U bent hier

Dinsdag 25 februari zijn de website en de webservices niet beschikbaar

Op dinsdag 25 februari zijn de website www.vlaamsparlement.be en de webservices niet beschikbaar.
Er is een technisch onderhoud van alle informaticasystemen.
De werken starten om 09:00u en duren waarschijnlijk de hele dag.
Om de impact van de onderhoudswerken te beperken, is dit in het krokusreces ingepland.
Onze excuses.

De voorzitter

Voorstel tot verdaging

Dames en heren, aan de orde is de hoofdelijke stemming over de motie.

De heer Bouckaert heeft het woord.

De heer Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, collega’s, ik wens mij te onthouden bij de stemming over deze motie. Ik leg een stemverklaring af over die onthouding. De rest van mijn fractie zal de motie steunen.

Ik maak van mijn recht om een stemverklaring af te leggen, gebruik om iets aan te klagen waar ik als volksvertegenwoordiger bijzonder zwaar aan til, namelijk correcte en eerlijke informatie. In het debat over de interpellaties van collega’s Meuleman en De Ro, waaruit deze motie voortvloeit, heeft de minister letterlijk verklaard: “De nota is overigens samen met de onderwijsnetten opgesteld. Zij is niet uit de lucht gevallen. Zij is ook door de onderwijsnetten gevraagd, voor alle duidelijkheid.” En wat verder zegt de minister: “Die nota is opgesteld in overeenstemming met de onderwijsnetten.” Dat is zeer klaar. De afsprakennota waarover het hier gaat, is door alle onderwijsnetten goedgekeurd, zo heeft de minister verklaard in de behandeling van de interpellaties.

In die nota wordt bepaald dat er bij de toekenning van de projecten door de lokale overlegplatformen (LOP’s) rekening moet worden gehouden met de relatieve marktaandelen van de diverse netten zoals zij waren in 2009. De minister heeft in die bespreking verklaard dat die clausule geen blokkering van projecten kan inhouden. Met andere woorden, wanneer een net een bepaald project inderdaad niet kan realiseren wegens financiële redenen, bijvoorbeeld omdat dit net zelf 30 procent van de financiering moet ophoesten, kan dat het project van een net dat wel over de nodige middelen beschikt, niet tegenhouden. Dat heeft de minister ook verklaard.

Omdat er een akkoord was tussen die netten en omdat de clausule van het marktaandeel geen projecten kon blokkeren, heb ik de motie van mevrouw Meuleman en de heer De Ro niet ondertekend. Ik wil mij immers zeer voorzichtig opstellen in de delicate verhouding tussen de netten.

Waarde collega’s, achteraf gezien heb ik er spijt van dat ik dat niet heb gedaan. Want op 28 maart 2014 ontving ik een brief van mevrouw Raymonda Verdyck, de afgevaardigde bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs (GO!).

Daarin schrijft zij het volgende: “Naar aanleiding van de interpellatie door mevrouw Elisabeth Meuleman en de heer Jo De Ro tot minister Pascal Smet in de commissievergadering van 13 maart 2014, wenst het GO! (...) een aantal opmerkingen te formuleren. De interpellatie behandelde de afsprakennota met betrekking tot de werking van de lokale taskforces en de rol van de centrale taskforce voor de aanpak van de capaciteitsproblematiek.

De minister verwijst in zijn antwoord” – en nu komt het – “meermaals naar een afspraak die in 2010 met alle netten gemaakt zou zijn om op lange termijn het evenwicht tussen de netten te herstellen. Het GO! was op alle vergaderingen van de centrale taskforce aanwezig en heeft zich op geen enkel moment gebonden tot een dergelijke afspraak. Op basis van deze vermeende afspraak wordt in de huidige afsprakennota echter een passage opgenomen waardoor de verdeling van de capaciteitsmiddelen in de toekomst zal gebeuren pro rato de marktaandelen, en er bijgevolg voorbij gegaan wordt aan de doelstelling van de capaciteitsprojecten, namelijk bijkomende plaatsen creëren daar waar nodig.”

Hieruit blijkt – moet blijken – dat de minister in het debat over de interpellatie van 13 maart niet de waarheid heeft gesproken. Ik vermijd angstvallig straffere woorden. Hij heeft gezegd dat alle netten akkoord gingen, wat mijn en misschien de houding van collega’s heeft beïnvloed, terwijl het hoofd van een belangrijk onderwijsnet, namelijk het GO!, uitdrukkelijk verklaart dat dit niet het geval is.

Eén van beiden, de minister of mevrouw Verdyck, spreekt dus niet de waarheid. Ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan het waarheidsgehalte van de uitspraken van mevrouw Verdyck. Ik ken mevrouw Verdyck als een eerlijk en integer persoon. Bovendien is er ook zoiets als 'À qui profite le crime?'. Mevrouw Verdyck heeft er geen enkel belang bij om hierover niet de waarheid te spreken. Minister Smet misschien echter wel. Door het laten uitschijnen dat de afsprakennota, meer bepaald de clausule van marktaandelen, door alle netten werd goedgekeurd – quod non –, hoopt hij de kritiek op die afsprakennota in de grond te boren.

Voorzitter, waarde collega’s, of aan dit feit verdere gevolgen moeten worden verbonden, laat ik hier nu in het midden. De discussie kan misschien worden voortgezet in de commissie. Naar aanleiding van de motie over de afsprakennota wilde ik dit feit, waaraan ik bijzonder zwaar til, aan het gehele parlement ter kennis brengen.

De voorzitter

De heer De Ro heeft het woord.

De heer Jo De Ro

Voorzitter, collega’s, als de commissievoorzitter een brief heeft gekregen waaruit blijkt dat er een loopje is genomen met de waarheid in de behandeling van de interpellaties van mevrouw Meuleman en mezelf – wie erbij was, herinnert zich de bijzondere agitatie van de minister over onze vraagstelling –, dan vraag ik een aantal dingen.

Eén: tenzij de brief onder de vertrouwelijkheid valt, zou ik de commissievoorzitter willen vragen om alle commissieleden of parlementsleden een kopie van de brief te willen bezorgen. Twee: deze interpellatie is niet afgesloten. We hernemen onze vraagstelling. Want nu komt er van alles naar boven, terwijl we zelf in de commissie al meermaals de vraag hebben gesteld of er een akkoord is. Maar daar is duidelijk niet naar waarheid op geantwoord.

Dat is toch wel een zwaarwichtig feit, zeker gelet op het feit dat men gisteren mevrouw Vanderpoorten, mevrouw Meuleman, mevrouw De Knop, mezelf en de hele oppositie, toen wij onze motie over de Raad van State hebben neergelegd, verweten heeft van woordbreuk en leugens. Wel, ik aanvaard dat niet van mensen die dan zelf een loopje nemen met de waarheid. Ik vraag dat het parlement inzage krijgt in alle stukken en alle verslagen van vergaderingen die hebben plaatsgevonden om deze afspraken te maken. Ik wil dat de commissie, die trouwens tijdens de paasvakantie wordt bijeengeroepen, dat agendeert en bespreekt. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik sluit me daarbij aan. Ik vind het een zwaarwichtig feit wanneer een hoofd van een onderwijsnet een brief schrijft aan de voorzitter van de commissie Onderwijs waarin zij met bewoordingen zoals de commissievoorzitter die net heeft voorgelezen, zegt dat er een aantal manifeste onwaarheden zijn verteld door de minister als antwoord op een interpellatie. In dit geval kunnen wij niet anders dan de vraag opnieuw behandelen. Ik wil ook vragen of de brief kan worden overgemaakt aan alle commissieleden.

De heer Boudewijn Bouckaert

Ik heb deze brief voorgelezen met instemming van de schrijfster, mevrouw Verdyck. Ik heb daar met haar overleg over gehad. Mevrouw Verdyck heeft daar ook een heel duidelijke reden voor. Zij is geen parlementslid en kan in de parlementaire verslagen niet repliceren op wat de minister zegt. Zij doet dat dan ook via mij.

Het is uiteraard zo dat ik die brief ter kennis zal brengen van alle leden van de commissie Onderwijs. Dat is normaal. Belangrijker echter is de vraag of er nu over deze motie kan worden gestemd. Vele collega’s hebben misschien hun stemgedrag over deze motie laten afhangen van verkeerde informatie, zoals dat ook bij mij het geval was. Ik dacht echt dat alle netten akkoord gingen. Ik wilde de schoolvrede niet in het gedrang brengen, en dus ging ik dat niet steunen. Nu blijkt dat niet het geval te zijn. Ik heb me dus op verkeerde informatie gebaseerd, en ik vermoed dat dit bij meerdere collega’s het geval zal zijn. Ik vraag dan ook om de stemming over deze motie uit te stellen en te kijken wat de verdere gevolgen kunnen zijn van dit feit in de commissie.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

De heer Dirk Van Mechelen

Gelet op de uiteenzetting van de heren Bouckaert en De Ro lijkt het me evident dat we eventueel eerst stemmen over de verdaging van de stemming over deze motie, en de commissie, die toch moet bijeenkomen in het paasreces, de kans geven om de minister daarover te interpelleren. Bij mijn weten is het geen evidente zaak of een minister al dan niet de waarheid heeft gesproken.

De voorzitter

Wensen de indieners van de motie de stemming te verdagen? (Instemming)

Dan stemmen bij zitten en opstaan over het voorstel tot verdaging.

De volksvertegenwoordigers die het voorstel tot verdaging wensen aan te nemen, wordt verzocht op te staan.

De tegenproef.

Het voorstel tot verdaging is aangenomen.

Mijnheer Bouckaert en de indieners wil ik erop wijzen dat zij nog een interpellatie kunnen indienen. Het volgende Uitgebreid Bureau is pas op 22 april. Het parlement houdt echter zijn volheid van bevoegdheid tot en met 24 mei. Er is dus geen enkel bezwaar dat de commissie in de loop van de maand mei bij elkaar komt. De heer Van Mechelen heeft dat vorige week trouwens ook al gezegd naar aanleiding van de Oosterweelverbinding. Als u nog een interpellatie wilt indienen, dan kan dat dus, maar ze wordt wel pas beoordeeld, na advies van de commissievoorzitter, op het Uitgebreid Bureau van 22 april.

De heer De Ro heeft het woord.

De heer Jo De Ro

Voorzitter, we komen volgende week met de commissie samen. U hebt het allemaal kunnen lezen op Belga en in de krant: wij, de oppositie in de commissie Onderwijs, worden beschuldigd van woordbreuk, wij liegen. Wij gaan volgende week toch niet in een commissie spreken met de minister over een advies van de Raad van State op een verzameldecreet? Het einde van de vorige discussie was dat twee commissieleden, mevrouw Vanderpoorten en mevrouw Meuleman, verwijten naar het hoofd geslingerd kregen. Vandaag moeten we vernemen dat een week voor we dat verwijt kregen, de minister niet de waarheid heeft gezegd. We kunnen toch niet gewoon rond de tafel gaan zitten en doen alsof er niets aan de hand is? Er moet toch iets in het reglement ons of de voorzitter van de commissie toelaten om de discussie over de afsprakennota volgende week te hernemen. We komen dan bijeen. We doen de moeite om volgende week, tijdens het reces bijeen te komen.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

De heer Peter Reekmans

Voorzitter, dit is een zwaarwichtige zaak, namelijk dat het hoofd van het Gemeenschapsonderwijs aan een commissievoorzitter van het parlement laat weten dat de minister gelogen heeft in zijn antwoord op een interpellatie. Een minister die een parlement komt voorliegen, dat is bijzonder gewichtig.

De leden van het Uitgebreid Bureau zijn hier nog aanwezig. Mijn voorstel is dat het Uitgebreid Bureau nu samenkomt. De commissie komt samen in de paasvakantie. Dit punt kan perfect als interpellatie op de commissieagenda worden gezet. We kunnen dit op vijf minuten beslissen.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

De heer Wim Wienen

Voorzitter, ik wil graag een alternatief voorstel doen. Het Bureau komt inderdaad niet meer samen voor 22 april, en de heer De Ro heeft gelijk dat het heel moeilijk wordt om nog besprekingen te voeren met een minister die eventueel het parlement heeft voorgelogen. Ik stel dan ook voor dat de vergadering van de commissie Onderwijs van 10 april geschrapt wordt en dat we die verplaatsen naar de periode na het paasreces. Dan kunnen eerst de interpellaties worden behandeld over dit feit, waarna we verder kunnen gaan met de werkzaamheden van de commissie.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer

Voorzitter, ik heb een paar elementen. De brief op zich is ernstig, laat dat duidelijk zijn. Over het al dan niet breken van het gegeven woord zal ik nu niet discussiëren.

Er is wel één element dat me verrast, namelijk dat het een brief is van 25 maart. Vermoedelijk is die toch al enkele dagen geleden toegekomen. Pas vandaag wordt die bekendgemaakt en niet een van de vorige dagen toen er commissiezitting was. Misschien is daar een bepaalde reden voor, maar ik meen dat de brief ernstig genoeg was om toch reeds te bespreken in de commissie Onderwijs tijdens onze normale vergadermomenten. Ik vind de inhoud van de brief ernstig. Het verrast me dat die de voorbije dagen niet ter sprake is gekomen in de commissie.

De heer Boudewijn Bouckaert

Mijnheer De Meyer, ik heb van de brief kennis genomen in het begin van deze week. Toen is die op mijn bureau toegekomen. Gisteren heb ik contact opgenomen met mevrouw Verdyck omdat ik vond dat ik haar moest vragen wat ik met die brief mocht en kon doen. Zij is immers de schrijfster van die brief.

Ik heb de brief vermeld bij de eerste de beste gelegenheid, namelijk vandaag. Dit lijkt me de geschikte gelegenheid daarvoor. We behandelen een motie over die afsprakennota. Het debat werd over die afsprakennota gevoerd. De minister gaf ons argumenten voor die afsprakennota, argumenten die niet blijken te kloppen. Dit leek me een uitgelezen moment.

Er was geen eerdere mogelijkheid en ik wist toen ook niet dat er nog een vergadering zou zijn tijdens de paasvakantie, want daartoe werd pas gisteren beslist.    

De heer Jos De Meyer

Ik vind het evident dat hierover met de minister wordt gediscussieerd. Het verrast me alleen dat de brief gisteren nog niet ter sprake is gekomen in de commissie Onderwijs.

De heer Dirk Van Mechelen

Op 22 april hebben we een Bureauvergadering. Het lijkt me perfect mogelijk dat sommige fracties een verzoek tot actuele interpellatie indienen. We kunnen die dan op 23 april agenderen. Dan kan er een nieuwe motie tot stand komen waarover we kunnen stemmen.

De heer Wim Wienen

Collega’s, na een dergelijk zwaarwichtig feit is het heel moeilijk om over te gaan tot de orde van de dag. Het is belangrijk om na de commotie die nu ontstaat over de brief van mevrouw Verdyck, te wachten tot het stof wat is gaan liggen. Ik stel voor om inderdaad de interpellatieverzoeken te agenderen op de vergadering van het Bureau van 22 april. Ik stel ook voor om ondertussen niet over te gaan tot de orde van de dag.

Ik denk dat het een heel moeilijk debat zal zijn – ik deel hierover de visie van de heer De Ro – over een ontwerp van decreet als we deze zaak niet eerst uitklaren. Ik stel voor dat ook de vergadering van 10 april wordt verschoven naar de week na het paasreces, zodat we de kans hebben om deze toch zwaarwichtige zaak uit te klaren met de minister, voor we overgaan tot de verdere bespreking van de ontwerpen van decreet die nog moeten worden besproken.

Is het niet mogelijk om volgende maandag een extra Bureau samen te roepen? Dan kan de interpellatie donderdag worden toegevoegd aan de commissieagenda. Ik stel voor dat we het Bureau nu maandag laten samenkomen.

De voorzitter

Eerste vraag: zal er een interpellatie worden ingediend? (Instemming)

Dan stel ik voor dat u die interpellatie zo snel mogelijk indient. Als u het ermee eens bent, vraag ik een advies aan de commissievoorzitter. Ik veronderstel dat zijn advies gunstig zal zijn, maar ik kan niet vooruitlopen.

Dan zal ik als voorzitter van het Uitgebreid Bureau een snelle schriftelijke bevraging doen of u het daarmee eens bent. Dan kunt u dit op 10 april toevoegen aan de agenda, en het probleem is opgelost.

De heer Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik zou samen met de heer De Ro en mevrouw Meuleman een interpellatie willen indienen, tenminste als ze dat willen. U krijgt die van mij vandaag of morgenvroeg.

De voorzitter

Is iedereen het erover eens dat we dat op deze manier doen? (Instemming)

Vergadering bijwonen

De plenaire vergadering en de commissievergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij anders vermeld. 

U wil een vergadering bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.