U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015, het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015, het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2015 en het voorstel van decreet van Bart Van Malderen en Michèle Hostekint houdende wijziging van artikel 2.10.4.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, wat betreft het openstellen naar feitelijk samenwonenden van de verlaging van de verdeeltaks bij scheiding.

De heer Rzoska heeft het woord

Voorzitter, ministers, collega’s, minister-president, ik heb deze ochtend zeer goed geluisterd. Als ik u moet geloven, is alles wat fout loopt de verantwoordelijkheid van de oppositie en alles wat goed loopt de overwinning van de regering. Dat is de samenvatting. (Applaus bij de meerderheid)

Minister-president, ik dacht dat we eigenlijk op een respectvolle manier met elkaar van gedachten gingen wisselen over de begrotingscontrole die hier vandaag op tafel ligt. Ik heb zeer veel excuses gehoord voor het tekort van 550 miljoen euro. Om het tekort van meer dan 500 miljoen euro te rechtvaardigen – ik heb nog eens zeer goed gekeken in mijn notities – komt u af met uitzonderlijke omstandigheden, zoals u en de fractieleiders van de meerderheid het noemden. Het waren uitzonderlijke omstandigheden. Die schrijft u toe aan drie oorzaken. Een: het verstrengde Europese toezicht inzake pps. Twee: de staatshervorming en de Financieringswet. Drie: de conjunctuur. Dat waren de drie uitzonderlijke omstandigheden die u deze morgen formuleerde.

Ik zal ze een na een overlopen. Ten eerste is er het verstrengd Europees toezicht inzake pps. Het excuus, minister-president, van de zogezegde onverwachte verstrenging, houdt echt geen steek. U gaat dat ten minste toch niet ontkennen? De Vlaamse Regering weet van sommige dossiers als minstens vijf jaar dat Eurostat geen schuldopbouw buiten de begroting toelaat. De adviezen van de Europese rekendienst Eurostat over diverse pps-projecten laten daarover geen enkele twijfel bestaan. Ik heb nog eens de tabel nagekeken van de pps-projecten die u nu in de begroting opneemt en die ook al in de opmaak van de begroting 2015 zaten. Dat zijn allemaal beslissingen die genomen zijn voor 2014. Daar zitten verschillende Eurostatadviezen aan vast. Daar zitten verschillende adviezen van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) aan vast, die eigenlijk al jarenlang een oranje knipperlicht laten branden wat betreft de schuldopbouw buiten de begroting.

Ik moet u één ding nageven, minister-president, u bent sterk in gespeelde verwondering. U doet goed alsof de vraag van Europa om de pps binnen de balans op te nemen, een totale verassing was, totaal. Quod non. Als in sommige dossiers al vijf jaar lang gevraagd wordt om de pps-projecten en de schuldopbouw binnen de begroting op te nemen, dan kunt u in december 2014 en vandaag toch niet opnieuw zeggen: dit was een totale verrassing? Dan hebt u de afgelopen jaren heel wat adviezen verkeerd of zelfs niet gelezen.

Wat u wel gedaan hebt? u hebt gewoon jarenlang gewacht om iets te ondernemen. U hebt eigenlijk gewacht tot u niets anders meer kon doen dan de opgebouwde schulden buiten de begroting binnen te halen. U kunt zich niet van uw verantwoordelijkheid ontdoen, want uzelf en een aantal van uw collega’s zitten op dit moment al tien jaar in de Vlaamse Regering, en die dossiers zijn al sinds 2004, 2005, 2006, 2007 regelmatig ter sprake gekomen.

De tweede oorzaak die u naar voren schuift is de staatshervorming en de Financieringswet. Die laatste is volgens de N-VA een onvoorziene omstandigheid. Sorry, maar die Financieringswet, die staatshervorming, die waren al een aantal jaren bekend. twee van de drie regeringspartijen, CD&V en Open Vld, en ook wij en sp.a, hebben in 2011 mee dat Vlinderakkoord en de nieuwe Financieringswet goedgekeurd. Dus ook die komt eigenlijk niet uit de lucht vallen. Geen uitzonderlijke omstandigheid! De regels van de Financieringswet, minister-president, waren voor iedereen bekend. De schuld daarvoor leggen bij één federale ambtenaar die zijn of haar computerprogramma als enige nog kan lezen, dat is te gemakkelijk, daar kunt u zich niet achter wegsteken. (Applaus bij Groen)

De impact van de begrotingscontrole volgens het Rekenhof wat betreft die Financieringswet is een pak minder groot dan u zelf laat uitschijnen. Op ongeveer de helft van de bewuste minderontvangsten, had u al geanticipeerd bij de begrotingsopmaak. Toen – daar zat de crux deze morgen – hield u al rekening met de economische parameters waar we zelf weinig invloed op hebben. Na alle heibel over deze kwestie in het Overlegcomité heeft uw federale collega, minister van Financiën Van Overtveldt, u eigenlijk beloofd dat hij voor de zomer een nieuwe berekening zou sturen van de door te storten opcentiemen ter attentie van de Vlaamse Regering.

Er zou ook voor de zomer – zo is hier aangekondigd – een KB worden opgesteld over de methode van berekening voor de voorschotten wat betreft de gewesten. Heeft uw federale collega nu eindelijk zijn huiswerk gemaakt?

Ik moet zeggen: ik heb gezocht, ik heb niet gevonden. Er zijn hier dure beloftes gemaakt dat het voor de zomer allemaal duidelijk zou worden, ik heb ter zake van uw collega niets meer vernomen. Dat was uw tweede onvoorziene omstandigheid.

De derde onvoorziene omstandigheid die deze ochtend nogal pertinent naar voren kwam, was de conjunctuur. Collega’s, toen ik deze morgen het debat zag ontwikkelen, had ik af en toe het gevoel dat ik op een beursvloer zat, een beursvloer waar zeer veel aan wishful thinking wordt gedaan. Sprekers van de meerderheidspartijen de N-VA, CD&V en Open Vld probeerden ons keer op keer wijs te maken dat het met dat tekort eigenlijk allemaal wel meevalt. U probeert het tekort te relativeren door een aantal parameters te citeren – economische groei – die enkele positieve tekenen vertonen. Dat klopt, die economische parameters staan nu licht gunstig. De groeicijfers zijn een beetje beter, maar het voordeel voor de begroting is beperkt.

U moet daarmee opletten, als u nu al economische parameters naar voren schuift en stelt dat u het tekort zult wegwerken omdat de economie opnieuw zal aantrekken, terwijl we nog niet weten of we die economische parameters wel degelijk zullen realiseren.

Mijnheer Somers, u hebt gezegd dat de economie in 2015 en 2016 zal aantrekken en dat het tekort dan nog zal meevallen. Ik vraag u, mijnheer Somers – u stond vanmorgen in de zon, het is dus misschien veeleer mijnheer Zomers –, of u er echt zo zeker van bent dat die economische groei er komt. Bent u er echt helemaal zeker van dat we in 2015 en 2016 naar een economische heropleving gaan? U speculeert er vrolijk op los, u rekent zichzelf rijk, maar u hebt zelf de bedenking gemaakt, die ik alleen maar kan onderschrijven, dat we op dit moment in Europa geconfronteerd worden met een dossier waarvan we niet weten welke impact het zal hebben op de economieën van de lidstaten.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Rzoska, het is evident dat we geen 100 procent zekerheid kunnen geven over de toekomst. Wie dat kan, heeft wonderbaarlijke capaciteiten. Zoals ik deze voormiddag heb gezegd, is het herstel zichtbaar in alle indicatoren, maar is het tegelijk fragiel. U hebt mij zelf geciteerd met betrekking tot Griekenland.

Het eerste deel van uw redenering klopt helemaal niet. Wij hebben een versterkte economische groei en betere prognoses niet nodig om het tekort te zien wegebben. In het meerjarenperspectief van deze begroting is het tekort weg in 2017, door de maatregelen die genomen worden. Het enige waar een bijkomende economische groei voor zou zorgen, is dat het eventueel versneld kan gaan en dat er eventueel extra middelen kunnen komen. Maar zelfs zonder die betere indicatoren is nu in de begroting en in de voorliggende begrotingscontrole bepaald dat we in 2017, sneller dan de Hoge Raad van Financiën heeft gevraagd, een begroting in evenwicht zullen hebben.

Ik ben blij dat u daar zelf over begint, mijnheer Somers, want dat ging mijn volgende punt zijn. Ik heb deze morgen ook zeer goed geluisterd naar de minister-president. Hij zegt dat er in 2016 nog een tekort is en dat we het in 2017 weggewerkt hebben. Kunt u mij eigenlijk zeggen hoe u dat gaat doen? Heeft uw minister van Begroting dit parlement een meerjarenraming voorgelegd waarin u laat zien hoe u dat gaat doen? U hebt geen meerjarenraming voorgelegd.

U hebt een meerjarenraming voorgelegd in december. Het antwoord is dan dat u dat niet hoeft te doen volgens het Rekendecreet. Maar het sluit het ook niet uit. Het had in elk geval van een volwassenheid op begrotingsvlak getuigd, op een moment dat we een verschil zien tussen wat u in de opmaak 2015 en in de aanpassing voorlegt. Dan hadden we inderdaad een zuiver debat gehad, op het moment dat uw meerderheid, uw minister van Begroting, aan dit parlement kon uitleggen op welke manier we het tekort zullen wegwerken.

Ik heb dat stuk tot op de dag van vandaag niet gezien. Er is nochtans meermaals naar gevraagd. Het Rekenhof heeft er meermaals naar gevraagd. Heel wat mensen uit dit parlement, zowel uit meerderheid als uit oppositie, hebben naar de meerjarenraming gevraagd. Want dan zou ik met u een discussie kunnen voeren over hoe u dat tekort zult wegwerken. Tot op de dag van vandaag weet ik niet hoe u dat gaat doen. Ik kan alleen afgaan op uw woord, op het woord van de minister-president en van minister Turtelboom: het komt allemaal goed. Maar een meerjarenraming, collega Somers, die heb ik niet gezien.

Minister-president Geert Bourgeois

Collega Rzoska, we kennen uw refreintje. Het is altijd opnieuw hetzelfde refreintje dat we hier horen. Het debat over de pps’en hebben we hier al gevoerd. U weet perfect over welke pps er aanvankelijk een ander standpunt was, tot aan de nieuwe ESR-regels. We hebben dat hier uitgeklaard. U hebt mij daarover ondervraagd, u hebt daar andere collega’s over ondervraagd. Dat is heel duidelijk.

U hebt een punt: er hadden pps’en kunnen zijn die volledig zuivere pps’en waren, met alle moeilijkheden van dien – denk aan de scholenbouw, waar het niet zo evident is om dat allemaal in een zuivere pps te stoppen. Ik vind het nog altijd een beetje vreemd dat je daar een private rechtspersoon bij betrekt, maar goed, tot daaraan toe.

Wat me tegenvalt in uw redenering, en zeker van de voorman van Groen, is dat u doet alsof een zuivere pps die niet in de begroting moet worden opgenomen, geen schuld is. Dat is natuurlijk niet zo. U weet heel goed dat er 20, 25 tot 30 jaar lang terbeschikkingstellingsvergoedingen moeten worden betaald. Dat belast evenzeer de begroting. Vandaar mijn herhaaldelijk pleidooi bij de Europese overheden – en steeds meer ministers van andere landen gaan daarin mee, maar Eurostat is een taaie noot om te kraken – dat we moeten kunnen afschrijven. U hebt dat waarschijnlijk gedaan toen u een huis kocht of bouwde, ik heb dat gedaan, ondernemingen doen dat, iedereen doet dat. Ik pleit ervoor dat een investering kan worden afgeschreven en dat wordt aangetoond met een begroting in evenwicht jaar na jaar dat én het kapitaal én de intresten kunnen worden betaald.

U hebt het over de staatshervorming en kijkt uit naar de definitieve berekeningen met betrekking tot de discussie over de belasting Staat en de autonomiefactor. Ik begrijp niet dat u enige kritiek uit op deze Vlaamse Regering daaromtrent en zegt dat minstens twee van de drie partijen hadden moeten weten dat … Ik zal de feiten nog eens herhalen. Toen de zesde staatshervorming is gesloten, heeft de Nationale Bank berekeningen gemaakt over de belasting Staat en over de autonomiefactor. U weet dat de autonomiefactor 25,99 procent bedraagt. Men heeft die berekeningen gemaakt aan de hand van het simulatiemodel van de Nationale Bank waarin ongeveer 345.000 aanslagen zijn ingebracht. We hebben vorig jaar in september onze begroting gemaakt op basis van de gegevens die we kregen van de FOD Financiën. Achteraf is gebleken dat die FOD niet beschikte over een tool, over een seriemodel om op een voldoende omvangrijke schaal de simulaties te maken. Men heeft de berekeningen overgenomen van de Nationale Bank die gemaakt waren bij het sluiten van de zesde staatshervorming. Dit waren de ontvangsten die we konden verwachten. Het ging om ongeveer 7,5 miljard euro personenbelasting. Dat was september.

De heer Van Overtveldt was op dat moment nog geen minister. Hij is pas in oktober minister geworden. We krijgen van de FOD Financiën op 26 maart 2015 – op het moment dat minister Turtelboom en wij allen volop bezig zijn met de voorbereiding van de begrotingscontrole – de fameuze 750 miljoen euro afrekening voor de drie deelstaten samen. Dat gebeurde op basis van een berekening door de computer van de FOD Financiën, het SIRe-model, waarvan achteraf blijkt dat dit is gebaseerd op een beperkt aantal aanslagen, ongeveer 35.000. De Nationale Bank en het Rekenhof zeggen dat dit een onvoldoende staal is om te kunnen berekenen. Men heeft dan moeten investeren in software tot men op het niveau van de FOD Financiën die berekening kon maken.

Ik hoor van minister Van Overtveldt dat men aan de allerlaatste verificaties toe is en dat we dus zullen weten wat er van die 750 miljoen euro aan is. Dat komt voor Vlaanderen neer op 396 miljoen euro.

Als die afrekening verkeerd was, dan zal die worden rechtgezet. We zullen een berekening krijgen. Ook het Rekenhof heeft een berekening gemaakt op basis van een andere methodiek en heeft die aan het parlement voorgesteld. Als ik goed het rapport van het Rekenhof heb gelezen en het verslag van de commissie, dan heeft het Rekenhof gezegd dat hun berekeningen eerder gaan in de richting van de afrekening van de FOD Financiën dan in de richting van de 750 miljoen die erbij komt. Persoonlijk heb ik mijn twijfels bij de berekening op basis van 35.000 aanslagen. Zo’n klein staal biedt onvoldoende zekerheid. We wachten af. We zullen eerstdaags de afrekening krijgen. Ik ga ervan uit dat dit een beter cijfer kan opleveren.

Dit heeft met deze regering absoluut niets te maken. U weet dat wij afhankelijk zijn van de gegevens die we krijgen. De FOD Financiën heeft ons de gegevens in september gegeven. Toen was er nog niet eens een nieuwe Federale Regering. Die gegevens zijn gebaseerd op simulaties gemaakt bij het sluiten van het Vlinderakkoord. Eind maart 2015 zegt de FOD Financiën dat ze met hun model met een veel kleiner staal tot een andere berekening komen.

We hebben dat opgenomen in de begroting, we hebben erover gediscussieerd. Het is absoluut niet behoorlijk dat we dat krijgen midden in een begrotingscontrole. Ik mag hopen voor minister Turtelboom en voor ons allemaal dat we voor 2016 de cijfers krijgen voor we onze begroting maken.

Een tweede punt, dat nog altijd niet is opgelost – en u hebt het mee goedgekeurd –, dat is de aanrekenbaarheid ESR-matig. Wij mogen enkel de reële inkohieringen aanrekenen. Ik heb collega’s gehoord die zeggen dat de federale overheid zich daarvan niets aantrekt. De federale overheid is daar ook niet door gebonden, ze heeft nauwelijks invloed van de reële inkohieringen op een jaar. De federale overheid is vooral afhankelijk van bedrijfsvoorheffingen en van voorafbetalingen, de reële inkohieringen spelen daar veel minder een rol. Wij zijn gebonden door de reële inkohieringen. Er is een groot probleem ESR-matig aan de kant van de ontvangsten deze keer, als wij van Eurostat in de toekomst enkel de toelating krijgen om de reële inkohieringen te boeken. Dat is nog een ander probleem dat moet worden opgelost.

Wij hopen inderdaad dat er economische groei is. Deze morgen hebben we proberen aan te tonen dat deze regering van bij haar aantreden – en dat wordt bevestigd door de rapporten – de maatregelen genomen heeft om het structurele tekort ook structureel weg te werken. Dat ging, collega’s, over een enorm bedrag. De staatshervorming alleen is 1,5 miljard euro. Dat werken wij structureel af. Daarbij is de groei nog dramatisch gedaald. Het allereerste cijfer dat we kregen? was 1,8 procent groei. Dat is gezakt naar 1,5 procent groei. Uiteindelijk moesten wij rekening houden met slechts 1 procent groei.

Als je daarmee wordt geconfronteerd, heb je twee mogelijkheden. Je bespaart tot op de spier, zoals hier deze ochtend is gezegd? Of je neemt structurele maatregelen; dat laatste hebben we gedaan. En nu gaan we verder met maatregelen die niemand pijn doen, zoals deze ochtend is aangetoond. Er zijn inderdaad een aantal eenmalige maatregelen, dat hebben we niet weggestopt. Het zijn er meer dan wat de Hoge Raad zegt, maar wat is er verkeerd mee? Zoals minister Homans heeft gezegd: als je gebouwen hebt die je niet meer gebruikt, wat is er fout aan om die te verkopen en de opbrengst te gebruiken om het begrotingstekort kleiner te maken? We hebben dat dus ook met een aantal eenmalige maatregelen teruggebracht. We hebben nog eens 330 miljoen euro bijkomend bespaard.

Structureel zitten we goed. We gaan er inderdaad van uit dat, ondanks de opmerkingen van de onheilsprofeten – en u bent er een van – het vertrouwen groeit. Het bestedingsvermogen van de mensen is gestegen. Het vertrouwen van de mensen stijgt maand na maand. Het investeringsklimaat groeit. We kunnen geen zekerheid verschaffen. De heer Somers heeft er al op gewezen. Als er morgen geostrategisch een ramp gebeurt of er wereldwijd economisch een crisis toeslaat, dat hebben we niet in de hand. We hebben voor onze winkel voorzichtig gedaan wat we moeten doen. We trekken een spoor, mijnheer Rzoska. Door deze maatregelen kunnen er investeringen gebeuren, in mens en economie. Onze grote sporen zijn Welzijn en Onderzoek en Ontwikkeling. Die gaan we proberen te realiseren. Er zijn veel externe factoren, we gaan zien.

Eén zaak weet ik. U verwijst naar de Hoge Raad. Ik heb het hier vlug berekend. Hadden we in het Stabiliteitspact de Hoge Raad gevolgd, dan hadden we in die drie jaar tijd 800 miljoen euro bijkomende schuld opgebouwd ten aanzien van het traject dat wij volgen. Of hadden wij de federale overheid, die ons nog veel meer marge toeliet, gevolgd, dan hadden we 1,3 miljard euro bijkomende schuld opgebouwd. Ik heb deze ochtend al gezegd dat het niet onze optie is. We hebben structureel de zaak in orde gebracht. We gaan ervoor. We investeren in de economie. We rekenen erop, en we zijn er afhankelijk van, dat de groei opnieuw aantrekt.

Sp.a en u zeggen hier dat de federale overheid die nieuwe economische groei al incalculeert en wij niet. Helaas, wij kunnen en wij mogen dat niet doen. Bij de opmaak van de begroting hebben wij het cijfer gekregen. Het Planbureau heeft nu in juni, na de opmaak van onze begrotingscontrole, gezegd dat het 1,2 procent zal zijn. Dat zullen we verrekenen in 2016 of als er nog een begrotingsaanpassing komt dit jaar, niet vroeger. We kunnen het niet opnemen, we zijn gebonden door de economische begroting van het Planbureau, zoals minister Turtelboom heeft gezegd.

De essentie van de zaak is dat we structureel orde op zaken hebben gezet. We hebben structurele maatregelen genomen. We zorgen voor een kleinere maar daarom niet minder sterke of minder slimme overheid. We zorgen dat die structurele inspanningen ons leiden naar een toekomst voor de mensen. We gaan niet mee in uw verhaal van bijkomende schulden. U hinkt trouwens permanent op twee benen. Er is te veel schuld, maar anderzijds zegt u dat we meer in het rood moeten gaan. Dat is voor mensen met een gezond verstand onbegrijpelijk. (Applaus bij de meerderheid)

Minister-president, bedankt voor deze regeringsmededeling. Ik zal er kort op antwoorden.

U doet opnieuw hetzelfde als deze voormiddag. We hebben inderdaad ruim van gedachten gewisseld over die pps. Wat mij stoort, is dat u zegt dat u dat niet kon voorzien. Ik heb al die Eurostat-documenten doorgenomen betreffende uw groot project, Scholen van Morgen. In 2011 probeert uw minister van Onderwijs, in 2012 probeert uw minister van Onderwijs, en in 2014 probeert uw minister van Onderwijs telkens een verschillende constructie op tafel te leggen om Eurostat ervan te overtuigen om het toch maar buiten de begroting te houden. Ik vind dat geen goed begrotingsbeleid. De vorige Vlaamse Regering, waarin u toch ook zat, heeft zeer lang gewacht om financieel in te grijpen om ervoor te zorgen dat die facturen kloppen. Ik ben in dezen trouwens in goed gezelschap, denk ik. De heer Vereeck is misschien vertrokken, maar hij heeft de vorige minister van Begroting – en ik denk dat minister Muyters er nog hoofdpijn van heeft – verschillende keren gevraagd naar het zwaard van Damocles van de Scholen van Morgen. Wat ging er gebeuren op het moment dat die zouden binnenvallen in de begroting? U hebt een A-scenario: probeer dat buiten de begroting te houden. Hij heeft verschillende keren gevraagd naar een B-scenario. Het antwoord was vrij simpel: “Er hoeft geen B-scenario te zijn, wij houden enkel rekening met het A-scenario en wij blijven onderhandelen met Europa.”

Minister-president, dat noem ik naïef. Over die pps’en was de Europese Commissie vorige week zeer duidelijk. Men heeft gezegd dat er niet meer over wordt onderhandeld. Men heeft ook zeer duidelijk gezegd waar het probleem zat, en zit, met die pps’en. Op dit moment stel ik vast – maar ik kom er later op terug – dat u keer op keer dezelfde fout blijft maken en dat u blijft zondigen tegen de regels van Eurostat, maar altijd onder het mom van: wij gaan nog onderhandelen en wij gaan proberen om het op de een of andere manier recht te trekken.

Wat betreft de conjunctuur moet u goed luisteren naar wat ik zeg – ik heb dat deze voormiddag ook gedaan toen u sprak. Ik heb niet gezegd dat u die nieuwe economische parameters in uw begrotingscontrole had moeten inschrijven. Dat was niet wat ik zei. Wat ik zei, was: “Reken uzelf niet rijk en ga niet af op, bij wijze van spreken, de economische parameters.” Die zijn inderdaad gunstiger, en ik ben geen onheilsprofeet. Ik ben absoluut geen onheilsprofeet. Maar ik zou de regeringen geen eten en drinken willen geven die zich rijk rekenden met toekomstige economische parameters en op het moment van de realisatie met hun kop tegen de muur liepen.

Minister-president, het verdwijnt soms in het debat, maar in 2014 had de vorige Vlaamse Regering ook een begroting in evenwicht op papier neergelegd. Maar het begrotingstekort zal, we zijn er nog altijd niet zeker van, in 2014 bijna 700 miljoen euro bedragen. Dat is de stand waarop we nu zitten. Mijn enige opmerking over de conjunctuur was dus: “Reken u niet rijk.”

Ik ben geen onheilsprofeet. De vorige keer in december hebben we er lang over gedebatteerd. Minister-president, als u ons voorstel goed gelezen hebt, zult u hebben gezien dat wij een structureel evenwicht in 2018 voorstelden. Dat was niet om putten te maken, zodanig dat we in het rood gingen blijven zitten. Wij hebben wel degelijk ook investeringen op tafel gelegd, die gingen voor een duurzame economie, voor vertrouwen bij kmo’s en voor een omslag naar een moderne milieufiscaliteit. Kom tegen mij niet zeggen dat ik een onheilsprofeet ben. U zou gelijk hebben gehad als ik geen alternatief zou hebben voorgesteld. Maar ik heb een alternatief voorgesteld voor uw beleid. (Applaus bij Groen en sp.a)

Minister Annemie Turtelboom

Mijnheer Rzoska, ik wil het even hebben over die pps. U haalt uit naar de pps en zegt dat we doen alsof dat iets nieuw is. Uiteraard niet. Eind 2013 wisten we dat een aantal inkantelingen zouden gebeuren. Het grote verschil tussen de begrotingscontrole van vandaag en die van september, is het verschil in groei en inflatie. Stel dat ik het met u eens ben en zou zeggen: het is waar, we wisten dat van de pps-constructies en we hadden er rekening mee moeten houden. Dan is er nog altijd de parameter van de groei en inflatie van 694 miljoen euro die in zes, zeven maanden tijd plots verslechtert, op een manier die niemand in september had voorspeld, ook de oppositie niet.

Jullie hebben inderdaad een alternatief voorgesteld, weliswaar van een begroting met meer schulden dan we hebben voorzien. Toen ik de amendementen van sp.a deze middag las, zag ik dat dit betekent dat het tekort vergroot. Tekort vergroten betekent meeruitgaven. Je hebt ook meerinkomsten, maar die kunnen we technisch niet doen. Dat is nu al rekening houden met een grotere economische groei, waarvan we eigenlijk gebonden zijn aan de economische begroting, waarmee we verplicht zijn rekening te houden van het Planbureau. Daar stap ik niet in mee, want eigenlijk kunnen we dan elke week, als er iemand met een nieuwe economische parameter komt, als een jojo op- en neergaan.

Mijnheer Rzoska, wat hadden we moeten doen met de verslechterde groei en inflatie? Hadden we een aantal van die pps-constructies, die ingekanteld zijn in de begroting, moeten schrappen? Hadden we van de anderhalf miljard euro voor Scholen van Morgen moeten zeggen: we gaan voor 694 miljoen euro, we gaan vertragen? De gemakkelijkste manier om een begroting, waar ook veel lonen in zitten – je kunt mensen niet van de ene op de andere dag ontslaan en dat willen we ook niet –, in orde te brengen en terug naar nul te gaan, is schrappen in investeringen. Maar dat heeft de Vlaamse Regering heel bewust niet gedaan. We hebben gezegd: ja, we hebben Scholen van Morgen, ja, dat is anderhalf miljard euro, ja, dat zijn 165 projecten en die laten we doorgang vinden.

Mijnheer Rzoska, na uw betoog is het me niet helemaal duidelijk wat u wilt doen met de pps-constructies? Wilt u ze stopzetten en zeggen dat die investeringen niet nodig zijn? Wat wilt u eigenlijk?

Minister, van sommige uitleggen die ik van u kreeg in de commissie, was het voor mij ook helemaal niet duidelijk wat u eigenlijk wilde. Ik zal proberen om mijn standpunt nogmaals te verduidelijken. U zou eens bij Lode Vereeck te rade moeten gaan. Hij vroeg hier jaren aan een stuk naar een B-scenario voor sommige pps-projecten. Ik ben niet tegen pps. Maar u moet ze wel op een oordeelkundige manier in elkaar zetten.

Mijn grote oproep aan dit parlement is de volgende: als we onszelf au sérieux nemen, na tien jaar ervaring met pps – een verhaal van meer vallen dan opstaan –, dan zouden we in dit halfrond en de commissies een debat moeten voeren over hoe we op een goede manier een pps opzetten.

Ik kijk daarvoor naar het buitenland. Het Verenigd Koninkrijk, het land waar het ooit allemaal begon, heeft na tien jaar alles on hold gezet en is van nul begonnen om na te gaan wat een goede pps is, wat het investeringsvolume is en hoe een overheid daarmee omgaat.

Minister, ik zal op uw concrete vragen antwoorden. We weten al sinds lang hoe groot die investeringsvolumes zijn in de pps. We weten ook al lang wat het probleem van Europa is. Dat heeft vooral te maken met de overheidswaarborg. U waarborgde – niet u, want het was de vorige regering – van bij het begin alle mogelijke risico’s. Zelfs als het fout liep met de privépartner, dan nog waarborgde u de inkomsten. Daar ligt het grote, structurele probleem van Europa. Dat is de 100 procentwaarborg van de overheid. Dat is een cruciaal element dat veel te lang onder de mat is geschoven in dit parlement.

Ik denk dat we daar fundamenteel van gedachten over moeten wisselen. Misschien leidt dat ons nu te ver, maar ik vind wel dat we als parlement die opdracht op ons zouden moeten nemen.

Ik probeer het nog eens uit te leggen wat betreft de parameters. Ik heb niet gezegd, dat hebt u van mij niet gehoord, dat u rekening had moeten houden met de verbeterde parameters. Wat wel mijn punt is, is dat u ervoor moet opletten u rijk te rekenen aan de hand van de economische parameters die nu iets positiever zijn dan zes maanden geleden. De vraag is wat het op het einde van het jaar concreet in uw begroting zal betekenen.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Rzoska, het is eigenlijk grappig dat u naar het Verenigd Koninkrijk wijst met betrekking tot de pps-constructies. Het is immers daar dat de paars-groene regering ooit de mosterd ging halen. Daar is het allemaal begonnen.

In het vervolg zal ik mij op een kandidatenlijst in het Verenigd Koninkrijk zetten.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

U verwijst naar de economische parameters, maar deze regering doet dat niet. De parameters zijn verbeterd: van 1 procent naar 1,2 procent. (Opmerkingen van de heer Björn Rzoska)

Neen, u beweert dat we dat wel zouden doen, maar we rekenen ons niet rijk. We hebben eigenlijk 0,2 procent economische groei op overschot.

Ik begrijp uw agitatie niet, want ik wilde eigenlijk iets eerder positiefs zeggen. Wij hebben al verschillende keren van gedachten gewisseld over pps, en eigenlijk liggen onze standpunten niet zo ver uit elkaar. Er zijn twee verschillende zaken.

Ten eerste moeten we inderdaad een debat voeren over de toekomst. We moeten erover nadenken hoe we die pps’en zullen gebruiken. Ik heb al tientallen keren in de commissie gezegd dat het voor mij vrij duidelijk is. Een belangrijke hypothese, met drie voorwaarden, is een onmiddellijke economische return. Dat is mijn persoonlijke inslag, maar we moeten dit debat inderdaad maar eens ruimer voeren.

Een tweede punt, en daar gaat het hier eigenlijk over, is de beheersing van de erfenis. Wat ik nu als eerste hoor van u, is dat u ervoor pleit dat we al vroeger een B-scenario moesten hebben. U houdt er heel sterk aan vast dat we eigenlijk al vroeger konden weten dat de pps-constructies geconsolideerd zouden worden.

Ik herinner me dat we tussen november en januari toelichting kregen van iemand die verhuisde van het Rekenhof naar de administratie – ik ben zijn naam kwijt – die zich daarmee zou bezighouden. Hij gaf toelichting bij de criteria die Eurostat gebruikt en die het INR gebruikt. Hij zei dat het heel ingewikkeld is, dat hij het zelf ook nog niet allemaal wist, dat ze er nog mee bezig waren, dat er nog zaken konden volgen, dat hij het niet met zekerheid kon zeggen. Volgens mij kwam toen naar boven dat het helemaal niet zo duidelijk was. Uw bewering dat we het al vijf jaar wisten, klopt dus niet. Dat we het zonder meer wisten, dat is niet waar.

U pleit ervoor dat we al vroeger hadden moeten beginnen met het B-scenario. Volgens de hypothese dat we er onmiddellijk van uit konden gaan dat ze geconsolideerd moesten worden, kan ik me dat nog voorstellen. Maar hebt u al eens goed gekeken naar de inspanningen die we de voorbije vijf jaar hebben gedaan? Denkt u dan echt dat de inspanningen zoveel minder zou zijn? Helemaal niet, we zouden evengoed dan al hebben moeten ingrijpen, veel vroeger.

We hebben inderdaad vastgeklampt aan een strohalm, in de hoop dat er toch nog een zekere – in mijn ogen – logica kon worden gevolgd, dat we die wel konden aanpraten. De Europese Commissie heeft die logica echter niet gevolgd. We hebben ons inderdaad aan die strohalm vastgeklampt. Vorige week is ons nog een keer inderdaad uitdrukkelijk gezegd dat we er niet op moeten hopen dat het tij nog zal keren. Ik vind het op zich echter geen foute zaak dat we ons eraan vastgeklampt hebben. U doet alsof indien we het vroeger hadden gedaan, die problemen er allemaal niet zouden geweest zijn, maar dat is larie en apekool. Dat is absoluut niet waar, de inspanning zou even groot geweest zijn.

Mijnheer Diependaele, ik wil nu het debat niet ten gronde voeren. Ik neem wel uw uitgestoken hand aan, want we moeten daar als parlement in de commissie dieper op door kunnen gaan. Ik heb wel degelijk al die Eurostat-adviezen en de INR-adviezen zitten doorworstelen. Ik neem er nu de Scholen van Morgen uit, maar er zitten ook andere in en Oosterweel is er nu uit. Sinds 2011 en eigenlijk ook daarvoor al, zie je duidelijke rode lijnen in waar Eurostat over struikelt. In Scholen van Morgen legt de Vlaamse Regering keer op keer een nieuwe constructie op tafel. En telkens wordt die tegen dezelfde toetsstenen – meervoud – gehouden en volgt Eurostat telkens dezelfde redenering.

Mijn pleidooi is inderdaad dat op het moment dat je als een goede huisvader bezig bent met je budget en dat die signalen komen, je wel degelijk rekening gaat houden met de manier waarop dit een budgettaire impact heeft. Het punt dat ik wilde maken, is dat we te lang hebben gewacht – en ik zeg niet dat de impact dan lager zou zijn geweest, hij zou dezelfde zijn geweest – om er een antwoord op te formuleren, ook budgettair, want we zijn nu massaal aan het inkantelen in 2014-2015 en vermoedelijk ook de volgende jaren. Dat is mijn punt. Het is in mijn ogen geen teken van goed financieel beheer.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Rzoska, ik wil proberen om u een beetje positiever te stemmen. Er zijn ook collega’s van uw partij die in mijn commissie Onderwijs zeer nuttig en relevant werk verrichten, maar die ook aandringen dat er scholen worden gebouwd. Op dit ogenblik – en dat stipte minister Turtelboom daarnet zeer terecht aan en ik wil het ook nog eens herhalen – wordt er voor 1,5 miljard euro geïnvesteerd in nieuwe scholen. De honderdste werf wordt straks opgestart. Als het goed gaat, staan er binnen twee jaar tweehonderd nieuwe scholen. Dat is ongezien. Je kunt debatteren dat wij vroeger dit of vroeger dat hadden moeten doen, maar voor mij telt de directe return die nu een aantal scholen eindelijk zien ontstaan. Daar moeten we ons positief aan vastklampen: kijk ook eens naar de resultaten. Niet alleen de scholen, ook de R4 rond Gent is gebouwd, de Noord-Zuid Kempen is gebouwd, de A11 wordt gebouwd. Het levert ons ook veel op en geeft een directe return. Dat moet je ook in ogenschouw nemen. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mijnheer Rzoska, voor u verder gaat: mag mevrouw Meuleman u onderbreken?

Ja, mevrouw Meuleman mag mij onderbreken, anders is het boel in het kot. (Gelach)

Helemaal niet. (Gelach)

Mevrouw Crevits, dit kan ik niet laten liggen. U bent net zoals minister Smet zo fier op de grote pps-operatie Scholen van Morgen, waar zelfs de Tsjechische televisie naar kwam kijken. Ik neem dan aan dat in het volgende masterplan Scholenbouw u zo’n identieke operatie zult herhalen, maar ik denk het niet. We hebben er jaren op gewacht. Tien jaar heeft die hele grap geduurd. De kost voor de school, maar ook voor de Vlaamse belastingbetaler, is gigantisch hoog, evenals voor de Vlaamse Regering. Omdat het onbetaalbaar was voor de school, heeft de Vlaamse belastingbetaler nog eens veel moeten bijpassen. Het is een peperdure operatie die jarenlang heeft geduurd. Met hetzelfde geld hadden we nog eens veel meer scholen kunnen bouwen, hadden we het op een andere manier gedaan. We moesten die centen ook nog eens inkantelen in de begroting, waardoor die wordt bezwaard. We hadden echt heel veel meer scholen kunnen bouwen met diezelfde centen. U zult in het volgend masterplan, waar wij met veel belangstelling naar zullen kijken en waar we nog steeds op wachten, met andere oplossingen moeten komen, want dat zal nodig zijn. (Applaus bij Groen)

Minister Hilde Crevits

Ik wil geen ruzie in het kot, zeker niet binnen één partij.

Mevrouw Meuleman, wat u niet mag zeggen, is dat jarenlang al die middelen verloren zijn gegaan. De middelen die niet gebruikt zijn voor de Scholen van Morgen, zijn ieder jaar volledig ingezet om aan de scholen te geven om te bouwen. We hebben dat consequent gedaan. U hebt gelijk: we gaan inderdaad een nieuw masterplan maken. Het kost wat meer tijd dan ik zelf ook had gedacht omdat heel veel zaken bijzonder ontransparant waren, bijvoorbeeld de manier waarop de capaciteitsmiddelen worden verdeeld, bijvoorbeeld de verhoudingen die er zijn. Ik wil het netjes zetten. Wellicht zal het niet meer zo’n groot DBFM-project zijn, maar je kunt niet rond de vaststelling heen dat er nu scholen worden gebouwd. Mevrouw Meuleman, ik raad u ook aan om een paar van die nieuwe scholen te gaan bezoeken. Er zijn zeer innoverende concepten, die scholen misschien nooit hadden kunnen neerzetten, had het project niet bestaan. Zomaar zeggen dat het allemaal slecht is, is ook helemaal verkeerd. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Ik stel voor dat wij allemaal bij de honderdste werf worden uitgenodigd.

Ik vind het een constructief voorstel. Ik hoop alleen dat we er geen tien jaar op moeten wachten. En dat is niet om u te provoceren, minister. Wij zijn ook niet tegen bijkomende investeringen in schoolcapaciteit. U zult trouwens hebben gezien dat wij in onze Zuurstofbegroting budgetten hebben ingeschreven op scholenbouw. Wij houden dus wel degelijk rekening met wat er nodig is in het onderwijs.

Ik ben blij dat we elkaar een stuk kunnen vinden wanneer het gaat over de noodzaak van een evaluatie. De oorspronkelijke bedoeling van Scholen van Morgen was sneller en goedkoper realiseren. En dat zijn nu net de twee criteria waar het wat mangelt.

Ik ben het er helemaal mee eens dat die middelen niet verloren zijn, maar het had op een andere manier vermoedelijk sneller en met meer capaciteit kunnen gebeuren.

Minister-president, mijn eerste conclusie is dat een aantal van de excuses waarvan u zich bedient, in mijn ogen helemaal geen stand houden. Ik moet eerlijk zeggen dat ik benieuwd ben naar het resultaat van uw begroting 2015. Als ik naar 2014 kijk, dan zitten we nu al aan een tekort van 700 miljoen euro. De vraag die ik daarbij heb, is wat we kunnen verwachten in 2015. Ik hoop echt niet dat we opnieuw naar dergelijke cijfers gaan, want die zijn ook nooit in dit parlement aangekondigd. Het bewijst alleen maar mijn punt dat in het verleden nogal snel werd gezegd dat de Vlaamse begroting in evenwicht was. Eigenlijk was dat een verhaaltje, want de begroting is de laatste jaren nooit in evenwicht geweest.

Minister-president, in de Septemberverklaring zei u nog dat het een dubbele doelstelling van u was om een begroting in evenwicht te hebben. Ik stel eigenlijk vast dat uw begrotingsimago op dat vlak een aantal deuken heeft opgelopen en dat het in amper zes maanden tijd is geëvolueerd van grijze degelijkheid naar grote ongeloofwaardigheid.

Ik heb het al gehad over de economische parameters, maar ik zal u er nog een aantal voor de voeten gooien. U rekent zich eigenlijk ook rijk in deze begrotingscontrole, en dan heb ik heb ik het niet meer over de economische parameters. Ik overloop even waar u volgens mij een ongeloofwaardige begrotingscontrole op tafel legt.

Bij de schenkingsrechten, en daar hebben we vanmorgen uitgebreid bij stilgestaan, rekent u op bijna 55 miljoen euro extra inkomsten. Op deze manier schuift u een inkomst naar voren. We weten allemaal dat we wat we binnenhalen aan schenkingsrechten, minder zullen ontvangen aan successie- en erfenisrechten. U probeert het tekort van 2015 te temperen door een inkomst naar voren te schuiven, maar u geeft geen antwoord op de vraag hoe u dat inkomstenverlies tijdens de volgende jaren zult opvangen. Ik heb daar tot op vandaag geen antwoord op gekregen. Hoe zult u het verlies aan inkomsten de volgende jaren opvangen?

U zou mij en anderen misschien kunnen overtuigen indien u hier een meerjarenraming had voorgelegd. En daar blijf ik echt wel een punt van maken. Uw begroting ziet er helemaal anders uit dan zes maanden geleden. En het zou van intellectuele eerlijkheid getuigen indien u in dit parlement een meerjarenbegroting had neergelegd. Zo konden we op zijn minst vernemen hoe u dat tekort in de toekomst zult wegnemen. U wijkt fundamenteel af en u vindt het blijkbaar niet nodig om de Vlaamse belastingbetaler uit te leggen wat u de volgende jaren zult doen. Nochtans hebt u in de pers meermaals aangekondigd dat u dat tekort in 2017 zou hebben weggewerkt.

Ik moet het vandaag doen met uw woord. Ik heb niets meer. En u zult begrijpen dat ik toch wat twijfel aan uw woord. Zes maanden geleden hebt u mij uw woord gegeven dat de begroting in evenwicht zou blijven en hebt u een begroting op tafel gelegd met een overschot van 2 miljoen euro. Dus sta mij toe te twijfelen aan uw woord. Ik zou het veel liever op papier hebben, zoals dat hoort bij een begroting gebouwd op harde criteria met een toekomstperspectief.

En dus: ik ben het eens met het Rekenhof. Ik ben het eens met het Rekenhof dat niets u belet om een dergelijke meerjarenraming op tafel te leggen. U had die, als u zichzelf en ook de mensen hierbuiten, de belastingbetalers, ernstig nam, wel degelijk op tafel gelegd.

Ik zal u zeggen wat ik een beetje ongeloofwaardig vind in uw regering en in uw begrotingscontrole. Het houdt verband met het project van de A11 in Brugge. Dat project is daarnet door minister Crevits aangehaald. In het rapport van het Rekenhof staan een aantal punten over de begrotingscontrole. Daarin vraagt het zich, terecht, af of die projecten al dan niet getoetst zijn aan de Eurostat-regels en of ze binnen of buiten de consolidatie moeten. De A11 in Brugge, minister, zou – ik zeg ‘zou’ omdat we het niet weten – in 2015 zo’n 145 miljoen euro negatieve impact kunnen hebben op die begroting.

Ik vraag mij nog altijd af, want ikzelf en de collega’s in de commissie, zelfs van de mensen uit de meerderheid, hebben geen duidelijk antwoord gekregen, wat er nu veranderd is aan het contract dat u in de commissie Financiën en Begroting zegt: “Ik hoop, ik ga ervan uit, ik reken erop, ik vertrouw erop dat we dat project buiten de begroting kunnen houden.” Het is een project waarvan de contracten al lang gesloten zijn en waarvan de werken op dit moment volop worden uitgevoerd. Ik blijf mij afvragen en stel nogmaals de vraag. Ik kan niet veel met ‘ik vertrouw erop en ik heb er hoop op’. Een begroting, dat zijn keiharde criteria. In uw contract van de A11 zitten er keiharde criteria. U hebt in de commissie geen antwoord kunnen geven op de vraag wat eraan is gewijzigd. Het enige wat u zegt, is dat u hoopt dat we het buiten de begroting kunnen houden. En hoop, collega’s, is wat mij betreft geen cruciaal onderbouwd element in een begrotingsvisie. Dat is geen keihard criterium waarmee deze minister mij kan overtuigen om het tekort niet verder te laten oplopen. Hoop doet misschien leven, minister, maar hoop maakt geen sluitende begroting. (Applaus bij Groen)

En dan kom ik nog terug op een ander project. Ik noem het soms de witte olifant in dit halfrond. De witte olifant in dit halfrond is Oosterweel. Minister Weyts heeft aangekondigd dat er bij Oosterweel vanaf 2017 schoppen in de grond zullen worden gestoken. Dat is nauwelijks binnen twee jaar. U hebt het ondertussen, dat weten we, opgeknipt in vijf stukken van 700 miljoen euro. U wilt vanaf 2017 nog meer dan 2 miljard euro zoeken in deze regeerperiode om die drie eerste schijven af te betalen.

De vraag is opnieuw: ten koste van wie en van wat? Het gaat om vijf stukken van 700 miljoen euro, maar tot op de dag van vandaag kunt u mij eigenlijk niet zeggen hoe u dat project zult financieren. U kunt het mij zelfs niet eens zeggen. U wilt, volgens uw eigen woorden, het tekort in 2017 hebben weggewerkt, maar u kunt mij niet zeggen hoe u vanaf 2017 zowat 2 miljard euro voor de volgende drie jaar zult vrijmaken om de eerste drie schijven van dat project te betalen.

Minister-president, minister Turtelboom, u vaart op dit moment dus blind. U weet niet hoe u dit project zult financieren. Dat staat wat mij betreft haaks op een van de begrotingsprincipes die ook ik huldig, het principe van de goede huisvader. Een goede huisvader vaart niet blind. Een goede huisvader weet wat hij de volgende jaren op hem ziet afkomen en hij weet ook hoe hij dat zal betalen.

Voorzitter, collega’s, ministers, ik wil ook even aangeven dat je, als je in het rood gaat, als je een tekort hebt – wat wij in de Zuurstofbegroting hadden ingeschreven –, de juiste projecten moet kiezen. De juiste projecten zijn voor mij projecten die een groot draagvlak hebben bij de bevolking, die een oplossing zijn en vernieuwing uitstralen. Het zijn projecten die modern zijn, niet projecten van de 20e eeuw die vooral investeren in beton. Ik geef een aantal voorbeelden.

Als deze Vlaamse Regering het ernstig meent met wat de mensen in Antwerpen willen en wat ze dit weekend nog met z’n 20.000 hebben onderstreept, dan is één ding zeker: Ringland is een project van de toekomst. Minister-president, u investeert in en blijft halsstarrig vasthouden aan een betonproject als de Oosterweelverbinding en aan het BAM-tracé, wat eigenlijk een project van de vorige eeuw is. Ik vraag u dan ook om de Oosterweelverbinding te laten vallen en voor Ringland te kiezen.

Een tweede punt waarop op de juiste wijze kan worden geïnvesteerd, is hier al door eerdere sprekers aangehaald. Het Vlaams Parlement heeft kamerbreed een zeer goede resolutie goedgekeurd om een antwoord op de radicalisering te formuleren. Het is een goed en sterk plan. Wij hebben dit sterke parlementaire werk mee goedgekeurd.

Minister, er is echter nood aan bijkomende middelen voor ons onderwijs, voor de jeugdsector en voor de steden en gemeenten die met deze problematiek worden geconfronteerd.  De Groen-fractie hoopte dat u tijdens deze begrotingscontrole duidelijk zou aangeven dat het u met die radicalisering menens is. Ik zie in de begrotingscontrole echter nergens bijkomende middelen om dit probleem te tackelen. Die middelen zijn nochtans nodig en worden door de mensen op het terrein gevraagd. Ik vind dit jammer, zeker omdat er een kamerbrede steun voor dit project is.

Mijnheer Rzoska, ik vind het niet zo verbazingwekkend dat u in de begrotingscontrole geen bedragen in verband met de deradicalisering terugvindt. Die bedragen waren immers al in de begrotingsopmaak opgenomen.

Minister, de resolutie van het Vlaams Parlement dateert, met alle respect, van na de begrotingsopmaak. Toen is zeer goed en zeer hard gewerkt. In die resolutie zijn nog bijkomende elementen opgenomen die we niet zomaar langs de kant kunnen laten liggen. In het Vlaams Parlement zetelen een aantal burgemeesters die toen terecht een aantal noden in hun eigen steden op tafel hebben gelegd.

Iedereen hoopt dat we deze strijd zullen winnen. Als we deze strijd willen winnen, moeten er echter op het terrein meer middelen worden ingezet. Gezien de noden op het terrein, had ik verwacht dat die middelen in de begrotingscontrole zichtbaar zouden zijn. U zou mijn steun hiervoor hebben gehad. (Applaus bij Groen)

Mijnheer Rzoska, ik vind de resolutie belangrijk. Ik vind het absoluut een goede zaak dat deze resolutie redelijk kamerbreed is ondersteund. Ik wil echter een onderscheid duidelijk maken.

De Vlaamse Regering heeft een eigen plan opgesteld. Alle functioneel bevoegde ministers zijn hierbij betrokken. We hebben tijdens de begrotingsopmaak in de nodige middelen voorzien. U zult in alle eerlijkheid moeten toegeven dat de resolutie pas een tijd nadien is gekomen. Dat is zeer goed. Daarvoor zijn immers ook hoorzittingen en dergelijke georganiseerd. De Vlaamse Regering heeft dan ook besloten dit in de beleidsbrieven voor volgend zittingsjaar op te nemen. We zullen dan zien of we nog in bijkomende middelen moeten voorzien.

Het plan van aanpak in verband met de deradicalisering is in samenspraak met alle leden van de Vlaamse Regering tijdens de begrotingsopmaak tot stand gekomen. In de begrotingscontrole vindt u hiervan uiteraard niets terug. Dit is immers al tijdens de begrotingsopmaak in de begroting opgenomen.

Het is absoluut de bedoeling rekening met de resolutie te houden. Het zou van weinig respect van de Vlaamse Regering voor het Vlaams Parlement getuigen dat niet te doen. Ik heb dat altijd verklaard. Bij de opmaak van de begroting voor 2016 zult u dus ook iets mogen verwachten.

Minister, in dat geval leeft het Vlaams Parlement op hoop. We hopen dat we in de begrotingsopmaak voor 2016 middelen zullen terugvinden. Ik ga ervan uit dat u het met me eens bent dat de noden op het terrein groot zijn. We moeten hier snel een antwoord op bieden. U had de begrotingscontrole als een opportuniteit kunnen beschouwen om een antwoord te bieden op wat de resolutie van het Vlaams Parlement heeft aangegeven. Ten tijde van de begrotingscontrole was die resolutie er wel degelijk al.

Minister, indien u zaken vertelt die niet helemaal kloppen, voel ik me geroepen toch even tussenbeide te komen. Tijdens de bespreking van de resolutie vormden de middelen voor deradicalisering immers het grote twistpunt tussen meerderheid en oppositie. We hebben toen afgesproken dat we zouden landen met een goede tekst waarover we het inhoudelijk eens zijn. Die tekst bevat vijftig actiepunten waartoe de meerderheid en de oppositie zich willen verbinden. Die actiepunten moeten volgens ons zeker worden uitgevoerd.

Het was echter net over de budgetten dat we van mening verschilden. We hebben gezegd dat we dat nog zouden openlaten, dat het de taak zou zijn van de oppositie om bij de begrotingscontrole na te gaan of die zaken inderdaad zullen kunnen worden gerealiseerd en of daar middelen tegenover zullen staan. Voor ons is dat op dit moment onvoldoende het geval. We wilden het ook op korte termijn, nog in 2015, mogelijk maken maatregelen te nemen die dringend zijn om de sector te ondersteunen, om welzijnswerkers te ondersteunen, om de onderwijssector te ondersteunen. Op dit moment is dat er inderdaad niet bijgekomen bij de begrotingscontrole. Ik heb daar een reeks schriftelijke vragen over gesteld, waarop ik antwoorden heb gekregen. Minister, u zegt daarin nog geen idee te hebben hoe u die middelen voorzien voor de steden en gemeenten zult verdelen. Ik heb gevraagd welke criteria u zou toepassen, waar we de middelen voorzien voor de steden en gemeenten vinden en hoe u die zult verdelen. U hebt me geantwoord dat u daar nog geen zicht op hebt.

Steden en gemeenten zitten te wachten op die middelen die nodig zullen zijn voor deradicalisering. Wat het budgettaire betreft, is dat dus absoluut onvoldoende en geef ik mijn fractieleider, voor alle duidelijkheid, voor 100 procent gelijk. We staan schouder aan schouder, zoals gewoonlijk. We staan op één lijn en zeggen dat er veel te weinig middelen zijn voor deradicalisering. (Applaus bij Groen)

De heer Bart Somers (Open Vld)

Ik wil toch even graag interveniëren, want die resolutie die we in dit halfrond hebben goedgekeurd, is een belangrijke resolutie. Die stelt inderdaad een aantal vragen aan de regering. Zoals de minister terecht heeft gezegd, was er in de begrotingsopmaak al in een aantal initiatieven voorzien. Sommige hebben we hernomen in onze resolutie. Wat een aantal stappen betreft, zijn we verder gegaan, en terecht.

Het is ook niet zo dat er nu lokaal niets gebeurt. Die eerlijkheid moet men ook hebben. Het is ook de plicht en de taak van een lokaal bestuur om, wanneer er een nieuwe uitdaging opduikt, te proberen daar zelf een antwoord op te geven, door het herschikken van middelen, het herschikken van mensen en mogelijkheden.

Op middellange termijn is er wel degelijk een vraag van een aantal gemeente- en stadsbesturen om die inspanningen die ze nu moeten doen, mee te laten dragen door de Vlaamse overheid, hetzij door middelen aan te bieden, hetzij door ondersteuning op andere manieren. Wat voor mij belangrijk is, is het antwoord dat de minister heeft gegeven. Ze zegt dat ze bij de begrotingsopmaak voor 2016 inspanningen zal doen om ter zake een aantal initiatieven mogelijk te maken. Ik denk dat er op dit moment geen enkel stadsbestuur is dat vandaag met die problematiek wordt geconfronteerd, dat niet nu al initiatieven neemt. Alleen kunnen sommige dat op termijn niet volhouden en hebben sommige ook ondersteuning nodig. Voor alle duidelijkheid: die ondersteuning krijgen wij vandaag al, op tal van domeinen. We krijgen die van de Vlaamse en ook van de federale overheid. Met datgene wat we hebben gedaan, is het de taak van het parlement, dus niet alleen van de oppositie, om kritisch op te volgen of de regering daar wel voldoende op inspeelt. Dat vind ik belangrijk. Ik vind echter niet dat we nu het proces kunnen maken van wat de regering doet of niet doet. Ik denk dat we ter zake de begrotingsopmaak voor 2016 moeten afwachten. Er gebeuren vandaag al een aantal dingen. Er moet hier en daar wat meer gebeuren. Ik heb er echter vertrouwen in. Minister, ik heb u gehoord. We zullen dat kunnen evalueren op het moment dat de begroting wordt opgemaakt. Dan zullen we bekijken of er inderdaad tandjes worden bijgestoken op het vlak van de strijd tegen radicalisering.

De voorzitter

We gaan heel het debat over de radicalisering niet opnieuw voeren.

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Neen, ik wil gewoon een positieve suggestie doen. In onze resolutie – en de heer Somers, weet dat ook heel goed – staat dat we snel en waar nodig meteen extra middelen vrijmaken om de uitdagingen te tackelen die zijn uitgetekend in de resolutie. Collega’s, de Federale Regering heeft dat begrepen. Die voorziet in 40 miljoen euro extra om die strijd tegen radicalisering aan te gaan. Wij hebben hier kamerbreed een voorstel van resolutie goedgekeurd. Minister, de voorzitter van de commissie was een N-VA-voorzitter. U kunt toch moeilijk mevrouw Sminate ontzeggen wat wij allemaal ook vragen. Ik zou zeggen: steun straks die amendementen die we hebben ingediend om nu meteen extra middelen vrij te maken. De lokale besturen, de welzijnssector, de jeugdsector zullen u dankbaar zijn. Daarmee voegen we gewoon de daad bij het woord en nemen we een voorbeeld aan de federale collega’s.

De voorzitter

Minister Homans, dankbaarheid?

Dankbaarheid, dat hangt ervan af, voorzitter.

Ik onderschrijf heel nadrukkelijk wat collega Somers heeft gezegd. Voor alle duidelijkheid, collega’s, ook collega Rzoska, de resolutie is hier op 19 mei goedgekeurd. De begrotingscontrole was afgerond voor de paasvakantie. Ik wil wel. Moeten er nog dingen gebeuren? Ja, daarover ben ik het absoluut met u eens. Nemen wij met deze voltallige regering, net zoals collega Somers heeft aangehaald, engagementen naar de begrotingsopmaak 2016? Ja. Hebben wij al iets gedaan in de begrotingsopmaak 2015? Ja, bijvoorbeeld middelen die ik vanuit mijn pakket heb vrijgemaakt voor de opleiding van eerstelijnswerkers en leerkrachten, gegeven door vzw Motief, ook het geld dat ik heb gegeven aan de VVSG voor een eerstehulplijn, een helpdesk voor de lokale besturen en dergelijke meer. Dus hebben we iets gedaan. Maar de eerlijkheid gebiedt u toch wel om toe te geven, als hier een resolutie wordt goedgekeurd, anderhalve maand na de begrotingscontrole, dat je moeilijk kunt verwachten dat deze regering dat nog heeft meegenomen in de begrotingscontrole. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman, gebruik uw microfoon alstublieft. Wij horen graag wat u zegt. Zeker als u iets zegt, dan hoor ik dat nog liever.

Dat is vrij simpel te verhelpen. Dat die begrotingscontrole klaar was voor de resolutie, dat wil ik wel aannemen. Daarvoor bestaat het systeem van amenderingen. Als de regering nu nog een amendement wil indienen om in middelen te voorzien, dan willen wij dat steunen. Anders zijn er nog onze amendementen die kunnen worden gesteund. Dat is een beetje flauw als argument, vind ik.

Minister Hilde Crevits

Ik wil het pleidooi van minister Homans van zonet ondersteunen en ook verwijzen naar wat collega Somers heeft gezegd. Los van de resolutie, die zeer waardevolle elementen bevat, is het juist dat de Vlaamse Regering ook een nota goedgekeurd heeft. Bijvoorbeeld voor het vormen van het netwerk tegendiscours dat in scholen cruciaal is, heb ik een gedetacheerde vrijgesteld. Er is nu al in middelen voorzien. Voor een aantal zaken kunnen we kort op de bal spelen en wordt nu in middelen voorzien. Een aantal andere zaken zijn voor de langere termijn.

Collega Rzoska, u had het daarnet over een aantal Via-Investprojecten, onder andere de A11. U had het ook over de waarborgen. Bij de ViA-Investprojecten zijn er geen waarborgen. Daar is gewoon geen sprake van. Toch worden er vragen gesteld bij de pps’en waar we vroeger nooit problemen hebben gehad. Bij de A11 gaat het puur over de participatie van Vlaanderen. Wij moeten daar heel zorgzaam mee omgaan. Voor mij is dat zeer verrassend omdat we van Europa hebben kunnen werken met bonds. Het was het eerste project in Europa. Men heeft er heel veel inspanningen voor gedaan om het gerealiseerd te krijgen. We zullen alles doen om ervoor te zorgen dat dat buiten de consolidatie kan blijven. Maar in deze dossiers word je soms ingehaald door heel onverwachte omstandigheden. De waarborgen die in andere dossiers wel een rol spelen, spelen in deze dossiers geen rol. Samen met u delen we de bezorgdheid en zullen we proberen om dat zo goed mogelijk te doen.

De voorzitter

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Collega’s Gennez en Meuleman, we zijn inderdaad heel ver gegaan in onze resolutie wat betreft het budgettaire omdat wij deze problematiek allemaal bijzonder ernstig nemen. Door het feit dat wij onze tijd genomen hebben om die resolutie tot een goed einde te brengen, was de budgetcontrole inderdaad al gepasseerd bij de stemming over die resolutie. Ik vind het eigenlijk wel flauw dat u op dit moment de regering al probeert af te rekenen op het werk dat wij gedaan hebben met die resolutie.

Bovendien, collega Gennez, weet u heel goed dat wij pas twee weken geleden op het Bureau, waar u zelf in zit, beslist hebben om het werk van die commissie te verlengen, waarmee wij eigenlijk beslissen om twee keer per jaar de regering te controleren of zij de aanbevelingen effectief uitvoert. Dat is het moment waarop u de regering zult kunnen afrekenen. Vandaag vind ik dat de timing helemaal fout zit.

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Nog heel even over de A11. We hebben daar in de commissie een vrij goed debat over gehad. De staatswaarborgen zijn altijd een probleem bij de pps’en. Men zegt: waar is het risico voor de private sector als de overheid een 100 procent garantie geeft?

Als je dat combineert met bepaalde gegarandeerde intrestvoeten, dan is de privaat-publieke eigenlijk alleen publiek. Dat is een legitieme intellectuele inhoudelijke redenering. De A11 is in april niet geherkwalificeerd. We zijn er vrij zeker van dat dat ook in september niet zal gebeuren omdat we net nog een aantal wijzigingen hebben doorgevoerd in de blokkeringsminderheden in het contract en in de overwinstclausules. Om die reden, zoals ik ook in de commissie heb gezegd, voelen we ons vrij zeker bij de A11. Uiteraard zijn we pas 100 procent zeker als we het papier binnenkrijgen dat zegt dat de inkanteling effectief buiten de begroting mag worden gehouden. Maar als er een contract is waarvan ik vind dat het een zuiver contract is, dan hebben we er alles aan gedaan om dat heel zuiver te houden.

Het debat is nu alle kanten uitgeschoten. Ik zal proberen om weer wat te focussen.

Ik heb de onvoorziene omstandigheden al toegelicht: de drie redenen. Ik denk dat ik het standpunt van Groen vertolkt heb. Dat hoop ik toch. Dat zal ik vanavond wel horen.

In het tweede gedeelte ben ik ingegaan op het idee: let toch op dat u zich niet rijk rekent in de elementen die u naar voren schuift en de thema’s die deze ochtend aan bod kwamen. Ik ben geen onheilsprofeet, maar raad toch enige voorzichtigheid aan.

Dat brengt me naadloos bij het derde gedeelte van mijn betoog, en dat is het alternatief dat wij op tafel gelegd hebben. Ik ben het met u eens, minister-president: een goede oppositie stelt regelmatig een alternatief voor en gaat op zoek naar een aanpak. Wij hebben dat in twee bewegingen gedaan. U hebt in december onze Zuurstofbegroting gezien. We hebben daarover uitgebreid van gedachten gewisseld. Het was een plezier om de notulen van die vergadering nog eens te lezen. Ik werd vol ondervraagd over het Zuurstofalternatief van Groen. Dat doet ons natuurlijk plezier. Het is positief, denk ik, dat we constructief aangeven waar voor ons de belangrijke dossiers zitten en hoe wij proberen om die bakens naar de toekomst te verzetten.

In die Zuurstofbegroting van december zaten een aantal federale instrumenten, maar ook wij waren ervan overtuigd om die kosten op arbeid – de loonkosten – naar beneden te halen. We hebben dat deels gebruikt om investeringen naar voren te schuiven in ons alternatief op Vlaams niveau. Er zaten dus wel degelijk ook Vlaamse instrumenten in. Ook wij voorzagen een tijdelijk tekort. We wilden dat structureel dichtrijden in 2018. Ik ben het niet met u eens, maar ik denk niet dat ik u kan overtuigen.

Onze Zuurstofbegroting is geen schuldenbegroting. Wij investeren ook wel degelijk. We schuiven wel degelijk projecten en noden van deze eeuw naar voren. We zoeken daar middelen voor. Voor die middelen hebben we in onze Zuurstofbegroting, ook voor federale instrumenten, gezorgd. Er was een zeer geanimeerde discussie over de vermogensrendementsheffing. Wij staan daar nog altijd achter. We hebben ook gediscussieerd over een solidaire bijdrage in de zorgverzekering en een doelmatige milieufiscaliteit.

We zijn vandaag eigenlijk een stap verder gegaan, minister-president. Het tweede instrument dat we naar aanleiding van deze begrotingscontrole naar voren hebben geschoven is een taxshift, een Vlaamse taxshift die een extra turbo zet op die Zuurstofbegroting en probeert om de federale aankondigingen te versterken; een taxshift met een verlaging van de lasten op arbeid en op inkomen. Dat is eigenlijk een verschuiving naar milieufiscaliteit. U hebt de rapporten ook gelezen: dat wordt al jarenlang gevraagd door de Europese Commissie. Wat wij naar voren schuiven, staat ver van de karikatuur die u er probeert van te maken. In het Zuurstofplan zaten wel degelijk slimme besparingen op heel wat nutteloze projecten, op de regionale luchthavens, op een – wat u noemt – ‘eigen apparaat’ en een verschuiving naar andere inkomsten. Wij kiezen wel degelijk voor een investeringsregering, optimisme dat zuurstof brengt voor kmo’s en mensen. Wij willen vanaf jaar één – zo hadden we onze meerjarenraming opgebouwd – investeren in meer zorg, onderwijs, een circulaire economie.

Wij hebben met ons alternatief aangetoond dat dat kan. Het is inderdaad een kwestie van politieke keuzes, en daar verschillen we van mening. De politieke keuzes die u maakt, zijn politieke keuzes die wij niet maken.

In het laatste stuk van mijn betoog wil ik de taxshift die we vandaag hebben voorgesteld, even naar voren schuiven. Wij hebben een uitgerekende taxshift opgemaakt, waarbij we langs de ene kant de belasting op arbeid verlagen met 1 miljard euro, en langs de andere kant zoeken naar instrumenten in de milieufiscaliteit. En wat goed is aan onze taxshift, minister-president, is dat we dat volledig binnen het Vlaamse kader doen. In onze taxshift zit wel degelijk een instrument waarbij we de loonkosten voor de werkgevers naar beneden halen en er tegelijkertijd voor zorgen dat de werknemer op het einde van de maand meer overhoudt.

Een aantal maanden geleden, minister-president, hebben we in dit halfrond een boeiende discussie gehad. Collega Rutten heeft u toen wat uitgedaagd. Zij riep u op om niet zo defensief te zijn. Wij kunnen ook langs onze kant, langs Vlaamse kant, een taxshift realiseren, en we hoeven daarvoor niet altijd naar de overkant van de straat te kijken, stelde ze. Ik had even hoop toen collega Rutten daartoe opriep en daarvoor terecht applaus kreeg op de Open Vld-banken. Maar ik moet eerlijk zeggen: ik wacht, ik wacht, ik wacht en ik zie op dit moment geen voorstel voor een ambitieuze taxshift op Vlaams niveau. Daarom willen wij de debatten daarover openen en hebben we een voorstel ingediend.

Ik begrijp het niet goed, minister-president, dat u niet of nog niet met een ambitieuze taxshift naar dit parlement komt. Vroeger was het mantra ‘wat we zelf doen, doen we beter’. Nu zeggen de N-VA, Open Vld en CD&V blijkbaar ‘wat we zelf mogen doen, doen we eigenlijk gewoon niet’.

De middelen voor de drie maatregelen die wij in onze taxshift naar voren schuiven, komen wel degelijk uit de opbrengsten van een veralgemeende invoering van de kilometerheffing, dus ook van personenwagens. Dat is een idee dat uw eigen minister van Mobiliteit genegen is, een idee dat deze morgen ook door CD&V-collega Koen Van den Heuvel naar voren werd geschoven. Het is een mechanisme dat we ook zien opduiken in de kilometerheffing voor vrachtwagens, die straks nog op de agenda staat.

We laten wel degelijk de huidige verkeersbelastingen volledig los. De belasting op de inverkeerstelling (BIV) en de verkeersbelasting worden afgeschaft. Dat is een taxshift, minister-president, waarmee wij willen werken aan een Vlaanderen dat in 2019 een pak duurzamer zal zijn en een pak meer ambitie op tafel zal leggen wat betreft de groene doelstellingen, die wat ons betreft de toekomstdoelstellingen zijn.

Wij willen via zo’n taxshift, waarbij je een loonlastenverlaging hebt, voor de werkgevers én voor de werknemers, en waarbij je op zoek gaat naar instrumenten om milieufiscaliteit op een slimme manier door te voeren, ook een antwoord bieden op de steeds groeiende files. Op die manier willen wij toewerken naar een duurzame, warme en moderne samenleving. Dat is het alternatief dat we in december op tafel hebben gelegd. Met deze Vlaamse taxshift proberen we die zuurstofbegroting een extra turbo, een extra scheut zuurstof te geven.

Meer Vlaamse autonomie eisen is één ding, minister-president, maar er is iets mee doen, is blijkbaar een ander paar mouwen. Het is de ironie ten top dat dit Vlaams Parlement en de Vlaamse beweging al decennialang meer fiscale autonomie vragen, en nu we die uiteindelijk hebben, doet u er eigenlijk niets mee. Waar is die Vlaamse taxshift? Ik moet eerlijk zeggen dat ik van u op dat vlak meer ambitie en daadkracht had verwacht.

Voor het eerst in jaren – en daar gaat u zelf prat op – is het een Vlaams-nationalist die deze Vlaamse Regering leidt, in een regering met onder meer liberalen. En nog altijd zie ik geen Vlaamse belastingverlaging. Wij konden het getreuzel niet langer aanzien en hebben zelf constructief een voorstel tot Vlaamse taxshift op tafel gelegd. (Applaus bij Groen)

De begroting was in december niet in evenwicht en toch had u een overschot van 2 miljoen euro. Dat lees ik eigenlijk in de begrotingscontrole. De begrotingscontrole was het aangekondigde tekort dat er in december 2014 al in zat, als u rekening had gehouden met een aantal parameters die al zeer lang bekend waren.

Groen stelde een alternatieve begroting voor in december. Vandaag doen we een voorstel van een echte Vlaamse taxshift, een verlaging van de belasting op arbeid met 1 miljard euro gecompenseerd met vermogens- en vervuilingsfiscaliteit. U wou – zo zette u de Septemberverklaring en de begrotingsbespreking in december in – snoeien om te bloeien. Dat was het motto. U snoeide, maar er bloeit op dit moment niet al te veel. We stellen voor om te investeren om duurzaam te groeien. Ook aan de uitgavenzijde zijn we heel duidelijk: investeer slim in de zaken die Vlamingen vragen. Investeer slim in beter onderwijs en in zorg voor jongeren en ouderen. Investeer slim in verkeersveiligheid en de overgang naar een duurzame en gezonde economie. Investeer slim in de kmo’s en de Vlamingen zelf. Laat de miljardenverslindende projecten van de vorige eeuw, Oosterweel, Brusselse Ring en Uplace, gewoon vallen.

De Groenfractie is van mening dat de regering van N-VA, Open Vld en CD&V de verkeerde keuzes heeft gemaakt in haar begroting, maar ook in deze begrotingscontrole. Daarom – maar ik vermoed dat u dit al door zal hebben gehad – zal de Groenfractie de begrotingscontrole niet goedkeuren. (Applaus bij Groen)

Minister Annemie Turtelboom

Ik vind het altijd heel fijn als leden van het parlement en leden van de oppositie zelf voorstellen doen. U doet dat voor de taxshift en pleit voor vergroening en een vermogensbelasting. Dat verrijkt het debat intellectueel enorm. Het stelt het debat niet alleen scherp op de punten en komma’s maar ook op inhoud. Dat is een enorme verrijking.

Ik wil een aantal dingen zeggen. Werken op een vergroening van de fiscaliteit is gedragsveranderend. Bij vergroeningsbelasting is finaal het doel een gedrag aan te passen. Dat betekent dat het niet altijd een stabiele basis is om loonkosten te verlagen. Vorige week hebben we in de commissie een heel interessant debat gehad over de vergroening van de verkeersfiscaliteit. Zowel minister Schauvliege als ikzelf werken daar intensief op. Op het vlak van inkomsten brengt dit een onzekere factor met zich mee.

Bij een vermogensbelasting weet je dat vermogens jammer genoeg ook pootjes kunnen hebben. Dat vermogen kan naar het buitenland gaan. Als we alleen de allerrijksten zouden belasten, dan zijn we het erover eens dat de realiteit zal zijn dat ze weg zullen zijn. Denk maar aan de rijkentaks in Frankrijk.

Ik ben het er fundamenteel niet mee eens dat de regering geen fiscale ambitie heeft. We hebben het voorbije jaar twee maatregelen genomen die geen taxshift zijn maar wel een taxdown. Ik vind het nog altijd fijner om een taxdown te doen dan een taxshift die dan in de feiten vaak een taxlift is. We hebben de miserietaks weer verlaagd en we hebben gewerkt aan de schenkingsrechten op onroerende goederen waarbij de hoogste categorie voor de niet-rechte lijn tot 80 procent ging. Dat was een absurd hoog bedrag en eigenlijk bijna een onteigening. We hebben niet alleen een verlaging doorgevoerd, maar we zijn van negen naar vier verschillende schalen gegaan. Dat is ook een drastische vereenvoudiging. We hebben ook een vergroening gedaan omdat ik dat van belang vind. U hebt vorige week voorgesteld om 700 miljoen te investeren in het woonpatrimonium om het energievriendelijker te maken. We hebben in deze verlaging ook heel bewust het vergroeningsaspect gestopt. Je kan het alleen maar menen als je er ook naar handelt.

Wat komt er nog? Ik zou kunnen zeggen, je hebt mensen die erover spreken en je hebt mensen die het doen. Wij hebben al twee zaken gedaan in de fiscaliteit. En we zijn bezig, ik verwijs naar het debat in de commissie vorige week, met de vergroening van de verkeersfiscaliteit. Ik vind dat we het debat op een zeer open en voluntaristische manier moeten durven te voeren. We zullen zien hoe ver we uitkomen, welk effect het heeft op de inkomsten. Want als in de ideale wereld iedereen zijn gedrag aanpast, heb je natuurlijk minder inkomsten.

De kilometerheffing voor personenwagens is een van de pijlers in uw voorstel. De kilometerheffing voor vrachtwagens hebben we daarstraks nog besproken. Voor personenwagens zit dat in een zekere dynamiek. Als je het wilt toepassen op personenwagens en leasingwagens, heb je een akkoord nodig met de gewesten. Er zijn op dit moment al informele contacten. Ik heb er vorige week nog één gehad, maar u weet dat het bij de Waalse collega’s niet op de bovenste plank ligt. Kun je een kilometerheffing voor personenwagens invoeren voor enkel de privéwagens en niet voor de leasingwagens? Als je de inkomsten wilt halen, waarop u zich baseert in uw berekeningen, moet je naar stevige tarieven gaan en moet je ervoor zorgen dat je het volledige wagenpark meeneemt.

Voorzitter, wij hebben met twee belangrijke maatregelen als Vlaamse Regering een fiscale hervorming gedaan, duidelijk in een taxdown. We zijn bezig met de vergroening van de fiscaliteit. Samengevat, we gebruiken onze fiscale autonomie en we zullen dat de komende jaren nog veel meer doen.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik vul aan, bij de wijze woorden van minister Turtelboom. Mijnheer Rzoska, ik vind het ook interessant dat u een debat voert en dat u met alternatieven komt. Dat siert u. Maar daarover kan een en ander worden gezegd. Deze regering voert de kilometerheffing op vrachtwagens in. Het is een eerste stap. We gaan er hopelijk ook veel lering uit halen. Het is belangrijk dat het is doorgevoerd.

Minister Weyts heeft al belangrijke uitspraken gedaan over de kilometerheffing voor personenwagens. Hij heeft ook gezegd dat het niet onmiddellijk kan. We gaan het ook nooit ondoordacht invoeren. Er zal een nieuw proefproject starten. Het is heel belangrijk om daaruit te leren wat het effect is, sociaal en ecologisch op het rijgedrag en het aankoopgedrag van mensen met betrekking tot wagens en dergelijke. Het moet eerst heel, heel, heel goed en doordacht kunnen worden uitgetest.

U hebt gesproken over een belastingverlaging en over een taxshift. Pleit u nu voor een belastingverlaging of alleen maar een taxshift? Met de BIV die we hebben vergroend, is al bewezen dat vergroenende maatregelen aan erosie onderhevig zijn. We hebben 30 miljoen euro minder ontvangsten van de BIV door de vergroeningsmaatregelen die we hebben genomen.

U weet dat er belangrijke problemen mee gepaard gaan die op het ogenblik nog wachten op een oplossing. Voor leasingwagens moet je een samenwerkingsakkoord hebben met de andere deelstaten. Daarover heb ik gesprekken gevoerd en ben ik in debat gegaan met minister-president Magnette, die radicaal heeft gezegd: no way. Hij gaat niet voor een kilometerheffing voor personenwagens. Je kunt dat verwaarloosbaar vinden, op het ogenblik zijn er ‘maar’ 6,5 procent leasingwagens in Vlaanderen. Maar dat is toch een belangrijk deel op 3.300.000 wagens. Ga je die laten rijden zonder betalen?

We stellen vast bij de BIV dat nu bijna één op de vier van de wagens die in het verkeer komen, een leasingwagen is. Je kunt het dus niet zomaar wegvegen. Ik vraag iedereen om er ernstig rekening mee te houden. Er moet een samenwerkingsakkoord zijn voor de leasingwagens. En het is een steeds groeiend autopark.

Ook is er een probleem van de gemeentelijke fiscaliteit. Dat heb ik in uw oefening nog niet gezien, maar misschien neemt u dat mee op. Het heeft een belangrijke weerslag. De jaarlijkse verkeersbelasting wordt verhoogd met 10 procent, dit is de zogenaamde opdeciem, ten behoeve van de gemeenten. De opbrengst hiervan bedraagt een kleine 100 miljoen euro. U weet bovendien dat de Duitse regeling, waaruit we ook lering gaan kunnen halen, momenteel onder de loep wordt genomen door de Europese Unie.

Je kunt nu dus niet zomaar zeggen dat we dat gaan doen en dat we daarin zullen meegaan. Ik denk dat dit het spoor is dat we moeten trekken. Minister Weyts trekt dat ook op een verstandige manier. Laat ons eerst dat omvangrijke proefproject lopen, en laat ons dan bekijken of er een oplossing is voor twee, drie, zelfs vier problemen. Het probleem van de btw-regeling dient zich ook aan. We zullen dat allemaal vanuit veel oogpunten moeten bekijken.

De voorzitter

Minister Weyts heeft het woord.

Minister Ben Weyts

Voorzitter, ik vraag niet het woord om de laatste woorden van de minister-president tegen te spreken en evenmin om minister Turtelboom in dezen tegen te spreken.

Mijnheer Rzoska, we zijn allemaal niet vies van een beetje retoriek in de betogen, maar ik struikel toch over uw uitsmijter op het einde. U zegt, of u tracht alleszins de goegemeente voor te houden dat het allemaal gemakkelijk is op te lossen: Oosterweel, Uplace en de ring rond Brussel, al die investeringen doet u niet en dat is allemaal gewonnen voor de bevolking. We kunnen ten gronde lang discussiëren over welke oplossing we voorzien voor het Antwerpse mobiliteitsprobleem. Maar elke oplossing zal geld kosten. Als u nu zegt dat u voor Oosterweel geen uitgaven gaat doen, dan is het alternatief dat we blijven stilstaan rond Antwerpen. U zegt dat we de uitgaven voor Uplace moeten schrappen. Dat is gemakkelijk, want we geven daar geen geld aan uit. Ook daar maakt u de mensen iets wijs. En u zegt dat met Groen niets wordt gedaan qua investeringen voor de ring rond Brussel. De conclusie: met Groen blijf je jarenlang in de file staan in Antwerpen en in Brussel. Dat is wat u zegt. Ik vind het heel knap dat deze regering erin slaagt om toch te investeren. In beton, in wegen, in openbaar vervoer en in waterwegeninfrastructuur: de aanpak van de Seine-Scheldeverbinding en in het kader van de haven van Antwerpen. En toch besparen!

Wij zijn ervan overtuigd dat je de mensen niet kunt meekrijgen in een verhaal waarbij we zeggen dat we met zijn allen inspanningen moeten doen, als we ook niet een perspectief kunnen creëren. Vandaar dat wij zeggen dat we moeten besparen, maar vooral op onze eigen werking, de werking van de overheid, terwijl wij de investeringsbudgetten vrijwaren. Ik ben heel blij dat de investeringsbudgetten van Mobiliteit en Openbare Werken allemaal gevrijwaard zijn. Zo kunnen wij besparen én perspectief creëren. Dat doen wij vandaag. Wij zijn er vandaag in geslaagd. Voor het eerst is er economisch perspectief op vooruitgang dankzij die investeringen. Nog maar een jaar geleden zijn we hier met deze regering gestart. Minister-president Bourgeois zei dat we moeten besparen en investeren. Zo krijgen we tenminste perspectief op economische vooruitgang. Wel, inderdaad, vandaag kunnen we zeggen dat we blijven investeren en er is perspectief op economische vooruitgang. Minister-president, ‘job well done’. (Applaus bij de N-VA en van de heer Ward Kennes)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Rzoska, u hebt een alternatief naar voren geschoven waarmee u ons een beetje overvalt. Toch hebben wij al een kleine berekening gemaakt. Wat zou de kostprijs zijn om uw kilometerheffingsplan te financieren? Vorig jaar zijn er ook een aantal simulaties gemaakt. We hebben eens bekeken wat het een vriendelijke Antwerpenaar zal kosten die met de wagen elke dag heen en weer naar Brussel moet. U zult 4,9 eurocent per kilometer moeten vragen als u de helft van het wegennet belast. Voor dat gezin of voor die persoon komt dat neer op een extra belasting op jaarbasis van 1304 euro. En we gaan ervan uit dat het iemand is met één wagen in zijn gezin, sommige tweeverdieners hebben twee wagens. U kiest ervoor om een dusdanig hoge tol op wagengebruik te heffen dat mensen die daarvan afhankelijk zijn een ongelooflijke extra factuur zullen moeten betalen. Niet de rijke mensen, maar de middenklasse in Vlaanderen. (Applaus van de heer Herman De Croo)

De voorzitter

Mevrouw Segers heeft het woord.

Even de puntjes op de i zetten, minister Weyts. U zegt dat Uplace ons niets zal kosten. In antwoord op mijn schriftelijke vraag over de herinrichting van de Woluwelaan – en ik weet dat u zult antwoorden dat deze investering niet alleen voor Uplace is, maar het is wel grotendeels voor Uplace – sprak u over 39,97 miljoen euro in 2015, 17,6 miljoen euro in 2016, en nog eens 2,5 miljoen euro in 2017. Dat kost Uplace aan de Vlaamse belastingbetaler.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, een kleine vraag ter verduidelijking: die 1 miljard euro loonkostverlaging, hoe ziet u dat? Op welke doelgroepen richt u dat?

Minister Ben Weyts

Mevrouw Segers, u wilt hier altijd de leugen blijven handhaven dat we belastinggeld investeren in Uplace. Elke projectspecifieke investering voor Uplace wordt betaald door Uplace. Punt aan de lijn. Los van wat u ook mag denken van dat project. Zo eenvoudig is dat.

Voorzitter, er zijn nog veel vragen, ik hoop dat ik de tijd krijg om daar kort en punctueel op te antwoorden. Minister Turtelboom, het is een betrachting van de Groenfractie om het debat inhoudelijk en scherp te stellen, en dus zijn we niet te beroerd om voorstellen op tafel te leggen. Daar zitten we op dezelfde lijn. U hebt enkele terechte opmerkingen. U zegt dat we bij zo’n shift rekening moeten houden met veranderinggestuurd gedrag. Ik zal u straks onze nota bezorgen. We rekenen maar op een veralgemeende inkomst vanaf 2018. We willen die niet halsoverkop invoeren, we willen wel degelijk – minister Weyts krijgt nu telefoon, vermoedelijk berekent hij de prijs die hij zal moeten betalen – de ervaring afwachten van het project met de vrachtwagens, want we rekenen maar in 2018 op een veralgemeende invoering en inkomst van de kilometerheffing voor personenwagens.

Minister Turtelboom, wat de flankerende maatregelen betreft, u hebt het over taxshift en taxdown. Voor ons is het duidelijk een taxshift. Maar het mechanisme waarbij je inkomsten haalt uit milieufiscaliteit, dat doet de Vlaamse Regering met de vrachtwagens. In het ontwerp van decreet dat we straks zullen bespreken zitten compensaties, ook op arbeidsmarktgerelateerde onderdelen. We hebben dat systeem doorgedacht op de personenwagens.

Minister-president, uiteraard zal er nog veel overtuigingskracht voor moeten worden gebruikt. Minister Weyts, wij willen u volop steunen om uw collega’s van de andere gewesten voluntaristisch te overtuigen. In de commissie Mobiliteit hebt u naar aanleiding van de kilometerheffing voor vrachtwagens gezegd dat u het voortouw hebt genomen voor de tarieven en dat de rest zich nu zal aligneren op ons. We hebben daar uw politieke moed aangesproken, en die spreken we nu opnieuw aan: wees daar de trekker van, overtuig uw collega’s in de andere gewesten.

Inzake de leasingwagens hebt u een punt. Dat probleem moet echt worden bekeken, maar het zit op een ander niveau. Minister-president, als ik me niet vergis, zit u ook aan de overkant van de straat in de regering.

Minister-president Geert Bourgeois

Het samenwerkingsakkoord is met de deelstaten. Ik zit wel niet in die regering.

Ook daar moet je de politieke moed hebben op het federale niveau. Met de taxshift die wij naar voren schuiven… Dat is ook een debat. Ik heb geprobeerd een Vlaamse taxshift op tafel te leggen.

Mijnheer Somers, uiteraard hebben we daar rekening mee gehouden. De tarieven die u hanteert, zijn niet de tarieven die wij hanteren. De tarieven die u hanteert, komen uit de LNE-studie van het departement van minister Schauvliege. Die rekenen inderdaad zeer zwaar door met 3,7 miljard euro.

Wat u nu gedaan hebt, vind ik een beetje jammer. U hebt dat bedrag genomen en gezegd: “de groenen rekenen daarop”. Waar wij rekening mee hebben gehouden, mijnheer Somers, is bijvoorbeeld de tarifering die ook door Febiac naar voren wordt geschoven. En dat is in dezen toch wel een relatief onverdachte bron. We zijn dus heel gemodereerd geweest.

En als u me nu vraagt wat het tarief is van iemand die van Antwerpen naar Brussel rijdt, dan vind ik dat op dit moment een intellectueel heel oneerlijke vraag. De manier waarop wij moduleren, is uiteraard dat de tijd en plaats waar je rijdt, een effect zal hebben op de inkomsten. Volgens ons kan ons voorstel wel degelijk een werkbaar systeem zijn.

Minister Weyts, u hebt gezegd: “Met Groen sta je stil” omdat wij Oosterweel willen schrappen. U hebt onze zuurstofbegroting ondertussen hopelijk al gezien, die is er al sinds december 2014. We hebben wel degelijk een budget ingeschreven voor de realisatie van een alternatief. Het kost ongeveer evenveel geld als wat u nu voor Oosterweel wegzet. Zeggen dat wij geen oplossing willen rond Antwerpen, dat is eigenlijk quatsch. We hebben er wel degelijk rekening mee gehouden in de financiële plannen die we op tafel hebben gelegd.

Wat betreft Uplace en de Brusselse ring, zorgt het project-Uplace voor een gigantische bijkomende druk op de Brusselse ring. Ik weet dat daar af en toe wat badinerend over wordt gedaan: wie heeft de juiste cijfers? Wat u niet meeneemt in de externe kosten, zijn bijkomende file-uren en de bijkomende impact op milieu en gezondheid. Het zijn kosten die u niet internaliseert. Daarvan zegt u dat we wel zullen zien. Vermoedelijk zal het de maatschappij zijn die ze betaalt. Het is niet naar zo’n groot – whatever – belevingscentrum dat het Vlaanderen van de 21e eeuw heen moet. Wij geloven in kernversterking, in detailhandel en in ervoor zorgen dat er voldoende zuurstof in de steden binnenkomt, maar niet met een of ander megalomaan project. U rekent zich ook daar een stuk rijk, want u neemt een aantal kosten in uw Uplace-verhaal niet mee.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Rzoska, laat me beginnen met zeggen dat ik appreciatie heb voor het feit dat u vanuit de oppositiebanken alternatieven naar voren schuift, dat is moeilijker dan kritiek geven. Maar u mag het de meerderheidspartijen niet kwalijk nemen dat ze die alternatieven dan ook bekijken. Want zo komen er maatschappelijke keuzes naar boven.

En de rekensom is eigenlijk niet zo complex. U kunt natuurlijk de complexiteit van het dossier gebruiken om te zeggen dat het nu nog niet duidelijk is hoeveel de mensen zullen betalen, en dat er verschillen zullen zijn. Uiteindelijk hebt u een opbrengst van 2,2 miljard euro en dat geld moet van ergens komen. We kunnen perfect inschatten wat de gemiddelde kostprijs zal zijn voor een gezin in gemiddelde omstandigheden. Het is heel eenvoudig. We weten dat er 3,5 miljoen wagens zijn in Vlaanderen.

En ik maak even abstractie van de problematiek die de minister-president terecht heeft aangekaart, namelijk dat leasingwagens mee in het verhaal brengen, niet alleen van onszelf afhangt. En als we ze er niet inbrengen, zal er wellicht een ontwijkingsgedrag ontstaan waardoor heel veel mensen wagens zullen leasen om niet te hoeven betalen.

Maar laten we ervan uitgaan dat alle wagens kunnen worden belast. We weten dat een wagen in Vlaanderen gemiddeld 15.000 kilometer per jaar rijdt. We kunnen dus exact berekenen hoeveel we gemiddeld per kilometer moeten belasten om er te geraken. En dat is 5 eurocent. Om elke dag 50 kilometer naar Brussel te rijden en 50 kilometer terug naar Antwerpen, zoveel dagen per week en zoveel dagen per maand, komen we exact op 1300 euro uit. En dat is een verschrikkelijk groot bedrag.

Ik herinner me de debatten die we het voorbije jaar hebben gevoerd, vaak over euro’s. Men schreeuwde moord en brand, er zou door die paar euro’s een sociaal bloedbad ontstaan. Hier wordt gewoon koudweg gezegd: 1300 euro.

Ik zet nog een stap verder. Waarschijnlijk zullen een aantal gezinnen nog veel meer moeten betalen in uw systeem, want u wilt het sturend installeren. Dat is evident, ik begrijp dat ook. Mensen die vandaag geen alternatief hebben dan in de file te staan, zullen misschien nog meer moeten betalen dan die 1300 euro per auto per jaar.

Ik vind dit verschrikkelijk veel geld. Ik vind dit een verschrikkelijk hoge belasting op de middenklasse! (Applaus bij Open Vld)

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, ik heb u een vraag gesteld over de loonkostverlaging. U hebt die niet beantwoord. Ik neem het u niet kwalijk, u hebt zo veel vragen te beantwoorden.

Ik kan me nu af en toe wel eens in uw plaats stellen: u krijgt zeer veel vragen en dan vergeet u er wel eens eentje. Mijn excuses. Ik zal u straks ook de nota geven.

Wij gaan voor een deel mee in de doelgroepenkorting zoals u en uw collega van Werk die hebben uitgetekend. Alleen vinden wij dat een deel middelen verkeerd worden ingezet. Vandaar dat we bijvoorbeeld pleiten om jongeren tot en met 25 jaar als doelgroep te beschouwen omdat we uit de cijfers van de jeugdwerkloosheid weten – en dat is een keuze die u niet maakt – dat het een groep is die zeer moeilijk aan werk geraakt.

Ook voor mensen die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt voorzien we ook in een extra impuls. Hierbij horen ook een groot deel mensen van allochtone origine en die geven we ook een extra impuls. We geven ook de oudere werknemers een extra impuls om de heel eenvoudige reden dat ook hier de Europese cijfers aantonen dat we achteraan het peloton hangen.

Ik zal u een exemplaar van onze nota bezorgen zodat u ze kunt inkijken. Ik denk dat wij een zeer redelijk voorstel op tafel leggen.

Mijnheer Somers, misschien nog één element. De modulering is inderdaad van belang omdat je mensen vanuit bepaalde landelijke gebieden, niet mag straffen van in het begin. De modulering in ons systeem begint te lopen op het moment dat je een openbaarvervoersknooppunt – ik dacht dat de minister van Mobiliteit daar volop wil op inzetten met de ‘combimobiliteit’ – passeert. U probeert er een karikatuur van te maken.

Minister Weyts, ik stel vast dat u niet enkel werk hebt in de andere gewesten om uw collega’s te overtuigen, maar dat u in deze meerderheid ook collega Somers zult moeten overtuigen dat het wel degelijk een maatregel is die we op een gegeven moment moeten nemen, niet enkel omwille van mobiliteit en ecologie, maar ook omwille van economie. Ik wil niet lijdzaam toekijken op de verliesuren en het verlies voor de Vlaams economie elke dag. Ik wil er constructief een oplossing voor zoeken. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Mijnheer Somers, u vroeg voor hoeveel euro we de Vlaming extra zouden belasten. Het antwoord is natuurlijk voor nul euro, want er is een taxshift. Dat wil zeggen dat andere dingen worden belast en voor andere dingen een belastingverlaging wordt doorgevoerd. Hou er alstublieft rekening mee, want anders ben je intellectueel oneerlijk bezig door enkel te focussen op naar waar er wordt geschoven, maar niet op naar waar er wordt verschoven. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Van Grieken heeft het woord.

De heer Tom Van Grieken (Vlaams Belang)

Collega’s, we zijn aan het debatteren van negen uur vanmorgen, ik zal het dus kort en bondig houden. Ik vraag om niet te worden onderbroken. Ik vervang ook mijn fractieleider die mijn levensmotto nog eens heeft bevestigd: voor gezonde mensen is sporten niet nodig en in alle andere gevallen, heel gevaarlijk.

Schattig, schattig, bijna hartverwarmend. Dat kwam in mij op toen de coalitiepartners vanochtend deze begrotingswijziging met passie en vuur, schouder aan schouder als ware vrienden, aan het verdedigen waren. Het was opmerkelijk, blijkbaar moesten ze iets compenseren van de afgelopen weken. De afgelopen weken blonk deze regering uit in tal van ruzies, ruzies die we hier niet open mochten behandelen. Er was de ruzie over de M-score, over het milieubeleid, over de vermindering van de opleidingssteun voor kmo’s, over het verbod van onverdoofd slachten op tijdelijke vloeren en over Syriëstrijders die minister Homans voor de klas wou zetten.

Het gekibbel ontaardde uiteindelijk zelfs in anonieme beschuldigingen en gefrustreerde reacties op sociale media. Slagen onder de gordel, konden we ergens lezen, laaghartige en anonieme aanvallen, persoonlijke tackles. De N-VA is van polariseren en polemiseren haar handelsmerk aan het maken. Dat zijn niet mijn woorden, maar die van Wouter Beke op Radio 1.

Deze ruzies maken één ding duidelijk: deze Vlaamse Regering zit niet goed in haar vel.

Voorzitter, ik zou voor de uiteenzetting van mijn fractie evenveel respect willen vragen van de ministers en van de collega’s als wij al de hele dag hebben getoond.

De heer Tom Van Grieken (Vlaams Belang)

Deze ruzies maken één ding pijnlijk duidelijk: deze Vlaamse Regering zit niet goed in haar vel. Budgettaire problemen, verkapte belastingverhogingen die men kost wat kost uit de media wil houden en een hoop begraven verkiezingsbeloften beginnen hun tol te eisen.

Minister-president, op 22 september klopte u zich ter gelegenheid van uw Septemberverklaring nog stoer en trots op de borst. Ik citeer: “Vlaanderen is het zichzelf verplicht om een dubbele ambitie waar te maken. Een, een begroting in evenwicht en twee, te investeren waar nodig.” Op het tweede punt kom ik nog terug, maar de uitvoering van de eerste verbintenis is alvast uitgesteld. Deze regering opteerde er immers voor om een begroting in te dienen met een nominaal tekort van 55 miljoen euro. Mocht u geen eenmalige maatregelen nemen ten belope van 150 miljoen euro, zoals de verkoop van ongebruikte gronden en gebouwen, dan was het tekort nog groter geweest. Met een beetje slechte wil zouden we kunnen stellen dat deze regering wat paars-groene trekjes begint te tonen om haar begroting op te smukken, maar ook die stoute vaststelling mag niet verbazen. Niemand minder dan de voorzitter van Open Vld, Gwendolyn Rutten, verklaarde dat de beste regering die ze ooit heeft gekend, de paars-groene was.

Het was trouwens al heel lang geleden dat Vlaanderen nog eens werd geconfronteerd met een begrotingsdeficit. En nu is het tekort dus terug. De schuldige is de tegenvallende economie, zoals minister Turtelboom in de commissie verklaarde. En mocht die economische situatie nu wel meevallen, dan had u het wellicht gepresenteerd als een succes van uw beleid. Maar nu valt de economische groei tegen en moet u een begrotingstekort verklaren. Als u het mij vraagt, niet echt het werk van vooruitziendheid van een goede huisvader, wat u hoort te zijn.

De tegenvallende economische conjunctuur is echter niet de enige reden voor de recente budgettaire problemen waarmee u bij de begrotingsaanpassing mee geconfronteerd werd.

Ook was er de bijna ondoorgrondelijke nieuwe Financieringswet, een Frankensteinmonster van de zesde staatshervorming die de N-VA loyaal ging uitvoeren en die de Vlaamse begroting opzadelde met een te vullen put van 400 miljoen euro.

Als Vlaams-nationalistische oppositie wil ik toch nog wel eens in herinnering brengen dat het uiteindelijk in de eerste plaats de nv België is die aan de oorzaak ligt van de Vlaamse begrotingsproblemen. De zesde staatshervorming zadelde Vlaanderen op met een saneringsbijdrage van 750 miljoen euro in 2015 en 1,5 miljard euro vanaf 2016. Vlaanderen betaalde via de zesde staatshervorming het gelag van de failliete nv België.

Voor wat ministerposten nam de N-VA genoegen met vijf jaar communautaire stilstand, en de Vlaming mag daar nu de prijs voor betalen. En intussen werden we door de N-VA en haar coalitiepartners de voorbije weken onafgebroken om de oren geslagen met wat zij omschrijven als de dalende belastingdruk in dit land. De werkende Vlaming zou volgens de regeringspartijen tegen 2019 het indrukwekkende bedrag van 24 tot 59 euro meer nettoloon overhouden. Dat zou dan die kracht van verandering moeten zijn.

De realiteit is echter, beste vrienden, dat die 25 à 60 euro meer nettoloon die tegen 2019 worden beloofd, door de Federale Regering ruimschoots negatief worden gecompenseerd door allerlei besparingen waarvoor de Vlamingen ook de factuur krijgen doorgeschoven. Echte besparingen zijn het dan ook niet. Ik zou eerder spreken van verkapte belastingverhogingen die voor veel gezinnen een serieuze financiële impact hebben. Het kan zijn dat u dit afdoet als oppositiepraat van het Vlaams Belang en onze collega-oppositieleden. Maar zelfs een doodbrave organisatie als de Gezinsbond, die men er moeilijk van kan verdenken te kwader trouw te zijn, vond het nodig om op straat te komen omdat uw beleid de gezinnen in Vlaanderen treft. In die betoging getuigde iemand dat je hier en daar wel eens van die besparingen hoort, maar dat het toch even schrikken is als je die besparingen allemaal samentelt. Voor de dame in kwestie, met twee tienerkinderen, kwam het uit op een 1500 euro. “Dat is bijna hetzelfde als een netto-maandloon. Dat is bijna onmogelijk voor mij”, zo uitte die dame bijna een wanhoopskreet.

De lijst van besparingen die worden afgewenteld op de gezinnen wordt alsmaar langer. De maximumfactuur in het kleuter- en lager onderwijs verhoogt licht. Het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs gaat fors naar omhoog. Vanaf volgend academiejaar betaal je 270 euro meer wanneer je geen studiebeurs hebt. Kortom, het onderwijs wordt duurder.

Collega’s, ook De Lijn heeft haar tarieven verhoogd ten gevolge van de besparingen. Kinderen tussen 6 en 11 jaar kunnen niet meer gratis meerijden met iemand die een abonnement heeft. De gratis Buzzy Pazz voor het derde kind in een gezin is afgeschaft. De korting voor grote gezinnen die een Lijnkaart gebruiken, bestaat niet meer. De premie voor de zorgverzekering verdubbelde en de woonbonus werd aanzienlijk verlaagd.

En nu komt u ook nog op de proppen met een hervorming van de renovatiepremie die wordt omgevormd tot een belastingvermindering. U verzekert wel dat niemand minder geld zal krijgen voor verbouwingen, maar feit is wel dat de mensen heel wat langer op hun geld zullen moeten wachten, met alle financiële gevolgen van dien voor de gewone Vlaming.

En niet veel nadat u het openbaar vervoer in Vlaanderen duurder had gemaakt, kwam de Federale Regering op de proppen met het idee om de prijzen van de NMBS ook op te trekken, vooral tijdens de spitsuren. Minister van Mobiliteit Weyts deed er nog een schepje bovenop. Hij hield een hartstochtelijk pleidooi voor hetgeen Groen al lang propagandeert: rekeningrijden. Zelfs wanneer dit rekeningrijden zou worden gediversifieerd naar bijvoorbeeld tijd en plaats en zelfs als dit zou worden gekoppeld aan de afschaffing van de verkeersbelasting, dan nog, beste collega’s, blijft dit een volstrekt asociale maatregel. Het rekeningrijden treft immers de werkende Vlaming die vaak geen alternatief heeft dan de wagen. Dat maakte het laatste proefproject alvast duidelijk.

De Vlaamse Regering maakt het leven van de Vlaamse gezinnen fors duurder. En dan sprak ik nog niet over de tikkende tijdbom van de groenestroomcertificaten. Minister Turtelboom bevestigde vorige week nog dat de energie-intercommunales op een schuldenput van – houd u vast, beste collega’s – 1,8 a 1,9 miljard euro zitten, die overigens dag na dag nog dieper wordt.

U hebt al te kennen gegeven dat deze schulden onmogelijk ten laste van de begroting kunnen worden genomen. Opnieuw en opnieuw zullen er gezinnen zijn die het uit hun zakken zullen moeten betalen, steeds dieper.

De collega’s van de N-VA en Open VLD zeggen dat er ook positieve zaken zijn.  De aftrek voor forfaitaire beroepskosten in de personenbelastingen werd inderdaad verhoogd en de schenkingsrechten en de miserietaks werden verlaagd. Maar in vergelijking met de besparingen is de impact van deze positieve maatregelen beperkt, waardoor de balans nog steeds negatief doorweegt. Ik ben er echter van overtuigd dat na bijna één jaar Vlaamse Regering en Federale Regering velen zich bekocht zullen voelen.

Men moet mij trouwens ook nog eens uitleggen welke kracht van de verandering er is wanneer je bijvoorbeeld als Vlaamse Regering bijna negentig mandatarissen en kabinetsmedewerkers in de diverse raden van bestuur van Vlaamse agentschappen dropt. De partij van de verandering spant hierbij de kroon en neemt bijna de helft van die politieke benoemingen voor zijn rekening. Ik had echt gehoopt dat er verandering zou zijn en dat niet de kleur van uw partijlidkaart er toe zou doen, maar wel uw bekwaamheid.

Minister-president, tot slot richt ik me tot u. Uw Vlaams-nationale kiezers hadden grote verwachtingen. De N-VA zou nieuwe institutionele stappen zetten en zou Vlaanderen naar meer autonomie of zelfs onafhankelijkheid leiden. Ze komen echter bedrogen uit. Ze moeten het nu stellen met minder dan niets, namelijk de communautaire stilstand.

De kranten staan elke dag vol over de Griekse bodemloze putten, maar ondertussen blijven de Vlaamse miljarden naar Wallonië vloeien. Ten gevolge van de vele vragen die de heer Sintobin namens het Vlaams Belang in de commissie heeft gesteld, allicht geholpen door de aanwassende kritiek vanuit de Vlaamse beweging, heeft het Vlaams Belang toch een bescheiden resultaat geboekt.

Nadat de heer Diependaele dit tot tweemaal toe heeft weggewuifd, hebt u geantwoord dat de Vlaamse Regering bereid is een studie van de transfers te laten uitvoeren. Een oproep naar onderzoeksgroepen zou nog voor de zomer van dit jaar worden gelanceerd. Volgens u mogen we de resultaten van die studie tegen het midden van 2017 verwachten.

Als Vlaams-nationalist kan ik hier echter niet verheugd om zijn. Ik vrees dat die studie niet meer dan een of ander zoethoudertje zal zijn dat de Vlaamse Regering een excuus biedt om ondertussen niet aan de actieve afbouw van de transfers te werken.

Voor het Vlaams Belang is het absoluut onaanvaardbaar dat nog eens jaar na jaar miljarden euro’s van de Vlaamse welvaart worden afgeroomd en naar Wallonië stromen. De voorbije 25 jaar hebben de Vlamingen een duizelingwekkend bedrag van 220 miljard euro aan Wallonië en aan Brussel afgestaan. Geen enkel volk ter wereld wordt op een dergelijke wijze zo grofweg bestolen. Dit is werkelijk een schande. Ondertussen luidt het Rekenhof de alarmbel in verband met de toename van de geconsolideerde Vlaamse schuld tot 20 miljard euro. Dit plaatst het allemaal een beetje in perspectief.

Minister-president, u zou nu kunnen antwoorden dat de transfers door een verzuurde fractie te berde wordt gebracht. Recent is echter een nieuw onderzoek aan de oppervlakte gekomen. Terwijl de Vlaamse politieke partijen over de onaangename waarheid over de miljardentransfers zo veel mogelijk zwijgen, is uitgerekend de Universiteit van Namen met een studie op de proppen gekomen waaruit blijkt dat de transfers 8 miljard euro bedragen.

Kunt u zich inbeelden dat we over dat geld zouden kunnen beschikken? We zouden een ruim begrotingsoverschot kunnen boeken. We zouden eindelijk onze gehandicapten en onze ouderen, die gedurende heel hun leven hebben bijgedragen, kunnen geven waar ze recht op hebben. Een degelijke en betaalbare zorg is momenteel niet gegarandeerd. We zouden onze scholen, die al te vaak staan te verkommeren, eindelijk kunnen renoveren.

De Vlaamse Regering bestempelt zichzelf als een investeringsregering. Het is echter een investeringsregering op kabouterformaat. Voor de investeringen in de scholenbouw is 50 miljoen euro uitgetrokken. Dit valt echter in het niets in vergelijking met de wachtlijst voor investeringen in nieuwe scholen ten bedrage van 4 miljard euro. Hetzelfde geldt voor het bedrag van 65 miljoen euro voor investeringen in de welzijnssector. Er is een groeipad tot 500 miljard euro tegen 2019.  Waar is de 1,9 miljard die de N-VA voor de verkiezingen heeft beloofd?

Minister-president, het parcours van de Vlaamse Regering is geplaveid met verkiezingsbeloften. De verkiezingsbeloften van de meerderheidspartijen zijn nu echter nog minder waard dan Griekse staatsobligaties. U zult uit mijn boodschap hebben begrepen dat het Vlaams Belang, dat vorig jaar uw begroting heeft verworpen, vandaag met uw begrotingswijziging hetzelfde zal doen. Uw begrotingswijziging is nog meer van hetzelfde. Het Vlaams Belang kan onmogelijk zijn zegen geven aan een beleid dat weinig tot geen verandering biedt en opnieuw de Vlaming de factuur van het failliete België laat betalen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.