U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 25 maart 2015, 14.01u

Voorzitter
van Bart Van Malderen aan minister Jo Vandeurzen
268 (2014-2015)
De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, er is voor 1 miljard euro aan openstaande dossiers in rusthuizen, en 156 miljoen euro in diverse welzijnssectoren. Uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag bleek dat er meer dan 1 miljard euro aan openstaande dossiers in ziekenhuizen is. Meer dan 2,2 miljard euro aan dringende, openstaande vragen in zorginfrastructuur. Maar ook: geen criteria, geen budget en, bij alle voorgaande vragen dienaangaande, geen antwoord van de minister.

Ook geen antwoord van de minister op de volgende vraag van de sector: “Minister, wanneer zult u ons zekerheid geven? Wanneer krijgen we klaarheid in die dossiers? Zult u ons de continuïteit van onze kwalitatieve zorg in een goede behartigenswaardige infrastructuur kunnen blijven garanderen?” Geen antwoord.

Minister, ik zal die vragen vandaag niet meer herhalen. Ik zal u een voorstel doen. Ik wil u een plan voorleggen dat misschien een bouwsteen kan zijn voor een oplossing. Het is een plan dat neerkomt op de slogan ‘Samen sterker’. Maak clusters, zorg ervoor dat u dossiers groepeert, zodat u toegang krijgt tot de leningen van de Europese Investeringsbank (EIB). Maak clusters die u op de markt kunt gooien als DBFM-dossiers (Design Build Finance Maintain).

Want Europa, minister, – die mythe wil ik doorprikken – verbiedt u niet om te investeren. Europa laat perfect toe dat u investeert. Het feit dat Europa een aantal investeringen heeft geherklasseerd zodat ze binnen de begroting moeten vallen, belet niet dat Europa u toelaat om dossiers buiten de begroting te blijven financieren, als u die constructies ook afspreekt met Europa, als u die ook mogelijk maakt.

Minister, mijn simpele vraag is dus: wat houdt u tegen? Wat belet u om zekerheid te bieden aan die zorgverstrekkers? Wat belet u om ervoor te zorgen dat zorgbehoevenden – of het nu gaat om jongeren in de bijzondere jeugdzorg, mensen met een handicap, zieken of zwakke en hulpbehoevende mensen in de samenleving – ook in de toekomst de infrastructuur krijgen die ze verdienen?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega, ik ben het natuurlijk niet eens met de suggestieve manier waarop u de zaak voorstelt, waarbij alles op één hoop wordt gegooid.

Wat de ziekenhuizen betreft, zijn er eigenlijk een aantal issues. Ten eerste is het juist dat Europa onze VIPA-manier (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) van werken, namelijk met ter beschikkingsstellingsvergoeding op jaarbasis, heeft teruggeschroefd. Vroeger gingen ze daarmee akkoord, maar ze zijn op dat standpunt teruggekomen. Wij moeten dat nu eenmalig imputeren in een consolidatie. Dat maakt dat die techniek naar de toekomst toe niet meer bruikbaar is.

Voor de ziekenhuizen wordt dat nog gecompliceerd door het feit dat we door de zesde staatshervorming niet alleen daarvoor bevoegd zijn, maar ook de herconditioneringswerken, het groot onderhoud en het eigen aandeel, dat via de factuur van de FOD Volksgezondheid en het RIZIV ging, van de investeringen moeten meenemen in onze nieuwe bevoegdheid. Dat laatste heeft er al toe geleid dat de Vlaamse overheid alleen nog maar om de kasverplichtingen te kunnen voldoen behoorlijk wat – ik denk 250 miljoen euro extra – heeft moeten inschrijven in de meerjarenraming, om zo de engagementen te kunnen voldoen ten opzichte van wat daarvoor vanuit de federale Financieringswet werd gedoteerd.

Natuurlijk zijn wij met de sector in overleg om te kijken hoe we een nieuw financieringssysteem kunnen maken dat ESR-compatibel (Europees Systeem van Nationale en Regionale Rekeningen) is en dat toelaat dat ziekenhuizen de volgende jaren nog investeringen kunnen doen. We hebben de voorbije legislatuur heel veel geld geïnvesteerd vanuit het VIPA-instrument in de ziekenhuizen. Uiteraard kijken we of we gebruik kunnen maken van alle mogelijke Europese opportuniteiten en constructies, ook als het gaat over de tussenkomst van de EIB enzovoort. We hebben dat trouwens al gedaan. Er zijn in Vlaanderen al ziekenhuizen die een financiering hebben geregeld met de EIB. Dat is absoluut geen nieuwigheid voor de ziekenhuizen.

DBFM gaat zeer moeilijk voor ziekenhuizen, omdat het vaak gaat over stukken van ziekenhuizen en herconditioneringswerken die zich zeer moeilijk lenen tot de DBFM-constructie. We hebben vorige legislatuur trouwens minstens al één innovatief project van een ziekenhuisbouw in Antwerpen op een alternatieve financieringsmethode toegewezen. Zo kunnen we kijken wat we daarmee aan ervaring kunnen opdoen.

Dat het geld goedkoop kan worden gemobiliseerd, doet natuurlijk geen afbreuk aan de vraag in welke mate de overheid in dat geval met subsidies komt om de instelling of de voorziening te financieren. Als het om voldoende volume gaat en er voldoende waarborgen zijn, kan het geld volgens de Europese regels aan bepaalde voorwaarden worden geleend. De vraag is dan hoe het zal worden terugbetaald. Er moet een business model zijn. In dat verband wordt de vraag gesteld wat de toekomst is van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) en van de wijze waarop de Vlaamse overheid hiermee omgaat.

Zoals ik al heb vermeld, hebben we een werkgroep op poten gezet om na te gaan wat de opportuniteiten zijn en hoe we dit technisch kunnen aanpakken. De banken, de verzekeraars, de sectoren en de administratie maken hier deel van uit. We hebben het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) om advies gevraagd. We moeten immers weten of dit compatibel is met de Europese regels.

De volgende vergadering zal na de paasvakantie plaatsvinden. We zullen nagaan hoe we de zaak voor de ziekenhuizen kunnen deblokkeren. Dit heeft natuurlijk gedeeltelijk te maken met de vaststelling dat we nog niet goed weten hoe groot de engagementen zijn die de federale overheid met betrekking tot het groot onderhoud en de herconditioneringswerken is aangegaan. Dit moet allemaal nog worden verwerkt. Dit is dan ook een bijkomende complicerende factor.

We trachten, in overleg met de sector en met de financiële wereld, een nieuw systeem operationeel te maken.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, u hebt geantwoord in dezelfde trant als uw antwoorden op alle vorige vragen. Op het einde van de rit weten we niets meer. U hebt destijds aangekondigd dat u in het najaar van 2014 een nieuwe regeling voor de rusthuizen zou treffen. Er is niets. U hebt verklaard dat u onderzoekt en bespreekt. Ik stel enkel vast dat in de sector de grootst mogelijke onzekerheid leeft. Dit is terecht. U hebt opnieuw niet geantwoord.

U beslist, wie weet waarom, niet. U neemt uw verantwoordelijkheid niet op. Dit betekent echter niet dat er op het terrein niets gebeurt. De facturen van de mensen zullen stijgen. De rekeningen die u niet opneemt, zullen in de factuur van de rusthuisbewoner terechtkomen. De rekeningen die u niet opneemt, zullen onrechtstreeks door de patiënt worden betaald. Dat is wat u met uw weifelende houding en uw gebrek aan verantwoordelijkheidszin toelaat.

Minister, ik vraag u enkel om uw verantwoordelijkheid op te nemen en om beslissingen te nemen. Iedereen in de sector rekent op uw daadkracht en niet op uw excuses. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Saeys heeft het woord.

Minister, we weten dat er in 2015 geen middelen voor infrastructuur zullen zijn. Zoals u al hebt verklaard, zullen we nieuwe financieringsvormen moeten gebruiken. U wilt dit onderzoeken. We moeten dit met een open geest doen. We moeten de middelen efficiënter inzetten. Budgettair moeilijke tijden bieden het voordeel dat we moeten nadenken en nieuwe paden durven bewandelen.

Ik geef een voorbeeld. In Berlaar was het de bedoeling om twee rusthuizen te bouwen. Gezien de budgettair moeilijke tijden wist iedereen dat dit moeilijk zou zijn. Om die reden is beslist om niet twee nieuwe woonzorgcentra te bouwen, maar om een nieuw woonzorgcentrum te bouwen en een pand te renoveren. Dat heeft een besparing van 7 miljoen euro opgeleverd. Volgens mij mogen we daar een voorbeeld aan nemen.

De voorzitter

De heer Persyn heeft het woord.

De heer Peter Persyn (N-VA)

Mijnheer Van Malderen, u weet dat wij geen polemiek willen en geen paniek zaaien. Daar is niemand bij gebaat.

Minister, mijn fractie vraagt u ook om duidelijkheid te scheppen. U hebt het over een taskforce gehad. U hebt gemeld dat een ranking zou worden opgesteld. Zowel de initiatiefnemers als de huidige en toekomstige eindgebruikers hebben recht op meer duidelijkheid.

We hebben vertrouwen in onze lokale besturen. Indien u slecht nieuws hebt, moet u dat ook brengen. U kunt misschien geen paashaas spelen, maar op deze manier worden het ondertussen vijgen na Pasen.

Minister Jo Vandeurzen

We kunnen de ziekenhuizen op korte termijn geen perspectieven bieden. Gezien de Europese beslissing moeten we het systeem opnieuw op poten zetten. Dat nieuws is heel duidelijk. Het heeft absoluut geen zin een geweldig perspectief te creëren als we niet eerst weten of het systeem dat we ontwikkelen de Europese toetsing kan doorstaan. We moeten tevens eerst weten of we over de budgettaire ruimte beschikken om dit systeem alle kansen te bieden.

Wat er moet gebeuren, is met de sector een nieuwe formule technisch uitwerken en kijken hoe dat past binnen wat op het vlak van het budget mogelijk is.

Wij hebben ondertussen met de sector het gevoel dat we wel ongeveer weten in welke richting een dergelijk systeem zal moeten evolueren, maar dat moet nog afgeklopt worden en moet vanuit INR nog zijn inschatting krijgen. Dan zal dat uiteraard op de Vlaamse Regering moeten worden getrancheerd.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Ik neem akte van de kritiek van de coalitiepartner. ‘Vijgen na Pasen’ is geen kleine uitspraak die hier valt. Ik denk in alle eerlijkheid dat ze terecht is. Men zit al heel lang te wachten. De staatshervorming dateert van 2011. Twee jaar geleden, in 2013, heeft dit parlement u opgedragen, aan dezelfde minister, dezelfde persoon, om een alternatief systeem te maken. Vandaag staan we daar niet. Ik neem heel graag de vraag van mevrouw Saeys ter harte. We zullen straks een voorstel van resolutie indienen waarin een aandeel van bouwstenen staat die kunnen worden onderzocht. We willen dat debat aangaan. Maar wat we vooral willen, minister, zijn beslissingen en centen. Men wacht op daadkracht en niet op excuses. Mensen hebben daar recht op.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.