U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Moerenhout heeft het woord.

Voorzitter, minister, dames en heren, is het Vlaamse integratiebeleid aan het falen of niet? Als het aan het falen is, wat zult u als minister bevoegd voor integratie daaraan doen? Dat is mijn ogen de hamvraag vandaag in het Vlaams Parlement.

Er zijn de voorbije dagen verschillende debatten gevoerd. Er is een politiek debat over gevoerd, maar daar mag en wil ik het niet over hebben. Er is ook een maatschappelijk debat gevoerd. Heel veel mensen hebben de voorbije dagen hun persoonlijk verhaal verteld om aan te tonen dat discriminatie bestaat en dat het een groot probleem is. We hebben dat met zijn allen op Twitter kunnen lezen onder de hashtag ‘dailyracism’ en in verschillende kranten waar het bulkt van de opiniestukken. Daarnaast nemen organisaties zoals het Minderhedenforum en het Interfederaal Gelijkekansencentrum elke gebeurtenis te baat om ook de boodschap in de verf te zetten dat discriminatie bestaat en dat sensibiliseren niet meer genoeg is. Er moet meer gebeuren zoals quota, streefcijfers, praktijktesten.

Als ik als politica al die getuigenissen lees, dan denk ik: “Dat zijn heel veel mensen die zich vandaag niet vertegenwoordigd voelen. Dat zijn heel veel mensen die zich niet gehoord voelen.” Het Vlaamse integratiebeleid is aan het falen. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, het voorbije weekend verkondigde een partijvoorzitter, uw partijvoorzitter zelfs, datgene wat het Vlaams Belang al vele decennia zegt, namelijk dat het integratie- en immigratiebeleid in dit land volledig mank loopt. Ook al nuanceerde hij nadien zijn woorden, ook het integratiebeleid van de N-VA-ministers Bourgeois in de vorige regering en Homans in de huidige regering is absoluut geen breuk met het verleden. U organiseert nog steeds inburgeringscursussen zonder examens en zonder koppeling aan de verblijfswetgeving waarbij, zoals in enkele andere landen wel het geval is, enkel mensen die geslaagd zijn voor een inburgeringsexamen, in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning.

Mijn kritiek op het Vlaamse integratiebeleid is nog fundamenteler. De Vlaamse Regering blijft zweren bij een diversiteitsbeleid waarbij niet de assimilatie vooropstaat, maar wel het behoud van de cultuur van de immigrant en waarbij de Vlaamse samenleving zich voortdurend moet aanpassen aan de aanwezigheid van andere culturen. Het kan nog erger. Want ook het Minderhedenforum liet deze week opnieuw zijn stem horen. De kritiek van uw officiële gesprekspartner, die overigens gul met Vlaams geld gesubsidieerd wordt, luidt zoals steeds dat het gebrek aan integratie de schuld is van de Vlaamse samenleving en dat er nood is aan meer praktijktests, streefcijfers en dergelijke meer. Gekker kan je de politieke correctheid niet bedenken!

Minister, de hamvraag is niet of het integratiebeleid heeft gefaald. Het is duidelijk dat het heeft gefaald. Hoe reageert u op de kritiek? Hoe zult u in het integratiebeleid die verandering teweegbrengen?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Mevrouw Moerenhout, u hebt wel degelijk een pertinente vraag gesteld. Mijnheer Janssens, uw vraag is mij een beetje onduidelijk. Maar bon.

Mevrouw Moerenhout, u vraagt in eerste instantie of het integratie- en inburgeringsbeleid heeft gefaald. Neen. We zijn in 2004 gestart onder impuls van toenmalig minister Keulen, die dat zeer ter harte heeft genomen en zeer goed heeft opgenomen. We zijn toen begonnen met een inburgeringsbeleid dat nu resultaten afwerpt. Absoluut. Het is zelfs een inburgeringsbeleid – en ik heb begrepen dat een van de volgende actuele vragen gaat over de inburgering in Brussel – waar andere deelstaten absoluut een voorbeeld aan kunnen nemen, voor alle duidelijkheid. Mijnheer Keulen, ik heb u al een compliment gegeven, ik wil dat hier herhalen. U hebt dat in 2004 zeer goed opgepakt. Dat was een zeer goede start om een degelijk integratie- en inburgeringsbeleid te voeren.

We hebben deze debatten in de commissie Inburgering al heel vaak gevoerd. In mijn ogen – en ik neem aan, mevrouw Moerenhout, ook in uw ogen, maar ik moet natuurlijk niet in uw gedachten treden – is inburgering een positief verhaal. We geven de mensen kansen en ze moeten die kansen grijpen. Dat veronderstelt natuurlijk ook dat de overheid die kansen biedt. Ik wil u in dit kader zeggen dat deze Vlaamse Regering ervoor heeft gekozen, in weerwil van de moeilijke budgettaire situatie, om op inburgering geen euro te besparen. Meer nog: we gaan nog meer inzetten op vrijwillige inburgering. Dat weet u ook, want u bent ook aanwezig in de commissie. Wij doen dat omdat de migratiestromen veranderen en omdat wij mensen vanuit Europa niet verplicht kunnen opleggen om in te burgeren. Wij gaan dus veel meer inzetten op vrijwillige inburgering.

De heer Keulen heeft in 2004 zeer goede initiatieven genomen. Zijn opvolger was de huidige minister-president, Geert Bourgeois, die een hele hervorming van de sector heeft doorgevoerd. Dat is uitgemond in een extern verzelfstandigd agentschap (EVA) Inburgering en Integratie. Dat is een zeer goede zaak waar ook de andere deelstaten absoluut een voorbeeld aan kunnen nemen.

Hier zijn heel veel vragen op een hoopje gegooid. Ik heb natuurlijk heel veel bevoegdheden, maar ik ben ook bevoegd voor Bestuurszaken. De overheid kan, los van inburgering en integratie, een heel goede voorbeeldfunctie opnemen door het streefcijfer – geen quotum maar een streefcijfer – voor personen met een migratieachtergrond die worden tewerkgesteld bij de Vlaamse overheid op te trekken van 4 naar 10 procent. Dat is zeer ambitieus. We hebben die debatten ook al meerdere keren in de commissies Bestuurszaken en Gelijke Kansen gevoerd. Dat is ambitieus, maar ik heb liever ambitieuze streefcijfers dan heel gemakkelijke streefcijfers die tot geen enkel resultaat leiden.

De Vlaamse overheid heeft ook de Integratiemonitor. Dat is niet nieuw. Dat is, voor alle duidelijkheid, de verdienste van de vorige Vlaamse Regering en misschien nog van die daarvoor. We stellen de Integratiemonitor ter beschikking aan de lokale besturen om accuraat en kort op de bal te kunnen spelen.

Mijnheer Janssens, u zegt dat het inburgeren allemaal zonder resultaat is. U bent toch ook op de hoogte van het regeerakkoord en van mijn beleidsnota Inburgering en Integratie? Daarin staat wel degelijk vermeld dat we van een inspanningsverbintenis naar een resultaatsverbintenis gaan. Uw opmerking raakt dus kant noch wal.

Minister, dank u. U zegt eigenlijk dat het Vlaamse integratiebeleid, zoals het vandaag is, aan het lukken is en dat het goed is. Punt.

Ik vind dat u dat niet kunt zeggen. Nu ja, u kunt het wel zeggen, maar ik ga er niet mee akkoord. Op het moment dat er zoveel mensen hun verhaal vertellen en getuigen van het feit dat er nog altijd iets schort, en vragen: “Help ons, doe iets!”, op het moment dat, zoals vanavond in Antwerpen, de mensen op straat komen, kunt u die signalen niet negeren. Het integratiebeleid van vandaag is niet voldoende. In mijn ogen is dat niet omdat u nog maar elf jaar in de regering zit en een integratiebeleid voert, het is omdat u, de N-VA, al elf jaar in de regering zit. De N-VA beperkt het integratiebeleid tot een taalbeleid. Een integratiebeleid moet veel meer zijn dan enkel een taalbeleid. U hebt menigmaal gezegd dat u van het integratiebeleid een positief verhaal wilt maken. Dat is inderdaad zeer belangrijk. Maar wat er de voorbije dagen is gebeurd, is allesbehalve positief. Het is niet verbindend, het schept geen vertrouwen, het is geen vooruitgang.

Dan vraag ik me af waar u was als minister van Gelijke Kansen en als minister van Integratie. Ik verwacht dat u zich als minister van Integratie mengt in zo’n maatschappelijk debat, op een verbindende manier.

Er wordt over dit thema veel mist gespuid. Er worden in de pers veel stoere verklaringen afgelegd, maar in de praktijk komt uw beleid neer op meer van hetzelfde. Het is een beleid van superdiversiteit dat al vele decennia bewijst dat het niet tot integratie leidt, wel integendeel. Wie uw beleidsnota leest, stelt vast dat er volgens u meer positieve discriminatie moet komen, dat er meer naar interculturaliteit moet worden gestreefd, dat er zelfs diversiteitsscans georganiseerd moeten worden die moeten aantonen of de Vlaamse overheid wel voldoende divers is. Alsof dat alles integratie dichterbij zal brengen.

Minister, mocht het voor u nog niet duidelijk zijn, mijn standpunt is heel duidelijk: een groter verschil tussen de woorden van uw partijvoorzitter enerzijds en het beleid van de minister van Inburgering, die tot dezelfde partij van die partijvoorzitter behoort, anderzijds, is nauwelijks denkbaar.

De voorzitter

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik begrijp niet dat het inburgeringsbeleid vandaag plots in twijfel wordt getrokken. Vorig jaar hebben we nog vijftig jaar Marokkaanse en Turkse migratie gevierd. Daartegenover staat inderdaad dat we nog maar sinds 2004 een verplichte inburgering kennen. We kunnen dus niet ontkennen dat er een kloof is van enkele tientallen jaren, maar de verplichte inburgering is er wel sinds 2004. Ten tweede – de minister heeft het daarnet aangehaald – is er onder impuls van minister Bourgeois een verdere professionalisering geweest van de sector. Ten derde heeft minister Homans nu al een hervorming van de sector op de rails gezet. Het klopt dus inderdaad dat racisme niet het juiste antwoord is op bepaalde problemen die we vandaag kennen in onze maatschappij, maar voor mij is integratie een positief verhaal. Ik zie dus echt niet de reden waarom we nu het integratiebeleid moeten wijzigen.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Je vraagt je soms af of het goed is om op elke provocerende uitspraak in te gaan. Maar wanneer een belangrijke stem in het maatschappelijk debat, die van mijnheer de burgemeester van de grootste en belangrijkste, maar ook de meest diverse stad van Vlaanderen, het nodig acht om een hele bevolkingsgroep te stigmatiseren, dan kun je niet anders dan daar manifest afstand van nemen. (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

Natuurlijk moeten mensen kansen grijpen. Natuurlijk heeft elk van ons, ongeacht zijn afkomst, de plicht en de verantwoordelijkheid om kansen te grijpen en om zijn eigen persoonlijk leven in te vullen. Daarom moeten integratie, racisme en radicalisering echter nog niet op één hoop worden gegooid. Het debat in de Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering …

De voorzitter

We sluiten af. Eén minuut is één minuut. (Opmerkingen)

Dat geldt voor iedereen. (Opmerkingen)

Mijnheer Landuyt, ik ben de voorzitter, niet u. Men heeft gevraagd dat dit debat snedig zou gebeuren, dus moet men er maar voor zorgen dat men in de beknopte tijd zijn punt maakt.

Mijnheer Van den Heuvel, wilt u afsluiten alstublieft?

Voorzitter, ik wil alleen zeggen dat racisme en discriminatie nooit van een alibi mogen worden voorzien. (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

De debatten in de ad-hoccommissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering vinden plaats op een constructieve manier. We hopen dat ze op een goede manier kunnen worden afgerond en dat de parlementsleden van de N-VA-fractie de ware N-VA vertegenwoordigen, en er een mooie conclusie kan worden geformuleerd. (Applaus bij CD&V, Open Vld, sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Voorzitter, collega’s, wie excuses aandraagt wanneer men als samenleving geconfronteerd wordt met racisme en discriminatie, haalt eigenlijk heel ons gelijkekansenbeleid onderuit. In een open democratie is er voor een politicus, wanneer hij geconfronteerd wordt met discriminatie en racisme, maar één plaats, namelijk aan de kant van het slachtoffer, consequent en heel duidelijk.

Racisme, discriminatie en inburgering door elkaar haspelen, zorgt voor onduidelijkheid. Groepsdenken in een diverse samenleving is nefast, etikettenkleverij haalt mensen onderuit. Niet de herkomst, maar de toekomst van mensen telt. Een politicus moet dat altijd voor ogen houden als hij over mensen spreekt. Dat is de voorbije dagen spijtig genoeg niet altijd gebeurd, en wij betreuren dat als fractie. (Applaus bij Open Vld, CD&V, sp.a en Groen)

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Mevrouw Yasmine Kherbache (sp·a)

Het is zo pijnlijk om vast te stellen dat iedereen altijd tegen discriminatie is, maar het, als het erop aankomt, toch nodig vindt om te relativeren en een bepaalde groep te stigmatiseren. Dat is niet de juiste weg.

Ik heb één concrete vraag, minister. U zult uiteraard opnieuw zeggen dat we u of Bart De Wever verkeerd begrepen hebben, maar mijn punt is: wij hebben de beste antidiscriminatiewetten van de wereld. Wilt u er mee voor zorgen dat die geen dode letter blijven en dat we dat objectief kunnen vaststellen? Kunnen we van integratie een positief project maken? Dat betekent ook investeren en er de nodige middelen voor uittrekken, en niet alleen lippendienst bewijzen. (Applaus bij sp.a en Groen)

Mevrouw Kherbache, ik dacht dat deze vraagstelling niet ging over discriminatie en racisme. U hebt mij de afgelopen weken ook niet betrapt op uitspraken daarover. Als u intellectueel eerlijk bent, kunt u niet anders dan dat toe te geven.

Integratie als positief verhaal? Absoluut. U bent een goed en actief lid in de commissie Inburgering. U hebt mij dat daar al tot vervelens toe gezegd. Voor mij is integratie absoluut een positief verhaal, en daar staan ook de nodige middelen tegenover. Er is in de huidige moeilijke budgettaire context geen euro bespaard op Inburgering. Dat getuigt van goede trouw. We moeten daar inderdaad meer op investeren en dergelijke meer. Dat is heel belangrijk. Ik hoop dat ik wat dat betreft in u een bondgenoot vind.

Mevrouw Moerenhout, u zegt dat er een verschil moet worden gemaakt tussen integratie- en inburgeringsbeleid. U stelt dat het wordt beperkt tot een taalbeleid. Ik ben het daar absoluut niet mee eens. Een inburgeringscursus omvat meer dan alleen een cursus NT2. Er is ook een cursus maatschappelijke oriëntatie. U kunt het met mij oneens zijn, maar ik blijf erbij dat de kennis van de Nederlandse taal absoluut de sleutel is tot integratie. Ik weet dat u daar andere ideeën over hebt, maar dat is mijn uitgangspunt in heel mijn inburgeringsbeleid: de kennis van het Nederlands is de sleutel tot integratie.

U zei dat u weinig voorbeelden ziet. Ik heb u al de voorbeelden vanuit mijn bevoegdheid Bestuurszaken gegeven. De streefcijfers zijn opgetrokken van vier naar tien. Dat is een goed voorbeeld van hoe wij als overheid die voorbeeldfunctie opnemen. Wij denken en hopen dat andere, private partners en dergelijke meer ons daarin zullen volgen.

Mijnheer Van den Heuvel, ik moet zeggen dat ik niet zo heel blij was met uw betoog, maar dat zal u wellicht niet verbazen. U hebt verwezen naar uitspraken van de burgemeester van de grootste stad. Ik wil daaraan toevoegen dat hij niet alleen de burgemeester van de grootste stad is, maar ook de voorzitter van de grootste meerderheidspartij in deze coalitie. (Opmerkingen. Rumoer)

Mijnheer Van den Heuvel, ik wil absoluut openlijk een debat voeren over racisme en discriminatie. Maar daar gingen deze twee vragen niet over. Ik heb concrete vragen gekregen over het integratie- en inburgeringsbeleid, hoe we daarmee willen omgaan. U had het ook, mijnheer Van den Heuvel, over de commissie ad hoc Radicalisering, en u verwees naar de verantwoordelijkheid van de N-VA. Ik wil u dan ook oproepen om uw twee eigen ministers ook hun verantwoordelijkheid op te laten nemen! (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Somers, ik ben oprecht vol lof geweest over de initiatieven die de heer Keulen vanaf 2004 heeft genomen. U zegt dat we inburgering niet mogen verweven met racisme en discriminatie. Dat gaat om mensen kansen geven. Ik geef u gelijk, ik heb dat ook gezegd. Inburgering en integratie moet in eerste instantie een positief verhaal zijn, over het geven van kansen aan mensen en hen de kansen laten grijpen.

Dan is er natuurlijk een verpletterende verantwoordelijkheid voor deze Vlaamse overheid om voldoende kansen te creëren. Maar dat doen we. We besparen geen euro op ons budget, en tegelijk gaan we bijvoorbeeld de private sector betrekken om meer lessen te kunnen geven buiten de klassieke schooluren en dergelijke, zodat er een groter aanbod komt. Ook het inzetten op vrijwillige inburgering, daar kunt u niet tegen zijn. Ik ga ervan uit dat u er niet tegen bent. We doen dat absoluut.

Voorzitter, er worden allerlei zaken bij betrokken die niet tot de originele vraag behoren. Ik ben absoluut bereid om er een heel uitgebreid debat over te voeren. Maar ik heb redelijk uitgebreid geantwoord, denk ik, op de twee concrete vragen die mij nu hier in de plenaire vergadering zijn gesteld. (Applaus bij de N-VA)

Minister, deze Vlaamse Regering heeft een probleem. De voorzitter van de grootste meerderheidspartij, inderdaad, zegt dat racisme relatief is en een heleboel andere dingen. Hier openlijk nemen Open Vld en CD&V daar afstand van en zeggen dat dat stigmatiserend is. U bent Vlaams minister van Inburgering, u vertegenwoordigt alle gemeenschappen in onze maatschappij en de keizers van alle partijen. Ik wil u nogmaals oproepen om u te mengen in het maatschappelijke debat, niet op dezelfde manier als uw voorzitter, maar op een manier die verbindt, vertrouwen uitstraalt en door ons allemaal, of toch minstens door de meerderheid, als vooruitgang wordt gepercipieerd. (Applaus bij Groen, CD&V, Open Vld en sp.a)

Minister, wat een fraai schouwspel alweer van deze Vlaamse Regering. Ik heb stilaan de indruk dat u moet aankloppen bij het Minderhedenforum, want als ik uw coalitiepartners hoor, wordt u een minderheid in uw eigen regering. (Gelach)

Wie is de ware N-VA? Mijnheer Van den Heuvel, u weet het niet van uw eigen coalitiepartner. Ik weet het ook niet. Is de ware N-VA minister Homans? Is de ware N-VA Bart De Wever? Is de ware N-VA dit hele blok Vlaams Parlementsleden? Niemand weet het, omdat de N-VA over het integratiebeleid warm en koud blaast.

Ik roep u op, minister, om werk te maken van een echt kordaat inburgeringsbeleid, waarbij aan vreemdelingen duidelijk wordt gemaakt dat het niet opgaat dat men naar ons land emigreert, maar onze waarden en cultuur verwerpt. Maak werk van een degelijk en efficiënt assimilatiebeleid en gooi nu eindelijk dat doorgeslagen diversiteitsbeleid eens overboord. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.