U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, waarvan het opschrift door de commissie is gewijzigd in “ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het grond- en pandenbeleid”, en het voorstel van decreet van de heer Dirk Van Mechelen, de dames Mercedes Van Volcem en Gwenny De Vroe en de heren Karlos Callens en Bart Tommelein houdende een stedenbouwkundige meldingsplicht in verkavelingen, die door de commissie in samenhang werden behandeld, met dien verstande dat het ontwerp van decreet als basis voor de bespreking werd genomen. Wij volgen hier dezelfde werkwijze.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Taeldeman, verslaggever, heeft het woord.

Mevrouw Valerie Taeldeman

Voorzitter, collega’s, ik sta erop om toch kort verslag uit te brengen over de aanpassingen aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). De VCRO is per definitie een vrij technisch decreet met een vrij technische materie. Regelmatig worden suggesties ingediend voor technische wijzigingen. Naast enkele technische wijzigingen zijn er ook een aantal met een meer inhoudelijk karakter. Ik zal de drie belangrijkste kort toelichten.

De grootste wijzigingen zitten in het hoofdstuk over de goedkeuring van de gemeentelijke en provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s). Nu wordt een gemeentelijk RUP vastgesteld door de gemeenteraad na een openbaar onderzoek, maar is het de deputatie die het RUP uiteindelijk goedkeurt. In het voorliggend ontwerp van decreet wordt deze extra stap geschrapt en rust de verantwoordelijkheid over het plan ten volle bij de gemeente. Dit is in uitvoering van het witboek Interne Staatshervorming. Dit betekent niet alleen een aanzienlijke versnelling en administratieve vereenvoudiging, maar ligt ook volledig in de lijn met het subsidiariteitsbeginsel. De rest van de procedure blijft ongewijzigd. De bijkomende stap op het einde wordt dus geschrapt en vervangen door een schorsingsmogelijkheid voor de hogere overheden. De schorsingsgronden worden daarenboven limitatief opgesomd: onverenigbaarheid met een structuurplan, strijdigheid met een gewestelijk of provinciaal RUP, strijdigheid met direct werkende normen uit sectorwetgeving en ernstige vormfouten. Daardoor versterkt dit verder de gemeentelijke autonomie, ook op het vlak van ruimtelijke planning.

Inzake delegatie en plannenhiërarchie wordt nu expliciet mogelijk gemaakt dat een lagere plannende overheid plandelegatie kan krijgen vanwege een hogere overheid. Vroeger kon dit enkel in de andere richting. Dat is ook een versterking van de gemeentelijke slagkracht.

Er is ook een uitbreiding van het toepassingsgebied stedenbouwkundige verordeningen. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt expliciet over welke onderwerpen lokale besturen stedenbouwkundige verordeningen kunnen opstellen.

Er werden amendementen ingediend door Open Vld en door de meerderheidspartijen. De meerderheid had een groot aantal amendementen, enerzijds om de codex in regel te brengen met de uitspraken van het Grondwettelijk Hof inzake de vernietiging van bepaalde aspecten van het decreet Grond- en Pandenbeleid. Er waren ook enkele amendementen om de Buurtwegenwet en het Rooilijndecreet beter op elkaar af te stemmen en beter op elkaar te laten inhaken.

Het geamendeerde ontwerp van decreet werd aangenomen met 8 stemmen bij 4 onthoudingen.

Voorzitter, ik zal aansluitend een kort verslag geven over het voorstel van decreet van Open Vld dat tot strekking had om voor nieuwe verkavelingen en onder bepaalde voorwaarden, woningbouw meldingsplichtig te maken in plaats van vergunningsplichtig. De heer Vandaele heeft in de commissie een uitvoerige uiteenzetting gehouden met juridische en technische bezwaren ten aanzien van het voorstel van decreet. Het voorstel van decreet werd door de commissie niet aangenomen.

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, met het ontwerp van decreet voor de wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kunnen we een aantal zaken realiseren. Heel belangrijk om nog eens aan te stippen is dat we ook een versnelling inbouwen door de mogelijkheid om enkel nog de ruimtelijke uitvoeringsplannen te schorsen, en wel binnen een periode van dertig dagen. Dit is dus een versnelling.

Onze fractie was in het verleden al geen voorstander om nieuwe verkavelingen enkel meldingsplichtig te maken, en vandaag ook niet. Het gaat uiteindelijk over woningbouw. Als je een meldingsplicht zou invoeren, zullen de stedenbouwkundige voorschriften zeer strak en rigide moeten worden opgesteld. De visie van de Vlaming op bouwen kan erg verschillen. Ik kan enkel vaststellen dat bij verkavelingen met strikte stedenbouwkundige voorschriften er voor de gemeente vaak meer werk is om die voorschriften te beargumenteren en te beoordelen of de aanvraag voldoet aan de voorschriften. Daarom vinden wij dit voorstel absoluut geen goed idee. Het zal zeker en vast geen vereenvoudiging of versnelling zijn.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, collega Taeldeman, ik dank u voor het uitstekend verslag.

De aanpassingen die voorliggen, worden doorgevoerd niet alleen in de codex, maar ook in het decreet Grond- en Pandenbeleid, het decreet op het natuurbehoud en het decreet Onroerend Erfgoed. De voorgestelde aanpassingen hebben vooral tot doel om de ambtelijke organisatie te vereenvoudigen en om bestaande regelgeving en procedures flexibeler, doelmatiger en efficiënter te maken. Andere wijzigingen zijn dan weer ingegeven, zoals mevrouw Taeldeman ook zei, door praktische overwegingen.

Ik haal een drietal elementen uit het ontwerp, dat voor onze fractie bijzonder belangrijk is. Met dit ontwerp van decreet wordt voorzien in een wijziging van de goedkeuringsprocedure van gemeentelijke en provinciale ruimtelijke uitvoeringsplannen. Door de goedkeuringsprocedure op termijn te vervangen door schorsingsbevoegdheid voor de hogere overheid hopen we de termijnen in te korten. We doen dat zonder de inspraakmogelijkheden bij het tot stand komen van ruimtelijke uitvoeringsplannen te beperken.

Een tweede element dat nog niet is vernoemd, is de mogelijkheid om bepaalde kleine gebieden van minder dan 3 hectare die op gewestplannen voorbehouden zijn voor vervuilende of milieubelastende industrieën, open te stellen voor kleine en middelgrote ondernemingen en ambachtelijke bedrijven. Met die wijziging kunnen onbenutte terreinen alsnog nuttig worden aangewend. Het is een vorm van inbreiding zonder dat hiervoor een RUP moet worden opgemaakt. Het is in ieder geval een vorm van zuinig ruimtegebruik. Uiteraard blijft ook het toetsingsprincipe van de goede ruimtelijke ordening gehandhaafd, zoals steeds.

Een derde element is dat er wordt voorgesteld om de mogelijkheid te creëren voorschriften op te nemen in stedenbouwkundige verordeningen met het oog op de vrijwaring of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van kernen. Oorspronkelijk was dat vooral bedoeld voor het winkel- en handelsgebeuren, maar zoals we het hier hebben geformuleerd, kan het ook ruimer.

Mijn collega zei het al: de meerderheid diende ook nog eens 47 amendementen in, die voor het merendeel betrekking hebben op extra verfijningen van de codex, maar ook op het Grond- en Pandendecreet, waarover we intussen de uitspraak van het arrest van het Grondwettelijk Hof hebben ontvangen. We hopen dat we met die aanpassingen aan de codex beter kunnen inspelen op de maatschappelijke vragen en uitdagingen die we vandaag voelen op het vlak van de ruimtelijke ordening. Ik dank u.

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

De heer Bart Martens

Mevrouw Taeldeman, ik dank u voor het verslag.

Het gaat hier over de wijziging van diverse bepalingen. Ik denk niet dat het de bedoeling is die allemaal te overlopen tijdens de plenaire vergadering. Naast de opmerkelijke punten die de heren Ceyssens en Vandaele al hebben aangestipt, wil ik toch nog eentje bespreken dat vermeldenswaard is, namelijk de bestuurlijke lus die we inbouwen, ook in de vastleggingsprocedure van RUP’s.

Met dit ontwerp van decreet maken we het ook mogelijk om, op het moment dat er een schorsingsverzoek is of wanneer er al middelen voor de Raad van State voor een verzoek tot schorsing of vernietiging zijn ontwikkeld waaruit men redelijkerwijze kan afleiden dat het vastgestelde RUP kaduuk is, het vaststellingsbesluit in te trekken en de procedure te hernemen op de plaats waar de onwettigheid zich heeft voorgedaan. Als er ergens een ontbrekend advies is, enzovoort, kan de procedure worden hernomen vanaf het moment dat de adviezen moeten worden ingewonnen. Dan kan het ontbrekend advies alsnog worden verleend. De procedure moet dus niet helemaal vanaf het begin, vanaf de vaststelling van een ontwerp-RUP, worden overgedaan. Dat kan een belangrijke tijdwinst met zich meebrengen. De bestaande intrekkingsleer maakt het al mogelijk na een vernietiging van een definitief vaststellingsbesluit, maar met dit ontwerp van decreet maken we het ook mogelijk op het moment dat er een schorsing is van een RUP of op het moment dat er middelen worden ontwikkeld voor de Raad van State zonder dat de Raad van State zich daarover heeft uitgesproken.

Dit is volgens mij opnieuw een toonbeeld van versnelling van besluitvorming. In het kader van de commissie-Sauwens hebben we op andere punten al vergelijkbare bestuurlijke lussen ingevoerd. Denk maar aan de procedures voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen en dergelijke. Dit is opnieuw een toonbeeld van goed bestuur, waarbij we trachten snel te remediëren aan wettelijke fouten die werden gemaakt.

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

De bespreking is uitvoerig gebeurd in de commissie. We hebben bepaalde zaken gesteund, op andere vlakken hebben we ons onthouden. We betreuren vooral dat het schitterend voorstel van onze partij, waarbij we pleiten voor een meldingsplicht in verkavelingen die nauwgezet zijn opgemaakt, de goedkeuring van de meerderheid niet heeft weggedragen.

Minister, ik heb nochtans gehoord dat u daar op het Bouwforum voorstander van was. Het is zeer jammer dat u uw eigen meerderheid daar niet van kunt overtuigen.

Ik wil afsluiten met de wens dat nieuwe coalities misschien nieuwe mogelijkheden zullen geven.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Taeldeman, ik wil u bedanken voor uw mooi verslag, waarin u de kern goed naar voren hebt gebracht.

Het past in alle wijzigingen rond snelheid en vereenvoudiging die we al hebben aangebracht met deze coalitie tijdens deze regeerperiode. Met dit ontwerp van decreet zetten we daar verdere stappen in.

Ik ben het ermee eens dat het vooral belangrijk is dat door de goedkeuring van het RUP met de subsidiariteit diegenen die de verantwoordelijkheid het beste kunnen nemen die verantwoordelijkheid ook ten volle krijgen. Verder is het belangrijk dat de schorsing die eventueel kan gebeuren binnen de dertig dagen, alleen op legaliteitsproblemen kan gebeuren, maar dan met de mogelijkheid van de bestuurlijk lus erbij, zoals de heer Martens zei. Ten slotte is het belangrijk dat we, als er geen schorsing is, sowieso de procedure met dertig dagen kunnen versnellen. Ik denk dat dat goede zaken zijn.

Ik heb ook in de commissie gezegd dat ik niet negatief sta tegenover het idee van de verdere uitbreiding van melding zoals bij verkavelingen. Wat voorlag, hield echter nog te veel vragen in. Ik sluit me dan ook aan bij de vele opmerkingen die de heer Vandaele naar voren heeft gebracht. Ik wil een verdere vereenvoudiging in de toekomst zeker nog bekijken.

Ik wil iedereen bedanken die in de commissie op een constructieve manier heeft meegewerkt aan de bespreking van dit ontwerp van decreet.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

De heer Dirk Van Mechelen

Die meldingsplicht is echt een gemiste kans. Intussen zijn de meeste gemeenten ontvoogd en hebben zij hun stedenbouwkundige verantwoordelijkheid volledig opgenomen. Ik ben zelf op dit moment bezig met een verkaveling van 55 woningen waarbij minutieus de verkavelingsvoorschriften worden gevolgd. De meerwaarde van een volledige stedenbouwkundige procedure bij het afleveren van zo’n vergunning ontgaat me volledig. Zes jaar geleden stelde ik dit voor toen we de codex aan het voorbereiden waren. Vijf jaar geleden hebben we dit goedgekeurd. Ik nam aan dat intussen die argwaan was weggenomen en dat een meldingsplicht voor een bouwaanvraag in een goedgekeurde verkaveling een normale stap vooruit was in het verminderen van de procedures. Ik heb de belangrijke besognes van onze collega’s gemist, maar wilde dit nog even melden.

Ik wil het nog even hebben over die belangrijke besognes, mijnheer Van Mechelen. Een meldingsdossier lijkt me tegenwoordig even complex als een vergunningsdossier. Het gaat over de duidelijkheid dat een gemeente zich daar inderdaad over uitspreekt. Wanneer het gaat over een woning dan is dat niet zo duidelijk te definiëren dan wanneer het gaat over bedrijfsgebouwen en dergelijke. Het betekent dus vaak meer werk aan de gemeentelijke balie om te discussiëren of die melding al dan niet conform de stedenbouwkundige voorschriften is. Dat moet duidelijk en eensluidend gebeuren in een vergunning die wordt afgeleverd. Ik betwist ten zeerste of dit met een melding sneller zou gaan.

De heer Dirk Van Mechelen

Mijnheer Ceyssens, de melding voor de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag in een goedgekeurde verkaveling, gekoppeld aan datgene wat het Vlaams Parlement in 2009 heeft goedgekeurd bij de codex, namelijk het tot stand komen van een as-builtattest na realisatie van de werken, was een perfect sluitend systeem. Alleen is deze meerderheid na vijf jaar er niet in geslaagd om een uitvoeringsbesluit klaar te maken over het as-builtattest dat vandaag het handhavingsbeleid 100 procent gemakkelijker had kunnen maken.

Los van het debat over het as-builtattest, lijkt me de discussie achteraf om na te gaan of alles conform de melding was, tijdrovender dan het afleveren van een vergunning.

De heer Dirk Van Mechelen

We verschillen van mening.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2013-14, nr. 2371/4)

– De artikelen 1 tot en met 118 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.