheid die de controlitis in de praktijk hebben gebracht. Dit heeft heel de inkanteling versneld. Het is wat sneller dan verwacht gebeurd. Eigenlijk zou dit iets voor de volgende legislatuur moeten zijn. We hebben de beleids- en beheerscyclus (BBC) uitgewerkt. De concrete regels zijn verwijderd en in het strategisch beleidsplan blijven enkel de prioriteiten over.

Het toppunt van de controlitis is het Agentschap voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie (Bloso). Het Bloso subsidieert 7 procent van de gemeentelijke uitgaven voor het sportbeleid. Het pak papier, de bewijslast, de inspecties en de controles zijn totaal onevenredig. Er zitten nog enkele voormalige ministers van Sport in dit halfrond. Zij weten heel goed dat de beleidseffecten, hoe goedbedoeld ze ook waren, door die controlitis zijn ondergesneeuwd.

Dat is het dilemma. De Vlaamse overheid doet dit nu omdat haar eigen diensten gedurende vele jaren de lokale besturen in Vlaanderen niet hebben vertrouwd. Nu evolueren we. We trekken alles weg en er komt een inkanteling in het Gemeentefonds. Daar zijn we dan tenminste van af. Als we de voorbije vijftien jaar een groeiende mentaliteit hadden gekend en als we vertrouwen in de lokale besturen hadden gesteld, hadden we dit debat nu niet hoeven te voeren. (Applaus bij Groen en de meerderheid)

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, ik wil nog even op de interessante vraag van de heer Van Dijck inpikken. Welke sectorale subsidies kunnen volgens sp.a nu al worden ingekanteld? Ik wil hier een reflectie aan koppelen. Ik heb vernomen dat een gewezen minister van Onderwijs die nu in de Brusselse Hoofdstedelijke Regering een ministerportefeuille bekleedt, de Vlaamse Gemeenschap heeft gevraagd om de sectorale subsidies voor cultuur, jeugd en sport in de algemene dotatie aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) in te kantelen. Wat is het standpunt van sp.a?

Mijnheer Poschet, ik verwijs nogmaals naar de gemiste kans. Met de hoorzittingen hebben we veel laten liggen. We hadden daar veel meer mee kunnen doen. Aangezien ze pas op het einde zijn gekomen, kan die vraag spijtig genoeg niet meer in het ontwerp van decreet worden geïntegreerd.

Mijnheer Caron, u hebt de sector daarnet al aangehaald. De meerderheid doet nu alsof de hoorzittingen schitterend zijn verlopen. We hebben hier echter te weinig mee kunnen doen. Daar zijn alle leden van de meerderheidsfracties mee schuldig aan.

Het zal niemand verbazen dat mijn fractie dit ontwerp van decreet niet zal goedkeuren. (Rumoer)

Het decreet voorziet niet in flankerende maatregelen waarbij een coachende Vlaamse overheid de lokale besturen bijstaat. We gaan niet akkoord met het vals beeld dat door deze sectorale middelen niet langer te oormerken een oplossing ten gronde voor het probleem van de structurele onderfinanciering van de lokale besturen zou worden geboden. Deze oefening is niet meer dan een Vlaamse besparingsoperatie op de kap van diezelfde lokale besturen en van het middenveld. Er schort juridisch nog een en ander aan dit ontwerp van decreet. De toegang tot de collectieve voorzieningen voor informatie, cultuur, jeugd, sport en dergelijke vormt een basisrecht. Dit recht komt nu, zoals HART BOVEN HARD het terecht heeft verwoord, op de helling te staan. De verschillen tussen de betrokken, gedreven gemeenten en de andere gemeenten en tussen de arme en de rijke gemeenten zullen met dit ontwerp van decreet nog verder groeien.

Sp.a is bereid om, samen met de meerderheid en met de betrokken actoren, eerst deze vragen en obstakels uit te klaren. Zolang dit niet is gebeurd, zal of kan sp.a dit ontwerp van decreet niet goedkeuren.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer De Loor, hoorzittingen kunnen zeer nuttig zijn, kunnen altijd iets bijbrengen. Zolang ik hier zit, is het echter de eerste keer dat een lid van het parlement zegt dat we geen idee hadden wat we gingen doen, dat we alleen door een hoorzitting kansen hebben gemist. Ik had gehoopt dat u op zijn minst binnen de fractie zelf al eens zou hebben nagedacht, voor u bepaalde verklaringen aflegt, over wat daaronder zou kunnen vallen. Welke sectorsubsidies zijn rijp daarvoor? We krijgen dat dus niet te horen, en dat vind ik zeer vreemd. Ik vind het vreemd dat een lid van de wetgevende macht zegt dat men eigenlijk niet zonder kan. Het is altijd nuttig om extra inspiratie te krijgen, maar als u zelf die oefening nog niet voor uzelf hebt gemaakt, dan vind ik niet dat u kunt vasthouden aan die bewering.

Mijnheer Diependaele, ik vind dat het nemen van een omweg om uw eigen verantwoordelijkheid van u af te schuiven. (Opmerkingen)

Jullie hebben dit ontwerp van decreet er per se met een sneltreinvaart willen doorhalen, en nu schuift u de verantwoordelijkheid van u af. Dat is echt betreurenswaardig.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Dat is nu echt wel helemaal van de pot gerukt. Wij maken net wel keuzes. U schuift die voor u uit, op basis van een bepaling waarvan niemand eigenlijk weet wat ze nu juist betekent. We hebben een kans gemist door een hoorzitting die we hebben gemist, maar blijkbaar hebben u en uw fractie er totaal geen idee van waar u heen wilt.

We hebben die hoorzitting niet gemist!

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Wij weten wel waarheen we willen en we hebben die verantwoordelijk ook opgenomen in dit ontwerp van decreet. Dat is het grote verschil. (Applaus bij de N-VA)

Ik vind het een beetje flauw dat u nu die verantwoordelijkheid van u afschuift. Er zijn hoorzittingen geweest en die hebben heel wat materiaal opgeleverd. Daar is al een paar keer uit geciteerd, door leden van de meerderheid en leden van de oppositie. Alleen wordt er met dat materiaal verder niets gedaan. Dat is te betreuren. (Opmerkingen)

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Collega De Loor, u had zichzelf heel wat minder belachelijk kunnen maken als u maar één voorbeeld van een sector had kunnen geven.

Collega Caron heeft daarnet een voorbeeld gegeven.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

De heer Caron heeft geen voorbeeld gegeven. Als u om een voorbeeld te moeten geven, nog naar een andere fractie moet verwijzen, dan is dat helemaal flauw.

Er zit heel veel eten en drinken in wat er uit die hoorzittingen is gekomen. Die inkanteling kan perfect in het kader van een aantal sectoren. Ik heb er daarnet in mijn betoog naar verwezen. Andere zijn daar echter nog niet rijp voor, en dat is het idee van professor De Rynck over die levenscyclus van decreten. Dat leggen jullie echter gewoon naast jullie neer, omdat jullie dit per se behandeld willen zien en het nu nog door de commissies en vandaag door de plenaire vergadering willen krijgen. Ik nodig u echter uit om dat debat ten gronde en inhoudelijk te voeren. Daar wordt echter niet op ingegaan.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, collega De Loor is zelden zo door de mand gevallen als vandaag. Opnieuw is hij begonnen met het vermengen van besparen met het hele debat van het inkantelen van de stroom. We hebben in de commissie duidelijk uitgelegd dat dit iets heel anders is dan de besparingsoperatie. Als drie collega’s hem echter vragen een voorbeeld te geven, dan blijkt dat hij daar niet over heeft nagedacht, dat zijn fractie daar geen standpunt over heeft ingenomen, dat hij tijdens de hoorzittingen die vragen blijkbaar niet heeft gesteld en daar niets uit heeft geleerd op dat punt, en dat hij een andere fractie moet inroepen om naar iets te verwijzen. Ik vind het heel jammer. We hebben echt grondig nagedacht over deze zaken. Al onze partijen hebben intern die discussies gevoerd met hun lokale mandatarissen, met hun studiediensten. Dat is met de VVSG besproken. Dat is op heel veel plaatsen aan bod gekomen. Op tientallen plaatsen in Vlaanderen hebben mensen daarover ideeën gevormd. Wel, ik denk dat dit debat rijp is om te worden beslecht.

Nu wordt gevraagd dat de Vlaamse overheid zou blijven controleren. Dan vraag ik me af waarom er lokale adviesraden zijn, waarom er lokale verenigingen zijn, waarom er lokale gemeenteraden zijn, waarom er lokale afdelingen van HART BOVEN HARD zijn en waarom er lokaal mensen zijn die als levende kracht in hun maatschappij dat debat voeren. Die controle is perfect mogelijk. In een democratie ís die er. Men heeft de Vlaamse overheid dus niet nodig, noch als betuttelende overheid, noch als degene die de handjes vasthoudt, noch als coachende overheid. Lokaal kunnen we dat allemaal perfect aan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Durnez heeft het woord.

De heer Jan Durnez (CD&V)

Voorzitter, het is een meer dan boeiend debat. Ik wil er echter eentje meegeven waarover we misschien de komende jaren mogen nadenken. Er is er één ingekanteld die daar misschien nog niet rijp voor was, waarbij maar 35 gemeenten waren betrokken. Dat is het flankerend onderwijsbeleid. In deze cyclus heb ik er geen bezwaar tegen, maar misschien moet men dat in de toekomst, na 2017, toch nog eens van naderbij bekijken.

De voorzitter

De heer Van Campenhout heeft het woord.

De heer Ludo Van Campenhout (N-VA)

Ik begrijp het wantrouwen van de heer De Loor in de lokale besturen niet, Oostende, Gent, Leuven, en zeker een stad als Mechelen. U hebt in het bijzonder verwezen naar arme en bescheiden gemeenten. In Antwerpen is dat allemaal ingekanteld. Ik kan u zeggen dat mijn collega schepenen van Cultuur en Jeugd en ikzelf heel gelukkig zijn dat er niet bespaard wordt op sport, cultuur en jeugd. Integendeel, er wordt meer in geïnvesteerd, en autonomer. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer De Loor, je kunt het de collega’s hier niet kwalijk nemen, als u zelf zegt op dit spreekgestoelte “ik zou een aantal voorbeelden kunnen geven die voor onze fractie kunnen” en vervolgens er geen enkel kunt aanhalen. U hebt dat hier letterlijk gezegd.

Dat heb ik niet letterlijk gezegd.

Mijnheer De Loor, dan moet u het verslag nog eens nalezen, maar dat hebt u wel letterlijk gezegd.

Hebben wij rekening gehouden met die hoorzittingen? Ja. U zegt hier op het spreekgestoelte dat er hoorzittingen zijn georganiseerd die allemaal een maat voor niets waren. Dat is niet waar. Van mijn toelichting tijdens de commissie hebt u geen woord gehoord, geen woord. U hebt daarna een tiental bladzijden gewoon afgelezen waaruit bleek dat u gewoon niet geluisterd had naar mijn toelichting. Waar hebben we bijvoorbeeld rekening mee gehouden? Ik geef een paar voorbeelden. Ik heb ze allemaal opgesomd in de commissie, ik ga ze nu niet allemaal herhalen. Een voorbeeld is de monitoring en ook via het programma Vlaanderen Radicaal Digitaal gaan we erin voorzien dat er voor bepaalde subsidies nog een monitoring kan komen. Is dat hetzelfde als een oormerking? Neen want dan verhoogt de planlast. Dat is absoluut niet goed, dat gaan we niet doen. Wat ook heel duidelijk is gebleken tijdens mijn toelichting, mijnheer De Loor, maar u was op dat moment Oost-Indisch doof heb ik de indruk, is dat ik heel duidelijk heb gezegd dat we evolueren van een controlerende Vlaamse overheid naar een ondersteunende overheid. U zegt hier nu vijf keer op het spreekgestoelte hetzelfde wat u in de commissie hebt gezegd, namelijk: je moet naar een ondersteunende overheid gaan want dat is uit de hoorzittingen gebleken. Ik wil nog eens vijf keer herhalen wat ik in de commissie ook heb gezegd, maar u hebt geen woord gehoord van mijn toelichting. Dan is het natuurlijk heel moeilijk om nog mee te zijn in het debat.

Voorzitter, ik ga afronden. Ik, en ik hoop ook veel mensen hier aanwezig, heb absoluut vertrouwen in de lokale besturen. Ik ben er ook van overtuigd dat, als lokale politici menen andere keuzes te moeten maken en het geld gebruiken voor andere zaken dan waar het eigenlijk oorspronkelijk voor bedoeld is, de kiezer hen dan wel zal afstraffen of belonen. Ik denk dat iedereen hier die verantwoordelijkheid wil nemen. Ik stel alleen vast dat sp.a daar redelijk veel schrik van heeft. (Applaus bij de N-VA)

Ik zal nog eens starten met te zeggen dat wij heel veel vertrouwen hebben in lokale besturen. Ik heb dat nu al een paar keer gezegd. Ook wij hebben in de vorige legislatuur meegewerkt aan het decreet op de planlastvermindering. Ook daar hebben we altijd gezegd dat we moeten zorgen dat we het kind niet met het badwater weggooien.

Minister, u zegt dat ik niet heb geluisterd naar uw toelichting want ik kom op een aantal zaken terug. Ik moet er ook aan toevoegen dat u specialist bent in het ontwijken van vragen en ervoor zorgen dat er geen antwoord komt op de vragen. Ik heb het daarnet nog gemerkt, minister, tijdens de actuele vragen. U hebt gezegd: wij hebben al een uitvoerig debat gehad over de conceptnota over de inkanteling OCMW’s in de gemeenten, terwijl dat dat niet het geval is. U hebt de toelichting gegeven en er zijn hoorzittingen geweest. Maar blijkbaar hebt u een andere definitie van een debat.

Collega Kennes, ik nodig u uit om het debat ten gronde te voeren, dat is het pleidooi dat ik hier heb gehouden, en ook om er niet alles in sneltreinvaart door te jagen. Laat ons dat debat ten gronde voeren, op basis van onze eigen reflecties, op basis van de input van de hoorzittingen.

Ik nodig u uit, collega Kennes, om er het verslag van de commissie eens op na te lezen over die verschillende sectorsubsidies. Toen heb ik ook de vraag gesteld, maar ik heb er ook geen antwoord op gekregen, waarom er nu bewust voor wordt gekozen om die zeven sectorsubsidies te integreren in het Gemeentefonds, terwijl dat dat voor 59 andere subsidies, die perfect te traceren zijn, niet het geval is. Ook daar, minister, heb ik geen antwoord op gekregen in de commissie. Het is een gemiste kans.

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Voorzitter, dames van de regering, collega’s, ik ben heel blij met het betoog van de heer De Loor. Hij is erin geslaagd spanning te krijgen in dit debat. Daardoor heeft hij ook duidelijk gemaakt waar zijn partij en fractie voor staan. Hij heeft de maatschappelijke keuze waar we voor staan, scherp gesteld. Het is belangrijk dat we dat hier af en toe doen. Zo beseffen we dat onze keuzes geen technische keuzes zijn, maar politieke.

Ik kom zo dadelijk terug op de heer De Loor, maar ik wou ook het woord nemen omdat dit een historisch moment is in Vlaanderen. Ik hoop dat het een kantelmoment is, een historisch moment waarbij Vlaanderen door dit goed te keuren, bewijst dat het een democratie is die op rijpheid aan het komen is.

Wat is de geschiedenis van dit parlement? Van dit beleidsniveau? Dit niveau is gegroeid doorheen een aantal staatshervormingen. We zijn begonnen in 1980 en zitten nu aan de zesde. (Opmerkingen)

Of we zijn begonnen in 1970, dan 1980, 1988 enzovoort. Nog in 1993 en daar ben ik de draad kwijt. (Opmerkingen)

1991,1993 en vandaag. Voilà, we zijn rond.

Bij elk van die staatshervormingen zijn er bevoegdheden overgedragen van het federale naar het Vlaamse niveau. Wat heeft Vlaanderen elke keer opnieuw gedaan? En dat is typisch voor een beleidsniveau dat nieuwe bevoegdheden krijgt: het heeft die tot zich genomen en die taak heel serieus genomen. Vlaanderen wou het op zijn manier doen. De regels die er vroeger waren, deugden natuurlijk niet. Vlaanderen ging een administratie creëren en zelf regels maken. Het idee was: wat we zelf doen, doen we beter, en we gaan dat grondig doen.

Daardoor is er door de jaren een overmaat aan regels ontstaan. Vlaanderen heeft intussen de traditie – ik zeg het met alle respect, het is een verantwoordelijkheid van alle politici – van centralistisch te besturen. Dat is niet abnormaal, dat is kenmerkend voor elk nieuw en jong bestuursniveau. Dat wil zichzelf bewijzen. De gevolgen zien we ten aanzien van de lokale besturen. De Vlaamse lokale besturen beslissen maar over 6 procent van het bnp, het Europese gemiddelde is het dubbele.

Ze beslissen niet alleen over een beperkt aantal middelen; waar ze bevoegd zijn, zijn er ook nog eens tal van regels voor controle, opvolging en begeleiding. Ik heb enige ervaring, inderdaad mijnheer Caron, ik ben al vijftien jaar burgemeester, en wat zien we nu? Nu zien we een omslag, en dat is het bewijs van het volwassen worden van Vlaanderen.

Vlaanderen is op een punt gekomen dat het zich niet langer als Jakobijnen kan opstellen tegenover de lokale besturen. Het wil de lokale democratie ernstig nemen, de lokale besturen de vrijheid geven. Vlaanderen wil niet langer paternalistisch denken en kijken naar de lokale besturen. Dat is de realiteit. (Applaus bij de meerderheid en de heer Bart Caron)

Het verhaal van HART BOVEN HARD en hoorzittingen is een triestig mistgordijn dat een fundamenteel wantrouwen van de socialistische fractie in de lokale democratie moet verbergen. (Applaus bij de meerderheid)

Een fundamenteel wantrouwen!

Een wantrouwen, en dat is een troost voor mij, mijnheer Vandenbroucke, dat gelukkig niet gedeeld wordt door alle socialisten. (Applaus. Gelach)

En ik heb het niet over de heer Bertels. Ik heb het nu wel over uw burgemeesters. Ik zou de heer De Loor eens graag oog in oog zien met de heer Tobback! (Applaus. Gelach)

Met de heer Termont! Met de heer Landuyt! (Applaus)

Ik zou eens willen weten wat zij ervan vinden dat hun partij hun verbiedt om op een volwassen manier de middelen die ze hebben, uit te geven, te besteden en daar keuzes in te maken. Dat is de fundamentele problematiek die hier op tafel ligt. Dat is de vraag: vertrouwt u die lokale democratie of niet? Dat heb ik de heer De Loor de hele tijd horen zeggen. Ik heb hem eigenlijk Stalin horen parafraseren: vertrouwen is goed, maar controle is beter. (Hilariteit)

Ik ben bereid – ik durf het niet goed publiek te doen – om in een besloten vergadering toelichting te geven bij wat er in de praktijk gebeurt met al die rapporten, wat er op de gemeentehuizen in Vlaanderen met al die opvolgingsrapporten gebeurt. Ik doe een appel aan al mijn collega-burgemeesters en schepenen, over alle fracties heen. Ik heb die stapel ooit op mijn bureau gelegd. Dat was zó een stapel. Wie die leest, hoe grondig die gelezen wordt, wat men daarmee doet, hoe men daar in vergaderingen met ambtenaren over nadenkt, hoe men dat in schepencolleges leest, daarmee werkt, daarop terugblikt…Als er begrotingen worden opgemaakt, zegt men: verdorie, pagina 24 van dat rapport, dat moeten wij hier toepassen. Dat is planeconomie. (Gelach. Applaus)

Stop daarmee! Houd daarmee op! Heb vertrouwen in de lokale besturen! Daar zit uw kracht.

De heer De Loor heeft daarnet gevraagd waar de participatie georganiseerd wordt. Die wordt natuurlijk lokaal georganiseerd, in de cultuursector. Zijn wij hier in staat maatwerk te doen? Kunnen wij de grote, wonderbaarlijke stad Antwerpen – na New York de belangrijkste stad ter wereld, en over New York kun je discussiëren – behandelen als Mechelen, of als Lier, of als Dessel, of als Puurs? Het culturele veld in al die verschillende steden en gemeenten is verschillend. Als er participatie georganiseerd moet worden, als er dialoog moet zijn, dan moet die lokaal georganiseerd worden. Lokaal praat een schepen van Cultuur met elke culturele vereniging Hij kent die. Hij kent de noden. Hij heeft een kijk op wat die mensen nodig hebben. Je moet dat lokaal uitbouwen en organiseren. Dat is de essentie van vertrouwen in lokale democratie. Het was het grote probleem van Vlaanderen de voorbije jaren. Ik hoop dat we daarvan genezen zijn.

Ik heb in Leuven een eed gezworen aan Louis Tobback, aan Renaat Landuyt, aan collega Termont en aan de collega van Antwerpen – het was de schepen van Cultuur, want De Wever kon er niet zijn, die had het te druk. We zijn met de vijf cultuursteden samengekomen en hebben gezegd: als we in het Vlaams Parlement zitten, gaan we opkomen voor de belangen van die lokale besturen en gaan we proberen het parlement en de regering ervan te overtuigen dat er niet twee soorten democratie zijn, dat de lokale democratie geen tweedeklassedemocratie is. Het omgekeerde is waar: als de democratie ergens levend en sterk is, als er ergens participatie is, als er ergens vertrouwen is in de politiek, dan is het lokaal. Het voorstel dat hier voorligt, is de historische ommekeer. Het staat haaks op het verleden dat de heer De Loor hier heeft geschetst.

Er is hier ook gesproken over professor Krik, Krak, Drink, Huppeldepup – vele waardevolle professoren. Wij moeten naar hen luisteren, want we kunnen ervan leren. Maar ik heb altijd geleerd, ook van onze socialistische vrienden, dat ervaringsdeskundigen heel belangrijke personen zijn. De professoren van het leven zijn in dit dossier de burgemeesters en de schepenen. Als er één voordeel is aan de cumul, groene vrienden, dan is het dat zij hier massaal aanwezig zijn, en dat zij weten dat dit ontwerp van decreet een goed ontwerp van decreet is, dat de lokale democratie versterkt, en dat dat goed is voor Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

Als jullie zeggen dat een hoorzitting een hoog showgehalte kan hebben, dan verwondert het me dat dit er ingaat als zoete koek. Ik wil de pret niet bederven en zeker jullie avond niet, maar, mijnheer Somers, u hebt weinig inhoudelijks verteld. U hebt veel show gegeven, maar weinig inhoud. We hebben bij alle voorgaande sprekers al gehoord dat lokale besturen vertrouwen moeten krijgen. Het is net in het belang van de lokale besturen dat sp.a dit ontwerp van decreet niet zal goedkeuren. Doordat de sectorsubsidie armoedebestrijding wordt ingekanteld, vrees ik het ergste. U hebt ook verwezen naar participatie. Het was sp.a die tijdens de vorige legislatuur heeft meegewerkt aan het decreet op de planlastverlaging. Daar heb ik u niets over horen zeggen. U hebt wel verwezen naar oude beelden en clichés waarmee u de lachers op uw hand haalt.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron (Groen)

Voorzitter, geachte burgemeesters en schepenen – pardon – waarde collega’s, het zal een onmogelijke opdracht zijn om de heer Somers in al zijn hoedanigheden en kwaliteiten te kloppen tijdens mijn betoog. Ik zal het ook niet proberen.

Ik geef hem voor 90 procent gelijk, maar wil enkele dimensies aan het debat toevoegen omdat ze ook bestaan en reden van bestaan hebben. Een eerste dimensie is de volgende. Ik zeg dit ook voor de Vlaams-nationalisten in de zaal, waar velen toe behoord hebben. (Rumoer)

Ik kijk naar niemand in het bijzonder en er staat ook geen spiegel.

De hele emancipatiebeweging van Vlaanderen en de staatshervorming is in haar eerste stappen geënt op cultuur. Hoe heette dit huis tijdens zijn eerste bestaanstermijn? De Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap. Vlaanderen heeft zich in de beginjaren van zijn eigen autonomie, zoals de lokale besturen ook hun autonomie bevechten, bevochten van cultuur. Cultuur was de eerste bouwsteen om de eigen identiteit te etaleren, om zich te confirmeren, om zich te bevestigen als beginnende natiestaat. Met welke symbolen konden en wilden we dat doen? We wilden dat doen door ons volk te leren lezen, door het te stimuleren aan cultuur te participeren, door onze artiesten te koesteren.

Waarom zeg ik dat? Omdat het niet zonder belang is in deze discussie. De allereerste decreten waren het Cultuurpactdecreet, het Bibliotheekdecreet, het decreet op de cultuurraden, allemaal decreten die vandaag min of meer worden ingekanteld in dit verhaal. Ik wil de klok terugdraaien naar het begin van de jaren 70. Voor wie meer informatie wil: we hebben briljante historici in onze fractie. Laat ons het veld van vandaag vergelijken met dat van toen. Kijk naar welke openbare bibliotheken we vandaag hebben, hoeveel mensen eraan deelnemen, weg van de verzuilde instituutjes van ervoor, de zolderkamerbibliotheken van het Davids- en Willemsfonds. Kijk welke fantastische cultuurhuizen we hebben, prachtige zalen, gemeenschapscentra in bijna alle dorpen en hoe het verenigingsleven er gesteund wordt in zijn werking. Kijk welke fantastische sporthallen we hebben, welke prachtige sportinfrastructuur we hebben voor de sportclubs. Kijk naar het bloeiende jeugdwerk, dat twintig jaar geleden ten dode was opgeschreven. Het heeft nu meer dan ooit zichzelf heruitgevonden. Laat ons eerlijk zeggen hoe dat komt. Dat is ook het gevolg van veertig jaar stimuleringsbeleid van de Vlaamse overheid. Heel veel van die infrastructuur en werkingen zijn onder impuls van de Vlaamse overheid in al zijn verschillende samenstellingen gerealiseerd over die periode.

Waar of niet? Hebben we geen monnikenwerk gedaan? Ja, we hebben dat gedaan. We zijn heel ver gekomen. En ja, op een bepaald moment geraakt het effect van de decretale regelingen wat uitgeput. We hebben al zo veel infrastructuur en werkingen. Ik kan u een bloemlezing geven van de stijging van de gemeentelijke budgetten voor cultuur, jeugd, sport enzovoort. Die zijn in de loop van die periode astronomisch gestegen, waarde ex- burgemeesters en ex-schepenen. Of niet soms?

Hadden we dat niet gedaan, dan had de heer Somers zijn betoog niet moeten houden. Vlaanderen heeft mee gebouwd aan de sterkte van de lokale besturen. Laat ons dat ook maar eens erkennen. Maar we zijn er inderdaad aan toe om een en ander los te laten. De effecten zijn grotendeels uitgewerkt. De lokale besturen zijn sterker geworden. Er is overal veel professionaliteit binnengekomen. En ja, we kunnen daar grotendeels verder mee. We kunnen er ook op bouwen.

Het is een stimuleringsbeleid geweest, weet u dat? Alleen de bibliotheek was een verplichte voorziening, gelukkig maar. Die verzuiling van toen hebben we overwonnen. Het waren trouwens CVP-ministers als Rika De Backer en Frans Van Mechelen. Dat Bibliotheekdecreet was een mijlpaal in onze cultuurgeschiedenis. Kijk hoeveel lokale besturen vandaag hun eer en prestige mee opbouwen met sportevenementen en grote cultuurmanifestaties, van cultuurhoofdsteden tot Vlaamse evenementen. We hebben heel belangrijke stappen vooruit gezet, met dat vrijwillige stimuleringsbeleid. Het moest niet, maar men deed het toch, omdat men het lokaal belangrijk vond. De regelzucht en controlitis van Vlaanderen heeft een en ander ook verknoeid, jammer genoeg.

Mijnheer Somers, we gaan bijlange niet ver genoeg, weet u dat? Waarom doen we niet hetzelfde in het welzijnsbeleid? De betutteling ten top is dat! Er zijn duizenden regels over het welzijnsbeleid in Vlaanderen. We hebben nochtans een OCMW, dat straks ook wordt ingekanteld, dat dat zeer goed zou kunnen coördineren. Waarom doen we dat niet met het lager en het kunstonderwijs? Waarom moeten wij dat vanuit Brussel blijven sturen? Waarom geven we de lokale besturen daarvoor geen enveloppe? Zij kunnen dat ook.

Kent u het Deense model van lokaal bestuur? Daar is het deel van de lokale besturen van het bnp ongeveer 25 procent, en niet de 6 procent zoals bij ons. Het is goed dat cultuur wordt ingekanteld. Maar sta er ook eens bij stil. Wees consequent en consistent. Durf ook de denkoefening te doen over een versterking van de lokale besturen op alle terreinen van uw beleid in Vlaanderen. Stop ook daar de betutteling, want die is groot. Durft u een enveloppe te geven aan de lokale besturen om zelf de kinderopvang te organiseren? (Applaus bij sp.a en Groen)

Nee, dat doen we dan maar niet. Daar zijn we bang van. Dat houden we samen. Dat zijn de uitdagingen waar Vlaanderen echt voor staat. Kent u een sector met meer regels dan de monumentenzorg in Vlaanderen? Wie heeft onlangs het decreet Onroerend Erfgoed vernieuwd, geen jaar geleden? Wie was de bevoegde minister alweer? Ik bedoel maar, wees eens consequent. Daar blijft de regulitis heersen, en is er een totaal gebrek aan vertrouwen in de lokale besturen.

Het is waar, niet elke sector is even rijp om los te laten. Dat is zo. We kunnen de sportsector en de cultuursector rustig van wal duwen. Ik vertrouw de heer Somers zelfs, dat hij trots is op wat hij cultureel-artistiek in Mechelen kan realiseren. We kunnen nog veel verder gaan. We gaan dingen loslaten en dingen niet.

Maar loslaten en loslaten zijn twee. Er zijn heel veel nuances. Want, collega’s, wees ook eens eerlijk: niet elk gemeentebestuur heeft de bestuurlijke capaciteit om dat autonoom op al die terreinen even professioneel in de hand te nemen. De schaal van de besturen speelt een rol, de rijkdom van de gemeenten speelt een rol, ik wil ook geen ongelijk aanbod hebben over Vlaanderen. Onze oeverloze bestuurlijke rommel draagt er ook niet toe bij. Zwembaden beheren? We komen uit een tijd dat elke gemeente een zwembad moest hebben en dat ze tegen elkaar op concurreerden. Nu is er een absolute nood om zwembaden intergemeentelijk aan te pakken, of stadsregionaal.

Waar wachten we op om stadsregionale structuren uit te bouwen, om grote cultuurcentra, zwembaden, evenementhallen of wat dan ook te laten samenwerken? Maar neen, daar komt het ook niet van. Want dan kijkt het ene bestuur naar het andere en wil het er ook niet voor meebetalen. We hebben daar een lange weg af te leggen om een en ander te doen. De discussie over de provinciale middelen zou daar trouwens een bijdrage kunnen toe leveren.

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Excuseer, mijnheer Caron, dat ik u onderbreek. Ik kan mee met veel dingen die u vertelt, maar wat u zegt over die regionale samenwerking hebt u nu toch al meerdere keren gezegd in de commissie. Ik ben daar ook voorstander van. Alleen vind ik wel dat dit organisch moet groeien. Je kunt niet zomaar zeggen tegen gemeenten: “Hop, die en die en die gaan nu samenwerken.” Dat moet vanuit stimuli, incentives, komen. Maar je hebt heel veel gemeenten die dat nu al doen, met betrekking tot cultuur, bibliotheken, eventueel sportinfrastructuur. Dat is nu aan het groeien bij de lokale besturen. Die zijn ook niet dom, natuurlijk. Dat gaat zijn tijd en een cultuuromslag vragen, maar ik geloof erin. Ik geloof in het organisch groeien. Dat is ook zo met de erfgoedcellen: gemeenten die een geschiedenis delen, die een door de eeuwen heen organisch gegroeid geheel vormen, gaan samen en vinden elkaar terug. Die weg moeten we inderdaad opgaan. Een burgemeester die niet regionaal denkt, is inderdaad niet mee met deze tijd.

De heer Bart Caron (Groen)

Ik wil dat illustreren, zonder daarin te ver te willen gaan. Vindt u het normaal dat Vlamingen die willen zwemmen in hun gemeente een ander tarief betalen dan diegenen die uit een buurgemeente naar het zwembad komen? Collega’s, bij dat soort kwesties moeten we ook eens stilstaan.

Minister, ik wil toch iets zeggen over die besparingen. De 5 tot 10 procent besparing in Jeugd en Cultuur is doorgevoerd het jaar voor de inkanteling dit jaar. Het is een besparing op het budget van de lokale besturen. Maar wat veel straffer is: artikel x van dit decreet, ik weet niet meer vanbuiten welk nummer het is, bepaalt dat die bedragen in de toekomst niet meer geïndexeerd worden. Sorry, als dat geen besparing is op lange termijn, dan weet ik het niet meer. Het is niet de reguliere stijging met 3,5 procent van het Gemeentefonds die dat goedmaakt. Dat betreur ik. Als je het echt meent, ga je ook de indexering meegeven aan de lokale besturen.

Minister, ik weet dat het flankerend onderwijsbeleid niet uw bevoegdheid is, maar wel die van een andere minister in de eerste rij. Daar is de besparing 30 procent. Minstens de perceptie van besparing wordt hier uitgestraald. Uw gemeente- of stadsontvanger zal u daar ook op wijzen. Laat ons daar ook niet flauw over doen, het is maar een vaststelling.

Collega’s, we zijn dus niet tegen het principe van de inkanteling. Maar dat betekent ook niet dat Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid moet ontlopen. Vlaanderen moet zijn verantwoordelijkheid opnemen en zelf een aantal dingen doen. Je moet toezien op wat er gebeurt en je moet impulsen blijven geven voor een aantal dingen. Er werden in dit halfrond tientallen regelingen goedgekeurd van impulssubsidies voor lokale besturen of voor intergemeentelijke samenwerkingen. Minister Homans heeft drie dagen geleden aan intergemeentelijke samenwerkingsverbanden een persbericht verstuurd over impulssubsidies voor integratieprojecten. Akkoord, toch? Het is niet omdat we iets loslaten dat we geen andere stimuli kunnen geven als we bepaalde doelstellingen willen bereiken. Vlaanderen zal zich toch niet terugtrekken, in negatieve zin?

Collega’s, ik heb al op opaciteit gewezen, maar ik wil nog iets zeggen over autonomie en planlast, vooraleer ik negen voorstellen doe.

Minister, in het kader van het decreet waarmee we de beleids- en beheerscyclus (BBC) hebben ingevoerd, werd er gewerkt met lokale prioriteitsstellingen, die gekoppeld waren aan de vermaledijde decreten die we nu grotendeels afschaffen. Daarmee werden alle regels met betrekking tot bewijslast sectoraal in de decreten – lokaal cultuurbeleid, jeugdbeleid, enzovoort – afgeschaft. Dit decreet scheurt, zeker voor cultuur en jeugd – ik zal niet over alle sectoren spreken want ik ken ze niet allemaal –, geen enkel blad af van de zogenaamde planlast. Er was namelijk geen planlast meer. Er was alleen het meerjarig strategisch beleidsplan. ‘That’s all!’ Kom dus niet af met het argument dat er een planlastvermindering is. Die was al weg en dat hebben wij mee goedgekeurd tijdens de vorige legislatuur.

Volgend punt: autonomie van de lokale besturen. Ik zal dat negatief inkleuren om het gemakkelijker te maken. Ik ben me ervan bewust dat de besparingen die lokale besturen kunnen doen op Cultuur, Jeugd en Sport helemaal niet worden veroorzaakt door het ontwerp van decreet dat voorligt. Alle voorgaande decreten lieten dat ook al toe. Het waren namelijk geen verplichtingen, maar stimuleringsdecreten. Er zijn helaas al veel bibliotheekfilialen in Vlaanderen dichtgegaan voor dit ontwerp van decreet op tafel lag.

Zeg me op welke terreinen de lokale autonomie reëel verhoogt met dit ontwerp van decreet. Niks, rien de rien. Er zal geen blad minder naar Brussel worden verstuurd, er moest al geen blad worden verstuurd, en de autonomie is maximaal. Vooral de psychologische indruk wordt gewekt, maar het is niet zo. Het is niet zo, het was al zo. Men kon dus al bibliotheekfilialen sluiten, en de gemeenteraad kon het college of de schepen van Cultuur interpelleren over die zaken, dat verandert niets. Schijn bedriegt ook soms.

Het betekent niet dat Vlaanderen niets mag doen. Mag ik een pleidooi houden voor coproductie tussen Vlaanderen en de lokale besturen om dingen samen te doen? Mag er rond het flankerend onderwijsbeleid nog worden samengewerkt tussen Vlaanderen en lokale besturen? Zijn er geen grote uitdagingen met kansarmen en achtergestelde groepen die niet participeren? Zijn er niet enkele accenten die Vlaanderen het best zou leggen om het net oplossingsgericht en min of meer egaal over Vlaanderen te spreiden, met lokale varianten, met heel veel beleidsruimte voor de lokale besturen en niet met een pak regeltjes, maar met een gedeelde doelstelling die we op het terrein op onze eigen manier kunnen invullen?

Ik houd een pleidooi opdat Vlaanderen zich niet zou terugtrekken uit die sectoren, niet blind aan de kant zou gaan staan, maar als een coproducent dingen zou doen. We doen het tenslotte ook voor openbare werken, we doen het voor het deradicaliseringsbeleid, voor de monumentenzorg. Niet loslaten, maar op een verstandige wijze autonomie combineren met elkaar versterken en samenwerken. Een volwassen vorm van coproductie.

Er zijn veel nieuwe uitdagingen, waar de decreten die we nu afschaffen niet voor dienden. Mag ik een korte opsomming geven? Er is een heel nieuw middenveld ontstaan in Vlaanderen, buiten het traditionele verenigingsleven. Hoe gaan we daarmee om? Moeten we die extra kansen geven? Wat doen we met de problematiek van participatie van kansengroepen in cultuur, jeugd of onderwijs? Wat doen we met de noden aan meer etnisch-culturele diversiteit in lokaal cultuur- en jeugdwerk? Wat doen we met de spreiding van kunst en cultuur? Kunnen we die efficiënter organiseren? Want daar komt ook veel geld van Vlaanderen.

Wat doen we met het adviesbestel? Hoe kunnen we het bibliotheekwerk ‘verhedendaagsen’, moderner maken en actueler laten inspelen op noden? Daarvoor doe ik negen voorstellen van flankerend beleid, niet omdat we dat ontwerp van decreet willen wegstemmen, maar omdat die voorstellen vanuit Vlaanderen nodig zijn om dit allemaal mogelijk te maken.

Draag over naar het Gemeentefonds zonder besparingen, en indexeer. Be fair naar de lokale besturen. Behoud de Werking Met Kansarme Jongeren (WMKJ) op het Vlaamse niveau. Die hanteren de methodiek van het jeugdwerk en daarom zijn ze historisch in het jeugdwerk ondergebracht. Maar eigenlijk is het jeugdwelzijnswerk. Dit gaat over kansengroepen. Het gaat over die moeilijke gasten voor ze in de bijzondere jeugdzorg terechtkomen. Dat is preventief beleid.

Mijnheer Durnez, zoals het flankerend onderwijsbeleid is dit een Vlaamse maatschappelijke doelstelling die we samen met de lokale besturen moeten ontwikkelen, maar die we niet mogen loslaten. Hier staat veel te veel op het spel. We doen niet aan symboolpolitiek omdat je het inkantelt. Dit is een kwetsbare sector. Pak dat op.

Monitor de effecten van dit ontwerp van decreet en koppel ze aan de stadsmonitor. Dan krijg je in je gemeente ook de resultaten van wat gebeurt vergelijkbaar.

Bevorder de intergemeentelijke samenwerking op deze terreinen. Stimuleer ze. Er moet echt iets gebeuren. We kunnen veel geld uitsparen, lokaal, ook voor cultuur, jeugd en sport indien we meer samenwerken op intergemeentelijk niveau en we publiek uitwisselen, want dat gebeurt veel te weinig.

Denk na over een heel beperkt, maar innoverend impulsbeleid op die terreinen. Welke accenten wil je leggen? Wil je iets doen rond participatie, een klein dingetje, wel doe dat, maar gericht, zoek in uw lokale besturen partners. Ik noem dit een innovatief impulsbeleid.

Maak een inhoudelijk visiekader over wat cultuur voor een gemeente is, over wat jeugdwerk is, over wat kwaliteit is. Maak het omdat de gemeenten het kunnen gebruiken als hun eigen spiegel, voor hun eigen feedback. Doe het niet omdat Vlaanderen zal controleren, want dat doen we niet meer, maar maak een tool die hen helpt, een tool die ook meteen de criteria maakt om het mooi in de stadsmonitor te kunnen aanbrengen. Maar, een tool die ook aan gemeenteraadsleden toont waar het hapert, waar het niet goed gaat, zodat ze kunnen ingrijpen. Maak dus een inhoudelijk kader.

Dit vindt u misschien een vreemd voorstel, maar maak een bibliotheekdecreet naar Nederlands model. Er is geen enkele verplichting aan gekoppeld, maar daarin wordt ingeschreven wat een bibliotheek is, omdat je die wilt hebben als een symbolisch punt. Er staat in wat de kwalitatieve toetsstenen zijn, die je niet controleert, maar die als toetsingstabel, als spiegelbeeld kunnen worden gebruikt voor de lokale besturen.

En ten slotte ga ik een beetje verder dan u allemaal wanneer ik denk aan burgerparticipatie. Jeugdraden, sportraden en cultuurraden worden behouden in dit ontwerp van decreet, maar laat ons eerlijk zijn, collega’s, er zijn veel innovatievere, veel interessantere vormen van burgerparticipatie. En die maken we nu net niet mogelijk! Laat toch eens het oude stramien los en vertrouw op de lokale besturen om de burgerparticipatie te organiseren. Geef eventueel een aantal inhoudelijke ideeën aan over hoe ze dat kunnen doen, maar stop met ze te verplichten.

Dit zijn negen voorstellen voor flankerende maatregelen zonder enige verplichting en zonder enige planlast, maar die inhoudelijk en kwalitatief een en ander willen verbeteren. Dat zouden we moeten doen. Ik hoop dat de sectorale ministers dat straks ook zullen doen. Ik dank u. (Applaus bij Groen, sp.a en Open Vld)

Ik wou naar aanleiding van wat de heer Meremans heeft gezegd, nog een kleine toevoeging doen. Ik merk dat deze meerderheid hinkt op twee benen. Enerzijds zegt de heer Meremans dat stimuli voor de intergemeentelijke samenwerking noodzakelijk zijn, dat ze er moeten komen. Anderzijds, als ik dan het voorbeeld neem van fondsen ter bestrijding van kinderarmoede, vindt hij die blijkbaar niet nodig omdat ze ingekanteld worden als sectorsubsidie. Ik vind dat een bijzonder slecht idee.

Maar, minister, ik stel voor dat we de rekening maken op het einde van de rit, in 2019, voor wat betreft de strijd tegen kinderarmoede. We zullen in de resultaten zien hoeveel vernieuwend beleid er is ontwikkeld doorheen de jaren en ook of de cijfers over de kinderarmoede gedaald zijn. Laat ons daar een afspraak over maken.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Ik wil graag de heer Caron bedanken. Ik vind dat er heel inspirerende voorstellen in zitten. Ik ben er zeker van dat we er in een aantal commissies op terugkomen. (Applaus bij Groen en Open Vld)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2014-15, nr. 357/1)

– De artikelen 1 tot en met 41 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.