U bent hier

Plenaire vergadering

dinsdag 16 december 2014, 13.59u

Voorzitter
De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014, het ontwerp van decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014, het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014, het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015.

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, in de voorbije weken is hier stevig gedebatteerd over maatregelen van de regering om de financiën en de toekomst van Vlaanderen veilig te stellen. Die debatten waren bij momenten hevig, en zo hoort het ook. Confrontatie van ideeën is een van de sterkste basiswaarden van ons democratisch systeem en van dit parlement.

Collega’s, ik moet ook zeggen dat ik de voorbije weken soms met stijgende verbazing heb aanschouwd hoe er in dit parlement paniek werd gezaaid rond vermeende besparingen en aanpassingen van de kostprijs van maatschappelijke dienstverlening. Denk maar aan het inschrijvingsgeld. We hebben in de sociale media, in persmededelingen, op Twitter, in pamfletten kunnen lezen dat het zou stijgen met meer dan het dubbele van wat effectief is gebeurd. Denk ook aan de tariefwijziging bij De Lijn. Het zou het driedubbele worden, zo hebben we weken lang gelezen vóór de beslissing viel. Ik denk aan de afschaffing van de animatiemiddelen in de woon- en zorgcentra, en de dagligprijs zou drastisch verhogen bij het schrappen van deze middelen. Achteraf gezien was dat pure overdrijving, pure profileringsdrang van enkele parlementsleden, alleen om de onrust te zien stijgen.

Ik heb me vaak vragen gesteld bij die losse ideeën en de manier waarop die dan in zogenaamde alternatieve begrotingen werden gegoten. Men deed die vermeende alternatieven kloppen door op miljarden aan inkomsten te rekenen die op dit moment op geen enkele manier, maar dan ook geen enkele, te garanderen zijn.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Mocht het alleen maar profileringsdrang zijn, mijnheer Van den Heuvel, dan zou het maar een klein probleempje zijn. Wat er in dit parlement gebeurt, is nog iets anders dan wat er buiten dit parlement gebeurt. Ik weet dat jullie die twee voorbeelden – het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs en de prijs van de busritten – altijd weer aanhalen.

Voor het eerste kwam de noodkreet uit de universiteiten. U mag dat nog vaak herhalen, maar een stijging van het inschrijvingsgeld met 45 procent, is zwaar. Ik heb het al gezegd: de mensen zouden content moeten zijn met een half pakske slaag, maar daar koopt u niets mee. Het was niet het parlement dat erover begon, de noodkreet kwam van buiten. De vragen rond de prijzen van de bussen kwam van de seniorenverenigingen. Dat stond in de krant. Dat parlementsleden dat dan naar het parlement brengen, is de logica zelve, mijnheer Van den Heuvel.

Ik weet dat u dit graag herhaalt. Ik zal mijn punt herhalen. Ik geef de heer Diependaele gelijk: als er onrust is, laat ons daar dan op een respectvolle manier rekening mee houden.

Het is niet omdat een aantal parlementsleden zaken herhalen die vanuit universiteiten en seniorenverenigingen komen, dat de onrust beperkt is tot profileringsdrang.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, ik had uw wenk natuurlijk begrepen, maar ik wou nog een paar zaken opsparen voor mijn toespraak straks. We kunnen daarover straks nog van gedachten wisselen.

Wat wij en onze collega’s aan de overkant vanochtend gedaan hebben, is een concreet voorstel op tafel leggen voor wat uw collega’s nu al een aantal weken op het federale niveau naar voren schuiven, namelijk een vermogensrendementsheffing. We hebben dus een concreet voorstel op tafel gelegd, dat nog geamendeerd kan worden. Dat is voor mij geen enkel probleem. Ik hoop daarvoor in u een bondgenoot te vinden om een antwoord te geven op de sociale onrust en de vragen die er zijn. Laten we het debat op niveau voeren. Ik ben daar zeker toe bereid.

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Pira (Groen)

Voorzitter, ik heb de indruk dat het tot de stijl in dit Vlaams Parlement behoort – of misschien heeft het te maken met de nieuwe regering – dat van zodra men als parlementslid in de oppositie zijn taak uitvoert en onderbouwde kritiek geeft, dit als paniekzaaierij wordt afgedaan. Ik heb dit al meermaals opgemerkt, in verschillende tussenkomsten van leden van de meerderheid en bij verschillende ministers. Telkens als je met onderbouwde kritiek komt, wordt naar je hoofd geslingerd dat je aan paniekzaaierij en onruststokerij doet. Dat vind ik een zeer eigenaardige stijl.   

Mijnheer Crombez, het is heel duidelijk voor mijn fractie en voor mijn partij dat we de onrust bij de mensen ernstig nemen. Als daar misverstand over zou bestaan, wil ik dat onmiddellijk rechtzetten. Zowel de federale collega’s als de collega’s hier in het Vlaams Parlement en in de Vlaamse Regering doen er alles aan om deze noodzakelijke – daarover verschillen we van mening – maatregelen in overleg en in samenspraak met de partners op het veld te doen. Het behoort tot het DNA van onze partij om in samenspraak met het middenveld en de sociale partners een aantal zaken door te spreken. Onze voormalige minister-president en huidig federaal vicepremier doet er alles aan om beslissingen en doorbraken te formuleren.

Mevrouw Pira, ik heb er absoluut geen probleem mee dat parlementsleden een antennepost zijn en de mening van de mensen willen vertolken in dit halfrond. Daarvoor zijn we verkozen. Het is onze plicht om dat te doen. Dat moet je wel op een objectieve manier doen. Als er wordt overdreven of als er bedragen worden genoemd die het dubbele, het drievoud of het viervoud zijn van wat in de echte voorstellen staat, dan beschouw ik dat echt wel als profileringsdrang.     

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Mijnheer Van den Heuvel, u kunt er ook het bewijs in zien dat gedetailleerde en gedocumenteerde oppositie af en toe werkt. We zien immers dat ministers, en de animatie is daar een goed voorbeeld van, eerst een aantal besparingen aankondigen en pas op het moment dat er uit de samenleving en ook in dit parlement een reactie komt, worden er alsnog en soms overhaast nog aanpassingen doorgevoerd. De structurele onzekerheid blijft natuurlijk wel.

We hebben minister Vandeurzen heel goed gehoord in de commissie: voor 2015 verandert er niets aan de animatiepremie, maar voor de volgende jaren zal datzelfde bedrag, of een kleiner bedrag, als we het besparingspad Welzijn mogen geloven, niet alleen meer over de vzw’s en de openbare rusthuizen moeten worden verdeeld, maar over alle rusthuizen. Logischerwijs betekent dit dus dat dit bedrag zal dalen.

Ten tweede klopt u zich op de borst en zegt u dat u de kampioen bent van het sociaal overleg en de relatie met het middenveld. Welnu, dan vraag ik mij af waarom er geen week voorbijgaat zonder dat vanuit dat middenveld, zowel vanuit het Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, als de Gezinsbond, Zorgnet Vlaanderen, het Vlaams Welzijnsverbond, iemand zijn vinger opsteekt om te zeggen dat het fout gaat met de richting die deze regering heeft gekozen.

Ik stel me toch wel grote vragen bij het succesvol zijn van wat u omschrijft als sociaal overleg. Mijn indruk is dat uw middenveld niet ongelooflijk tevreden is met het regeringsbeleid.

Mijnheer Van Malderen, gisteren zijn in de brief van de Vlaamse Regering duidelijke bedragen genoemd voor het begrotingspad van Welzijn. Er blijkt heel duidelijk uit dat het aandeel van Welzijn in de besparingen onder het gemiddelde zit.

We verschillen van mening, maar dat is uw goed recht. U houdt krampachtig vast aan wat we hebben en dat probeert u zoveel mogelijk te beschermen, maar u neemt geen notie van nieuwe uitdagingen en nieuwe noden in de Vlaamse samenleving om een groeipad te creëren. Wij trekken daarvoor op termijn 500 miljoen euro uit, om meer dan 300 miljoen euro te investeren voor mensen met een handicap. Dat is meer dan de vorige regering waar u ook aan deelnam.

Wij steken een tandje bij. We hebben u daar niet voor nodig, mijnheer Van Malderen. U doet altijd krampachtige pogingen. We hebben de socialisten niet nodig in de Vlaamse Regering om een sociaal beleid te voeren. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Mijnheer Van den Heuvel, het is niet omdat de applausmachine opnieuw goed is afgesteld en dat uw stemverheffing leidt tot het verplichte applaus, dat wat u zegt ook klopt. Sta me toe twee voorbeelden te geven waaruit blijkt dat uw bewering hoegenaamd niet klopt.

U klopt zich alweer op de borst en geeft aan dat Welzijn minder dan gemiddeld moet besparen. Dat bewijst dat u wel degelijk – een nieuw gegeven in de Vlaamse geschiedenis – ook structureel hakt in Welzijn. U zegt – blijkbaar is het een vaststaand feit – dat u dat gaat compenseren met 500 miljoen euro extra middelen. Zowel uit het document van de meerjarenbegroting dat minister Turtelboom heeft ingediend, als uit de toelichting bij de begroting in de commissie Financiën, als uit de brief die we gisteren hebben ontvangen, leid ik af dat die 500 miljoen euro allerminst is verworven, maar afhankelijk is van de conjunctuur. Deze morgen heeft de minister-president het in die zin gehad over rebus sic stantibus. Als er niets verandert, gaan we die 500 miljoen euro investeren. Ik leid daaruit af dat als het economisch minder goed gaat, als er onvermoede tekorten zouden opduiken, die 500 miljoen euro wel eens heel wat minder zou kunnen zijn.

Waar leidt ons dat toe? Dat we wel degelijk 250 miljoen euro besparen in 2015, dat we minstens 89 miljoen euro bijkomend besparen in 2016 en dat daar bijvoorbeeld 15 miljoen euro tegenover staat in de sector mensen met een handicap, in het uitbreidingsbeleid in 2016. Op dat moment zal de capaciteit in Welzijn dalen, terwijl u nog altijd pretendeert dat ze zal stijgen. Ik raad u aan om wat dichter bij de waarheid te blijven.

Dat is een heel duidelijk perspectief  op basis van de economische prognoses die er nu zijn. Als die minder zijn, dan bekijken we hoe we dat verder aanpakken.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Dat is het punt, mijnheer Van den Heuvel.

Ik weet een zaak zeker, mijnheer Van Malderen en mijnheer Crombez: als we u volgen en er komt een economisch dipje, dan zullen we pas voor heel grote problemen staan. Dan zal er binnen een paar jaar een echte hakbijl moeten komen in de sociale voorzieningen in Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Van Malderen, de economische prognoses zijn wat ze zijn. Het is een poging om de toekomst te voorspellen. Als morgen of in de komende maanden de economische groei evolueert in negatieve zin, wat moet een regering dan doen? Haar kop in het zand steken of nieuwe maatregelen nemen en verder hervormen? Dat is wat deze regering zal doen. Daar ga ik toch van uit.

Uit uw retoriek begrijp ik dat als er tekorten zijn, die mogen blijven want dat er ooit wel eens betere tijden komen. U schuift het voor u uit. Neen, op dat moment moet een regering hervormen. Maar hebben we daarmee gezegd dat we op een sociale manier gaan hervormen, dat we aan de enveloppe van Welzijn gaan raken? Absoluut niet.

Er zijn verschillende manieren om dat aan te pakken. Op dat moment zal de regering haar verantwoordelijkheid nemen. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Vandaag lezen we berichten over Duitsland met een plots herstel van het vertrouwen, de lage euro en dalende brandstofprijzen die zorgen voor een economische heropleving. Beeldt u zich in dat dit zich de komende maanden voltrekt en dat we in het zog van Duitsland betere prognoses krijgen. In dat geval krijgen we een betere conjuncturele context. Dat is nu eenmaal het monitoren van een begroting jaar na jaar.

U wilt vandaag een soort Madame Blanche die u kan garanderen wat de economische groei volgend jaar, het jaar nadien en het jaar daarop zal zijn. Dat kan geen enkele regering, in het verleden niet, vandaag niet en morgen niet. Het siert daarom de regering dat ze voorzichtig is, dat ze u niet heeft gevolgd om het geld dat vrijgekomen is bij de niet-indexering, de 200 miljoen euro, onmiddellijk uit te geven. Gelukkig heeft ze die gereserveerd omdat we nog in moeilijk economisch vaarwater zitten. Dat is de lijn die we de komende jaren zullen moeten blijven volgen. Voorzichtig zijn, de tering naar de nering zetten en indien er nieuwe problemen opduiken, die aanpakken en de kop niet in het zand steken. Daarmee is niet gezegd dat het voorziene investeringsbudget van 500 miljoen euro daardoor onder vuur komt. Op dat moment bekijkt men de totaliteit van de 38 miljard euro, ziet men wat langs inkomstenzijde en langs uitgavenzijde kan en welke hervormingen er mogelijk zijn. Zo moet deze regering de volgende jaren door de economische crisis geraken.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Ik dacht even dat ik het eens was met de heer Somers. Het punt – en het heeft heel lang geduurd eer we daar bevestiging van kregen – is net dat men beweert dat er in deze begroting tweemaal 500 miljoen euro is ingeschreven voor enerzijds Welzijn en anderzijds ondersteuning van de economie. Een eerste kritiek is dat het om een goednieuwsshow gaat omdat er ten aanzien van het uitbreidingsbeleid ook besparingen staan. Die besparingen liggen vast. Als u straks met zijn allen op de groene knop drukt, dan liggen ze vast voor volgend jaar en zullen ze worden uitgevoerd. We hebben ontdekt dat 2015 niet op zich staat, maar dat er ook in 2016, met name in Welzijn, al besparingen zijn gepland voor 89 miljoen euro. We hebben gemerkt dat de middelen voor VIPA – het bouwen van rusthuizen, het herstellen van ziekenhuizen, het bouwen van gehandicaptenvoorzieningen – in 2015 bijna nul zijn. Grote paniek in die sector, en dat is niet door onze schuld, maar door jullie beleid. Die besparingen staan dus vast. En dan zeggen wij al een aantal weken dat die 500 miljoen euro die noden zouden moeten oplossen, helemaal niet vaststaan.

Het is een opluchting dat de minister-president, de heer Van den Heuvel en de heer Somers vanochtend hebben gezegd dat die 500 miljoen euro effectief niet verworven zijn maar afhankelijk zijn van een economische context. Ik neem daar akte van, maar klop u dan niet telkens op de borst, mijnheer Van den Heuvel, dat u degene bent die de volgende jaren het sociaal beleid zult maken. Met dit beleid zullen we de noden uit de welzijnssector niet wegwerken.

De voorzitter

Minister-president Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Dit wordt een onwezenlijke discussie. Wij gaan inderdaad uit van dat groeipad, we doen daar de nodige besparingen voor. U doet minder besparingen, u gaat minder ruimte creëren. Als de economie tegenvalt, dan zult u helemaal geen ruimte hebben, en dan verwijt u ons dat wij niet met absolute zekerheid kunnen zeggen dat die 500 miljoen euro er zal zijn. Niemand kan dat. Ik heb al meermaals gezegd dat ik hoop dat de economie aantrekt. Er worden gelukkig maatregelen genomen op federaal vlak. Wij dragen ons steentje daartoe bij. Wij hopen dat de economie aantrekt en dat we veel middelen hebben, hopelijk nog meer dan die 500 miljoen euro. Dat kan echter niemand voorspellen. Een zaak is zeker, met uw pad zijn er minder middelen.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Van Malderen, ik betreur uw laatste reactie. Ik vind dat u vaak zeer degelijke en onderbouwde uiteenzettingen houdt, maar die laatste slaat alles. Wat zegt u? Wanneer er intellectueel eerlijk wordt vastgesteld dat een begroting een prognose is, en dat het voor niemand mogelijk is om de juiste economische groei voor de volgende jaren te voorspellen, dan leidt u daaruit af dat niets zeker is. Als u een eerlijk antwoord wilt hebben, dan is niets zeker. Wij weten niet wat er zal gebeuren. Als er een grote internationale economische crisis komt zoals in 2008, dan zal niets zeker zijn.

Als er een enorme economische groei ontstaat omdat Duitsland de boel aantrekt, dan zal ook niks zeker zijn langs positieve kant. Die principiële onmogelijkheid, voor wie dan ook, om exact de economische groei te voorspellen, gebruiken als argument om een regering of een begroting aan te vallen, dat is al te gek. Dat is intellectueel oneerlijk en niet ernstig meer.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Op de momenten dat de heer Somers zegt dat hij weet wat wij willen, voel ik me altijd een beetje ongemakkelijk omdat ik denk dat we zelf best weten wat we willen. Ik vind dit geen onwezenlijke discussie, zoals de minister-president zegt. Van deze begroting hebben we in de commissie gezegd dat we van mening kunnen verschillen over de alternatieven.

Het essentiële zit hem heel simpel hierin. We hebben in het begin al aangehaald dat de besparingen in 2015, waarover we deze week moeten stemmen, aanzienlijk zijn in Welzijn. De heer Van den Heuvel zegt dat dat voor een stuk in apparaat en efficiëntie zit, maar er zitten ook heel concrete dingen in: minder thuiszorg, duurdere kinderopvang voor de laagste inkomens en kindergeld dat niet geïndexeerd wordt. Dat zijn geen kleine en onbelangrijke dingen. We verschillen van mening over dat wat de meerderheid deze week wil goedkeuren, namelijk substantiële besparingen in Welzijn, die bij de mensen thuis voelbaar zijn.

We kunnen dan zeggen dat het onwezenlijk is, maar ik lees voor uit de brief van de minister-president. Daarin staat: “Naast deze besparingen van 239 miljoen euro structureel, is er een groeipad. Het blijft de uitdrukkelijke ambitie van deze Vlaamse Regering om dat ook effectief uit te voeren.”

Het simpele punt is dat jullie dit Vlaams Parlement vragen om dat deze week te stemmen, namelijk 239 miljoen euro besparingen in welzijn, in thuiszorg, kinderopvang, kindergeld, noem maar op, en jullie hebben de ambitie om een groeipad te maken. Dat is gewoon een vaststelling. Begin dan niet met te zeggen dat dat allemaal zeer moeilijk voorspelbaar is.

Het gaat erover dat wij een andere keuze zouden maken om in 2015 wat welzijn betreft de impact op de gezinnen te ontzien. We hebben daar alternatieven voor neergelegd, ook alternatieve besparingen. Ik heb die daar duidelijk aan gekoppeld.

Mijnheer Van den Heuvel, u zegt dat u zo goed bestuurt zonder ons, maar het is voor ons een wezenlijk verschil met de vorige regering dat een dergelijke keuze toen nooit zou zijn gemaakt. Wij hebben het omgekeerde gedaan. Het laatste wat je doet in een welvarende maatschappij met een welvarende begroting, met haar moeilijkheden, is besparen waar dat bij de gezinnen echt wel pijn gaat doen. Dat negeren, begrijpen wij niet.

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Voorzitter, ik heb maar een korte vraag, want dit is een beetje een onwezenlijk debat. Het is al gezegd: we hebben het debat over de meerjarenraming in de commissie gevoerd. Toen vroeg men of we wel zeker zijn dat we drie keer 500 miljoen euro kunnen besparen. De meerjarenraming is een raming voor politieke arbitrage waarbij je economische parameters op de raming toelaat. Het is nog altijd de essentie van aan politiek doen om op een bepaald moment te kiezen welke beslissingen je neemt en welke niet. Deze regering heeft duidelijk de ambitie om extra beleidsruimte te creëren op het einde van de legislatuur en doet daarom nu besparingen.

Ik heb eigenlijk een omgekeerde vraag. U zegt dat u niet zeker bent dat wij onze ambitie kunnen waarmaken. Maar stel dat je volgend jaar 100, 200 of 500 miljoen euro of een miljard euro meer zou moeten besparen, wat zult u dan doen? Zult u dan zeggen dat aan uw plan er niets meer kan veranderen? Zult u zeggen dat u 100 procent zeker bent van die alternatieve begroting die u hebt ingediend, waarvan ik nog eens zeg dat daarin een miljard euro exact hetzelfde is als in de begroting die hier neerligt, en dat ze maar 105 miljoen euro verschilt van wat wij indienen? Zegt u dan: ah, neen, onze begroting is gebetonneerd, die staat los van de economische realiteit, die staat los van wat er allemaal gebeurt en wij zijn zeker dat wat wij hebben neergelegd, zo blijft in de komende jaren. Daar zou ik graag eens een antwoord op hebben.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Crombez en mijnheer Van Malderen, als je niet weet wat er komt, zoals nu het geval is, dan moet je op alles voorbereid zijn. Het punt is zeer duidelijk: met deze besparingen ben je inderdaad op alles voorbereid. Maar als de economie aantrekt, weten we direct waar we die extra centen aan willen geven, we kennen de noden die er zijn in de maatschappij. Komen die extra centen er niet, dan zullen we in elk geval geen dubbel werk moeten doen, want we zullen al een deel van het werk gedaan hebben.

Ik begrijp niet dat uw fractie of uw partij niet leert uit de fouten van het verleden. U houdt vast aan socialistische recepten waarvan we allang weten dat die niet werken. Het is geen sociaal beleid om geld uit te geven dat er niet is. Dat is een verrottingsstrategie. U schuift de schulden door naar de toekomst en geraakt dan in de problemen. We hebben dat al veel te lang gedaan en het werd hoog tijd dat we met die gebruiken konden breken. Het is een zeer goede zaak dat we dat nu doen.

U zegt dat de investeringen die de Vlaamse Regering voor 2019 belooft, een engagement zijn en dat die er nog niet zijn. Ik zie ze eerlijk gezegd ook niet staan in jullie lijstje. We zien waar u gaat besparen. U snijdt in de economische groei door onder meer de IWT-steun met 20 miljoen euro te verlagen. Ik zie daar ook geen extra inspanningen. U schroeft een paar besparingen terug, maar daar blijft het bij. Extra investeringen zie ik bijna niet, laat staan in Welzijn.

Voorzitter, ik was aan het zeggen dat de alternatieven niet geloofwaardig zijn. Deze alternatieven gaan gemakshalve ook voorbij aan het feit dat elk tekort dat Vlaanderen opbouwt, de saneringsoperatie op federaal niveau binnen de nv België en dus ook de sociale zekerheid bezwaart, terwijl die nu al van een totaal andere grootteorde is. Ik heb er niet zelden een papiertje bij genomen in een poging om alles wat aan vermeende alternatieve keuzes werd voorgesteld aan uitgavenzijde in evenwicht te brengen met wat er te verwachten is langs de inkomstenzijde. Ik heb telkens moedeloos moeten opgeven. De rekening klopte nooit. Het straffe ervan is dat het de overtuiging is van de oppositie dat de rekening ook niet moet kloppen. De regering mag voor haar noodzakelijke ingrepen uitstellen en bijkomende schulden opbouwen. Bovendien heeft deze aanpak slechts tot gevolg dat de beleidsruimte voor nieuw beleid – zoals we de voorbije uren al een paar keren hebben kunnen zeggen – waarin deze regering in de tweede helft van de legislatuur voorziet, alleen maar verkleint.

Als we vanaf 2015 zo snel mogelijk de begroting op orde zetten, dan creëren we beleidsruimte om te investeren in scholenbouw, in extra voorzieningen voor kinderopvang, voor ouderen en personen met een handicap. We stellen dat niet uit tot 2017-2018. De eerste opstappen zijn in 2015. Er wordt al 65 miljoen euro extra geïnvesteerd in welzijn, 40 miljoen voor zorg voor personen met een handicap en 50 miljoen voor scholenbouw, 20 miljoen voor onderzoek en ontwikkeling en het versterken van het economische leven, 5 miljoen voor leefmilieu en natuur. Dat gebeurt in 2015, mijnheer Crombez.

De heer John Crombez (sp·a)

Mijnheer Van den Heuvel, u moet het verslag van de Commissie voor Onderwijs eens bekijken want de discussie is al iets verder gevorderd. Puur voor scholenbouw is er in die commissie gezegd dat er 31 miljoen euro minder is dan gepland. Het staat in de verslagen en de minister heeft het toegegeven. Ik zou voorzichtig zijn om dat te plaatsen in uw rijtje van goede voorbeelden. Die discussie zijn we al voorbij. Het is zoals met de studiebeurzen. In september zei men dat het geld voorzien was.

Er is een verschil tussen beleids- en betaalkredieten.

De heer John Crombez (sp·a)

In september werd er vlot gezegd dat de studiebeurzen volledig betaald zouden worden, alsook de scholenbouw. Ondertussen is het anders gebleken en de minister van Onderwijs is daar correct in geweest. Het is wat het is, maar haal dat niet aan als goede voorbeelden. Er is in de scholenbouw 31 miljoen euro minder dan voorzien.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Mijnheer Crombez, u weet dat er voor scholenbouw in deze legislatuur in 500 miljoen euro extra is voorzien. Hoeveel is er voorzien in uw alternatieve plan?

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, hoe laat start het debat over de alternatieve begroting en de alternatieve sp.a-begroting in het meerjarenplan? (Opmerkingen)

Ik zal direct antwoorden. Wacht eens, collega’s, als jullie vragen stellen, zullen wij antwoorden. Maar het moet wel heel duidelijk zijn. Als wij met betrekking tot de begroting van 2014 tot op dit ogenblik op 400-500 miljoen euro na niet weten waar we aan toe zijn, is dat iets wat blijft hangen. Ik wil dan wel voor de rest van de tijd, tot we een antwoord krijgen, gerust over de sp.a-voorstellen praten. Als het gaat over scholenbouw, en de heer De Meyer weet dat wel, dan zou sp.a, als wij zouden regeren, de opstap van de scholenbouw die over meerdere jaren was voorzien, ook volledig voorzien. Dat komt neer op 500 miljoen euro, en dat weet u zeer goed.

De voorzitter

Vergis ik mij als ik denk dat het het eerste jaar 0 euro was? Zo heb ik dat toch begrepen?

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Zeer juist. U hebt mij goed begrepen, voorzitter.

De heer John Crombez (sp·a)

0 euro. Er was een pad voorzien voor elk jaar 50 miljoen euro bij. Dat bleef onveranderd. Dat was nu net de hele discussie in de commissie Onderwijs. Er was in 31 miljoen euro minder voorzien. Zelfs de minister heeft dat toegegeven.

De voorstellen van de oppositie zien trouwens ook over het hoofd dat er, wanneer er op dit moment in min wordt gegaan, geen enkele buffer meer voorhanden blijft indien de economie een nieuwe oplawaai te verwerken zou krijgen. Aan wie meent dat het opbouwen van een deficit de manier is om de economische relance aan te trekken, zeg ik dat dit niet geldt voor een open economie, en dus niet voor de Vlaamse economie.

Beste collega’s, beleid voeren is meer dan populistisch inpikken op de waan van de dag, op het hot item van de dag. De oppositie heeft de luxe om te eisen dat vandaag de nood aan scholen onmiddellijk wordt opgelost, om de dag nadien de modernisering van het secundair onderwijs aan de beurt te zien komen, en de maximale uitbouw van de zorg te eisen. Overmorgen moeten dan de files onmiddellijk verdwijnen. De oppositie schreeuwt uit dat de uitdagingen in de economie en de landbouw met een druk op de knop zijn opgelost. En dat in combinatie met het vrijwaren van ons leefmilieu. En passant wordt dan ook nog snel de betaalbaarheid van energie en wonen geregeld. Voor de oppositie is het heel gemakkelijk: het is een ‘en-en-en-en-verhaal’. Maar voor wie het engagement aanging om de toekomst aan te pakken, is het complexer. Wij stellen dag in dag uit vast dat de bomen niet tot in de hemel groeien en dat dromen niet altijd een afspiegeling zijn van de realiteit.

Collega’s van sp.a, ik richt mij speciaal tot jullie. 25 jaar lang hebben jullie meebestuurd. 25 jaar lang hebben jullie onafgebroken in de Vlaamse Regering gezeten. 25 jaar hebben jullie aan den lijve ondervonden dat er geen vingerknipoplossingen bestaan voor maatschappelijke uitdagingen en de enorme problemen van vandaag. Jullie zitten nu welgeteld vier-vijf maanden in de oppositie en plots hebben jullie wel een ‘deus ex machina’-machine uitgevonden die alle problemen in een vingerknip oplost. Is dit consequent? Is dit oprecht? Is dit nog ernstig? De context waarin wij moeten werken, dwingt ons tot fundamentele keuzes. Deze keuzes moeten ervoor zorgen dat Vlaanderen zijn bevolking een sterk onderwijs en een ongeëvenaard zorgaanbod kan blijven bieden. We moeten zuurstof bieden voor onze leefomgeving, zonder onze economie te schaden en jobs op de helling te zetten, zelfs in periodes van laagconjunctuur. Het betekent dat we modellen moeten bouwen die het niveau van het ‘one shot’ ver overstijgen. Dit Vlaanderen kiest voor een fundament dat wars van eenmalige mee- en tegenvallers onverkort stabiliteit biedt.

Daarom, collega’s, is deze begroting meer dan een loutere boekhouding, meer dan cijfers na de komma. Dit gaat om de essentie van de politiek, als motor van de samenleving, het creëren en garanderen van welvaart en welzijn. Dit gaat om jongeren, ouderen, mensen met een beperking en gezinnen van nu en ook – en vooral – van morgen. Wij steunen deze regering en het begrotingspad aan de hand van vier duidelijke principes. Ik illustreer die graag met enkele duidelijke voorbeelden.

We evolueren bewust naar een slimmere overheid. Die overheid is niet hard en dominant. Het is een partner van sociaal-economische en sociaal-culturele gangmakers. We kiezen resoluut voor een slank en krachtig overheidsapparaat dat zich verder concentreert op zijn kerntaken en op een optimale, onberispelijke dienstverlening aan burgers, bedrijven en mensen.

Tegelijkertijd zal de personeelsomvang tegen 2019 met bijna 2000 personeelsleden dalen. Dat is een daling in aantal, maar voor een organisatie die zich op haar kerntaken richt, betekent dit zeker geen besparing op of vermindering van de dienstverlening.

Deze bestuursmeerderheid heeft de ambitie meer vertrouwen te schenken aan de diverse maatschappelijke partners in onze Vlaamse samenleving. De hogescholen zullen niet langer veel tijd en geld aan visitatiecommissies moeten spenderen om hun werking te laten evalueren. Ze zijn daartoe in hoge mate zelf in staat. We verminderen de administratieve druk op leerkrachten. We vereenvoudigen en versnellen de vergunningsprocedures om de meest adequate omgeving voor investeringen en ondernemingen te creëren. De invoering van de omgevingsvergunning door minister Schauvliege is daarvan het beste voorbeeld.

We matrakkeren de gemeenten niet langer met allerhande administratieve verplichtingen om hun beleid te verantwoorden. We schenken onze lokale besturen vertrouwen. Ze zijn immers volwassen genoeg om op basis van hun kennis van het veld te bepalen waar ze hun middelen het best inzetten. Die middelen, die hun door de ongewijzigde groeivoet van het Gemeentefonds blijvend worden gegarandeerd, bieden ruimte om volop te focussen op het welzijn en de noden van hun bevolking en hun mensen. Ze hoeven zich hiervoor niet op een papierberg te baseren.

Een dergelijke overheid bewijst haar slagkracht. Ze wekt en schenkt vertrouwen. Ze trekt zich niet terug en toont zich niet moedeloos. Ze stelt zich op als een slimme en sterke partner van de mensen die vooruit willen.

Het tweede principe is dat we met een toekomstgerichte fiscaliteit een motor willen zijn. Met de slimme kilometerheffing werken we aan een vorm van tax shift op het niveau van de Vlaamse overheid. De kilometerheffing voor vrachtwagens in Vlaanderen wordt minutieus voorbereid. De invoering in 2016 bevindt zich in de laatste rechte lijn.

We willen verder op de ingeslagen weg. We maken werk van een modernisering en een vereenvoudiging van de registratierechten, de successierechten en de schenkingsrechten. We gaan hierbij uit van een globaal en sociaal evenwichtige visie op de Vlaamse woon- en vermogensfiscaliteit. Discriminaties worden weggewerkt en achterpoortjes worden gesloten.

Het derde principe is dat we in mensen investeren. We beschermen ons zorgsysteem, ons sociaal weefsel en ons vangnet. De structuurhervormingen in het onderwijs dragen ertoe bij dat jongeren sneller en beter zullen worden georiënteerd. Om de ongekwalificeerde uitstroom te vermijden en elke jongere zijn capaciteiten optimaal te laten ontwikkelen, komt er een vlottere overgang tussen studie en arbeidsmarkt. Om die reden zetten we vanaf 2015 sterker dan ooit in op een goede afstemming tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. We bouwen de overbodige tussenschotten af.

We kiezen resoluut voor leren en werken. We gebruiken de nieuwe hefbomen van de zesde staatshervorming om een sterker arbeidsmarktbeleid te voeren. We kunnen eindelijk op een veel betere manier activeren en sanctioneren.

We harmoniseren het doelgroepenbeleid. De 11 Vlaamse maatregelen en 23 doelgroepenkortingen worden herleid tot maatregelen die op drie welomlijnde doelgroepen focussen. Het gaat om de jongeren, de 55-plussers en de personen met een arbeidshandicap. We zetten het instrument van de dienstencheques volop in. We doen alles om zo veel mogelijk mensen een kans op een job te bieden. Iemand naar een job leiden, is het sterkste gezinsbeleid.

Wat welzijn betreft, gaan we verder langs het pad dat tijdens de vorige legislatuur is uitgetekend. We integreren de nieuwe bevoegdheden ten gevolge van de zesde staatshervorming tot een volwaardige sociale bescherming.

In 2015 bedraagt het welzijnsbudget maar liefst 10,5 miljard euro. We rollen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap uit. We zetten een nieuw kinderbijslagsysteem op. De sociale toeslag zal op gezinsmodules worden gebaseerd. We creëren meer plaatsen voor jongerenwelzijn en voor kinderopvang.

Deze Vlaamse Regering maakt van zorg en welzijn een speerpunt. Dit zal in 2015 zichtbaar zijn. Er wordt onmiddellijk 65 miljoen euro voor nieuw beleid ingezet.

Om extra plaatsen te creëren in de inkomensgerelateerde kinderopvang voeren we een tariefaanpassing door. Ten slotte blijven we investeren in infrastructuur en in onze omgeving.

Het ‘Scholen van Morgen’-project wordt verder onverkort uitgerold. We blijven investeren in de mobiliteit van heel Vlaanderen. De weg die minister Crevits vorige legislatuur insloeg om de kwaliteit van onze autosnelwegen op te waarderen, heeft vruchten afgeworpen. Het is nu aan de nieuwe minister van Mobiliteit om op dezelfde weg verder te gaan wat de gewestwegen betreft, niet alleen in de stad, maar ook in het buitengebied. De proefprojecten verkeersmanagement moeten worden voortgezet, maar ook het beleid inzake grote werken en missing links wordt voortgezet, met de A11 in West-Vlaanderen en de spoorwegtunnel Liefkenshoek. De verkeersknopen rond Antwerpen en Brussel blijven prioritaire aandacht vragen.

En dan is er de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Deze Vlaamse Regering moet ondubbelzinning kiezen voor een evenwicht dat onze landbouwers redelijk compenseert en toch de vooropgestelde natuurdoelstellingen realiseert. Van een keuze voor landbouw of natuur kan in dit dossier geen sprake zijn. Beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De voorzitter

Mevrouw Van den Bossche heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, ik had al wat eerder mijn hand opgestoken, toen u het had over de inkomensgerelateerde kinderopvang. We hebben daarover een discussie gevoerd in de commissie. Zoals u weet, staat er in het decreet ingeschreven dat de Vlaamse overheid er in 2020 borg voor zou moeten staan dat elk kind een kwaliteitsvolle en betaalbare plek heeft in de kinderopvang. Dat betekent voor heel wat kinderen dus een inkomensgerelateerde plek, want niet iedereen kan 25 euro per dag uitgeven aan kinderopvang.

Nu is het zo dat deze regering geen groeipad heeft uitgetekend voor die inkomensgerelateerde kinderopvang en dat ze dat ook niet wil doen. De minister heeft gezegd dat ze dat niet doet. Als u daaraan toevoegt dat u een tariefaanpassing doet die inkomensgerelateerd is, wil ik u er graag aan herinneren dat die inkomensgerelateerde tariefaanpassing erin bestaat dat de laagste inkomens veel meer zullen betalen dan vandaag. Dat is inderdaad inkomensgerelateerd: wie weinig heeft, betaalt veel extra.

Maar het is wel niet inkomensgerelateerd op een manier zoals u liet verstaan. Het is allesbehalve sociaal. U haalt 5,5 miljoen euro extra binnen door mensen met een heel laag inkomen meer te vragen voor kinderopvang terwijl het net die kinderen zijn die het meest baat hebben bij die vroege kinderopvang. Dat wijst elke studie uit. De combinatie van een gebrek aan een groeipad en een duurdere factuur voor mensen die het echt moeilijk hebben om die te betalen, is allesbehalve sociaal.

De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Mevrouw Van den Bossche, u vergeet – toevallig of bewust – dat er heel speciaal wordt voorzien in een allerlaagste tarief voor de gezinnen die gekend zijn bij onze OCMW’s. Dat hebben we verleden week nog gezegd in de plenaire vergadering. Ik denk dat dat pas een sociale maatregel is, die er extra bij komt.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Voorzitter, ik wil even reageren op de opmerking van mevrouw Van den Bossche over de kinderopvang.

Eerst en vooral heeft mevrouw Schryvers natuurlijk gelijk. Het blijft 3 euro voor de behartenswaardigen, de mensen die het echt nodig hebben. (Opmerkingen van mevrouw Katrien Schryvers)

Excuses, 1,56 euro. Juist.

Er zit wel degelijk een logica achter de rest van de aanpassing. Indien u het mij vraagt, is het een heel goede logica. Wat leren we uit armoedeonderzoek? Wat is de beste remedie tegen armoede? Werk. We willen mensen in staat stellen om te gaan werken. Daarvoor dient die kinderopvang, om er effectief voor te zorgen dat mensen hun werk kunnen combineren met een gezinsleven. Om die reden hebben we er inderdaad voor gezorgd dat de laagste premie stijgt, los van die behartenswaardigen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat het effectief werkende mensen zijn die daarvan gebruikmaken en uiteraard ook iedereen die in een traject naar werk zit, naar een opleiding of wat dan ook. Dat is de logica die erachter zit. Met de kinderopvang willen we inzetten op mensen die werken.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Het is boeiend om te zien hoe de heer Diependaele het probleem nog wat groter heeft gemaakt en zo het betoog van mevrouw Schryvers heeft geneutraliseerd. Mevrouw Schryvers heeft ons gezegd dat er voor de allerarmsten, diegenen die gekend zijn bij onze OCMW’s, een zeer laag tarief blijft. Ik wil u er gewoon op wijzen, aller collega’s, dat er heel veel meer mensen zijn die problemen hebben om elke maand rond te komen en die niet gekend zijn bij onze OCMW’s. Wat u bereikt met uw sociale correctie – het is bijna het debat van deze ochtend – is veel beperkter dan diegenen die het nodig hebben.

Maar zelfs als ze dat heel lage tarief zouden kunnen betalen, dan zal er geen plaats zijn. Collega Diependaele heeft net gezegd dat het de beleidsintentie is om de plaatsen voor te behouden aan degenen die werk hebben. En met de bestaande tekorten betekent dat dat de groep voor wie mevrouw Schryvers net gepleit heeft, geen plaats meer zal hebben in de kinderopvang. Waarvan akte.

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Ik sluit me daarbij aan, collega’s. Als je de groep van mensen die recht hebben op het laagste statuut, verkleint, ben je natuurlijk geen sociale correcties aan het doorvoeren.

Waar ik in dit debat vooral moeite mee heb, is dat als we daar in de commissie vragen over stelden, de minister antwoordde: we moeten de modaliteiten nog bekijken van hoe we het uitvoeren. Tegelijk hoor ik hier tot in de technische details uitgelegd worden hoe het concreet zal gaan. Het zou het debat verhelderen als de regering ons een duidelijk overzicht zou geven van hoeveel en op welke manier de bijdragen van de ouders vormgegeven zullen worden, en wel om twee redenen. Ten eerste weten de ouders dan waar ze aan toe zijn. En ten tweede: u verwacht als regering 5,5 miljoen euro extra inkomsten vanuit die verhoogde bijdrage. Als ik goed kan rekenen, komt u daar niet met enkel de oefening die nu wordt voorgesteld. Dus moet daar nog een andere oefening bovenop gebeuren. Kunt u ons een tabel geven van hoe er 5,5 miljoen euro extra inkomsten zullen zijn door middel van de ouderenbijdrage voor alle inkomstencategorieën, niet alleen voor de laagste?

Beste collega’s, ik ben ervan overtuigd dat er een ruim draagvlak is voor de noodzakelijke hervormingen die deze regering zal doorvoeren. Maar de sociale onrust toont aan dat er nog sterk moet worden geïnvesteerd in de uitbreiding ervan. Precies daarom blijft CD&V er binnen deze regering op hameren om sterk te investeren in sociaal overleg. We zijn ervan overtuigd dat wat we nu doen, effectief de toekomst veilig stelt, maar alleen wanneer dat gebeurt in nauw overleg met het werkveld.

Die dialoog met onze maatschappelijke partners zal ons toelaten aangereikte alternatieven af te wegen en bij te sturen waar nodig, binnen de gestelde budgettaire marges. Het vertrouwen van deze meerderheid in hun engagement en knowhow zal leiden tot de sterkst mogelijke vereenvoudigingen en moderniseringen. Hervormingen die gedragen, duurzaam en efficiënt zijn.

Niemand ontkent intussen de intense dialoog die minister Crevits met het onderwijsveld en minister Vandeurzen met de verschillende welzijnssectoren voeren. CD&V maakt deel uit van deze Vlaamse Regering, omdat we geloven in economische groei én sociale vooruitgang. En dat is geen verhaal van links of van rechts. Hiermee staan wij pal in het midden, het moedige midden. Van daaruit zullen wij vooruitgaan, samen met al diegenen die pleiten voor noodzakelijke hervormingen, maar wel in sociaal overleg; samen met al diegenen die pleiten voor solidariteit tussen de mensen vandaag, maar ook voor solidariteit met de generatie van morgen, de generatie van onze kinderen en kleinkinderen; samen met al diegenen die pleiten voor een kwalitatieve overheid, maar beseffen dat daar ook een redelijke vergoeding tegenover mag staan; samen met al diegenen die pleiten voor een duurzaam sociaal beleid, wat geen synoniem is voor een duur sociaal beleid; samen met al diegenen die pleiten voor een billijke bijdrage aan ons sociaal welvaartsysteem, vanuit alle deelnemers aan onze samenleving.

Kortom, collega’s, de tegenstelling dient zich kristalhelder aan: moeilijke keuzes durven maken versus het gemakshalve uitstellen van keuzes. De gemakkelijke weg die de toekomst bezwaart versus de minder evidente route die ervoor kiest om de toekomst te maken. Kortstondig electoraal gewin versus politieke moed met de blik op lange termijn. Visies mogen uiteenlopen, collega’s, maar die van CD&V is heel duidelijk: weg van polarisering, weg van uitgemolken stereotypen die elke samenspraak en werkbare oplossingen alleen maar bemoeilijken. Onze uitgestoken hand is de enige manier om de toekomst samen vast te pakken. Wie bereid is om constructief mee te bouwen, neme ze aan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw Gennez heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, ik hoorde u terecht pleiten voor dialoog. U bewierookte de dialoog die deze Vlaamse Regering zou opzetten met verschillende partners in het middenveld en maatschappelijke actoren, die inderdaad de toekomst mee vorm willen geven.

Als ik het over het onderwijsveld heb, vind ik dat de dialoog daar op een aantal vlakken serieus spaak is gelopen. Er wordt ongelooflijk zwaar bespaard. Voor de eerste keer in de geschiedenis van de Vlaamse onderwijsbegroting daalt het bedrag nominaal. Er wordt dus minder geïnvesteerd in onze kinderen, in de vorming van onze kinderen voor de toekomst. U evalueert ook niet. U gaat gewoon dingen schrappen, zonder de dialoog aan te vatten. U zegt tegen de partners in het middenveld dat ze de keuze hebben tussen lijdzaam ondergaan en slikken, of onderaannemer worden van een besparingspolitiek waarvan OESO, Europese Unie en allerlei internationaal gerenommeerde instellingen zeggen dat het de foute keuze is. U kunt toch niet, in alle eerlijkheid, van mensen in een regionaal technologisch centrum (RTC), van mensen in een expertisenetwerk in het onderwijs, van mensen in het hoger onderwijs, van mensen bij de koepels verlangen dat ze mee de revolver aan hun eigen slaap houden en collectief zelfmoord plegen? Dat is wat u op dit moment van expertisenetwerken, van consortia in het volwassenenonderwijs, van de RTC’s vraagt. Dit is schuldig verzuim. Dit is geen dialoog, tenzij wij van een aantal dingen niet op de hoogte zijn. Mijnheer Van den Heuvel, als u meer weet over die dialoog, aarzel dan niet om ons op de hoogte te brengen zodat ook de mensen in het veld van hun onrust verlost zijn.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer (CD&V)

Ik moet uiteraard niet namens de minister antwoorden, want zij zal dat morgen wel doen.

Ik heb in de commissie wel begrepen dat de minister met de sociale partners en alle instellingen die vragen om bijsturingen te doen, hoe dan ook een gesprek zal hebben of reeds gehad heeft. Ik veronderstel dat de minister er morgen uitvoerig op zal antwoorden.

Mevrouw Gennez, als ik minister Crevits bezig zie, straalt zij uit dat ze aan het hele onderwijsveld een luisterend oor wil bieden om in samenspraak met alle partners haar onderwijsbeleid vorm te geven en straalt zij uit dat ze meer vertrouwen wil geven, meer vertrouwen wil geven aan de leerkrachten, meer vertrouwen wil geven aan de inrichtende machten, meer vertrouwen wil geven aan de directies, meer vertrouwen wil geven aan de autonomie van de scholen en minder visitatiecommissies, minder regeltjes, minder paperassen. Het is heel duidelijk dat ze dat pad wil bewandelen in samenspraak met de diverse partners.

Ik ben blij dat de heer Van den Heuvel vertrouwt op een uitstraling. Het is misschien eerder iets van een christelijke leer dat men van een halo alle heil verwacht.

Wij kijken toch liever naar de cijfers en dan zien we drastische besparingen, het terugdringen van de werkingsmiddelen in het secundair en basisonderwijs, een verhoging van de facturen in het kleuter- en basis- en hoger onderwijs. We zien ook dat alle dialoogstructuren die mogelijk worden gemaakt in het onderwijs tussen netten, tussen het middenveld en tussen de politiek, eraan gaan. Of het nu in het technisch en beroepsonderwijs gaat over RTC’s die de link leggen tussen het onderwijsveld en de economie, of het nu gaat over expertise in het hoger onderwijs voor de lerarenopleiding die wij willen hervormen en versterken, of het nu gaat over de consortia in het volwassenenonderwijs die het aanbod moeten rationaliseren, nergens wordt de dialoog gevoerd. In onze opvatting van participatie en van dialoog probeer je eerst structuren en hun doelstellingen te evalueren en als je vindt dat er dingen spaaklopen, dan ga je de dialoog aan en probeer je te verbeteren wat fout is. En alles kan beter, mijnheer Van den Heuvel, laten we het daarover eens zijn. Maar wat je niet doet als je zegt dat je een dialoog wil voeren, is eerst 190 miljoen euro besparen over twee jaar in dé sector van de toekomst, het onderwijs, en dan zeggen dat je zult nagaan of er na die echte rammeling misschien volgend jaar er toch nog een extra peulschil komt. Dat is toch geen goed bestuur? Alleen al om dat principe, zou u een medestander van onze kritiek moeten zijn. Puur en alleen op gezond verstand en goed bestuur.

De heer John Crombez (sp·a)

Ik wou reageren op wat de heer De Meyer zei. Minister Crevits straalt waarschijnlijk zodanig fel dat sommige mensen er koorts van krijgen. De essentie van wat hier gebeurt en in de andere parlementen op het vlak van overleg en dialoog is het volgende. Als u zegt dat u het uitstraalt dat u een dialoog zult voeren, verwijs ik naar mijn punt van daarstraks. Waarom vraagt u dan dat we hier binnen twee, drie dagen goedkeuren dat die budgetten worden geschrapt? Minder ondersteuning in het onderwijs, het inschrijvingsgeld omhoog, hetzelfde bij Welzijn. U wilt erover stemmen en dan gaat u het bespreken. Dat gebeurt er voortdurend en overal.

Er was één element te kort in uw toespraak, mijnheer Van den Heuvel. U zegt dat het sociaal overleg in uw DNA zit. Ik dacht bijna dat u zou zeggen dat er federaal en Vlaams bereidheid is om over de maatregelen te spreken. Ik dacht dat u met overleg en dialoog bedoelde, mijnheer De Meyer, dat de regering bereid is om met die partners over de maatregelen te spreken. Dat zou nieuws zijn. Daar zouden buiten het parlement heel wat mensen deugd van hebben.

Al degenen met wie de ministers hebben gesproken, zijn nadien compleet in paniek geslagen. Dat is tot nu toe het resultaat van dialoog. Zorgnet, de Gezinsbond, OKRA, de Bond van Trein-, Tram- en Busgebruikers, de expertisenetwerken, de professoren, de studenten. Minister Crevits moet enorm hebben gestraald. Alle mensen met wie er is gesproken, hebben nadien gecommuniceerd dat het er slecht uitziet voor de toekomst, voor wat zij waardevol vinden. Dat is de wereld op zijn kop. Als je echt dialoog wilt, kun je niet eerst besparen en vraag je niet aan iedereen hier om daarover te stemmen. Het is snijden en nadien praten. Dat is nieuw in Vlaanderen en in België. Daarover moet u duidelijk zijn.

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Helsen (CD&V)

Collega’s, ik wil toch reageren. Mevrouw Gennez, u geeft de indruk dat er geen enkele vorm van overleg of dialoog is op het vlak van onderwijs. Op het moment dat u vragen stelde aan de minister van Onderwijs over de expertisenetwerken, heeft ze in de commissie heel duidelijk gesteld dat ze pas overleg had gehad met hen. Ze heeft met verschillende organisaties binnen het onderwijsveld overleg gepleegd en ze zal nog veel overleg plegen. Dat is heel duidelijk en ze heeft het in de commissie bevestigd. Ik vind het dus niet correct dat u nu de indruk geeft dat er geen enkele vorm van overleg of dialoog is.

Het klopt, wij hebben ervoor gekozen om niet te raken aan de kern van het onderwijs, maar om te kijken waartoe nieuwe structuren die we hebben opgericht hebben geleid en of het nodig is, om de doelstellingen te halen, dat we die structuren in stand houden. Over de expertisenetwerken zijn nog geen duidelijke keuzes gemaakt. De minister heeft heel duidelijk gezegd dat ze in dialoog is en dat ze zal kijken tot welk resultaat ze kunnen komen. We moeten voorzichtig zijn als we daarover uitspraken doen.

De voorzitter

Goed, dat debat zal ongetwijfeld vandaag of morgen nog worden gevoerd met de minister van Onderwijs.

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, geachte leden van de regering, ik vind eerlijk gezegd dat we bezig zijn aan een zeer boeiend debat. U hoeft het niet met de oppositie eens te zijn, maar ik denk wel, mijnheer Van Dijck, dat we erin geslaagd zijn om het debat naar een andere dimensie te brengen.

Herinner u – ik ga als historicus graag even terug naar het verleden – dat hier al maanden geleden tegen ons werd gezegd dat wij geen alternatief hebben. Ik vind het echt boeiend dat we vandaag ook kunnen discussiëren over alternatieven die zijn neergelegd, of u ze nu goed vindt of niet. Welke keuze maakt de nieuwe regering van de N-VA, Open Vld en CD&V? Wat zal ze doen met het belastinggeld van de mensen? Dat is de kern van het debat vandaag, van het begrotingsdebat.

Ons standpunt daarover is bekend. Ik zeg dan ook niets nieuws meer, maar samengevat: volgens ons maakt de regering-Bourgeois, met haar op sommige punten toch wel kille besparingen en facturen die worden doorgeschoven naar heel wat mensen in Vlaanderen, de verkeerde keuze. We hebben een tegenvoorstel gedaan, waarbij we vanaf dag één besparen met slimme besparingen en toch een begrotingsevenwicht in 2018 bereiken, via een federale en een Vlaamse tax shift. Mijnheer Van den Heuvel, ik denk dat die tax shift meer is dan een kilometerheffing voor vrachtwagens. Wij staan daar volledig achter, maar u zegt een tax shift op Vlaams niveau te hebben ingebouwd. Het is een kleine tax shift: dat geef ik toe. We steunen die, dus op dat vlak is er geen probleem.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Rzoska, ik ga volledig akkoord: het is goed dat er alternatieven komen, dat we het daarover kunnen hebben. Dat is een goed debat. Ik heb uw voorstel echter bekeken, en dat is geen tax shift, maar een tax lift. De algemene belastingen gaan gewoon omhoog. Ik zie hier een vermogensrendementsheffing staan. U stelt dat voor. Er is de onroerende voorheffing op de tweede woning. Er is de zorgverzekering. Er is de belasting op verharde oppervlakten. Er is de verkeersfiscaliteit. Dat moet allemaal stijgen. Qua verkeersfiscaliteit gaat men van 120 naar 470 euro. Dat is een tax lift, geen tax shift. Dat is een cruciaal verschil. Wij pleiten er uitdrukkelijk voor, zowel met deze Vlaamse Regering als met de Federale Regering, om geen belastingen te verhogen, omdat we al in het meest belaste of bijna het meest belaste land van Europa leven. (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Diependaele, ik neem het u niet kwalijk, maar u leest natuurlijk zeer selectief. U pikt er een aantal dingen uit. Ik vermoed dat u of uw studiedienst dat wel heeft nagerekend. Ons plan bevat voor 45 procent besparingen en bevat inderdaad voor 55 procent lasten. Dan gaat het niet over extra lasten, maar over lasten die we verschuiven. Vlaanderen is immers geen eiland: men kan niet aan de ene kant hier voluit gaan voor de besparingen zonder dat men federaal ook ingrijpt. We hebben inderdaad die vermogensrendementsheffing. Mijnheer Van den Heuvel, misschien kan ik die iets beter toelichten dan ik daarnet heb gedaan. Dit is geen waan van de dag. Dit is geen nieuw idee, gezien de context van wat er zich nu buitenaf afspeelt. Dit zat wel degelijk in ons programma, dat we ook hebben voorgelegd bij de verkiezingen. Dit is gewoon het consequent doorvoeren. Vandaag hebben we federaal concreet voorgelegd hoe wij dit eigenlijk zien. Dat is de zuurstofbegroting. Daar zitten elementen in die terugkomen en die u ook zult terugvinden in het programma dat we hebben voorgelegd.

Mijnheer Diependaele, uiteraard hebben we dit ook samen met de federale collega’s bekeken. U zult zien, als u de volledige rekening maakt, dat er wel degelijk ook een aantal dingen worden geschrapt. De successierechten, de erfenisrechten, de registratierechten worden geschrapt en vervangen … (Opmerkingen van de heer Matthias Diependaele)

Neen, dat is het Vlaamse. Vandaag is het federale voorgesteld. Dat weet ik. Dat zit in die vermogensrendementsheffing, waarvan we via de federale overheid wel degelijk een aantal inkomsten naar Vlaanderen halen.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

U noemt daar een hele reeks zogezegde belastingverlagingen. Dat is zogezegd federaal, maar een deel ervan is Vlaams, bijvoorbeeld de successierechten. Dat zit hier niet in. U zegt dan dat dit onder die vermogensrendementsheffing valt. Uw vermogensrendementsheffing brengt in 2015 niets op, in 2016 1,1 miljard euro en dit moet stijgen naar 1,5 miljard euro. Voor alle duidelijkheid, ik heb er geen enkel probleem mee dat u dat voorstelt. Ik vind het moedig dat u een alternatief op tafel legt, maar wees er op de eerste plaats eerlijk over. Dit is een tax lift: u verhoogt de belastingen. Ontken dat dan niet. Wees ook correct. De successierechten zijn Vlaams.

Dat weet ik, en die staan ook in de tabel. U hebt die tabel voor u. Als u in die tabel de besparingen en de nieuwe inkomsten bekijkt, dan ziet u een vermogensrendementsheffing. Een deel daarvan komt ook naar Vlaanderen. De filosofie van wat we zowel vorige week als deze week hebben ingediend, is dat er wel degelijk wordt gewerkt aan een vermogensrendementsheffing waarbij we een aantal dingen afschaffen. Dat betekent dat ze er op Vlaams niveau niet meer zullen zijn. Via de vermogensrendementsheffing federaal laten we dit opnieuw voor een deel naar Vlaanderen komen.

Wij hebben een oefening gemaakt over een periode van meerdere jaren, voor 2015-2019, en die op tafel gelegd. Ik vind het goed dat u die tabel hebt bekeken.

Ik ga verder dan de Vlaamse Regering; zij heeft een meerjarenraming op tafel gelegd, laat ons eerlijk zijn, die ongeveer zes maand houdbaar is, en er moet nog politiek getrancheerd worden. Wel, Groen legt zijn kaarten op tafel. Wij hebben een pad voor de volgende vijf jaar op tafel gelegd.

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Om te beginnen, een meerjarenraming is een instrument dat gevraagd wordt door dit parlement. Dat is decretaal vastgelegd. Het begint van een nulpunt, dat wordt op foto vastgelegd, dan wordt de raming mathematisch berekend voor de komende vijf jaar. Dat is geen begroting want dan maakt men keuzes, het is een raming.

Laten we alstublieft stoppen met dat constant verkeerd te interpreteren. Het is wat het is. Het is wat het decretaal moet zijn, en daar houden we ons aan.

U zegt dat er iets in de vermogensrendementsheffing zit, maar dat blijkt niet uit uw document. Daar blijkt alleen uit dat u tegen 2019 1,5 miljard euro extra belastingen heft. Of er nu andere dingen worden afgeschaft of niet, of wat dan ook, het is geen tax shift, het is een tax lift! Dat blijkt zeer duidelijk uit uw eigen documenten! Ontken dat niet! Ik heb er niets op tegen dat u dat voorstelt. Voor mijn part mag u voorstellen om 100 procent te belasten. Dat is uw zaak, maar ontken het niet! Zo staat het in uw documenten.

Neen, dat is niet waar, maar soit, ik zal u niet overtuigen.

Mijnheer Diependaele, u hebt het document echt wel zeer eng geïnterpreteerd, want er staan wel degelijk besparingen in. Het is wel degelijk de bedoeling om te werken aan de verschuiving van de lasten op arbeid die federaal zitten in de richting van – en dat zeggen wij niet alleen, dat wordt internationaal naar voren geschoven – vermogensbelasting en milieuvervuiling.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Over de milieufiscaliteit wordt wat meewarig gedaan, alsof we gewoon zo een paar miljoen euro zouden binnenhalen met een slimme kilometerheffing. Die toon wordt gezet.

Collega’s, ik nodig u uit om een recente studie in opdracht van onze administratie Leefmilieu, Natuur en Energie eens grondig door te nemen. Die studie gaat net uit van de grondige vergroening van de fiscaliteit in Vlaanderen. Daar zitten de grote winsten, zowel op fiscaal als op milieuvlak. In ons plan hebben wij daar een groot aantal zaken uit meegenomen en zelfs zeer ‘conservatief’ berekend.

Ik veronderstel dat u toch geloof hecht aan het studiewerk van onze eigen administratie, wel dan zou u eigenlijk ook geloof moeten hechten aan ons plan.

Waar het voor ons over gaat, is dat men op het moment van budgettaire schaarste andere keuzes kan maken dan degene die u maakt, collega’s. Het kan wel degelijk anders.

Ik vind dat deze regering van de N-VA, CD&V en Open Vld toch wel vreemde keuzes maakt. We hebben het er al uitgebreid over gehad. De regering zegt dat ouders meer moeten betalen voor kinderopvang en school, dat studenten zelf meer moeten betalen voor de universiteit, dat reizigers meer moeten betalen voor de bus en dat iedereen die meer moet betalen voor de zorg, geen garantie heeft dat er zorg in de plaats komt. Iedereen zal betalen voor elektriciteit en water zonder dat er echt werk wordt gemaakt van een duurzame energietransitie of bijvoorbeeld, en dat zit wel in ons plan, een beleid tegen overstromingen.

Wat betreft energie, mijnheer Van den Heuvel, zei u snerend dat wij daar nogal geld aan uitgeven. Wij hebben inderdaad een deel van de historische schuld via de algemene middelen in de meerjarenraming al een beetje proberen op te oplossen. Het was trouwens een verwijt in de commissie waar het alternatief van sp.a is besproken, en wij hebben de politieke moed gehad om een deel van de historische schuld in de meerjarenraming te zetten.

Misschien moeten we dan eens uw alternatieve inkomensbronnen één voor één overlopen. Dan kunnen we u vragen wat u daarmee bedoelt.

In 2015 wilt u al 245 miljoen euro halen uit een nieuw Green New Dealfonds. Van waar komen die middelen? Wie betaalt dat? De Vlaamse gezinnen? (Ontkenning door de heer Björn Rzoska)

De bedrijven? (Ontkenning door de heer Björn Rzoska)

U hebt ons plan niet goed gelezen, mijnheer Van den Heuvel. U zou beter eerst het plan lezen. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel)

Het Green New Dealfonds is ons systeem om de 250 miljard euro slapende spaargelden, waar iedereen het over eens is … In de vorige regering is daar niet te veel mee gebeurd. Wij hebben een concreet voorstel op tafel gelegd om een klein deel daarvan te mobiliseren – het gaat over 245 miljoen euro – via Belfius. U zou beter ons plan lezen voor u begint te schieten. (Applaus bij Groen en sp.a)

Mijnheer Rzoska, u bent begonnen over uw alternatief en u wil eigenlijk niet praten over de Vlaamse begroting. Als u zo fier bent over dat alternatief, dan mogen we daarover toch vragen stellen. U wilt 100 miljoen euro besparen op de aanleg van wegen. Geen missing links, langere files?

Een deel van de missing links en van uw infrastructuurwerken zoals de uitbreiding van de Brusselse ring hebben we daar inderdaad uit gehaald. We hebben wel in extra investeringen voorzien voor openbaar vervoer en voor andere methoden om de verzadiging van de Brusselse ring op te lossen. Ja, inderdaad, daar hebben we in geschrapt. Mijnheer Van den Heuvel, we schrappen ook in de verlieslatende regionale luchthavens, waar u mordicus geld in blijft pompen.

Ik heb het nu over wegen.

U stelt een vraag, en ik geef u een antwoord. Zoals de heer Diependaele en uzelf deze morgen hebben gezegd: wij hebben inderdaad keuzes gemaakt, andere keuzes dan die van de Vlaamse Regering, maar we hebben wel degelijk duidelijke, logische keuzes gemaakt waar ons alternatief in zit. Dat kunt u ons toch niet verwijten.

Neen, maar er is een duidelijk verschil. Ons Vlaamse wegennet kreunt onder de files. Ze moeten goed onderhouden worden – minister Crevits heeft daarin geïnvesteerd in de vorige legislatuur – en een beperkt aantal missing links kan worden doorgevoerd, maar dat doen jullie duidelijk niet. Het is goed dat de Vlaming weet dat jullie 100 miljoen euro minder willen investeren in het onderhoud en in nieuwe Vlaamse wegen.

200 miljoen euro extra in de zorgverzekering, wie betaalt dat?

Daar wil ik toe komen, maar u onderbreekt mij. U stelt me een vraag en u laat me niet eens de ruimte om een antwoord te geven.

U hebt vermoedelijk nog niet ver genoeg gelezen in de besparingsnota, maar we stellen wel degelijk voor om in 2015, 2016 en 2017 het evenwicht los te laten en naar een structureel evenwicht te gaan. Met het loslaten van dat evenwicht, investeren we 200 miljoen euro extra in zorg.

Maar betaald door Vlaamse gezinnen via de zorgverzekering?

Uiteraard. Weet u waarom, mijnheer Van den Heuvel? We hebben de oefening gemaakt. Het verwondert me eigenlijk dat u dat vraagt. Bij de Septemberverklaring heb ik de suggestie gedaan om de zorgverzekering inkomensafhankelijk te maken. Die oefening is perfect te doen. We hebben gekeken naar de inkomensdecielen die van de FOD kunnen worden aangeleverd, en uitgezocht hoe we ervoor kunnen zorgen dat de meest kwetsbaren in de samenleving op 10 euro kunnen blijven en dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat hebben we uitgewerkt. Voor de meeste mensen blijft dat hetzelfde, enkel bij de hoogste inkomensdecielen wordt het een premie voor de zorgverzekering van 80 euro per persoon, of 160 euro voor een tweepersoonsgezin.

Dat hebben we gedaan. En weet u wat de Vlaamse Regering doet, mijnheer Van den Heuvel? De Vlaamse Regering verhoogt systematisch en forfaitair voor iedereen de zorgverzekering, maar haalt wel haar eigen toelage vanuit de algemene middelen daaruit. U haalt dus 104 miljoen euro extra op bij de Vlaamse gezinnen en tegelijk haalt u er aan de achterkant 112 miljoen euro uit. Dat is niet het systeem en de oplossing die wij naar voren schuiven. (Applaus bij Groen en sp.a)

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Voorzitter, collega’s, ik zie dat er heel wat interesse is voor ons alternatief plan, wat natuurlijk heel positief is. Maar ik merk ook dat er heel wat technische vragen zijn, onder andere van de heer Van den Heuvel en misschien ook van een aantal andere mensen. Misschien kunnen we eens een vergadering beleggen om die techniciteit eens wat uit te klaren. Misschien geraken de mensen nog overtuigd, dat kan, maar ik voel dat er een nood is aan wat meer technische details. Laat ons straks eens afspreken, dan kunnen we dat meteen verduidelijken.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik heb twee vragen aan Groen. Ik lees dat u zegt dat u met een vermogensrendementsbelasting wilt werken die oploopt tot 7,5 miljard euro. De heer Diependaele zegt dat dat een belastingverhoging is. U zegt ook dat u geld zult transfereren naar Vlaanderen, want dat is een federale belasting, via een samenwerkingsakkoord. Dat kan natuurlijk niet via een samenwerkingsakkoord. Als er één zaak gebetonneerd is in de Grondwet, dan is het dat dit moet via de Bijzondere Financieringswet, en daar hebt u een tweederdemeerderheid voor nodig. Als u dit dan toch van plan was – ik heb dat nooit in uw verkiezingsprogramma gelezen, toen had u allerlei andere plannen, u bent weinig constant in wat u voorstelt – dan had u dat moeten inbrengen in de zesde staatshervorming. Met een samenwerkingsakkoord kunt u niet de Bijzondere Financieringswet vervangen. Dat is heel duidelijk tegen de Grondwet in.

Ik heb nog een andere vraag, mijnheer Rzoska. U zegt dat u gaat voor een Green New Deal, met aanzienlijke bedragen. Hoe ziet u dat eigenlijk? Wie betaalt die uitgaven? U zegt dat u slapend spaargeld gaat activeren. Is dat schuldopbouw van de Vlaamse overheid of bent u plots voor privé-initiatieven die rechtstreeks naar de investeerder gaan? Of gaat het via de Vlaamse overheid, die in uw voorstel leent via crowdfunding of hoe het ook moge heten. Dit is schuld. Ik zie nergens in uw tabellen hoe die Green New Deal, die plots als een deus ex machina over ons neerkomt, oploopt tot een kwart miljard euro ontvangsten. Wie gaat dat betalen?

Minister-president, ik heb geprobeerd om een debat op niveau te voeren en dus niet te beginnen sneren links en rechts. U moet ons programma voor 2014 maar eens goed lezen. Het staat nog altijd online op de website. Daar zit die vermogensrendementsheffing in. Ik begrijp dat u als minister-president een zeer drukke job hebt en niet alles kunt lezen. Ik probeer in dezen ook intellectueel eerlijk te zijn. Laat ons dan afspreken dat we dat tenminste doen.

Wat betreft de vermogensrendementsheffing, hebben wij met een aantal specialisten gesproken of dit kan via een samenwerkingsakkoord en of dit niet verloopt via de Bijzondere Financieringswet. Zij hebben ons gegarandeerd dat dit wel degelijk kan via een samenwerkingsakkoord. Wij hebben dat niet op tafel gelegd bij de Bijzondere Financieringswet om de heel eenvoudige reden dat daar een compromis in zit met een aantal bereidwillige partijen die niet langer geïnteresseerd waren in de blokkering van een land maar in een deblokkering om het een toekomst te geven. (Applaus bij Groen)

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Rzoska, u antwoordt niet op mijn derde vraag in verband met die Green New Deal. Ik ben eens benieuwd wie dat zal betalen, hoe u dat inbrengt, want ik zie dat niet in uw tabellen. Maar wat u zegt dat dit met een samenwerkingsakkoord kan, is absoluut onmogelijk. Dat is tegen de Grondwet. Dat moet via de Bijzondere Financieringswet. Dit vergt een tweederdemeerderheid. Het zou me benieuwen om die adviezen eens te zien.

Ik wil daar gerust op antwoorden. Ik kan niet meer zeggen dan dat wij onze specialisten op dat vlak geraadpleegd hebben, en dat zijn niet van de minsten. Zij hebben ons gegarandeerd dat dit eigenlijk wel via een samenwerkingsovereenkomst kan.

Natuurlijk, collega’s, is dit alternatief op tafel gelegd in de veronderstelling dat, net zoals bij jullie het geval is, op het moment dat je langs deze kant van de straat en langs de overkant van de straat eenzelfde regering hebt, je dergelijke dingen ook kunt regelen. Ik vind het wel wat minnetjes dat er nu op wordt gefocust dat wij zeggen dat het gaat via een samenwerkingsovereenkomst maar dat dat niet zou kunnen, terwijl wij nu al een aantal weken vinden, en niet enkel ik maar heel wat mensen in de commissie Financiën en Begroting, dat er dringend een Overlegcomité moet samenkomen om die verschillende financiële begrotingspaden op elkaar af te stemmen. Tot nu toe is dat nog niet gebeurd.

Mijnheer de minister-president, die iets meer dan 200 miljoen euro, het Green New Dealfonds, laten we verlopen via Belfius. Dat is nog altijd tot nader order een overheidsbank. Daar bouwen we het systeem op waarbij mensen hun spaargeld op een veilige manier beleggen. Er zitten ook wat meer risicovolle dingen in, maar dat zal dan duidelijk worden voor diegenen die instappen. Dat komt niet ten laste noch van een Vlaamse noch van een federale begroting.

Minister-president Geert Bourgeois

Wie betaalt dat dan? In uw voorstel zal Belfius 765 miljoen euro bij de spaarders ophalen. Wie zal dat terugbetalen? Dat is toch een schuld?

Neen, dat is geen schuld. Ik vind het merkwaardig dat u dat zegt. Tijdens de vorige legislatuur zijn hier door de vorige minister-president twee rapporten op tafel gelegd waarbij het hele systeem van crowdfunding en het proberen mobiliseren van het slapend spaargeld als instrumenten werden uitgewerkt. Ik begrijp niet goed dat u op dit punt blijft doorgaan. Wij doen ten minste een poging om het slapend spaargeld deels te mobiliseren om het prille economische herstel zuurstof te geven, iets wat vele economisten naar voren brengen.

Minister-president Geert Bourgeois

De spaarder zal toch rente vragen? (Opmerkingen van de heer Björn Rzoska)

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, ik wil eerst een positieve noot geven over de werkzaamheden. Het is positief dat de meerderheid zo in detail mee discussieert over de alternatieven van de oppositie. Ik juich dat toe, ook dat de minister-president daar ten gronde op ingaat. Ik meen dat. Op de vragen die we tot nu toe aan de regering hebben gesteld en die nog niet beantwoord zijn, zullen we straks allemaal samen de antwoorden vragen. Als er zo nadrukkelijk in detail over de voorstellen van de oppositie vragen worden gesteld, zullen we dat ook doen. Dat wat betreft de werkzaamheden.

Inzake de zorgverzekering wordt een terecht punt gemaakt. Dat zit ook in ons plan op dezelfde manier. Een forfaitaire verhoging wordt bij de gezinnen gelegd. Mijnheer Van den Heuvel, ik vind uw opmerking onwaarschijnlijk vreemd. Het wordt bij de gezinnen gelegd en met een sterkere stijging bij de gezinnen met de laagste inkomens. De opbrengst ervan wordt er dan nog eens uit gehaald voor uw eigen begrotingsoefening. De voorliggende alternatieven zorgen ervoor dat de laagste inkomens die verhoging niet moeten betalen. Het wordt inkomensgerelateerd op een manier die de middenveldorganisaties allemaal vragen. Het geld van de zorgverzekering wordt niet ingepikt. Dat is de elementaire discussie. Ik snap uw opmerking helemaal niet. U doet het omgekeerde van wat wordt gevraagd.

Inzake de discussie over de Financieringswet zijn de adviezen van de heer Rzoska juist. Als op de belastingmaterie waarvan de gedeelde belastingen zijn beschreven een samenwerkingsakkoord wordt gemaakt, dan bepaalt dat akkoord wat er naar welke regering komt. De Financieringswet bepaalt al een heel aantal van de belastingen die in het voorstel van de heer Rzoska zitten. Dat is net hetzelfde als de regularisatieoefening van de voorbije jaren die veel geld heeft opgebracht. Door de Financieringswet was al bepaald welke belastinggrondslagen er naar de regio’s kwamen en een samenwerkingsovereenkomst bepaalt dan op welke manier dat gebeurt. Dit is net hetzelfde. Het zijn belastbare grondslagen die in de Financieringswet zijn opgenomen en die via een samenwerkingsovereenkomst worden verdeeld.

Inzake de fondsen deel ik de opmerking dat het vreemd is dat wordt gevraagd wie dat terugbetaalt. Als er een fonds wordt gemaakt, is het de bedoeling dat er wordt geïnvesteerd. De overheid heeft zijn rol om een garantie te geven. De rendementen om de terugbetalingen te doen, komen van de projecten die worden gefinancierd. Zo heeft Vlaanderen in de voorbije jaren zelf al een aantal fondsen gedaan. De opmerking van waar het geld komt, is minstens vreemd.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Rzoska, ik vind het knap dat u uw eigen alternatief tot inzet maakt van uw eigen betoog. U nodigt ons uit om daarover te reflecteren. Daarom sta ik er even bij stil.

Ik twijfel ten zeerste aan het grondwettelijk juiste karakter van de uiteenzetting van de gewaardeerde heer Crombez over het feit dat met een samenwerkingsakkoord de financiële stromen tussen het federale niveau en de deelstaat zo dramatisch kunnen worden veranderd. Ik twijfel daar zeer sterk aan.

Maar zelfs als het zou kunnen, moet je een akkoord maken. Niet alleen tussen Vlaanderen en de federale overheid, maar ook met een andere meerderheid in het zuiden van het land en met de Brusselse Regering. Maar dan kom je tot de discussie die u zich wel kunt indenken: wie krijgt hoeveel? Waar bevindt zich dat vermogen? Dan gaan we eerst een vermogensregister opbouwen. En dan gaan we discussiëren tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel over waar en wie hoeveel krijgt. Dat gaan wij deze bestuursperiode doen, nu, onmiddellijk, op basis van dit voorstel.

Uw belasting moet 7,5 miljard euro opbrengen op kruissnelheid. U zegt, of veel mensen denken, dat dit voor de superrijken is. Maar ik zie op uw website dat men al vanaf 204.000 euro netto vermogen, dat is minder dan de gemiddelde prijs van een huis in Vlaanderen, 25 procent betaalt, of 417 euro voor het eerste schijfje. Dat loopt op tot 1375 euro voor mensen met een woning van 288.000 euro. Die belasting treft opnieuw de middenklasse in Vlaanderen. De werkende klasse in Vlaanderen zal hier opnieuw bloeden. De klasse in Vlaanderen die al het meeste belastingen betaalt, zal met uw voorstel opnieuw gepakt worden. Dus kunnen wij het daar niet mee eens zijn. (Applaus bij Open Vld)

De heer Matthias Diependaele (N-VA)

Mijnheer Rzoska, het is natuurlijk moeilijk om dat te doen. Maar dan moet u ook verdragen dat er kritiek op komt. Het zou al te gemakkelijk zijn. Het is het voorrecht van de oppositie om dergelijke populistische en onberekende voorstellen te doen. (Opmerkingen bij Groen)

Ik zal u straks nog een paar voorbeelden geven. (Opmerkingen)

Geef toe dat het gewoon een ‘tax lift’ is. Geef toe dat het een gigantische belastingstijging is.

En stop alstublieft met alle besparingsmaatregelen van de huidige Vlaamse Regering op een hoop te gooien. U hebt dat vanmorgen ook al gedaan. U weet dat het niet de realiteit is dat elk individu in Vlaanderen met al die maatregelen tegelijkertijd zal geconfronteerd worden.

Ik zei daarnet al dat u als oppositie het voorrecht hebt om niet consistent te zijn. Maar toch nog twee dingen.

Eerst en vooral: met het Europese investeringsprogramma van Juncker moet u voorzichtig zijn. Het is nog niet helemaal duidelijk hoe dat geld precies gegeven zal worden. Het is niet zo dat de heer Juncker daar een zak met 300 miljard euro zal zetten en dat iedereen kan graaien. Het zal een alternatieve financiering zijn, in die zin dat u zelf zult moeten zorgen voor de projecten. U zult moeten lenen. Het zal een vorm van lening zijn bij de Europese Commissie. Het is nog niet helemaal duidelijk. Maar hier zomaar die inkomsten inschrijven, is totaal fout. U schrijft voor 2019 150 miljoen euro in. Dat is gemakkelijk. De heer Juncker gaat dat hier gewoon in onze brievenbus steken. Maar ik vrees dat dit niet gaat kloppen. Dat is de realiteit niet.

Ten tweede, ik zie hier in uw tabellen dat de meerderheid de elektriciteitsprijs gaat laten stijgen met 41 procent. Ik weet dat het moeilijk is, maar u moet toch wel de uitleg kunnen geven als de vraag gesteld wordt. Vanwaar komt dat cijfer? Ik weet dat daarover wordt nagedacht, maar ik heb geen flauw idee vanwaar die 41 procent komt. U zegt dat u het met maar 8 procent zult laten stijgen. Ik wil van u horen wat u gaat doen met de 1,2 miljard euro die we recurrent elk jaar zullen moeten terugbetalen, en met de 1,7 miljard euro historische schuld die daar nog staat. U kunt natuurlijk ontkennen dat de zon licht geeft, maar die cijfers kunt u minder gemakkelijk ontkennen. Daar zullen we iets aan moeten doen.

De voorzitter

De heer Vanbesien heeft het woord.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Ik wilde nog reageren op de heer Somers. Wie betaalt hier in Vlaanderen de bulk van de roerende voorheffing? De middenklasse. Wie betaalt in Vlaanderen de bulk van de onroerende voorheffing? De middenklasse. Wie betaalt in Vlaanderen de bulk van de erfenisrechten? De middenklasse. Wat wij doen, is die dingen weghalen en dat vervangen door een vermogensrendementsheffing die de grote vermogens treft. Dat gaat u nu willen tegenhouden onder het mom van de middenklasse te beschermen. Het enige wat u echt doet, is de superrijken beschermen. U zou beschaamd moeten zijn. (Applaus bij Groen en van de heer Kurt De Loor)

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Vanbesien, ik neem akte van wat u gezegd hebt en ik heb vandaag iets geleerd: mensen die een woning hebben van 200.000 euro zijn voor Groen superrijken. (Applaus bij de meerderheid)

Dat is totaal onaanvaardbaar. Groen treft de mensen die vandaag onze economie schragen, die kreunen onder de lastendruk. De grote problematiek in ons land, mijnheer Rzoska en mijnheer Vanbesien, is niet dat we in ons land te weinig herverdelen. We kunnen altijd meer herverdelen, maar we zitten al aan de top van Europa op het gebied van herverdelen. Waar zit ons probleem dan wel? Bij de veel te hoge belastingdruk op mensen met een gewoon inkomen. Het zijn de mensen die van ’s morgens tot ’s avonds werken, onze economie financieren en de sociale zekerheid financieren. En wat doet u? U treft juist die mensen opnieuw. Vanaf een totaal vermogen van 336.344 euro – men erft dus best geen schilderijtje van zijn ouders – legt u hen jaar na jaar een belastingverhoging van 2098 euro op: onaanvaardbaar.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

Mijnheer Somers, u en heel uw Vlaamse Regering en uw Vlaamse overheid, belast iedereen die een huis heeft. Iedereen, ook wie een huis betaalt op schulden en die dus geen vermogen heeft, maar alles geleend heeft om zijn huis te kopen, belast u ook. Dat doen wij dus niet. Wat u leest, zijn nettobedragen. Als u het globale plaatje bekijkt en u bent intellectueel eerlijk, dan weet u dat er een afname is van de vermogensfiscaliteit voor mensen onder de mediane vermogens en dat de toename van de vermogensfiscaliteit die wij voorstellen, pas begint vanaf de 20 procent rijkste mensen. Dat heet rechtvaardigheid.

Voorzitter, Collega’s, Mijnheer Somers, ik kom nog even terug op die verdeling van de vermogensrendementsheffing. Ik dacht dat er een tijd was dat u zelf ook geloofde in samenwerkingsfederalisme. Dat is eigenlijk gewoon afspraken maken tussen de verschillende entiteiten. We hebben, zeer gemodereerd, in ons alternatief rekening gehouden met wat er naar Vlaanderen komt op het moment dat je zo’n akkoord maakt.

Ten tweede, over die vermogensrendementsheffing is de oproep van mijn collega Sanctorum niet zo slecht. Misschien moeten we samen rond de tafel zitten zodat we u kunnen laten zien hoe we dat technisch uitgewerkt hebben. We hebben het doorgerekend en, rekening houdend met wat collega’s Vanbesien heeft gezegd over erfenisrechten en onroerende voorheffingen en dergelijke meer die geschrapt worden, zal de progressieve vermogensrendementsheffing zoals wij ze technisch hebben uitgewerkt voor 75 procent van de mensen geen verschil maken met wat ze vandaag betalen. Ze zullen zelfs iets minder betalen. Voor de 10 procent daarboven, zal het een lichte verhoging betekenen. Voor de overige 15 procent zal het inderdaad meer zijn. Wat we met die progressieve vermogensrendementsheffing doen, is wat collega Vanbesien zegt – en daarover gaat het debat buiten en ook hier –: we gaan inderdaad de inspanningen evenwichtiger en rechtvaardiger verdelen en niet steeds bij dezelfde mensen aankloppen.

Collega’s ik hou wel van dit debat en ik vind het een goed debat omdat het de mantra doorbreekt, die hier naar aanleiding van de regeerverklaring en vooral bij de Septemberverklaring naar voren werd geschoven. Er werd toen steeds herhaald dat er geen alternatief was, dat er geen andere keuze was, dat het een soort van natuurwetmatigheid was en dat de begroting die voor 2015 door deze regering op tafel werd gelegd eigenlijk door iedereen zou moeten gesteund worden om die ene reden: ‘There is no alternative’. Collega’s, we hebben toen die kritiek serieus genomen. Ik vond ze zelfs enigszins terecht. We hebben de moeite genomen om in plaats van te blijven vastzitten aan steeds dezelfde mantra’s, veeleer te denken dat er volgens ons in de edele kunst van de politiek altijd een alternatief is. We hebben dat alternatief op tafel gelegd om duidelijk te maken dat regeringen hun keuzes maken, maar dat er wel degelijk alternatieven zijn voor die keuzes. Begrotingen zijn niet gebeiteld in marmer, ze zijn het resultaat van mensenwerk, van mensen, ministers die samen keuzes maken en die inderdaad, mijnheer Diependaele, proberen rekening te houden met wat er mogelijks op ons afkomt. Ook wij hebben in alle eerlijkheid geprobeerd om daar rekening mee te houden.

Het is eigenlijk de bedoeling geweest ten opzichte van de begroting voor 2015 vanuit de oppositie onze kaarten op tafel te leggen. We hebben een alternatieve begroting gepresenteerd. Die oefening blijft niet steken in 2015. We tonen zeer transparant hoe we de komende vijf jaar willen werken aan een Vlaanderen dat in 2019 socialer, duurzamer en groener kan zijn.

Dat zijn de twee grote rode draden doorheen het plan. In een democratisch debat gaat het natuurlijk om het verschil tussen het voorstel van de Vlaamse Regering, bestaande uit de N-VA, CD&V en Open Vld, en het voorstel dat wij op tafel hebben gelegd.

De huidige Vlaamse Regering maakt duidelijke keuzes. Ze maakt momenteel alles gewoon duurder. De kinderopvang, de scholen, de universiteiten, de bussen, de trams, de energie, het water en alles, tot en met het rusthuis, worden duurder. De prijsstijgingen worden doorgerekend aan de mensen die daar nu een beroep op moeten doen.

Met ons voorstel gaan we voor een zachter besparingspad. We gaan ervan uit dat we met betrekking tot een aantal zaken de huidige prijzen kunnen behouden en dat we op het einde van de legislatuur toch een begroting in evenwicht krijgen. We willen de schulden niet naar de toekomst doorschuiven. Het is duidelijk zichtbaar dat ons plan er ook voor zorgt dat, net als aan de overkant van de straat gebeurt, er op het einde van de legislatuur een begroting in evenwicht ligt.

Er is een alternatief. Het kan wel degelijk anders. Het stoort me dat ik te horen krijg dat we putten maken en dat we die putten niet vullen. Heel wat facturen die de Vlaamse Regering doorstuurt, betekenen eigenlijk desinvesteringen. De Vlaamse Regering investeert niet in een aantal terechte noden. Wat ecologie en sociale domeinen betreft, biedt de Vlaamse Regering geen antwoord op de terechte vragen die de mensen momenteel stellen. De Vlaamse Regering stelt enkel dat we moeten wachten tot het beter gaat. In feite bouwt de Vlaamse Regering op deze manier wel degelijk een schuld op. Dat is niet wat wij als alternatief naar voren schuiven. Wij willen wel degelijk vanaf de eerste dag investeren in de behoeften van heel wat mensen in Vlaanderen.

Ik heb eens gekeken naar eerdere begrotingsbesprekingen die ten tijde van vorige Vlaamse regeringen zijn gevoerd. De mantra dat eerst moet worden bespaard en dat dan zal worden geïnvesteerd, heb ik ook ten tijde van de eerste regering van toenmalig minister-president Peeters teruggevonden. Deze mantra wordt keer op keer gebruikt om de mensen te vertellen dat er een economische crisis is en dat we op betere tijden moeten wachten. Eerst moeten we besparen en onze begroting in orde brengen. Pas dan kunnen we tot de juiste investeringen overgaan. Die plaat gaat al mee sinds de bankencrisis in 2008. Opnieuw biedt de Vlaamse Regering de mensen zeer weinig perspectief. U zegt: het kan niet anders, we gaan eerst snoeien en dan proberen te groeien.

Een volgend punt dat ik wil maken, heeft te maken met het bedrag dat de Vlaamse Regering wil besparen in de begroting 2015. Als de Vlaamse Regering op dit vlak eerlijk is, zal ze moeten toegeven dat die besparingen 446 miljoen euro ingekantelde kosten omvatten die met de peperdure pps-projecten verband houden. Dat is ondertussen een van mijn stokpaardjes geworden. Ik heb die dossiers opgevraagd en ingekeken. Eigenlijk wist de Vlaamse Regering al in 2010 dat er geen fiat van Eurostat is om de zaken op deze wijze aan te pakken. De vorige Vlaamse Regering heeft heel duidelijk verklaard die investeringen door middel van een pps-constructie toch door te voeren. Dat zou immers het voordeel opleveren dat buiten de begroting schuld kon worden opgebouwd. Dat zou, met andere woorden, de Vlaamse begroting niet bezwaren. Nu worden allerhande projecten, waarover jarenlang is verklaard dat ze de begroting niet zouden bezwaren, een voor een systematisch in de begroting ingekanteld. Dat vind ik pas slecht bestuur. De Vlaamse Regering heeft in het verleden steeds duidelijk gesteld dat dit niet in de begroting zou terechtkomen. Nu betalen we de factuur.

Bijna de helft van de besparingen van 2015 is terug te brengen op pps-projecten waarvan Eurostat in de zomer van 2010 – dat is vier jaar geleden – zeer duidelijk meegaf aan de toenmalige Vlaamse Regering: “Dit kunt u niet opbouwen buiten uw eigen balans, dit moet u opnemen in uw overheidsbalans.” Vier jaar lang hebben we – bij wijze van spreken – de ogen gesloten en zijn we door het oranje en rode licht gereden. De politieagent stond klaar om ons een boete te geven en we hebben er alles aan gedaan om die politieagent te negeren.

En nu, in 2015, moet de Vlaming daarvoor betalen. Bijna de helft van de besparingen in 2015 is daarop terug te brengen. En dat, collega’s, noem ik schuldig verzuim. Ik heb dat dossier intussen boven water gehaald. Het stoort mij mateloos dat we ondertussen de derde brief van de voorzitter aan het parlement hebben gestuurd en daarop vandaag pas een antwoord hebben gekregen. Vandaag heb ik zwart op wit het antwoord dat er geen positief advies was van Eurostat in het dossier van de Scholen van Morgen. Dat, dames en heren, noem ik het parlement en de bevolking buiten het parlement een rad voor ogen draaien. Maar ik ben blij dat ik het nu zwart op wit op papier heb. (Applaus bij Groen)

Heel wat economen hebben zeer interessante boeken geschreven. Ik zal ze even voor u oplijsten. Binnenkort is het kerstvakantie. Een aantal onder u hebben die boeken gelezen. Dat weet ik. Een aantal anderen kunnen misschien wat meer inzicht verwerven als ze mensen zoals Stiglitz, De Grauwe en Noels lezen. Die mensen geven eigenlijk een en dezelfde richting aan. Ze waarschuwen dat een hardnekkig versoberingsbeleid en een koppig besparingsbeleid ook zuiver economisch gesproken, want het zijn economen, op dit moment de foute keuze is. De economische groeicijfers gaan stelselmatig naar beneden. Ik denk dat we voor een stuk op weg zijn om dat kleine prille herstel, waarvan iedereen wist dat het precair was, kapot te besparen. In tijden van recessen, van tekort, moeten we op een zeer voorzichtige en slimme manier investeren om ervoor te zorgen dat die economische heropleving wel degelijk wordt ondersteund door de keuzes die een regering maakt. Zo’n begroting is natuurlijk geen statisch gegeven. Het zou rekening moeten houden met wat er buiten gebeurt en zo duidelijke keuzes moeten maken voor de toekomst.

Daarom investeren we in energiebesparing in woningen. Dat is een win-win op korte en lange termijn. Daarom ook investeren we in terechte vragen wat betreft zorg en onderwijs. Collega’s, in feite is het gewoon gezond boerenverstand. Om de economie te laten groeien, moet je haar zuurstof inblazen, in plaats van haar te verstikken door een te strak besparingsbeleid. Om die reden stellen we welbewust, in wat we hebben neergelegd, een zachter besparingspad voor. We besparen dus ook, maar op een zachtere manier. Met de groene methode is er ook op het einde van de legislatuur een begroting in evenwicht. Collega’s, u mag daarover van mening verschillen. We kunnen daarover discussie voeren. Maar we hebben het wel degelijk met specialisten bekeken. Het is meermaals gerekend en doorgerekend.

Het alternatief dat wij met veel overtuiging en geloof op tafel hebben gelegd, is dat met de methode van Groen de gezinnen niet meer zullen moeten bijbetalen voor wat hun wordt doorgeschoven. De prijs van de kinderopvang blijft dezelfde als vandaag. De 10 rittenkaart en de Buzzy Pazz voor trams en bussen blijven op hetzelfde tarief. Rond die 65+ stonden we op dezelfde lijn. Dat zal ik ook herhalen. We hebben daar geen probleem mee.

Maar het blijft merkwaardig dat, op een moment dat mensen moeilijker mobiel zijn omdat er files staan op allerhande wegen, men net daarin zeer zwaar bespaart. Ik ben benieuwd naar het besparingsplan dat morgen op de raad van bestuur van De Lijn staat en waarvan we hopelijk morgennamiddag het effect kunnen zien. Volgens mij zal er ook deze keer in het aanbod moeten worden gesnoeid om die besparing er te kunnen doorduwen. Dat is althans het signaal dat ik heb gekregen.

Wat ons betreft, zijn dit domeinen waarop je niet zomaar ongestraft bespaart. Als je daar nu op bespaart, betaal je daarvoor veel later de rekening.

Voor wie het Zuurstofplan nog moet lezen of voor wie het onduidelijk is: wij gaan wel degelijk ook uit van een belasting op werk die omlaag gaat. Daar is ook kamerbrede steun voor. Wij willen werken aanmoedigen. De belastingen op arbeid zijn in ons land te hoog. Dat is een van de principes die we hebben gehanteerd in ons alternatief. Daarom stellen we voor dat iedereen die werk heeft, minder belastingen moet betalen dan vandaag en dat ook de werkgevers voor een stuk kunnen worden meegenomen in die verlaging.

In onze alternatieve begroting waken we er angstvallig over dat de sterkste schouders effectief de zwaarste lasten dragen en niet omgekeerd. Dat, collega’s, is in onze ogen een kwestie van rechtvaardigheid. Enkel op die manier zal er een draagvlak gevonden worden, niet enkel in dit parlement, maar vooral ook daarbuiten, om gezamenlijk inspanningen te leveren. Want ook in ons plan zitten wel degelijk besparingen en inspanningen. Wij ontkennen ook niet dat die nodig zijn. Dat er daarbuiten mogelijk een draagvlak begint te groeien om een aantal evenwichten te gaan bijsturen, blijkt ten overvloede uit de acties van de afgelopen weken.

Ik wil het nog even hebben over onze bronnen van inkomsten. Wij gaan voor een echte tax shift, en geen tax lift, mijnheer Diependaele. We hebben wel degelijk voorstellen om die lasten op arbeid naar beneden te halen en om te doen wat de OESO en gisteren nog het IMF vragen, namelijk dat er meer gehaald wordt uit milieufiscaliteit en vermogen, en dat er een verschuiving komt ten opzichte van wat vandaag op tafel ligt.

Aanvankelijk stonden we daarmee relatief geïsoleerd. Ik stel vast, collega’s, dat daarbuiten ondertussen het draagvlak voor een aantal elementen van die tax shift wel degelijk worden gesteund door een steeds groter wordende groep van mensen.

Naast de vermogensrendementsheffing en de echte tax shift, stellen wij ook dat we op het vlak van milieufiscaliteit echt nog maar aan het begin van het hele verhaal staan en dat er wel degelijk ruimte is om te gaan verschuiven in die lasten. We hebben dat overigens niet zelf uit onze hoed getoverd. Collega Sanctorum heeft verwezen naar een studie van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Ik heb zelf verwezen naar de OESO, die al geregeld rapporten in die zin heeft gepubliceerd.

Mijnheer Van den Heuvel, voor de slimme kilometerheffing voor vrachtwagens hebt u onze steun. Wij hebben dat altijd gesteund en hebben het ook opgenomen in ons eigen plan vanaf het moment dat u dat zelf hebt opgenomen. Wij hopen alleen dat we ook de discussie kunnen openen over de slimme kilometerheffing voor auto’s. Ook daar zijn we zeer gemodereerd geweest. We hebben ons gealigneerd op het voorstel van Febiac en op die manier de rekening doen kloppen.

U vindt in ons plan wel degelijk ook een aantal besparingen. We zijn ook een voorstander van het hervormen van de woonbonus. Dat zit er bij ons ook in. We hebben ons ingeschreven in het besparingspad rond het slanker maken van de overheid. We willen dat niet blind doen, maar zijn er wel degelijk van overtuigd dat het op een rationelere manier kan en dat er wel degelijk ook daar op een slimme manier bespaard kan worden. U zult zien dat het dezelfde bedragen zijn als de Vlaamse Regering.

Voorzitter, ik besluit. Politiek is keuzes maken. De N-VA, Open Vld en CD&V hebben ervoor gekozen om heel wat facturen vandaag door te schuiven naar de mensen. En niet enkel vandaag, want ook de toekomstige generaties zullen daarvoor betalen. De desinvesteringen op het vlak van welzijn en milieu, dat zijn zaken die we in de toekomst zullen betalen.

Wij denken dat u met deze begroting 2015 – en ik ben benieuwd wat er nog komt, want dat is soms onduidelijk – de economie en de samenleving voor een stuk verstikt, en daar willen wij niet aan meedoen. Daarom hebben wij een groen, duurzaam en sociaal alternatief op tafel gelegd. Wij willen zuurstof in onze economie en in de samenleving blazen, zuurstof in plaats van stikstof. Want wij zijn ervan overtuigd dat het wel degelijk anders kan, en beter. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Voorzitter, ministers, collega’s, ik denk dat we tot nu toe een heel goed debat over de begroting hebben gehad. Als vijfde spreker op rij ga ik trachten niet te veel in herhaling te vallen.

Ook al voeren we een begrotingsdebat, het gaat over veel meer dan alleen maar cijfers. Onze economie slabakt, niet alleen bij ons, maar de hele Europese Unie zit al jaren in een aanslepende impasse met lage groeicijfers en een hoge werkloosheid. We herstellen maar heel moeizaam van de financiële en bankencrisis. Dat weegt op onze bedrijven, maar ook op de mensen. Die mensen – de heer Crombez heeft er vanmorgen naar verwezen, en ik volg hem daarin – voelen zich onzeker over de toekomst en vragen zich af of onze welvaart niet langzaam gaat wegsmelten. Wat met ons pensioen? Wat met de toekomst van onze kinderen? De echte inzet van dit debat is geen koud verhaal over cijfers, maar een zoektocht naar perspectief en naar hoop. Hoe creëren we meer kansen op werk? Hoe maken we solidariteit duurzaam? Hoe grijpen we de mogelijkheden die de globalisering ons biedt, eerder dan alleen maar de nadelen ervan te ondergaan? Hoe zorgen we ervoor dat de volgende generatie het beter zal hebben dan wij? Hoe kunnen we houvast bieden, het vertrouwen herstellen, voor meer werk zorgen en de positieve energie die in onze samenleving aanwezig is, mobiliseren? Dat is het echte debat, de echte inzet achter de cijfers.

Hoop en echt perspectief op vooruitgang kunnen niet op drijfzand worden gebouwd. Daarom begint een goed beleid met de problemen waarmee we kampen, uitdagingen waar we voor staan, onder ogen te zien. Ons hoofd niet in het zand steken, zeker niet als we een begroting maken, zeker niet als we met de centen van de mensen en de ondernemingen bezig zijn. Die budgettaire uitdagingen zijn groot. Het zijn er drie.

Vooreerst is er de conjunctuur. Die zit niet goed. Bij de opmaak van de begroting hield men rekening – zoals het hoort – met de prognoses van het Planbureau, met een groei van 1,5 procent in 2015. Intussen spreekt de Europese Commissie in haar herfstprognose van een groei van slechts 0,9 procent. Ook bij onze buurlanden, bij locomotief Duitsland, sputtert die groei. Die cijfers sporen aan tot waakzaamheid en voorzichtigheid en tot realiteitszin. Onze begrotingstekorten zullen niet worden dichtgereden door een spontane economische groei. We zullen zelf moeten ingrijpen. Collega’s, dat is trouwens ook het grote verschil met het herstelbeleid van bijvoorbeeld het Sint-Annaplan of het Globaal Plan. Toen kon men het herstelbeleid voeren in een gunstige internationale conjunctuur. Nu is de operatie dubbel moeilijk omdat we het moeten doen in tegenvallende economische internationale omstandigheden.

Ten tweede zijn er de strengere Europese boekhoudregels. Zoals gemeenten te maken hebben met strikte Vlaamse BBC-regels, zo moet Vlaanderen zich schikken naar de Europese waakhond. En Europa is duidelijk. Heel wat extra instellingen en heel wat pps-projecten – scholen, rustoorden, trams – vallen binnen de consolidatiekring. Een extra inspanning van 446 miljoen euro.

Naast de conjunctuur in Europa is er ten slotte de zesde staatshervorming. Die bezorgde Vlaanderen heel wat extra bevoegdheden: gezinsbijslag, woonbonus, dienstencheques. We kregen extra middelen: een stijging van maar liefst 40 procent. Maar het geld dat we erbij krijgen, volstaat niet om zomaar zonder meer, het federale beleid voort te zetten. Dat wist iedereen en zeker, collega’s van de oppositie, de partijen die de zesde staatshervorming hebben goedgekeurd.

Dankzij die zesde staatshervorming heeft Vlaanderen een belangrijke stap gezet richting volwassenheid. Het Vlaamse budget is zelfs groter dan het federale. Maar bij volwassenheid hoort ook verantwoordelijkheid. Vlaanderen zal de komende jaren meer dan in het verleden moeten bijdragen aan de sanering van de openbare financiën, of moet ik zeggen: aan het wegwerken van de schuld die weegt op onze kinderen, de toekomstige generaties, aan het bieden van een toekomst die minder gebukt gaat onder een schuldenberg. Hoe dan ook, de tijd van louter ontvangen en uitgeven van geld is voorbij.

De impact van de zesde staatshervorming wordt voor 2015 geschat op maar liefst 870 miljoen euro. Een tegenvallende conjunctuur, een strenger Europa, een grotere budgettaire verantwoordelijkheid voor Vlaanderen: de nieuwe Vlaamse Regering heeft ervoor gekozen in die context niet bij de pakken te blijven zitten. Ze ging meteen hard aan de bak. Ze leverde een inspanning van bijna 1,2 miljoen euro. Dat is, collega’s, zonder meer de grootste budgettaire operatie die een Vlaamse Regering ooit heeft gedaan of moeten doen. Dat ze daarin is geslaagd, verdient respect. Gezonde openbare financiën zijn een goede zaak voor bedrijven en gezinnen, ook al betekent het dat de Vlaamse administraties en instellingen moeten hervormen en afslanken. Ook al betekent het dat er moeilijke maatregelen bij zijn, die extra inspanningen kunnen vragen van mensen, het is de enige juiste aanpak.

De heer John Crombez (sp·a)

Voordat u dieper ingaat op de manier waarop de Vlaamse Regering het doet, mijnheer Somers, wil ik het even hebben over de premisse waarmee u start. U zegt dat we moeten kijken naar de voorbije periode, dat het overal moeilijk is geweest en dat dit de grootste inspanning is. In 2009 was er een grotere inspanning, omdat de economie toen sneller neerwaarts corrigeerde. Hier zitten vier partijen die na de bankencrisis hebben bestuurd, Vlaams of federaal. Een van de grote elementen was om ervoor te zorgen dat je niet in de essentie van de economie snijdt – consumptie, vertrouwen en dergelijke. Ik weet nog, toen de vorige Vlaamse Regering begon, dat heel vaak werd gezegd dat je de spieren van de economie niet mocht raken.

Wat is het verschil tussen toen en nu? U zegt dat de omstandigheden nu moeilijker zijn. De voorbije vijf jaar was de groei in Vlaanderen en in België beter dan gemiddeld in de eurozone. Dat is genoeg gedocumenteerd. Na de bankencrisis is de Vlaamse en de federale schuld minder gestegen dan in de eurozone, en zelfs dan in de landen rond ons. En de consumptie deed het beter. Er waren investeringen van overheden, vooral lokale overheden. Na de bankencrisis is er dus een grote inspanning gebeurd, waarbij niet werd geraakt aan de spieren, zodat je als overheid niet je eigen economie vertraagt. Dat is het punt, mijnheer Somers. Je mag het vertrouwen van gezinnen en bedrijven niet raken. Dat willen we allemaal.

De Nationale Bank heeft, voor u begon aan de besparingen, gezegd dat u moest oppassen met besparingen die een negatief effect hebben op het vertrouwen. Een aantal besparingen waarvan de Nationale Bank toen aanraadde om ze niet te doen, doet u nu. In de herfstprognose, waarnaar u verwijst, staat inderdaad dat een aantal van de maatregelen van de regering de economie aan het vertragen zijn. Eigenlijk volg ik uw verhaal heel sterk. Maar het is dan zeer opmerkelijk dat u uiteindelijk beslist om een aantal besparingen te doen – en we hebben de alternatieven daarstraks al een paar keer gegeven – waardoor u zelf de economie aan het vertragen bent.

In de herfstprognose staat dat de economie in België en Vlaanderen meer vertraagt dan in andere landen. In al die jaren na de bankencrisis waren groei, consumptie en schuld beter, nu voor het eerst zakken België en Vlaanderen sneller. Er staat in de prognoses dat dat ook komt door de maatregelen. De Nationale Bank stelt dat de maatregelen het vertrouwen van de gezinnen een enorme knak hebben gegeven. In november was dat enorm.

Als u zegt dat we moeten opletten met de spieren van de economie, zoals de vorige Vlaamse Regering heeft gedaan mét een grote sanering in 2009, is mijn vraag wat er veranderd is. Waarom deelt u de analyse dat de economische groei er is door het beleid, door verwachtingen en vertrouwen – want economie is enkel verwachtingen en vertrouwen – maar bent u zelf die verwachtingen en vertrouwen aan het kelderen? Wat is er veranderd tussen de bankencrisis en nu dat u de basparingen die de economie schaden toch doorvoert?

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Crombez, ik geef twee elementen van antwoord. In mijn verdere betoog komen er nog andere. Die groeivertraging was ten eerste natuurlijk al volop gaande nog voor de maatregelen van deze regering zijn geïmplementeerd. Er is in onze samenleving vandaag, maar ook elders, een fundamenteel probleem van onzekerheid, door het jarenlang aanslepen van die crisis. Dat betekent vooral ook een oproep tot iedereen om verantwoordelijkheidszin te betonen, om, als er maatregelen worden genomen, die niet populistisch uit te vergroten of ze erger te maken dan ze zijn, maar er op een juiste manier over te debatteren en de juiste omvang ervan te laten zien.

Ten tweede kampt ons land natuurlijk met een extra probleem. Daar kom ik zo dadelijk op terug. We hebben een overheidsschuld van 107 procent. Europa houdt ons in het oog op dat punt. Ter zake hebben we weinig speelruimte. In de mate dat we die speelruimte overschrijden, zal het vertrouwen in onze economie, van de burgers en ook van het buitenland, nog veel meer worden aangetast. Binnen dat speelveld is er dus weinig ruimte, voor onze overheid, maar ook voor andere overheden.

In het kader van het samenwerkingsfederalisme hebben we net afspraken gemaakt over wat Vlaanderen doet en wat de federale overheid doet. In uw voorstel stelt u heel vaak voor om maatregelen voor een stuk door te schuiven naar de federale overheid, en die moet dat dan maar oplossen met extra belastingen en extra inkomsten. Dat vind ik een negatie van het samenwerkingsfederalisme. Er zijn afspraken gemaakt over onder meer het streven door de Vlaamse Regering naar een nominaal evenwicht in 2015. Laten we daar dan aan vasthouden. Laten we die afspraken nakomen. Dat is het samenwerkingsfederalisme waarvoor mijn partij staat.

De heer John Crombez (sp·a)

Mijnheer Somers, u moet het me vergeven, maar ik wil nog even bij mijn punt blijven. U hebt immers iets heel interessants gezegd. U hebt gesteld dat die economische vertraging gewoon bezig was, dat die veeleer een natuurwet is die van buitenaf komt dan iets interns. Laten we dat eens in cijfers vertalen. Die zijn vanmorgen immers uitvoerig aangebracht door de verslaggevers. We hebben allemaal aandachtig geluisterd. Voor de begroting 2014 is er gewerkt met de economische begroting van februari 2014. Toen was er nog sprake van een groei van 1,8 procent. Er waren dus positieve vooruitzichten. Is die groei vertraagd? Ja, want de economische begroting van september, op basis waarvan deze begroting is gemaakt, heeft het over een groei van 1,5 procent. Klopt dus uw bewering dat er wat vertraging was in onze economie? Ja, die klopt. Dat ging van 1,8 naar 1,5 procent, zoals in de andere landen. In november zijn er echter de herfstvooruitzichten van de Europese Commissie gekomen en ging die groeiverwachting van 1,5 procent in één klap naar beneden, naar 0,9 procent. De begroting werd dus opgemaakt op basis van 1,5 procent, maar in november is er een zeer drastische vertraging geweest. In dat rapport van de Europese Commissie staat letterlijk dat dit mee te wijten is aan maatregelen die de consumptie vertragen.

Samenwerkingsfederalisme, absoluut, maar het vreemde is nu de discussie van het Overlegcomité. Uit het verslag is ook gebleken dat het Rekenhof vindt dat dit moet worden hernieuwd. Het Rekenhof heeft natuurlijk een punt, want de afspraken tussen de overheden over de inspanningen dateren niet alleen van voor de regeerakkoorden, maar zelfs van voor de verkiezingen. We zullen het daar zeker straks nog over hebben met minister Homans. Minister Turtelboom heeft zeer terecht opgemerkt dat we dat dringend moeten doen. Dat is ook de vraag van het Rekenhof. Die afspraken moeten worden hernieuwd. Er is een nieuwe economische toestand. Er zijn regeerakkoorden. Het gaat dus niet over loyaliteit, maar over het feit dat dit zo gedateerd is, dat dit van voor de regeerakkoorden dateert, maar ook van voor de verkiezingen, die hebben geleid tot andere regeringen. Dat is het punt: er moeten nieuwe afspraken worden gemaakt ter zake, we werken in een heel andere omgeving. Ik herhaal echter dat de klap van de vertraging van de economie er na de regeerakkoorden is gekomen. Daar wordt in de herfstprognoses ook naar verwezen.

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

We moeten dit debat toch ernstig blijven voeren. (Opmerkingen van de heer John Crombez)

Natuurlijk, dit is heel ernstig. Er wordt een rechtstreeks verband gelegd tussen de prognoses van Europa en het regeerakkoord. Uit de feiten blijkt echter dat we op dit moment geen enkele investering hebben geschrapt. Een Vlaamse begroting is, net als die van steden en gemeenten, een echte investeringsbegroting. We blijven 4,1 miljard euro per jaar investeren in onze economie. We zullen zeer beducht zijn wat die investeringen betreft, niet alleen nu, maar mochten de resultaten verder tegenvallen. We weten immers hoe cruciaal die zijn.

Dat is ook de reden waarom we de groeinorm van het Gemeentefonds op 3,5 procent houden ook al geeft de economische begroting van het Planbureau maar 1,5 procent weer. Dat betekent dat we steden en gemeenten blijven stimuleren omdat heel wat investeringen daar gebeuren.

We hebben nog geen rekening gehouden met de prognoses van de Europese Commissie omdat wij in Vlaanderen altijd rekening houden met de economische begroting. We houden ons wel aan de parameters van het Planbureau maar men kan niet op elk moment bijstellen. Mijnheer Crombez, men kan niet enerzijds vragen of dit wel klopt en anderzijds zeggen dat er niet voortdurend mag worden bijgesteld. Het is het een of het ander. Wij hebben duidelijk gezegd dat wij altijd werken met de cijfers van het Planbureau.

Wat politiek van belang is, is die 4,1 miljard euro die we elk jaar blijven investeren en waarover we zullen blijven waken. Op die manier zullen we wat we kunnen doen om de economie zo veel mogelijk te stimuleren ook minimum minimorum doen.

De heer John Crombez (sp·a)

Dit is een essentiële discussie. Minister, ik probeer een serieus debat te hebben. Vraag was wat er is gebeurd met de maatregelen op de groei. De heer Somers zei terecht dat er al een vertraging was ingezet. Ik voegde daaraan toe dat die is versneld na de regeerakkoorden. Er staat letterlijk in het rapport van de Europese Commissie dat de consumptie vertraagt door een aantal maatregelen. Ook de bouwsector vertraagt door een aantal maatregelen van de regering. Er staat letterlijk in het rapport van de Nationale Bank dat het vertrouwen serieus is gedaald door de regeringsmaatregelen. (Opmerkingen van de heer Bart Somers)

In het rapport van het IMF staat ook dat er een vermogenswinstbelasting moet worden ingevoerd. Als u die discussie wilt heropenen, geen probleem.

Ik wil alleen bij de link blijven tussen besparingen die spieren raken en niet. De vorige Vlaamse Regering heeft dat hier in dit parlement tijdens de begrotingsbespreking ettelijke malen herhaald: raak niet aan de spieren. Nu staat in de rapporten dat dit wel gebeurt. De consumptie vertraagt en de bouwsector vertraagt. Het zijn de Europese Commissie en de Nationale Bank die dat zeggen, minister. Ik kan daar echt niet aan doen.

Minister-president Geert Bourgeois

Mijnheer Crombez, ik heb vanmorgen ook gewezen op het Herfstrapport van de Europese Commissie dat een groei voorspelt van 0,9 procent. Ik heb er ook aan toegevoegd dat ik topeconomen van de bank tegenkom die dat niet delen. Zij gaan uit van een grotere groei van 1,4 tot 1,5 procent. Ik ben geen econoom en ik weet niet of iemand dit exact kan voorspellen. Anderen gaan uit van nog andere prognoses. Uw redenering dat dit te maken zou hebben met de aankondiging van maatregelen, zou dan botsen op een groei van 0,4 of 0,5 procent.

U verwijst naar de besparingen onder de vorige regering. Nu moeten daar bovenop een pak besparingen gebeuren. We hebben toen heel wat bespaard op het apparaat en we zijn toen heel ver gegaan. We hebben er wel voor gezorgd niet in het vlees te snijden. Nu zijn we verplicht om een aantal bijkomende maatregelen te nemen. We zijn daar wel heel voorzichtig in en zoals minister Turtelboom zegt, blijven wij vooral investeren in de economie.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Crombez, sommigen zeggen dat er geen alternatief is voor dit beleid. Ik ben het daar niet mee eens. Er zijn wel degelijk alternatieven, er zijn er zelfs meerdere. Sommige zijn vandaag voorwerp van het debat geweest. Maar dat is niet de vraag, de vraag is of er betere alternatieven zijn. En die heb ik vandaag niet gehoord en de voorbije weken niet gelezen. Zo is er het alternatief dat er, vaak omfloerst, voor pleit om de budgettaire orthodoxie los te laten of waarbij men kiest voor nieuwe inkomsten, liefst zelfs op een ander niveau. Belastingverhogingen dus, of een mix van beide zoals sommigen voorstellen. Uitstel van de inspanningen en wat nieuwe belastingen. Men noemt dat dan het progressief maken van premies of bijdragen of het hervormen van bijvoorbeeld de milieufiscaliteit. Dat klinkt wat beter, een beetje orwelliaans maar zelfs met het strikje errond blijven dat simpelweg belastingverhogingen.

Mijn fractie is tevreden dat de regering niet ingaat op de suggestie van de oppositie om de budgettaire teugels te vieren. Besparingen vooruitschuiven getuigt van weinig politieke verantwoordelijkheid. Dat leidt alleen maar tot meer schulden en dus extra inspanningen in de toekomst.

Bovendien vergeet men dat Europa strikt toekijkt. Ons land heeft een duidelijke waarschuwing gekregen, een soort ultimatum. Tegen maart moet ons land aantonen dat het voldoende doet om de begroting en vooral de schuldgraad onder controle te krijgen. Zo niet, belanden we opnieuw op dat Europese strafbankje, dat bankje waar we pas in juli van af zijn geraakt. Als we terug op dat bankje belanden, heeft dat schadelijke gevolgen met mogelijks Europese sancties. Ik betwijfel dat we er dan beter zullen aan toe zijn.

Als ik zie wat er in Griekenland gebeurd is, als ik naar Italië en Portugal kijk, weet ik dat het veel beter is om nu de noodzakelijke maatregelen te nemen dan over enkele jaren geconfronteerd te worden met draconische inspanningen die iedereen echt pijn zullen doen en diep in het sociaal weefsel zullen snijden. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde (Groen)

Ik wacht even tot dat liberaal applaus gedaan is. Ik vind dit applaus trouwens onverdiend, eerlijk gezegd. Ik begon inderdaad al te knippen met mijn vingers toen u over orwelliaanse voorspellingen sprak. Mijnheer Somers, dat is echt al te belachelijk.

Hadden we pakweg veertig jaar geleden een vermogens- en milieufiscaliteit aangekondigd en een liberale politicus zou zo hebben gereageerd, ik zou het enigszins hebben kunnen begrijpen. Maar anno 2014 toch niet! Elke financiële of economische instelling moedigt ons juist aan om de lastenverschuiving te realiseren, en inderdaad richting milieufiscaliteit. Als de OESO dat zegt, als het IMF dat zegt, als het zelfs een aanbeveling is van de Europese Commissie, hoe kunt u dat als liberale fractieleider dan orwelliaans noemen en geloofwaardig blijven? Dat is onbegrijpelijk voor mij.

De heer Wouter Vanbesien (Groen)

U veegt alle voorstellen die te maken hebben met een verstandige manier om om te gaan met het begrotingstekort in de vuilnisbak. Wij willen dat structureel bekijken en niet nominaal. Wij willen een belastinghervorming richting vermogen en milieu. Wat u daartegenover stelt, is het status quo. Dit is het discours van de grote liberaal: laat ons alles houden zoals het is. Bovendien investeert u niet in zorg, terwijl dat heel erg nodig is en snijdt u het onderwijs de adem af. Ik denk dat u zich dat in de toekomst serieus gaat beklagen.

De voorzitter

De heer Bertels heeft het woord.

De heer Jan Bertels (sp·a)

Ik sluit me aan bij de heer Sanctorum. We zullen eens een technische sessie moeten geven over de begrippen structureel en nominaal evenwicht. Die worden hier door elkaar gegooid dat het niet meer mooi is vanuit intellectueel standpunt.

Mijnheer Somers, de 3 procentgrens van Europa is effectief een belangrijke grens. Vandaar dat we graag zouden weten wat de stand van zaken is met betrekking tot het tekort van 2014. We hebben dat al bij herhaling gevraagd. Ik hoor hier heel veel vragen van de meerderheid aan de oppositie, die dan onmiddellijk moet antwoorden. Wij vragen sommige zaken al een maand en krijgen op de valreep het antwoord, als we het al krijgen. Een simpele vraag: wat is de stand van zaken? Wat is het aandeel van Vlaanderen met betrekking tot het tekort in 2014 dat België moet aanleveren?

Mijn politieke vraag luidt – want daarover bestaat blijkbaar discussie bij de meerderheid –: zijn jullie het tekort van 2014 aan het verslechteren waardoor we de 3 procentgrens gaan overschrijden en onder curatele – dat woord hebt u niet gebruikt, maar daar komt het op neer – zullen worden geplaatst of niet? Gaan jullie het tekort doorschuiven naar 2015, waardoor de begroting 2015 slechter wordt? Wat is jullie houding ter zake? De meerderheid discussieert blijkbaar over de vraag welke minister van Begroting de zuiverste is.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Ik heb natuurlijk niet gezegd dat elke verschuiving van belasting orwelliaans is. Ik heb gezegd dat men soms belastingverhogingen maskeert op een orwelliaanse manier, met nieuwspraak. We noemen het een verschuiving maar vaak is het een verhoging. Heel veel voorstellen die ik hier heb gezien zijn eigenlijk regelrechte aanslagen op de middenklasse. Daar is mijn partij heel erg duidelijk in, daar doen wij niet aan mee! (Opmerkingen van de heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde)

Die mensen betalen al genoeg belastingen. (Opmerkingen van de heer Hermes Sanctorum-Vandevoorde. Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Bertels, wat vraagt u eigenlijk? Dat we nog meer besparen? Dat we nog meer hervormingen doen? U zegt dat er een ontsporing dreigt en dat we moeten afwachten. Dat is dus eigenlijk een pleidooi om niet minder, maar meer te hervormen.

Mijnheer Vanbesien, ik ben blij een grote onenigheid in de oppositie vast te stellen, want dat is altijd aangenaam voor de meerderheid. Volgens de ene hervormen we te veel, en volgens u zijn we de meerderheid van het grote status quo. Wat is het nu? Zijn we hervormers of houden we vast aan het status quo?

De heer Jan Bertels (sp·a)

Ik wil het debat een beetje eerlijk houden. Een goed debat begint met de juiste cijfers. Die zou u het best aanleveren en dan kunt u discussiëren.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Mijnheer Bertels, dan moet u eerlijk zijn en beseffen dat op dit moment niemand het cijfer kan geven over op hoeveel deze begroting eind 2014 zal eindigen. Ik zal zo dadelijk voortgaan over die begroting, ook over die van 2014, als ik mag.

De heer John Crombez (sp·a)

Dat mag u absoluut, mijnheer Somers. Als u in staat bent om de stand van zaken van de begroting 2014 uit te leggen, krijgt u zelfs extra spreektijd. Op de duur zitten we in een onwaarschijnlijke discussie. We hebben een zeer simpele vraag gesteld omdat we dingen in de krant hebben gelezen die verontrustend zijn en die fundamenteel anders zijn dan wat we hebben besproken in de commissie, en dan wat het Rekenhof heeft gezegd. Dat is een nieuw element.

Ik zal het nog eens herhalen, want daarstraks was het blijkbaar nog niet doorgedrongen. We vragen geen exact cijfer van de begroting op 16 december, maar het zou nieuws zijn dat de Vlaamse Regering op 16 december, zoals de minister van Begroting zegt, op 400 miljoen euro na nog niet kan zeggen wat er van aan is. Ofwel zit het rond de 350 miljoen euro zoals het Rekenhof aangaf, ofwel klopt het verhaal dat het tussen de 700 en 800 miljoen euro zit. Als we hier twee of drie dagen begrotingsbesprekingen hebben en we moeten stemmen, en op 16 december zegt Open Vld-fractieleider Somers dat we dat niet moeten vragen op 400 miljoen euro na en de regering zegt dat ze dat niet kan weten op 400 na, dan zou dat nieuws zijn.

Ik stel voor om minister Muyters te vragen. Hij kon tijdens de begrotingsbespreking half december wel zeggen waar we ongeveer zouden landen, zeker op 400 miljoen euro na, en zelfs op 100 miljoen euro na.

Waarom is dat nu belangrijk? Als het blijkt te kloppen dat het tekort meer dan 700 miljoen euro is, dan diende er op dit moment een voorstel ter stemming voor te liggen met een zwaar deficit voor 2015. Het is ons recht om daar bezorgd over te zijn. Al zijn we er al 125 jaar bezorgd over, dat gaan we blijven. Ik zal dit blijven herhalen tot ik een antwoord krijg.

De voorzitter

Minister Turtelboom heeft het woord.

Minister Annemie Turtelboom

Wat we al 750 keer hebben gezegd, zal ik nog eens zeggen. Als je vandaag kijkt naar de cijfers van de gewestbelastingen, dan lees je in de kranten dat er ontzettend veel dossiers liggen van de woonbonus. Alleen zien we dat op dit moment niet in de cijfers. (Opmerkingen van de heer John Crombez)

Mag ik uitspreken? U hebt al 750 keer hetzelfde gezegd, dus mag ik dat ook. Net zoals de vorige jaren ken je de exacte cijfers van de onderbenutting bij departementen pas in januari. Je kent de exacte cijfers van de inkomsten- en gewestbelastingen pas in januari. Als ik de cijfers vraag, dan lees ik in de kranten dat er nog veel dossiers moeten binnenkomen, maar dat zien we vandaag nog niet in de cijfers. Als u Madame Soleil bent en als u vandaag precies kunt zeggen dat uw begroting van 2015, zoals u constant laat uitschijnen, is wat ze is en dat er geen euro aan zal moeten worden veranderd, dan zeg ik u: u komt uit jaren van meerderheid en u weet dat een begroting op elk moment in evolutie is.

Weet u wat de hoofdeconomen van een aantal banken me zeggen en wat ze aan de minister-president hebben gezegd? Dat het wel eens zou kunnen dat we in het vierde kwartaal – ik zal het debat over de stakingen niet beginnen – naar een nulgroei gaan. En ja, dat zal ook een effect hebben op de begroting. (Applaus bij de N-VA en Open Vld)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, ik besef zeer goed dat we in herhaling vallen, maar ik zou toch mijn oproep van vanmorgen willen herhalen. Daarvoor kijk ik naar u. Ik denk dat het mogelijk moet zijn dat het parlement de laatste monitoring ter beschikking krijgt, want het wordt voortdurend gemonitord door de administratie. Nogmaals, deze discussie kunnen we enkel maar voeren op het moment dat we die laatste monitoring zien.

De heer John Crombez (sp·a)

Ik word persoonlijk aangesproken op het feit dat ik jaren in de meerderheid zat. Door jaren in de meerderheid te zitten, voorzitter, weet ik dat wat de minister van Begroting zegt dat ze niet kan, de administratie wel kan op 16 december, en dat is antwoorden op de vraag: is het nu rond de 350 miljoen euro of zit het boven de 700 miljoen euro? Wat de minister van Begroting niet kan, kan de administratie wel. Ik ga nog duidelijker zijn: laat de administratie hier dan antwoorden. Het is potverdorie al die jaren altijd mogelijk geweest voorafgaand aan dit debat, op 16 december, en nu ineens niet. Heel de uitleg, die inderdaad al twee keer is gegeven, doet niets ter zake. Ik ga het nog eens heel duidelijk zeggen. ‘A côté de la plaque’, om het in een andere taal te zeggen. Niemand vraagt een exact cijfer, niet over de gewestbelastingen, niet over de voorafbetalingen. Maar als wij nu niet kunnen zeggen op het moment dat we dat moeten zeggen, of er 350 miljoen euro meer tekort of minder tekort is, dan zeg ik u dat u ons voor het lapje aan het houden bent. Als dat al niet meer belangrijk genoeg is voor het parlement, dan weet ik het niet meer.

Ik vraag net als de heer Rzoska wat de mening van de administratie hierover is. Die kan dat wel zeggen.

De voorzitter

De heer Tobback heeft het woord.

Mijnheer Somers zocht enigszins wanhopig naar een onderscheid tussen de oppositiepartijen, maar ik moet hem zeggen dat hij zich ook daar weer van positie vergist. Ik ben het 200 procent eens met de heer Vanbesien wanneer hij zegt dat u eigenlijk een heel conservatieve redenering hanteert omdat u blijkbaar ideologisch niet bereid bent om structurele maatregelen van lastenverschuiving te bekijken – ik wil met u ondertekenen dat het lastenverschuivingen en geen lastenverhogingen zullen zijn – maar dat het vanuit rechtvaardigheid noodzakelijk zal zijn om dit te doen. Dat weet ondertussen iedereen, behalve de Belgische en de Vlaamse meerderheden in de verschillende parlementen. Bovendien is uw conservatisme zo dat u, de heer Diependaele en vele anderen, niet eens bereid bent, om het te toetsen aan de realiteit. Want het recept dat u nu probeert, namelijk versneld tekorten afbouwen door welvaart en investeringen af te bouwen, is een recept dat men in Europa al vijf jaar probeert. Als u wilt weten waarom de economische groei in heel Europa nu al jaren tegenvalt, en jaar na jaar steeds meer tegenvalt, tot op het punt dat we bij deflatie zijn gekomen, dan is dat omdat men tot nu toe overal die waarheid niet onder ogen heeft willen zien, namelijk dat als u niet een stap zet naar geleidelijke afbouw van tekorten en verschuiving van lasten ten voordele van werk en ten nadele van hen die vandaag helemaal niets bijdragen – dat heeft niets te maken met de middenklasse, mijnheer Somers –, dan zal dit niet lukken. Dan mag de heer Diependaele zijn mantra, ‘dit gaat over de volgende generatie en de investeringen gaan komen, ze gaan komen, ze gaan komen’, nog vaak herhalen. Wel, de heer Barroso heeft vijf jaar lang geloofd dat ze zouden komen, maar ze zijn nog altijd niet gekomen.

Als u nog niet begrepen hebt, dat u hiermee in Sinterklaas gelooft en aan de Belgische en Vlaamse bevolking uitlegt dat ze vooral iets moeten doen dat geen enkel uitzicht of toekomstperspectief heeft, in de hoop dat aan het einde van de rit ooit eens Sinterklaas zal komen, dan zeg ik: kijk rond u naar alle mogelijke landen, met inbegrip van Duitsland trouwens. Dit werkt niet. Als u niet op een verstandige manier tekorten aan het afbouwen bent, dan bent u eigenlijk de welvaart aan het afbouwen. Dat is wat u doet. Dat vertaalt zich hier in afbouw in onderwijs, in zorg, in welzijn, in noem maar op, en dat in de eerste plaats, mijnheer Somers, ten nadele van die middenklasse. Het is uw conservatisme dat aan die middenklasse elke dag die rekeningen presenteert voor de komende weken, maanden en jaren. En Sinterklaas, mijnheer Diependaele, die zal niet komen aan het einde van die rit.

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Wanneer een socialistische voorzitter zegt dat hij het voor 200 procent eens is met de groenen, dan zou ik de groenen aanraden om erg oplettend te zijn. (Gelach. Applaus bij de meerderheid)

Mijnheer Tobback, er is een land dat uw recepten en remedies toepast en het ligt ten zuiden van België, namelijk Frankrijk. Ga eens kijken wat daar met de economie is gebeurd, ga eens kijken hoe de mensen er daar voor staan, ga eens kijken hoe de economie zich daar ontwikkelt. Het is een puinhoop op economisch en sociaal vlak.

Dames en heren, ik probeerde uit te leggen waarom het belangrijk is dat we de budgettaire orthodoxie die sommigen willen loslaten, moeten vasthouden. Trouwens, het idee om het nominaal evenwicht te bereiken in 2015, is afgesproken in het Overlegcomité van april, inderdaad voor de verkiezingen. Evident moesten de nieuwe regeringen bij het uittekenen van het beleidskader uitgaan van de afspraken die daar zijn vastgelegd. Ze waren erdoor gebonden. De mensen die in het Overlegcomité – dus ook uw partij – de afspraken hebben gemaakt, wisten dat er een maand later verkiezingen waren. Die afspraken waren nodig om op een georganiseerde manier aan de slag te kunnen gaan met nieuwe regeringen.

De afspraken hebben we trouwens allemaal vertaald in onze verkiezingsprogramma’s, ook de partijen van de oppositie. We wisten goed dat het nodig was om te besparen. Er waren voorstellen van vele miljarden euro’s tijdens deze legislatuur bij de socialisten, groenen, liberalen, N-VA en CD&V omdat we wisten dat we de tering naar de nering moesten zetten. Dat sommigen nu hun afspraken van het Overlegcomité of hun verkiezingsprogramma opzij willen smijten, is hun goed recht. Ik ben alleszins blij dat de meerderheidspartijen van N-VA, CD&V en mijn partij dat niet willen doen.

Trouwens, nu zorgen voor goede en gezonde financiën is niet alleen verantwoordelijk maar ook vanuit sociaal perspectief het beste beleid. Kijk om ons heen in de rest van de Europese Unie. Als overheden hun financiën niet op orde houden, dan zijn het op de eerste plaats de zwakkeren die daar het slachtoffer van zijn. Dat zien we in Griekenland, Spanje en Portugal. Een voorbeeld, het zijn niet de rijke Spanjaarden die hebben gebloed van de crisis. Er zijn 5 procent meer rijke Spanjaarden. Aan de onderkant van de maatschappij zijn er geen 300.000 maar nu 700.000 gezinnen zonder inkomen. Spanje heeft nu na Roemenië de hoogste kinderarmoedecijfers. Dat is door een beleid van een land dat op een zeker moment de budgettaire orthodoxie zodanig heeft losgelaten dat Europa heeft ingegrepen. In die situatie mogen wij niet komen. (Rumoer)

Dames en heren, orde op zaken zetten, kan op verschillende manieren. Hier haak ik weer in op het begin van mijn betoog. Hoe hoop creëren? Hoe perspectief creëren? Hoe onze welvaart veilig stellen? De kaasschaafmethode van de voorbije jaren is daarbij niet het juiste instrument. Het werkt niet meer. Ik heb de cijfers ook niet, maar ik vermoed dat 2014 budgettair een heel moeilijk jaar zal zijn. Indien dat klopt, is het een bewijs dat we met de kaasschaaf niet verder kunnen en dat we het over een andere boeg moeten gooien. We moeten een hervormingsbeleid voeren. Om ons land op de sporen te zetten en het vertrouwen te herstellen, zal er meer nodig zijn dan enkel lineaire besparingspercentages. Er is trouwens ook meer nodig dan enkel een saneringsretoriek. We hebben nood aan perspectief. Daarom moet deze regering op de allereerste plaats een hervormingsregering zijn. Een regering die nieuwe wegen inslaat, die de aanpak van het verleden in vraag durft te stellen, die mensen vertrouwt en responsabiliseert, die hen ruimte geeft en hen niet voor alles bij het handje houdt.

Vandaag staat daar een schitterend voorstel van in de krant. Op de voorpagina van De Morgen staat het verhaal van de onthaalouders: hoe regelneverij en reglementitis mensen ontmoedigt om zelf aan de slag te gaan. Hoe daardoor duizenden opvangplaatsen voor kinderen verloren zijn gegaan. Dat moeten we op een andere manier aanpakken. 

We hebben nood aan een hervormingsregering die snoeit in haar regels, die barrières wegwerkt voor mensen die de handen uit de mouwen willen steken, die zich niet vastklampt aan het status quo. Een progressieve regering, die geen angst heeft van verandering maar beseft dat hervormen de enige manier is om onze toekomst veilig te stellen. Geen conservatieve regering, die tegen beter weten in alles bij het oude laat en zo onze toekomst op het spel zet. Neen, een progressieve regering die in bedrijven investeert, die mensen ondersteunt, die zorgt voor een goed investeringsklimaat en voor nieuwe jobs, om zo ons systeem van sociale bescherming op termijn en in de diepte veilig te stellen. Die bijvoorbeeld een openbaar vervoer vraaggestuurd en niet aanbodgestuurd uitbouwt. En die zo met minder geld meer mensen verplaatst. Of die in de welzijnssector mensen in plaats van instellingen subsidieert. Waardoor meer efficiëntie en kostenbewustzijn hand in hand gaan met meer vrijheid en kwaliteit. Of die het – laten we eerlijk zijn – achterhaalde systeem van de VIPA-subsidies (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) hervormt, zodat we niet langer jaren wachten op die subsidies vooraleer we onze verzorgingsinstellingen beginnen te bouwen. Die instellingen kosten door die VIPA-regels vaak 30 procent meer dan zonder die regels. Dat staat in een rapport van het Vlaams Parlement.

Deze regering hervormt ook met haar beleid van belastingverlagingen. Ze draait de onrechtvaardige verhoging van de miserietaks terug. Het tarief wordt opnieuw verlaagd naar 1 procent. Ze zet ook heel wat fiscale hervormingen in de pipeline, onder meer voor de registratierechten en de ouderwetse tarieven voor de schenkings- en successierechten. En ook de hefbomen voor ondernemingen worden volop gebruikt, met onder meer de verlenging van de vrijstelling van belasting op materieel en outillage, en het uitwerken van nieuwe financieringsvormen voor bedrijven.

Collega’s, deze regering is ten slotte niet alleen een hervormingsregering, maar ook een echte investeringsregering. De afgelopen jaren – wij zaten toen in de oppositie – klopte de Vlaamse Regering zich op de borst dat ze veel investeerde. Ik geef toe dat de Vlaamse overheid van alle overheden, behalve dan, mijnheer Van den Heuvel, de lokale overheden, de overheid is die het meest investeert. De voorbije jaren was de Vlaamse Regering fier op haar investeringsniveau. Welnu, deze Vlaamse Regering gaat in veel moeilijkere economische tijden en veel moeilijkere budgettaire omstandigheden nog meer investeren. Zij gaat nog meer injecties geven in onze economie. Mijnheer Van den Heuvel heeft al die investeringen opgesomd. Ik ga ze hier niet herhalen.

Collega’s, de Vlaamse Regering maakt de juiste keuzes. Door de financiën op orde te zetten, neemt ze haar verantwoordelijkheid ten volle op, ook nu het moeilijk gaat. We rekenen erop dat ze dat ook in de komende jaren zal blijven doen. Het belooft ook in de komende jaren geen gemakkelijke klus te worden. De meerjarenbegroting die werd ingediend in het parlement, maakt dat duidelijk. Voorzichtigheid blijft dus geboden. Het is daarom goed dat de regering bijvoorbeeld de 201 miljoen euro die voorzien was voor de indexering van de lonen niet te snel heeft uitgegeven. Door de negatieve aanpassingen van de groeivooruitzichten blijkt dat we deze middelen trouwens hard nodig zullen hebben om de tegenvallende groei op te vangen.

Collega’s, gisteren werd het land lamgelegd door een nationale staking. De vakorganisaties verzetten zich tegen het beleid van de regeringen. Mijn fractie kan begrip opbrengen voor de onzekerheid bij vele mensen. Ja, het zijn onzekere tijden. En ja, de gevraagde inspanningen zijn niet altijd gemakkelijk. Maar ik weet één ding zeker: het is niet door te staken dat we uit de crisis zullen geraken. Mensen – hoe onzeker ze ook zijn – beseffen dat maar al te goed. Staken is geen oplossing. Staken schaadt onze economie en vernietigt banen. Ik hoop daarom dat de rede terugkeert. De stakingen hebben lang genoeg geduurd. Niemand zit te wachten op een verdere polarisatie, een verder uitdiepen van het conflict. Daarmee stellen we onze toekomst niet veilig. Het is tijd om rond de tafel te gaan zitten. Dat vraagt van de vakbonden dat ze het primaat van de politiek respecteren.

Het beleid van de Vlaamse Regering en van de Federale Regering stoelt op een erg ruime parlementaire meerderheid. In een democratie heeft het parlement het laatste woord.

Minister-president, ik richt me tot u. De Vlaamse Regering kan ook bijdragen tot een beter sociaal klimaat door actief de dialoog op te zoeken, uw beleid uit te leggen en de mensen het perspectief te tonen dat erin vervat zit. Uw ploeg moet koers houden. Ze heeft de juiste richting gekozen. Tegelijkertijd vraag ik de Vlaamse Regering echter naar elke redelijke stem te luisteren, haar inspanningen zo mogelijk nog op te drijven en nog meer kansen te creëren voor iedereen die nu nog uit de boot valt en voor iedereen die vooruit wil.

Ik ben, ook al leven we in moeilijke tijden, hoopvol gestemd. Dat kan ook niet anders voor een liberaal. Met haar hervormingsbeleid maakt de Vlaamse Regering Vlaanderen sterker voor de toekomst. We hebben immers alle troeven om uit de crisis te geraken. We hebben creatieve ondernemers, hardwerkende mensen, een internationaal gelauwerd onderwijs, sterke sociale voorzieningen, een rijk verenigingsleven, bruisende steden en een sterk middenveld.

Waarom zouden we bang zijn voor de toekomst en aan negativisme of defaitisme toegeven? Ik doe dat alvast niet. Mijn fractie en mijn partij doen dat niet. Met de keuzes die ze maakt, bewijst de Vlaamse Regering dat ze dat niet doet. Om die reden kan deze begroting en de Vlaamse Regering op onze volle steun rekenen. (Applaus bij de meerderheid)

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, ik heb geduldig gewacht. Ik wil een paar punten naar voren brengen, maar ik zal het kort houden.

In de Septemberverklaring hebben we ons door de meerderheid met Wallonië gebenchmarkt gevoeld. Nu is het Griekenland. Ik stel voor dat we daarmee stoppen. Volgens mij is Vlaanderen meer waard dan een benchmark met Griekenland.

We zouden een benchmark met Nederland kunnen maken. Daar is het beleid al gevoerd dat de Vlaamse Regering nu hier wil voeren. Momenteel zijn er problemen met het onderwijs en de zorg in Nederland. Ik stel voor dat iedereen eens naar de debatten ginds kijkt. De schuld is daar de voorbije jaren sterker gestegen dan in Vlaanderen of in België.

Mijnheer Somers, u hebt op een bepaald ogenblik gesteld dat de oppositie niet alle verkiezingsbeloften heeft gehouden. Het is vreemd in de oppositie op het beleid te worden afgerekend. Ik wil echter iets herhalen dat ik vorige keer ook al heb vermeld. Alle partijen hebben beloofd niet aan de pensioenleeftijd en aan de index te raken. U moet nu niet doen alsof de partijen die nu het bestuur uitmaken hun verkiezingsbeloften hebben gehouden. Iedereen heeft verklaard de pensioenleeftijd niet te willen verhogen.

U hebt terecht naar de cijfers voor 2014 verwezen. Er is echter geen verband met de kaasschaaf. Die cijfers hebben betrekking op de impact van de conjunctuur en dergelijke zaken. Iemand beschikt allicht over die cijfers, maar het Vlaams Parlement heeft ze zeker niet. Ik weet dat de meerderheid het een terechte vraag vindt om die cijfers voor de stemming te kennen. Dit is al een paar keer een moeilijk punt geweest.

De onthaalouders vormen een goed voorbeeld. U hebt gelijk dat dit in het verleden niet goed is beheerd. We hebben de Vlaamse Regering echter al eerder gevraagd duidelijkheid te verschaffen over die doelgroepenkorting bij de onthaalmoeders. U hebt naar de overdracht verwezen. Het gaat om ouderen, jongeren en personen met een beperking. De doelgroepenkorting voor de onthaalmoeders maakt hier geen deel van uit. Het gaat om een overdracht en meer dan 70 procent van die middelen werden in Vlaanderen gebruikt. Dit komt nu op de helling te staan. De onthaalmoeders vragen al lang om duidelijkheid. Dit is een terecht punt. U zou er bij de Vlaamse Regering kunnen op aandringen hierover snel duidelijkheid te creëren.

Tot nu toe heb ik nog niets over de stakingen gezegd. Ik vind de teneur van de fractieleiders van de meerderheid beter dan wat ik de voorbije dagen in de kranten heb gelezen of op televisie heb gezien. De fractieleiders van de meerderheid hebben alle drie verklaard dat ze begrip hebben voor de onrust. Dat is veel beter dan de stakers, die ook mensen zijn, halve criminelen, een gewapende arm en dergelijke te noemen. Ik ben blij met de teneur van de meerderheid. Ik hoop dat dit wordt doorgegeven aan de partijleden die hier niet aanwezig zijn.

Ik heb gisteren, de dag van de nationale staking, de heer Leemans gehoord. Hij heeft gesteld dat de schulden en de tekorten onder controle moeten worden gebracht. Hij heeft gesteld dat absoluut aan de competitiviteit moet worden gewerkt. De vakbonden hebben dat al voor de verkiezingen verklaard.

“Maar we hebben als vakbond één vraag”, zei hij, “namelijk dat de boel rechtvaardiger wordt verdeeld.” Dan helpt het echt niet dat Alexander De Croo de avond van de staking nog eens komt zeggen: “Die rechtvaardige verdeling fiscaal: vergeet het.” De ene dag is het zus, de andere zo. ’s Morgens is het zo en ’s middags weer anders. Stop daarmee. Houd u inderdaad bij het begrip voor die stakingen. Die mensen hebben echt een reden om ongerust te zijn.

Mijnheer Somers, het gaat ook verder dan ze uit te nodigen aan de tafel van de regering om uit te leggen waarom de regering gelijk heeft. U zegt dat de regering het beleid wil uitleggen. Maar het gaat verder. Sociaal overleg wil zeggen dat er openheid moet zijn om dingen bij te sturen die onrechtvaardig zijn. Ik pleit heel erg voor de teneur die hier in het parlement wordt gezet. Het is jammer dat we de voorbije weken op radio, televisie en in de kranten een andere teneur hebben gehoord, waarbij ongeruste mensen werden verweten halve criminelen te zijn. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Letterlijk, mijnheer Van Dijck, letterlijk. De teneur in dit parlement is beter. Ik dank jullie daarvoor.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Voorzitter, ik zal proberen zeer kort te zijn. Ik wil ingaan op een oproep van de heer Somers om “redelijkheid aan de dag te leggen en de inspanningen op te drijven”. De heer Somers heeft – alweer – verwezen naar de hervorming van de zogenaamde miserietaks. Wat nu voorligt aan de kant van de regering komt mij eerlijk gezegd zeer vertrouwd voor. Ik kan uit eerste hand getuigen dat ik het ooit zelf eens op die manier op papier heb gezet. Toen kon het niet. Ik ben blij dat het vandaag wel kan.

Mijnheer Somers, u hebt een oproep gedaan aan de rede en wilt verdere stappen zetten. U moet mij alleen eens zeggen wat de ratio is om de verlaging van de miserietaks van 2,5 naar 1 procent te beperken tot gehuwden en wettelijk samenwonenden. Want daardoor is er nog altijd een groep mensen die in alle vrijheid beslissen om samen te wonen en een woning te verwerven en vandaag nog altijd 2,5 procent zullen betalen op het moment dat die woning moet worden verkocht. Ik denk nochtans dat de partij die u vertegenwoordigt, alle samenlevingsvormen neutraal wil behandelen. Ik zoek naar de ratio achter dat verschil. 

De heer Bart Somers (Open Vld)

Voorzitter, ik zal op slechts één ding antwoorden, namelijk op de vraag van de heer Crombez. Ik denk dat dat vandaag het meest cruciale is.

We spraken daarnet over dalende conjunctuurcijfers. We weten allemaal dat economie ook psychologie is en dat een samenleving nood heeft aan stabiliteit, vertrouwen en cohesie. De voorbije weken zaten we in een veel te scherpe polarisatie. Dat betekent dat iedereen rond de tafel moet zitten om met elkaar te praten. Dat vraagt een inspanning van de vakbonden en van de regering. Ik heb het aan de minister-president gevraagd. Ik vind dat de Federale Regering ook haar verantwoordelijkheid moet nemen. Het vraagt ook een grote inspanning van de vakbonden. Die bestaat ook uit twee zaken. Eerst en vooral moet de vakbond het primaat van de politiek ten volle accepteren en aanvaarden. (Opmerkingen)

Nee, nee, nee. Als u het wezen van het sociaal overleg en onze parlementaire democratie ernstig neemt, dan weet u dat het primaat van de politiek overeind blijft. Maar binnen die context moet er evident worden gepraat en moeten werkgevers, werknemers en overheid zoeken naar het opvangen, verbeteren, verfijnen en compenseren van maatregelen die vandaag mensen in de samenleving te veel pijn doen. Daarvoor moet er ruimte zijn. Ik heb begrepen dat de federale overheid die intentie heeft. Maar we kunnen niet onderhandelen met een partner die zegt: “Het zal zo zijn of ik kom niet af.” (Opmerkingen van de heer John Crombez)

Mijnheer Crombez, ik wil een punt maken waarmee ik wil besluiten. Vanuit de Open Vld doen we die oproep naar de twee kanten. Het zou de sp.a-fractieleider sieren mocht hij dat ook doen, mocht hij ook naar de twee kanten verwijzen en de vakbond voor haar verantwoordelijkheid plaatsen in het zoeken naar een nieuwe verstandhouding in het sociaal overleg. 

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Collega’s, leden van de regering, minister-president, uit deze begroting zou, zoals dat volgens sommigen ook het geval was voor het regeerakkoord en de Septemberverklaring, de zo gepropageerde kracht van verandering moeten blijken. Maar eerlijk gezegd denk ik dat veel mensen het met mij eens zullen zijn als ik zeg dat ik niet weet waar die verandering zich nu precies situeert.

Wat de verandering niet is, is veel duidelijker. Het is alleszins geen institutionele verandering. Op institutioneel vlak zal alles de komende vijf jaar stil liggen. Het Belgische regime zit dankzij de collaboratie van de N-VA steviger in het zadel dan ooit. Vlaanderen slikte alle communautaire eisen in en Vlaams geld blijft naar Wallonië vloeien. Begin deze maand werd in een nieuwe studie van VIVES duidelijk dat ook de financieel-economische crisis van de voorbije jaren de geldstromen van Vlaanderen naar Wallonië niet heeft doen afnemen. Via de uitgaven van de federale overheid, via de financieringsregeling in de Bijzondere Financieringswet en via de sociale zekerheid is er elk jaar een transfer van 6 miljard euro Vlaams belastinggeld om België overeind te houden. De transfers via de staatsschuld zijn daar zelfs nog niet in meegerekend.

Vlaanderen betaalt ook gedwee de saneringsbijdrage van de zesde staatshervorming. De passiviteit die zowel deze als de vorige Vlaamse Regering tegenover de zesde staatshervorming heeft tentoongespreid, wordt enkel overtroffen door de winterslaap van een alpenmarmot.

Op het terrein van de afschaffing van de oude politieke cultuur ligt de verandering ook al niet. De politieke benoemingen gaan van oudsher voort. De partijkaart blijft het halen op bekwaamheid, wanneer het op benoemen aankomt. En de beloftes van voor de verkiezingen? “Waarom beloftes nakomen als men een politieke vriend een mooie job kan bezorgen?”, hoor ik velen denken.

Bevindt de verandering zich dan misschien op het fiscale vlak? Ik hoorde de Vlaamse Regering uitentreuren herhalen dat de belastingen niet verhoogd worden, maar ondertussen worden wel allerlei gebruikersbijdragen – retributies zo u wilt – verhoogd. Ze zijn al genoemd in de loop van de dag: inschrijvingsgeld voor het onderwijs, biljetten voor De Lijn enzovoort. Feit is dat de Vlaming veel meer zal moeten ophoesten dan voor de verkiezingen het geval was, laat staan dan voor de verkiezingen beloofd werd.

Situeert de zogenaamde verandering zich dan in een aanscherping van het inburgeringsbeleid? Ach neen, ook de kiezers die om die reden voor de kracht van verandering hebben gestemd, krijgen geen waar voor hun geld. Moskeeën blijven vlot subsidies incasseren. Terwijl Vlamingen voor zowat elke dienst meer zullen moeten betalen, blijven de inburgeringscursussen volledig gratis. Zie, het socialistische gratisbeleid is dus toch niet volledig verdwenen.

Ik vrees dan ook, collega’s, dat de hoop op verandering bij de burger intussen begint om te slaan in verbijstering om de gebroken beloftes, ja zelfs verbittering om de vele verkapte belastingverhogingen.

Collega’s, sta mij toe om het beeld dat ik van deze regering heb, te schetsen door middel van een verhaaltje. Als laatste spreker mag het misschien een beetje ludiek zijn, voorzitter. Het is een – helaas niet fictief – verhaaltje over de woelige rit met de bus van de minister-president. Ten behoeve van het verhaal, voorzitter, zou ik u uitzonderlijk willen verzoeken om mij niet te laten onderbreken.

Het verhaal is getiteld: ‘De gammele bus van Geert Bourgeois.’ Vanwege de besparingen heeft de minister-president uiteraard geen chauffeur, maar moet hij zelf rijden. Aan het stuur van de Vlaamse Regeringsbus zit dus de man die de belichaming van de verandering moest worden. In de bus zitten alvast zijn trouwe en volgzame partijgenoten, en onderweg pikt hij nog een aantal medestanders op. Aan de eerste halte zijn de CD&V’ers, geschrokken door de ambitieuze aanblik van de buschauffeur, braaf en blindelings op de bus gestapt. En vele, vele haltes verder stappen ook nog enkele Open Vld’ers op, nadat zij het ticketje van hun geloofwaardigheid eerst hadden ingeleverd.

De bus van de regeringsleider brengt de nietsvermoedende Vlaming vervolgens via verschillende haltes – duurdere kinderopvang, minder kinderbijslag, duurder openbaar vervoer, hoger inschrijvingsgeld in het onderwijs, duurder water en elektriciteit, duurdere zorgverzekering enzovoort – naar de bestemming die ‘Afgrond’ blijkt te heten. En wanneer de brave CD&V’ers – het zelfverklaarde sociale geweten onder de buspassagiers – en wanneer ook de Open Vld’ers – die nog net op de bus waren gesprongen, buiten adem en strompelend – wanneer zij vooraan in de bus, naast de regeringsleider, het silhouet zien opdoemen van de Vlaming die begint te mopperen omdat hij er niet voor gestemd heeft om gepluimd te worden, omdat hij niet gestemd heeft voor meer belastingen of duurdere dienstverlening, omdat hij niet gestemd heeft voor een Vlaanderen dat vies is van meer autonomie, dan moeten die CD&V’ers en Open Vld’ers hun mond houden omdat hun ministers naar achter in de bus roepen dat zij allemaal koest moeten zijn, onder het aloude motto van de traditionele machtspartijen ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’.

En dus, zoals dat gaat in een particratie, hielden die CD&V’ers en die Open Vld’ers zich koest en lieten ze de regeringsleider – die na zoveel haltes niet langer de belichaming was van de verandering maar veeleer van de bourgeoisie – dus lieten zij de regeringsleider, met het stuur stevig in de hand en oogkleppen op het hoofd, de bus in de afgrond van het kiezersbedrog rijden.

Ja, de CD&V’ers en Open Vld’ers bleven braaf en stil, maar vooral ook angstig met hun beide knuistjes aan de reling vastgeklampt in de hobbelige bus, ook toen zij zagen dat chauffeur Bourgeois de verkeerde kant uitging. Ook toen zij heen en weer werden geschud, niet alleen door de onkundige buschauffeur maar ook door hun achterban – met veel dreigende electorale pijn aan hun rug en achterwerk tot gevolg –, ook toen bleven zij braaf en stil.

Er was wel wat geknor, helemaal achteraan in de bus vanwege een aantal N-VA’ers die zich wél nog herinnerden wat ze een halfjaar geleden aan de kiezer hadden beloofd. Dat geknor werd even zelfs vrij hevig toen men werd voorbijgestoken door een andere bus met aan het stuur Charles Michel en in zijn schaduw assistent-chauffeur Bart De Wever, beiden omgeven door de Franstalige vrienden van de MR, die zich allen voorbereidden om de afslag ‘Duurzaam België’ te nemen en intussen vrolijk wuifden naar de inzittenden van de Vlaamse bus. Een handvol N-VA’ers, met een nog naar behoren werkend geheugen, kondigden – hun verkiezingsprogramma indachtig – met luide en dreigende stem aan dat ze uit de bus zouden springen. Er ontstaat dan wat paniek, wat geduw en getrek, tot de Vlaamse Spice Girls Homans, Turtelboom en Crevits – de vrolijke lachebekjes die in de bus op de tweede rij zitten – zich recht zetten en om wat geduld vragen. Zij beloven dat ze met de chauffeur zullen gaan spreken en dat ze hun onuitputtelijke charmes zullen gebruiken om hem op betere ideeën te brengen en dat ze desnoods samen op zoek zullen gaan naar de handrem indien mocht blijken dat de chauffeur de bus verder naar de afgrond blijft rijden.

Niettemin wordt het achteraan in de bus voor die enkele N-VA’ers die zich het eerste artikel uit hun partijstatuten herinneren, wat te ongemakkelijk. Zij zijn het schokken en het hobbelen en het bochtenwerk van de bruuske en stuurse chauffeur beu, zij zijn het beu om op de blaren te moeten zitten van hun door gebroken verkiezingsbeloften verbrande gat, en ze hebben er wat op gevonden. Ze blijven – ondanks hun eerdere dreigementen – op de bus, maar ze hebben aan hun goede vriend Ben Weyts, de grote baas van alle bussen, gevraagd om een hangmat te installeren. Door zich in de hangmat te nestelen, kunnen ze volgzaam blijven meerijden maar voelen ze de pijn van het hobbelen en het bochtenwerk niet meer.

Ondertussen is de bus nog eens gestopt en zijn ook Gwendolyn Rutten, met een blauwe jurk vol goesting, en Sven Gatz, met een stapel bakken stevige bieren, opgestapt om te komen zeggen dat de gammele bus in feite de Rolls-Royce onder de vip-bussen is en dat alles er prachtig uitziet voor iedereen met blauw bloed.

Men zou denken dat dit voor de zogenaamd sociale en dus antiliberale ACW’ers, zoals Joke Schauvliege en Jo Vandeurzen, het ultieme signaal is om in de bus naar voren te stormen en het stuur zelf opnieuw in handen te nemen of desnoods van de bus te springen. Maar neen, dat doen ze niet. Ze blijven braafjes zitten, ook al zitten ze weinig comfortabel. Ze blijven zitten, want ze weten uit ervaring en uit de geschiedenis van hun partij dat niets zo veel voldoening schenkt als een ministerambt. De braafheid en de onderdanigheid van CD&V is daarmee in de bus even vertrouwd geworden als de onappetijtelijke vastgekleefde kauwgom onder de zitplaats.

Het Vlaams Belang, collega’s, heeft de bus niet genomen, niet alleen omdat de chauffeur liever geen kritische Vlaams Belangers aan boord heeft, maar vooral omdat de bus niet in de richting rijdt die de Vlaming heeft aangegeven. En omdat de chauffeur, minister-president, niet de Vlaamse Dr. Jekyll blijkt te zijn, maar wel de Belgische Mr. Hyde, die de busticketjes overigens gevoelig duurder heeft gemaakt. Intussen dendert de gammele bus van Geert Bourgeois nog even voort. De afgrond nadert, maar de inzittenden lijken zich van geen kwaad bewust.

Minister-president, de moraal van het verhaal is dat ik hoop dat u de oogkleppen verwijdert, dat u uw oor te luisteren legt bij de Vlaming en de Vlaamse Beweging, waarvan u, dacht ik toch, de politieke emanatie wilde zijn. Ik hoop dat u uw bus in de juiste richting manoeuvreert, in de richting die veel Vlamingen en vooral uw kiezers dachten aangegeven te hebben, en dat is niet de richting van een duurzaam België, maar wel die van de republiek Vlaanderen. Zolang u geen rechtsomkeer maakt, minister-president, zolang u de rijrichting niet drastisch verandert, zolang u Vlaanderen richting afgrond rijdt, laten wij uw bus aan ons voorbijgaan en zullen wij op de rode knop duwen wanneer u ons vraagt om uw begroting goed te keuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid

Dames en heren, dan gaan we nu over tot de bespreking van de verschillende onderdelen van de begroting.

We beginnen met het onderdeel Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid.

De heer Van Miert heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, leden van de regering, het afgelopen decennium werd onze samenleving ingrijpend gedigitaliseerd. Ook de digitale communicatie kende een explosie van nieuwe technieken en nieuwe kanalen. Het dataverkeer gaat immer sneller en sneller. De Vlaamse overheid heeft ook altijd ingezet op die digitale middelen en technieken. Niet alleen in dit huis, maar ook in haar communicatie naar de burger, maakte zij reeds gebruik van digitale communicatie. De N-VA-fractie merkt met tevredenheid op dat ook in de nieuwe legislatuur verder wordt gebouwd aan de digitale communicatie. Ik verwijs naar het gebruik van YouTube voor het uitzenden van onze vergaderingen in de commissie en ook in de plenaire vergadering. Ik denk dat er geen laagdrempeligere manier van communiceren is.

Ik verwijs ook graag naar de digitale advertising binnen het kabinet van minister Weyts, die in zijn promotiecampagne voor het Vlaamse kusttoerisme afwijkt en zijn budget gaat inzetten op digitale middelen.

Daarnaast is er het nieuwe merk Vlaanderen, dat tijdens de vorige legislatuur werd opgestart. Als het van de NV-A-fractie afhangt, dient het coherent te worden uitgebouwd over alle entiteiten en met voorrang op de bevoegdheden die voor ons nieuw zijn en overgekomen zijn uit de federale korf.

Tot slot vragen wij als NV-A-fractie ook in het kader van een moderne en kwalitatieve dienstverlening om hier volgens de richtlijn van 23 april 2004 opnieuw bevestiging te geven dat alle entiteiten van de Vlaamse overheid voor hun georganiseerde wegwijs- en eerstelijnsinformatieaanvragen gebruik beginnen te maken van de Vlaamse infolijn.     

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, ik denk dat we er met zijn allen van overtuigd zijn dat we nood hebben aan wetten en decreten om gelijke behandeling en respect voor elkaar af te dwingen op momenten dat dit nodig is. We weten ook dat decreten en wetten op zich nooit automatisch op de werkvloer zullen leiden tot gelijke kansen. Daarvoor is een doorgedreven beleid nodig. Er is immers nog werk aan de winkel. We worden enerzijds nog te vaak geconfronteerd met wat we onverbloemd discriminatie moeten noemen, maar anderzijds ook met vormen van meer impliciete discriminatie, waarbij de plegers soms zelf niet beseffen hoe kwetsend of stereotyperend, hoe beperkend hun gedrag is. Ik reken op de minister van Gelijke Kansen om juist daar ook in te zetten op een mentaliteitswijziging. We weten dat dit een werk van lange adem is. De minister heeft daarvoor een eigen, beperkt budget. Het belang van haar functie ligt volgens mij en volgens onze fractie dan ook veeleer in het coördinerend beleid dat zij als minister van Gelijke Kansen moet voeren.

Ik geef een aantal horizontale lijnen aan die we in dat beleid opmerken en die we zeer zinvol vinden. In de eerste plaats gaat het om het vergroten van het bewustzijn van wat stereotypering teweegbrengt: hoe beperkend het is, hoe het mensen kansen ontneemt. Strijden tegen stereotypering is relevant voor vrouwen en mannen, is relevant voor holebi’s en transgenders, is relevant voor personen met een allochtone achtergrond, is relevant voor personen met een beperking. 

Een tweede horizontale lijn is de nadruk die de minister legt op de genderklik. Pas als we beseffen hoe sterk ons handelen wordt gestuurd door de manier waarop we met gender omgaan, kan daar verandering in gebracht worden. Dat zijn slechts twee hoofdlijnen, maar wel zeer belangrijke, waar we de volgende jaren samen met de minister graag werk van maken.               

De voorzitter

Brussel en Vlaamse Rand

We behandelen nu het onderdeel Brussel en de Vlaamse Rand.

Mevrouw Segers heeft het woord.

Brussel en de Rand: hun lot is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze staan voor bijzonder zware uitdagingen. Die uitdagingen zijn zwaarder dan in de rest van het land. Ze hebben recht op een sterk, visionair, globaal beleid. Edoch mis ik elke ambitie van de Vlaamse Regering voor Brussel en de Rand. Brussel wordt ongemeen hard getroffen door de besparingsdrift. Deze regering keert Brussel de rug toe, terwijl net hier de grootste uitdagingen liggen, alleen al op het vlak van onderwijs en welzijn. Welnu, wij laten Brussel niet los.

We vragen ook een snelle uitvoering van de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap. In het regeerakkoord staat daarover geen jota. We kunnen doen alsof Brussel en Vlaanderen aparte werelden zijn, maar de realiteit is anders. Maak u geen illusies: de forse besparingen in Brussel laten zich onmiddellijk voelen in Vilvoorde, Mechelen, Leuven, tot in Geraardsbergen. De grenzen tussen Brussel en de Rand bestaan enkel nog in de hoofden van deze Vlaamse Regering.

Een integraal Brussel- en Randbeleid is in essentie omgaan met verstedelijking, en taal is daar één element van. Taal is een belangrijke motor voor insluiting, nooit van uitsluiting. Het is onbegrijpelijk dat de minister van de Vlaamse Rand het nodig vindt om te polariseren. Een wij-zijdenken helpt ons echt niet verder. De uitdagingen dienen zich niet alleen aan in de negentien officiële Randgemeenten, maar veel ruimer daarbuiten. Wat is de Rand vandaag nog? Deze existentiële vraag moeten we dringend beantwoorden. Voor ons is het duidelijk: wij pleiten voor de erkenning van de bredere Rand als centrumregio.

Het Randbeleid gaat over meer dan over taal. Door iedereen te verplichten Nederlands te leren, gaan we de files op de ring niet oplossen. Onze fractie vraagt dan ook met aandrang één allesomvattende visie op de Rand, in functie van alle projecten die nu los van elkaar, dicht bij elkaar worden ontwikkeld, om bijvoorbeeld Uplace niet te noemen. Jammer genoeg is die visie er niet.

Beste collega’s, beeld u de situatie in op 2 juli 2019. De Vlamingen vertrekken massaal met vakantie en op het viaduct van Vilvoorde zullen ze massaal stilstaan, want op die dag beginnen de koopjes bij Uplace. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

De heer Vanlouwe heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, ik zal het niet hebben over de koopjes bij Uplace.

Het regeerakkoord, de beleidsnota en de begrotingsbepalingen voor het Brusselbeleid tonen opnieuw de ambitie van deze meerderheid voor de hoofdstad. Vlaanderen blijft resoluut kiezen voor zijn hoofdstad en wil de band met Brussel versterken. Iedereen erkent inmiddels de meerwaarde van de Vlaamse Gemeenschap in en voor Brussel. Niet enkel Brusselse Vlamingen blijven rekenen op deze aanwezigheid, ook heel wat Frans- en anderstaligen erkennen dat de Vlaamse instellingen en het Nederlandstalig onderwijs niet meer weg te denken zijn uit deze stad.

Vlaanderen blijft ook de Brusselnorm trouw. Hierbij mikt de Vlaamse Gemeenschap op 30 procent van de inwoners en reserveert ze 5 procent van het budget voor initiatieven in onze hoofdstad. Daarnaast is er ook de Brusseltoets. Een jaarlijkse stand van zaken van de Brusselnorm en de Brusseltoets is absoluut noodzakelijk, in het belang van de Brusselse en nieuwe Vlamingen in onze hoofdstad. Het rapport van de Taskforce Brussel was een belangrijke eerste aanzet. Deze Vlaamse Regering is dan ook de eerste die de uitvoering van de Brusselnorm jaarlijks in kaart wil brengen en wil evalueren. Het Nederlandstalig onderwijs blijft een van de meest zichtbare initiatieven van de Vlaamse Gemeenschap in de hoofdstad. Een voorrangsbeleid voor kinderen uit Nederlandstalige gezinnen is voor ons evident.

Tegelijk moet ook de Franse Gemeenschap haar verantwoordelijkheid opnemen voor het onderwijs in deze hoofdstad. Minister, u hebt in uw beleidsnota veel aandacht voor samenwerking, met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), met de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), met de Franse Gemeenschap, met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en zelfs met de lokale Brusselse overheden. De recent goedgekeurde begroting van de VGC maakt mij echter ongerust, zeker omdat ongeveer de helft van de VGC-begroting van de Vlaamse Gemeenschap afkomstig is. Iedereen in dit land moet de broeksriem aanhalen. Zowel Vlaanderen als Wallonië, maar ook Brussel, moet inspanningen leveren. Toch staat in de VGC-begroting een stijging van bepaalde salarissen voor kabinetsmedewerkers. Volgens ons is dat een kwestie van totaal verkeerde prioriteiten. Ik hoop dan ook dat u hierover in het kader van uw voogdijtoezicht zult spreken met het VGC-college, waarvan u zelf lid bent.

Mag ik u er ook op wijzen dat u zelf als lid van het VGC-college telkens moet worden uitgenodigd? Weliswaar hebt u er enkel een raadgevende stem, maar toch kunt u door uw aanwezigheid mee de richting bepalen van het Vlaamse beleid in de VGC als lokaal plaatsvervangend bestuur in Brussel.

Ik twijfel er dan ook niet aan dat u hier uw verantwoordelijkheid zult nemen. Minister, ik twijfel er evenmin aan dat u dat ook zult doen in het college van de GGC. Ook daar bent u lid met raadgevende stem.

De GGC zou een bepaalde rol spelen bij de verplichte inburgering die er in Brussel nu toch zou komen in overleg met de Franse Gemeenschap. Dat kan een mijlpaal worden genoemd voor onze hoofdstad, zeker na het vele positieve werk dat de vzw Brussels Onthaalbureau Nieuwkomers (bon) in Brussel met Vlaams geld heeft gedaan. Kortom, gezien de uitdagingen in Brussel, ook specifiek voor de GGC, rekent mijn fractie erop dat u aanwezig zult zijn op elk belangrijke vergadering van het GGC-college. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Mevrouw Van den Brandt heeft het woord.

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Mijnheer Vanlouwe, u zegt dat u een Brusselnorm zult erkennen. U stuurt minister Gatz naar Brussel om daar voogdij te houden, maar u stuurt hem met een lege portefeuille. Met een Brusselnorm wordt het percentage Brusselaars bedoeld die wij onder onze hoede nemen. Brussel mag zelf geen scholen of crèches bouwen. Toen dat gebeurde, spande de vorige Vlaamse Regering een proces aan tegen Brussel. Het bouwen van scholen en crèches is een exclusieve bevoegdheid van de Vlaamse Regering. Deze Vlaamse Regering stelt een Brusselnorm als doel. U bent daar trots op en u zult die elk jaar in kaart brengen, maar u haalt die norm voor geen enkel beleidsdomein. Er zijn te weinig scholen en er is geen enkele ambitie om meer scholen te bouwen in Brussel. Hetzelfde geldt voor de crèches. Er zijn ook geen plaatsen voor personen met een handicap. Wanneer u dus zegt dat u het meent met Brussel, stuur dan uw minister van Brussel naar Brussel met een gevulde portefeuille en met een kans om beleid te voeren. Brussel is dat waard.

Mevrouw Van den Brandt, wanneer er afspraken worden gemaakt binnen een Grondwet over wie waarvoor bevoegd is, dan moet ook Brussel zich daaraan houden. Dat zijn regels en normen die gelden voor Vlaanderen, Brussel, de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest.

Tot voor kort had Brussel altijd geld te kort, zo’n 500 miljoen euro. Met de zesde staatshervorming heeft Brussel een enorm grote zak geld gekregen. Daarmee moet Brussel zich richten op de bevoegdheden die het zelf heeft in Brussel en niet op bevoegdheden die het niet heeft. Het bouwen van scholen valt onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap. Dat is een voorrecht, een voordeel dat Brussel heeft. Hier kunnen de Brusselse ketjes kiezen tussen wat Vlaanderen aanbiedt en wat de Franse Gemeenschap aanbiedt. Brussel moet daar dan niet tussen gaan fietsen zoals het dat op het vlak van cultuur al heeft gedaan. We hebben de afgelopen weken gezien waartoe dat aanleiding geeft. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Grondwettelijk hebt u gelijk. Maar getuigt het niet van een enorm cynisme door niet te investeren in extra scholen en crèches in Brussel, maar wanneer Brussel dat zelf wil doen, wel naar het Grondwettelijk Hof te stappen om dat te stoppen? U weet dat er scholen te kort zijn. Er zijn kinderen in Brussel voor wie er geen plaats is op de schoolbanken. Het Brusselse Gewest beslist dat het daar niet kan op toekijken. Wanneer die kinderen wel onder de bevoegdheid van Brussel vallen, op hun 18 jaar wanneer zij werkloos zijn, dan hebben zij een groot probleem. Dat kan veel efficiënter worden opgelost door het probleem aan te pakken wanneer de kinderen 2,5 jaar zijn en dus te voorzien in voldoende scholen. U voert een zeer cynisch beleid. U voorziet niet in scholen en crèches en u verhindert dat anderen dat doen. Dat is een beleid waar dit parlement niet achter mag staan.

Wanneer het gaat over een tekort aan scholen in Brussel, dan verwijs ik naar de Vlaamse en Franse Gemeenschap die elk hun bevoegdheid hebben. Vlaanderen neemt zijn verantwoordelijkheid. In Brussel woont een kleine 10 procent Nederlandstalige gezinnen, ook heel wat nieuwkomers die een basiskennis hebben van het Nederlands.  Er bestaat echter ook een Franse Gemeenschap die ook verplichtingen heeft in de hoofdstad. Zij moet ook haar verantwoordelijkheid durven op te nemen, onder meer inzake scholenbouw. Elke gemeenschap, de Vlaamse en de Franse, moet haar verantwoordelijkheid nemen.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

De heer Jo De Ro (Open Vld)

Ik wil dit even verduidelijken. Het zijn niet de Vlaamse en de Franse Gemeenschap die scholen bouwen. Voor de Franse Gemeenschap telt dat nog wel, want die heeft nog haar eigen onderwijs. In Vlaanderen is het de Vlaamse Gemeenschap die in middelen moet voorzien en dan zijn het de scholen die de middelen investeren in nieuwe schoolinfrastructuur. En daar wringt het schoentje.

We moeten geen ruzie maken over het capaciteitstekort. Er zijn de afgelopen vijf jaar veel te weinig middelen gegaan naar capaciteit. Gelukkig zijn in deze begroting en de komende jaren middelen ingeschreven voor het masterplan secundair onderwijs. Er staat overigens in de plannen van de minister dat ze de plaatsen waar het capaciteitstekort het grootste is, het eerst aan bod wil laten komen. Brussel zal daar zeker bij zijn. Dat is duidelijk afgesproken in de commissie Onderwijs.

Op dit vlak hebben de ministers van Brussel en van Onderwijs geen lege portefeuille, de twee vorige ministers van Begroting en van Onderwijs en Brussel hebben daar te weinig geld voor uitgetrokken. Dat was een historische vergissing. Dat mag ook wel eens gezegd worden.

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

Voorzitter, collega’s, het Vlaams Parlement heeft altijd een goede band gehad met de Vlaamse Rand. Onze bedoeling is dat die band in de volgende vijf jaar verder wordt opgepompt. Jammer genoeg is de minister hier niet om daarover te overleggen.

Volgens mijn fractie heeft de naam ‘Vlaamse Rand’ een iets te marginaal karakter, ik denk aan een randgeval. Ik denk dat we dat de komende jaren anders moeten invullen en dat de regio van de Vlaamse Rand en heel die Vlaamse Gordel in hun breedheid moeten worden benaderd. Er grenzen negentien gemeenten aan Brussel, maar er zijn nog zestien andere die net zo goed internationaliseren, die leiden onder het vervreemdingsvirus en dat subjectief ‘niet-meer-thuis-gevoel’ hebben. We begrijpen dat in besparingstijden het geld het eerst moet gaan waar de nood het hoogst is, maar toch moeten we zorgen voor een positief Vlaams beleid gericht op integratie en meeleven. Dat is een opdracht van 35 gemeenten van Vlaams-Brabant. We moeten dit echt als geheel behandelen, met Halle-Vilvoorde als één en ondeelbaar.

Voor dit scenario is het landschap van de film fundamenteel veranderd: met de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde kan aan de grenzen van het grondgebied niet langer geknaagd en geknabbeld worden. Dat betekent dat die francofonie een beetje een ‘mankofonie’ geworden is in de Rand. Dat moet ons toelaten de grijze zone verder uit te klaren. Ook de uitdaging van de internationalisering maakt dat er kansen liggen. We weten allemaal dat de rabiate Franstalige verpleegster in Erasmus na tien jaar nog geen Nederlands kent en de Congolese verpleegster dat na één jaar doet.

Voor ons vanaf 2015 geen grote prestigeprojecten met de grote P van pronken. Eigenlijk hebben we liever tien torentjes in de hand dan één in de lucht. Vooral resultaten, jaar na jaar, willen we: niet alleen gulden sporen, maar ook gulden resultaten.

Geef de Rand, de provincie Vlaams-Brabant en de gemeenten de middelen om die anderstaligen op te vangen. Het moeten kant-en-klare – zeg maar rand-en-klare – pakketten en middelen zijn. We moeten de inhaalbeweging voor welzijn en gezondheid waarmaken, naast Vlabinvest moet er ook Vlabzorg komen, een echt instrument.

Voor deze begroting en de volgende jaren: liever één Vlaamse daad dan tien Vlaamse projecten. Wie het kleine niet eert, is ook die brede Vlaamse Randregio niet weerd. (Applaus)

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

Minister Weyts is inderdaad niet aanwezig, maar het Uitgebreid Bureau is daarvan op de hoogte en heeft geoordeeld dat dit geen probleem was. Het is belangrijk dat iedereen dit weet. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister-president Geert Bourgeois

Ik dank u voor die opmerking, mijnheer Crombez. Mijnheer Doomst, minister Weyts had een ernstige reden om afwezig te zijn. Ik vind het een beetje jammer dat u daarop gealludeerd hebt.

Er wordt wel degelijk een effectief beleid gevoerd in de Rand. Het gaat niet over tien vogels in de lucht. Er wordt sterk ingezet op integratie. Minister Vandeurzen zet zeer sterk in op Welzijn, er wordt zeer sterk ingezet op Wonen met minister Homans. Er wordt een zeer horizontaal beleid gevoerd.

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

De heer Christian Van Eyken (UF)

Mijnheer Doomst, ik wil even reageren op wat u hebt gezegd over de Franstalige verpleegster van Erasmus die na tien jaar nog geen woord Nederlands kent, maar de Congolese die het na een jaar wel kent. Samen met ons hebt u de taalbarometer in de Rand gepresenteerd gekregen. In die barometer wordt gezegd dat Franstaligen steeds meer Nederlands leren en kennen. Het moet nu eens gedaan zijn met te zeggen dat de Franstaligen geen Nederlands willen leren.

U spreekt over de Rand. U hebt het altijd over gemeenschappen tegen gemeenschappen, en de Brusselse Rand die ondeelbaar moet zijn. Wat is het standpunt van CD&V ten opzichte van de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap? Wilt u dit doen werken of niet?

De voorzitter

De heer Doomst heeft het woord.

De heer Michel Doomst (CD&V)

Minister-president, wat ik vooral wil zeggen, is dat we het in de Rand moeten zoeken in kleine projecten, dat het niet altijd grote projecten moeten zijn. We moeten het op het terrein doen.

Mijnheer Van Eyken, ik kan enkel uit ervaring spreken. In het Erasmusziekenhuis hoor ik van patiënten dat mensen met een internationale achtergrond in een aantal maanden kunnen wat anderen in jaren niet kunnen. Onze verhouding tot de Brusselse Hoofdstedelijke Gemeenschap is als volgt: Vlaams-Brabant moet vanuit zijn eigenheid met Brussel onderhandelen over concrete dossiers en deftig en resultaatgericht praten op basis van vrijwilligheid. We hebben geen nieuwe schoonmoeder nodig om in onderhandeling te gaan.

De heer Christian Van Eyken (UF)

Het is geen kwestie van een schoonmoeder te hebben. Het is zaak om een instelling te hebben met een forum waar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, het Waalse Gewest, Vlaams-Brabant, het Vlaamse Gewest en de Rand samen kunnen praten over een aantal dossiers, die samenhangen zonder een administratieve grens. Denk aan mobiliteit, luchtvervuiling, economie en werk.

De heer Michel Doomst (CD&V)

We hebben inderdaad geen nieuwe structuurschoonmoeder nodig. Ik heb een prachtige schoonmoeder, maar als ik met mijn vrouw over zaken wil onderhandelen, dan komt ze daar niet in tussen. We hebben ze echt niet nodig.

Mijnheer Van Eyken, u zegt dat Franstaligen veel meer inspanningen doen om Nederlands te leren. Ik zou dat willen geloven, maar vorige week konden we in de krant toch weer een ander verhaal lezen. Op de luchthaven van Zaventem raken er honderden vacatures niet ingevuld. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn er al vele jaren lang meer dan 100.000 werkzoekenden. Wat zegt de CEO van Brussels Airlines? Een van de oorzaken waarom die vacatures niet ingevuld geraken, is het gebrek aan kennis van het Nederlands. Er is dus toch nog steeds een probleem en er worden nog steeds te weinig inspanningen gedaan, onder andere in Brussel, onder andere bij Franstaligen om de tweede landstaal te leren en effectief werk te vinden in Zaventem.

Minister-president Bourgeois zei dat er een sterk beleid wordt gevoerd in de Rand. Met al mijn goede wil om een sterk beleid te zien, zie ik dat niet. Ik zie een beleid dat vertrekt vanuit een wij-zijverhaal. De nieuwkomers moeten zich integreren, de autochtonen moeten met voldoende zijn. Het beleid gaat alleen over taal. Taal is uiteraard belangrijk, maar in de feiten zien we dat er wordt bespaard op de Rand. De Rand moet de RandKrant terugdringen, een belangrijk instrument voor taalpromotie. De wachtlijsten voor NT2 zijn heel lang. Mensen moeten zes maand wachten en zich vaak ver verplaatsen.

Vorige week is de Pin-studie (Partners en Integratie) gepubliceerd. Die toont aan dat de nieuwkomers zeer graag Nederlands willen leren. Alleen wordt er fors bespaard op alle mogelijkheden voor taalpromotie en taallessen. Dat is onbegrijpelijk.

Minister-president Geert Bourgeois

Mevrouw Segers, uw betoog getuigt van een miskenning van wat er op het terrein gebeurt. Het is precies zo dat heel veel kleinschalige initiatieven worden genomen en dat in de vorige regeerperiode een band is gemaakt met integratie. U noemt dat een wij-zijverhaal. Mijn mond valt daarbij open. Integratie is gericht op gemeenschapsvorming, op participatie aan de samenleving. De sleutel zit daar uiteraard in de taalkennis, dat is evident: met je buur kunnen praten, met de overheid kunnen praten, kunnen deelnemen aan het gemeenschapsleven, aan het buurtleven enzovoort. Werk verkrijgen is essentieel. Ik verwijs naar wat de heer Vanlouwe daarjuist heeft gezegd. Daarnaast laten wij de mensen in hun eigenheid, met hun eigen identiteit, vragen we ze niet om iets af te zweren. We zeggen alleen: u neemt hier deel aan een publieke cultuur, die is gebaseerd op de waarden van de verlichting. Dat is een heel sterk beleid. Er zijn heel wat integratiediensten bijgekomen in Vlaams-Brabant.

Verder wordt er heel sterk ingezet op werk. VDAB doet schitterend werk: mensen toeleiden naar een job. Dat is heel belangrijk. Woonbeleid is dat evenzeer.

Tot slot: u zegt dat er wachtlijsten NT2 zijn. Wel, dit klopt niet. Het werd zojuist nog bevestigd door minister Homans: er zijn geen wachtlijsten NT2.

Als mensen zes maanden moeten wachten en zich bijvoorbeeld van Liedekerke naar Asse moeten verplaatsen met het openbaar vervoer om Nederlandse les te gaan volgen, is dat bij mijn weten hetzelfde als een wachtlijst. Het aanbod kan de vraag niet volgen. Als mensen zo graag Nederlands willen leren, zouden we daar volop op moeten inzetten.

U haalt werk aan, heel belangrijk. Er bestond al een overeenkomst tussen Actiris en de VDAB. Wel, daarover geen woord in de beleidsnota van minister Weyts. Het is jammer dat hij er niet is, maar er is geen woord over te vinden. Dat is wel bijzonder mager.

De heer Jo De Ro (Open Vld)

Ik vind het wel spijtig dat in het debat weer groepen worden gemaakt van Franstaligen en Congolezen. Onze fractie gelooft meer in individuen. Ik zie bij ons in de Rand heel veel mensen vanuit verschillende gemeenschappen heel veel inspanningen doen om Nederlands te leren en te integreren, maar ook een aantal koppige ‘duvels’ in elke gemeenschap die zich niet willen integreren. Het eenzijdige beeld van de Franstalige die zich niet inleeft in de Rand en de Congolees of iemand van een andere nationaliteit, die dat wel doet, klopt gewoon niet. Het kan ook niet de bedoeling zijn van een Vlaamse Regering of van een Vlaams Parlement om groepen tegen elkaar uit te spelen.

Dat er niemand uit Brussel Nederlands leert en dat men dan zin heeft om werk te zoeken in de Rand, klopt ook niet. De cijfers zijn hier al door de minister van Werk verschillende jaren achter elkaar gepresenteerd. Er is een steeds grotere groep Brusselaars die werken in de Rand. Zijn het er genoeg? Neen. Zijn er nog veel werklozen in Brussel die in de Rand zouden kunnen gaan werken? Ja. Ik denk dat we ons moeten focussen op het goede en op de evoluties die er zijn, zoals mijn fractieleider daarstraks heeft gezegd. Beste collega’s, de beste garantie om vooruit te gaan, in de Rand en in Brussel, is het Nederlandstalig leerplichtonderwijs waar deze regering meer in zal investeren dan de vorige.

Ik heb nog een laatste punt. Er wordt gesproken over besparingen. Wel, als er nu een sector is waar de bevoegde minister niet bespaart, is het Integratie. Ik heb er zelf vragen over gesteld in de commissie. In die nieuwe herwerkte middelen, nog door de vorige bevoegde minister Bourgeois op poten gezet, zit net taal veel sterker in. Daar profiteren een aantal gemeenten in de Rand van. Dat mogen we ook wel eens zeggen, want het gaat over, bijvoorbeeld in mijn stad, een stijging van 30 procent van de middelen en dat blijft zo doorheen de hele legislatuur. We moeten de waarheid toch wel een paar keer aan bod laten komen.

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

De heer Johan Verstreken (CD&V)

Voorzitter, ik wilde daarnet even inpikken op wat de heer Doomst zei. Ik kan alleen maar beamen wat hij zegt, onder meer wat klinieken betreft. Mijnheer Van Eyken, het is niet de bedoeling om mensen tegen elkaar op te zetten, integendeel zelfs, maar er moeten wel een aantal voorbeelden zijn. Als iemand die universitair is en die bijvoorbeeld meer dan tien jaar heeft gestudeerd voor dokter en de ingewanden en de ledematen nog niet kent in de Nederlandse taal, dan heb ik daar heel veel bedenkingen bij. Ik spreek over zes concrete voorbeelden die afgelopen jaar voorgevallen zijn. Er is nog heel veel werk aan de winkel. Maar u bent wel een mooi voorbeeld van een mooie integratie. U spreekt zeer goed Nederlands.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, ik wil naadloos aansluiten bij dat laatste. Ik wil echt geen bevolkingsgroepen tegen elkaar opzetten, mevrouw Segers en mijnheer Van Eyken. Maar als het gaat over het verwerven van de Nederlandse taal, wil ik niet alleen kijken naar nieuwkomers en hun inspanningen. Je kunt wel spreken over wachtlijsten, maar veel van die jongeren zijn in Brussel naar het leerplichtonderwijs geweest. Ik stel vast dat het in het Franstalige leerplichtonderwijs geen evidentie is om Nederlands aan te leren. Daar heeft men een keuze. Ik betreur dat men in Brussel de keuze van Nederlands als tweede taal niet maakt. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers (N-VA)

Voorzitter, dames en heren, deze Vlaamse Regering bewijst nogmaals haar duidelijk engagement ten aanzien van de Vlaamse Rand. In een regio die te kampen heeft met ontnederlandsing, internationalisering en verstedelijkingsdruk is het belangrijk dat onze minister zwaar wil inzetten op het positieve onthaal van anderstaligen en het verder uitbouwen van integratie-initiatieven. Hierbij kijkt de N-VA-fractie uit naar de samenwerking tussen vzw ‘de Rand’ en het nieuwe agentschap Integratie en Inburgering. Een stevige wisselwerking tussen taalpromotie en het taalbeleidstraject moet leiden tot een succesvolle integratie van de vele anderstaligen die onze regio ondertussen kent.

Hierop aansluitend zijn we verheugd dat ook nieuwkomers die nog geen vijf jaar in Brussel of in Wallonië wonen en verhuizen naar Vlaanderen, binnenkort ook inburgeringsplichtig worden. Hiermee wordt alvast een belangrijke instroom anderstaligen in de Vlaamse Rand bereikt.

Ook de minderjarige anderstaligen moeten uiteraard bereikt worden. Daarom vinden we het erg belangrijk dat de minister samen met de minister van Onderwijs een taskforce Onderwijs Vlaamse Rand opricht. Omdat onder andere de Franse Gemeenschap nog steeds weigert haar verantwoordelijkheid op te nemen inzake capaciteitsproblemen in het onderwijs in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, zorgt dit niet alleen voor een extra druk in Brussel maar ook in de Vlaamse Rand. Het is dan ook erg belangrijk dat in deze taskforce wordt nagegaan hoe we de kwaliteit van ons onderwijs kunnen vrijwaren en hoe we de groeiende instroom aan anderstaligen kunnen aanpakken.

Ten slotte blijft het belangrijk dat deze Vlaamse Regering inzet op het betrekken van alle Vlamingen bij de Vlaamse Randproblematiek. Dan denken we bijvoorbeeld aan het Gordelfestival dat in de laatste editie opnieuw aanknoopte met een succesvolle formule. Het is de juiste keuze om het Vlaamse karakter van dit toeristisch-sportief evenement opnieuw in de verf te zetten en de faciliteitengemeenten opnieuw een prominentere rol te laten spelen.

Ook deze Vlaamse Regering laat onze faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand niet los. Dat blijkt ook uit de bijkomende aandacht voor het respecteren van de taalwetgeving. Daarbij is het essentieel dat naast de bestaande wetgeving ook de betrokken omzendbrieven van de Vlaamse Regering als leidraad dienen en blijven dienen. Met alle maatregelen die voorop staan, is onze fractie ervan overtuigd dat we in staat zijn het Vlaamse en groene karakter van de Rand te behouden. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Poschet heeft het woord.

De heer Joris Poschet (CD&V)

Voorzitter, ministers, collega’s, het Vlaamse regeerakkoord stelt terecht uitdrukkelijk voorop dat Vlaanderen resoluut kiest voor Brussel. Onze fractie heeft steeds onbevangen gepleit en geijverd voor een sterke en positieve band tussen Vlaanderen en Brussel. Wij zullen dat ook blijven doen, omdat de uitdagingen waarmee Brussel geconfronteerd wordt een constructieve samenwerking vereisen tussen de verschillende bevolkingsgroepen en overheden.

Wij willen maximaal kansen creëren voor de Brusselaars, kansen via voldoende en kwalitatief Nederlandstalig onderwijs en kinderopvang, via een rijk cultuuraanbod, via een dynamisch Nederlandstalig sociocultureel verenigingsleven en via sport. Daar kunnen en moeten we vanuit de Vlaamse Gemeenschap mee aan werken. De strijd tegen armoede en kinderarmoede in Brussel zijn voor onze fractie dan ook een belangrijk onderdeel van een beleid in en voor Brussel.

Wij, Brusselaars, moeten die kansen ook grijpen en samen bouwen aan sterkere Brusselaars en een beter Brussel. De uitdagingen van Brussel hebben onvermijdelijk ook een impact op Vlaanderen in het algemeen en de Rand in het bijzonder. Denken dat je die uitdagingen kunt beheersen door een muur rond Brussel te bouwen, is jezelf blaasjes wijsmaken. Die uitdagingen zijn trouwens opportuniteiten voor Vlaanderen. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is het enige gewest dat verjongt. De laatste 10 jaar daalde de gemiddelde leeftijd van 38,7 naar 37,4. Dat zijn kansen die we moeten grijpen. Dat betekent blijven investeren in de Brusselaars zodat wie uit Brussel verhuist meertalig is, goedgeschoold, klaar voor de arbeidsmarkt en een job kan vinden in bijvoorbeeld de luchthavenzone.

Op die manier wordt Brussel nog meer een troef voor Vlaanderen. Collega’s, Brusselaars onderschrijven maar al te goed het belang van meertaligheid. Ik wil hier toch een nuance aanbrengen. Eén derde van de cursisten van het Huis van het Nederlands is Franstalig. Er is dus een grote bereidheid om Nederlands te leren.

Het Brusselbeleid is voor ons dus een zaak van kansen creëren, kansen grijpen en alle talenten ontwikkelen. Wij hebben daarvoor drie belangrijke elementen. De Brusseltoets, het toetsen van de Vlaamse regelgeving in het algemeen op de toepasbaarheid ervan in Brussel, is voor mijn fractie een bijzonder aandachtspunt, zeker ook bij de implementatie van de nieuwe bevoegdheden bij de zesde staatshervorming. Met de Brusselnorm vertrekken we bij 30 procent van de Brusselaars als doelgroep. Op de huidige bevolking gaat het om 350.000 personen. Mevrouw Van den Brandt, in het onderwijs hebben wij samen tijdens de voorbije legislatuur 3000 plaatsen gecreëerd, en er is een plan om in deze nieuwe legislatuur opnieuw 3000 plaatsen te creëren, samen met de ministers Crevits en Vanhengel. En dan is er het Brusselfonds. Vooral daarop wordt er de komende twee jaar helaas telkens 2 miljoen euro bespaard. Wij hopen dat we, wanneer er vanaf 2017, als alles goed gaat, opnieuw middelen zullen zijn voor het Brusselfonds, kunnen investeren in de bestaande noden in Brussel, en dat dit past in een geïntegreerde visie van het Brusselbeleid. In het regeerakkoord is daarom opgenomen dat de middelen uit het Brusselfonds worden aangewend binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde prioriteiten.

Een goede informatie-uitwisseling met de VGC is essentieel. Het is positief dat de betoelaging van de VGC maximaal gevrijwaard is van besparingen.

Het Vlaamse beleid voor, met en in Brussel staat opnieuw voor grote uitdagingen en kansen. De samenwerking tussen alle overheden en alle actoren is daarbij een cruciaal element, uiteraard met respect voor de bevoegdheidsverdeling. (Opmerkingen van de voorzitter)

Ik ga nog één zin zeggen. Met de voorliggende begroting geeft dit Vlaams Parlement aan dat het de hand uitreikt naar de Brusselaars en dat de Vlaamse Gemeenschap een bijdrage wil blijven leveren aan de uitbouw van een bruisend Brussel. (Applaus bij CD&V)

Mevrouw Elke Van den Brandt (Groen)

Ik vond het een heel mooie laatste zin van de heer Poschet. Hij zegt dat hij de hand uitreikt en hij wil het feit dat het Nederlandstalig aanbod momenteel in Brussel zo populair is als een kans zien. Ik sluit me daarbij aan. Het is een enorme kans. Alleen steken we onze hand niet uit, maar houden we onze hand op. Het is, om in Brussel gebruik te maken van het Nederlandstalige aanbod, steeds moeilijker wanneer je niet Nederlandstalig bent.

Ik wil een zeer concrete vraag stellen. Deze meerderheid ging hier vorige week het engagement aan om een van de moeilijkheden die er momenteel decretaal zijn, recht te zetten. Ik had verwacht dat vandaag zou worden aangekondigd op welke manier dat zou gebeuren. Ik stel de vraag dus nog eens omdat, mijnheer Poschet, ik weet dat u ermee begaan bent. Ik weet dat u het belangrijk vindt dat we kinderen die kiezen voor het Nederlandstalig onderwijs en die daar soms tot negen jaar lang in zitten, kunnen erkennen als Nederlandstaligen. Op welke manier bent u van plan dat recht te zetten? Het antwoord had ik in uw betoog verwacht.

De voorzitter

Minister Gatz heeft het woord.

Minister Sven Gatz

Ik dank alle collega’s voor hun tussenkomsten, bedenkingen en zelfs hun kritiek. Ik denk dat de Cassandra’s zoals gewoonlijk wat te hard van stapel lopen, en dat zij die denken dat deze regering, net zoals vorige en toekomstige regeringen, Brussel loslaat, eraan zijn voor de moeite.

De heer Poschet heeft het juist aangehaald: er is inderdaad een bevriezing van de middelen voor het Vlaams Brusselfonds. De komende jaren zullen de investeringen wat op zich laten wachten, tenminste die uit mijn portefeuille. Ik kom straks op de investeringen die de andere gemeenschapsministers in deze Vlaamse Regering wel zullen doen.

Verder denk ik dat wij Brussel op een meer dan eervolle manier uit de besparingen hebben kunnen houden. Het is trouwens nog altijd zo dat de Brusselnorm geldt: Vlaanderen behoudt 5 procent van zijn gemeenschapsmiddelen voor inzetbaarheid op het Brussels grondgebied voor. Die norm wordt in elk geval behouden. Of wij met die middelen telkens in het desbetreffende beleidsdomein 30 procent van de Brusselaars bereiken? Het klopt, mevrouw Van den Brandt, dat is vandaag nog niet zo. Dat was in het verleden niet zo, of hier nu een minister zat van rode, oranje of zelfs groene signatuur. In elk geval wordt die norm legislatuur na legislatuur dichter benaderd. Ook gedurende deze legislatuur zullen we deze ambitie aanhouden. We zullen nog beter dan voordien meten.

Het is in verband met deze discussie belangrijk te vermelden dat de begroting van de minister van Brussel een zaak is, maar dat de verantwoordelijkheid en de inzet van de ministers bevoegd voor onder meer het welzijn, de sport of het onderwijs even groot is.

Wat de scholen betreft, kan ik het volgende zeggen. We put our money where our mouth is. Het is, zoals de heer Poschet al heeft verklaard, de bedoeling dat het goede samenwerkingsakkoord tussen minister Crevits en minister Vanhengel ertoe leidt dat er de komende jaren 3000 plaatsen in de Brusselse Nederlandstalige scholen bijkomen. Het gaat om dertien lagere scholen en om twee secundaire scholen. Het klopt dan ook niet dat er niets gebeurt. Het klopt evenmin dat het hier om luchtkastelen zou gaan. We hebben de voorbije jaren bewezen dat we deze projecten aan een vrij hoog tempo kunnen realiseren. We zijn van plan dit door te trekken.

Mijnheer Vanlouwe, u hebt me een specifieke vraag gesteld over het toezicht van de Vlaamse Gemeenschap op de VGC. Als jurist nog eminenter dan ikzelf weet u dat ik een legaliteitstoezicht uitoefen. Dit legaliteitstoezicht zal op alle beslissingen van het college van de VGC worden uitgeoefend. Dit mag of kan echter niet worden verward met een opportuniteitstoezicht.

Sommigen vinden dat het beleid van de Vlaamse Regering ten aanzien van de Vlaamse Rand te uiteenlopend is. Ik wil erop wijzen dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Vlaamse Gewest op het vlak van mobiliteit, werk en ruimtelijke ordening zullen samenwerken. Dit is duidelijk in het Vlaams regeerakkoord verankerd. Indien nodig, kan ik een bemiddelende rol spelen. De bevoegde ministers hebben regelmatig contacten over de gewestgrenzen heen. Onze minister-president heeft al een eerste contact met minister-president Vervoort gehad. Toen zijn heel wat concrete zaken besproken die de komende maanden verder hun beslag zullen krijgen. Wie stelt dat er geen pragmatische samenwerking tussen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en Vlaanderen is, doet de waarheid geweld aan. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Bestuurszaken

Dames en heren, ik stel voor dat we nu overgaan tot het onderdeel Bestuurszaken.

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, de Vlaamse Regering is niet enkel een factuurregering die de facturen naar de Vlaamse gezinnen doorschuift, minister Homans pleegt ook hold-ups. Ik zal me op een aantal van die hold-ups focussen.

Minister, u pleegt een hold-up op de provincies. Het is blijkbaar een doelbewuste ideologische keuze van de Vlaamse Regering om de provinciebesturen onderuit te halen. Het Provinciefonds wordt vanaf 1 januari 2015 leeggeroofd. De persoonsgebonden financiering valt weg. De provincies zullen belastinginkomsten moeten afstaan. Ze zullen moeten afwachten wat er in de plaats komt. De aankondiging in het Vlaams regeerakkoord is alleszins niet geruststellend. Het is alarmerend dat u geen antwoord hebt gegeven op de vraag hoeveel op de Vlaamse dotaties aan de provincies zal worden bespaard. Dit zorgt voor onrust. U hebt de provincies echter een boodschap gegeven: TUP, oftewel “trek uw plan”.

U pleegt tevens een hold-up op het verenigingsleven, op organisaties en op instellingen. Ten gevolge van de bestuurlijke chaos die wordt gecreëerd, weten honderden verenigingen, organisaties en instellingen in de sociale sector, de culturele sector, de sportsector of de welzijnssector niet hoe ze hun begrotingen de komende jaren moeten opstellen of tot wie ze zich precies moeten richten. Hoewel dit nefast is voor hun werking, hebben ze dezelfde boodschap gekregen. TUP.

Bovendien pleegt u een hold-up op de Vlaamse steden en gemeenten. Onder meer door de gesubsidieerde contractuelen te regulariseren, helpt u de gemeentekas te kraken. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) heeft berekend dat dit de lokale besturen maar liefst 18 miljoen euro zal kosten.

Ik heb het dan ook over de niet-indexering en de besparingen op de sectorsubsidies, die hun weerslag zullen hebben op welzijns- en culturele instellingen en organisaties. Ik heb het ook over de pensioenen van statutairen. Maar ook daar, minister, gaf u niet thuis na een bijdrage in de commissie. Het was toen ook TUP, “Trek uw plan”.

De voorzitter

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Mijnheer De Loor, wat u zegt over het Provinciefonds is voor mij geen ideologisch debat over de toekomst van de provincies, over wat er met de provincies moet gebeuren. Het is een debat over het feit dat alle bestuursniveaus, ook de provincies, hun verantwoordelijkheid moeten nemen in het kader van het beheersen van de kosten. Het gaat om een totaalaandeel van 3,5 procent. Het Provinciefonds vertegenwoordigt 3,5 procent van de totale inkomsten van de provincie. De vraag om een besparingsoefening te doen ten belope van 3,5 procent is volgens mij zeer realistisch, zeker ten aanzien van de besparingen die we bij de lokale besturen moeten nemen.

Ik zal beleefd en vriendelijk blijven, maar wat u hier zegt en probeert voor te stellen door de afschaffing van het Provinciefonds veel groter voor te stellen dan ze eigenlijk is, is mijns inziens een verkeerde voorstelling. (Applaus bij de N-VA en Open Vld)

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Ik heb het al gezegd: het gaat over framing. Who framed Roger Rabbit? Helaas lijkt de heer De Loor helemaal niet op Jessica Rabbit. Dit geheel terzijde. (Opmerkingen. Gelach)

Ik wil nog iets zeggen over die hold-up waarbij u de minister of de Vlaamse overheid afschildert als een van de Daltons en uzelf als Lucky Luke.

De Vlaamse overheid heeft ervoor gekozen om het Gemeentefonds jaarlijks te laten stijgen met 3,5 procent. Dat staat zo vast als een huis. Dit is een zeer ernstige inspanning vanuit de overheid, in budgettair zeer moeilijke tijden. Dat wilde ik toch even aanstippen, vooraleer u uw misdaadverhaal vervolgt. (Applaus bij de N-VA)

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, ik wil maar even het woord nemen, om de dingen duidelijk te stellen. Mevrouw Sminate zegt dat het helemaal geen ideologische kwestie is. Ik wil daar kort op reageren. In de commissie is de vraag aan de minister gesteld of het om een ideologische kwestie gaat. De minister heeft daarop “Ja, het is een ideologische kwestie” geantwoord. Het is een ideologische beslissing. Pagina 24, punt 5, de eerste zin van de minister.

U zaait hier dus wat verwarring. In de commissie was het duidelijk gezegd en u beweert hier nu het omgekeerde. U moet mij vergeven dat ik de vraag stel. U bent immers van dezelfde partij, toch?

De voorzitter

Het lijkt mij interessant om de minister nu ook even te horen. (Gelach)

Minister Homans, ik wist niet dat u er was. Ik zag u niet zitten.

Minister Homans heeft het woord.

Ja, voorzitter, ik had die indruk. Toch bedankt om mij alsnog het woord te geven.

Een aantal mensen hebben al het woord gevoerd. Dan bedoel ik natuurlijk niet de heer Crombez – met alle respect, mijnheer Crombez –, maar de mensen van mijn eigen fractie die wel een beeld hebben gegeven over hoe het er werkelijk in de commissie aan toe is gegaan.

Mijnheer De Loor, met alle respect, u hebt ongeveer twee uur het woord gevoerd. Voor alle duidelijkheid: dat is uw volste recht. U mag van mij vijf of zes uur het woord voeren. Maar om hier nu op het spreekgestoelte te beweren dat ik niet heb geantwoord op uw vragen, is intellectueel oneerlijk. Ik zou het begrijpen indien u zou zeggen dat u het niet eens bent met mijn antwoord, maar dat is natuurlijk iets anders dan te zeggen dat ik niet heb geantwoord.

Ik zal niet meer ingaan op wat mevrouw Sminate en de heer Meremans hebben gezegd, maar ik wil wel nog iets zeggen over de provincies. U zegt dat de Vlaamse Regering en ikzelf, als minister van Binnenlands Bestuur, een hold-up op de provincies plegen. Ik wil u toch nog eens wijzen op wat uw eigen partijstandpunt was inzake de provincies. Als u de Stemtest zou hebben ingevuld – misschien hebt u dat wel gedaan – en, bij de vraag ‘Bent u voor of tegen de provincies?’ op ‘tegen’ had gedrukt, had u veel meer kans om uit te komen bij uw partij dan bij eender welke andere partij hier aanwezig, mijnheer De Loor.

Ik wil ook benadrukken dat het in budgettair zeer moeilijke tijden echt een prestatie is dat we de groeivoet van 3,5 procent van het Gemeentefonds hebben kunnen handhaven. Ik ben daar trots op, mijnheer De Loor. U begint nu opnieuw over de sectorale subsidies. Ik heb tot vervelens toe, ook op vragen van uw collega Robeyns, geantwoord dat de integratie van de sectorale subsidies in het Gemeentefonds pas ingang vindt op 1 januari 2016.

Alle vragen die u nu hebt over een aantal sectorale subsidies die niet tot mijn bevoegdheden behoren, moet u aan de bevoegde ministers stellen. Maar dat doet u systematisch niet, om altijd hetzelfde beeld te kunnen ophangen.

De twee enige sectorale subsidies die tot mijn bevoegdheidspakket behoren, zijn Integratie en Kinderarmoede. De heer De Ro heeft er al op gewezen dat ik op geen van beide heb bespaard. Als er andere ministers bepaalde beslissingen nemen, moet u zich tot die ministers wenden.

Wij hebben nu gezegd dat per 1 januari 2016 de sectorale subsidies geïntegreerd worden in het Gemeentefonds. We doen dat omdat we minder planlasten willen voor de gemeenten. U hebt zelf veel ervaring op lokaal niveau, mijnheer De Loor. Ik dacht dat het net een voordeel was voor een lokaal niveau om minder planlasten te hebben. (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Crombez, ik wil gerust het debat openen over de toekomst van de provincies, maar wat ik hier gezegd heb, is dat de afschaffing van de provincies niet hetzelfde is als de afschaffing van het Provinciefonds. Dat is een groot verschil, want het Provinciefonds staat maar voor 3,4 à 3,5 procent van de inkomsten. Dat is wat ik gezegd heb, u moet mijn woorden niet verdraaien. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Sminate, het verwondert mij ongelooflijk dat u nog durft te zeggen dat het Provinciefonds maar 3,5 procent van het totale provinciebudget bedraagt. Ik heb in de commissie een overzicht gegeven van 2002 tot 1 januari 2015. Het zou intellectueel eerlijk zijn van u om hier ook te zeggen dat, als je ziet welke evolutie het Provinciefonds ondergaan heeft, dit nu een besparing van 10 procent betekent. Op een jaar is het inderdaad misschien maar 3,4  procent, maar in totaal is het een besparing van 10 procent. Dat wou ik even meegeven.

Minister, ik ben inderdaad twee uur aan het woord geweest in de commissie. Ik heb heel veel vragen gesteld, maar ik heb vooral bitter weinig antwoorden gekregen. Ik nodig u uit om het verslag er eens op na te lezen. Dit vind ik nu wel erg. Ik heb op het einde zelfs gezegd: vergeet al mijn vorige vragen en antwoord, op een na. Die ging over de Vlaamse dotatie voor de provincies. Dat staat in het Vlaamse regeerakkoord. Ik heb u er zelfs nog op moeten wijzen. Ik heb u gevraagd welke besparing u zou uitvoeren vooraleer die dotatie naar de provincies gaat. Ook daarop bent u mij het antwoord schuldig gebleven, minister. Dus kom hier nu niet vertellen dat u op alle vragen geantwoord hebt. Bijlange niet! De vragen over de sectorsubsidies zal ik inderdaad aan de bevoegde ministers stellen, maar ik verwacht op zijn minst dat u antwoordt op de vragen die ik stel over uw bevoegdheden, maar dat hebt u ook niet gedaan.

Ten slotte is er verwezen naar de groeivoet van 3,5 procent van het Gemeentefonds. Het zou er maar aan ontbreken! Dat wordt hier altijd afgedaan als een grote verdienste, alsof dat een nieuw element is. Het is verdorie decretaal verankerd! Hoe dikwijls moet dat nog gezegd worden? Het verwondert mij, collega Meremans, dat u zegt dat deze Vlaamse Regering daarvoor kiest. Het is bij decreet vastgelegd. Het ligt verdorie allemaal in uw en onze handen.

Mijnheer De Loor, sta me toe om te zeggen dat u toch wel een beetje een karikatuur maakt van de werkzaamheden in de commissie. Ik heb gezegd dat u uitvoerig gesproken hebt en dat is uw volste recht. U mag van mij drie keer zo lang spreken, het maakt me niet uit. Maar ik heb wel degelijk geantwoord op uw vragen. Mijn antwoorden stonden u gewoon niet aan. Dat is een zeer groot verschil.

U spreekt nu over een totale besparing van 10 procent op het Provinciefonds. Het is inderdaad zo dat wij deze legislatuur en vanaf 2015 de 37 miljoen euro die er nog in het Provinciefonds zat, eruit zullen halen. Maar, vorig jaar toen u nog in de Vlaamse Regering zat, vond u het blijkbaar geen probleem om er 25 miljoen euro uit te halen. Dat vond u blijkbaar geen enkel probleem. Wees alstublieft een klein beetje consequent. Ik ben het absoluut eens met mijn collega Sminate – en dat zal u ook niet verbazen – die zegt dat het gaat over 3,4 procent van het totale budget van de provincies. Als wij aan iedereen, aan de gezinnen, aan de bedrijven, aan de overheden en vooral aan de Vlaamse overheid een inspanning vragen om bij te dragen aan de besparingen die we jammer genoeg moeten doen door allerlei omstandigheden, dan vind ik een besparing van 3,4 procent absoluut niet onoverkomelijk.

U hebt het weer aangehaald: de groeivoet van het Gemeentefonds. Ik vind het ook evident omdat ik de lokale besturen ook zeer belangrijk vind. Ik heb er moeten voor vechten en mijn collega’s in de Vlaamse Regering hebben mij gesteund om die groeivoet te kunnen behouden. U vindt dat evident omdat het volgens u decretaal verankerd is.

Mijnheer De Loor, een beetje intellectuele eerlijkheid graag. U zou ook moeten weten dat wij met deze meerderheid het decreet compleet hadden kunnen aanpassen, en dat hebben wij niet gedaan. (Applaus bij de N-VA)  

De voorzitter

De heer Gryffroy heeft het woord.

Mijnheer De Loor, ik denk dat u eerlijk moet zijn met uzelf. 3,4 procent op het totale budget besparen, moet kunnen. Ik ben zelf fractieleider geweest in de provincieraad van Oost-Vlaanderen. U bent ook van Oost-Vlaanderen. Collega Joris Vandenbroucke is fractieleider van de sp.a geweest in de provincieraad. Men heeft tijdens de laatste begrotingsbesprekingen nooit echt moeten besparen en toch klopte de rekening altijd. Als ik daarover iets zei, werd ik uitgemaakt voor poujadist. Maar men had wel geld over om eventueel de Leopoldskazerne aan te kopen als grootheidswaanzinproject voor de nieuwe huisvesting van de provincie; men had wel geld om commissies slechts 15 minuten te laten duren die 7000 euro kosten; en ik zal maar zwijgen over de fantastische wijnen in de wijnkelder. Mij maakt u dus niet wijs dat men niet kan besparen in de provincies, zelfs veel meer dan 3,4 procent. (Applaus bij de N-VA) 

De heer John Crombez (sp·a)

Mijnheer Gryffroy, als u in plaats van die kleine voorbeelden op zoek bent naar consequenties, zoals de minister ook zei, dan zit het zeer simpel in het volgende. Daarstraks werd gezegd dat wij met de vorige regering hebben ingestemd met een besparing op de provincies. Dat is zo, op voorwaarde dat er een antwoord zou zijn voor de financiering van de bevoegdheden die nodig zijn. Geloof niet dat wij tegen een besparing zijn, want wij hebben ermee ingestemd. Dat klopt. Maar wat is ons grootste probleem nu? Dat is de consequentie, de consequentie op welzijn, jeugd, cultuur. Voor die bevoegdheden worden middelen geschrapt bij de provincies, er zijn inderdaad de sectorale subsidies, en er worden bevoegdheden verschoven. Er zullen meer bevoegdheden met minder middelen bij de gemeenten liggen en er is geen duidelijkheid hoe ze dat zullen moeten betalen. Ik heb het vaak gezegd in de commissie: het gaat over de bevoegdheden jeugd, cultuur en welzijn. Het verschil met de besparingen van de vorige regering is dat u nu bevoegdheden achterlaat op een ander niveau. Bovendien komen de federale maatregelen er bovenop waar u eigenlijk uw verantwoordelijkheid zou moeten nemen. Het ziet er zeer slecht uit voor die bevoegdheden én voor die lokale begrotingen.

U zegt: wij snijden en trek uw plan. Ik zal de woorden van de heer De Loor gebruiken: er zit nul consequentie in wat u doet, het zal gevolgen hebben voor de lokale begrotingen en voor de economie.

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Mijnheer De Loor en mijnheer Crombez, ik erger mij een beetje dood aan het beeld dat u brengt, alsof deze Vlaamse Regering de doodgraver is van de lokale besturen. Wij zetten de lokale besturen op droog zaad enzovoort. Is het moeilijk? Ja. Lokale bestuurders hier aanwezig zullen dat zeggen. Maar is de inspanning nodig? Zeker. Wij moeten net als de Vlaamse overheid, de federale overheid en de provincies de tering naar de nering kunnen zetten. De sectorale subsidies zullen inderdaad grosso modo afnemen met 5 tot 7 procent. Is die inspanning onhaalbaar? Ik denk het absoluut niet.

Ik zal u eens iets vertellen, waar u een en ander over weet, mijnheer Crombez. Ik bestuur met mensen van uw partij. Wat doen wij? Wij besparen structureel, meer dan 2 miljoen euro op een budget van 30 miljoen euro. De schuld zal dalen met 20 procent. Dat doen de socialisten samen met de N-VA in mijn stad. Ik raad u aan om daar eens te gaan kijken. Wij hebben al een grote inspanning geleverd. Wij zullen bijkomende inspanningen moeten doen, zoals iedereen, om die nieuwe besparingen te kunnen doorvoeren, maar dat zal absoluut lukken zonder dat er lijken uit de kast vallen, mijnheer De Loor. (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Crombez, het gaat erom de bevoegdheden op het juiste niveau te brengen. In de twee jaar provincie heb ik nooit een degelijke efficiëntieoefening gezien. Er is heel veel dubbel gebruik met de andere niveaus. Ik zeg u, er kan nog veel meer dan 3,5 procent worden bespaard, zonder dat je de burger pijn doet.

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Pira (Groen)

Collega’s, het gaat om meer dan de 3,5 procent van de afschaffing van het Provinciefonds. Het gaat er ook om dat er in de vorige legislatuur bijvoorbeeld onder leiding van minister Bourgeois een heel traject was uitgezet voor de interne staatshervorming. Daar zijn conclusies uit getrokken. Er kwam een soort van contract uit voort tot 2020. De mensen die in de provincies werken, vooral de ambtenaren, zitten heel verveeld met het gevoel dat ze niet eens de kans hebben gekregen om te laten zien hoe dat traject werkelijk in uitvoering gaat. En het gaat om meer dan die 3,5 procent of om meer dan enkel om geld, het gaat om het gevoel: voor wie houdt men ons? Gelooft men nog in ons? Apprecieert men ons werk? Dat was niet gepland. Het gaat erom dat de Vlaamse Regering beloftes heeft ingetrokken.

Ik ga niet verder in op het debat over of de provincies nu 3,4 of 3,5 procent moeten besparen. Ik vind dat een zeer billijke vraag. Elke overheid moet besparen. 3,4 of 3,5 procent vind ik absoluut niet onoverkomelijk.

Mevrouw Pira, ik heb het tegen u gezegd maar ook al tegen andere collega’s: ik zou u heel vriendelijk willen vragen om te stoppen met paniek te zaaien, met te doen alsof wij provinciepersoneel gaan ontslaan. U weet zeer goed uit mijn antwoorden in de commissie dat dat niet het geval is. Wij hebben een heel duidelijk plan uitgewerkt voor wat we met de provincies van plan zijn. Ik wil dat nog heel kort herhalen. De heer De Loor weet dat ook, want die is altijd zeer actief aanwezig in de commissie.

De persoonsgebonden bevoegdheden worden opgelijst. Ze worden ofwel overgeheveld naar een gemeente of naar een cluster van gemeenten, ofwel naar het Vlaamse niveau. De provincie zal bevoegd blijven voor de grondgebonden bevoegdheden, met uitzondering van Antwerpen en Gent, als zij bereid zijn en de vraag stellen om ‘ontvoogd’ te worden, tussen grote aanhalingstekens.

Voor alle duidelijkheid, als wij zeggen dat er bevoegdheden worden overgedragen, dan impliceert dit dat de bevoegdheid overgaat, dat de personeelsleden mee overgaan en dat ook de middelen mee overgaan. Stop er dus alstublieft mee de personeelsleden van de provincie, die absoluut goed werk hebben geleverd en dat in de toekomst zullen blijven doen, angst aan te jagen, want zij zullen hun job absoluut niet verliezen. (Applaus bij de N-VA)

Voorzitter, toch nog een paar antwoorden. Met betrekking tot die 3,5 procent die nu die 37 miljoen euro vertegenwoordigt binnen het Provinciefonds, blijf ik erbij – en ik heb er daarnet nog eens op gewezen – dat dit wegnemen geen besparing van 3,5 procent is, maar een besparing van in totaal 10 procent. Dat wou ik toch nog eens rechtzetten.

Mijnheer Maertens, u wilt het beeld ophangen dat er in Izegem wel besparingen worden doorgevoerd en in de rest van de gemeenten waar eventueel sp.a’ers mee aan het roer staan niet. Ik nodig u uit bij het OCMW van Zottegem. Ik zal u dat eens met plezier toelichten. De heer Diependaele kan dat beamen: we hebben gisteren de budgetten goedgekeurd voor 2015, en ook de aangepaste meerjarenbegroting. (Opmerkingen)

Minister, u zegt, ook aan mevrouw Pira, dat we moeten stoppen met paniek zaaien. Het is gemakkelijk de zwartepiet aan ons toe te spelen, terwijl u weet dat er bij die personeelsleden, bij die organisaties, bij die verenigingen heel veel ongerustheid is, omdat er onduidelijkheid is, omdat er onzekerheid is. Ik heb in de commissie een aantal concrete voorbeelden gegeven, uit West-Vlaanderen, uit Oost-Vlaanderen, uit Antwerpen. Ik heb daar geen concreet antwoord op gekregen. Stop dan ons te verwijten dat we paniek zaaien en ongerustheid creëren. U bent het, en uw Vlaamse Regering, die paniek zaait en ongerustheid creëert, door niet duidelijk te zijn en geen antwoorden te geven.

Minister, u bent de eerste belangenbehartiger van de lokale besturen in Vlaanderen, maar blijkbaar laten ze u koud. Uw onverschilligheid heeft nochtans verstrekkende gevolgen, voor de dienstverlening, de medewerkers en de investeringen. Het is hier daarnet al gezegd: de investeringen van de lokale besturen zijn goed voor de helft van de investeringen van alle overheden. Elke daling met 10 procent van die investeringen betekent een banenverlies in de privésector van 2500 à 3000 arbeidsplaatsen. Dat zijn niet mijn berekeningen, dat is een berekening van de Confederatie Bouw. Maar wat gebeurt er nu? Wat doet u? Niets. U blijft blind.

U blijft er ook blind voor dat de Federale Regering in haar ontwerp van programmadecreet in de invoering van de vennootschapsbelasting op intergemeentelijke samenwerkingsverbanden voorziet. Aangezien intergemeentelijke samenwerkingsverbanden tot de bevoegdheid van de gewesten behoren en deze federale beslissing een grote beslissing zal hebben op de intercommunales, maar ook op hun investeringscapaciteit, moest de federale overheid hierover vooraf overleg plegen. Dat is bij mijn weten echter niet gebeurd. Investeringen van intercommunales bevinden zich vrijwel uitsluitend op domeinen die tot de bevoegdheid van de gewesten behoren: afvalverwerking, waterzuivering, energie, de aanleg van bedrijventerreinen, zwembaden enzovoort. Op die manier doorkruist de federale belasting echter de gewestelijke beleidsdoelstellingen.

Voorzitter, dat is een belangenconflict, en dat willen we rechtgezet zien. Minister, ik hoop dat u ook in dit geval niet ‘trek uw plan’ zegt, maar dat u een goed antwoord hierop geeft. Het is immers hoog tijd dat u uw rol als belangenbehartiger van de lokale besturen ter harte neemt. (Applaus bij sp.a)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.