U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 4 februari 2015, 14.00u

Voorzitter
van Kathleen Helsen aan minister Hilde Crevits
186 (2014-2015)
De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Mevrouw Vera Celis (N-VA)

Minister, deze week verschenen in de pers een aantal bedenkingen over de psychische gezondheid van leerkrachten. Dat zal zeker gebaseerd zijn op het jaarlijkse rapport over ziekteverzuim bij het onderwijzend personeel. Daaruit blijkt dat een op drie ziektedagen verklaard kan worden door problemen rond psychisch welzijn.

Het is al langer bekend dat de grote planlast en de werkdruk die leerkrachten ervaren, twee van de factoren zijn die een verklaring kunnen geven voor het grote aantal ziektedagen, zeker bij oudere leerkrachten.

Als één op drie ziektedagen wordt verklaard door een psychische problematiek, dan stijgt dat aandeel in de categorie oudere leerkrachten tot bijna de helft. Dat is toch wel een beetje verontrustend.

De SERV heeft daar in november al cijfers over meegedeeld. Toen bleek dat ongeveer de helft, 55,1 procent, van de medewerkers van onderwijs aangeeft dat hun job werkbaar is. De andere helft ervaart dus een probleem.

Minister, ik wil u heel graag vragen of u aan concrete maatregelen werkt of denkt om de werkstress te laten dalen en om de psychische gezondheid van de leerkrachten en de directies te beschermen.

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Helsen (CD&V)

Voorzitter, minister, mevrouw Celis gaf reeds weer over welke problemen het gaat. Ik kan bevestigen dat uit de contacten die ik de voorbije maanden heb gehad met directies binnen scholen, blijkt dat er binnen het onderwijs een bezorgdheid leeft. Er is bezorgdheid voor de leerkrachten die ouder zijn dan 50 of 55 jaar die langer moeten werken. Directies, maar ook leerkrachten stellen zich de vraag of het zal lukken, of ze het zullen aankunnen.

Het rapport over ziekteverzuim toont aan dat inderdaad de groep van 55- plussers meer en langduriger afwezig is. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen, maar het is niet eenvoudig voor alle leerkrachten om op een oudere leeftijd de opdracht te vervullen zoals ze dat zelf heel graag willen doen en zoals ze dat ook jaren hebben gedaan. Blijkbaar is dat niet zo vanzelfsprekend.

Minister, we hebben in de vorige legislatuur al gevraagd aan uw voorganger om dit op te nemen en om te bekijken wat er mogelijk is voor verschillende groepen binnen het onderwijs: voor startende leerkrachten, maar ook voor leerkrachten die al een oudere leeftijd hebben bereikt. In welke maatregelen of initiatieven voorziet u om dit probleem aan te pakken?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, mevrouw Celis en mevrouw Helsen, u verwijst beiden naar het rapport 2013 dat maandag in de pers verscheen. Het geeft een overzicht van het aantal ziektegevallen en van het aantal ziektedagen dat door leraren en schooldirecties werden opgenomen.

Als we het rapport bekijken, moeten we toch een nuance aanbrengen. Het is niet zo dat het aantal ziektedagen bij leraren een groter probleem zou zijn dan in een andere beroepsgroep. Leraren werken heel veel en heel vaak.

Als we de concrete cijfers bekijken, zien we in het aantal ziektegevallen dat in 2013 griep de grootste oorzaak was. Als het gaat over het aantal opgenomen dagen, dan valt inderdaad het aantal ziektedagen op dat door oudere leraren en directeurs wordt opgenomen. Als we dat linken aan het werkbaarheidsrapport, dan blijkt dat burn-out, depressie en hele zware psychosociale belasting een groot probleem vormen bij oudere leraren. Dit rapport moet volop worden meegenomen naar de loopbaanbesprekingen die straks starten met de vakbonden.

Gisteren is het rapport besproken met de sociale partners. We zijn er al helemaal door gegaan. Op een aantal fronten zijn volgens mij winsten te boeken.

Ten eerste besteedt iedereen, ook in het regeerakkoord, veel aandacht aan de planlast die moet verminderen. Als overheid zijn we nu met een commissie aan het bekijken hoe we die kunnen verminderen. Ook de scholen, netten en koepels, en onze leerplanmakers hebben ter zake een verantwoordelijkheid.

Ten tweede is het duidelijk dat zeker directeurs lager onderwijs minder goed omkaderd zijn. Dat moeten we meenemen, zeker voor de scholen die autonoom werken. We voelen dat ze 1001 zaken moeten doen. Dit wordt dus meegenomen in de loopbaanbesprekingen die straks starten. Ik hoop dat we er voldoende aandacht aan kunnen besteden. Het is niet alleen een kwestie van papier, maar ook van ‘wie doet wat’ op school.

Een derde onderdeel dat we niet mogen vergeten, is dat elke school een welzijnsbeleid moet uitrollen dat geënt is op leraren en directeurs. Ik zag dat minister Vandeurzen vorige week samen met de minister van Werk, zeker voor de private sector, bekijkt of er geen coaches kunnen worden ingezet. Dat kan ook perfect in scholen. Er is in het verleden al zo’n project geweest, gericht op de leerlingen. Nu zou er zo’n project kunnen komen, gericht op de leerkrachten. Het bestaat eigenlijk al, maar scholen zouden er een beroep op kunnen doen.

Er zijn dus wel heel praktische maatregelen mogelijk om leerkrachten die het moeilijk hebben, vroeger dan nu, een klankbord te geven.

Mevrouw Vera Celis (N-VA)

Minister, in uw antwoord zitten al heel wat elementen die zeker tegemoet kunnen komen aan de vragen en bedenkingen die uit het rapport komen en die uit het onderwijs komen. De maatregelen inzake planlastvermindering zijn fundamenteel belangrijk. De middelen die worden gegeven ter ondersteuning, moeten zeker terechtkomen in de klas, bij de leerkracht en de directies die erom vragen.

Het loopbaandebat waarnaar u verwijst, kwam ook in de vorige legislatuur al ter sprake. Het moet zeker op de sporen kunnen geraken.

In het rapport ziekteverzuim staat ook als een van de conclusies dat we het verlof voor verminderde prestaties moeten doorlichten en dat we bij afwezigheid moeten nagaan of mensen effectief ziek zijn en hoe we hen zo snel mogelijk terug in het onderwijs kunnen krijgen.   

Mevrouw Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, het is positief dat u het debat over de problematiek opstart. Van de schooldirecties krijg ik meermaals de vraag of de overheid niet enkel wil kijken naar de planlast, maar ook naar de regelgeving die is uitgewerkt en naar de ruimte die aan scholen wordt gegeven om een eigen en sterk personeelsbeleid te voeren. Ik wil vragen om in het sociaal overleg na te gaan waar er mogelijkheden zijn, zodat scholen samen met leerkrachten, op maat van hun school en hun leerkrachten, kunnen onderzoeken hoe de schoolloopbaan kan worden uitgebouwd. Dit is geen eenvoudige oefening, maar het is belangrijk om na te gaan of we ook op dat vlak stappen vooruit kunnen zetten.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

De heer Jo De Ro (Open Vld)

Minister, in onverdachte tijden, tijdens het debat over de regeerverklaring, hebt u al gezegd dat planlast een acuut probleem is. U hebt toen ook onmiddellijk gezegd dat het geen probleem is dat een minister alleen kan aanpakken, maar dat er veel verantwoordelijken zijn. Het was een belangrijk signaal naar het onderwijsveld. Het is een terrein waar, gelinkt aan het ziekterapport, de planlast en de impact op de psyche van directies en leerkrachten, echt wel eens werk van moet worden gemaakt.

Er is een rapport uit de vorige legislatuur dat heel veel informatie bevat. Het is misschien goed om iemand aan te duiden die belast is met administratieve vereenvoudiging zodat er op dit probleem snel een antwoord kan komen. We kunnen veel meer doen dan er de afgelopen jaren is gebeurd.

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Minister, ik dank u voor de aandacht voor de problematiek.

Onze leerkrachten zijn aan de slag met het meest kostbare goed dat onze samenleving rijk is: de hersenen en de handen van onze jonge mensen. Het moet me dan toch van het hart dat ik eigenlijk niet goed begrijp waarom u zegt dat u het heel belangrijk vindt, maar dat er een aantal kleine maatregelen moeten worden genomen om de taaklast in te krimpen. Ik denk dat we echt een grondig debat moeten hebben. Maar wat zien we? Besparingen bij de CLB’s die net leerkrachten ondersteunen om met moeilijke problematieken om te gaan. U kondigt ook aan dat u 60 miljoen euro wilt besparen in de omkadering in het secundair onderwijs.  Dat komt neer op 1200 jonge leerkrachten die niet aan de slag kunnen. Dat zal natuurlijk de taakbelasting van de oudere leerkrachten niet ten goede komen.

Minister, ik zou u willen oproepen om te investeren in omkadering in de klas en in de CLB’s. Draai de besparingen alstublieft terug, want de taakbelasting is inderdaad te hoog.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik weet niet hoeveel studies, rapporten en analyses we nog nodig hebben die een alarmbel doen rinkelen vooraleer er echt iets gaat gebeuren. Ik denk dat de Vlaamse en de Federale Regering het bakje van de leerkracht de laatste jaren alleen maar voller hebben gestoken. De pensioenleeftijd is drastisch verhoogd. Het vervroegd pensioen is afgeschaft. Het tijdskrediet is serieus teruggeschroefd en aan de werkbaarheid van de loopbaan is eigenlijk niets gebeurd. Integendeel, ook de mentoruren om beginnende leerkrachten te ondersteunen, zijn afgeschaft. Het M-decreet is erbij gekomen. De taak is alleen maar zwaarder geworden.

Ik denk niet dat we moeten wachten op een groot lerarendebat. Dat moet er komen, maar intussen kunnen we kleine maatregelen treffen om het einde van de loopbaan van leerkrachten te verzachten, minder lesuren voor oudere leerkrachten en/of hen inzetten om beginnende leerkrachten te ondersteunen. Dat zijn kleine maatregelen waar u geen eeuwigheid moet mee wachten. Het grote lerarendebat moet er komen, maar intussen moet u maatregelen nemen die het werk van leerkrachten werkbaar maken.

De voorzitter

Oh? U hebt zelf uw microfoon afgezet! (Gelach. Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Minister Hilde Crevits

Dat is de ultieme zelfcontrole, mevrouw Meuleman. Dat is efficiëntiewinst! (Gelach)

Het is goed dat deze thematiek in de plenaire vergadering aan bod komt. Ik zal op een paar zaken ingaan.

Mevrouw Gennez, misschien hebt u het niet goed gelezen, maar het gaat hier wel over het rapport 2013. Toen had uw partij de minister van Onderwijs. Nu komen zeggen dat het allemaal de schuld is van de besparingen, lijkt me een heel rare redenering. Het klopt ook helemaal niet.

Waar ik het wel mee eens ben, en ik volg in die zin mevrouw Meuleman en de twee vraagstellers: naast het globale debat dat in de vorige legislatuur uit zijn voegen gebarsten is – en de vakbonden zeggen me dat de kar te zwaar geladen was –, moeten we nu maatregelen nemen. Noem ze klein of groot, mij om het even, als ze maar direct soelaas brengen.

Mevrouw Helsen, u had het over de schoolopdracht. De opdracht van een leerkracht wordt nu uitgedrukt in ‘harde uren’. Dat zijn de contacturen of uren dat de leerkracht voor de klas staat. Het lijkt me nuttig om ons af te vragen hoe we die loopbaan anders kunnen invullen, zeker voor oudere leerkrachten. Ze kunnen jongere leerkrachten bijvoorbeeld coachen. Zulke zaken moet ik wel met de sociale partners bespreken. Ik kan niet zomaar met mijn vingers knippen en beslissen. Als we daarin te vrij redeneren, zouden de leerkrachten wel eens de speelbal kunnen worden van de directie die willekeurig zou kunnen handelen. We moeten een goed evenwicht zoeken tussen het aantal uren voor de klas en andere taken.

Heel veel leraren vragen om meer soepelheid om eens wat anders te kunnen doen tussendoor, om de loopbaan wat gevarieerder te maken. Dat valt dan weer onder het grote debat. We kunnen kleine maartregelen nemen als een soort voorafname op het grotere loopbaandebat.

Mijnheer De Ro, de papierlast zit inderdaad op alle niveaus. Wat we nu doen met het CLB-attest in het kader van het M-decreet, is een uitvoering van de vermindering van de papierlast. Hiermee geven we autonomie aan de CLB’s. Zorg dat ze niet opnieuw 24 formulieren moeten invullen om iets te bewijzen. Dat is perfect de lijn die moet worden getekend en die ook in de scholen zelf kan worden gezet. Ik heb begrepen dat de leerplanmakers daar ook mee bezig zijn inzake de doelstellingen en de manier waarop die bereikt moeten worden. Dat kan gerust met minder papier.

Er is een werkgroep aan de slag. U zegt dat ik één ambtenaar moet benoemen, volgens mij moet het in de cultuur van elke ambtenaar gaan zitten. Ik ga niet één iemand aanstellen die dan zogezegd het boegbeeld is, terwijl anderen kunnen denken ‘voor mij hoeft het niet’.

De inspectie is Inspectie 2.0 aan het voorbereiden. Zij willen ook komaf maken met alle paperassen. Veel zaken kunnen digitaal. Als scholen informatie hebben overgemaakt aan de inspectie, moeten ze dat geen tweede of derde keer doen. Ze moeten gewoon zuinig zijn met het vragen van informatie. Dat is een opdracht voor de volledige administratie, en zij moet daarvan doordesemd geraken. Dat betekent: elke ambtenaar op eender welke plaats.

Ik ben heel blij dat u naar uzelf verwijst en de microfoon die vanzelf uitgaat. Kijkt u nu ook naar uzelf? Dat is moeilijk hier in dit parlement.

Het klopt dat we met betrekking tot ons regelgevend werk ook enige soberheid aan de dag moeten leggen. Als ik een formulier wil afschaffen, is de kans zeer groot dat ik daarvoor de goedkeuring van het Vlaams Parlement moet krijgen.

Mevrouw Vera Celis (N-VA)

Minister, ik dank u voor uw toelichting bij alle gestelde vragen. Er zit zeker een constante in wat alle sprekers hebben verklaard, en dat is de uitdrukkelijke wens tot een planlastvermindering te komen. U hebt een paar mooie voorbeelden gegeven. Ik denk dan aan de uitbouw van het M-decreet. U ziet erop toe dat dit effectief gebeurt. Het principe ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ is volgens mij meer dan ooit ook van toepassing op de mensen in het onderwijs.

Mevrouw Kathleen Helsen (CD&V)

Minister, ik heb begrepen dat u een debat wilt voeren om op korte en op lange termijn oplossingen aan te bieden. Wat dit laatste punt betreft, heb ik nog een korte vraag. U moet in dit debat over de sectoren heen kijken. Ik ben ervan overtuigd dat we de problemen op lange termijn niet enkel en alleen binnen het onderwijs kunnen oplossen. We hebben immers vooral zeer veel leerkrachten nodig. Die leerkrachten kunnen in veel mindere mate andere functies opnemen. Het kan dan ook zeer interessant zijn na te gaan hoe een mobiliteit over de sectoren heen op lange termijn mogelijk kan zijn.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.