U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de toekomst van de sociale inschakelingseconomie (SINE).

Het debat is geopend.

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister, dit dossier is al behandeld tijdens de commissievergadering van 7 mei en tijdens de plenaire vergadering van 20 mei. Het is dan ook absoluut niet mijn bedoeling hier te herhalen wat er al is verteld tijdens de commissievergadering en de plenaire vergadering. Ik wil me beperken tot de essentie. Mijn betoog is ingegeven door de ongerustheid in de sector en de vraag naar transparantie en duidelijkheid. U moet toegeven dat de communicatie niet zo heel helder was de afgelopen dagen.

Ik zal kort schetsen waar het hier over gaat. De afgelopen dagen werden wij overspoeld met alarmerende berichten van dienstenchequebedrijven die stelden dat de extra subsidies die ze kregen om kwetsbare werknemers te begeleiden, zouden wegvallen. Dat geld wordt gebruikt voor extra begeleiding van werknemers in de sociale economie. Het gaat om laaggeschoolden, alleenstaande moeders, mensen die minder begaafd zijn of de taal niet goed beheersen, kortom, mensen die anders moeilijk aan de bak komen.

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Sintobin, u hebt het over het afschaffen van de SINE-subsidies. Het moet me wel van het hart dat ik nog nooit iemand van uw fractie in de commissie Sociale Economie heb gezien, maar u mag hier natuurlijk gerust uw statement maken.

Er is 57.408.000 miljoen euro ingeschreven bij de begrotingsopmaak. Dat was drie weken geleden bij de bespreking van de begrotingscontrole in de commissie nog altijd hetzelfde bedrag.  Kunt u me uitleggen waar u de afschaffing van de SINE-middelen vandaan haalt?

Ik dacht dat ik hier de vragen moest stellen.

Minister, u herhaalt die opmerking over het al dan niet aanwezig zijn in de commissies telkens opnieuw.

Ik zal u zeggen dat uw voorzitter toen hij in het Vlaams Parlement zetelde nooit ofte nimmer naar een commissie kwam en toch op het spreekgestoelte kwam staan. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Ik vertolk hier alleen maar de ongerustheid in de sector. U kunt toch niet ontkennen dat er ongerustheid is in de sector? Waarom zouden wij als parlementsleden, hetzij in commissie, hetzij in plenaire, anders het woord nemen en opnieuw vragen stellen?

Ik neem aan dat u de kranten hebt gelezen – dat zal wel want u hebt erop gereageerd, zij het vaag. De kranten spreken inderdaad over het stopzetten van die subsidieregeling. Ik kom straks terug op die 57 miljoen euro.

 

Wat de sector wel stelt ­ – en misschien gaat u dat ook ontkennen – en dat is het belangrijkste van heel de kwestie –, is dat de afschaffing een impact zou hebben op veel jobs. Volgens de Koepel Lokale Diensteneconomie (LDE) zouden drieduizend tot zesduizend jobs in het gedrang komen. Meer nog: door de tegemoetkoming te schrappen komt de hele werking van de dienstenchequebedrijven in gevaar, voert de Koepel LDE aan.

Ik heb inderdaad de kranten gelezen. Het Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen pakten maandag inderdaad uit met de kop ‘Meer dan 6000 kwetsbare werknemers zijn bedreigd door maatregelen Homans’. Ik wil u een kleine cursus geven in sociale economie. Mensen die zeer actief zijn in de commissie kennen dat al, voor anderen is dat misschien wel handig. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Ik wil dat doen omdat ik het oprecht, oprecht zeg ik, jammer vind dat zulke berichten de wereld worden ingestuurd en dat mensen die het sowieso al heel, heel moeilijk hebben op de arbeidsmarkt hier nu van wakker liggen. De krantenkoppen zijn niet uw verantwoordelijkheid, mijnheer Sintobin. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Ah, voilà, ik ben blij.

Maar het gebeurt dus wel. Zesduizend banen zouden dus bedreigd zijn. Quod non. Ik wil u een kleine analyse geven. We gaan het hier hebben over de SINE-medewerkers, niet over sociale economie in het algemeen. U hebt zich daaraan gehouden, begrijp me dus niet verkeerd. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Hoeveel werknemers zijn er in Vlaanderen tewerkgesteld met SINE-steun? (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Dat zijn er 8653. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Dat gaat natuurlijk over alle sectoren. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Waar het debat eigenlijk over gaat en over ging in de media, in Het Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen op maandag, is de combinatie van SINE-steun en dienstencheques. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

U geeft me gelijk, dank u.

Hoeveel mensen uit de doelgroepen zijn tewerkgesteld in dat systeem? 2978. Ik begrijp niet dat de media het bericht “6000 mensen die het al moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, zijn bedreigd in hun werkzekerheid door de maatregelen van Homans” oké vinden. Die maatregelen bestaan trouwens helemaal niet, daar zullen we het straks nog over hebben.

Ik denk dat het goed is voor het vervolg van het debat om even te schetsen waarover het gaat. Men heeft zes categorieën in Vlaanderen met die combinatie van SINE en dienstencheques. Een eerste categorie is het OCMW met een dienstenchequeafdeling.

U had misschien beter eerst een toelichting gegeven.

Ik vind het belangrijk om dit uit te leggen, misschien komt u dan tot andere inzichten. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Ik zal u proberen te overtuigen.

Men heeft dus zes categorieën in Vlaanderen die inderdaad een cumul hebben van SINE enerzijds en dienstenchequesteun anderzijds. De eerste categorie bevat de OCMW’s, de tweede de plaatselijk werkgelegenheidsagentschappen (PWA’s), de derde een combinatie tussen LDE en een dienstenchequeafdeling, de vierde een dienstenchequebedrijf met vso-statuut (vennootschap met sociaal oogmerk), de vijfde een maatwerkbedrijf dat een aantal zaken cumuleert en dan is er nog een zesde categorie. Over die zesde categorie gaat dit debat.

Ja maar, ik wil u eventjes meenemen in de wereld van de sociale economie. Dat moet u toch interesseren, denk ik dan, hè?

Ik ken die wereld. Ik zal u straks wel vertellen dat ik de wereld van de sociale economie ken en dat de ongerustheid in de sector al langer dan vandaag bestaat.

En de zesde categorie, mijnheer Sintobin, zijn de zogenaamde inschakelingsbedrijven. Dat zijn private initiatieven die dus niet tot de vijf eerder opgesomde categorieën behoren.

Over hoeveel bedrijven gaat het? Over 29 bedrijven die welgeteld 228 personen, doelgroepmedewerkers, tewerkstellen!

Ik wacht af wat u nog allemaal in uw betoog zult zeggen, mijnheer Sintobin, maar ik dacht dat het belangrijk was om hier toch eens te stellen dat de krantenkop over 6000 medewerkers niet klopt. Ik heb u nu duidelijk gezegd dat het over 228 koppen gaat, en helemaal niet terecht trouwens, want hun tewerkstelling zal gegarandeerd blijven. We zullen daar later in dit debat nog op terugkomen. Het leek me belangrijk om dit al eventjes te stellen, zeker voor mensen die niet zo thuis zijn in de wereld van de sociale economie. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, ik laat het inhoudelijke debat graag over aan de collega op het spreekgestoelte, maar ik wil de minister toch persoonlijk aanspreken op haar nogal pedante houding ten aanzien van dit parlement en van enkele parlementsleden in het bijzonder.

Minister, u hebt gezegd: “ik zal u eens thuisbrengen in de wereld van de sociale economie, ik zal hier eens even een cursus sociale economie geven”. En dat doet u voor al die mensen die er volgens u toch niets van kennen.

Dat is niet uw taak, minister, die hooghartige houding past u niet. (Rumoer)

U bent hier in het parlement aanwezig. U bent als minister verantwoordelijk voor het geven van antwoorden op vragen over mensen die met deze kwestie worden geconfronteerd en die zich zorgen maken over hun toekomst, over hun job. Dat is uw taak als minister, dat is uw verantwoordelijkheid en niet het geven van een of andere cursus aan dit parlement.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Janssens, als u het nodig vindt om dergelijke woorden te gebruiken in naam van het parlement: laat dat! Ik denk niet dat u dit kunt doen, ik denk niet dat u zich dit kunt toe-eigenen. (Opmerkingen van het Vlaams Belang )

U moet eens eventjes luisteren. We hebben allemaal gemerkt dat er over dit dossier wel degelijk foute informatie in de media heeft gestaan. Het lijkt me dan niet verkeerd dat we, voor we het debat ten gronde voeren, de juiste situatie kennen, dat we eens bekijken wat er precies scheelt en waar het precies over gaat, dat we de contouren van het debat duidelijk stellen.

Of gaan we blijven discussiëren over zaken die fout zijn? Dat helpt niemand vooruit, en al zeker niet de betrokken mensen! (Applaus bij de N-VA)

Ik heb er geen probleem mee dat de minister een toelichting geeft.

Het is misschien maar bijkomstig, minister, maar omdat u zegt dat ik niets ken van sociale economie en dat ik niet aanwezig ben in de commissie, wil ik u vertellen dat mijn echtgenote kantoorhoofd is bij een van de grootste dienstenchequebedrijven in Vlaanderen. Ik ken er dus wel iets van.

Het is zoals mijn fractieleider zegt en vooral de socialisten kunnen daarvan getuigen – ik vind dat natuurlijk ook soms plezant. Maar ik vind het niet kunnen dat u keer op keer op een arrogante manier de parlementsleden terechtwijst.

Ik vind dit niet kunnen, voorzitter.

De voorzitter

Ik moei mij daar niet mee.

Minister, wij stellen hier de vragen, u komt hier antwoorden. (Opmerkingen van minister Liesbeth Homans)

Er is gezegd wat er gezegd moest worden.

U hebt inderdaad al een paar antwoorden gegeven op mijn vragen, onder meer over het Europese cumulverbod. Ik ben toch nog altijd juist? U zei dat een dubbele subsidiëring niet kan volgens de Europese regelgeving. U weet ongetwijfeld ook wel dat dit vanuit de sector op basis van juridisch advies en juridisch onderzoek nog altijd betwist wordt. U bent daar ongetwijfeld van op de hoogte.

Mijn vraag is hoe het zit met die Europese regelgeving en met het verbod op die dubbele subsidiëring. Kunt u niet, om het voor iedereen klaar en duidelijk te maken, een eenvoudige vraag stellen aan de Europese Commissie of het nu wel of niet kan? Vanuit de sector is men van mening dat subsidies aan dienstencheques geen staatssteun zijn, maar wel een tegemoetkoming aan de consument.

Ik heb het juridisch advies drie weken geleden in de commissie uitgedeeld. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Mijnheer Sintobin, ik twijfel er niet aan dat u het gelezen hebt.

Voor alle duidelijkheid, deze houding neemt Vlaanderen al aan sedert 2008. Wij hadden toen een adviesbevoegdheid tegenover de federale overheid die nog altijd bevoegd was voor de erkenningen. Sinds de zesde staatshervorming zijn wij bevoegd voor de erkenningen. Wat is het grote probleem? Europa zegt – en ik heb een brief van de Europese Commissie bij me die verspreid mag worden onder de parlementsleden – dat dienstencheques consumentensteun zijn. SINE is in Vlaanderen, in tegenstelling tot in Wallonië, wel degelijk staatssteun omdat wij dit selectief toepassen. Selectief betekent dat er een hele procedure van erkenning is zodat dit niet algemeen kan worden aangevraagd en toegekend.

Er zijn ongeveer 8000 doelgroepmedewerkers die genieten van SINE-steun. Meer dan 6900 bevinden zich in Vlaanderen. Dat toont eigenlijk aan dat Vlaanderen in het verleden veel meer op activering heeft ingezet dan de andere gewesten, maar dat is een ander debat. Wat doet men in Wallonië? Wallonië kent die steun niet selectief toe en er zijn dus geen erkenningscriteria. Iedereen die het aanvraagt, krijgt het. Wallonië is dus niet in strijd met de Europese regelgeving, want het is daar een algemene maatregel. Is Vlaanderen in strijd met de Europese regelgeving? Ja, omdat het hier een selectieve maatregel is die niet van toepassing is op elk bedrijf dat een aanvraag doet omdat je aan bepaalde voorwaarden moet voldoen.

Dat is het juridisch advies. Ik wil heel veel doen, maar als het voltallige parlement vraagt om de Europese regelgeving met de voeten te treden, dan wil ik die verantwoordelijkheid niet opnemen. Ik wil vooral ook niet meemaken – en dat is mijn grote bezorgdheid – dat alle SINE-steun die in het verleden aan al die bedrijven in Vlaanderen is gegeven, met terugwerkende kracht wordt teruggevorderd. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben. U misschien wel, maar ik niet.

Minister, dat is net mijn punt. U verwijt de parlementsleden en de pers dat wij aan paniekzaaierij doen. Ik denk dat wij hier allemaal staan om de zwaksten in de sector te verdedigen en dat het de bedoeling van iedereen moet zijn, over alle fracties heen, om die mensen hun job te laten houden. Daar is het mij om te doen en u hopelijk ook.

De fundamentele vraag is of wij in de toekomst nog dienstenchequebedrijven willen en of wij die op dezelfde manier willen blijven subsidiëren. Ik heb deze morgen nog contact gehad met mensen uit de sector. Ondanks uw uitleg over het juridisch advies, blijft men dit betwisten. Ik ben zelf geen jurist, maar misschien moet het eens door iemand anders worden uitgeklaard.

U weet ongetwijfeld dat wij geen liefhebber zijn van Europa en van de Europese Commissie. Ik begrijp dat u zegt dat u het niet toepast omdat het niet mag van Europa, maar dan moet u toch tenminste zorgen voor overgangsmaatregelen, zoals de meeste fracties vragen – en ik heb de verslagen van de commissie en de plenaire vergadering nagelezen. Blijkbaar kon dit ook niet.

Het punt is dat mensen hun job zullen verliezen. Ik weet dat nu al een aantal personeelsleden in vooropzeg zijn geplaatst. Volgens de heer Crombez gaat het om honderden personeelsleden. Zo ver wil ik niet gaan. Het gaat hier nu om de jobs van die mensen. Of we nu SINE-middelen of andere middelen gebruiken, is minder belangrijk. Het belangrijkste is dat we die mensen aan een job helpen en die job laten houden. Iedereen weet immers dat een gedeelte van die mensen niet op de reguliere arbeidsmarkt terechtkan.

Minister, de vraag die ik u nu wil stellen, is dezelfde vraag die u de vorige keer door anderen is gesteld. Wat zult u, als de SINE-subsidies effectief niet langer mogelijk zijn, doen tot u aan de hervormingen toe bent? U hebt die hervormingen voor begin volgend jaar aangekondigd. U weet echter ook dat we nog voor een tijdje vertrokken zijn.

U trekt in dit verband de federale paraplu open. Misschien kan Open Vld straks antwoorden op de vraag waarom u de informatie nog niet hebt ontvangen om het debat over de hervormingen te starten.

Mijnheer Sintobin, twee minuten geleden hebt u letterlijk gevraagd of we de dienstenchequebedrijven nog willen laten bestaan. Dat is echter het onderwerp van dit debat niet. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Het debat gaat, in alle eerlijkheid, om de cumul tussen de SINE-steun en de steun aan dienstenchequebedrijven. Daarover zijn we het eens. U moet hierover correcter zijn.

Ik heb altijd een impactanalyse aangekondigd. Ik heb de zes categorieën daarnet opgesomd. Het gaat enkel om de zesde categorie en om welgeteld 228 mensen. Ik deel uw bezorgdheid. Die mensen hebben het zeer moeilijk op de reguliere arbeidsmarkt. Ze staan daar het zwakst.

Aangezien die jobs niet verloren mogen gaan, heb ik twee weken geleden verklaard dat ik geen voorstander ben van overgangsmaatregelen. Ik laat de huidige toestand immers gewoon voortlopen tot de hervorming klaar is. Er is geen nood aan overgangsmaatregelen.

Mijnheer Sintobin, ik heb nog geen enkel dossier ondertekend dat niet voorziet in de erkenning van een bedrijf dat in de zesde categorie thuishoort. Ik weet niet waar u het vandaan haalt dat honderden mensen in vooropzeg zijn geplaatst. De heer Crombez heeft dit verklaard. U hebt zelf aan zijn uitspraken in de media gerefereerd. Kunt u me voorbeelden geven? Waar situeert dit zich? Ik heb geen enkel dossier ondertekend. Alles blijft gewoon doorlopen. De erkenningen blijven, zelfs als ze zijn vervallen, lopen tot de hervorming klaar is. Geen enkele doelgroepmedewerker zal zijn job verliezen.

Minister, ik heb gisteren gelezen dat u in de pers een bocht hebt gemaakt. U hebt bevestigd dat alles blijft lopen tot de hervorming een feit is. Ik vraag me af hoe het dan met de dossiers zit. Er zijn vorig jaar aanvragen ingediend die nog steeds op ondertekening wachten. U hebt naar de lopende dossiers verwezen. Hoe zit het met de dossiers die worden ingediend? Zullen die dossiers worden behandeld of worden afgewezen? Uit de verslagen van de commissievergaderingen en van de plenaire vergadering van twee weken geleden blijkt dit niet duidelijk. Ik veronderstel dat nog bedrijven dossiers zullen indienen. Wat zal daar concreet mee gebeuren?

U hebt ook verklaard dat er geen ontslagen komen. U hebt waarschijnlijk het voorbeeld gelezen van een bedrijf in Limburg dat een subsidie van 135.000 euro heeft ontvangen. Dat bedrijf is van mening dat het drie vierde van het personeel zal moeten ontslaan indien het op deze manier verder moet. Ik vind dat niet uit. Ik heb dat in de krant gelezen. Ik geloof wat die mensen hierover vertellen.

Minister, hoe zit het met de lopende dossiers en met de dossiers die tot aan de hervormingen nog worden ingediend?

Mijnheer Sintobin, als u het over de lopende dossiers hebt, veronderstel ik dat u verwijst naar de bedrijven waarvan de erkenning nog loopt. Dit blijft gewoon doorlopen. Er zijn momenteel twee bedrijven waarvan de erkenning afgelopen is. Die bedrijven blijven gewoon tot de hervormingen functioneren. Dat is geen enkel probleem. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Mijnheer Sintobin, als ik even mag antwoorden op de vragen die u me hebt gesteld, zou dat het debat iets vergemakkelijken.

Het concrete bedrijf uit Limburg waarnaar u verwijst, dat inderdaad alarm heeft geslagen in het Belang van Limburg, heeft nog een erkenning tot eind 2015. Mijnheer Sintobin, ook al loopt de erkenning nu na vier jaar af, als ik zeg dat de erkenning gewoon blijft doorlopen tot de hervorming een feit is, begrijp ik niet dat u keer op keer blijft beweren dat er jobs in gevaar zijn. Dat is niet het geval.

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld)

Mijnheer Sintobin, u stelt de vraag of we willen dat deze sector blijft bestaan. Niemand in dit parlement stelt het nut van de dienstencheques in vraag. Dat heb ik alleszins nog nooit gehoord in de plenaire vergadering of in de commissie. Het is een schitterende maatregel om de combinatie gezin-arbeid draaglijker te maken, heeft het zwartwerk bij het poetsen grotendeels uitgeroeid en is ook voor de werknemer niet oninteressant. Het is heel flexibel qua uren. De verloning, hoewel niet enorm, ligt in dezelfde grootteorde als lonen in de retail bijvoorbeeld. Voor kansengroepen met een precair profiel op de arbeidsmarkt is de dienstenchequesector een sector waar ze meer dan gemiddeld terechtkunnen, blijkt uit de studies van IDEA Consult. En dat geldt niet enkel voor de bedrijven waarover we het vandaag hebben, de categorie 6 zoals de minister zegt, die SINE cumuleren met de gewone regeling voor dienstencheques.

De vraag of die sector kan blijven bestaan, is vandaag toch totaal niet aan de orde in dit debat. We hebben het over een paar duizend bedrijven, als we de cijfers van de minister horen, die werken zonder die extra subsidies. De rentabiliteit is inderdaad niet hoog, dat gaat u mij niet horen zeggen. Maar ze kunnen overleven. En er zijn 29 bedrijven die extra subsidies krijgen. De vraag is misschien eerder of er geen sprake is van discriminatie tussen bedrijven die het met doen en die die het zonder moeten doen.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Ik wil inpikken op verslagen van de plenaire vergadering en van de commissie. Daar is duidelijk gesteld dat er geen overgangsmaatregelen zouden komen. Ik citeer u, minister: “Ik heb al tot vervelens toe herhaald dat de SINE-contracten duidelijk vier jaar lopen. Wie een contract afsluit of een subsidiëring ontvangt, weet dat dit na vier jaar afloopt. Ik stel me de vraag waarom nu om overgangsmaatregelen wordt gevraagd. Als een bedrijf weet dat die contracten voor een periode van vier jaar lopen, vind ik dit een overbodige vraag.” Dat is de reden dat we vandaag in een debat zitten. Mensen weten vandaag niet wat er gebeurt tot de hervorming wordt doorgevoerd. Het is de enige reden dat er onduidelijkheid is in de sector.

Nu hoor ik van u, minister, dat het geen enkel probleem is als de erkenning afloopt, want alles blijft gewoon voortlopen tot de hervorming klaar is. Waarom hebt u dat dan niet toegelicht in de commissie? Waarom hebben we dat antwoord niet gekregen in de plenaire vergadering? Nog veel belangrijker: waarom heeft de Commissie Sociale Economie van de SERV, een officieel orgaan, een ander antwoord gekregen dan wat vandaag in het debat wordt gegeven? Ik ben heel blij dat sp.a dit debat heeft gevraagd, want het heeft nu al duidelijkheid gebracht. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, ik wil me tot u richten om duidelijkheid te krijgen over wat er juist gebeurt met de bedrijven waarvan de erkenning afloopt. Daarover gaat het. Er is een bedrijf waarvan de erkenning al is afgelopen, de medewerkers zijn in opzeg geplaatst. Ze hadden een erkenning voor vier jaar. Nu zegt u dat de erkenning gewoon blijft doorlopen. Minister, dat klopt niet. Hun erkenning is afgelopen. Ze vragen aan u een nieuwe erkenning. Dat moet u geven aan de bedrijven: een nieuwe erkenning tot er, inderdaad zoals u zegt, een nieuwe regeling is. Dat hebben we vorige week hier in de plenaire vergadering gevraagd. Toen hebt u geantwoord dat het niet ging. Als u vandaag zegt dat het wel gaat, zijn we daar heel blij om. Dat is uiteindelijk wat we vorige week hebben gevraagd.

U geeft ook aan dat er een bedrijf is waarvan de erkenning eind dit jaar afloopt. Minister, als zij geen verlenging krijgen, moeten zij hun personeel nu in opzeg plaatsen. Want die opzeg is geen maand, maar een halfjaar en vaak nog langer. Daarom vroegen wij vorige week duidelijkheid. Als we die duidelijkheid vandaag krijgen, is voor mij de discussie ook afgelopen. (Applaus bij CD&V en sp.a)

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Collega’s, dank u voor het applaus. Minister, ik richt mij ook tot u. Ik onderstreep het pleidooi van mijn collega’s voor meer duidelijkheid. Minister, in de commissievergadering van 7 mei 2015 zei u: “Het verbod op cumulatie van SINE-maatregelen en dienstencheques wordt op dit ogenblik toegepast voor dienstenchequebedrijven die een verlenging of een nieuwe erkenning aanvragen.”

U zegt dat die erkenning blijft voortduren. U zegt dat die bedrijven zich geen zorgen hoeven te maken. De hele heisa die er was, de sector die moord en brand schreeuwde: dat was omdat ze in uw woorden lazen dat ze geen erkenning meer zouden krijgen, dat er geen verlenging zou zijn en dat zij inderdaad hun personeel op straat zouden moeten zetten. Nu brengt u hier een andere boodschap. Het is goed voor iedereen en zeker, zoals u daarnet al zei, voor het vervolg van dit actualiteitsdebat, dat u duidelijkheid schept. Hoe zit het met die bedrijven die nu tussen hamer en aambeeld zitten? Wat gaat u daarmee doen? Blijft die erkenning lopen, ja of neen?

Ik heb hier, voor alle duidelijkheid, een lijstje bij van de 29 bedrijven, met de datum waarop hun erkenning afloopt. Mijnheer Beenders, zal ik een overgangsmaatregel nemen? Neen, ik heb heel duidelijk gezegd wat ik wel wil: dat de erkenning blijft doorlopen tot aan de hervorming. Dat is een heel ander debat. Ik heb dat nooit ontkend. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

De voorzitter

Mijnheer Sintobin, laat de minister toch alstublieft uitspreken. Dat is zeer storend. Laat de minister uitleg geven.

Mijnheer Sintobin, als u vindt dat ik lesgeef, dan moet ik gewoon niet meer antwoorden op uw vragen.

Het zijn geen overgangsmaatregelen. Mevrouw Claes, hebt u weet van één dossier dat ik heb ondertekend waarbij de erkenning niet verlengd is? Ja of neen?

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Neen. Maar, minister, zij vragen op dit ogenblik een verlenging. Zij hebben personeel in opzeg geplaatst. U hebt ook nog niet moeten handelen omdat het probleem zich nog niet stelde. Ik heb vorige week een actuele vraag gesteld. Toen was er niets actueels aan. Wel, het is heel actueel. Hun erkenning is afgelopen. Zij hebben een nieuwe erkenning gevraagd en u moet daarin handelen. U kunt niet zeggen dat u niets gaat doen en dat het dan wel automatisch zal verlengen. Zo werkt het niet. U hebt inderdaad nog niets afgewezen, maar u hebt ook nog niets toegezegd.

Voorzitter, ik was nog niet klaar. Maar als mevrouw Claes zegt dat ik de erkenning in twee dossiers niet heb verlengd, dan moet ik dat formeel tegenspreken. Ik daag iedereen hier uit om één dossier te vinden dat ik heb ondertekend waardoor de erkenning niet is kunnen doorgaan. Ik daag u uit, u zult er niet één vinden.

Mijnheer Beenders, ik heb daarnet al gezegd dat er geen overgangsmaatregelen zijn. De Europese regelgeving laat ons dat niet toe. Ik wil daar subiet nog wel eens heel duidelijk en heel uitgebreid op ingaan. Ik heb het daarnet al een klein beetje gedaan. Ik denk dat we alles moeten laten lopen tot aan de hervorming. Dan moeten wij maatregelen nemen. Die maatregelen kunnen uit allerlei zaken bestaan.

Wat is het grote probleem met Europa? Zij zeggen dat er een probleem is zodra je consumentensteun combineert met staatssteun en het bedraagt meer dan 50 procent van de loonkost van de doelgroepmedewerker. De hervorming zou er dus kunnen in bestaan dat je onder die 50 procent van de loonkost daalt, zodat je niet meer zit met het ons door de Europa regelgeving opgelegde cumulverbod.

Mijnheer Beenders, ik ben altijd, net zoals u voor alle duidelijkheid, en dat is oprecht gemeend want u bent een van de actiefste leden in de commissie Sociale Economie, en dat is een compliment, mijnheer Beenders, dat is echt gemeend, mijnheer Beenders… (Opmerkingen)

Ik heb ook het verslag bij me. U weet dat ik altijd voorbereid ben op uw vragen. U hebt correct geciteerd uit het verslag. Alles wat daar gezegd is, is inderdaad ook gezegd en staat er zwart op wit in. Het is ook niet in tegenstrijd met wat ik vandaag zeg, lijkt mij. Maar u hebt in de commissie van 7 mei ook gezegd, mijnheer Beenders, ter afronding na mijn antwoord op uw vraag: “We zullen over het antwoord dan ook zeer duidelijk communiceren, zodat de rust in de sector weerkeert.” U was het dus eigenlijk eens met mijn antwoord, in die zin dat er inderdaad geen bezorgdheden moesten zijn voor de sector. Ik stel vandaag echter vast dat bepaalde partijen – en dan heb ik het niet alleen over uw partij, mijnheer Beenders – het toch nog nodig vinden om aan paniekzaaierij te doen, op de kap van die mensen die het al heel moeilijk hebben op onze arbeidsmarkt, door te zeggen dat er zesduizend jobs verloren zullen gaan en zo meer.

Mevrouw Claes, ik heb geen enkel dossier getekend waardoor de erkenning vervallen is. Ik zal ook geen enkel dossier tekenen dat zich nu zou aandienen, gelet op het feit dat er inderdaad een aantal erkenningen aflopen. Ik zal het laten doorlopen tot aan de hervorming. Dat is, denk ik, een goede zaak om geen ongerustheid in de sector te creëren.

Ik heb hier al tot vervelens toe, ook in de commissie, gezegd dat geen enkele doelgroepmedewerker zijn job zal verliezen. Mijnheer Annouri, u bent ook meer dan geregeld aanwezig in de commissie Sociale Economie, maar u komt hier nu allerlei bekommernissen uiten. U mag dat doen, voor alle duidelijkheid, maar drie weken geleden hebben we in de commissie Sociale Economie de begrotingscontrole besproken. Die 57,4 miljoen euro, bestemd voor SINE, die we hebben overgekregen vanuit het federale niveau, stonden bij de begrotingsopmaak op een welbepaalde allocatie, en bij de begrotingscontrole stonden die daar nog altijd, zonder één eurocent minder. U hebt zich toen onthouden bij de stemming over de begrotingscontrole. Ik heb u toen ook gefeliciteerd voor uw zeer constructieve houding.

Ik zeg niet dat u dat hebt gezegd, mijnheer Annouri, maar het is wel de algemene teneur van dit debat, dat Homans gaat besparen op de allerzwaksten in onze maatschappij – quod non – en dat Homans geen maatregelen neemt om tot een hervorming te komen, zodat er geen enkele job bij die zwakste medewerkers verloren gaat. Dan stel ik mij toch wel de vraag waarom u zich dan onthouden hebt en niet tegen gestemd hebt. Als u echt de indicatie had dat ik daar één eurocent op had bespaard, dan had u zich bij de stemming niet onthouden.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, de minister heeft tot twee keer toe aangeboden om die informatie uit te delen aan het parlement. Ik zou daar zeer graag op ingaan, als het mogelijk is, om die informatie te krijgen.

Het is een veel interessanter debat aan het worden dan ik had durven vermoeden. Daarom wil ik de eerste vraag eens even op scherp stellen. Minister, u hebt al een paar keer gezegd dat u geen enkel dossier getekend hebt waardoor de erkenning vervalt. Dat is zeer juist, maar niemand in het parlement heeft daarnaar gevraagd. Dat is een antwoord op een vraag die niet gesteld is.

Het punt van de heer Beenders en mevrouw Claes is anders: wat gebeurt er als een erkenning ophoudt te bestaan? U hebt net verklaard dat de eerste afloopt in december. Ik zeg dat de eerste nu al afloopt, in juli. Het debat gaat er dus over wat u doet als een erkenning vervalt, waardoor, zoals mevrouw Claes stelt, die ondernemers mensen in vooropzeg moeten zetten. Dat is wat vandaag gebeurt. Dat is nu, dat is reëel. Ik wil dus graag horen wat het antwoord op die vraag is. Want we kunnen op veel zaken terugkomen, en het is allemaal interessant, maar dit is de eerste kernvraag: wat doet u als die ondernemingen die mensen nu al in vooropzeg zetten?

Mijnheer Crombez, ik dacht dat ik daar daarnet al duidelijk over geweest was. Die erkenningen worden gewoon verlengd tot de hervorming gestalte heeft gekregen. En dat kan nog een tijdje op zich laten wachten. Die erkenningen lopen dus gewoon voort.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Ik wil het nog even hebben over de overgangsmaatregel. Wat u nu vertelt, is een overgangsmaatregel. Het is een verduidelijking van een probleem waardoor de ongerustheid in de sector is ontstaan. Het is niet de oppositie die voor paniek heeft gezorgd, maar de Commissie Sociale Economie van de SERV die de druppel was voor de sector en waarbij uw kabinet heel duidelijk heeft gezegd dat er geen oplossing was wanneer de erkenningen zouden aflopen voordat de hervorming was doorgevoerd. Dat is uitdrukkelijk gezegd. Dat is de reden waarom de sector heeft gereageerd en waarom er ongerustheid is ontstaan. Dan is het onze taak om het voor die mensen op te nemen en duidelijkheid te vragen aan de minister.

Minister, als u een allergie hebt voor het woord ‘overgangsmaatregel’, dan wil ik het gerust een andere naam geven. Als u nu zegt dat u ervoor zult zorgen dat de middelen blijven gaan naar bedrijven die rekenen op de SINE-contracten totdat de hervorming er is, dan juich ik dat toe. Dan moet u wel duidelijk zeggen dat elk bedrijf dat rekent op de SINE-contracten, steun zal blijven ontvangen totdat de hervorming er is.

U zegt dat we ons hebben onthouden tijdens de stemming en vraagt waarom we dat hebben gedaan als we dachten dat u zou besparen. Ik heb het woord ‘besparen’ niet uitgesproken. Laten we het debat zuiver voeren.

Ik dacht dat ik al heel duidelijk had gezegd wat er zou gebeuren met bedrijven wier erkenning afloopt: gewoon laten doorlopen tot de hervorming er is. Ik heb een concreet bedrijf uit de regio van de heer Crombez waarvan de erkenning is afgelopen op 7 april 2015. Heb ik die erkenning stopgezet? Neen, die loopt gewoon door tot aan de hervorming. Er zal geen enkele doelgroepmedewerker zijn job verliezen.

Ik ben blij dat dit debat, ondanks uw opmerkingen over de opportuniteit ervan, er is. Ik stel vast dat alle collega’s, niet alleen bij de oppositie maar ook bij de meerderheid, bedenkingen hadden na het debat in de commissie en zeker na het debat in de plenaire vergadering van veertien dagen geleden. We kunnen er allemaal de verslagen op nalezen en vaststellen dat u vandaag iets anders hebt verteld, ten goede, dan toen. Toen hebt u – en daarin heeft de heer Beenders gelijk – niet gesteld dat de vergunningen die aflopende waren, zouden doorlopen tot aan de hervorming. Dat is een nieuw feit. Misschien is dat onder druk van een en ander, maar ik ben er blij om.

Ik sta hier niet om paniek te zaaien, minister. U zegt altijd dat we paniek zaaien op de kap van de zwaksten. Ik sta hier omdat ik begrip heb voor de ongerustheid in de sector. Ik wil vragen dat u die opmerkingen de volgende keer achterwege laat. Ik begrijp dat u nu en dan eens de socialisten wilt jennen, maar steeds zeggen dat we paniek zaaien op de kap van de zwaksten… Als ik in de verslagen zou nakijken hoe vaak u dat hebt verteld, dan wordt het stilaan afgezaagd. Als parlementsleden hebben we het recht om vragen te stellen. Ik ben misschien geen lid van de commissie, maar ik heb het recht om vragen te stellen en opmerkingen te maken.

Ik heb het voorbeeld al aangehaald, dus excuses voor de herhaling: op 7 april 2015 is de erkenning van een bedrijf in de zesde categorie afgelopen en heb ik niet ingegrepen. Ik heb de erkenning niet ongedaan gemaakt. Als u hier nu op dit spreekgestoelte komt beweren dat ik sinds een paar dagen mijn kar heb gekeerd, dan vergist u zich, want 7 april is niet sinds een paar weken. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

De voorzitter

Neen, we sluiten af. U hebt kans genoeg gekregen. Ik heb u bijkomende tijd gegeven.

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, geachte leden, ik ga beginnen met hetzelfde getal als de heer Sintobin, namelijk 57,4 miljoen euro. Dat is het budget dat wordt overgeheveld met de regionalisering van de SINE-maatregelen. Dat is het volledige budget dat bestemd is voor het beleid met betrekking tot de sociale inschakelingseconomie. Is dat een besparing? Neen. Zetten we de kwetsbaarsten in de kou? Neen. Is dat een afschaffing, mijnheer Sintobin? (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Ik denk het niet. Neen, dat is geen afschaffing. U hebt dat gezegd. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Ik citeer: “Op dat budget werd geen eurocent bespaard en minister Homans garandeert dat die middelen blijvend ingezet zullen worden voor (...) arbeidsplaatsen voor doelgroepwerknemers.” Ik vertel toch niks nieuws als ik u meedeel dat onze sociale economie maximaal wil inzetten op het tewerkstellen van mensen met beperkte arbeidskansen, en die waar mogelijk en zo veel mogelijk wil laten doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Sinds 2008 neemt de Vlaamse Regering het standpunt in dat cumul tussen dienstencheques en SINE niet mogelijk is. De gewezen bevoegde ministers Van Brempt en Van den Bossche hebben in de vorige coalities dat advies ook altijd ondersteund. Dat werd ondertussen ook bevestigd in de commissie Sociale Economie door collega Beenders, waarvoor dank. We moeten absoluut voor rechtszekerheid gaan, en ervoor zorgen dat de inschakelingsbedrijven de toegekende steun niet moeten terugbetalen wegens overcompensatie. Dat zou immers nefaste gevolgen kunnen hebben voor die bedrijven. De verdere ondersteuning van die bedrijven moet een prioriteit blijven.

Die beleidskeuze contrasteert met de berichtgeving. Als we de heftige recente mediaberichten lezen over drieduizend tot zesduizend jobs van poets- en huishoudhulp die op de helling zouden staan, zodat werknemers massaal hun baan zouden verliezen, tja, dan doet men aan paniekzaaierij. Daarbij jaagt men vooral hen die het al moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, angst aan, en niemand houdt van angst. Die berichtgeving laat mij en naar ik aanneem ieder van ons niet koud, want in de sector van de sociale inschakelingseconomie werken er heel wat kwetsbare werknemers, waaronder langdurig werklozen en laaggeschoolden. Ik vind het zeer belangrijk dat de middelen binnen Sociale Economie altijd worden aangewend voor datgene waarvoor ze bestemd zijn, en dat dit ook op een efficiënte manier gebeurt. De middelen moeten worden ingezet voor de extra begeleidingsnood en de opvang van productiviteitsverlies. Alleen op die manier kunnen zo veel mogelijk doelgroepmedewerkers hiervan genieten. De Vlaamse Regering verbindt zich ertoe meer te investeren in de toekomst van de doelgroepmedewerkers, waarbij de focus ligt op de competentieversterking van de werknemers, en waarbij ook diegenen die niet kunnen doorstromen, hun talenten kunnen ontwikkelen.

Wij willen niemand in de kou laten staan. Ik onderschrijf het belangrijke aspect dat de continuïteit op het werkveld gegarandeerd blijft, en dat alles blijft doorlopen zoals het nu is tot aan de definitieve uitwerking van de hervorming. Ik herhaal het nogmaals voor wie het daarnet niet heeft verstaan: alles blijft doorlopen tot aan de definitieve uitwerking van het hervormingssysteem. Die vraag moet hier dus niet opnieuw worden gesteld.

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, soms is het nodig om hier eens een vraag opnieuw te stellen. Mevrouw Vermeulen, ik heb naar u geluisterd. Het is allemaal zeer goed geschreven. Beleidsmatig bevat dit dingen die zeer lovenswaardig zijn. Ik heb echter het woord gevraagd omdat u hebt gezegd dat de continuïteit gegarandeerd is. De reden waarom we hier deze discussie voeren, is omdat de vraag rijst of dat wel waar is. Ik vraag u dus heel duidelijk te antwoorden op de volgende vraag: als de continuïteit gegarandeerd is, zijn er dan mensen die hun vooropzeg moeten krijgen, ja of neen? Gezien het feit dat er mensen zijn die hun vooropzeg hebben gekregen, hoe kunt u hier dan komen zeggen dat de continuïteit gegarandeerd is? Het antwoord tot nu toe was immers dat men geen erkenning heeft ingetrokken. Dat zou immers betekenen dat men een handtekening zet om een erkenning niet te geven. De sector is zo ongerust omdat de continuïteit die u zegt te willen garanderen, er niet is.

Ik herhaal mijn vraag, voor de duidelijkheid: als die continuïteit er zou zijn, zoals u beweert, hoe komt het dan dat mensen in vooropzeg moeten worden geplaatst?

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Mijnheer Crombez, wie heeft die mensen in opzeg geplaatst? Die werkgevers. Maar als de minister nu zegt dat alles blijft doorlopen zoals het is, waarom hebben zij die mensen dan in opzeg geplaatst? (Opmerkingen bij sp.a)

Gebruiken zij hun middelen dan wel voor de doelgroepmedewerkers? Hebben zij geen andere problemen soms? Die vraag zouden we ook kunnen stellen. Ik heb daarnet aangehaald dat ik het zeer belangrijk vind dat de middelen aangewend worden waarvoor ze bestemd zijn, en op een efficiënte manier.

De heer John Crombez (sp·a)

Dit is geen persoonlijk feit, dit is een ernstig feit, dit is een beschuldiging aan de werkgevers.

Ik kan me natuurlijk vergissen, mijnheer Crombez en andere aanwezigen, maar ik heb geen weet van medewerkers die in vooropzeg zijn geplaatst. Als u daar wel weet van hebt, dan moet u dat vooral aan mij laten weten. Ik heb u gezegd dat ik geen enkele erkenning niet verlengd heb voor de hervorming.

Mijnheer Crombez, u vroeg hoe ik de continuïteit zal kunnen garanderen. Ik heb u heel duidelijk het voorbeeld gegeven. Wat is het probleem met Europa? Dienstencheques zijn consumentensteun, SINE is staatssteun vanwege de selectiviteit die Vlaanderen toepast, in tegenstelling tot Wallonië, waar het een algemene maatregel is die toegankelijk is voor gelijk welk bedrijf. Ik denk dat dat duidelijk is: dat is staatssteun. Wat is het probleem met Europa? Daar zegt men dat als de looncomponent van de doelgroepmedewerker boven de 50 procent wordt gesubsidieerd, je in de problemen zit en je inderdaad het risico loopt dat je retroactief al die SINE-middelen die in het verleden zijn toegekend, moet gaan terugvorderen. Ik wil dat absoluut niet op mijn geweten hebben.

Een mogelijke component van de hervorming zou kunnen zijn dat we ervoor zorgen dat we zakken onder die 50 procent looncomponent en bijvoorbeeld een aantal SINE-middelen heroriënteren naar de begeleiding van de doelgroepmedewerkers en andere middelen heroriënteren naar de betaling van de doelgroepmedewerkers zelf, zodat er geen enkele job in de sociale economie, en zeker niet wat de SINE-maatregel betreft, verloren gaat, en we tegelijkertijd conform de Europese regelgeving zijn.

De heer John Crombez (sp·a)

Ik zei daarnet dat wat mevrouw Vermeulen net zei, een beschuldiging is aan de werkgevers. Dat is redelijk ernstig. Als u zegt dat ze de middelen verkeerd hebben aangewend, dan gaat het over overheidsmiddelen die ze niet rechtmatig zouden hebben aangewend. Wat de sectoren deze week hebben gezegd, waarom ze aan de alarmbel hebben getrokken, is niet omdat ze de middelen verkeerd hebben aangewend of omdat ze iets verkeerd hebben ingeschat of wat dan ook, de reden dat ze aan de alarmbel hebben getrokken is dat ze een probleem hebben, en dat zijn ze heel duidelijk aan de minister komen uitleggen. Bedrijf per bedrijf zullen ze hun mensen niet kunnen blijven betalen en zullen ze hen in vooropzeg moeten zetten. Dat is bedrijfsvoering. Ik vraag aan u dat u ofwel uw beschuldigingen intrekt ofwel dat u ze hard maakt, want het gaat over misbruik van overheidsmiddelen.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik heb niet letterlijk gezegd dat de werkgevers hun SINE-middelen niet efficiënt gebruiken, maar wij moeten erover waken dat die middelen efficiënt en effectief voor die toepassingen worden gebruikt. Dat is zeer belangrijk.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Mevrouw Vermeulen, de discussie is begonnen begin dit jaar. In februari al zijn er discussies begonnen tussen medewerkers van het kabinet en de sector over het feit dat de verlengingen die afliepen, niet zouden worden verlengd. Daaruit heeft men zijn conclusies getrokken. Daarom is de koepel van de sector in overleg gegaan met het kabinet. Telkens heeft men het antwoord gekregen: een verlenging van die vier jaar kan niet. De minister heeft dat hier veertien dagen geleden herhaald: een verlenging van die vier jaar kan niet, want men wist dat men maar vier jaar een verlenging had.

Wie is er in opzeg geplaatst? Dat zijn de medewerkers van ArbeidsKansen door Sociale Integratie (AKSI) in Wellen omdat hun verlenging afliep. Als verantwoordelijke van zo’n organisatie moet je je plicht doen. Want je bent verantwoordelijk, niet alleen voor de SINE-medewerkers, maar voor een hele organisatie. Als je weet dat je subsidies aflopen, dan is het je verantwoordelijkheid om mensen in opzeg te plaatsen omdat je ervan overtuigd bent dat wat het kabinet je een half jaar lang heeft gezegd, klopt. Vandaag merken we dat het anders is. Ik ga ervan uit dat de minister dit ook zal hardmaken en dat die verlengingen zullen worden vernieuwd, zodat organisaties zoals AKSI of IN-Z hun medewerkers zouden kunnen houden. (Applaus bij CD&V en sp.a)

Ik wil even terugkomen op de opmerkingen van de heer Crombez aan mevrouw Vermeulen. U herhaalt het riedeltje van de minister dat we op de kap van de allerzwaksten aan paniekzaaierij doen. Ik weet niet of dat aan ons adres is, of aan de sector zelf. Als dat aan de sector is, dan is bijzonder grof.

We gaan hier nogal licht over uw beschuldigingen dat werkgevers de SINE-middelen of subsidies niet correct zouden aanwenden. U kunt er het verslag op nalezen. Bevestigt u dat? Kunt u dat hardmaken? Zegt u dat we dit moeten onderzoeken? Of stelde u dat zomaar out of the blue?

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld)

Het is vandaag International Repeat Day, u zult het me dus niet kwalijk nemen dat ik herhaal dat de sector, zelfs degenen die geen SINE met de steun voor dienstencheques cumuleren, meer dan gemiddeld kansengroepen tewerkstelt. Laaggeschoolden, anderstaligen, de cijfers zijn er en zijn duidelijk. De vraag waarom men die mensen in vooropzeg plaatst, is me eerlijk gezegd ook niet heel duidelijk. Misschien moeten we praktisch worden en het heel concreet hebben over de sector: die mensen worden per uur betaald door klanten thuis. Ik heb geen kennis van mensen die een poetshulp tewerkstellen en die minder dan een uur per uur betalen.

Waar komt de rentabiliteit uit de sector vandaan? Die komt uit de schaalgrootte. Die is heel klein, maar hoe meer medewerkers men heeft, hoe meer middelen men kan overhouden om die omkadering te doen. Het in vooropzeg plaatsen van mensen die per uur presteren, is een heel domme maatregel. Ik snap eerlijk gezegd niet – als men economisch redeneert – waarom men die vooropzeg doet.

Mevrouw Taelman, ik ben het nogal eens met u. U zegt wat mijn gedachten waren. Ik begrijp het ook niet.

Mevrouw Claes, u zegt dat ik perfect op de hoogte ben van wat er op mijn kabinet allemaal is gezegd. Ik ben ook perfect op de hoogte van wat er op mijn kabinet en door mijn medewerkers is gezegd. De boodschap die wij aan de sector hebben gegeven, is dat de erkenning blijft doorlopen tot de hervorming gestalte heeft gekregen. Ik hoop dat we het er allemaal over eens zijn dat dat de boodschap is. Zolang de hervorming niet is afgerond, zal elke erkenning, ook al loopt die af zoals van AKSI in Wellen op 15 juli 2015… Waarom zij hun doelgroepmedewerkers in opzeg hebben geplaatst, is me een totaal raadsel. Dat is niet nodig omdat de erkenning zal blijven doorlopen tot aan de hervorming.

Ik wil tot vervelens toe herhalen dat ik geen enkele tewerkstelling van een sociaal zwakkere, een doelgroepmedewerker, met SINE-middelen verloren zal laten gaan. Anders had ik de 57,4 miljoen euro bij de begrotingscontrole op een andere allocatie gezet. Als we die eerlijkheid een klein beetje zouden kunnen hanteren in dit debat, dan zijn we het erover eens dat we het debat inderdaad niet op de kap van de allerzwaksten moeten voeren, mijnheer Sintobin. U vindt het misschien grappig en leuk om hier de komen debatteren, wel, ik ook. Ik zit hier elke week. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Ik ben nog niet klaar.

Ik vind het absoluut niet grappig. Ik zit hier als parlementslid. Ik heb het recht om vragen te stellen.

De voorzitter

U krijgt het woord als u het vraagt, mijnheer Sintobin. U weet dat. Ongevraagd krijgt u het woord niet. Dan sluiten we de microfoon af. Dat gegrom begint mij op de zenuwen te werken.

Minister Homans heeft het woord.

Mijnheer Sintobin, u hebt mij misschien niet zo goed begrepen. U zit hier inderdaad elke week. Ik ook. Dat is mijn taak, ik vind dat de normaalste zaak van de wereld. U mag mij elke week vragen stellen. U doet dat ook heel consequent. Geen enkel probleem. Maar wat ik heel jammer vind, is dat er ondertussen al twee dagen zesduizend mensen wakker hebben gelegen. Welke mensen zijn dat? Mensen met een beperking, mensen met een mentale of fysieke handicap. En jullie vinden het de normaalste zaak van de wereld om op kap van die mensen paniek te zaaien om jullie politiek gelijk te halen? (Rumoer. Opmerkingen. Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Ik haal een laatste punt aan. De heer Crombez en ook de heer Sintobin hebben gereageerd op wat mevrouw Vermeulen zei, namelijk dat bepaalde bedrijven de middelen niet aanwenden zoals zou moeten. Ik kan u zeggen dat er twee bedrijven zijn die een erkenning hebben en 0,0 doelgroepmedewerkers tewerkstellen. Maar wat brengt zo’n erkenning met zich mee, mijnheer Crombez? Die bedrijven hebben een verlaagd btw-tarief van 6 procent en ook een uitstel van betaling van vennootschapsbelasting. Dat is wat mevrouw Vermeulen bedoelt. Als u dat wilt blijven verdedigen, mij niet gelaten. Maar ik vind dat niet correct. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik wil toch nog eens reageren op uw riedeltje dat we aan paniekzaaierij doen op kap van de allerzwaksten. Het wordt werkelijk vervelend. Mocht u veertien dagen geleden in de plenaire vergadering of een maand geleden in de commissie dezelfde communicatie hebben gedaan zoals u vandaag doet, zou er misschien geen paniek zijn in de sector. Niet wij zijn verantwoordelijk voor de paniek in de sector, maar u! U bent verantwoordelijk, omdat uw communicatie niet correct was.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Wij zullen geen mensen in de kou laten staan, want we zullen werken op basis van doordacht beleid en met goed onderbouwde cijfers correcte beslissingen nemen. Want meten is weten. Daarom zal de hervorming pas van start kunnen gaan na de impactanalyse die moet worden gemaakt op basis van een koppeling van de databanken van de RSZ, de RVA, de Federale Overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO), de Programmatorische Overheidsdienst (POD) Maatschappelijke integratie en de Dienst voor de Bijzondere Socialezekerheidsstelsels (DIBISS). Dan pas kan men precies in beeld brengen hoeveel werkgevers en werknemers door deze ingreep zullen worden gevat. Ik roep dan ook de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid op hier zeer snel werk van te maken zodat de minister van start kan gaan met de hervorming.

En nogmaals: aan paniekzaaierij hebben we niets. Er is duidelijk gesteld dat alles blijft doorlopen tot aan de definitieve uitwerking van de hervorming. Er is wel nood aan duidelijkheid over de impact en de ongewenste effecten die we op de Vlaamse arbeidsmarkt kunnen en moeten voorkomen. De middelen moeten worden aangewend waarvoor ze bestemd zijn.

Ik heb er dan ook volledig vertrouwen in dat deze hervorming in goede banen zal worden geleid en dat de minister op korte termijn de nieuwe toekomstscenario’s zal voorleggen aan de Vlaamse Regering. (Applaus bij N-VA)

Mevrouw Vermeulen, ik heb nog één vraag. U zegt: paniekzaaierij, daar hebben we niets aan. Ik volg u daarin volledig. Maar ik heb een vraag voor u. De sector zelf maakt zich zorgen. De commissie Sociale Economie van de SERV stuurde een mail rond met de vraag om die SINE-contracten niet stop te zetten, omdat ze afgaan op informatie die ze van het kabinet van de minister hebben gekregen. De commissie Sociale Economie van de SERV maakt zich dus zorgen. Wij, oppositiepartij, maken ons zorgen. Maar ook meerderheidspartijen maken zich zorgen over de vaagheid van de communicatie van de minister. Wie doet er dan aan paniekzaaierij? Bij wie ligt de verantwoordelijkheid dan? (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Mijnheer Annouri, als ik dergelijke berichten lees in de krant, laat dat me ook niet koud. Als ik lees dat drie- tot zesduizend mensen naar de werkloosheid zouden worden toegeleid, dan sta ik daar ook bij stil. In de commissie hebben wij daar zeer dikwijls bij stilgestaan, maar nu heeft de minister duidelijk gesteld dat de maatregelen blijven gelden tot aan de definitieve uitwerking van de hervorming.

De voorzitter

De heer Beenders heeft het woord.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Minister, gelet op de pittigheid van dit debat was onze vraag terecht om een actualiteitsdebat te vragen over deze problematiek. Ik ben er zeker van dat hier collega’s in de zaal zitten die net als ik telefoontjes hebben gekregen van Mieke, Els of Regine, die effectief wel zijn geïnformeerd dat ze in vooropzeg zullen worden geplaatst. Het klopt wat mevrouw Claes zegt: de ongerustheid is groot in de sector. En wanneer die mensen morgen effectief hun job verliezen, dan heeft deze regering al heel goed haar best gedaan om niet meer te voorzien in een vangnet voor die mensen, want het aantal maatregelen dat deze regering al heeft genomen om deze doelgroep niet verder te helpen bij het zoeken naar een job, zou me verder leiden dan 5 minuten debattijd. En daar gaat het ook niet om. Het gaat erom de ongerustheid die de afgelopen dagen systematisch is toegenomen, weg te nemen. Het enige doel van sp.a in dit debat is antwoorden krijgen.

Vandaag hebben we – en de collega’s van de commissie Sociale Economie kunnen dat bevestigen – zaken gehoord die we nooit eerder hebben gehoord in de commissie. Het feit dat een erkenning die afloopt, geen probleem betekent voor uitbetalingen, heb ik nooit eerder gehoord. En om eerlijk te zijn, ik wil ook niet in de val trappen en u nu bedanken voor de antwoorden die we nodig hadden waarbij de sector opnieuw tevreden is en het debat kan worden gesloten. Ik heb daar eigenlijk nog wel wat vragen bij. Als u nu zegt dat die erkenningen van bedrijven mogen aflopen en dat het geen enkel probleem geeft om financiële ondersteuning te krijgen, dan vraag ik me af hoe u dat zult doen. Welke rechtsgrond hebt u om een onderneming zonder erkenning te laten uitbetalen? Hebt u overleg gehad met de Inspectie van Financiën om dat geld gewoon te storten? Mag dat? U zit hier te zwaaien met papieren van Europa waaruit blijkt dat die combinatie niet mag, maar geef ons dan ook het document waarin staat dat een erkenning die afloopt, geen enkel probleem is om de financiële middelen aan de firma te geven. Als u ons dat document bezorgt, kunnen we het debat effectief sluiten. Zoals die beslissing echter niet officieel is genomen, zullen wij blijven vragen om oplossingen. En ja, wij noemen dat overgangsmaatregelen omdat ze dat ook zijn. Diegenen die niet weten wat het gevolg is van het aflopen van een erkenning die wettelijk omschreven staat, moeten hun mensen in vooropzeg plaatsen. Dat betekent goed ondernemerschap.

Mijnheer Beenders, u kent de sector heel goed en ik weet dat u oprecht bezorgd bent over het lot van de mensen, net zoals ik en andere aanwezigen hier.

Wat mij tegen de borst stuit, is het artikel dat maandag in Het Belang van Limburg verscheen en waarin stond dat 6000 mensen worden bedreigd in hun job. U hebt de juiste cijfers nog opgevraagd via schriftelijke vragen. De combinatie van dienstencheques en SINE gaat over 2978 mensen. Er is enkel een probleem voor de zesde categorie, dus voor 228 mensen.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Ik heb u andere vragen gesteld.

Als een krant de verantwoordelijkheid neemt om een bericht te publiceren waaruit blijkt dat 6000 mensen, zwakke mensen die het al heel moeilijk hebben op de arbeidsmarkt, hun job dreigen te verliezen terwijl het over 228 mensen gaat, van wie ik al heb gezegd dat niemand zijn job zal verliezen, dan vind ik dat niet leuk. Is dat mijn communicatie geweest? Neen, en voor alle duidelijkheid ook niet die van u. Ik heb dat bericht niet de wereld ingestuurd.

Om concreet op uw vragen te antwoorden. Over het cumulverbod van Europa hebben we het al verschillende keren gehad. Is sp.a het dan eens met mijn interpretatie? Het is niet alleen mijn interpretatie; ze wordt al sinds 2008 door de Vlaamse regeringen en de Vlaamse administratie gehanteerd. De cumul kan eigenlijk niet, we moeten naar oplossingen zoeken zodat we niet in overtreding zijn met de Europese regelgeving en dat we geen enkele job van een doelgroepmedewerker verloren laten gaan.

U had vragen over het juridische aspect. Als ik een document niet onderteken om een erkenning niet te laten doorlopen, loopt die gewoon verder. Tenzij, mijnheer Beenders, u hier en nu pleit ervoor om alle erkenningen stop te zetten. Dat is dan uw verantwoordelijkheid. (Opmerkingen bij sp.a)

De heer Rob Beenders (sp·a)

Minister, laat ons intellectueel debatteren. U hebt me onderbroken om op mijn vragen te antwoorden. U hebt op geen enkele van de drie geantwoord. Ik wil ze opnieuw stellen.

U hebt aangekondigd dat er geen probleem is bij de ondernemingen van wie de erkenning afloopt om verder te betalen. Ik heb u gevraagd: hebt u daar een officiële beslissing van? Hebt u dat doorgesproken met de Inspectie van Financiën? Kunt u ons een document bezorgen waarin staat dat die beslissing geofficialiseerd is door de regering? Geef ons die.

Dat zijn mijn vragen en toen hebt u mij onderbroken. U hebt geprobeerd om de vis te verdrinken door heel andere informatie te geven die niet relevant was. (Applaus bij de oppositie)

Ik vind het een beetje bizar dat u het nog moeilijker wilt maken dan het eigenlijk al is. (Opmerkingen. Gelach bij sp.a)

U gelooft me misschien niet, mevrouw Lieten. Dat is dan uw probleem.

Ik moet niet naar de regering gaan. Dat is mijn verantwoordelijkheid als functioneel bevoegd minister. De middelen zijn er, ze staan op de allocatie voor SINE. Inspectie van Financiën hoeft niet. (Opmerkingen van de heer Rob Beenders)

We laten de erkenningen niet stoppen. Ik zet mijn handtekening niet onder de stopzetting van de erkenningsdossiers. Zo eenvoudig is het.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Minister, misschien moeten wij u een les geven in sociale economie. U moet geen handtekening zetten als een contract afloopt. Dat heeft een einddatum en dat loopt vanzelf af. U moet alleen een handtekening zetten als u een vernieuwing doet of een nieuwe aanvraag moet ondertekenen.

Vandaag is er één concreet bedrijf – mevrouw Claes heeft ernaar verwezen – in Welle waarvan de erkenning afloopt op 15 juli. Als dat bedrijf geen document van u krijgt waardoor de SINE-middelen verder worden uitbetaald, moeten die mensen opstappen.

Welk document bestaat er dat die firma in Welle kan geruststellen, zodat die mensen niet in vooropzeg geplaatst moeten worden? Geef mij dat document nu mee. Geef ons de documenten mee van de ondernemingen zodat ze gerustgesteld kunnen worden en de discussie stopt. Maar u hebt ze niet! Ik kan me niet voorstellen dat de Inspectie van Financiën een uitbetaling goedkeurt zonder erkenning van de onderneming.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Volgens mij is het heel eenvoudig. Die erkenning loopt inderdaad af als we actie nemen in Welle in juli. Die vragen een nieuwe erkenning aan. Er zijn een aantal voorwaarden aan verbonden. Ze hebben al twee keer een verlenging gekregen. Om een verlenging te kunnen krijgen, moet er in de statuten staan dat men zwakke werknemers tewerkstelt. Men moet dat ook effectief doen, wat logisch is.

Op dat moment kunt u eenvoudig een verlenging geven voor vier jaar of korter. Als u dat doet, heeft die firma in Welle – of een andere firma – een document in handen waarmee ze opnieuw SINE-werknemers kan tewerkstellen en laten uitbetalen. Dat is niet gewoon doorlopen, dat is een nieuwe erkenning.

U bepaalt zelf die termijn. Als u zegt: tot de nieuwe SINE-maatregel, dan is dat, lijkt me, oké, maar ze moeten een verlenging krijgen.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Ja, maar ik heb nog altijd geen antwoord op de vragen die de oplossing voor dit debat kunnen brengen. Op welke manier gaan we ondernemingen de zekerheid kunnen geven waardoor we met dit debat kunnen stoppen? Als we hier straks vertrekken, en de volgende sprekers gaan hetzelfde vragen, gaan de ondernemingen niet meer zekerheid hebben dan vandaag.

Op welke manier gaat u die zekerheid aan die ondernemingen geven? Gaat u de verlenging toch toestaan? Gaat u iets bezorgen aan de ondernemingen dat ze met zekerheid verder kunnen werken? De onderneming die in juli haar erkenning verliest, die heeft niets meer, die zit in een vacuüm. Die kan alleen maar hopen dat u verder blijft betalen.

Dat is toch geen manier van werken? Dat is toch geen beleid voeren?

Collega’s, ik denk dat we op een punt zijn gekomen in dit debat dat de minister opheldering moet geven. Ze heeft al een en ander ingebracht in het debat. Ze is bereid – zo lees ik het toch – om naar een oplossing toe te werken. Ze heeft zich hier ook al een paar keer geëngageerd tijdens de vergadering. Ik denk dat we het er allemaal over eens kunnen zijn dat, als we op dit punt klaarheid krijgen, we dit actualiteitsdebat kunnen stoppen – want dat was het punt ervan – en kunnen overgaan tot de actuele vragen.

Minister, ik richt me misschien nog één keer rechtstreeks tot u. Er zijn twee gevallen geschetst door mevrouw Claes en de heer Beenders. Dit gaat over een bedrijf – we weten in de praktijk over welk – waarvan de erkenning afloopt op 15 juli. Hoe zult u het aanpakken om deze erkenning te verlengen?

En dan stel ik voor, collega’s, dat als op deze vraag een heel duidelijk en helder antwoord komt en een engagement om de kwestie op te lossen, we overgaan tot de actuele vragen. (Applaus bij Groen en sp.a)

Over de erkenning hebben we twee weken geleden in de commissie inderdaad ook al gezegd dat die was toegezegd voor vier jaar, dat die per definitie eindig is en dergelijke meer. Mijn administratie zal aan alle betrokken bedrijven laten weten dat de erkenning gewoon zal blijven doorlopen tot aan de hervorming. Ik meen dat dit een heel duidelijk antwoord is op de vraag.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Dit is alweer een nieuw gegeven. (Applaus van de heer Stefaan Sintobin)

We geraken er nog. Ik heb het gevoel dat we er al bijna zijn. Als we nog eventjes doorgaan, hebben we misschien zo meteen het papier al.

Maar ik wil absoluut het pleidooi van de heer Rzoska volgen. Als we dit document kunnen krijgen of als er zekerheid kan worden gegeven op korte termijn – laat vooral duidelijk zijn dat het geen verhaal mag zijn dat nog weken duurt –, dan vind ik dat prima.

Mijnheer Beenders, dit is geen nieuw gegeven, de minister zegt dit constant. (Gelach. Opmerkingen van de heer Rob Beenders.)

Ik denk dat u graag het debat voert. Als de minister een duidelijk antwoord geeft, wat is dan het probleem? Ze geeft een duidelijk antwoord, maar u zet het debat voort. Ik stel voor dat u nog eens goed luistert naar de minister. (Opmerkingen van de heren Rob Beenders en Stefaan Sintobin)

De heer John Crombez (sp·a)

U kunt hier in het parlement niet zomaar om het even wat verklaren. Het gaat hier over bedrijven en een ervan heeft al mensen hun vooropzeg gegeven. Het is niet erg dat de minister dat niet weet, maar het is wel een belangrijk feit voor dit parlement. Als de bedrijven nog een paar dagen langer in dezelfde onzekerheid zitten, zullen ze nog tientallen mensen hun vooropzeg geven. U kunt daar lacherig over doen, maar dit is geen kwestie die tussen de soep en de patatten kan worden geregeld met: “de administratie zal iets laten weten”. Ook hier in het parlement zitten mensen die een onderneming hebben. De vraag wordt erg helder gesteld. Ofwel is er een uitklaring via de inspectie. Het gaat immers over begrotingsmiddelen, minister. Ofwel is er een andere rechtsgrond.

Het is heel simpel, minister. Als u achter heel de litanie van daarstraks van de N-VA staat dat het belangrijk is om precaire mensen op de arbeidsmarkt te beschermen, teken dan godverdikke een ministerieel besluit! Dan is heel deze discussie gedaan! Wat is dat nu? U bent in staat om ervoor te zorgen dat al die onzekerheid verdwijnt. Doe het dan! Waarom is het zo moeilijk, minister, om dat te zeggen hier in het parlement? Doe het en dan is, zoals de heer Rzoska zegt, dit debat gedaan! Als u met die mensen inzit, teken het dan en het is gedaan. (Applaus bij sp.a en Groen)

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Crombez, nu hebt u natuurlijk een schitterende kringredenering gemaakt. U hebt groot gelijk: in dit parlement kan men niet zo maar van alles en nog wat komen verklaren. De minister heeft heel duidelijk een toezegging gedaan, ik denk tot twaalf keer. (Opmerkingen van de heer John Crombez)

Tot twaalf keer toe is op dezelfde vraag met dezelfde woorden geantwoord en is de toezegging gedaan. Het debat bloedt dan eigenlijk dood, het interesseert dan niemand nog. Het belangrijkste, waar wij allemaal bezorgd over zijn, hebben we: de zekerheid voor die ondernemingen is er. Maar dan gaat u verder op zoek naar wat u nog kunt vragen.

De toezegging is gebeurd. En inderdaad, mijnheer Crombez, hier kan niet zo maar van alles en nog wat worden verklaard. De minister heeft verklaard dat de middelen zullen blijven worden toegekend tot aan de volgende hervorming van de SINE-middelen. Die toezegging is heel duidelijk. Waarom wordt die nu nog in twijfel getrokken? Zijn er andere belangen die meespelen? Is het het politieke spelletje dat verder gespeeld moet worden? De toezegging is heel duidelijk. (Rumoer. Applaus bij de N-VA)

De heer John Crombez (sp·a)

U mag CD&V er niet van betichten hier een politiek spelletje te spelen, want ze vragen dezelfde duidelijkheid.

Mijnheer Diependaele, u zegt dat er twaalf keer dezelfde toezegging is gedaan. Ik daag u uit om ze te formuleren. Want als de toezegging is wat u net hebt geformuleerd – de middelen zullen blijven bestaan –, dan worden die mensen de komende dagen in vooropzeg geplaatst. Het enige wat die mensen nodig hebben, is een rechtsgrond om ervoor te zorgen dat ze niemand moeten ontslaan en niemand in vooropzeg moeten zetten. Als ik de toezegging die al twaalf keer is gedaan, verkeerd begrepen heb, formuleer ze dan eens, en dan kunnen we oordelen of het een correcte rechtsgrond is of niet. U kunt dat een onbelangrijk debat vinden, ik vind dat niet.

Dat sommigen dit een lacherig debat noemen, is hun verantwoordelijkheid. Ik vind dit niet echt een thema om lacherig over te doen.

Ik wil het hier tot vervelens toe herhalen: wat ik heb beslist, is dat de erkenningen die aflopen – ik zal zo meteen concreter worden en ook vertellen wat de problematiek bij AKSI is, het bedrijf dat u tot drie keer toe hebt vernoemd –, zullen blijven doorlopen tot aan de hervorming. Als u mij vraagt om ministeriële besluiten of besluiten van de Vlaamse Regering voor te leggen, dan zal ik u die bezorgen.

Wat is eigenlijk uw bedoeling? U bent het niet eens met mijn beslissing. U bent het niet eens met mijn beslissing. (Opmerkingen van mevrouw Ingrid Lieten)

De voorzitter

Mevrouw Lieten, het gaat vandaag niet over De Lijn. Hou u een beetje rustig alstublieft. (Gelach. Applaus)

Laat de minister toch uitspreken in plaats van voortdurend te roepen. Dat is heel vervelend.

Mijnheer Crombez, mevrouw Lieten of wie dan ook zegt dat er geen rechtsgrond is voor de beslissing die ik heb genomen. Voor alle duidelijkheid: een bedrijf waarvan de erkenning is afgelopen op 1 mei 2014, een bedrijf waarvan de erkenning is afgelopen op 7 april 2015, een bedrijf waarvan de erkenning is afgelopen op 11 januari 2015, heeft gewoon een verlenging gekregen. Hoe kunt u hier nu komen beweren dat ik geen grond heb om deze beslissing te nemen? Zijn ze in vereffening gegaan? Neen. Is er iemand op straat gezet? Neen.

Ik denk niet dat u pleit, mijnheer Crombez, mijnheer Beenders of iemand van de sp.a-fractie, om die 57,4 miljoen euro die nog altijd op de allocatie voor SINE staat, er weg te halen. We gaan ze er laten staan, want we willen dat geen enkele doelgroepmedewerker zijn job zou verliezen. Ik zal u alle documenten bezorgen, maar u vindt het blijkbaar normaal dat bedrijven wier erkenning vier maanden geleden is afgelopen, gewoon kunnen blijven doorwerken – omdat ik beslist heb om ze te laten doorwerken – tot aan de hervorming. U mag vragen naar allerhande juridisch onderbouwde documenten, maar ik denk dat de praktijk zeer duidelijk heeft uitgewezen dat het wel kan en mag.

Het bedrijf AKSI heb ik niet bij naam genoemd, iemand anders hier heeft dat gedaan. Het is een zeer ingewikkeld bedrijf omdat het een zeer moeilijke juridische constructie heeft. Mijnheer Beenders, u bent daar wellicht ook van op de hoogte. Dat bedrijf heeft in Het Belang van Limburg de kat de bel aangebonden. Het is een Vlaams invoegbedrijf dat zich profileert als schilder- en isolatiebedrijf. Het is ook een dienstenchequebedrijf en ook een lokalediensteneconomie-onderneming. Het heeft dus een moeilijke juridische structuur.

Dit debat gaat over de combinatie van SINE en dienstencheques. In hun dienstenchequebedrijf stellen ze twaalf doelgroepmedewerkers tewerk. De bedrijfsleider heeft in Het Belang van Limburg letterlijk gezegd dat de SINE-subsidies – 135.000 euro als ik Het Belang van Limburg mag geloven en dat zal dan wel juist zijn – dienen om haar bedrijf draaiende te houden en dat het zou kunnen dat ze andere medewerkers ook in opzeg moet zetten.

Zij is natuurlijk niet verplicht doelgroepmedewerkers in opzeg te plaatsen. Ze verwijst naar andere medewerkers die niet binnen de sociale economie zijn tewerkgesteld. Dat is mijn verantwoordelijkheid niet. De erkenning zal gewoon tot de hervorming blijven lopen. Ik herhaal tot vervelens toe dat geen enkele job van een doelgroepmedewerker zal verloren gaan.

De heer Rob Beenders (sp·a)

Minister, ik zal trachten af te ronden. We hebben vernomen dat u ons de documenten zult bezorgen die de sector zekerheid bieden. U hebt dat net bevestigd.

Voorzitter, ik zou u dan ook willen vragen dit te organiseren. We zouden daar de volgende dagen duidelijkheid over moeten kunnen krijgen. Als die documenten bestaan en ons worden bezorgd, is het debat in mijn ogen afgerond. Ik wil er dan ook op wijzen dat al die ongerustheid en die paniekzaaierij niet nodig was.

Mijnheer Gryffroy, ik zou u willen vragen de verslagen eens na te lezen en ook eens te luisteren naar de mensen die in de Commissie Sociale Economie van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zetelen. Steeds opnieuw, tot de plenaire vergadering van twee weken geleden toe, zijn andere antwoorden gegeven. Het is dan ook logisch dat we hier om een verduidelijking vragen en op die verschillen wijzen. Het is soms beter te zwijgen dan het woord te nemen als men ernaast zit. Ik nodig u hiertoe uit. Dit lijkt me een goede taak voor sommige Vlaamse volksvertegenwoordigers.

Minister, ik reken erop dat we de documenten krijgen en dat we de komende dagen zekerheid krijgen. Op die manier kunnen alle ondernemingen van wie de erkenning afloopt, de hervorming met een gerust hart tegemoet kijken. We willen met plezier aan die hervorming meewerken. U moet in de toekomst echter proberen duidelijk en helder te communiceren ten aanzien van de sector. In dat geval moeten dergelijke debatten niet meer plaatsvinden. (Applaus bij sp.a en het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Lieten heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Lieten (sp·a)

Voorzitter, ik wil even een persoonlijk feit aankaarten. Het gaat om u en niet om de minister. Ik ben, te uwer informatie, in meer domeinen dan De Lijn geïnteresseerd. Ik zou u dan ook willen vragen me in de toekomst in dit verband als Vlaams volksvertegenwoordiger met respect te behandelen. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Voorzitter, de minister is net even weg, maar de vorige sprekers hebben het kader al zeer ruim geschetst. De voorbije weken heb ik, samen met andere Vlaamse volksvertegenwoordigers, de minister al verschillende vragen gesteld. Ze heeft hier steeds zeer kort op geantwoord. Ze zag het probleem niet. De kranten zorgden voor een paniekzaaierij. Volgens ons is die paniek er vooral ten gevolge van de uitspraken van de minister en van haar kabinet gekomen. Dat blijkt nu ook uit het debat. De minister zou SINE hervormen, maar beschikte niet over het cijfermateriaal.

De voorzitter

Mevrouw Claes, de minister heeft een sanitaire stop ingelast. De anderen worden zenuwachtig omdat de minister er niet is. Ik stel voor dat u even wacht. (Opmerkingen. Minister Liesbeth Homans komt opnieuw het halfrond binnen)

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, we kunnen opnieuw beginnen. Ik ben ervan overtuigd dat de vorige sprekers het kader goed hebben geschetst. De voorbije weken heb ik u, samen met enkele andere Vlaamse volksvertegenwoordigers, verschillende vragen gesteld. U hebt steeds zeer kort geantwoord. U zag het probleem niet. U hebt veertien dagen geleden zelfs gesteld dat dit onderwerp geen actuele vraag waard was. In de kranten hebt u over paniekzaaierij gesproken. Naar ons aanvoelen, is die paniek door uzelf en door uitspraken van uw kabinet veroorzaakt. Volgens mij heeft het debat dit duidelijk gemaakt.

Minister, u zou SINE hervormen, maar beschikte niet over het cijfermateriaal om een impactanalyse te maken. Toch zou u de afgelopen erkenningen van inschakelingsbedrijven niet meer verlengen. Zij konden bijgevolg niet anders dan hun werknemers of een deel van hen in opzeg te plaatsen, wat veel mensen in de onzekerheid stortte.

Dat was absoluut niet nodig, minister, blijkt nu. U had het kunnen vermijden, indien u de uitspraken van de afgelopen weken niet had gedaan. Gisteren veranderde u uiteindelijk het geweer plots van schouder, vermoedelijk opnieuw zonder cijfermateriaal. U liet weten dat de erkenningen toch zouden doorlopen.

Minister, uit de bespreking vandaag begrijpen we dat de erkenningen zullen worden verlengd. U zult ervoor zorgen dat de organisaties waarvan de erkenning is verlopen, een verlenging krijgen tot er een nieuw kader is. We juichen dat vanzelfsprekend toe, en we zijn zeer benieuwd naar de elementen die uiteindelijk tot dit nieuwe inzicht hebben geleid. We worden vandaag met een nieuwe situatie geconfronteerd.

Los van het voorgaande, minister, begint het verhaal nu pas echt. De hervorming van het SINE-systeem moet nog steeds vorm krijgen. Ik maak graag duidelijk wat CD&V daarin belangrijk vindt. Daarom is het belangrijk, voorzitter, dat we het debat voortzetten. Heel graag geef ik aan hoe CD&V SINE in de toekomst ziet.

Allereerst is het noodzakelijk om een duidelijk zicht te krijgen op de stand van zaken. Over hoeveel SINE-medewerkers gaat het? Ook de SINE-medewerkers zelf, niet enkel de bedrijven, hebben een erkenning van bepaalde of onbepaalde duur. Hoe staat het daarmee? Hoe gaan we daarmee om? Over welk budget gaat het? Het is merkwaardig, minister, dat die cijfers nergens voorhanden zijn, want alleen met de cijfers kunnen we een goede impactanalyse maken en de gevolgen van een hervorming voor bedrijven en individuele medewerkers inschatten.

Dat neemt niet weg dat een hervorming volgens CD&V nodig is. De SINE-maatregel kent heel wat sterktes maar ook zwaktes. De SINE-maatregel stelt vandaag ongeveer zevenduizend mensen tewerk. Ja minister, we hebben het nu over de globale SINE-maatregel, daarover wil ik de mening van CD&V geven, niet enkel over de combinatie dienstencheques-SINE. Dan gaat het wel over zevenduizend medewerkers.

Het gaat om een zwakke doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt die deze ondersteuning broodnodig heeft. Ze zijn langdurig werkloos, laaggeschoold en hebben een leefloon of een werkloosheidsuitkering. De werkgever wordt via een financiële incentive tot deze aanwerving aangemoedigd en kan de maatregel flexibel invullen.

Maar SINE kent ook heel wat beperkingen. De uitbetaling van de middelen gebeurt zowel via een RSZ-korting als via een premie: twee verschillende technieken, met aparte intermediaire instanties. Dat maakt het systeem enorm complex. Er is geen correcte monitoring noch opvolging, getuige de discussie over de cijfers. We kennen het budget, maar we weten vandaag nog altijd niet over hoeveel mensen het precies gaat.

De maatregel moet ook worden ingebed in het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid, en moet beter passen in de recent hervormde sociale economie. Tot slot heeft een groot deel van de mensen die vandaag een SINE-erkenning hebben, nood aan extra begeleiding, gelijkaardig aan de lokale diensteneconomie.

Minister, deze hervorming moet heel omzichtig worden doorgevoerd. Het gaat immers om mensen en bedrijven. Die mensen hadden die SINE-erkenning nodig om aan de slag te kunnen. Dat moeten we koste wat het kost behouden! Bedrijven wensen zekerheid over hun boekhouding en HR-beleid. Die zekerheid moeten we geven. Daarom is zo’n document essentieel.

CD&V wil, concreet, een vernieuwing van alle aflopende erkenningen, tot de goedkeuring van de nieuwe regelgeving. Tegelijk is bij aanvang van deze nieuwe regelgeving een overgangsperiode nodig, die voor een naadloze overgang zorgt, met de nodige aandacht voor betrokken werknemers en bedrijven.

Collega’s, SINE gaat over een groep van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, heeft oog voor begeleiding en is gericht op ondernemingen die aan de slag willen met deze doelgroepen. Alleen al daarom is dit geen materie om hier lacherig of licht over te gaan. Minister, ik reken erop, in het belang van deze heel kwetsbare doelgroep, dat u onze bekommernissen zeker ter harte zult nemen. (Applaus)

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, ik had een hele toespraak voorbereid met scherpe oneliners en ontzettend clevere uiteenzettingen enzovoort, maar eigenlijk is het niet meer nodig. (Opmerkingen van de heer Matthias Diependaele)

Over uw privéleven zullen we het vandaag niet hebben, mijnheer Diependaele. (Gelach)

Minister, ik heb één vraag. Als er iets is wat we allemaal delen, dan is het de sérieux van de sociale economie. Dat voel ik in dit actualiteitsdebat. Ik geloof ook dat u, als minister, weet hoe belangrijk die sociale economie is en hoe belangrijk de dienstenchequesector is.

Minister, u hebt hier duidelijk het engagement opgenomen om de SINE-contracten te laten blijven doorlopen tot de hervorming er is. Ik feliciteer u daarvoor. Ik kan mij voorstellen dat het voor u niet evident is. Het gaat in, zoals mijn collega’s terecht stellen, tegen eerder gemaakte uitspraken. Het is goed dat die zekerheid er nu is. Ik ben blij dat we daarmee verder kunnen gaan. Het enige wat ik nog wil zeggen is: zij die snel willen gaan, gaan alleen, en zij die verder willen geraken, doen het samen. Dat is een cliché, een oud Afrikaans gezegde. Het gesprek van vandaag heeft mij daaraan doen denken. Als je snel dingen wilt beslissen, zonder overleg met de sector of met de raad van de sociale economie bij de SERV of met de sociale partners, zul je op muren botsen. Als u er in het vervolg voor zorgt dat u op een goede en transparante manier blijft communiceren met iedereen, dan geloof ik dat u effectief goed werk kunt maken van die hervormingen. Dan zullen wij opnieuw op de eerste rij staan om u daarbij te helpen en eventueel te feliciteren. Maar laten we de miscommunicatie en de paniekzaaierij van de voorbije dagen een volgende keer voorkomen.

Mijnheer de fractieleider, ik rond hier af, om aan uw wens te voldoen. (Applaus bij Groen, de N-VA en sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld)

Voorzitter, minister, collega’s, ik citeer: “De huidige regeling SINE-middelen loopt tot aan de hervorming. Paniekzaaierij echt niet nodig.” Met deze tweet hebt u, minister, witte rook gegeven voor de voorlopige voortzetting van de regeling inzake SINE-steun en het bijhorende budget van 57,4 miljoen euro op jaarbasis voor de erkende inschakelingsbedrijven. Wij hadden het alvast wel begrepen.

En dan werd er in de krant geschermd met zesduizend jobs die op de helling zouden staan. Daar schrikken wij op dat moment natuurlijk ook enorm van.

Beleid wordt gevoerd op basis van feiten en betrouwbare gegevens. Daarom, minister, is de vooropgestelde impactstudie – we hebben het hier voor alle duidelijkheid opnieuw over een globale hervorming van het SINE-instrument – een goed idee. De andere zijde van de medaille is dat we geen schrik mogen hebben om de nieuwe Vlaamse bevoegdheid in te passen in het beleid Sociale Economie, zoals dat ook is uitgetekend in de beleidsnota. Ook wij zijn van mening dat de sociale economie versterkt moet worden met doelgerichte maatregelen die kunnen leiden tot meer activering en doorstroming naar het reguliere circuit.

Ik heb één vraagje voor de vertegenwoordiger van Open Vld. Minister Homans heeft al verschillende keren gesteld dat het debat over de hervorming er alleen kan komen op basis van gegevens en info vanuit het federale niveau. Ik ben het daar volledig mee eens. De minister heeft echter ook telkens gesteld dat er vanuit het federale niveau geen respons komt en dat dit al een tijdje aansleept.

Ik dacht dat dat op federaal niveau een bevoegdheid is van de partij waar u toe behoort, mevrouw Taelman. Mijn vraag is dan ook: bent u het ermee eens dat er op federaal niveau gedraald wordt? Wat zijn de redenen waarom men die info niet overmaakt aan het Vlaamse niveau? Meten is weten, hebt u zelf gezegd. Wij hebben die info nodig voor de impactanalyse. Wat is uw visie daarop?

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld)

Mijnheer Sintobin, ik kan niet weten over welke cijfers mevrouw Homans al dan niet beschikt. Ik heb vandaag wel gezien dat ze met diverse papiertjes heeft gezwaaid en dat ze heel concrete cijfers heeft gegeven. Ik denk dus dat u die vraag aan haar moet stellen. Ik ga ervan uit dat zij wel degelijk cijfers heeft.

Die studie die gevoerd moet worden op basis van die gegevens, moet er natuurlijk nog aankomen, maar ik heb vandaag heel duidelijke cijfers gehoord, met een hele lijst van bedrijven die in aanmerking komen.

Er zijn inderdaad heel concrete cijfers, waarvoor mijn oprechte dank aan mijn administratie, die echt het beste van zichzelf heeft gegeven om op zo’n korte termijn toch nog aan de juiste cijfers te geraken.

Wij wachten al lang op een machtiging voor de kruispuntdatabank Sociale Zekerheid. Wij hebben deze ochtend te horen gekregen dat dat in juni klaar zou zijn. Beter laat dan nooit, mijnheer Sintobin. Ik ben in ieder geval blij dat we vanuit de Vlaamse overheid in juni – en we zijn al juni, dus hoe sneller, hoe liever – die machtiging zullen hebben, zodat we eindelijk over alle gegevens kunnen beschikken die we nodig hebben om te kunnen bepalen over wie het nu precies gaat en waar.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld)

Minister, ik heb drie korte vragen voor u. U hebt al herhaaldelijk te kennen gegeven dat er vanuit Europa een voorbehoud is om de SINE-maatregel te cumuleren met de steun voor dienstencheques. We hebben de juridische adviezen gehad. We hebben die besproken in de commissie. Vandaag horen we dat de maatregel voortgezet wordt. Over de manier waarop was juridisch nog wat onzekerheid, maar dat lijkt uitgeklaard. Hebt u er zich ook van vergewist of de verlenging van die maatregel dan geen problemen met zich zou meebrengen vanuit Europa?

We hebben het nog altijd over de cumul van SINE en dienstencheques. Als we uw beleidsdoelstelling voor ogen houden, namelijk het versterken van de efficiëntie van onze sociale economie, met doorstroom als een van de basispijlers – waar wij volledig achter staan –, dan blijft de hamvraag in dit debat in hoeverre SINE in dit concrete geval het verschil maakt voor de beoogde doelgroep. De bewijzen zijn er. De hele dienstenchequesector, of ze nu SINE-steun genieten of niet, stelt relatief veel mensen uit die kansengroepen te werk, dus ook die bedrijven die het zonder SINE-steun moeten doen.

Mijn volgende vraag ging over de cijfers. U hebt die gegeven, waarvoor mijn dank. Het gaat dus niet over het totaal van 8653 werknemers in SINE, maar over 228 werknemers. Ik stel vast dat de dienstenchequesector vraagt naar mensen, zoekt naar mensen, dat er nog heel veel vacatures zijn. Die mensen kunnen een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt hebben, ook in de reguliere organisaties. We vragen aan de reguliere organisaties om daar aandacht voor te blijven hebben. De cijfers bewijzen dat ze het doen. Ze moeten ook de tools gebruiken die voorhanden zijn om hun poetshulpen te omkaderen, onder meer de job- en taalcoaching en de steun uit het Opleidingsfonds. (Applaus bij de meerderheid)

Ik sluit me aan bij de vraag van mevrouw Taelman. Ik heb aan het begin van het debat gevraagd of de dubbele subsidiëring volgens Europa kon. U hebt toen gevraagd of we wilden dat we de Europese regels overtreden en dat de subsidies die te veel werden gegeven, worden opgevraagd door Europa. Mevrouw Taelman stelt nu dezelfde vraag over de subsidies die nu nog zullen worden gegeven. U kunt nu wel zeggen dat u zult betalen, maar welke garantie hebt u dat Europa daar geen opmerkingen meer over maakt?

Hoe meer ruchtbaarheid we hieraan geven, hoe groter de kans is.

Dan kunnen we evengoed thuisblijven.

Mijnheer Sintobin, hoe meer ruchtbaarheid we geven aan het feit dat we het cumulverbod overtreden, hoe meer kans er is dat Europa ons op de vingers zal tikken. Mevrouw Taelman heeft inderdaad gevraagd of er nu geen problemen meer zijn omdat de erkenningen blijven voortlopen tot aan de hervorming. Ja inderdaad, maar we zijn al sinds 2008 in overtreding. Ik neem aan dat ze ook de billijkheid en eerlijkheid zullen hebben en zeggen dat die paar maanden er nog wel bij kunnen, als er ooit iets van komt. Ik hoop en vraag aan de aanwezige pers om daar niet te veel ruchtbaarheid aan te geven naar Europa, want anders moeten we alle SINE-middelen, alle subsidies voor de zwakkere mensen op de arbeidsmarkt terugvorderen. Dat wil ik absoluut niet op mijn geweten hebben. Dus, dank!

Mevrouw Taelman, u had het ook over de 228 medewerkers. Dat zijn natuurlijk diegenen die te maken hebben met het cumulverbod in de zesde categorie. Waar maakt Europa een probleem van? Dat er meer dan 50 procent van de totale loonkost wordt gesubsidieerd door enerzijds consumentensteun en anderzijds staatssteun. Bij ons wordt de staatssteun selectief toegekend, in Wallonië is er voor iedereen geen staatsteun. Dat is het grote verschil. Als we de looncomponent en de subsidiëring ervan kunnen laten zakken tot onder 50 procent, zijn we niet in overtreding met de Europese regelgeving en kunnen we eventueel bij de hervorming middelen heroriënteren naar begeleiding, en van begeleiding naar de doelgroepmedewerkers. Maar, ik geef u mijn garantie dat geen enkele doelgroepmedewerker zijn job zal verliezen. 

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– Sp.a kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moet uiterlijk om 16.21 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.