U bent hier

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

De heer Ward Kennes (CD&V)

In de pers is sprake van de eerste scan. Ik dacht dat er vorig jaar in september ook al een was gepubliceerd. Belangrijk is dat er sinds enige tijd scans gebeuren op het niveau van de verschillende entiteiten. Tot dan toe hadden we vooral voor de hele Vlaamse overheid cijfers over mensen met een migratieachtergrond, vrouwen in het top- en middenkader, en mensen met een arbeidshandicap. Nu kunnen we dat meer in kaart brengen per entiteit. De situatie is ook anders in de verschillende entiteiten. De leeftijdspiramide is anders, de achtergrondopleiding van de tewerkgestelden is anders. Men kan ze dus niet over een kam scheren. We hebben nu meer precieze informatie waaruit blijkt dat de situatie niet altijd even rooskleurig is.

Zo’n 20 procent van de agentschappen scoort goed tot zeer goed, 40 procent doet het matig en 40 procent doet het niet goed. Daar is dus werk aan de winkel, hoewel we al een aantal jaren weten dat daar stappen moeten worden gezet. Er is ook vooruitgang geboekt tijdens de voorbije legislatuur.

Met de nieuwe streefcijfers die voor de twee categorieën ambitieuzer zijn dan voorheen, is er nog heel wat werk te doen. De vraag is hoe we die streefcijfers kunnen halen.

Wat is er mogelijk? Wilt u de VDAB meer inschakelen om gericht in bepaalde categorieën te rekruteren? Wilt u de goede ervaring van het ene agentschap meer kunnen uitwisselen met het andere agentschap? Blijkt soms dat er binnen één agentschap goed wordt gescoord voor één categorie en voor een ander niet. Zal er geprobeerd worden om daar intern van te leren? Welke stappen zullen er worden gezet om de 40 procent die matig scoort en de 40 procent die niet goed scoort, op te trekken zodat de hele Vlaamse administratie performanter wordt inzake gelijkekansenbeleid?

De voorzitter

De heer De Meulemeester heeft het woord.

De heer Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Voorzitter, minister, dames en heren, gisteren vernamen we via de media het onrustwekkende bericht dat geen enkele afdeling van de Vlaamse overheid goed scoort inzake gelijkekansenbeleid. De dienst Diversiteitsbeleid heeft een diversiteitsscan laten opmaken, en dat voor het eerst. Er is nagegaan hoe het gelijkekansenbeleid scoort op vlak van tewerkstelling van allochtonen en mensen met een beperking. Die cijfers zijn niet hoopgevend. Geen enkele afdeling scoort zeer goed. 13 afdelingen scoren goed, 28 scoren er matig, 25 scoren er slecht en zelfs 2 scoren er zeer slecht.

Dat zijn geen al te goede cijfers, ondanks het feit dat er in elke afdeling van de Vlaamse overheid een diversiteitsambtenaar aanwezig is. Blijkbaar zijn er tot nu toe weinig acties ondernomen. Er is weinig inspiratie en motivatie bij de leidinggevende ambtenaren om de trekker te zijn en het goede voorbeeld te geven. Nochtans is dit een doelstelling van zowel de vorige regeringen als de huidige. In het regeerakkoord staat een belangrijke passage over gelijkekansenbeleid. Een op tien tewerkgestelden bij de Vlaamse overheid zou allochtoon moeten zijn en drie op tien zouden mensen met een beperking moeten zijn. We komen daar bijlange niet aan.

Welke maatregelen zult u op korte termijn nemen om die cijfers om te buigen? (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Annouri heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik wil beginnen met twee feiten. Vlaanderen is superdivers. In de stad die u en ik delen – tevens de mooiste stad van Vlaanderen –, Antwerpen, heeft 40 procent van de inwoners roots in alle uithoeken van de wereld. In Brussel is dat 50 procent en in alle andere Vlaamse steden zien we dezelfde tendens. Vlaanderen scoort heel slecht op vlak van tewerkstelling van etnisch-culturele minderheden. Dat geldt niet enkel voor de tewerkstelling bij niet-EU-burgers, maar evengoed voor mensen die hier geboren en getogen zijn maar toevallig ouders hebben die in een ander land zijn geboren.

Deze Vlaamse Regering heeft de ambitie om 10 procent mensen tewerk te stellen die roots hebben in etnisch-culturele minderheden of een functiebeperking hebben. Die ambitie juicht Groen toe. Minister-president Bourgeois is er zelfs twee keer in geslaagd om mij een beetje enthousiast te krijgen. Enerzijds toen hij die 10 procent nog eens heeft herhaald en anderzijds toen hij aangaf dat discriminatie niet tolerabel is in Vlaanderen. Maar de cijfers bij de Vlaamse overheidsdiensten zijn niet goed. Het is niet zo dat geen enkele overheidsdienst zeer goed heeft gescoord. 2 hebben dat wel. Verder scoren er 13 goed, maar 55 van de 70 overheidsdiensten scoren matig, slecht tot zeer slecht als het gaat over de toepassing van het gelijkekansenbeleid.

Wat zult u doen om ervoor te zorgen dat binnen alle Vlaamse overheidsdiensten het diversiteitsbeleid een prioriteit wordt? (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

Minister Homans heeft het woord.

Voorzitter, het gaat om een rapport van 2013 van diversiteitsambtenaren. In november zal het jaaractieplan voor 2015 worden voorgesteld in de commissie.

Niet alle resultaten zijn zo slecht. Daarmee wil ik de zaken echter niet minimaliseren. Niet alles gaat goed. Wat vrouwen in middenkaders betreft, scoren we redelijk goed. Met betrekking tot personen met een migratieachtergrond doen we het niet zo goed, maar ook niet zo heel slecht. We scoren echter wel absoluut ondermaats met betrekking tot mensen met een beperking. Ik ben het eens met die opmerking.

Ik heb hier heel weinig gehoord over vrouwen in middenkaders. In 2008 is het plan uitgewerkt en zijn de streefcijfers opgesteld. De afgelopen zes jaar hebben we veel moeite kunnen doen en hebben we veel tandjes bij gestoken. Volgens mij moeten we een globaal plan uitwerken. Het is belangrijk in november 2014 samen met de diversiteitsambtenaar in de commissie over haar actieplan voor 2015 te debatteren.

We beschikken over een aantal instrumenten die niet voldoende worden gebruikt. Ik herinner me niet exact wie dit punt heeft aangehaald, maar blijkbaar beschikt de VDAB over een aantal consulenten die hier absoluut in zijn gespecialiseerd. Zij weten hoe vrouwen, mensen met een migratieachtergrond of mensen met een beperking binnen de Vlaamse overheidsdiensten beter kunnen worden ingeschakeld. We maken hier veel te weinig gebruik van.

Ik heb even naar minister Muyters gebeld om met hem te overleggen. We hebben een plan om dit beter te laten functioneren. Er vallen op dit vlak nog veel efficiëntiewinsten te boeken. Ik daag of nodig iedereen uit om naar de commissie te komen om het debat daar in aanwezigheid van de diversiteitsambtenaar in alle openheid te voeren.

Ik weet dat ik hier geen teksten mag aflezen, maar ik wil toch een belangrijke passage in het Vlaams regeerakkoord van de nieuwe Vlaamse Regering aanhalen. We maken de streefcijfers nog net iets ambitieuzer. Voor vrouwen in midden- en topkaders stijgt het streefcijfer van 33 procent tot 40 procent. Dit staat heel uitdrukkelijk in het Vlaams regeerakkoord vermeld. Voor personen met een migratieachtergrond stijgt het streefcijfer van 4 procent tot 10 procent tegen het einde van de legislatuur. Ik weet dat onze doelstelling zeer ambitieus is, maar ik wil met alle leden van de Vlaamse Regering de handen in elkaar slaan om deze doelstelling waar te maken. Wat mensen met een beperking betreft, blijft het streefcijfer 3 procent. We hebben immers gemerkt dat dit een zeer moeilijke doelgroep is. Ik hoop dat iedereen even blij als ikzelf zal zijn indien we aan het einde van deze legislatuur het streefcijfer van 3 procent voor mensen met een beperking zullen hebben bereikt. Ik vind dit absoluut belangrijk.

Sommige vraagstellers hebben al aangehaald dat ons overheidsapparaat en ons ambtenarenkorps een afspiegeling moeten vormen van de maatschappij waarin we leven. Ik deel die bezorgdheid. (Applaus bij de N-VA)

De heer Ward Kennes (CD&V)

Minister, u hebt terecht naar het Vlaams regeerakkoord verwezen. Net omdat de doelstelling ambitieuzer wordt, ben ik des te bezorgder. Een aantal entiteiten scoren op dit ogenblik matig tot niet goed. Indien de doelstellingen ambitieuzer worden, wordt de kloof nog wat groter. Er moet zeker nog een tandje bij worden gestoken.

Uw verwijzing naar de VDAB lijkt me terecht. Andere suggesties houden in dat dit in de evaluatie aan bod moet komen en dat de entiteiten informatie moeten uitwisselen. Er bestaan binnen de Vlaamse overheid goede praktijken. Die kunnen het best worden gedeeld. We moeten hier zeker op inzetten.

De uitdaging dit in de commissie verder op te volgen, gaan we uiteraard aan. Mijn trouwe collega’s en ikzelf hebben deze materie daar al vele jaren van nabij opgevolgd. Dat zal het probleem niet zijn. Net omdat de ambitie hoger ligt, moeten we hier bijkomend op inzetten.

De heer Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het is heel opmerkelijk dat de leidinggevenden van de Vlaamse overheid niet weten hoe ze dergelijke zaken moeten aanpakken. Ik weet niet of dit al dan niet klopt, maar ik heb het wel in de pers gelezen. Ik vind dit opmerkelijk. Een vraag die we ons kunnen stellen, is of die mensen dan niet goed worden aangestuurd.

Ik zou u een aantal suggesties willen overmaken. In de eerste plaats kan volgens mij nog meer werk worden gemaakt van goede en betere stages voor inburgeraars. Dit is enorm belangrijk. De taal is cruciaal.

Daarnaast heb u zelf vermeld dat 65 procent van de afdelingen van de Vlaamse overheid geen gebruik maakt van de VDAB-consulenten. Ze kunnen hier gebruik van maken, maar spijtig genoeg gaan ze hier niet op in.

Verder blijkt uit studies dat 15 procent van de arbeidskrachten in de uitzendsector allochtonen zijn. De uitzendsector zorgt voor 15 procent allochtonen. Dat is heel belangrijk.

Wij bezitten nu dus alle instrumenten in Vlaanderen, dankzij de staatshervorming. Ik wil u dan ook vragen, minister, om uitzendwerk en uitzendarbeid mogelijk te maken bij de Vlaamse overheid. De fractie van Open Vld zal een gedegen voorstander zijn van dat beleid. (Applaus bij Open Vld) 

Minister, u zegt dat u er werk van zult maken, dat u er meer op zult inzetten en ik gun u absoluut het voordeel van de twijfel. Tegelijk wil ik ook benadrukken dat in het verleden duidelijk is gebleken dat er een heel groot verschil is tussen wat op papier staat en het effectieve beleid dat wordt gevoerd.

Vandaag zitten we nog altijd met een enorme ondervertegenwoordiging van de etnisch-culturele minderheden. Laat me daarmee die ene groep eruit halen waarvan u zegt dat we niet echt heel, heel slecht scoren. Laten we hopen dat onze ambities ietsje groter worden, want de etnisch-culturele minderheden komen vandaag nog niet aan de bak zoals zou moeten.

Wat zult u doen als we over één jaar of anderhalf jaar exact in dezelfde situatie zitten? Wat zult u doen als we dan nog altijd heel slecht scoren? Laten we niet vergeten dat de diversiteitsambtenaar zelf heeft aangehaald dat ze niet alleen niet weten hoe ze het moeten aanpakken, maar dat het heel vaak komt doordat dit geen prioriteit heeft bij de leidinggevenden van de verschillende overheidsdiensten. 

De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, de diversiteitsscan heeft inderdaad een aantal pijnpunten inzake het diversiteitsbeleid bij de Vlaamse overheid blootgelegd. Wij van sp.a zijn ervan overtuigd dat het personeelsbestand van de Vlaamse overheid een weerspiegeling van de samenleving moet zijn, zowel wat betreft de tewerkstelling van personen met een migratieachtergrond, van personen met een handicap als van vrouwen.

Bovendien zijn we ook van oordeel dat de besparingen die de Vlaamse Regering wil doorvoeren, een bijkomend negatief effect zullen hebben op het diversiteitsbeleid bij de Vlaamse overheid. En u verwees er al naar, minister, dat het grootste pijnpunt ligt bij de personen met een handicap. Zij zullen er het eerste slachtoffer van zijn.

Het is ook zo dat de Vlaamse diversiteitsambtenaar een aantal suggesties doet, onder meer wat betreft het opstellen van een personeelsplan, maar ook om dit als onderdeel op te nemen in de evaluatie van de topambtenaren. Ik had daarover graag uw mening gehoord.  

De voorzitter

Mevrouw Van dermeersch heeft het woord. 

Voorzitter, het moet mij van het hart dat hier een gruwelijk politiek jargon wordt gebruikt. ‘Diversiteit’ wordt als containerbegrip gebruikt voor allochtonen en gehandicapten terwijl het twee volledig verschillende problematieken zijn. Die problematieken zullen ook volledig anders moeten worden aangepakt. De diversiteitsscan is daar geen goed middel voor. Telkens weer komt men tot dezelfde vaststellingen. Er moet iets worden gedaan aan de problematieken van die twee verschillende groepen.

Er zijn wel diversiteitsambtenaren, er is overal inbedding en er werd bij gelijke examenresultaten zelfs voorrang gegeven aan allochtonen, iets waar wij absoluut niet mee akkoord gaan. Er werden dus allerhande middelen ingezet, maar uit de scan blijkt dat alles hetzelfde is gebleven.

Als suggestie na de scan wordt meegegeven dat een zoektocht zal moeten gebeuren via de VDAB naar allochtonen die bereid zijn om te werken, omdat de vacatures hen blijkbaar niet bereiken. Het lijkt me belangrijk om dit ruimer te bekijken en om heel specifiek iets te doen voor gehandicapten. Bent u het ermee eens, minister, dat we gewoon zeggen dat een minimaal aantal gehandicapten moet worden aangeworven, dat we die quota wel moeten gebruiken?   

De voorzitter

De heer Maertens heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik wil graag wat nuance aanbrengen in dit debat, namelijk dat de scan meer is dan de cijfers alleen. De scan meet ook de cultuur en de inbedding in de structuur van de organisatie, en ook de informatieverstrekking ten aanzien van de dienst Diversiteit telt mee.

Het zijn natuurlijk de cijfers die het belangrijkste zijn en we kunnen ook positieve zaken vaststellen. Zo zien we dat eind vorig jaar 3,8 procent van het streefcijfer van 4 procent voor personen met een migratieachtergrond al werd gehaald. Ik denk dat we er in 2015 wel zullen komen.

Dat we voor de personeelsleden met een handicap een tandje bij moeten steken, staat buiten kijf. Ik hoor goede suggesties. De consulenten van de VDAB worden maar heel zelden ingezet, we moeten ze inderdaad veel meer gebruiken.

Het diensthoofd diversiteitsbeleid zegt ook dat er te weinig expertise zou zijn binnen de organisatie. Wel, ik wil de bal dan een beetje terugkaatsen en suggereren dat het aan de dienst is om die expertise te delen en organisatiebreed uit te dragen.

Het blijft een horizontale bevoegdheid voor u, minister. Dat is niet altijd even eenvoudig, dat weten we uit het verleden. Ik wil u toch oproepen om elk beleidsdomein en elke collega-minister voor zijn verantwoordelijkheid te stellen.

Mijnheer Maertens, als we redelijk ambitieuze doelstellingen en streefcijfers in ons regeerakkoord hebben opgenomen, is dat natuurlijk een gedeelde ambitie van de hele ploeg, niet enkel die van mij.

Mijnheer Annouri, wij zijn ambitieus, ja. Maar ik ben veel liever ambitieus dan oppervlakkig en onduidelijk. Het is veel beter om zeer ambitieuze streefcijfers op tafel te leggen, waarvan we ook wel hopen en vermoeden dat we ze gaan halen, want anders heeft een ambitie weinig zin. We doen beter zo veel mogelijk moeite om een bepaalde ambitie na te streven en te vervolmaken, dan dat we de lat heel laag zouden leggen. Dat hebben we met deze regering bewust niet gedaan. Het is de gedeelde verantwoordelijkheid van deze ploeg. Iedereen zal zijn steentje moeten bijdragen.

Ik wil nogmaals herhalen, mijnheer Annouri, dat we wat personen met een migratieachtergrond betreft, redelijk oké zitten. Zitten we al waar we moeten zijn? Neen, maar als u ziet dat we in het regeerakkoord het streefcijfer verhogen van 4 naar 10 procent, wil dat wel zeggen dat we absoluut geloven dat we dat gaan halen.

Mijnheer De Meulemeester, u hebt nog eens de nadruk gelegd op de consulenten van de VDAB. Dat had ik zelf al aangegeven in mijn antwoord. Daar ben ik het absoluut mee eens en minister Muyters ook. Die mensen hebben echt de expertise in huis om de verschillende entiteiten te kunnen bijstaan in hun zoektocht naar mensen met een diverse achtergrond.

We kunnen niet elke entiteit van de Vlaamse overheid over dezelfde kam scheren. Mijnheer De Loor, u zegt dat niet elke entiteit even goed scoort. Dat is ook zo. Maar je kunt niet in elke entiteit een percentage van mensen met bijvoorbeeld een beperking zetten. Ik zie het bijvoorbeeld ook niet zo heel goed mogelijk om iemand met een visuele beperking met een autobus te laten rijden. Op basis van de entiteiten binnen de Vlaamse overheid moet je kijken waar je het best de doelgroepen kunt plaatsen.

Maar ik garandeer u, collega’s, en ik dank u voor uw bezorgdheid, die deze Vlaamse Regering absoluut ter harte neemt en heel expliciet in het regeerakkoord heeft opgenomen, dat wij het met deze ploeg zullen proberen waar te maken. Meer nog, wij beloven u dat we in 2018 de streefcijfers zullen halen die we u nu hebben voorgelegd. (Applaus bij de N-VA)

De heer Ward Kennes (CD&V)

Voorzitter, het is belangrijk, als we spreken over 10 procent personen met een allochtone achtergrond, wat natuurlijk hoger is, dat we weten dat de referentie verschilt. Het wordt gekoppeld aan de Belgische nationaliteit en niet meer EU-15. We moeten zien dat we appelen met appelen en peren met peren vergelijken.

Er is op gewezen dat er in een krimpende overheidsstructuur minder aanwervingen zijn. Daarom is het des te belangrijker om de volgende jaren extra in te zetten op die diversiteit. Want het zal niet vanzelf gebeuren, via een natuurlijke grotere instroom. Die selectiviteit zal ertoe leiden dat er des te meer aandacht voor zal moeten zijn. Ik reken op de responsabilisering van alle agentschappen en ministers. U zegt terecht dat het horizontaal beleid is, niet enkel uw verantwoordelijkheid. Alle leidend ambtenaren, mensen op personeelsdiensten en alle ministers zullen mee uit hun pijp moeten komen.

De heer Marnic De Meulemeester (Open Vld)

Minister, er zullen inderdaad meer acties worden verwacht van de leidinggevenden van de Vlaamse overheid. Daar kan en moet meer gebeuren. Ik wil mijn concreet voorstel herhalen. De uitzendsector zorgt voor 15 procent tewerkstelling van allochtonen. Dat is driemaal meer dan in de bedrijven, en zes keer zoveel als in de Vlaamse overheid. Ik zou u toch aanbevelen om uitzendarbeid mogelijk te maken bij de Vlaamse overheid. Als we het hebben over diversiteit bij de Vlaamse overheid, kunnen we daar enkel voordeel bij hebben. We zullen deze problematiek verder opvolgen bij onze werkzaamheden in de commissie Binnenlands Bestuur.

Minister, u zegt dat u liever ambitieus bent dan oppervlakkig of dan lage verwachtingen te hebben. Dat hebben we gemeen.

Laat me één ding duidelijk stellen: Vlaanderen heeft vandaag de dag meer problemen. Eén ervan is het discriminatieprobleem op de arbeidsmarkt. Als Vlaamse overheid, als Vlaamse Regering is het niet voldoende om te proberen de cijfertjes op te krikken door de definities te veranderen. Het is uw verpletterende verantwoordelijkheid als minister om daarin het voortouw te nemen en te tonen aan elke Vlaming, ongeacht zijn of haar achtergrond, dat iedereen gelijke kansen krijgt op de arbeidsmarkt.

Dat is vandaag niet het geval. Daarin moet u het voorbeeld geven en het voortouw nemen. Op dat punt zal ik u blijven volgen. We zullen zien waar we staan in 2018. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Dat was meteen het eerste optreden van de heer Annouri. (Applaus)

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.