U bent hier

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Minister, in december kondigde u al aan dat u een uitbreiding wou van het activeringsbeleid van de VDAB. Op dat ogenblik wou u de leeftijdsdrempel voor begeleiding heel graag naar 60 jaar brengen. Recent heeft de raad van bestuur van de VDAB zich daar achter geschaard. Ze hebben gezegd dat ze daar klaar voor waren, dat ze dat aankonden en dat ze dat zouden uitrollen vanaf 1 april. Dat is een heel goede zaak. De dienst geeft zo een krachtig signaal aan de enkelingen die er nog altijd een achterhaalde twintigste-eeuwse visie op nahouden alsof iedere oudere werknemer een jongere zou verjagen. Quod non, voor alle duidelijkheid.

Het is een stap in de goede richting, maar een gemakkelijke stap wordt het niet. Diverse studies bevestigen dat de slaagkansen van oudere werknemers eigenlijk afnemen naarmate hun leeftijd stijgt.

Moeilijk kan echter ook. In het begin van de legislatuur was de leeftijd 52 jaar. We hebben die dan al opgetrokken tot 55, tot 58 jaar. Dat optrekken van de activeringsgraad heeft ertoe geleid dat de werkzaamheidsgraad ook is gestegen, ondanks de crisis. Collega’s, dat is net wat we in deze regio nodig hebben, niet enkel in het algemeen, voor de werkzame, actieve bevolking, maar zeker ook voor oudere werknemers.

Minister, welke specifieke accenten zal de VDAB leggen om net die oudere werklozen op een duurzame wijze te verankeren op de arbeidsmarkt?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Eerst wil ik zeggen op welke manier de VDAB dat zal realiseren met die groep van 58- en 59-jarigen, dus tot 60 jaar. De VDAB zal dat zelf doen. De dienst maakt qua capaciteit ruimte vrij bij zichzelf voor de begeleiding, door de 1,4 miljoen euro aan extra middelen die we hebben gegeven in te zetten in het algemene tenderingbeleid voor werkzoekenden. We zetten dat dus in bij de andere werkzoekenden, en maken zo capaciteit vrij voor die 58- en 59-jarigen.

Ook heel belangrijk is dat we vanaf 1 januari een versterkte en verbeterde versie hebben voor de 50-plussers. Een van de belangrijkste maatregelen ter zake is dat we ook bij mensen van 50 tot 55 jaar meer de automatische matching doen. Bijvoorbeeld in januari en februari 2014 heeft die automatische matching ervoor gezorgd dat meer dan 21.000 werkzoekenden tussen 50 en 55 jaar 251.000 vacatures toegestuurd hebben gekregen. Dat zijn bijna 12 vacatures per werkzoekende in die groep, wat hoger ligt dan het gemiddelde aantal vacatures in dezelfde periode voor de anderen. Dat is dus een bijkomend element geweest. Voor die groep van 50 tot 55 jaar is er vanaf januari ook externe begeleiding mogelijk.

Een ander belangrijk punt is dat we voor alle 50-jarigen in specifieke opleidingen hebben voorzien voor de consulenten. Zoals u zei, is er heel dikwijls een vooringenomenheid tegenover 50-plussers. Die willen we zo weerleggen. Voor werkzoekenden is er heel duidelijk in extra opleiding voorzien met betrekking tot IT-vaardigheden, want vaak hebben ze daar een tekort aan. Men heeft ook heel de opleiding herzien, omdat die 50-plussers liever korte opleidingen hebben. Ook is er ten overstaan van werkgevers een extra actie gedaan qua sensibilisatie.

Last but not least is er ook het belangrijke element dat er systematisch feedback wordt gegeven bij de sollicitaties die 50-plussers doen. Dat wordt gevraagd aan de werkgever, en vanaf begin deze maand ook aan de werkzoekende. Dat geeft extra informatie. Het proefproject ter zake is zo goed dat men dat niet alleen doet voor de 50-plussers, maar voor alle werkzoekenden. Daarmee hebben we maatregelen genomen waardoor we het positieve effect op de werkzaamheidsgraad van 50-plussers dat er, zoals u zei, al is, ook in de toekomst kunnen bestendigen.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. In het verleden heeft dat optrekken tot 55 en 58 jaar al geleid tot een verhoging van de werkzaamheidsgraad, van 35 procent naar meer dan 42 procent. Dat kan enkel maar beter worden, ook met de nieuwe stappen die nu worden gezet en het verder optrekken van die begeleiding naar 60 jaar.

Minister, hebt u misschien een zicht op de leeftijdsgrenzen die worden gehanteerd door de Service Public Wallon de l’Emploi et de la Formation Professionelle (Forem) en door Actiris? Voeren ze eenzelfde politiek van een verdere begeleiding van oudere werkzoekenden?

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

De heer Peter Reekmans

Minister, wat de nieuwe instroom betreft, gebeurt er inderdaad iets, maar ik hoor u niet zeggen wat er nu eindelijk eens zal gebeuren met al diegenen die daar al heel lang zitten en waarmee nog niets is gebeurd. Dat zou ik toch graag van u vernemen.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Minister, ik moet het u vermoedelijk niet zeggen, maar er stond een kritisch artikeltje in De Tijd, waarin een van de sociale partners, een van de vakbonden nogal sterk reageerde op uw plannen, en die eigenlijk met de jeugdwerkloosheid in de weegschaal legde. Ik had graag uw reactie daarop gehad. Als minister staat u erom bekend dat u toch wel graag de sociale partners betrekt bij uw beleid. Hoe gaat u hen ervan overtuigen dat dit de juiste weg is?

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, het is heel belangrijk dat elke werkzoekende telt en dat elke werkzoekende kan rekenen op de VDAB voor de nodige begeleiding en opleiding. Dat geldt zowel voor de jongere werkzoekende maar ook voor de oudere werkzoekende. In die zin is de uitbreiding tot en met 60 jaar alleen maar toe te juichen.

Degenen die een tegenspraak zien tussen begeleiding naar werk van jongeren en van mensen van een iets oudere leeftijd, dwalen. Elke mens die werkt, creëert immers ook werk voor een ander. Als we erin slagen om oudere werkzoekenden aan het werk te krijgen, is dat ook ten bate van die jongere werkzoekenden. Temeer daar we straks dankzij de staatshervorming het doelgroepenbeleid tot het onze kunnen rekenen. We zullen kunnen inzetten op laaggeschoolde en middengeschoolde jongeren en op 55-plussers.

Minister, ik heb een bijkomende vraag. Ik heb de resultaten van het beleid tot nu toe even bekeken, en ik zie daarin nog altijd een vrij beperkte doorstroom naar werk. Hoe kunnen we die verbeteren bij de aanpak van uw 55-plussers? De doorstroom naar werk is nu nog te beperkt bij die oudere werkzoekenden. Hoe kunt u dat remediëren?

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Mevrouw Lydia Peeters

Voorzitter, minister, ik wil me aansluiten bij wat de heer Reekmans al zei. Waarom focust u andermaal alleen op de nieuwe instroom? Bij de uitbreiding van uw activeringsaanpak van de 55- tot de 58-jarigen, ging het welgeteld over 2000 werkzoekenden. Nu gaat u een uitbreiding doen van de 58-jarigen tot de 59-jarigen of zelfs tot de 60-jarigen. Over hoeveel mensen gaat het? Ik denk dat het niet om 2000 mensen op jaarbasis gaat. Waarom gaat u ook niet eindelijk zorgen voor een betere activering van heel het reservebestand aan 50-plussers? U zegt immers dat u al die talenten van de 50-plussers nodig hebt om de sociale zekerheid betaalbaar te houden. U moet daar zeker op inzetten. Over hoeveel mensen gaat het? Dit lijkt me veeleer een goednieuwsshow. 

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen

Voorzitter, minister, we hebben daarnet een agenda gekregen van de mensen van ‘Ooit komt het goed’. Ze vragen aandacht voor jeugdwerkloosheid. Als het ons menens is om echt iedereen aan de slag te helpen, dan moeten we uiteraard ook met de 50-plussers bezig zijn, al is het maar omdat we daar de laatste maanden de meest dramatische stijging van de werkloosheid hebben.

Ik sluit me aan bij de vraag van de heer Bothuyne. Als we naar antwoorden op schriftelijke vragen kijken, dan stellen we vast, mevrouw De Ridder, dat we een uitstroom hebben van 25 procent naar werk bij degenen van 50 plus die vandaag in begeleiding zitten. In 2013 was de uitstroom naar werk een op vier. Als daardoor de werkzaamheidsgraad stijgt, lijkt me dat een beetje kort door de bocht. Ik meen dat er algemeen een stijgende lijn is. Op zich is dat goed, maar hoe zullen we ervoor zorgen dat we die 25 procent omhoog krijgen?

En hoe zullen we ervoor zorgen dat die uitstroom ook duurzaam is? Als we die kwetsbare groep in een draaideur steken, waardoor er een heel korte uitstroom naar werk is met nadien terug werkloosheid, dan zijn we heel zwaar aan het investeren in een heel moeilijke groep voor heel weinig return.

Ik meen dat ik alle maatregelen voor meer uitstroom daarnet al heb opgesomd. Ik denk aan meer vacatures, aan opleiding van de begeleiders, aan andere meer specifieke en kortere opleidingen. Het is een heel programma; ik heb daarnet opgesomd waarin de VDAB voorziet vanaf januari 2014.

Wat ik fundamenteel vind, is de feedback die zal worden gevraagd aan werkgevers met wie een proefproject voor 50-plussers was gestart bij de VDAB. Dat proefproject was zo positief dat het werd uitgebreid naar alle werklozen. Bij elke werkloze zal er een feedbackmogelijkheid zijn voor de werkgevers. Even goed vind ik dat sinds 1 maart – heel recent dus – ook feedback mogelijk is van de werkzoekende of de consulent over het niet ingaan op vacatures of het niet slagen in een vacature waar een werkzoekende op in is gegaan. De stimulans voor nog betere cijfers is er zeker.

Waarom niet alle 50-plussers? Ik heb geen getal in mijn hoofd. Ik weet niet hoeveel het er zijn. Iedereen vraagt ook om rekening te houden met efficiëntie. Wat we hebben geleerd en wat we al vaak hebben besproken, is dat wie werkloos wordt, zo snel mogelijk opnieuw aan een nieuwe job moet geraken. Een van de maatregelen waardoor de 25 procent omhoog zal gaan, is dat we niet langer drie maanden wachten om iemand te heractiveren, maar dat we opteren voor het heractiveren vanaf de tweede maand.

Wie dus niet binnen de twee maanden werk heeft gevonden, zal worden begeleid door de VDAB. Mevrouw Peeters, iedereen die langer werkloos is, kan altijd verder worden begeleid.

De RVA doet sinds 1 januari 2014 controle tot 55 jaar. Tot 31 december 2013 werd de controle door de RVA maar gedaan tot 50 jaar. Wij waren toen al bezig met activering van de nieuwe instroom tot 58 jaar. We staan dan ook een serieuze stap voor in vergelijking met anderen. En dan heb ik het nog niet over de activering door Wallonië en Brussel tot 50 jaar. Op hun uitdrukkelijk verzoek is dat tot eind dit jaar verlengd tot 50 jaar. De vraag was om net als de controle door de RVA naar 55 jaar te gaan, maar Brussel en Wallonië hebben verder uitstel gevraagd.

Tot slot heb ik hier nog de cijfers die ik heb gekregen op het moment dat ik naar het parlement vertrok. De volledige cijfers voor 2013 zijn beschikbaar. In 2009 was er bij de 50-plussers een werkzaamheidsgraad van 51 procent. Eind 2013 was dat percentage 56,5 procent voor de 50-plussers. Voor de 55-plussers komen we van 35,7 procent in 2009 en stijgen we tot 42,9 procent in 2013. Mijnheer Van Malderen, in tijden van crisis heeft een stijging van 7,2 procent tussen 2009 en 2013 ook wel iets te maken met de aanpak en de manier van werken in Vlaanderen voor de 50-plussers.

Mijnheer Rzoska, het Algemeen Belgische Vakverbond (ABVV) gaat blijkbaar in de raad van bestuur van de VDAB wel akkoord dat we dit doen, maar geeft nadien wel commentaar wanneer ik naar buiten breng wat er is beslist, wat ik had gevraagd en waar ik de middelen voor heb gegeven. Ze zijn verkeerd wanneer ze denken dat er een verdringing is van de oudere werklozen. Dit is geen of-verhaal maar een en-verhaal. Het is ook een ander verhaal. Ik heb hier duidelijk gezegd welke maatregelen we nemen voor oudere werklozen. Dat heeft vaak ook te maken met de sensibilisering van bedrijven opdat zij zouden zien dat die mensen competenties en talenten hebben. Ik denk dat niemand in dit parlement twijfelt aan het feit dat mensen tussen 50 en 60 jaar maar ook oudere mensen talenten en competenties hebben die nuttig kunnen worden ingezet op de arbeidsmarkt. Dat heeft niets te maken met de jongeren. De problemen die zich daar voordoen, zijn problemen over ongeschoolde en ongekwalificeerde uitstroom. We hebben heel specifieke maatregelen genomen om die jongeren op een of andere manier een stage of werkervaring te geven, met de werkinleving, met de instapstages, met de individuele beroepsopleidingen (IBO). Mevrouw Peeters, niet alle IBO’s zijn voor jongeren, maar ongeveer de helft van de invullingen gaat naar jongeren.

We hebben een en-enaanpak nodig. We gaan zowel voor de jongeren als voor de ouderen op de arbeidsmarkt, want we hebben ze allemaal nodig. Alle talenten en competenties hebben we nodig op de arbeidsmarkt.

Mijnheer Rzoska, Eurostat heeft een heel interessante studie gemaakt die een vergelijking maakt tussen verschillende regio’s binnen Europa. Daaruit blijkt dat landen met de laagste jeugdwerkloosheid zoals Duitsland, Nederland en de Scandinavische landen net ook de hoogste tewerkstelling kennen bij de 55- tot 65-jarigen. Dat zijn interessante mapjes die u kunt downloaden van de website van Eurostat.

Minister, ik dank u uiteraard voor uw antwoorden. De conclusie is dat Vlaanderen op koers zit met deze nieuwe stap, maar ook met maatregelen zoals de Vlaamse 50+-premie, die hier nog niet aan bod is gekomen. Ik kijk uit naar de resultaten van de uitrol op de vloer.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.