U bent hier

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, er zijn te weinig middelen om te investeren in de riolen om de Europese doelstellingen te halen tegen 2015, zelfs tegen 2027. Op de studiedag gisteren zocht Vlaamse Rioleringen (VLARIO) naar oplossingen. Een aantal oplossingen werden hier in de loop der jaren al genoemd. Bijvoorbeeld dat de saneringsbijdrage die de mensen betalen, echt gebruikt wordt voor investeringen in nieuwe riolen, nieuwe afvalwaterzuiveringssystemen en het onderhoud daarvan. Vandaag wordt ze gebruikt om bestaande riolen op te kopen en te vergoeden. Daardoor betalen de mensen twee keer voor hetzelfde.

De sector ergert zich ook aan andere zaken, minister. Daarover wil ik het met u hebben vandaag. Ze ergeren zich aan zaken die efficiënt en goedkoop werken in de weg staan. Ik noem het de ‘territoriumdrift’ van de rioolbeheerders. Ze volgen vaak de code van goede praktijk niet. Ze volgen vaak het typebestek 250 niet. Terwijl voor droogweerafvoer (DWA), voor afvalwaterafvoer, een hellingsgraad van 5 millimeter per meter volstaat, vragen sommigen 10 millimeter per meter. Daardoor moeten er veel meer pompen worden geplaatst. Dat is duur, maar dat is met het oog op de toekomst ook lastig, want die pompen moeten worden vernieuwd en hersteld. Sommigen eisen dat er anderhalve meter aarde boven de buizen ligt. Dat brengt ook weer een meerkost mee. Men zit dan meteen in het grondwater bij de bouw, men moet dan ook weer extra pompen plaatsen. Dus dat is duur en niet efficiënt.

Aan studiebureaus wordt soms een eis gesteld die redelijk onzinnig is, bijvoorbeeld dat men zeven landschapsarchitecten en zeven stedenbouwkundigen in dienst heeft. Op die manier duwt men de kleine bureaus aan de kant. Dat werkt monopolievorming in de hand en monopolies kosten geld.

De rioolbeheerders kijken enkel naar hun eigen winkel, het eigen belang, en niet naar het globale kostenplaatje of het algemeen belang. Aquafin draagt hierin verantwoordelijkheid, want zij hebben technisch toezicht.

Minister, welke maatregelen kunt u nemen om dit alles te vermijden?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Vandaele, het bedrag om tegemoet te komen aan de vraag van de rioolbeheerders, om te investeren in riolering, is nog nooit zo hoog geweest. Op dit moment is dat 248 miljoen euro. Dat is een stijging van 25 procent.

Uw vraag is heel concreet: hoe kunnen we uniforme regels opleggen die ook gevolgd worden door de rioolbeheerders? Collega, we hebben deze legislatuur gezorgd voor de harmonisering van de normen. We hebben dat vastgelegd in het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (VLAREM). Er is een ‘code goede praktijk’. Dat bestond vroeger niet, dat ging via een omzendbrief waar men gemakkelijker kon van afwijken.

In 2012  hebben we de ‘code goede praktijk’ aangepast aan de veranderde omstandigheden. Dat slaat onder meer op de klimaatverandering. We moeten nu al rekening houden met stevige neerslag waaraan het debiet van de riolering aangepast moet zijn. Dat is beslist in 2012.

Het gaat hier om minimumnormen. Het klopt dat daar vaak van wordt afgeweken. We hebben dat ook vastgesteld in 2012. We hebben toen opdracht gegeven aan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) om na te gaan of de afwijkingen al dan niet verantwoord waren. De conclusie was toen dat een afwijking van de minimumnormen vaak verantwoord was in heel lokale situaties. Het kan bijvoorbeeld gaan over een drukriolering die anders moet worden aangelegd omdat de lokale situatie verschilt. Al bij al vallen die afwijkingen mee en zijn ze nodig in de praktijk. Dat zorgt ervoor dat het onderhoud van de riolen langer op zich zal laten wachten. De kwaliteit is beter.

Wil dat zeggen dat de rioolbeheerders kunnen doen wat ze willen of dat lokale besturen geen verantwoordelijkheid nemen? Neen, zoals u zelf hebt aangehaald, staat Aquafin in voor zowel technisch als financieel toezicht op die projecten. Voor ze subsidie krijgen, wordt dus nagekeken of de projecten technisch haalbaar zijn, of de juiste normen worden gehanteerd en ook of er kostenefficiënt wordt gewerkt. Er zijn deze legislatuur ook tools uitgewerkt om de gemeentebesturen of rioolbeheerders de mogelijkheid te geven om dat zelf goed na te zien, als dat niet al het geval zou zijn. Ik denk dat we de maatregelen hebben genomen die er zijn. Als er nog bijkomende signalen zijn, moet Aquafin dat toezicht nog beter doen en moeten de lokale besturen zelf, die vaak de opdrachtgever zijn, ervoor zorgen dat ze de instrumenten die voorhanden zijn heel goed kunnen aanwenden.

Minister, u klinkt mijns inziens toch iets te optimistisch. We weten dat rioleringsprojecten worden besproken in de ambtelijke werkgroep, waar Aquafin in zit voor het technische nazicht en de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) voornamelijk voor het ecologische aspect. Voor het saldo van de subsidies wordt uitbetaald, gaat de VMM altijd een laatste check doen van het dossier. Die check kan natuurlijk niet echt grondig zijn, letterlijk dan, want veel van die dingen zitten onder de grond. Die check blijft min of meer oppervlakkig. En toch wordt een op de drie dossiers door de VMM niet als correct beschouwd en dus teruggestuurd. Dat is toch een hallucinant cijfer, waaruit blijkt, minister, dat er meer sturing, toezicht en controle nodig is op een correcte, efficiënte en volgens mij daardoor ook goedkopere uitvoering van de werken.

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

De heer Bart Martens

Ik vraag me ook af of we de rol van Aquafin als technisch toezichthouder niet moeten wijzigen, want zoals u weet is Aquafin niet enkel decretaal gemachtigd om de bovengemeentelijke sanerings- en zuiveringsinfrastructuur uit te bouwen, maar hebben zij ook een commerciële poot, die in concurrentie treedt met die riooloperatoren, waar de heer Vandaele het over had, en die vaak intergemeentelijk zijn opgericht, zoals Infrax, HidroRio en Rioling. Ik denk toch dat Aquafin zowel rechter is als partij. Minister, zou het niet nuttig zijn om een onafhankelijk technisch toezicht in het leven te roepen, om de problemen zoals aangekaart door de heer Vandaele uit de wereld te helpen en ervoor te zorgen dat we op de meest kostenefficiënte manier rioleringen aanleggen?

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum

Minister, het ging daarnet over de financiering van ons afvalwaterzuiveringssysteem. U zegt dat er middelen zijn. Dat klopt. Er is wel heel wat kritiek vanuit de sector op de manier waarop de subsidies worden toegekend. U kent die kritiek. Zelfs met de kennis dat het Vlaamse Gewest heel wat middelen uittrekt, weten we dat we de doelstelling tegen 2027 om onze rivieren en ons grondwater proper te krijgen niet zullen halen aan het huidige investeringsritme. Er is nog altijd een miljardentekort. U weet ook dat in het Pact 2020 staat dat de deadline niet 2027 maar 2021 is, zes jaar vroeger, om ons watersysteem proper te krijgen. Gelooft u nog in de doelstelling van Pact 2020 en hoe gaan we dat bereiken?

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Ik kan uw betoog niet helemaal volgen, mijnheer Vandaele. Eerst zegt u dat er af en toe te veel regels zijn, 10 centimeter in plaats van 5 centimeter of 1,5 meter. Dan zegt u dat een op de drie van de dossiers wordt teruggestuurd. Dat lijkt mij een teken dat er toch redelijk veel controle is. Toch vraagt u de minister om meer controle.

Als we het op de keper beschouwen, hebben we deze legislatuur alleen al voor de gemeentelijke riolering 110 miljoen euro per jaar vastgelegd. Volgens mij is dat een absoluut record, dat het laatste jaar zelfs nog met 28,5 miljoen euro is opgetrokken. Daarachter zit als sluitstuk een ambtelijke commissie, waarvan u zelf hebt bewezen dat ze werkt, omdat een op de drie van de dossiers wordt teruggestuurd omdat ze niet voldoen. Daarmee is toch tegemoetgekomen aan uw efficiëntievraag.

Collega’s, de nieuwe normen zijn opgelegd voor de rioleringen om de kwaliteit te garanderen. Wij kunnen miljoenen euro investeren in rioleringen, maar als we geen garantie hebben dat het goede rioleringen zijn die ook voorzien zijn op wijzigende omstandigheden, zoals klimaatverandering, zijn dat nutteloze investeringen.

Het is dus logisch dat wij een code van goede praktijken hebben, die ook wordt toegepast, dat door de miljoenen die wij investeren vanuit de overheid, het water goed gezuiverd wordt, en dat wij voldoen aan de Europese doelstellingen die ons worden opgelegd.

Het zijn minimumnormen, en in een aantal gevallen is het verantwoord dat men daarvan afwijkt, omdat de lokale situatie nu eenmaal is wat ze is. Men moet flexibel kunnen zijn. Dat is ook de vraag die u stelt, mijnheer Vandaele. Er zijn minimumeisen, maar in een aantal gevallen kan daarvan worden afgeweken.

Is er al of niet voldoende toezicht? Je hebt de normen. Dat wordt allemaal technisch en financieel bekeken. Dat gebeurt door Aquafin. Collega Martens, ik ken uw wantrouwen ten aanzien van Aquafin. Ik weet ook waar dat vandaan komt. Aquafin heeft inderdaad een commerciële poot, maar die staat volledig los van de andere taken van Aquafin. Aquafin heeft in het verleden al bewezen wat het kan. Het kan die technische en financiële controle zeker goed uitvoeren.

Mijnheer Vandaele, dat de VMM heel wat dossiers moet terugsturen, bewijst juist dat er op dit moment controle is, en dat dat ook werkt. Er wordt naar gekeken. We zien hoe we een en ander moeten oplossen.

U spreekt uzelf wel een beetje tegen. Aan de ene kant stelt u dat er te veel regeltjes zijn, aan de andere kant vraagt u dat we nog veel strenger zouden zijn en dat er nog veel meer toezicht zou zijn. Ik vind dat tegenstrijdig. We moeten voorzichtig zijn en het gezond verstand laten zegevieren op het terrein.

Mijnheer Sanctorum, ik heb daarnet al gezegd dat de budgetten gestegen zijn. Het is momenteel niet evident om extra financiële middelen vrij te maken. Wij hebben een prioriteit gelegd bij de riolering. De budgetten zijn met 25 procent gestegen. Dat toont aan dat het ons menens is.

Ik wil tot slot nog even verwijzen naar de gemeentelijke saneringsbijdrage, collega’s. Als alle gemeenten en rioolbeheerders die die extra middelen innen, ze ook zouden aanwenden om te investeren in rioleringen, dan zou er op dit moment nog 300 miljoen euro extra geïnvesteerd kunnen worden in rioleringen. Ik kan alleen maar vaststellen dat de lokale besturen dat nog niet optimaal aanwenden. Laat dit een oproep zijn om dat te doen, om op die manier de doelstellingen, waar wij nog altijd achter staan, tijdig te kunnen halen.

Ik heb niet gezegd dat er te veel regels zijn, minister. Die regels moeten er zijn. Ze moeten een weerslag zijn van de best beschikbare technologie op dat moment. En die moeten toegepast worden, maar dat is precies wat niet gebeurt. De rioolbeheerders hebben hun eigen regeltjes, niet afhankelijk van een bepaalde plaatselijke toestand, zoals u zegt. Systematisch passen zij hun eigen regeltjes toe, die inderdaad duurder zijn en minder efficiënt dan de algemene regels die wij opleggen. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.