U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 23 april 2014, 14.06u

Voorzitter
De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele

Minister-president, het thema is de voorbije vijf jaar verschillende keren aan bod gekomen. Dat is goed, want het is ook een zeer belangrijk thema. Het gaat namelijk over de verhouding tussen het aantal bedrijven in Vlaanderen of in België die ermee stoppen en het aantal starters. Vorige week kwamen UNIZO en Graydon met nieuwe cijfers voor januari, februari en een deel van maart. Daaruit blijkt dat er voor heel België 7,2 procent minder starters zijn. Voor Vlaanderen is het min 3 procent, voor Wallonië min 14,3 procent en voor Brussel min 5 procent. Niet dat we de vergelijking moeten maken, ik geef het maar mee.

Ik kijk eens op langere termijn. In januari 2012 waren er 6010 starters per maand, in januari 2014 nog 4900. Dat is een verschil van 1100 ondernemingen, wat bijzonder veel is. Eerlijkheidshalve moeten we eraan toevoegen dat het komt na een periode van groei. Daarvoor is er inderdaad meer groei geweest.

Er is ook een rapport van Youth Business International van augustus 2013, dat uitgebreid het grote probleem schetst van het gebrek aan jongeren die een onderneming beginnen, die op zelfstandige basis beginnen. In Vlaanderen start in de leeftijd van 18 tot 34 jaar 3,1 procent van de jongeren een eigen onderneming. Het Europese gemiddelde ligt op 9 procent. In de buurlanden is dat tussen 6 en 9 procent.

Het Vlaamse beleid is erop gericht om beide sporen te bewandelen: de stoppers zo veel mogelijk remediëren om ze overeind te houden – daarbij wordt onder andere naar opvolging gekeken – en starters meer en meer begeleiden. Zelf ben ik ervan overtuigd – en ik denk dat de meeste mensen daarmee akkoord gaan – dat het aantal starters zo laag ligt vanwege een zeer ondernemersonvriendelijk klimaat op federaal niveau. Welke gevolgen heeft dat voor onze Vlaamse economie?

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, mijnheer Diependaele, u hebt de cijfers correct weergegeven. In België is er toch een groot verschil tussen de regio’s. Vlaanderen zit op min 3 procent, België op min 7,22 en in Wallonië en Brussel ligt dat cijfer nog hoger. Dat neemt niet weg dat het cijfer voor Vlaanderen negatief is, maar het is minder negatief dan in de andere regio’s.

U moet ook kijken naar de vernieuwingsdynamiek in onze economie. Er zijn starters, er zijn ook bedrijven die overkop gaan. In verhouding tot 2008 zijn er in deze legislatuur netto meer dan 51.000 bedrijven bijgekomen. Dat is een toename met ruim 11 procent. Binnen de Belgische context groeit het aandeel Vlaamse ondernemingen licht ten opzichte van de start van deze legislatuur: 61,4 procent van de bedrijven is Vlaams. Met een ondernemingsgraad van 14,4 procent doet Vlaanderen het beter dan het gemiddelde van de drie buurlanden.

Met al dat cijfermateriaal wil ik onderstrepen dat we het er, gezien de economische omstandigheden, vrij behoorlijk vanaf hebben gebracht. Daarmee bedoel ik: de ondernemers en degenen die het ondernemerschap zijn ingestapt. Met de verschillende maatregelen zijn we erin geslaagd om het ondernemerschap in Vlaanderen, zeker in internationaal opzicht, goed in stand te houden.

En ik meen ook dat er op de langere termijn, waarbinnen we zeker in deze problematiek moeten werken, een positieve evolutie is inzake ondernemerscultuur. Twee op drie Vlamingen denkt aan het ondernemerschap omdat het een boeiende carrière kan zijn. We moeten dus de langere termijn bekijken. Er is een positieve evolutie, ondanks het feit dat we vertrekken van wat negatieve cijfers, die weliswaar minder negatief zijn dan in andere regio’s en die op internationaal vlak zeker stand houden. Wat mij betreft, is er niet onmiddellijk een grote aanleiding om bijkomende initiatieven te nemen dan deze die al zijn genomen.

De heer Matthias Diependaele

Minister-president, ik ben het er niet mee eens dat onze cijfers beter zijn dan die van de buurlanden. Zeker voor jongeren is dat niet het geval. In het buitenland start een derde van het aantal jongeren een onderneming, hier is dat 3 procent. Het gemiddelde in Europa bedraagt 9 procent.

Ik ben het er wel mee eens dat we er absoluut voor moeten zorgen dat we de netto-aangroei van ondernemingen op peil moeten houden. Het is vanuit die zorg dat ik deze vraag stel. We gaan die negatieve trend, waar we nu al twee jaar in zitten, op een of andere manier moeten omkeren. U hebt zich tijdens de commissievergadering van 28 november 2013 zelf nog optimistisch uitgelaten over het feit dat die trend tijdens de tweede jaarhelft weleens zou kunnen keren, en dat klopt ook. Maar dan moeten we er wel voor zorgen dat we opnieuw een ondernemersvriendelijk klimaat creëren. We moeten in de eerste plaats stoppen met de pestbelastingen en met de hoge loonkosten waar niets aan wordt gedaan We moeten ondernemingen opnieuw aantrekkelijk maken, en dat zal voornamelijk op het federale niveau moeten gebeuren. (Opmerkingen van de heer Bart Tommelein en bij het Vlaams Belang)

Mijnheer Tommelein, aan de pestbelastingen, zoals u ze zelf hebt omschreven, zal iets moeten worden gedaan. (Rumoer)

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Mijnheer Diependaele, ik heb altijd veel respect gehad, en heb dat ook nu nog, voor de manier waarop u uw mandaat invult. Maar we moet nu wel beginnen op te letten. Tegenwoordig nemen we vaak deel aan schooldebatten, waarbij we elkaar regelmatig jennen. Maar dit begrijp ik niet goed. U valt nu frontaal de minister van Economie aan en zegt dat de cijfers niet goed zijn. Maar u zit zelf wel al tien jaar mee in deze regering en u bent zelf al tien jaar mee verantwoordelijk voor het beleid dat hier wordt gevoerd. Ik vind het dan ook van een bedenkelijk niveau dat u tijdens deze laatste plenaire vergadering dit soort van campagnepraat verkoopt die niet verder gaat dan wat het eerste het beste schooldebat levert. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

We hebben de voorbije jaren de ernstigste crisis van de voorbije tachtig jaar meegemaakt en toch stellen we vast dat er aan het eind van deze legislatuur meer ondernemers actief zijn dan bij het begin daarvan. Dat is dus geen negatief verhaal

Ik stel ook vast dat zowel de Vlaamse als de Federale Regering heel wat inspanningen heeft geleverd. Vlaanderen heeft inspanningen gedaan op het vlak van begeleiding, peterschapsprojecten, de Gazellesprong voor iets sterkere ondernemingen, maar ook op het vlak van vereenvoudiging. De omgevingsvergunning is een heel belangrijk element van vereenvoudiging dat starters en ondernemingen kan helpen ondersteunen. Mijnheer Diependaele, ook op federaal niveau is een en ander aangepakt. Het sociaal statuut van zelfstandigen is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Ik heb zelf samen met mijn echtgenote een zaak opgestart. Ik weet dus waar ik over spreek, en ik kan getuigen dat het ondernemerschap in Vlaanderen niet dood is. Maar er moet nog meer gebeuren. Zo is er lastenverlaging waar wij ook op willen inzetten. Maar ook op Vlaams niveau moet er nog een en ander gebeuren; Minister Muyters heeft twee weken geleden de leertijd ontdekt. Ik hoop dat hij er tijdens de volgende legislatuur – wanneer hij er van uw partij opnieuw mag bij zijn – effectief werk van maakt om de leertijd die rechtstreeks toeleidt naar ondernemerschap, eindelijk te gaan herwaarderen.

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

Op één punt heeft de heer Diependaele wel gelijk: er wordt al jaren in de plenaire vergadering en in de commissie gediscussieerd over de voortdurende daling van het aantal starters. Het VB heeft al vaak gesteld dat u, minister-president, maatregelen heeft aangekondigd, maar zonder concrete gevolgen. De tendens wordt niet gekeerd. Het feit dat de heer Diependaele in dat verband schiet op de Federale Regering is erg bedenkelijk. Het is ook erg gemakkelijk. Hij miskent zo zijn eigen verantwoordelijkheid op dat vlak. Op dat punt sluit ik me aan bij wat de heer Rzoska zegt. Waar blijft het Vlaams beleid op dat punt? Een beleid waaraan de N-VA al tien jaar participeert. Waarom blijkt dat beleid niet aan te slaan? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Mijnheer Diependaele, u en uw collega’s proberen al een hele tijd met man en macht aan te tonen dat jullie niet in een regering zitten en jullie een oppositiepartij zijn die nergens verantwoordelijkheid voor draagt. Op een kleine tussenpauze na draagt u al tien jaar regeringsverantwoordelijkheid. Wie bevoegdheden krijgt, moet daar ook iets mee doen. U beweert dat de Federale Regering niets heeft ondernomen. Karel Van Eetvelt van de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) zegt zelf dat federaal minister Laruelle  een van de beste ministers voor zelfstandigen van de afgelopen decennia was. U kent haar misschien niet, en denkt wellicht ook dat uw kiezers die niet kennen, maar zij nam heel wat maatregelen om zelfstandigen op gelijke basis te behandelen. U moet dat weten, maar u wilt het niet weten. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen

Ik wil vooral naar de toekomst kijken, want een goede aanpak moet ons helpen de crisis achter ons te laten. Ik ben het een beetje eens met de heer Diependaele wanneer die zegt dat ook het federale niveau een taak op dat vlak heeft. Ik denk dan bijvoorbeeld aan wat erg bedreigend is voor starters: sociale dumping en valse concurrentie. In heel wat sectoren maken die fenomenen het verschil tussen een leefbaar of een niet-leefbaar bedrijf. Dat betekent evenwel niet dat ook Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid moet nemen, en dat hebben we deze legislatuur ook gedaan. Zoals u een bondgenoot bent in de strijd tegen sociale dumping, hoop ik dat uw partij ook antwoorden biedt over wat op het Vlaams niveau moet gebeuren. Want ik heb uw programma gelezen, en op dat punt blijf ik wat op mijn honger zitten.

Minister-president Kris Peeters

De afgelopen vijf jaar heeft de Vlaamse Regering een duidelijk beleid gevoerd om het ondernemerschap te stimuleren. De heer Deckmyn is dat misschien ontgaan, maar elk jaar worden 70.000 studenten en leerlingen en 1100 onderwijsinstellingen bereikt. Het Agentschap Ondernemen is actief, er is de Dag van de klant, er zijn de openbedrijvendagen en er is de Beurs van het ondernemerschap. Er zijn samenwerkingsakkoorden met de werkgeversorganisaties afgesloten en er is het ARKimedesfonds, er is een waarborgregeling en een bankenplan uitgewerkt en er is nu  ook een Vlaamse kredietbemiddelaar. Dat zijn maar enkele van de initiatieven. Zeggen dat tijdens deze legislatuur niet alles is geprobeerd om het ondernemerschap te stimuleren en het startersbeleid te ontwikkelen, is natuurlijk het licht van de zon ontkennen.

Heeft dat beleid resultaten opgeleverd? Dat heeft resultaten opgeleverd, maar in periodes van economische crisis deinzen veel mensen ervoor terug om ondernemer te worden of is de markt voor een nieuw initiatief niet rijp. Ik begrijp dat. Het klopt ook dat Vlaanderen zijn bevoegdheden ten volle moet aanwenden, maar het is ook zo dat een aantal bevoegdheden zich op het federale niveau bevinden. Ook daar is vooruitgang geboekt, want het concurrentiepact zorgde ervoor dat de loonkost is verminderd. Volstaat dat? Ik denk het niet. Maar dat is natuurlijk de inzet van de verkiezingen en een thema voor de nieuwe regeerakkoorden. Het belangrijkste is dat de ondernemerscultuur in Vlaanderen zich blijft ontwikkelen. Het kan zijn dat dit iets te traag gebeurt, maar dat is een gevolg van de economische crisis. In elk geval heeft Vlaanderen alle middelen die het kon aanwenden, ook effectief in de strijd gegooid.

De heer Matthias Diependaele

Vooreerst dit: ik ben er natuurlijk van overtuigd dat Vlaanderen op dat vlak een opdracht heeft. Ik verwees er al naar toen ik het over het tweesporenbeleid had. Zo is het budget voor de begeleiding van faillissementen en ook om die te voorkomen, verdubbeld. Een tweede punt is de begeleiding van starters, waar ook de minister-president het over had. Vlaanderen neemt dus zijn verantwoordelijkheid.

Maar wat baat dat als men als ondernemer ondertussen geconfronteerd wordt met een reeks pestbelastingen? Wat baat dat als men als ondernemer ondertussen geconfronteerd wordt met een veel te hoge loonkost waardoor men geen personeel kan aanwerven? Wat baat dat als men voortdurend geconfronteerd wordt met een overheid die men niet aanvaardt of niet wil als ondernemer? Dat is het punt, en daar willen wij iets aan doen.

Daarvoor moeten we in de eerste plaats die pestbelasting, zoals Open Vld ze zelf genoemd heeft, aanpakken.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.