U bent hier

De voorzitter

Voorstel tot spoedbehandeling

Dames en heren, vanmiddag heeft de heer Matthias Diependaele bij motie van orde een voorstel tot spoedbehandeling gedaan van het voorstel van resolutie van Karim Van Overmeire, Ward Kennes, Jean-Jacques De Gucht, Marc Hendrickx, Bart Somers en Karl Vanlouwe betreffende de herdenking van de honderdste verjaardag van de Armeense genocide.

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Ook hier speelt de symboliek van de datum. Overmorgen, op 24 april, zal het precies 100 jaar geleden zijn dat in Constantinopel, het huidige Istanbul, duizenden Armeniërs werden gearresteerd en vermoord. Dat was het begin van een hele reeks tragische gebeurtenissen die bekend zijn geworden als de Armeense genocide die uiteindelijk 300.000 tot 1,5 miljoen mensen het leven heeft gekost.

U bent allemaal op de hoogte van het feit dat het Europees Parlement vorige week een resolutie daarover heeft goedgekeurd. Als indieners dachten wij dat het gepast was om, op basis van die tekst, maar dan aangepast aan dit Vlaams Parlement, een gelijkaardige resolutie in te dienen. De symboliek van de datum, voorzitter, is de reden waarom wij hier de hoogdringendheid vragen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Dan stemmen wij bij zitten en opstaan over het voorstel tot spoedbehandeling.

De volksvertegenwoordigers die het voorstel wensen aan te nemen, wordt verzocht op te staan.

De tegenproef.

Het voorstel tot spoedbehandeling is aangenomen. Dan stel ik voor dat het voorstel van resolutie van Karim Van Overmeire, Ward Kennes, Jean-Jacques De Gucht, Marc Hendrickx, Bart Somers en Karl Vanlouwe betreffende de herdenking van de honderdste verjaardag van de Armeense genocide onmiddellijk wordt behandeld.

Is het parlement het daarmee eens? (Instemming)

Het incident is gesloten.

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van resolutie van Karim Van Overmeire, Ward Kennes, Jean-Jacques De Gucht, Marc Hendrickx, Bart Somers en Karl Vanlouwe betreffende de herdenking van de honderdste verjaardag van de Armeense genocide.

De bespreking is geopend.

De heer Van Overmeire heeft het woord.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Voorzitter, collega’s, ik heb daarnet de feiten al geschetst. Ik merk nog even op dat het belangrijk is te zeggen dat in het voorstel van resolutie niet alleen staat dat Armeniërs het slachtoffer waren van die genocide, maar ook andere groepen: Assyrische, Aramese en Chaldeïsche christenen, en Pontische Grieken. De geschiedenis zal de meesten onder u wel bekend zijn, denk ik. Verschillende instanties hebben de voorbije jaren en decennia die feiten officieel erkend. Ik verwijs naar het Europees Parlement, vorige week nog, maar ook, bij eerdere initiatieven, naar de Raad van Europa, naar heel veel nationale parlementen maar ook naar tientallen deelstaatparlementen. Ik verwijs naar de Verenigde Staten en Australië. Mede omwille van de zware symboliek van de datum, die ik daarnet heb geschetst, is het aangewezen dat ook het Vlaams Parlement vandaag dit voorstel van resolutie goedkeurt.

We hebben in dit voorstel van resolutie ook aandacht voor een aantal positieve ontwikkelingen. We verwijzen onder meer naar het proces van politieke normalisering dat voorzichtig werd opgestart, en naar een aantal recente verklaringen van de Turkse president en van de Turkse premier, die in onze ogen stappen in de goede richting zijn maar helaas nog onvoldoende zijn. Naast een formele erkenning van de Armeense genocide door dit parlement, wat de kern is van deze tekst, ziet u vooral een oproep tot verzoening, samenwerking en normalisering van de betrekkingen, ook economische. Er is ook aandacht voor integratie. Dat moet de kern van de boodschap zijn. Daarom vonden wij het met verschillende collega’s, onder meer de heer Vanlouwe, die hier vandaag niet is omdat hij op dit eigenste ogenblik in Jerevan, Armenië, aanwezig is op een herdenking, aangewezen om hier deze tekst in te dienen.

Ik heb begrepen dat deze tekst op een kamerbrede ondersteuning mag rekenen, waarvoor mijn dank.

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, collega’s, gedurende vier jaren staan we intensief stil bij historische gebeurtenissen die verband houden met de Eerste Wereldoorlog. Ook deze week zijn er zo twee momenten. Daarnet is al verwezen naar het gebruik van gifgas. Anderzijds is er het begin van de genocide op de Armeense bevolking in de nadagen van het Ottomaanse Rijk. Turkije zelf herdenkt op dit moment de honderdste verjaardag van de strijd om Gallipoli, waar de geallieerden waren binnengevallen. En er zijn ongetwijfeld nog herinneringsmomenten die aan onze aandacht ontsnappen.

De dramatische gebeurtenissen die in Klein-Azië het leven hebben gekost aan anderhalf miljoen Armeniërs, waarbij ook Assyrische christenen en Pontische Grieken waren, zijn van een bijzondere orde. Ik wil ook respect opbrengen voor het leed van de islamitische Turken die in de troebele oorlogsjaren het leven verloren, en in het bijzonder voor de Turkse Ottomanen die zelf vervolgd werden omdat ze weigerden mee te werken aan de vervolging van hun landgenoten.

Het Europees Parlement, de Belgische Senaat in 1998, en vele parlementen hebben deze feiten gecatalogeerd als genocide. Een aantal Europese staten hebben het ontkennen van deze specifieke genocide zelfs strafbaar gesteld. Wat internationaalrechtelijk onder dit begrip wordt verstaan, zit vervat in artikel 2 van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide. Dat is een juridisch en niet een politiek begrip. De Europese Volkspartij heeft op 3 maart 2015 een resolutie goedgekeurd. Op dit moment wordt in de Duitse Bundestag een debat gehouden, waar de twee regeringspartijen een initiatief hebben genomen. Paus Franciscus heeft eerder deze maand gesproken toen hij de slachtoffers herdacht van de eerste grote genocide van de 20e eeuw. Zo wordt er op dit moment op heel veel plaatsen in de wereld, onder ander in Jerevan, stilgestaan bij die feiten. Ze zijn zo ernstig dat het gepast is om er zeker bij de honderdste verjaardag niet aan voorbij te gaan.

Gelukkig is er de voorbije jaren in Turkije, waar deze zaken lang moesten worden doodgezwegen, een positieve trend waar te nemen om de gebeurtenissen die zich afspeelden in 1915 en de daarop volgende jaren met meer openheid te benaderen en bespreekbaar te maken. Zo heeft Turkije in 2005 voorgesteld dat een internationale commissie zich over alle beschikbare bronnen zou buigen om tot een gezamenlijke conclusie te komen.

Ik vind het belangrijk om te verwijzen naar de recente verklaring deze week van de Turkse premier waar ik in het bijzonder drie elementen uit onthoud. Ik citeer: “Het herdenken van de onschuldige Ottomaanse Armeniërs die het leven verloren en het betuigen van medeleven aan hun afstammelingen. Het opnemen van de historische en humane plicht van Turkije om de herinnering aan de Ottomaanse Armeniërs en hun cultureel erfgoed te bewaren.” Verder zei de Turkse premier dat er een religieuze dienst wordt gehouden op 24 april in het Armeense patriarchaat waar “Ottoman Armenians will be remembered in Turkey, just as they will be across the world.”

Ik vind het belangrijk om naar deze verklaring te verwijzen omdat het erkennen en herdenken van de Armeense genocide niet kan worden geduid als een actie, laat staan een samenzwering tegen de moderne Turkse staat die pas in 1923 tot stand is gekomen, en ook niet tegen de Turkse regering en tegen het Turkse volk. Turkije is een bevriende natie. De Turken, en in het bijzonder de Vlamingen van Turkse afkomst, zijn onze vrienden, net zoals de Armeniërs en de Vlamingen van Armeense afkomst onze vrienden zijn. Het herdenken van tragische gebeurtenissen mag niet worden misbruikt om naties, volkeren of mensen tegen elkaar op te zetten. Het voorstel van resolutie stelt echter: “Het is van cruciaal belang om de herinnering aan het verleden levend te houden, aangezien er geen verzoening kan zijn zonder waarheid en herdenking”.

Voorzitter, ik betreur enigszins dat de uitgestoken hand om een dergelijk initiatief, net zoals in het Europees Parlement, samen in te dienen, niet werd aangenomen. Maar ik wil daar niet verder op doorgaan.

Het herdenken van een genocide is niet gericht tegen een volk maar wil recht doen aan de slachtoffers en de historische feiten, en wil vooral uit de zwaarste fouten die de mensheid heeft begaan, lessen trekken, zodat een gedeeltelijke of gehele vernietiging van, zoals het verdrag het verwoordt, “een nationale, etnologische, godsdienstige of rassengroep” niet meer zal gebeuren. Het komt Europese parlementen niet toe om wereldwijd betweterig goede en slechte punten uit te delen. Ook ons continent is het toneel geweest van oorlog, gruwel en genocide. Maar het Europese project is de vrucht van een succesvolle verzoening tussen naties die elkaar hebben uitgemoord. Anderen uitnodigen om zich te laten inspireren door dit proces is precies wel een van de lessen die we zelf uit het verleden hebben getrokken en die we met bevriende volkeren willen delen.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

300.000 tot misschien zelfs meer dan 1,5 miljoen, dat is het aantal doden dat we overmorgen zullen memoreren. Vrijdag herdenken we namelijk honderd jaar Armeense genocide, de eerste volkenmoord van de twintigste eeuw die plaatsvond in het Ottomaanse rijk.

Het Ottomaanse rijk stond lange tijd nochtans bekend als een vluchtoord voor vervolgde minderheden. In ruil voor gehoorzaamheid kregen religieuze minderheden er autonomie. De Ottomanen oefenden daardoor onder andere op de joodse gemeenschap in West-Europa een enorme aantrekkingskracht uit. Geconfronteerd met pogroms, vluchtten zij naar het Ottomaanse rijk. Gelijktijdig met het afkalven van de macht van het Ottomaanse regime in binnen- en buitenland verdween echter deze relatieve verdraagzaamheid. De jonge Turken konden niet langer aanzien hoe hun staat bestempeld werd als de oude, zieke man van Europa. Zij werden geïnspireerd door een expansief pannationalisme dat haaks stond op de multireligieuze realiteit van hun rijk. Wantrouwen ten aanzien van elke gemeenschap die niet aan het ideaal van de natie voldeed, was het gevolg. Wantrouwen ten aanzien van de Armeniërs, maar evengoed ten aanzien van de Grieken en de Assyriërs.

Een oorlog deed de vonk pas echt overslaan. In de nacht van 24 april 1915 werden 200 vooraanstaande Armeniërs opgepakt in Istanbul. Vervolgens was het de beurt aan de gehele gemeenschap. Een miljoen Armeniërs werden gedeporteerd naar de Syrische woestijn. Honderdduizenden lieten het leven. Tussen 1920 en 1923 werd aan deze duistere pagina’s van de wereldgeschiedenis nog een hoofdstuk toegevoegd. Het dodental zou oplopen tot meer dan anderhalf miljoen.

In 1987 erkende Europa de Armeense genocide en riep de lidstaten op hetzelfde te doen. In 1998 gaf de Belgische Senaat hieraan gehoor en erkende de historiciteit van de eerste volkenmoord van de 20e eeuw. Vorige week memoreerde het Europees Parlement met een resolutie de Armeense genocide naar aanleiding van de honderdjarige herdenking.

Vandaag willen wij vanuit Vlaanderen hetzelfde doen, door ook bij monde van dit parlement de Armeense genocide expliciet te erkennen, door Turkije aan te moedigen hetzelfde te doen, door een verbetering van de relaties tussen Turkije en Armenië te stimuleren via de vriendschapsbanden die we met beide landen onderhouden. Op die manier dragen we enkele van de fundamentele pijlers uit waarop Vlaanderen, België en Europa gestoeld zijn. Ze zijn het gevolg van de lessen die getrokken zijn uit een eigen bloedig verleden. Dan heb ik het over verdraagzaamheid en openheid, over de dialoog ondanks de tegenstelling. Over het gunnen van vrijheid aan de ander om anders te zijn. Over het samenleven binnen de contouren van onze fundamentele grondwaarden. Enkel dan kan de hyperdiverse samenleving vreedzaam functioneren en benutten we ten volle haar potentiële meerwaarde.

Om daartoe te komen, is de erkenning en herinnering van het verleden wel primordiaal. Het is de voorwaarde voor verzoening, de eerste broodnodige stap voor de Armeense en Turkse gemeenschap, voor de republieken Turkije en Armenië. Met de naar ik heb begrepen kamerbrede steun voor dit voorstel van resolutie geven we vanuit Vlaanderen alvast een duwtje in de rug. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Met het overgrote deel van dit voorstel van resolutie heb ik geen problemen. Alleen moet de resolutie aan de Vlaamse Regering vragen om initiatieven te nemen. Men spreekt over erkenning, over herdenking, maar niet over de erkenning van de genocide door de Turkse staat. Men verwijst naar een aantal initiatieven van Turkije in de afgelopen weken. Ik heb het anders gezien. Ik heb de reacties gezien op de uitspraken van de paus. Die waren niet zo vredelievend vanwege Turkije. Ik denk ook niet dat Turkije van plan is om in de komende jaren en misschien zelfs in de komende decennia de Armeense genocide te erkennen.

In de overwegingen en bepalingen wordt er wel verwezen naar het Vlaams Parlement. In de tekst staat dat het Vlaams Parlement de Armeense genocide erkent, maar op geen enkel moment wordt aan de Vlaamse Regering gevraagd om een initiatief te nemen naar de Turkse regering om die genocide te erkennen.

Daarvoor wil ik een vierde amendement laten toevoegen: “Vraagt de Vlaamse Regering de Turkse regering te verzoeken de historiciteit te erkennen van de genocide van het Ottomaanse Rijk in 1915.”

Dat is pas een officiële vraag. Het Vlaams Parlement kan niet naar de Turkse regering stappen en zeggen dat ze de Armeense genocide moet erkennen. We moeten dat via de Vlaamse Regering doen. Als we met ons allen zeggen dat we de genocide moeten erkennen en dat verschillende landen dat hebben erkend, dan moet ook Turkije dat doen. Dat kunnen we enkel via de Vlaamse Regering.

Ik denk niet dat de hoofdindiener problemen zal hebben met die vierde vraag. Ik heb die vraag letterlijk uit een voorstel van resolutie gehaald van de heren Stefaan Sintobin, Karim Van Overmeire, Luc Van Nieuwenhuyse, Roland Van Goethem en John Vrancken van 17 oktober 2007. Ik veronderstel dat minstens de hoofdindiener van vandaag mijn amendement zal goedkeuren.

De heer Karim Van Overmeire (N-VA)

Als hoofdindiener zal ik de heer Sintobin antwoorden. Deze tekst is gebaseerd op de tekst van het Europees Parlement. Verschillende collega’s hebben de genese van die tekst meegemaakt. Die is aangepast aan de noodwendigheden van dit parlement.

Maar, mijnheer Sintobin, ik begrijp eigenlijk niet wat u bedoelt. Ik nodig u uit om de vijfde alinea op pagina drie te lezen. “(…) moedigt Turkije ertoe aan de honderdjarige herdenking van de genocide aan te grijpen als een belangrijke gelegenheid om verdere inspanningen te leveren om zijn verleden onder ogen te zien, onder meer door de openstelling van zijn archieven, de Armeense genocide te erkennen (…)” (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Neen.

Er staat letterlijk: “(…) moedigt Turkije ertoe aan (…) de Armeense genocide te erkennen (…)” Soms, mijnheer Sintobin, kan een tekst ook gewoon goed en evenwichtig zijn. (Applaus bij de N-VA)

Natuurlijk, ik heb er zelfs naar verwezen in de tekst. Dat gaat over ‘het Vlaams Parlement moedigt aan’. Er staat niet ‘de Vlaamse Regering moedigt aan’. Dat staat in uw bepalingen … (Opmerkingen van de heer Karim Van Overmeire)

Het is niet het Vlaams Parlement dat de Turkse regering zal aanmoedigen. U zou dat toch moeten weten, mijnheer Van Overmeire. Het is van regering tot regering. Waarom zou u zich dan in uw vraag niet ‘de regering’ zetten? Dat is mijn vraag.

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Voorzitter, wij zullen dit voorstel van resolutie goedkeuren. Het is een belangrijke kwestie. Wat hier voorligt, ligt ook in de lijn van wat in het Europees Parlement is besproken en goedgekeurd, ook door de groenen.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, ook wij zullen dit initiatief steunen. De vragen die worden gesteld aan de Vlaamse Regering, zijn zeer goed geformuleerd. Verzoening en respect, de sfeer waarin dat moet gebeuren, zijn zeer belangrijk. Er zullen maatschappelijke organisaties die daartoe bijdragen, zullen worden gesteund, zoals de heer De Gucht aangaf. Daarom steunen wij het voorstel van resolutie.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.