U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Mevrouw Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, uit de cijfers van de huurdersbond blijkt dat de huurprijzen vorig jaar met 1, met 2 en in sommige provincies zelfs met 13 procent zijn gestegen. Tegelijk weten we uit het recente woononderzoek dat maar liefst 52 procent van de huurders meer dan één derde van zijn inkomen spendeert aan de betaling van de huur, en dat meer dan één derde van de huurders na betaling van zijn huur niet meer genoeg overhoudt om een menswaardig leven te leiden.

Vorig jaar in Vlaanderen zijn meer dan 15.000 gezinnen met uithuiszetting bedreigd. En wat doet u? Wat doen uw collega’s? Wat doet deze Vlaamse Regering? U beslist om elk jaar 700 minder sociale woningen te bouwen. U beslist of kondigt aan om de huurwaarborg van twee naar drie maanden op te trekken. Uw collega’s in de Federale Regering voeren een indexsprong door waardoor de lonen en de uitkeringen wel worden bevroren maar van een bevriezing van de huurprijzen wilt u niet weten. Neen, de huurprijzen mogen, mede dankzij CD&V, die vorige week definitief haar sociaal gelaat liet vallen, vrolijk blijven stijgen.

Minister, u bent bijna één jaar bezig. Het moet gezegd, in dat jaar hebt u eigenlijk alleen maar maatregelen genomen waar de huurder het moeilijker door kreeg. U hebt alleen maar maatregelen genomen waardoor mensen het nog moeilijker kregen om de huur te betalen.

Minister, bent u – met enige spoed, op korte termijn, want de situatie is urgent – van plan om nog andere maatregelen te nemen? Maatregelen waar de huurder wel beter van wordt? Bent u van plan of bereid om maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat de huur betaalbaar blijft, ook voor de laagste inkomens? Bent u met andere woorden van plan maatregelen te nemen die ervoor zorgen dat niet nog meer huurders in de armoede terechtkomen?

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, uit de cijfers van de huurdersbond blijkt dat huren duurder geworden is. De huurprijzen stijgen sterker dan de inflatie, waardoor de lage inkomens het moeilijker hebben. De huurdersbond vraagt om meer financiële ondersteuning van de huurders. Dat is heel goed, maar dat alleen zal het structurele probleem niet oplossen.

Er is schaarste. Door de hoge bevolkingsdichtheid zijn er meer mensen. Het wordt steeds moeilijker om een eigen woning te verwerven en er is een tekort aan sociale woningen. De private huurmarkt kent tegenwoordig vaak ontmoediging terwijl wij ze sterk moeten aanmoedigen om te blijven investeren en renoveren in kwalitatieve huurwoningen.

We horen tal van voorstellen rond de tax shift om het de verhuurder moeilijker te maken. Dat is mijns inziens absoluut niet aan de orde. We moeten juist de verhuurders gaan stimuleren, anders komen de lage inkomens weer in de problemen.

Minister, gaat u extra stimulansen geven aan de privéhuurmarkt zodat we iedereen een kwalitatieve en betaalbare huurwoning kunnen blijven aanbieden? Welke initiatieven gaat u hieromtrent nemen?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Hostekint, vorige legislatuur hadden we het genoegen om samen deel uit te maken van dezelfde meerderheid. Wat was het speerpunt in de beleidsnota Wonen van mijn voorganger? Betaalbaarheid. Een goed speerpunt, ik heb me daar altijd achter geschaard in alle loyauteit, en u ook. Maar alle gekheid op een stokje, graag een beetje intellectuele eerlijkheid.

Ik heb hier net de jaarverslagen van de huurdersbond, waar vandaag heel veel commotie over is in de media. Ik heb het jaarverslag 2014 even gelegd naast de jaarverslagen 2011, 2012 en 2013. Wat blijkt? De gemiddelde huurprijs was in 2011, afgerond, 529 euro. In 2012 was dat 539 euro, een stijging van 10 euro. In 2013 was dat 549 euro, opnieuw een stijging van 10 euro, en in 2014 was dat 552 euro, een stijging van 3 euro.

Dus, mevrouw Hostekint, als u hier vanuit uw fractie mij de vraag komt stellen wat ik ga doen aan de betaalbaarheid op de private huurmarkt, dan denk ik toch echt wel dat u de hand in eigen boezem mag steken. Vind ik een stijging van 3 euro nog te veel? Ja, uiteraard, ik vind dat te veel. Maar als de voorgaande drie jaar er elke keer een stijging van 10 euro was, wat een totaal maakt van 30 euro op drie jaar tijd, dan stel ik me toch wel de vraag, mevrouw Hostekint, of u zich niet een klein beetje eerlijke schaamte zou kunnen toedichten om die vraag hier te komen stellen. (Applaus bij de N-VA)

Wat doe ik aan de betaalbaarheid op de private woningmarkt? Mevrouw Hostekint, u bent een zeer actief lid van de commissie Wonen. Dat is oprecht en zeer eerlijk bedoeld. U weet dat. We hebben bijvoorbeeld het Fonds ter preventie van uithuiszettingen. In de vorige legislatuur was dat enkel en alleen gericht op sociale huisvesting. Vanuit mijn bevoegdheid en mijn budget Armoedebestrijding hebben wij 312.000 euro vrijgemaakt om ook op de private huurmarkt huurders te beschermen zodat ze niet uit hun huis worden gezet.

Mevrouw Hostekint, dan herinner ik me nog een heel vurig debat, ongeveer negen maanden geleden. U weet dat ik een voorstander ben van vurige debatten, net zoals u en andere leden van het Vlaams Parlement. Daar zei ik dat het misschien wel goed zou zijn dat sociale woningen ter beschikking zouden worden gesteld aan diegenen die het het hardst nodig hadden. Het was uw voorzitter, de heer Tobback, hier aanwezig, die toen met mij in debat is gegaan. Die vond het blijkbaar heel normaal, en uw partij vindt het blijkbaar heel normaal dat 11.000 sociale woningen worden verhuurd aan mensen die boven de inkomensgrens zitten. 11.000! U vindt dat heel normaal. En nu komt u hier zonder schroom aan mij vragen wat ik eraan ga doen.

Mevrouw Hostekint, ik kan u heel eerlijk zeggen wat ik eraan wil doen: tijdelijke contracten invoeren, zonder dat ik de mensen die nu een contract hebben, uit hun huis ga zetten, laten we daar alle duidelijkheid over laten bestaan. Ik heb dat altijd al gezegd. Maar we moeten er vanaf. Komen sociale woningen tegemoet aan die mensen die het het hardst nodig hebben? Ja. Uw partij vindt van niet. Uw partij, bij monde van uw voorzitter, vindt het normaal dat mensen met een inkomen hoger dan 50.000 euro in een sociale woning zitten. Ik niet! (Applaus bij de N-VA)

Ik sluit af, voorzitter. Waar we natuurlijk ook volop op inzetten – ik vind het een beetje jammer dat dat niet blijkt uit het jaarverslag van de huurdersbond – zijn de huurlasten. Ik denk dat heel veel huurders momenteel terecht klagen over het feit dat hun huurlasten, hun energiefactuur bijvoorbeeld, veel hoger zijn dan hun eigenlijke huurgeld. Wat doen wij? Absoluut inzetten op de energetische renovatie van het sociale woningpatrimonium, wat zeer goed is, en tegelijkertijd ook private verhuurders allerlei verplichtingen opleggen, bijvoorbeeld dakisolatie tegen 2020, zodat de huurder minder betaalt voor zijn energiefactuur. Wat u daar als zogenaamde socialistische partij tegen kunt hebben, dat gaat mijn petje echt te boven.

Mevrouw Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, u haalt natuurlijk altijd dezelfde karikaturen aan. Het is uw goed recht om dat te doen, maar het gaat niet over die mensen die meer dan 50.000 euro verdienen. Ik kan natuurlijk niet op al uw punten ingaan, want dan verlies ik gewoon zelf mijn punt. Ik ga gewoon zeggen wat ik wilde zeggen, minister.

U verwijst naar de stijging van de huurprijzen. Het gaat natuurlijk over veel meer dan alleen de stijging van de huurprijzen; het gaat ook over wat mensen nog overhouden op het einde van de maand.

Uw regering heeft ervoor gezorgd, door de stijging van de tarieven voor kinderopvang, de stijging van de prijzen van het onderwijs, de stijging van de prijs van water en elektriciteit, dat mensen op het einde van de maand gewoon heel wat minder overhouden. Als uw coalitie een indexsprong doorvoert, betekent dat dat de lonen en uitkeringen worden bevroren. Als u tegelijk zegt dat de huurprijzen niet bevroren moeten worden, komt dat er gewoon op neer dat mensen koopkracht verliezen en veel minder overhouden, en dat mensen dus veel meer problemen hebben om hun huur te betalen en met andere woorden een veel groter risico hebben om in armoede terecht te komen.

Dat is de realiteit, minister. Het gaat niet over die luttele euro’s. Het gaat over wat de mensen op het einde van de maand overhouden. Door uw regering en door uw collega’s in de Federale Regering is dat een stuk minder dan voordien. (Applaus bij sp.a)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. (Opmerkingen. Gelach)

Ik wil vooral mijn punt maken met betrekking tot de private huurmarkt, die we absoluut moeten blijven ondersteunen. Nu komen zij vaak nog in contact met wanbetalers, wat hen natuurlijk afschrikt.

Ik heb nog twee bijkomende vragen. Hoe zit het met de renovatiecontracten, waarbij men tegen een lagere huurprijs renovatiewerken kan uitvoeren? Ook moeten we het bestaande patrimonium efficiënter gaan gebruiken, bijvoorbeeld door cohousing. Hoe staat het daarmee? (Opmerkingen van de heer Bruno Tobback)

De voorzitter

Mijnheer Tobback, op het einde van deze actuele vraag krijgt u bij uitzondering het woord.

Mevrouw Partyka heeft het woord.

Het is een beetje jammer dat we ruzie moeten maken over wiens schuld het is dat de prijzen stijgen. Dat heeft uiteraard te maken met de markt en met vraag en aanbod. Het wordt vooral hoog tijd dat we de private huurmarkt eindelijk als een volwaardige markt behandelen, en niet stiefmoederlijk, zoals dat tot nu toe gebeurde. Gelukkig is Wonen, en alles wat met huren te maken heeft, sinds de staatshervorming een volwaardige Vlaamse bevoegdheid. We hebben nu alle middelen in handen om dat te doen. In de eerste plaats moeten we de verhuurder versterken, om zo te zorgen voor meer en beter aanbod.

Ondertussen blijft de vaststelling dat 180.000 gezinnen, meer dan een derde van alle gezinnen die huren, niet beschikken over een goede en betaalbare woning. Dat is een vaststelling waar we niet omheen kunnen, zeker niet omdat het een volwaardige Vlaamse bevoegdheid is. We moeten erop inzetten om daar effectief aan te verhelpen. Een van de mogelijkheden daartoe staat in het regeerakkoord, namelijk het versterken van het systeem van huursubsidies en -premies. U hebt dat ook zo gezegd in uw beleidsnota.

De private huurmarkt moet beschouwd worden als een volwaardige markt, en de huursubsidie mag geen veredeld voortraject zijn naar sociale huisvesting.

De voorzitter

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Minister, de boodschap vandaag is simpel: bouw meer sociale woningen, renoveer ze sneller en zorg voor meer huurpremies en huursubsidies. Doet u dat niet, dan zult u de komende jaren steevast op dezelfde berichten stoten, namelijk dat de Vlaamse armoede stijgt en dat huurders én verhuurders alsmaar bozer worden, de een omdat hij zijn huur niet kan betalen, de ander omdat hij onzeker is over zijn huurinkomen.

De huurwetgeving is vandaag inderdaad Vlaamse bevoegdheid, doe er dan ook iets mee. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Mevrouw Engelbosch heeft het woord.

De heer Jelle Engelbosch (N-VA)

Collega’s, ik heb de voorbije weken en maanden toch heel andere violen gehoord, met ruimere en mijns inziens ook objectievere cijfers en bevragingen. Uit het Grote Woononderzoek, mevrouw Hostekint, blijkt dat de cijfers tussen 2005 en 2013 min of meer stabiel zijn gebleven.

Ik stel me de vraag of de ballonnetjes die heel vaak worden opgelaten over de huurmarkt wel zo nuttig zijn. Ik vind uw pleidooi hier lovenswaardig, maar nogal contradictorisch. Denken we nu echt dat wij de huurmarkt gaan versterken en een ruimer huuraanbod gaan creëren door bijvoorbeeld een verplicht conformiteitsattest in te voeren? Denken we dat we de huurmarkt gaan versterken door, zoals ik sommigen hoor oproepen, richthuurprijzen in het leven te roepen, of door bijvoorbeeld de huurinkomsten in de toekomst te gaan belasten? Dan spreek ik nog niet over de huurindexsprong, die u daarnet aanhaalde. Het enige gevolg daarvan zou zijn dat verhuurders bij de eerstvolgende verhuring proactief enkele tientallen euro’s boven op hun huurprijs zullen tellen.

Dat klinkt dus allemaal heel mooi en populair, maar u krijgt net het omgekeerde van wat wij willen doen, namelijk de huurprijzen onder controle houden door een ruimer aanbod te creëren.

Ik ben zeer blij te horen dat ook de coalitiepartners pleiten om de verhuurders te versterken. Laten we er allemaal eens over nadenken hoe we dat moeten doen. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Saeys, de renovatiecontracten die gelden voor personen die een woning verhuren via een SVK blijven onverminderd geldig. Dat is een zeer goede zaak.

Ik ben ook zeer blij te horen dat ook de coalitiepartners CD&V en Open Vld achter allerlei maatregelen staan die wij willen nemen om de private eigenaars en verhuurders te versterken, met dien verstande dat er natuurlijk een evenwicht moet zijn tussen de rechten van de verhuurders en de rechten van de huurders. De Vlaamse Regering legt terecht heel veel verplichtingen op aan eigenaars, bijvoorbeeld een dakisolatie tegen 2020. Op het einde van de rit zijn die ook in het voordeel van de huurder, want dan daalt hun energiefactuur. Dat is de logica zelf.

Mevrouw Hostekint, ik begrijp dat het een beetje lastig is om te moeten repliceren op mijn antwoord, maar ik wil toch nog eens de cijfers herhalen. U maakt nu grote heisa over het feit dat de gemiddelde huurprijs in 2014 in vergelijking met 2013 met 3 euro gestegen is. Van 2011 naar 2012 en van 2012 naar 2013 bedroeg die stijging telkens 10 euro – en dat terwijl betaalbaarheid in de vorige legislatuur een van de speerpunten uit de beleidsnota was. Daar antwoordt u niet op, maar ik zou dat in uw positie ook niet doen, dus dat begrijp ik wel.

Mevrouw Moerenhout, ik heb heel veel gelezen van u. Ik vind het een beetje jammer dat u zelf geen actuele vraag stelt. U weet dat ik heel graag met u in debat zou gaan. Anders moeten we het in de commissie maar eens overdoen. Ik las allerlei zaken in de krant. Doordat u tussenkomt vanop de banken, geeft u mij de gelegenheid om een aantal zaken recht te zetten. De cijfers die u de wereld instuurt, dat is een beetje een gegoochel. Ik kan dat ook, mevrouw Moerenhout. Maar moeten we dat nu echt doen? (Opmerkingen van de heer John Crombez)

Ook de heer Crombez geeft toe dat ik kan goochelen met cijfers. Dank u, mijnheer Crombez.

Moeten wij dat nu echt doen op de kap van die mensen die het in onze maatschappij al zo moeilijk hebben? (Opmerkingen)

Mevrouw Moerenhout, u hebt mij een schriftelijke vraag gesteld. Ik ken de antwoorden jammer genoeg, want ik heb uw vraag moeten beantwoorden. Maar u stuurt berichten de wereld in waarin u zegt dat er in 2014 een leegstand was van 5198 woningen. U hebt mij ook de cijfers gevraagd van 2013. Toen waren het er 5452. Als u een klein beetje intellectuele eerlijkheid zou hebben, zou u moeten toegeven dat het cijfer gedaald is. Is het nog altijd te veel? Ja. Maar u vergeet natuurlijk ook te vermelden in al uw perscommunicaties dat er ondertussen in 2014 meer dan 2000 nieuwe sociale woningen zijn opgeleverd. Het procentueel verschil is dus eigenlijk nog veel groter. U mag naar de media stappen. U mag zeggen dat er in 2014 veel leegstand is. U hebt gelijk: elke woning die leegstaat is er eentje te veel. Maar als u een klein beetje intellectuele eerlijkheid aan de dag zou willen leggen, zou u die cijfers moeten vergelijken met de cijfers van 2013, die u ook hebt opgevraagd. Dat vind ik echt geen intellectueel eerlijk debat, een debat dat jammer genoeg moet worden gevoerd op de kap van de allerzwaksten in onze maatschappij. Dat vind ik zeer jammer.

Mevrouw Moerenhout, ik hoop dat ik u met het antwoord over de huurpremie dan toch een kleine beetje gelukkig kan maken. In 2013 waren er 3689 dossiers. In 2014 waren er 6752 dossiers. Dat is bijna een verdubbeling. Ik heb dat bij de begrotingscontrole 2014 rechtgezet en ik heb in de nodige middelen voorzien, net zoals ik dat heb gedaan met de huursubsidie. Collega’s, laat ons hier alstublieft een intellectueel eerlijk debat voeren. Laten we de sociale woningen die er zijn toewijzen aan de mensen die dat het meest nodig hebben. Laten we voor de rest de private huurmarkt versterken, zodat ook de zwakkere personen daar op een heel menswaardige manier hun leven kunnen leiden. (Applaus bij de N-VA en van de heer Herman De Croo)

Mevrouw Michèle Hostekint (sp·a)

Minister, u kunt natuurlijk de cijfers in twijfel trekken. U kunt blijven schieten op uw voorganger. U verwijst naar al die opgeleverde woningen in 2014. Dat zijn natuurlijk die woningen die uw voorgangster, Freya Van den Bossche, in de steigers heeft gezet.

U kunt dat blijven doen. Maar u bent nu één jaar minister. U bent verantwoordelijk voor Wonen en Armoede. U en u alleen. Neem die verantwoordelijkheid dan ook. U bent minister vanaf dag één. U blijft u ervan afmaken door te schieten op uw voorganger. Dat zet geen zoden aan de dijk. Het enige wat mensen interesseert, minister, is dat vandaag steeds meer mensen het moeilijk hebben om hun huur te betalen. Dat brengt niemand iets bij. Noch de verhuurder, noch de huurder wordt daar beter van. Als mensen hun huur niet kunnen betalen, betekent dat geen woonzekerheid voor de huurder en geen inkomenszekerheid voor de verhuurder.

Minister, u kunt daar nu mee lachen, maar het is eigenlijk niet om te lachen. Het betekent dat, boven op die 15.000 gezinnen die vorig jaar op straat dreigden te komen staan, er nog veel meer uithuiszettingen zullen dreigen. Dat zijn bijkomende kosten voor de verhuurder, maar vooral, minister, menselijke drama’s. Dat zou u, als minister van Wonen en Armoede, na aan het hart moeten gaan. Het is zeer spijtig dat dat niet het geval is. (Applaus bij sp.a)

Na de zesde staatshervorming zijn wij bevoegd geworden voor de huurwetgeving. Het is belangrijk dat we die evalueren en bijsturen. Ik pleit zeker voor een evenwicht tussen rechten en plichten van verhuurders, maar ook van huurders.

De voorzitter

Mevrouw Hostekint, voor alle duidelijkheid: minister Homans lachte tegen mij, ze lachte u niet uit. (Opmerkingen van mevrouw Michèle Hostekint. Applaus bij sp.a)

Ik meng mij niet in debat, maar ik wilde dat toch even rechtzetten.

Mijnheer Tobback, u kunt een rechtzetting doen, maar daar blijft het bij.

Ja, voorzitter, voor een persoonlijk feit. Ik vind het heel eigenaardig dat de minister keer op keer blijft verwijzen naar uitspraken van leden van dit parlement, zonder dat die op zich rechtstreeks mogen reageren. Misschien moeten we daar toch eens iets aan doen.

Bij wijze van rechtzetting dan, minister: er is inderdaad een fundamenteel verschil tussen wat u en ik zouden willen doen als het gaat over huurcontracten in sociale woningen. Wat u wilt doen, is het herverdelen van de tekorten door mensen die in vele gevallen al dertig jaar in een woning wonen, correct betalende huurders zijn en eerlijk gezegd ook hun plicht hebben gedaan ten opzichte van hun verhuurder, uit het huis te zetten omdat u er aan de andere kant niet in slaagt om ervoor te zorgen dat u de tekorten oplost door bij te bouwen.

En dus: ja, die 2000 woningen die er in 2015 bij zijn gekomen, daar hebt u niet de minste verdienste aan. Het zijn de verdiensten van uw voorgangster. Ik wil volgend jaar graag kijken wat uw verdiensten zullen zijn bij het oplossen van die tekorten. Maar zelfs in dat geval zal voor sp.a – en ik zou willen dat u mij correct citeert – sociale huur hoe dan ook altijd iets anders zijn dan een doorgangswoning voor de grootste sukkelaars. Het moet ook enige stabiliteit bieden aan de huurders in die sociale woningen die jaar na jaar hun huur correct betalen, zeker wanneer wij samen met u vaststellen dat de private huurmarkt op dit ogenblik om allerlei redenen in gebreke blijft om aan die mensen een alternatief te bieden, of ze nu jong of oud zijn.

U vindt het blijkbaar zeer grappig. Maar die taak, minister, is uw job. Ik zou ze u graag zien doen, in plaats van hier goedkope sneren uit te delen. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

Ik stel voor dat ik iedereen nog eens een brief bezorg met een overzicht van wanneer u het woord kunt vragen voor een persoonlijk feit. Ik wil hem anders nog eens voorlezen. De heer Tobback vraagt het woord omdat hij vindt dat hij verkeerd is geciteerd. Ik heb die nota, gedateerd 14 oktober 2014, trouwens al aan iedereen bezorgd. Ik zal hem opnieuw laten uitdelen.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.