U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 24 juni 2015, 14.00u

Voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet betreffende de hervorming van de strategische adviesraden.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Bertels, verslaggever, heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting besprak dit belangrijke ontwerp van decreet op haar vergadering van 11 juni jongstleden. Ik geef bij dezen een kort verslag van de bespreking.

Eerst was er een discussie met betrekking tot de procedure van de bespreking. De heer Bertels drukte zijn bezorgdheid uit over een onnodig snelle parlementaire behandeling en meende dat het zinvol zou zijn om, op basis van artikel 34 van het reglement, het advies te vragen aan andere commissies in dit parlement over dit belangrijke ontwerp van decreet, op zijn minst aan die commissies die de gevolgen van het ontwerp het sterkst zullen voelen, zoals onder meer de commissie Binnenlands Bestuur en de commissie Buitenlands Beleid. Op deze wijze kunnen de diverse adviezen terdege worden bekeken en kan er vooral advies worden ingewonnen over de afschaffing van de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST) en de Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen (SARiV), en de eventuele alternatieven voor die raden. Over die twee voornoemde raden was er in de conceptnota van de vorige regering ook nog geen duidelijk standpunt, waren er opties opengelaten.

De heer Diependaele was het niet eens met die zienswijze. Hij was van mening dat de diverse adviezen al lang genoeg bekend waren. Hij benadrukte dat sommige aspecten op 1 juli 2015 in werking moeten treden.

Ook de minister-president benadrukte dat de hervorming voortvloeit uit een conceptnota van de vorige regering, dat een hervorming van de adviesraden reeds aan bod kwam in de beleidsnota’s van diverse ministers en dat de datum van 1 juli 2015 moet worden gehaald om organisatorische en budgettaire redenen.

Het voorstel van de heer Bertels om het advies van andere commissies te vragen, werd vervolgens verworpen met 2 stemmen voor en 7 tegen.

Daarna werd overgegaan tot de toelichting door minister-president Bourgeois. Hij stelde dat het ontwerp van decreet ook deel uitmaakte van het regeerakkoord en dat het gaat om de voortzetting van de rationalisering van de Vlaamse overheid. Bepaalde adviesraden worden afgeschaft, andere gefuseerd en de wijze van consultatie en betrokkenheid bij het beleid wordt vernieuwd. Het is de bedoeling, volgens de minister-president, om de inspraak- en consultatiemogelijkheden groter te maken. Hij stelde dat de SARiV op 1 juli 2015 zal worden afgeschaft en vervangen door belanghebbendenmanagement bij het Departement internationaal Vlaanderen. De hervorming op het vlak van het binnenlands bestuur gebeurt momenteel in een paritaire commissie met het kabinet van de bevoegde minister en de lokale besturen. Er is inderdaad nog geen beslissing over hoe dat verder zal gaan. In tegenstelling tot wat in het regeerakkoord staat, worden de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) en de Vlaamse Woonraad niet in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) ingebed, maar op eigen vraag in de bevoegde administraties.

De minister-president schetst vervolgens nog de motieven van het ontwerp, onder meer het gegeven dat het adviesradensysteem onder druk stond van sommige sociale partners. Met veel overtuiging en aandrang vraagt hij het ontwerp goed te keuren dat een efficiëntere en zinvollere participatie beoogt met minder verkokering en een bredere consultatie tot gevolg.

We komen tot de algemene bespreking. De heer Rzoska herhaalde dat zijn fractie al meermaals kritische bedenkingen heeft geuit bij de voorstellen die nu in het ontwerp gegoten zijn en verwijst hiervoor naar een vroegere resolutie van zijn fractie. Zijn fractie wil onafhankelijk advies van experts, wat het voorgestelde kader zijns inziens niet helemaal waarborgt. Hij vindt eveneens dat het alternatief voor de afgeschafte Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen (SARiV) en de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST) maar povertjes is.

De heer Bertels herhaalt dat hij geen probleem heeft met een hervorming van de strategische adviesraden, maar dat er bij het ontwerp enkele pijnpunten zijn, met name dat het niet duidelijk is hoe SARiV en VLABEST zullen worden vervangen. De memorie met betrekking tot de afschaffing van VLABEST verontrust hem omdat die de indruk doet ontstaan dat deze Vlaamse Regering niet meer overtuigd is van het belang van een strategisch adviesorgaan voor de lokale besturen. De huidige paritaire commissie is immers geen afdoende alternatief. Hij kondigt ter zake dan ook amendementen aan met betrekking tot VLABEST omdat hij het beter acht te wachten met de afschaffing tot duidelijk is wat het alternatief is. Tot slot stelt hij nog enkele vragen, onder meer over wie in de toekomst advies zal geven inzake duurzame ontwikkeling en welke rol het raadgevend comité van Toerisme Vlaanderen zal krijgen.

De heer Diependaele gaf aan wel degelijk een visie in het regeerakkoord te zien, namelijk een ranke, slanke en efficiënte overheid, en stelde dat er daarvoor keuzes nodig waren. Hij vond de eerdere opmerkingen van de heer Rzoska ongenuanceerd en spreekt tegen dat de voorliggende maatregelen er zouden zijn om kritische adviezen te verhinderen. De heer Daems beaamt dit.

In zijn antwoorden stelt de minister-president dat dit op zich geen besparingsoperatie is, behalve de algemene efficiëntieoefening die overal is gemaakt, en dat de Vlaamse Regering kritische adviezen verwelkomt. De regering wil geen komaf maken met lastige adviezen. Over de adviesprocedure bij Binnenlands Bestuur en Bestuurszaken wordt nog in juni beslist omdat de werkzaamheden van de paritaire commissie dan afgelopen zijn.

De heer Rzoska vraagt vervolgens nog of er een evaluatie is geweest van de werking van de strategische adviesraden. De heer Bertels herhaalt dat het grootste deel van de hervorming ruime steun geniet, maar dat er een vorm van strategische adviesraad voor de lokale besturen moet blijven bestaan. Hij hoopt op een duidelijke beslissing van de regering voor de behandeling in de plenaire vergadering, zoals toegezegd door de minister-president.

Tot slot meldt de minister-president nog dat hij de antwoorden met betrekking tot de vragen over duurzame ontwikkeling en de rol van het raadgevend comité van Toerisme Vlaanderen zal beantwoorden tijdens de plenaire vergadering.

Bij de artikelsgewijze bespreking diende de heer Bertels drie amendementen in met betrekking tot VLABEST. Alle artikelen werden met zeven stemmen voor en twee stemmen tegen aangenomen. De amendementen werden verworpen met twee stemmen voor en zeven stemmen tegen. Dit leidde tot een ongewijzigde aanname van het decreet. Tot daar het verslag.

De heer Bertels heeft het woord.

Voorzitter, ten eerste verwacht ik natuurlijk antwoorden van een van de ministers – ik neem aan minister Homans – met betrekking tot de antwoorden die de minister-president heeft beloofd in de commissie, met name over wat er zal gebeuren met de paritaire commissie.

De minister-president heeft gesuggereerd dat er een tipje van de sluier zou worden opgelicht met betrekking tot de strategische adviesraad Bestuurszaken. We vinden – en hebben dat ook letterlijk in de commissie gezegd – de belbussentactiek geen goede tactiek: eerst de belbus afschaffen en nadien alternatieven verzinnen. Wij vinden dat geen goede manier van werken. Als men iets afschaft, moet men ook weten wat het alternatief is. Ook de lokale besturen hebben recht op een strategische adviesraad.

Ik wacht natuurlijk ook nog op het antwoord dat de minister-president heeft beloofd. Ik neem aan dat we het nog gaan krijgen, dat er bij de besprekingen in de commissie geen loze beloften worden gedaan. De vraag was wie in de toekomst advies gaat uitspreken over materies inzake duurzame ontwikkeling. Deze materies zijn toch belangrijk, en worden nog belangrijker, in het kader van de Millenniumdoelstellingen en de opvolgers daarvan.

Ik verwacht ook een antwoord op de vraag die werd gesteld over het raadgevend comité voor de Vlaamse Adviesraad voor Toerisme: welke rol zullen zij in de toekomst mogen spelen nu de Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen (SARiV) is afgeschaft en het belanghebbendenmanagement inzake de strategische adviesraad op internationale zaken wordt gedaan bij het departement?

Voorzitter, ik verwacht dat er hier een antwoord komt op deze drie vragen, gelet op de toezeggingen die werden gedaan. Ik heb ze nog eens opgenomen in het verslag, ten einde daarover geen misverstanden te laten ontstaan. Ik heb ze, uit intellectuele eerlijkheid, voor de vergadering nog eens besproken met mijn collega’s. Afhankelijk van die antwoorden kunnen we straks al dan niet de discussie voortzetten.

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, minister, dit decreet heeft ondertussen een lange voorgeschiedenis. Er zijn de interpellatie, de resolutie en de moties waarnaar de heer Bertels verwees. Die dateren al van 2013. Dit decreet volgt op stappen die de vorige Vlaamse Regering door middel van een conceptnota had aangezet. Sindsdien is er heel weinig veranderd aan het opzet.

Collega’s, wat is het doel van dit decreet? Moet het de kwaliteit van de beleidsvoering verhogen? Moet het de strategische advisering verzwakken? Moet het de armlastige strategische adviesraden een toontje lager laten zingen en sommige niet meer? Is het een verrijking voor het beleid? Is het werken aan meer efficiëntie binnen de Vlaamse overheid en administratie, en versnippering tegengaan? Collega’s, het is een mix van al die zaken.

We beginnen altijd met het goede nieuws. Er zijn een aantal goede zaken bij, laat dat duidelijk zijn. Bijvoorbeeld het feit dat Ruimtelijke Ordening, Milieu en Natuur worden samengebracht in een Omgevingsraad. Daar kunnen wij niet tegen zijn. Het zijn te verwante terreinen om ze apart te behandelen. Dat is een goede evolutie. Ook tegen de inbedding van de SALV in de SERV kunnen we niet zijn. De SALV geeft daarover een positief advies. Er zijn namelijk synergieën tussen economisch beleid en landbouw- en visserijbeleid. Overigens behoudt de SALV op dat terrein een inhoudelijke autonomie. Iedereen gelukkig.

Er is een bijsturing voor de Vlaamse Woonraad, iets minder, maar zeker voor de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC). Dat is een positieve evolutie in vergelijking met de conceptnota. De oud-strijders onder mijn collega’s weten dat het de bedoeling van de conceptnota was dat alle raden zouden worden ingekanteld in de SERV. Er zou een soort van metaraad ontstaan, de voedstervader aller dingen, die vanuit sociaal-economisch oogpunt alle andere beleidsdomeinen zou overkoepelen, ik zou bijna zeggen: overvleugelen, domineren, aansturen. Zo is het niet geworden, helemaal niet. Het is een beetje versterkt op het vlak van de SERV, bijvoorbeeld door de SALV daarbij te voegen.

Dat zijn de positieve dingen. Maar er zijn helaas – en het moet hardop gezegd worden – echt kwalijke zaken in dit decreet.

Er worden drie belangrijke strategische adviesraden afgeschaft. Weg ermee! Er komt een mager of onbestaand alternatief in de plaats. Of een vaag alternatief, zoals de verslaggever dat daarnet op een zeer neutrale manier heeft gezegd. De Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST) is overbodig. De Vlaamse overheid weet helemaal alleen en ook het best op welke manier Vlaanderen het meest efficiënt en doelmatig kan worden bestuurd. Dat er ook thema’s zijn op het vlak van provinciaal beleid en afstemming van beleid, daar zijn we blijkbaar aan voorbij. Ik heb de indruk dat deze regering denkt dat de hemel verdiend is en dat morgen, in 2017, na de provinciale herschikking, weet u wel, met de persoonsgebonden materies die zullen afvloeien en na de inkanteling van een aantal terreinen in het Gemeentefonds, Vlaanderen de best bestuurde regio van het westelijk halfrond zal zijn.

Dus, dan is de strategische adviesraad blijkbaar overbodig. Weg ermee. Collega’s, ik raad u aan om eens een advies van VLABEST te lezen. Het alternatief, voor zover dat er zou kunnen zijn, een paritaire commissie decentralisering – een facetje maar van goed bestuur – is een doekje voor het bloeden.

Heeft deze regering geen internationale ambities? Waar is de minister-president trouwens naartoe? Toch niet naar Erps-Kwerps, of naar Zoutenaaie. Neen, hij is in het buitenland. Deze regering slaagt erin om een adviesraad internationaal beleid af te schaffen. Overbodig. De minister-president kan dat helemaal alleen, met zijn kabinet en zijn administratie, en reflectie daarover hebben we liever niet. Een reflectie in de SARiV, o neen, dat is allemaal niet nodig. Ontwikkelingssamenwerking, waarom zouden we daarover moeten nadenken? We kennen dat toch allemaal, we hebben al lang de 0,7 procentdoelstelling bereikt in Vlaanderen. Overbodig. De VRWI? Afgeschaft. Wetenschappelijk onderzoek, wie moet zich daar nu over bezinnen? Komaan zeg. We halen ook de Lissabonnorm, who cares? Samengevat: drie strategische adviesraden op belangrijke domeinen, waarin ook ngo’s en middenveldorganisaties een belangrijke rol spelen, weg ermee.

Er is geen grondige evaluatie gemaakt van de bestaande strategische adviesraden. Waren ze goed of slecht? Waren de adviezen van ongelijke kwaliteit? O ja, dat is zo. Maar een evaluatie gaat normaal een verbeterplan vooraf, zou ik hardop durven denken.

Is het een kwestie van efficiëntie? Wel, de efficiëntie is niet in kaart gebracht. Heel veel van die adviesraden – dat is voor de echte oud-strijders – zijn een jaar of zes geleden in het kader van beter bestuurlijk beleid – ondertussen afgevoerd – helemaal hervormd. Er is een sterke reductie geweest van het aantal raden en secretariaten. Ze zijn een op een georganiseerd met de nieuwe beleidsdomeinen die in het beter bestuurlijk beleid werden aangeduid. Allemaal fout, zeker? Die efficiëntieoefening ging dus niet ver genoeg. Zo simpel is het. Ze moet dus nog verder gaan.

Het waarom is een volgend punt van kritiek. Ik ben in al die documenten op zoek gegaan naar het waarom, en behalve de paar elementen van de heer Bertels, die hij vaardig heeft herhaald – heeft geëchood uit de mond van de minister-president – zoals de efficiëntie, zijn er geen argumenten. Minder entiteiten is ook zo’n hippe benaming, maar er ligt vooral geen inhoudelijke, noch bestuurlijke argumentatie aan de basis van dit ontwerp van decreet.

Ik ben niet tegen hervormingen. We kunnen gerust discussiëren over een beter strategisch advieslandschap, maar dan moet je argumenteren waarom je dat zo zou doen en wat de rol is van die strategische adviesraden.

Is het een besparing misschien, of een vereenvoudiging, om die armlastige adviesraden aan de kant te zetten? Wat is het? Daar kan ik niet op antwoorden. Ten gronde vallen er ernstige lacunes in het advieslandschap. Binnenlands bestuur, het internationaal beleid, duurzame ontwikkeling, het zijn terreinen die morgen niet worden gecovered door een strategische adviesraad. Ik weet niet of u dat fijn vindt. Ik vind dat geen kwestie van goed beleid. Goed beleid durft advies vragen en gaat met advies om, ook als er een andere beslissing is genomen. Ik heb enige ervaring met beleid. Adviesraden kunnen erg lastige adviezen geven, maar dat is part of the game. Zo hoort het, goed beleid. Tegensprekelijkheid is een kenmerk van een krachtige democratie. Die wordt nu gehalveerd.

In Vlaanderen hebben we een cultuur van besturen die ik een drietrapsraket zou durven noemen. We hebben de overheid: ministers, kabinetten en de administraties. We hebben een middenveld dat zich heel vaak in belangenorganisaties verenigt en dat vanuit die belangen bij nieuwe regelgeving en beleidsontwikkelingen zijn mening ventileert. En we hebben strategische adviesraden die in hoofdzaak experts, soms aangevuld met belangrijke vertegenwoordigers uit dat middenveld, samenbrengen.

Eigenlijk is het een driehoek: een samenspel van drie dat in het beste geval een goede besluitvorming oplevert. Wel, voor een aantal domeinen wordt één hoek weggehaald. Jammer, want dat zal de kwaliteit niet ten goede komen.

Bovendien zit er een inconsistentie in de gemaakte keuzes. De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) gaat naar de SERV. De Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media (SARC) moet naar het departement. De Vlaamse Woonraad naar nog een andere plek. Op het vlak van duidelijkheid en efficiëntie krijgt dit ontwerp geen prijs. Waarom creëert men geen consistente, eenduidige lijn over de plaats van de adviesraden, over hun ondersteuning en over hun juridisch statuut? Het is een ratjetoe van keuzes waar een kat zijn jongen niet meer in vindt.

Ten gronde gaat het over de onafhankelijkheid van adviesraden. Adviesraden zijn er niet om ministers of ons naar de mond te praten. Ze zijn er om deskundig advies te geven over het beleid dat wordt voorbereid. Hun autonomie en onafhankelijkheid is essentieel. De afgelopen jaren hebben ze die ook grondig verworven, vind ik. De afgelopen jaren is een volwassen debat gevoerd. Ik hoop dat de autonomie van de strategische adviesraden wordt gevrijwaard, maar ik vrees dat die ten dele op de schop gaat.

De heer Kennes heeft het woord.

Mijnheer Caron, het is me niet duidelijk waarom de inbedding in de SERV de onafhankelijkheid zou aantasten. Ik kan uw betoog ten dele volgen, maar dit is me niet duidelijk. De inbedding van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) is al gebeurd, en die levert nog altijd goede adviezen af. Waarom zou die inkanteling de onafhankelijkheid in de weg staan?

Ik heb gezegd dat de onafhankelijkheid een essentieel punt is waar we moeten voor strijden. Ik zei ook dat de inkanteling van de SALV in de SERV op zich wel een goede zaak is. Aan de SALV is inhoudelijke autonomie beloofd. Dat is een goede zaak. We moeten de onafhankelijkheid van alle adviesraden hard blijven verdedigen. Dat geldt voor alle adviesraden, en helaas ook voor de afgeschafte. De afbouw van het adviesradenlandschap doet me evenwel vrezen voor de toekomstige onafhankelijkheid van die adviesraden – niet meer, maar ook niet minder.

Als één punt in dit decreet had moeten staan, dan was het de versterking van het strategisch advies – en vooral de timing waarop strategische adviezen worden uitgebracht. Laat ons eerlijk zijn. Behalve de rechterzijde heeft iedereen hier ervaring met besturen. Aan strategische adviesraden wordt pas een advies gevraagd nadat het voorontwerp van decreet al in een vergevorderd stadium zit – bijvoorbeeld nadat de Vlaamse Regering het heeft behandeld en nadat de interkabinettenwerkgroepen (IKW’s) de laatste punten en komma’s hebben aangebracht. Het is op dat ogenblik natuurlijk ongepast dat een strategische adviesraad die tekst nog fundamenteel onderuit zou halen. Een goed advies wordt bij het begin van een beleidsproces uitgebracht, en niet op het einde.

Dat kan worden aangetoond. De techniek van de conceptnota’s wordt almaar meer gebruikt. Er komen Vlaamse versies van de groen- en witboeken. De strategische adviesraden brengen ook daarover adviezen ten gronde uit. Soms geven die aanleiding tot aanpassingen van die conceptnota’s en van de ideeën daarin vooraleer die in IKW’s worden behandeld en in een voorontwerp van decreet worden gegoten. Adviezen ernstig nemen, betekent dat men die adviesraden van bij de aanvang bij de zaken betrekt. Ik zou zeggen: vanaf de eerste dag dat het regeerakkoord hier is goedgekeurd, wanneer een beleid eraan komt, moet men adviezen vragen. Dat zal ervoor zorgen dat de kwaliteit van de advisering verhoogt en misschien ook dat er aspecten worden aangebracht waaraan u en ik niet hebben gedacht. Hebben we de moed om dat te doen? Neen. Dat staat niet in de tekst. En dat is een gemiste kans.

Is het argument van de slanke overheid ter zake? Ik heb begrepen dat zelfs voor de afgeschafte adviesraden het personeel wordt overgeheveld naar een departement of een andere instelling. Een echte afbouw gebeurt er niet.

Als het geen besparing, vereenvoudiging of efficiëntieoefening is, is er een ander motief. Het echte motief is: we hebben liever geen lastige adviesraden. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Lantmeeters heeft het woord.

Mijnheer Caron, ik denk dat u de teksten niet hebt gelezen. U bedient zich vandaag in elk geval van zeer goedkope argumenten en u spreekt zichzelf tegen. Het is overduidelijk dat het ontwerp van decreet dat vandaag voorligt, het gevolg is van 27 conceptnota’s over deze materie. Vooral werd de inhoud van dit ontwerp van decreet al behandeld bij de bespreking van de beleidsnota’s. Deze meerderheid gaat voor een slanke overheid met duidelijke structuren, maar de adviesorganen worden in elk geval gerespecteerd.

In de commissie is zeer duidelijk uiteengezet wat er gebeurt en het is zeer duidelijk terug te vinden in de teksten. Er wordt inderdaad niet bespaard op personeel. Er wordt niet bespaard op de raden, maar ze worden ingekanteld in andere raden. Als hier wordt gezegd dat bepaalde raden worden afgeschaft, is dat zo, maar dan wordt dat personeel ingekapseld in andere raden, zodat er duidelijkheid is. Er is geen sprake van een eenvoudige afschaffing. Dat vertellen, is zeer goedkoop. Als u de tekst leest, ziet u het verschil.

De enige besparing die zich voordoet, is dat sommige raden beterkoop worden omdat bepaalde raden ressorteerden onder de parastatalen en de sociale zekerheid was op dat vlak veel duurder. Daar is wel een kleine besparing, maar geen enkele op het personeel.

De autonomie werd zonet in twijfel getrokken. Dat is altijd een goedkoop argument. Ik verwijs naar de vraag van de heer Kennes. Het is niet omdat men onder de SERV terechtkomt, dat er geen autonomie meer is. De autonomie is gegarandeerd in het ontwerp van decreet. De SERV heeft op dit ogenblik ook een zeer grote autonomie en daarover is geen enkele betwisting. Wie de tekst leest, komt tot de conclusie dat het gaat om een vereenvoudiging van de raden, zonder besparing op de inhoud ervan.

Beweren dat de Vlaamse Regering of deze meerderheid zou willen dat deze raden monddood zijn, is een van de belachelijkste argumenten die men kan bedenken. Er zijn raden, er wordt advies aan gevraagd, die adviezen worden steeds gebruikt. In de commissie werd deze verdachtmaking ook besproken. Het is overduidelijk dat deze meerderheid wel belang hecht aan de inhoud van deze adviezen, daarom ook wordt de autonomie gegarandeerd.

De eerste discussie is gevoerd in oktober 2013 naar aanleiding van een interpellatie van mij op basis van berichten van verschillende adviesraden. Daarna was er een conceptnota, een interpellatie, een motie en een resolutie. In de vorige en in deze legislatuur is hierover fiks gediscussieerd naar aanleiding van de beleidsnota. Er is een traject afgelegd, en de meeste argumenten die ik heb gegeven zijn in de loop van de rit al herhaaldelijk aan bod gekomen, maar men wil er blijkbaar niet van weten.

Ik raad u aan de adviezen van de strategische adviesraden die in de bundel bij dit ontwerp van decreet zitten, nog eens na te lezen. Het is geen prettige lectuur, u moet dat niet in de vakantie doen. U zult zien dat die raden allemaal heel erg kritisch zijn voor de voorliggende tekst. Degene die verdwijnen zijn uiteraard het meest kritisch. Ze argumenteren op inhoud waarom ze wel nuttig kunnen zijn. Als u vindt dat VLABEST, de VRWI of de SARiV in de voorbije jaren geen zinvol advieswerk hebben verricht, moet u dat aantonen. Want u schaft ze af.

Er zijn vier terreinen, Binnenlands Bestuur, Internationaal Vlaanderen, Wetenschappelijk Onderzoek en Duurzame Ontwikkeling, waarvoor geen afdekking is door een adviesraad. Voor die terreinen is geen adviesraad. Punt.

Alle adviezen van alle SAR’s geven de bekommernis om hun onafhankelijkheid weer in hun tekst. Een vorige Vlaamse Regering – ik weet niet meer precies welke – had als heilig principe dat de autonomie van adviesraden enkel kon worden verstrekt indien een aparte rechtspersoon werd gecreëerd voor die adviesraad. Dat is gebeurd voor de SERV, en de SERV heeft daardoor een grote autonomie.

Nu worden een aantal adviesraden ingekanteld in het departement. Ze worden dus aangestuurd door de administrateur-generaal en dus ook door de minister en zijn kabinet. Vindt u dat een correcte positie? Dat is nergens of nergens ter wereld zo georganiseerd. Er staat in het advies van VLABEST een vergelijking met Nederland, Duitsland, Denemarken en Frankrijk. Overal wordt de autonomie gegarandeerd door een bestuurlijke en juridische autonomie. Dat valt hier nu weg. Ik wou die elementen wel eens aangeven. Ik hou ook niet van slogans.

Ik ga daar niet te veel over discussiëren. Er wordt hier een keuze gemaakt. (Rumoer)

Dat is inderdaad onze keuze, en ze verschilt van uw keuze. Deze meerderheid heeft haar keuze gemaakt. De autonomie is ingekanteld. Het is de plicht van het Vlaams Parlement om die autonomie te garanderen en erop toe te zien. We hebben altijd gezegd dat we dat zullen doen.

Mijnheer Caron, u discussieert nu over de VRWI. Ik kan uw argumentatie eventueel volgen. De raad wordt afgeschaft, maar de werking van de VRWI werd niet meer gegarandeerd omdat er veel te veel raden waren. (Opmerkingen van mevrouw Ingrid Lieten)

Een kat vond er haar jongen niet meer. (Opmerkingen van mevrouw Ingrid Lieten)

Grommel maar, mevrouw Lieten. Grommel zoveel u wilt, ik ga het toch zeggen. Voka en de SERV waren niet meer in de mogelijkheid om die vergaderingen bij te wonen. Op dit moment wordt dat beslist, mevrouw Lieten. U deed het niet in de vorige legislatuur. Wij doen het nu wel.

Voorzitter, we zitten nu volop in de discussie. Ik had graag eerst de antwoorden van de minister gekregen, want daarover gaat de discussie toch een beetje met betrekking tot VLABEST en de SARiV. Ik sluit me aan bij de vorige sprekers.

Mijnheer Lantmeeters, dit is op basis van een conceptnota van een vorige Vlaamse Regering. Die twee discussiepunten zijn open, en u hebt de keuze gemaakt voor de afschaffing zonder een alternatief.

Minister, wij hebben altijd gezegd dat we voor een beter advieslandschap waren, en voor een betere adviespraktijk. Er waren verbeteringen mogelijk, vandaar de conceptnota van de vorige Vlaamse Regering. Maar voor een effectief en efficiënt advies- en overlegstelsel – ik neem aan dat u het ook gelezen hebt, mijnheer Lantmeeters – zijn er een aantal zaken nodig, aldus de SERV. Er zijn voorwaarden die gerespecteerd moeten worden en verder gaan dan een afschaffing en/of inbedding van die raden. Goede participatie is slechts mogelijk als die structureel worden ingebouwd in het proces van beleidsontwikkeling en -uitvoering. Daar zijn we het allemaal mee eens, maar voor een aantal domeinen is dat nu niet meer zo, tenzij de minister nu gaat antwoorden op de vragen die we gesteld hebben, zoals beloofd. Dat moeten we wel hebben. Die visie moet er wel komen.

Minister, ik zal u helpen, wat nu voorzien is in de paritaire commissie decentralisatie. Daar is nu een communicatie rondgestuurd, schrik niet, dat die één keer per jaar zou mogen samenkomen. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

U mag het gerucht loochenen, minister. Dat is de informatie die we gekregen hebben, en waarop u een reactie kreeg van de belangenvereniging van de gemeenten. Eén keer per jaar! Dat is geen overlegstructuur. Dat is geen structureel interbestuurlijk overlegorgaan. Dat is een doekje voor het bloeden.

Voorzitter, voor de correctheid van het debat zou ik toch graag de antwoorden krijgen.

Mevrouw Lieten heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Mijnheer Lantmeeters, ik ben het niet eens met u. De VRWI heeft tot nu toe altijd perfect gefunctioneerd. Tijdens de vorige legislatuur heb ik als minister talloze adviezen van de VRWI ontvangen, ook adviezen die de VRWI op eigen initiatief heeft geschreven. Die adviezen waren niet altijd lief voor de Vlaamse Regering. Ze waren echter wel zeer nuttig. Ze hebben een harde bijdrage tot het debat geleverd.

De voorbije jaren heeft Voka verklaard niet meer naar de vergaderingen van de adviesraad te willen komen. Dat is echter het verschil tussen de huidige Vlaamse Regering en de vorige Vlaamse Regering. Wij hebben ons niet door Voka laten dwingen om de adviesraden af te bouwen. De huidige Vlaamse Regering volgt gewoon het advies van Voka om de adviesraden af te bouwen. Dat is het verschil tussen de huidige Vlaamse Regering en de vorige Vlaamse Regering. (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Lieten, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) kon die vergaderingen ook niet bijwonen. De SERV heeft dit laten weten. U hebt destijds twee rapporten en een unaniem advies ontvangen. U hebt daar niets mee gedaan. Nu verwijt u de Vlaamse Regering en de meerderheid dat ze wel keuzes maken. Er lagen 27 conceptnota’s voor. Er is een beslissing genomen. Er is rekening gehouden met het unaniem advies en met de twee rapporten waarmee u geen rekening hebt gehouden.

U moet niet laten uitschijnen dat Voka niet wilde komen. Voka heeft, samen met de SERV, verklaard niet langer op die vergaderingen aanwezig te kunnen zijn. Nu wordt een beslissing genomen. U vindt dat natuurlijk niet leuk.

Minister Homans heeft het woord.

Minister Liesbeth Homans

Ik zal deze vragen, voor alle duidelijkheid, namens de minister-president beantwoorden. Ik zal trachten zo goed mogelijk te antwoorden op de vragen over de engagementen van de minister-president. Ik heb de verslagen nagelezen.

Mijnheer Bertels, u hebt gelijk. De minister-president heeft dit in de commissie verklaard. Het lijkt me echter goed vooraf nog even de context te schetsen en toe te lichten waarom dit allemaal gebeurt.

In de conceptnota van de vorige Vlaamse Regering was sprake van een teveel aan adviesraden. Ik spreek hiermee een aantal mensen tegen die het daar nu niet eens mee zijn. Dat stond, voor alle duidelijkheid, letterlijk in de conceptnota van de vorige Vlaamse Regering. De afbouw van het aantal adviesraden was een van de uitgangspunten die tot deze beslissing hebben geleid.

Een ander uitgangspunt is het streven tot betere adviesverlening te komen. Ik weet niet meer juist wie dit heeft aangekaart, in elk geval heeft iemand dit correct geanalyseerd. In het verleden keurde de Vlaamse Regering een punt principieel goed. Nadien werd dit punt naar de betrokken adviesraad doorgestuurd. Dit lijkt me niet zo goed. Nadat de politieke beslissing is genomen, mag een adviesraad nog een advies formuleren. Dat kunnen we beter anders aanpakken. Ik kom hier straks nog op terug.

We werken met conceptnota’s. Op basis van die conceptnota’s wordt veel actoren gevraagd een advies te verlenen. Pas dan volgt een eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering. Dit lijkt me een betere wijze om adviezen te verlenen dan de huidige manier.

Mijnheer Caron, u hebt naar de personeelsleden verwezen. Volgens u gaat het hier om een besparing. Dit is niet juist. VLABEST had een personeelslid, dat vlotjes aan het Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB) is overgedragen. Dat personeelslid krijgt daar ook nuttige taken. Het gaat om een enkel personeelslid. Er zijn geen andere personeelsleden moeten afvloeien. Dat is een belangrijke nuance.

Mijnheer Caron, u hebt tevens verklaard dat alles volgens het Vlaams regeerakkoord in de SERV zou worden ondergebracht. Dat klopt. Op vraag van de adviesraden zelf hebben we echter beslist tot bepaalde afwijkingen over te gaan. Er zijn inkantelingen in agentschappen geweest. Op vraag van de adviesraden zelf komt niet alles per definitie bij de SERV terecht. Volgens mij is het een goede zaak dat we met de meningen en de adviezen van de desbetreffende adviesraden rekening hebben gehouden.

Mijnheer Bertels, u hebt een concrete vraag over de duurzame ontwikkeling gesteld. Die adviezen zijn steeds door de SERV geleverd. Dat zal ook zo blijven. Daar verandert niets aan. Met betrekking tot VLABEST bent u blijkbaar van mening dat ik iets afschaf, maar dat er niets in de plaats komt.

VLABEST is een adviesraad die onder mijn bevoegdheid valt. Ik wil niet alleen in naam van de minister-president maar ook namens mijzelf zeggen dat dit niet waar is. Ik zal u een aantal goede voorbeelden geven.

Het afgelopen jaar zijn wij heel bewust omgegaan met conceptnota’s. Ik had evengoed kunnen gaan voor een eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering, om vervolgens een advies te vragen. In dat geval zou de politieke beslissing al vooraf zijn gemaakt en zouden we niet serieus omgaan met de adviesraden.

Ik heb conceptnota’s gemaakt, onder andere over de integratie van gemeenten en OCMW’s en over Vlaanderen Radicaal Digitaal. Die conceptnota’s hebben als voordeel dat de adviesverlening gebeurde onmiddellijk na de conceptnota en dus voor de principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering.

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) heeft kunnen beschikken over de conceptnota over de integratie van gemeenten en OCMW’s in de ronde van Vlaanderen die zij heeft georganiseerd om de lokale besturen in te lichten. Het werd heel erg geapprecieerd dat de Vlaamse Regering daar nog geen principiële beslissing over had genomen.

Wij hebben ook een aantal concrete adviestrajecten opgezet voor bepaalde dossiers. Bijvoorbeeld voor het decreet lokaal bestuur zal ik in drie stappen werken. We beginnen met een bevraging aan de VVSG om haar visie te leren kennen over de belangrijkste punten. De VVSG staat bekend als het overkoepelend orgaan en als de behartiger van de belangen van de openbare besturen. Op basis daarvan zal ik een conceptnota uitwerken. Voor die nota vragen we opnieuw de inbreng van de VVSG. Pas dan zullen we tot decretale teksten komen. Dat lijkt me een betere manier om adviesverlening aan te pakken dan in het verleden.

Een ander traject dat we op die manier willen aanpakken, is de beleids- en beheerscyclus (BBC). Alle actoren zullen worden bevraagd. Nadien wordt een conceptnota opgemaakt met de input van alle betrokken actoren. Vervolgens zullen de resultaten uitmonden in decreten die pas dan voor de eerste keer ter goedkeuring zullen worden voorgelegd aan de Vlaamse Regering.

Wat de paritaire commissie betreft, zal ik binnenkort de resultaten voorleggen aan de Vlaamse Regering. Hoe we zullen omgaan met de adviesraden, staat in het inleidende gedeelte over de paritaire commissie, maar daar was geen aparte werkgroep over opgericht. Na het zomerreces zullen we de paritaire commissie wel opnieuw laten bijeenkomen om te bekijken hoe we op een structurele manier de lokale besturen zoveel mogelijk kunnen betrekken bij het beleid.

Ik spreek formeel tegen dat deze manier van werken en het samenkomen van de paritaire commissie zich zal beperken tot eenmaal per jaar.

Minister, ik dank u voor uw antwoorden. Ik ben er niet van overtuigd dat de SERV zelf vragende partij is om te adviseren over duurzame ontwikkeling, maar ik neem akte van uw antwoord daarover.

U zegt dat in het eindrapport met betrekking tot de paritaire commissie decentralisatie staat dat verschillende werkgroepen effectief zijn samengekomen. Ik heb een eindverslag gezien waarin staat dat die paritaire commissie decentralisatie nog eenmaal per jaar samenkomt. Dat verslag komt van uw diensten. Ik weet niet waarom u dan aan de VVSG hebt gevraagd om te reageren tegen 16 juni. Een aantal collega’s in dit parlement zitten in de VVSG en kunnen bevestigen dat de VVSG letterlijk heeft gezegd dat het een probleem is dat die commissie maar eenmaal per jaar mag samenkomen en dat er dus geen interbestuurlijk overlegorgaan meer is voor de lokale besturen.

Uw conceptnota’s en de werkgroepen die u op verschillende terreinen zult oprichten of al opricht, vervangen een structureel adviesorgaan en een interbestuurlijk overlegorgaan niet. Ik weet niet wat u hebt voorgelegd aan de VVSG, maar wat u hier komt vertellen strookt niet met de teksten die naar de VVSG zijn gestuurd.

Minister, ik heb niet gezegd dat het een besparing was. Net het feit dat het geen besparing is, maakt het voor mij nog droeviger. Als er een noodzaak zou zijn geweest om te besparen, zou ik het nog een beetje hebben kunnen begrijpen.

De afwijkingen om niet in te kantelen in de SERV, zijn inderdaad gebeurd op vraag van de betrokken adviesraden. Ze hebben echter niet gevraagd om in een departement te worden ingekanteld. Maar goed, ze hadden de keuze tussen pest en cholera.

Wat betreft de duurzame ontwikkeling, is het merkwaardig dat minister-president Bourgeois in de commissie zegt dat hij niet weet wie er zal adviseren. U zegt dat de SERV bevoegd is, dat is tenminste duidelijk.

Wat het decreet Lokaal Bestuur betreft, zegt u dat u het interessante proces van discussie en debat om tot de besluitvorming te komen, hebt geschetst. Ik wil het een voorbeeld noemen van hoe iets wordt aangepakt, het is heel goed gedaan. Alleen is het jammer dat in de driehoek van overheid en belangenbehartiging, de expertise ontbreekt. Net op dit punt had VLABEST heel mooi werk kunnen leveren.

Mijnheer Lantmeeters, het is tenminste duidelijk als u zegt dat het een keuze is die wij hebt gemaakt en dat u die niet deelt. Wij delen uw keuze ook niet.

De heer Diependaele heeft het woord.

Mevrouw Lieten, er zijn wel meer verschillen tussen deze regering en de vorige, ik denk dat we het daarover eens zijn.

Als het dan gaat over dit punt, wil ik opmerken dat wij nu kiezen voor instrumenten die werken en waarvan we zeker zijn dat ze een meerwaarde zullen bieden. In de vorige legislatuur zaten we vast. Toen waren het instrumenten die in stand werden gehouden, maar die zelfs hun decretale verplichting niet meer konden nakomen. Het zat totaal geblokkeerd. En u bent er niet in geslaagd om dat toen los te trekken.

We hebben daar verschillende keren over gesproken in de commissie. Die verslagen zijn allemaal nog beschikbaar. U kreeg het niet los. In zekere zin hadden we er toen inderdaad nog begrip voor ook, maar het lukte niet. Ik meen dat het duidelijk is dat een hervorming noodzakelijk was.

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Mijnheer Diependaele, we hebben daar de vorige jaren in de commissie inderdaad over gesproken. We hebben er zelfs hoorzittingen over gehouden. We hebben ook Voka uitgenodigd.

Ik herinner me toch wel dat het algemene sentiment na die hoorzittingen was, bij meerderheid en oppositie, dat iedereen betreurde dat Voka eenzijdig niet meer wilde komen naar de VRWI. Dat werd betreurd omdat de VRWI een platform was waar niet alleen werkgevers en werknemers met elkaar spreken over het economisch beleid en het innovatiebeleid, maar waarbij ook de academische sector betrokken was. En dat was het unieke aan de VRWI. Niet alleen het economische werd er bekeken, maar ook het academische en het breed maatschappelijk holistische. Dat wordt nu jammer genoeg weggenomen door de VRWI af te schaffen.

En ik kan alleen maar vaststellen dat u daar inderdaad blindelings en slaafs Voka volgt.

Als ik het mij goed herinner was het niet alleen Voka en is dat ook niet op die manier gezegd, maar was het ook de SERV in het algemeen. (Opmerkingen van mevrouw Ingrid Lieten)

Toch wel. Een van de gebreken die toen naar voren is gekomen, was het feit dat we met ons innovatielandschap meer moeten inzetten op de vermarkting. U weet dat het ook een van de grote problemen was die u in de vorige legislatuur mee moest oplossen. Daarvoor moesten we de industrie meer betrekken. En dat was toen ook niet het geval. Wij bieden daar nu een oplossing voor aan.

Ik heb nog een vraag die niet beantwoord is over de rol van het raadgevend comité Toerisme Vlaanderen. We hebben het daar uitdrukkelijk over gehad, over Internationaal Vlaanderen. Ik kan alleen maar de vragen herhalen die gesteld zijn en waarop het antwoord beloofd is.

Minister Liesbeth Homans

Excuseer, maar op die vraag moet ik het antwoord echt schuldig blijven. Ik heb er totaal geen idee van, het spijt me. Ik zal het doorgeven aan de minister-president dat hij u, of het parlement, dit antwoord nog schriftelijk bezorgt.

Mijnheer Bertels, de VVSG heeft inderdaad gezegd dat ze één keer per jaar een paritaire commissie net iets te weinig vindt. We hebben daar dan ook rekening mee gehouden. Na het zomerreces zullen we met de VVSG nagaan hoe we structureel kunnen overleggen. De VVSG is het daarmee eens. Intussen is er een nieuw eindverslag. Ik denk dus dat u nog een oude versie hebt.

Ik zou dan graag het recentste eindverslag krijgen.

Minister Liesbeth Homans

Ja, vanaf het goedgekeurd is door de Vlaamse Regering wordt het onmiddellijk overgemaakt aan het Vlaams Parlement. Anders moet u uw bron die u dit verslag heeft gegeven, aanspreken en vragen of hij of zij een meer actuele versie kan geven.

Ik heb net gehoord dat er een nieuw eindverslag zou komen. Vijf minuten geleden zei u nog het tegenovergestelde. We zullen zien of er een nieuw eindverslag is. Het blijft een probleem dat er geen interbestuurlijk overlegorgaan is. Het basisprobleem blijft.

De heer Kennes heeft het woord.

Ik wou nog een algemene bemerking maken. In 2003 is er in Vlaanderen een goed advieslandschap gecreëerd, maar het is op een bepaald moment misschien toch verantwoord om dat eens te evalueren. Dat is gebeurd. Het stond de vorige legislatuur in het regeerakkoord en het wordt nu verder uitgevoerd.

De krachtlijnen die er in 2003, maar ook nog vandaag, inzaten, blijven een transparant, eenvoudig en doelmatig adviesstelsel met participatie van het georganiseerde middenveld. Dat siert Vlaanderen: het middenveld, maar ook academici, experten, sociale partners worden betrokken in de besluitvorming. Dat wordt door de hervorming zeker niet in vraag gesteld. Je kunt over een aantal zaken discussiëren en dat is ook gebeurd. Er zijn kritische verslagen, vooral natuurlijk van de adviesraden die worden afgeschaft. Dat is te verwachten.

Daarstraks werd er gezegd dat de regering niet graag heeft dat er kritische adviezen komen. De vraag is niet of een adviesraad lief moet zijn voor een regering of een meerderheid of een besluitvormingsproces. Het komt erop aan dat ze deskundig zijn en dat ze een meerwaarde kunnen bieden. Door de advisering te vervroegen in het besluitvormingsproces, kan die meerwaarde alleen maar groter worden en versterkt worden. Dat is een belangrijke inhoudelijke verbetering.

Ik heb zelf ook wel wat bedenkingen bij de inkanteling bij een departement en een agentschap. We zullen dat in het oog houden. Ik zeg vooraf niet dat het niet kan en dat het niet goed zal lopen, maar het is inderdaad wat merkwaardig. Ik begrijp dat er over dat punt een zekere ongerustheid is, maar het zou niet correct zijn om daar bij voorbaat negatief over te doen. We zullen het in het oog houden.

Minister, ik dank u om de onduidelijkheid over de paritaire commissie op te helderen want het zou niet correct zijn dat zo’n belangrijk element waar de verschillende besluitvormingsniveaus elkaar moeten ontmoeten en moeten samenwerken, maar één keer per jaar zou samenkomen. 

De SERV adviseert al lang over duurzame ontwikkeling. De vraag waarom dat niet kan of niet zou gebeuren, is voor mij niet duidelijk. Ik ga ervan uit dat de SERV dat in het verleden deed en nu ook verder zal blijven doen.

Onze fractie zal dit ontwerp van decreet steunen.

Mijnheer Kennes, wat u zegt, is voor ons net een van de redenen om een beetje verontrust te zijn. Als men iets aanpast – en aanpassingen mogen –, dan moet men weten wat men aanpast en wat men daarna gaat doen. Nu past men aan – in casu VLABEST schaft men af – en is men nog bezig met te onderzoeken wat het alternatief eventueel zou kunnen zijn.

U zegt dat u in het oog zult houden of er een alternatief zal komen. Mijnheer Kennes, u weet evengoed als ik dat de discussie binnen de VVSG nog volop bezig is. Ik neem akte van het antwoord van de minister dat haar eindverslag intussen is aangepast of dat ze het gaat aanpassen, maar zelfs dan blijft het basisprobleem van de VVSG met betrekking tot het interbestuurlijk overlegorgaan bestaan. U weet dat en uw collega’s van de lokale besturen weten dat ook. 

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2014-15, nr. 368/1)

– De artikelen 1 tot en met 20 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.