U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 12 november 2014, 14.05u

Voorzitter
De voorzitter

Mevrouw Talpe heeft het woord.

Voorzitter, minister, de feestdagen zijn op komst, en dat zijn traditioneel drukke tijden voor de horeca. Maar het zijn ook moeilijke tijden, want de horeca is op zoek naar personeel, en het liefst personeel dat enige ervaring heeft. Ik las deze morgen in de krant dat de horecafederatie Oost-Brabant het heft in eigen handen neemt en een cursus aanbiedt voor een opleiding voor zaalpersoneel, om mensen een zekere ervaring aan te kweken en zo een grotere pool voor de leden van de federatie aan te bieden.

Federaal worden er al een aantal maatregelen genomen om de horeca tegemoet te komen, ik denk onder andere aan loonkostverlaging en het creëren van flexi-jobs. Maar ook Vlaanderen moet een steentje bijdragen. Dan denk ik vooral aan de VDAB, die de matching doet tussen vraag en aanbod op de markt, maar ook aan de praktijkgerichte opleidingen die hij aanbiedt. Het is ook een uitgelezen kans om de laaggeschoolden te bereiken. In oktober bleek immers dat er in Vlaanderen 235.000 werkzoekenden waren, waarvan bijna een op twee laaggeschoold. Minister, welke extra inspanningen bent u bereid te nemen om ter zake door opleiding en activering van werkzoekenden deze sector tegemoet te komen?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, collega, ik vind het goed wanneer een sector, zoals vele sectoren en nu ook de horecasector in Oost-Brabant, effectief een initiatief neemt, in dit geval als er vanuit de bedrijven in de horecasector in Oost-Brabant effectief vragen zijn. Zij hebben ook die opleidingsfondsen en dergelijke. Het is positief dat ze initiatief nemen.

Daarnaast heeft de VDAB een overeenkomst met Horeca Vlaanderen over een aantal opleidingen. Daarenboven werken we binnen de VDAB echt wel aan dat flexibel aanbod. Als er bedrijven of sectoren zijn die specifieke jobs hebben in een bepaalde richting en er is kans dat daar heel wat werkzoekenden naartoe kunnen stromen, dan is er een flexibel aanbod vanuit de VDAB, hetzij door aan werkzoekenden werkplekleren aan te bieden, hetzij een korte opleiding. De VDAB voorziet effectief in een aantal korte opleidingen zodat een aantal mensen snel kunnen worden geschoold naar een job in de sector. Dat is niet alleen zo in de horecasector, dat is ruimer. De stap extra die de VDAB al zet, is, indien er dergelijke vragen zijn bij de bedrijven en sectoren, dat hij niet alleen een flexibel aanbod doet met werkplekleren en met een korte opleiding, maar ook werkzoekenden zal screenen om extra te zien welke werkzoekenden een beroep zouden kunnen doen op dit extra flexibel aanbod dat de VDAB doet en op die jobs die vanuit de sector worden aangeboden.

Zeker voor de horeca zijn er vier opleidingscentra die vandaag dat extra aanbod zouden kunnen doen, en dat zullen ze ook doen, als er vraag naar is van de sectoren. In Hasselt, Diest, Oostende en Antwerpen zijn er centra voor de opleiding van kelner, of zaalpersoneel, zoals dat dan wordt genoemd. Die kunnen op die manier ook worden ingeschakeld. Ik meen dus dat we met de VDAB zo’n flexibel aanbod hebben, en daarop ook echt inspelen als er vragen zijn van sectoren of bedrijven.

Minister, ik dank u voor uw positieve antwoord. Ik wil toch nog een lans breken specifiek voor de horecasector. Er zijn uiteraard heel wat maatregelen om werken en leren aan elkaar te koppelen, maar deze sector beleeft toch een moeilijke periode en behoeft extra ondersteuning. Ik begrijp uit uw antwoord dat er al een aantal zaken bestaan, maar dat u niet bereid bent om nu extra inspanningen te leveren met het oog op de feestdagen en, vervolgens, op volgende zomer. Ik ben van oordeel dat we toch iets sneller op de bal moeten spelen. U bevestigt eigenlijk dat er vandaag voldoende maatregelen bestaan om die mensen klaar te stomen. Dan gaat het ook specifiek over die doelgroep van de laaggeschoolden, waarop we extra moeten inzetten. U hamert daar ook op in uw beleidsnota. Voor die mensen had ik eigenlijk dan toch wel graag nog een bijkomend initiatief gezien.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, ik ben blij met de vraag van mevrouw Talpe. De horeca is immers uiteraard een heel belangrijke sector. Ik heb het snel even opgezocht: op dit moment zijn er in de horeca- en toerismesector 2575 vacatures die openstaan. De minister doet heel wat inspanningen. Vorig jaar zijn meer dan 1000 werkzoekenden met een opleiding gestart bij de VDAB. Dat is al goed, alleen stellen we vast dat de uitstroom naar werk van die knelpuntopleidingen in de horecasector nog wat achterblijft op het gemiddelde. Gemiddeld vindt na een knelpuntopleiding bij de VDAB 65 procent van de werkzoekenden een job. In de horeca is dat maar 55 procent. Minister, wat kunt u doen om de uitstroom naar werk van de horecaopleidingen te vergroten?

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen (sp·a)

Minister, u hebt u in uw antwoord beperkt tot de opleidingscentra van de VDAB. Ik kan de vraag van mevrouw Talpe naar bijkomende inspanningen dus alleen maar onderschrijven. Het is ook typerend voor de manier waarop we in Vlaanderen naar opleidingen kijken dat u zich beperkt tot de infrastructuur van de VDAB. Er zijn immers natuurlijk veel meer aanbieders wat de horeca betreft dan alleen maar de VDAB. Er zijn gewoon al de bedrijven. Er zijn de schoolopleidingen, maar er is bijvoorbeeld ook SYNTRA, dat in het kader van zelfstandigenopleiding evenzeer over infrastructuur beschikt. Men zou vandaag die infrastructuur optimaal kunnen benutten door die schotten tussen die diverse instellingen eens weg te werken. Minister, mijn simpele vraag is dus: gooi die oogkleppen af. Bekijk het probleem. Kijk niet naar wie de aanbieder is van opleidingen, maar kijk naar de finaliteit, namelijk mensen aan de slag helpen.

De voorzitter

De heer Van Esbroeck heeft het woord.

De heer Jan Van Esbroeck (N-VA)

Voorzitter, geachte leden, ook ik dank mevrouw Talpe voor de vraag. Dit is inderdaad een heel belangrijke sector. Daar zijn heel wat problemen geweest, en er zijn er nog, natuurlijk. We moeten echter wel een en ander scheiden. Als ik bekijk waarin de VDAB vandaag de dag voorziet, dan denk ik ook dat we een aantal bestaande opleidingen en mogelijkheden hebben. Daar moet gebruik van worden gemaakt. Mijnheer Van Malderen, er zijn inderdaad ook opleidingen binnen SYNTRA. Er zijn opleidingen binnen Horeca Vlaanderen zelf. Er zijn dus wel een aantal dingen aanwezig. Alleen is er misschien een probleem qua communicatie of qua duidelijk de weg wijzen naar die mogelijke opleidingen voor de sector. Dat is misschien een belangrijk punt dat we moeten bekijken. Dat kan altijd beter.

Ook zitten er wat het arbeidstechnische betreft, nu toch wel een aantal belangrijke maatregelen in het huidige federale regeerakkoord. Die moeten we misschien wel zo snel mogelijk invoeren. Daarmee ga ik wel akkoord: we moeten dat wel snel doen. Minister, mijn vraag is heel kort, maar wel belangrijk. Vandaag staat in het regeerakkoord dat men flexibeler moet omspringen met jobstudenten. Dat is heel belangrijk om die nieuwjaarsproblemen op te lossen. Ik vraag dus gewoon dat u met uw federale collega’s zou bekijken wanneer en hoe snel die federale maatregelen kunnen worden ingevoerd.

Mijnheer Van Esbroeck, ik begin met u. Ik plan een overleg met mijn federale collega van Werk. Ik zal dit punt zeker meenemen in dat overleg opdat we zo snel mogelijk kunnen inspelen op de wensen van de sector.

Mevrouw Talpe, u vraagt of ik niets extra doe. Het extra is klaar! Ik bedoel daarmee dat we in het algemeen flexibel inspelen op vragen vanuit de sector of vanuit de bedrijven. Dat is extra! Het is niet gepland, er werd niet in voorzien, maar we spelen extra in op vragen. Als u me dan vraagt of ik nog iets extra doe, is het antwoord ‘neen’, want we kunnen al extra inspelen op vragen vanuit de sector.

Op dit specifieke geval, mijnheer Van Malderen, moeten we snel inspelen. Dat gaat het snelste op de plaatsen waar er vandaag al in voorzien wordt, waar de infrastructuur aanwezig is, binnen en buiten de VDAB.

Ik ben mijn antwoord begonnen met de opmerking dat ik blij ben dat de sector zelf ook initiatief neemt met de opleidingscentra binnen de sector, want dat is een goede vraag.

Mevrouw Talpe, u beweert dat ik niets extra doe, maar dat doe ik wel: als er vraag naar is, doen we iets extra. Het is een flexibel aanbod. Het is relatief nieuw: het bestaat al een tijd, maar nog niet heel erg lang. Misschien moeten we er communicatief nog iets meer mee bezig zijn.

Mijnheer Bothuyne, u hebt gelijk, ik heb de cijfers ook nagezien. Er is iets minder uitstroom naar werk. Dat heeft zoals altijd met veel zaken te maken. De onregelmatige uren zorgen er vaak voor dat iemand die de opleiding heeft gevolgd, de job uiteindelijk niet effectief uitoefent. Ook de wedde speelt een rol, net als nog vele andere factoren.

Wat kunnen we daaraan doen? We kunnen al van bij de start van de opleiding uitdrukkelijk screenen op die zaken en de voorwaarden duidelijk meegeven. Uiteraard kan ook de sector proberen om de jobs aantrekkelijker te maken. Het zou ook een positief element kunnen zijn dat de federale wetgeving wat meer inspeelt op de flexibiliteit.

Alles bij elkaar spelen we vanuit Vlaanderen en de VDAB maximaal in op de vragen van de sector dankzij de creatie van het flexibel aanbod. We zijn bereid om daarin effectief verder te gaan. Als de vragen komen van de sector of van bepaalde bedrijven, willen we er ook in de eindejaarsperiode extra op inzetten, maar in die mogelijkheid werd al voorzien.

Minister, we mogen toch niet blind zijn voor het signaal dat we krijgen van de horecafederatie die dit initiatief neemt. Ik vind het frappant dat wij het niet zelf aanbieden. Ik zal dit dossier in elk geval opvolgen en ik hoop dat we in de toekomst sneller op de bal kunnen spelen bij actuele noden. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Proficiat, mevrouw Talpe, voor uw eerste optreden hier. (Applaus)

De actuele vraag is afgehandeld.

Actuele vraag van de heer Björn Anseeuw tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de inkanteling van het drugsbeleid in de geestelijke gezondheidszorg
van Sabine Vermeulen aan minister Philippe Muyters
77 (2014-2015)
van Sonja Claes aan minister Philippe Muyters
78 (2014-2015)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.