U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 12 november 2014, 14.05u

Voorzitter
van Sabine Vermeulen aan minister Philippe Muyters
77 (2014-2015)
van Sonja Claes aan minister Philippe Muyters
78 (2014-2015)
De voorzitter

Mevrouw Vermeulen heeft het woord.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Voorzitter, minister, morgen om 13.30 uur is er op het Ladeuzeplein in Leuven een actie van de Vlaamse leerwerkbedrijven. Ik weet niet of u daarvan op de hoogte bent. De actie is een beetje tegen u gericht: niet tegen u persoonlijk, maar tegen uw beleid. De Vlaamse leerwerkbedrijven zijn ongerust en boos. Ze verwijten u dat u duizenden jobs in de vuilnisbak smijt. Het gaat vooral over jobs van werkzoekenden met een lange afstand tot de arbeidsmarkt die van een werkervaringstraject kunnen genieten onder het statuut van werkervaringsplan-plus (WEP-plus).

We hebben hier in de commissie ook al over gebabbeld. U hebt er volgens mij een heel duidelijk antwoord op gegeven. U hebt gezegd dat u voor werkervaringstrajecten op twee sporen zult werken. Op een eerste spoor zult u alle WEP-plus-statuten inkantelen binnen de werking van de VDAB. Op een tweede spoor zult u, op langere termijn dan, één systeem van werkervaringstrajecten uitwerken.

U zei er ook bij dat u erover zult waken dat alle WEP-plus-trajecten die nu lopen, kunnen worden uitgevoerd tot het nieuwe systeem op 1 oktober 2015 van kracht is. Bovendien zei u dat de volledige hervorming van de werkervaringstrajecten deel uitmaakt van het sociaal overleg. Dat leek me in de commissie een zeer duidelijk antwoord. Maar in het licht van de actie morgen heb ik het gevoel dat uw antwoord in de commissie niet tot bij het sociaal overleg, de stakeholders of de betrokken werknemers is gekomen. Op welke manier en wanneer zult u de stakeholders dan wel informeren, met het duidelijke antwoord, zodat zij ook gerustgesteld zijn, net zoals u mij in de commissie hebt gerustgesteld?

De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Voorzitter, minister, collega’s, een maand geleden stelden we dezelfde vraag in de commissie. U hebt toen geantwoord dat u het VESOC-overleg (Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité) afwachtte en dat u de druk hoog wilde houden, zodat de sociale partners tot een beslissing zouden komen. Het werd verlengd tot oktober 2015. Ook zouden er overgangsmaatregelen komen.

Minister, het protest is een stuk te begrijpen, omdat de toegevingen of aanpassingen die u doet door te verlengen tot oktober 2015, onvoldoende zijn. De overgangsmaatregelen zijn onduidelijk. U hebt in de commissie gezegd dat u het oude systeem wilt laten bestaan tot het nieuwe er is. Maar de inkanteling in de VDAB op zich is blijkbaar ook een probleem.

Vandaag zijn er zeshonderd begeleiders bij de leerwerkbedrijven. Voor de werkgevers is het onduidelijk wat er nu gebeurt. Als het wordt ingekanteld binnen de VDAB, betekent het – zo heb ik toch begrepen – dat er een tendering moet gebeuren. Gaat het dan komen bij de leerwerkbedrijven die deze opdracht gedurende zeven jaar hebben vervuld en die vandaag de knowhow hebben? In het regeerakkoord zeggen we dat we de doorstroming naar de arbeidsmarkt heel belangrijk vinden. Erkent u dat de leerwerkbedrijven die kennis hebben? En dat we dat zo maximaal mogelijk moeten bestendigen, zodat die knowhow niet verloren gaat?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Dames, laat ons het doel voor ogen houden. Dat is nog altijd dat we mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt maximaal begeleiden naar een job in de privésector. Dat is de basis. Daarom nemen we de maatregelen. Daarom bestaan de werkervaringsplaatsen. En daarom willen we het systeem wijzigen. Nu worden 2200 mensen begeleid via WEP. Onze doelstelling is dat we na de hervorming minstens dubbel zoveel mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt kunnen begeleiden.

Ik weet dat de voorstellen die we nu hebben geformuleerd ingrijpend zijn, met de twee fases, die u naar voren hebt gebracht, mevrouw Vermeulen. Dat is niet eenvoudig. Maar we moeten het doel voor ogen houden. Als we uiteindelijk dubbel zoveel mensen met een grote afstand zouden kunnen begeleiden, zijn we geslaagd.

Ik ga akkoord dat we de expertise op het veld maximaal moeten kunnen vrijwaren. Ik heb gezegd dat ik overleg pleeg. Dat is niet het VESOC-overleg, maar het overleg met de sector, om te zorgen voor een overgang die maximaal die expertise vrijwaart. Dat is de doelstelling. De gesprekken lopen. Er zijn er al enkele geweest. Ik probeer een maximaal draagvlak te creëren voor overgangsmaatregelen. Als die nog onduidelijk zijn, lijkt me dat vanzelfsprekend. We zijn in overleg met de sector om de juiste overgangsmaatregelen te nemen, om ervoor te zorgen dat de expertise maximaal behouden blijft.

Als er een uitbesteding komt, zullen wij er uiteraard rekening mee houden dat diegenen die inschrijven op die tendering en die die job willen doen, expertise zullen moeten hebben. Ook daar kan die expertise worden gevrijwaard.

Ik betreur echt dat, terwijl wij met de sector in overleg zijn en gesprekken voeren, een aantal organisaties het nodig vinden om persberichten te verspreiden en om acties te voeren op het terrein. Ik heb altijd gezegd dat je moet wachten op het overleg. Het overleg met de sector is goed bezig. Waarom dan acties voeren? Ik heb gezegd dat ik naar een goede overgang wil gaan voor oktober volgend jaar. We hebben de tijd om dat te doen. We willen dat doen met de sector, maar laat ons alstublieft het overleg serieus nemen en niet met acties beginnen vooraleer het overleg gestopt is. (Applaus bij de N-VA. Opmerkingen van de heer Bart Van Malderen)

U kunt straks tussenkomen.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Ik ben blij te vernemen dat het sociaal overleg is gestart. Het is geen geheim dat er in deze sector zelf verdeeldheid bestaat over het systeem. Ze vragen al jaren om een verlenging. Zij weten zelf niet goed welke richting ze uit willen. Waarschijnlijk is het een deel van de groep die vraagt om acties, terwijl het andere deel uw beleid blijft volgen.

Ik begrijp enigszins dat er een beetje bezorgdheid is, maar bij elke hervorming is er bezorgdheid. Zeker bij gesubsidieerde werkervaringstrajecten kan er nog een grotere bezorgdheid zijn. Ik ben in elk geval content dat er een sociaal overleg is gestart.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, de bezorgdheid is er natuurlijk omdat er mensen in opzeg moeten worden geplaatst. Als je op dit ogenblik werkgever bent van een leerwerkbedrijf, en je weet nu nog niet – en dat weet je ook niet binnen drie maanden – wat er met jouw werknemers zal gebeuren, dan moet je die mensen in opzeg plaatsen. Daarom spreek ik over 600 mensen en niet over de 2200 mensen die een traject doen. Die mensen hebben maar een contract van een jaar. Zij worden op een jaar klaargestoomd om naar het normale economisch circuit te gaan. Maar het gaat om 600 begeleiders die dat werk doen. Het is voor die begeleiders dat er vandaag heel veel onduidelijkheid is. Werkgevers die die mensen in opzeg moeten plaatsen, weten dat het best op voorhand. Hun timing is heel krap. Wanneer gaan zij het weten? Sommige van die mensen moeten meer dan twee jaar opzeg doen. Daardoor is er een heel grote bezorgdheid. Ik hoop dat we die voor een deel kunnen wegnemen. Temeer omdat ik vandaag verneem dat WEP-plus-contracten maar kunnen worden afgesloten tot 1 januari 2015. Dat is een nieuw element. Dat betekent dat er tussen januari en oktober 2015 een afbouw zal zijn van de sector, waar die begeleiders ook tussen staan. Dat gaat in die leerwerkbedrijven tot heel wat onzekerheid leiden. Dan vind ik niet dat u zich boos moet maken omdat die mensen op straat komen. Het is terecht dat die mensen hun bezorgdheid uiten. (Applaus bij CD&V, sp.a en Groen) 

De voorzitter

Mevrouw Taelman heeft het woord.

Mevrouw Martine Taelman (Open Vld)

Minister, hier wordt een cruciaal punt aangehaald: de activering van langdurig werklozen in een markt waar vraag en aanbod onvoldoende op elkaar zijn afgestemd. Wij moeten dit echt blijven opvolgen. Ik heb begrip voor de ongerustheid in de sector van de leerwerkbedrijven. Maar in het verleden is gebleken dat diezelfde ongerustheid ook bestond over tenders die de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) lanceerde terwijl in de praktijk de resultaten daar over het algemeen zeer goed zijn. Daar is kwaliteitsbewaking van die tenders een cruciaal punt.

Minister, gaat het hier over ‘open calls’, waar de leerwerkbedrijven die ervaring hebben in de sector, op kunnen intekenen? En dus niet over een privatisering, wat hier en daar ook al wordt rondgestrooid? Zal er in die ‘open calls’ voldoende aandacht zijn voor de kwaliteitsvereisten?

De voorzitter

Mevrouw Kherbache heeft het woord.

Mevrouw Yasmine Kherbache (sp·a)

Minister, het is terecht dat er heel veel ongerustheid is op het terrein. Ik hoop dat u begrip hebt voor die ongerustheid, want het gaat over leerwerkbedrijven, die met uiterst kwetsbare werkzoekenden aan de slag gaan, namelijk langdurige, laaggeschoolde werkzoekenden.

Er is nu een overgangsperiode aangekondigd. U hebt een toegeving gedaan wat de timing betreft en het einde van de overgangsperiode verlegd van april naar oktober. Het doel dat u vooropstelt, is meer mensen aan werk helpen, maar we zien vandaag dat er op het terrein begeleiders worden ontslagen, dat er jobs verloren gaan, dat er onzekerheid is over werkervaringsplaatsen.

De 2200 waarover u het hebt, zijn aan het uitdoven. U stopt met het garanderen van nieuwe werkervaringsplaatsen in de komende maanden. Waarom gebruikt u 2015 niet als overgangsperiode, zodat de leerwerkbedrijven op een ordentelijke manier kunnen instappen in het nieuwe systeem? Nu creëren we immers onnodig veel onzekerheid ten aanzien van een sector en van een doelgroep die al onze aandacht verdient.

Mevrouw Kherbache, er komt niet nog eens een overgangsperiode van een jaar, omdat het al de derde keer is dat men een overgangsperiode vraagt. De interprofessionele sociale partners hebben altijd gezegd dat ze met een nieuw voorstel zullen komen. (Opmerkingen van de heer Bart Van Malderen)

Mag ik een antwoord geven, mijnheer Van Malderen? Ik probeer te antwoorden op de vragen die mevrouw Kherbache heeft gesteld.

Ik ben niet van plan om nog eens uit te stellen, mevrouw Kherbache, omdat men de facto niet tot een eensgezindheid lijkt te komen, zoals mevrouw Vermeulen terecht aanhaalde.

Voor de langetermijnvisie wil ik graag tot een eensgezindheid komen. We willen tot een call komen waarbij de expertise maximaal gegarandeerd is. We zullen er in die call zeker voor zorgen dat die expertise gevraagd wordt voor wie wil inspelen op de call.

Als we met deze nieuwe manier van werken, die in oktober ingang zal vinden, dubbel zoveel mensen met lange afstand zullen kunnen begeleiden, dan denk ik dat we dat maximaal kunnen besteden.

Het lijkt mij ook goed dat we overleg plegen om de juiste overgangsmaatregelen te kunnen nemen. Ik wil met alles rekening houden wat vanuit de sector komt als vraag naar overgangsmaatregelen. Ik sta ervoor open om stappen in die zin te zetten. Het feit dat we zijn opgeschoven van april naar oktober, net om te vermijden dat er een gat zou bestaan tussen het oude en het nieuwe systeem, duidt erop dat ik die bezorgdheid deel. Daarom plegen we ook overleg. Maar stop met acties te voeren terwijl er overleg is met de sector. Dat is de oproep die ik hieromtrent wil meegeven. (Applaus bij de N-VA)

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA)

Minister, ik heb begrepen dat u morgen op het Ladeuzeplein de mensen niet met een megafoon zult toespreken, maar uw antwoord is zeer duidelijk. Het is belangrijk dat het sociaal overleg zeer grondig verder gaat en dat alle neuzen in dezelfde richting staan – en dan bedoel ik álle neuzen, dus ook die van de sector zelf.

Mevrouw Sonja Claes (CD&V)

Minister, bedankt om opnieuw wat duidelijkheid te scheppen. Ik ben het absoluut niet met u eens dat, indien er verschillende standpunten zijn, men zich dan niet mag uiten binnen een vereniging. Ik vind dat dat wel moet kunnen.

Overleg is hierin heel belangrijk. Ik ben ervan overtuigd dat u, de sector en de koepel van de leerwerkbedrijven het maximale zullen doen om de overgangsmaatregelen scherp te stellen, maar mijn grote bekommernis blijft. Ik ben namelijk zelf werkgever. Wat moet ik morgen beslissen over mijn werknemers? Als ik ervan overtuigd ben dat we er zullen komen, zal ik hen niet in opzeg plaatsen, want we moeten die kennis net hebben om de doelstellingen te bereiken. En dat is een groot spanningsveld.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.