U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Sminate heeft het woord.

Mijnheer Crombez, u vraagt het woord. Kunt u dat bij motie van orde doen nadat dit punt is afgehandeld?

De heer John Crombez (sp·a)

Neen, eigenlijk niet omdat het over de werkzaamheden gaat. Het is heel simpel, ik heb het daarstraks al aangekaart dankzij de heer Diependaele. We hebben gisteren een begrotingsdiscussie afgesloten. Deze vragen waren daar deel van. Een van de motivaties was dat het te lang duurde en dat er te veel werd herhaald, maar het ging over dit soort van punten.

De reden waarom ik vroeg om nog niet te stemmen, is dat deze discussie niet rond was. Ik heb dat gisteren ook aangehaald. Nu staat dat hier als actuele vraag geagendeerd in de plenaire vergadering. We hebben dit in de commissie, bij de behandeling van de begroting met de bevoegde minister, niet ten gronde kunnen uitspreken. Dat was de reden waarom ik vroeg dat op een volgende commissievergadering verder te zetten, want we waren er niet mee klaar. Men heeft me toch het woord afgenomen, het doorgegeven en het niet teruggegeven, wat volgens mij reglementair een probleem is. En nu staan hier actuele vragen op de agenda.

Voorzitter, bij uw normale beoordeling – u kunt dat niet weten, het dateert van gisterenavond, en niet eens zo vroeg – zit de behandeling van de begroting en de beleidsnota’s in de commissies. U blijft daar bij. Op zich zou ik daar niet moeilijk over doen, ware het niet dat ik dit gisteren niet ten gronde heb mogen aankaarten en dat niet in een volgende commissievergadering mocht behandelen. Diezelfde meerderheid dient hier nu twee actuele vragen in.

Ik heb dus een vraag aan de voorzitter van dit parlement: wat betekent dit reglementair voor de toekomst? Betekent dit dat de oppositie vanaf nu wel degelijk bijvragen kan stellen over zaken die zelfs in dezelfde week ook worden behandeld in de commissie met betrekking tot de begroting en de beleidsbrieven?

Wat er nu is gebeurd, gaat in tegen wat er in het Bureau is beslist en op papier staat. Begroting is begroting, beleidsnota is beleidsnota en men gaat ertegenin. Het gaat over de aanpassing van 2014 en dus de basis voor 2015. Dat heb ik gisteren ook proberen uit te leggen. Voorzitter, ik heb dus een vraag gesteld.

De voorzitter

Mijnheer Crombez, ik heb straks een onderhoud met u over het een en het ander. Ik weet natuurlijk niet wat er gisteren in de commissie is besproken. Ik heb er ook geen verslag van, dus ik kan dat niet beoordelen.

De heer Janssens heeft er zopas ook op gewezen. Over de woonbonus is heel wat te doen in de media. De mensen lopen nog gauw naar de notaris en wat nog al niet. Maar het staat heel duidelijk in de begeleidende maatregelen van de begroting 2015.

Strikt genomen zouden we geen actuele vragen meer moeten behandelen zoals we ook geen vragen om uitleg doen, tenzij ze niet verwijzen naar de beleidsnota en naar de begroting. Het is zoeken naar een evenwicht tussen het een en het ander. Wat er gisteren in de commissie is gebeurd en hoe er gestemd is enzovoort, moet de commissie in de eerste plaats zelf regelen. Ik ben daar niet voor verantwoordelijk. Ik ben alleen verantwoordelijk voor wat in de plenaire vergadering gebeurt.

De heer John Crombez (sp·a)

Voorzitter, daar ben ik het niet mee eens.

De voorzitter

U hoeft het daar niet mee eens te zijn. Ik heb de discretionaire bevoegdheid om dat wel te doen. Ik zit al vijf jaar met dit probleem in verband met beleidsnota en begroting: moet ik het goedkeuren of moet ik het niet goedkeuren? Ik weeg dat ook af met de commissiesecretarissen en met de mensen die de actuele vragen opvolgen. Ik geef altijd het voordeel van de twijfel en laat het dan doorgaan. De actuele vragen die nu worden gesteld, hadden ook naar aanleiding van de begroting kunnen worden gesteld. Dat begrijp ik perfect. Anderzijds houdt het heel wat gemeentebesturen bezig.

De heer John Crombez (sp·a)

Dat is het punt, voorzitter. Ik verwijt u dat helemaal niet omdat het over de essentie gaat van de werking van dit parlement. Ik verwijt u dat niet, maar dit is een begrotingsdiscussie die gisteren is stilgelegd in de commissie, en die hier vandaag in de actuele vragen van de plenaire vergadering wordt gebracht.

De voorzitter

Dat kan.

De heer John Crombez (sp·a)

Oké, dat kan. Maar hoe komt het dat de oppositie moet stoppen met haar betoog over dit onderwerp? Het wordt op een onreglementaire manier stilgelegd door de meerderheid, en nu komt de meerderheid in de plenaire vergadering zelf met die vragen. Het gaat niet over de normale gang van zaken van vragen die worden geweigerd. Meer nog, er worden voortdurend vragen van de oppositie geweigerd door commissievoorzitters van de meerderheid met het terechte argument – want het is in het Bureau beslist – dat het gaat om begrotings- en beleidsnotamaterie.

Voorzitter, u hebt gelijk, er is een grijze zone. Maar wat als de discussie gisteravond wordt geweigerd en de meerderheid dit zelf in de plenaire vergadering brengt? Ik stel u de vraag nogmaals: mag de oppositie vanaf nu hetzelfde doen? Vraag het aan mevrouw Sminate. Ze zat mee in de discussie. Is er geprobeerd om die discussie gisterenmiddag te voeren in de commissie, ja of nee? Dat is een zeer simpele vraag. Als het antwoord ‘ja’ is, dan vraag ik dat het Bureau de documenten over de werkzaamheden en de manier waarop we zaken kunnen behandelen, helemaal herbekijkt.

De voorzitter

Dan gaat het over de algemene toepassing van het reglement van dit parlement. Ik stel voor dat u dat dan in het Uitgebreid Bureau aan de orde brengt, maar niet hier bediscussieert.

De heer John Crombez (sp·a)

Hoeveel erger moet het worden?

De voorzitter

Ik heb het voorrecht om de plenaire vergadering voor te zitten, om te beoordelen of vragen al dan niet worden toegelaten. Ik heb deze vragen wel toegelaten omdat het nogal wat gemeentebesturen die bezig zijn met de meerjarenplanning, bezighoudt. Wat in de commissie Binnenlands Bestuur gebeurt, is de verantwoordelijkheid van de commissie Binnenlands Bestuur.

Er zijn volksvertegenwoordigers die me komen vertellen dat hun vraag om uitleg is geweigerd. Sorry, ik bemoei me daar niet mee. Het reglement zegt dat je dat kunt regelen in de regeling der werkzaamheden. Ik ben verantwoordelijk voor de plenaire vergadering en niet voor de commissie Binnenlands Bestuur. Wat die daar heeft geregeld, heeft die daar geregeld. In de commissie Openbare Werken – minister Crevits kan dat getuigen – heb ik altijd geprobeerd de gulden middenweg te vinden tussen de oppositie en de meerderheid. Ik stel voor dat we daar straks over voortpraten.

De heer John Crombez (sp·a)

Het is zo elementair, ik ga er straks met u over spreken. Stel de vraag aan mevrouw Sminate of we dit gisteren hebben behandeld in de commissie of niet. Het gaat over het reglement dat dit parlement mee stuurt. Als we dit gisteren in de commissie hebben behandeld – tenminste dat hebben we geprobeerd – is het dan een actuele vraag? Als het antwoord ja is, mag de oppositie in de toekomst hetzelfde doen. In het verleden is dat altijd geweigerd, en dat vind ik terecht.

De voorzitter

Het is niet omdat het debat is afgerond in de commissie Bestuurszaken en Binnenlands Bestuur, dat er de dag erna geen over vragen kunnen worden gesteld.

Mijn vraag was een vraag om uitleg in de commissie, die nu is meegenomen in de plenaire vergadering. Gisteren is er vijf uur lang gedebatteerd over uw amendement over het Provinciefonds, mijnheer Crombez. U hebt dit onderwerp inderdaad aangehaald. Er is ook over gesproken. Maar u kunt niet zeggen dat u het woord is afgenomen, want uw collega van dezelfde partij was aanwezig bij de regeling van de werkzaamheden en zij is ermee akkoord gegaan om diezelfde dag te stemmen. Dat is wat er gebeurd is. (Opmerkingen van mevrouw Ingrid Lieten. Applaus bij de meerderheid)

Minister, op dit moment zijn zowat al mijn collega-burgemeesters en -schepenen van Financiën bezig met het opmaken van hun begroting. Wij baseren ons daarvoor op ramingen die komen van de federale administratie. Ik vrees dat daar al enkele jaren iets grondig misloopt, want het is niet de eerste keer dat de uiteindelijke bedragen die de gemeenten krijgen van de federale overheid grondig verschillen van de initieel geraamde bedragen van dezelfde federale overheid. In veel gevallen gaat dat over enkele honderdduizenden euro’s, aanzienlijke bedragen voor gemeenten en steden.

Hoe kunnen steden en gemeenten overeind blijven, als ze op zo’n korte termijn moeten aankijken tegen tot 15 procent minder inkomsten op de personenbelasting? Geen enkele stad, geen enkele gemeente, kan daarop op zo’n korte termijn een structureel antwoord bieden.

Minister, als belangenbehartiger van de Vlaamse steden en gemeenten vraag ik u of u contact zult opnemen met de federale overheid, om een oplossing te bieden voor de getroffen lokale besturen.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, ik kan alleszins aantonen met mailverkeer dat mijn actuele vraag gisterenmiddag al is geschreven. Meer nog, ik had ze vorige week woensdag al willen indienen, toen ik ’s morgens op het gemeentehuis de post opendeed. Maar ik dacht toen: ik zit niet als burgemeester in het Vlaams Parlement, maar als volksvertegenwoordiger. (Opmerkingen van de heren Bart Van Malderen en John Crombez)

Ik heb toen gezegd: het kan niet zijn dat alle gemeenten in Vlaanderen een dergelijke misraming krijgen. Ik heb even afgewacht. In de loop van de dag bleek dat het wel zo was. Het ging over herramingen tot 10 procent, en nog straffer dan wat mevrouw Sminate zegt, zelfs tot 20 procent. Als klap op de vuurpijl kwam dat bericht binnen op 12 november. Wij begroten sinds een jaar met de beleids- en beheerscyclus (BBC). Dat is een zeer goede zaak, hoewel er aanvankelijk veel protest tegen is geweest. Het verplicht gemeentebesturen ertoe om op lange termijn te begroten en degelijk begrotingswerk af te leveren, dat zelfs over de legislatuur heen gaat.

Minister, u wordt geacht erop toe te zien dat wij dat netjes doen. We hebben dat nu zeer laat binnengekregen. Ik neem aan dat in de meeste gemeenten de budgetwijziging gepasseerd is. Alleszins moet het in ons gecumuleerde budgettaire resultaat van 2014, en dus verandert onze startpositie voor 2015. Heel veel gemeentebesturen waren wellicht al klaar voor 2015 en moeten nu opnieuw beginnen.

We moeten ervoor zorgen dat we die beheers- en beleidscyclus als gemeente deftig kunnen toepassen. Hoe gaat u ervoor zorgen, minister, dat wij op tijd over de juiste info kunnen beschikken, zodat we ook juist kunnen begroten, zoals ons is opgelegd in de beheers- en beleidscyclus?

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Collega’s, ik erken dat het zeer lastig is voor lokale besturen om elke keer opnieuw geconfronteerd te worden met verschillende ramingen. Sta me wel toe erop te wijzen dat die ramingen gegeven worden door de federale overheid, maar u hebt absoluut een punt, mijnheer Ceyssens, als u zegt dat ik als minister van Binnenlands Bestuur bevoegd ben voor het toezicht op het goed uitvoeren van de beheers- en beleidscyclus.

Ik heb begrepen dat er vanuit de federale overheidsdienst een brief is verstuurd naar de lokale besturen. Ik ben zelf geen uitvoerend lokaal mandataris, maar jullie wel, dus jullie hebben die brief wellicht zelf ontvangen. Daarin stond dat het wellicht te maken had met een latere inkohiering. Ik weet niet of die informatie klopt. Ik heb vanmorgen nog mijn licht opgestoken bij mijn collega’s in de Federale Regering, en zij hebben mij bevestigd dat het zo in die brief stond.

Een latere inkohiering heeft twee effecten. Enerzijds worden de aanslagbiljetten later verstuurd, waardoor de inkomsten die de gemeenten hebben uit de aanvullende personenbelastingen, ook later worden doorgestort door de federale overheid. Dat is logisch. Maar er is een bijkomend probleem: blijkbaar heeft men zich op federaal niveau in eerste instantie bezig gehouden met de aanslagbiljetten die redelijk simpel waren – lees: die mensen die niet zo heel veel belastingen bijdragen. De moeilijkere aanslagbiljetten van bijvoorbeeld zelfstandigen, bedrijven en dergelijke worden naar achteren geschoven, wat natuurlijk ook een behoorlijk effect heeft op de raming die men nu geeft.

Als – ik zeg duidelijk áls – het inderdaad te maken heeft met de inkohiering, zie ik niet echt grote problemen, mijnheer Ceyssens, los van het feit dat het inderdaad een zeer lastige situatie is voor de lokale besturen. U was immers verplicht om een begroting in evenwicht in te dienen, en dat hebt u gedaan. Bovendien gaat het in het kader van de beheers- en beleidscyclus ook over een meerjarenplanning. En als het inderdaad de inkohiering betreft, wil dat zeggen dat u bijvoorbeeld voor het jaar 2015 minder inkomsten zult hebben, maar dat u die inkomsten wel net iets later zult genereren, bijvoorbeeld in het jaar 2016. U zult die inkomsten dus wel hebben.

Daaruit kan ik besluiten dat u wellicht een positieve autofinancieringsmarge zult hebben op het einde van de beheers- en beleidscyclus, als de lokale overheden ondertussen natuurlijk geen maatregelen nemen die niet echt getuigen van behoorlijk bestuur, maar daar ga ik van uit.

Ik heb vanmorgen nog met collega Van Overtveldt gebeld om te vragen wat de verdere geplogenheden en instructies zijn. Hij heeft mij verzekerd dat hij enige tijd geleden al aan zijn eigen administratie heeft gevraagd om duidelijkheid te geven over de reden waarom dit gebeurt. We willen ten eerste weten of het inderdaad te wijten is aan de latere inkohiering en ten tweede of er nog andere redenen aan deze problematiek ten grondslag liggen.

Nogmaals: ik erken dat dit een zeer lastige situatie is voor de lokale besturen, maar als het inderdaad te maken heeft met de inkohiering, denk ik dat er BBC-gewijs niet echt grote problemen zijn. (Applaus bij de N-VA)

Minister, ik dank u voor het duidelijke antwoord. Het klopt dat in de brief van de FOD Financiën staat dat het probleem te maken heeft met een verschillend ritme van inkohieren. Ik kan ermee leven dat de werkwijze wijzigt. Maar ook vorig jaar al kwam men met dat argument, wat de lokale besturen ertoe bracht te denken dat er dit jaar een inhaalbeweging zou komen en het probleem zou worden opgelost. Dat blijkt niet zo te zijn. Er heerst dus onduidelijkheid. Het is bijgevolg positief dat u contact onderhoudt met uw collega van de Federale Regering, opdat er snel duidelijkheid komt. Als er volgend jaar een inhaalbeweging komt, kan het probleem snel worden weggewerkt.

Dit is vooral een federaal dossier. U zegt dat we de middelen wel zullen krijgen. Het zou er verdorie nog aan mankeren dat we die niet zouden krijgen! Toch vind ik dat u licht over het BBC-verhaal heen gaat. Vandaag is de richtlijn erg duidelijk: het gecumuleerde eindbudget moet worden meegenomen voor het bepalen van de startpositie in 2015. Minister, er zijn gemeentebesturen die hun begroting al hebben verstuurd naar de raadsleden. De agendering op de gemeenteraad is al gebeurd, maar ze vertrekken van een andere startpositie dan deze. Met andere woorden: de uitgangspunten van de BBC – die een langetermijnvisie beoogt – worden ingeruild voor dagjespolitiek. Dat is een slechte zaak. Ik vind dus dat u moet zorgen voor een afspraak met het federale niveau, zodat vooraf wordt overlegd vooraleer men dat soort van brieven verstuurt, ofwel dat men de richtlijnen aanpast en men het gehele meerjarenprogramma mag bekijken. Voortdurend aanpassingen doorvoeren en brandjes blussen kan niet. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Somers heeft het woord.

De heer Bart Somers (Open Vld)

Minister, er is wel degelijk een probleem, en we mogen daar niet lichtzinnig mee omspringen. Een herziening in november, op een moment dat veel gemeenten hun begroting al hebben opgemaakt, is een probleem. Dat is natuurlijk niet uw verantwoordelijkheid, maar die van het federale niveau. In het verleden hebben we al eens een versnelling van de inkohiering gekend, en dat was goed nieuws voor de lokale besturen. Nu is er een vertraging. De cijfers zijn ook niet transparant. Mijn diensten hebben geprobeerd om die cijfers beter te begrijpen, maar er blijft onduidelijkheid. Ik dring er dus op aan dat u, als Vlaams voogdijminister, met uw federale collega aan tafel gaat zitten om te proberen een stabieler kader te creëren voor de gemeentebegrotingen.

Niet u, maar de federale overheid heeft dat in handen. Het zou evenwel een positieve zaak zijn mocht u, als minister van Binnenlands Bestuur, daarover gaan praten en ervoor zorgen dat dit stabieler kader er komt. Als er nog wijzigingen komen, moeten die vroeger op het jaar – vroeger in de begrotingscyclus – worden doorgevoerd, zodat versnellings- of vertragingsbewegingen een kleinere impact op het lokale beleid hebben.

De voorzitter

De heer Crombez heeft het woord.

De heer John Crombez (sp·a)

De heer Ceyssens heeft gelijk. We hebben hier vernomen dat de zaak is bekeken en de kwestie van de inkohiering is hier aangesneden, maar de problemen van de lokale besturen blijven wel degelijk groot, wegens de BBC. Men kan daaraan niet remediëren. Er zijn daarover een pak vragen te stellen. Wellicht mag ik er maar eentje stellen, maar voorafgaandelijk toch dit. Het is erg vervelend, want ik kan met mijn vragen over de lokale besturen – de stuknummers 14 en 15 – niet meer in de commissie terecht. Voor ik mijn vraag stel, dus dit. U hebt nieuws gemaakt, want u hebt hier aangekondigd wat de FOD Financiën lang heeft ontkend. U zei dat er bij het inkohieren wordt geselecteerd, en dat is nieuws.

De vragen die ik niet stel, zijn onder meer vragen waar ik gisteren geen antwoord op heb gekregen. ESR-matig kan dat betekenen dat het resultaat voor entiteit II – wat uw bevoegdheid is – negatiever uitdraait dan dat voor het federale niveau. Bij de verdeling van de besparingen zal Vlaanderen dus meer moeten ophoesten.

De voorzitter

Mijnheer Crombez, stel uw vraag.

De heer John Crombez (sp·a)

Moet ik al zwijgen? Ik heb gisteren veel vragen niet kunnen stellen. Ook de lokale bestuurders van de meerderheid kaarten hier het probleem aan.

De voorzitter

Ik pas het reglement toe, voor iedereen gelijk. Wat is uw vraag?

De heer John Crombez (sp·a)

Mijn vraag is zeer simpel. Kunt u als minister van Binnenlands Bestuur op zeer korte termijn voor een antwoord zorgen voor de lokale overheden door te stellen dat de thesaurie zal worden aangevuld? Ze moeten nu een begroting opmaken met een tekort van 20 tot 25 procent. Zal dit dit jaar aangevuld kunnen worden? Dat lost het probleem van de lokale overheden op.

De voorzitter

Mevrouw Pira heeft het woord.

Mevrouw Ingrid Pira (Groen)

Minister, of het aan de inkohiering ligt of niet, het is in het verleden nog gebeurd. Het is telkens heel vervelend. Ik wijs op een voorstel van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) die al meer dan tien jaar vragende partij zijn om de aanvullende personenbelasting aan de gemeenten uit te keren op basis van vaste voorschotten met nadien een afrekening. Minister, wilt u dat voorstel onderzoeken en wilt u het bespreken met federaal minister Van Overtveldt?

Mevrouw Pira, het is niet ik of deze regering die bepalen wanneer de voorschotten door de federale overheid worden betaald. Ik wil dat uiteraard bespreken met de federale minister van Financiën. Ik heb al aangekondigd dat ik contact met hem heb gehad en we zullen rond de tafel gaan zitten. Hier wordt nu één problematiek aangehaald die een impact heeft op de financiële situatie van de lokale besturen, maar er zullen er wellicht nog zijn. Het is zeker zinvol om rond de tafel te gaan zitten om na te gaan welke federale maatregelen welke invloed hebben op de financiële situatie van de lokale besturen.

Mevrouw Sminate, u had het over een inhaalbeweging, kasevenwicht en voorschotten. Minister Van Overtveldt heeft me bevestigd dat hij om een kasevenwicht te kunnen garanderen, een voorschot zal uitbetalen. Dat was ook een vraag van de heer Crombez.

Mijnheer Ceyssens, u verwijst naar de BBC 2015. U vraagt welke raming u concreet moet inschrijven en welke cijfers u moet gebruiken. Het is aangeraden om erg voorzichtig te ramen. We moeten kijken wat er verder gebeurt. Ik blijf er wel bij dat als het een probleem van inkohiering is dat het in het kader van de BBC – los van het feit dat het uiteraard zeer ongelukkig en ambetant is voor een lokaal bestuur om elke keer opnieuw een begroting in te dienen –  eigenlijk niet echt een groot probleem is. Die antwoorden zal ik binnenkort van minister Van Overtveldt krijgen.

Er moet inderdaad een duidelijke communicatie worden opgestart naar de lokale besturen. Het is erg moeilijk om antwoorden te krijgen van de federale administratie. Voor alle duidelijkheid, het is een federale materie en een probleem dat vorig jaar is gestart door een andere wijze van inkohieren onder de vorige federale minister van Financiën.

Ik had niet de bedoeling om er hier een partijpolitiek debat van te maken. Ik vind dat erg jammer. Ik heb een vraag gesteld waarmee ik de bezorgdheid van 308 Vlaamse burgemeesters heb vertolkt. (Applaus)

Welke kleur die hebben, blijft voor mij hetzelfde. Het Vlaams Parlement moet respect hebben voor de lokale besturen en daarom moeten we ervoor zorgen dat ze op een deftige manier kunnen begroten. (Opmerking van minister Liesbeth Homans)

Minister, dat is niet aan u gericht, maar aan de laatste opmerking die ik hier daarnet heb gekregen.

Er is inderdaad geen probleem – zoals u zegt – als het gaat over de totaliteit van de beheers- en beleidscyclus, maar de richtlijn verplicht ons vandaag wel om aan te passen, en dan moeten we dat herbekijken als we vaststellen dat die inkohiering niet op tijd kan gebeuren, zodat dit voor de totaliteit van de beheers- en beleidscyclus wél klopt en wij als gemeenten op een deftige manier kunnen begroten. Wij zijn vragende partij. (Applaus bij CD&V, sp.a en Groen)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.