U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 19 maart 2014, 14.00u

Voorzitter
van Bart Martens aan minister Kris Peeters, beantwoord door minister Joke Schauvliege
260 (2013-2014)
De voorzitter

Het antwoord wordt gegeven door minister Schauvliege.

De heer Martens heeft het woord.

De heer Bart Martens

Voorzitter, collega’s, minister, vandaag was het nog eens Overlegcomité, een van die steeds weerkerende heuglijke momenten waarop de federale overheid met de gewestelijke overheden in dialoog treedt. Bij mijn weten was dit een van de laatste kansen om nog voor de verkiezingen eindelijk een akkoord te bereiken over het verdelen tussen de verschillende overheden van de inspanningen die we moeten doen op klimaatvlak.

Vier jaar geleden hebben wij ons op Europees vlak geëngageerd om 15 procent van de  CO2-uitstoot in de gebouwensector, de transportsector en de landbouwsector terug te dringen, om 13 procent van onze energie uit hernieuwbare bronnen te halen en om de opbrengsten van de veiling van de emissierechten aan te wenden voor ons klimaatbeleid.

De verdeling van dat alles tussen de federale overheid en de gewesten blijft echter uit. Dat is bijzonder jammer, want we weten niet op welk doel we moeten mikken. We weten ook niet welk aandeel wij als Vlaams Gewest moeten halen op het vlak van hernieuwbare energie en wat onze bijdrage zal zijn in de internationale klimaatfinanciering. En zolang een akkoord uitblijft, blijven ook de middelen die we uit de veiling van uitstootrechten zullen halen, geblokkeerd, terwijl we die broodnodig hebben voor de financiering van het interne klimaatbeleid.

Waar blijft dat akkoord, minister? Ik heb nergens zegeberichten gelezen, dus ik ga ervan uit dat in het Overlegcomité de knoop niet is doorgehakt. Hoe komt dat? Kunnen wij nog in deze legislatuur, dus voor de verkiezingen, alsnog dat broodnodige akkoord over het verdelen van de inspanningen met betrekking tot het klimaatbeleid verwachten?

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum

Minister, collega’s, de klimaatwetenschap confronteert de politiek geregeld met verontrustende cijfers of voorspellingen. Vandaag staat in De Morgen dat er een gelekt ontwerp is van een klimaatrapport van het VN-panel. Dat rapport doet een aantal verontrustende voorspellingen, onder meer dat we in Europa aan het einde van deze eeuw geconfronteerd zullen worden met een jaarlijkse kost van 17 miljard euro, alleen al te wijten aan de stijgende zeespiegel. Dat is gigantisch. België bevindt zich bovendien in een risicozone, en dan gaat het alleen nog maar over de stijging van de zeespiegel. 2100 is nog heel veraf, maar de kost van de klimaatverandering begint natuurlijk ook vandaag al. Die kost zal dus oplopen.

Met dat perspectief, minister, is het toch wel zeer vreemd dat het nu al vier jaar duurt vooraleer de gewesten en het federale niveau het eens raken over de verdeling van de klimaatinspanningen. En dat is nog klein bier in vergelijking met wat we in de toekomst nog zullen moeten overeenkomen. Vlaanderen zit dit jaar de Nationale Klimaatcommissie voor, waar dat wordt besproken. Hoever staat het met de verdeling van die klimaatinspanningen?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Collega’s, het klopt dat wij sinds januari voorzitter zijn van de Nationale Klimaatcommissie. Ik zal even met u overlopen wat er sindsdien gebeurd is en welke initiatieven wij hebben genomen.

We zijn samengekomen in januari, terwijl we pas op 1 januari voorzitter waren geworden. We hebben aan de collega’s – de federale overheid en alle gewesten – voorgesteld om de cijfers die op tafel lagen tijdens het vorige voorzitterschap van de Nationale Klimaatcommissie, namelijk het Waalse Gewest, te objectiveren. Dat voorstel, dat gedaan werd door Vlaanderen als voorzitter, werd door de andere gewesten en de federale overheid geweigerd. Geen objectivering van de cijfers, dus.

In februari hebben wij dan zelf, op basis van de verschillende gesprekken die plaatsgevonden hebben, opnieuw een voorstel geformuleerd op de Nationale Klimaatcommissie. Ik zal u straks uitleggen wat dat voorstel was. Dat voorstel werd door de andere gewesten en de federale overheid geweigerd.

Vandaag was er dus Overlegcomité. Wij hebben daar opnieuw een voorstel op tafel gelegd, enigszins aangepast en tegemoetkomend aan de verschillende zaken die gezegd waren. En wat kregen wij deze ochtend te horen? Dat de andere gewesten en de federale overheid niet akkoord gingen met het voorstel.

Doen wij dan onredelijke voorstellen? Toont dat aan dat wij geen inspanningen doen? Neen, zeker niet. Ik heb hier het voorstel bij, want ik hoor allerlei theorieën dat het onze schuld zou zijn dat er geen akkoord komt. Wel, ik zal u zeggen wat ons voorstel was. Als u dat niet redelijk vindt, dan hoor ik het straks graag van u en hoor ik graag wat de voorstellen zijn die u graag op tafel zou hebben.

Ik begin met de vermindering van uitstoot van CO2-broeikasgassen. U weet dat de doelstelling die wij moeten halen, min 15 procent is. Wat heeft Vlaanderen voorgesteld? Dat wij meer zouden doen dan die min 15 procent interne maatregelen. Vlaanderen wil min 16 procent doen. Dat houdt in dat Brussel min 9 procent uitstoot van broeikasgassen doet, en het Waalse Gewest min 15 procent. Vlaanderen doet dus de grootste inspanning. Dat is niet aanvaardbaar voor onze collega’s in de andere gewesten en de federale overheid.

Wat is het voorstel voor hernieuwbare energie dat wij op tafel hebben gelegd? Dat de federale overheid 2 procent inspanning zou doen, dat het Waalse Gewest 12,5 procent inspanning zou doen, dat Brussel 4,5 procent zou doen en dat Vlaanderen 10,5 procent inspanning zou doen. U ziet, dat zijn zware inspanningen en goede voorstellen.

Er is altijd de discussie over de lasten en de lusten. Wie de grootste inspanningen doet, moet natuurlijk aanspraak kunnen maken op de inkomsten die er zijn uit de veiling van de emissierechten. Ons voorstel was dat 7,5 procent van de opbrengsten naar de federale overheid zou gaan, dat 25 procent naar het Waalse Gewest zou gaan, 6 procent naar het Brusselse Gewest en 56 procent naar Vlaanderen.

Dit voorstel in een pakket was onaanvaardbaar voor onze collega’s in de andere gewesten en de federale overheid. Ik kan alleen maar samen met u vaststellen dat wij stoten op een njet. Ik weet niet op welke basis, want ik vind het een bijzonder redelijk voorstel, waarbij Vlaanderen de grootste inspanningen doet en een heel billijke verdeling voorlegt. Ik stel vast dat men niet bereid is daarop in te gaan. Deze ochtend is beslist op het Overlegcomité na het directe njet van de andere gewesten en de federale overheid, dat er opnieuw een inspanning wordt gedaan om weer met de ministers rond de tafel te zitten om te kijken hoe we eruit geraken.

Collega’s, ik kan alleen maar vaststellen dat Vlaanderen heel redelijke voorstellen doet en dat Vlaanderen heel veel inspanningen wil doen, en dat ook in het verleden heeft gedaan, mijnheer Sanctorum, want wij halen de Kyotonorm, wat niet van iedereen in België kan worden gezegd. Ik stel dat alleen maar vast. Ik vind dat bijzonder jammer, maar kom mij niet vertellen dat het onze fout zou zijn dat er nog altijd geen akkoord is. Wij zullen voortwerken, mijnheer Martens, en ik hoop dat wij eruit geraken, maar ik stel alleen maar vast dat men heel stug is aan de andere kant.

De heer Bart Martens

Minister, ik waardeer uiteraard de voorstellen die het Vlaamse Gewest heeft gedaan. Ik denk dat die inderdaad redelijk zijn. Maar de vaststelling die we hier al verschillende keren hebben gedaan, is dat men er kennelijk niet uit raakt. Het klopt natuurlijk wat collega Sanctorum zegt, namelijk dat de inspanningen die we tegen 2020 moeten leveren, maar klein bier zijn ten opzichte van de veel grotere stap die nadien moet worden gezet om samen met de andere landen de klimaatopwarming binnen beheersbare perken te houden. Als we er niet in slagen om dat klein bier te tappen, hoe gaan we dan nadien het grote vat kunnen aanslaan dat we nodig hebben?

Minister, ik hoop dat de dialoog voortgaat in de Nationale Klimaatconferentie, die u nog voorzit. Ik denk dat het nog niet te laat is. We hebben nog tijd tot 25 mei. Ik zou het bijzonder jammer en schandalig vinden, mochten we het over dit zo belangrijke thema niet eens worden met elkaar voor de verkiezingen. Binnen Europa slaagt men er op zes maanden tijd in om die lasten te verdelen tussen 27 lidstaten; wij zijn met vier overheden in ons land en we zijn er al vier jaar over bezig. Laat ons eindelijk eens tot een consensus komen.

De heer Hermes Sanctorum

Minister, ik weet intussen dat het uw stijl is om telkens de verantwoordelijkheid gewoon door te schuiven. U zei daarnet in verband met het stookoliefonds dat Vlaanderen toch zo fel zijn best doet, maar die andere gewesten, en vooral het federale niveau, waar uw partij dan wel in vertegenwoordigd is, zijn toch wel vermaledijde partners.

Minister, het vorige jaar, toen u niet het voorzitterschap had van de Nationale Klimaatconferentie, kwamen de andere gewesten en de federale overheid ook met voorstellen, en die werden telkens door Vlaanderen van de tafel geveegd.

Er waren ook redelijke voorstellen bij, volledig in lijn met de gedachtegang die u hier probeert uit te leggen.

Ik weet dat de voornaamste discussie gaat over de inkomsten, de opbrengsten van de veiling van de emissierechten. Daar zit de knoop vooral. Het federale niveau wil vooral op het einde van 2013 voldoende van die inkomsten, zodat maximaal kan worden geïnvesteerd in het openbaar vervoer vanuit het federale niveau, dus de NMBS. Het Vlaamse niveau wilde dat telkens opzijschuiven.

Minister, u moet ons dus niet wijsmaken dat u een constructieve houding aanvoert.

Ik wil graag nog een bijkomende vraag stellen. Vanuit het VN-klimaatrapport dat gelekt werd, wordt de vrees geuit dat de grondwaterreserves in België en Vlaanderen worden bedreigd. Wat zal de Vlaamse Regering ondernemen om onze grondwaterreserves te beschermen?

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Ook wij hopen dat er – eindelijk, mag je wel zeggen – een oplossing komt voor een herverdeling van die non-ETS (emissions trading Scheme), die verhandelbare emissierechten, en van de hernieuwbare energie.

Collega’s, de verdeling van de lasten en lusten moet natuurlijk wel correct, billijk en – zoals de minister zegt – objectiveerbaar zijn. Dat is al zo vaak gezegd.

Ik ben blij dat de minister hier heel gedetailleerd de positie en de voorstellen van Vlaanderen heeft verduidelijkt. Af en toe zijn we daar namelijk voorzichtig mee. Nu weet iedereen dat de voorstellen van de Vlaamse Regering opbouwend, constructief en redelijk zijn. Minister, we zitten daar op dezelfde lijn.

De voorzitter

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Mevrouw Marleen Van den Eynde

Collega’s, ik weet niet of jullie het goed beseffen, maar dit is vandaag het tweede dossier inzake leefmilieu waaruit blijkt dat we niet tot een akkoord kunnen komen met de Federale Regering. Dan is er nog het dossier over de boete rond de waterzuivering. Zo zijn er nog veel dossiers, ook in andere commissies.

Collega’s, minister, ik hoop dat er nu geen toegevingen worden gedaan. Er zijn al genoeg transfers geweest via de sociale zekerheid. Ik stel vast, collega’s, ook die van de N-VA, dat confederalisme in dit land niet werkt en dat een eigen Vlaamse staat, de Vlaamse onafhankelijkheid, de enige oplossing is.

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Minister, we hadden allemaal gehoopt dat er vandaag positief nieuws zou komen uit het Overlegcomité. Na vier jaar onderhandelen was dat het minste dat we hadden gehoopt. De heer Martens heeft daarnet het woord ‘schandalig’ in de mond genomen. Ik wil verder gaan: als u er voor 25 mei niet in slaagt om tot een akkoord te komen, vind ik persoonlijk dat u gefaald hebt als minister betreffende het klimaatbeleid. (Opmerkingen van mevrouw Marleen Van den Eynde)

Minister, maandag was ik aanwezig op het 11.debat van 11.11.11 in Borgerhout. Iedereen heeft de affiches van de politici in Hawaïaanse kledij gezien. Het debat ging onder meer over klimaat. Daar hebben de collega’s van de meerderheid, zowel van uw eigen partij CD&V, met name Sabine de Bethune, maar ook Bruno Tobback van de sp.a en Wilfried Vandaele van de N-VA, duidelijk gesteld dat er een tandje moet worden bijgestoken wat het klimaatbeleid betreft.

Collega’s, het voorstel dat we hebben gedaan en dat ik daarnet gedetailleerd heb toegelicht, is een bijzonder redelijk en evenwichtig voorstel. Ik kan alleen maar vaststellen dat niet alleen de federale overheid, mevrouw Van den Eynde, maar ook de andere gewesten, het niet eens zijn met wat op tafel ligt. Nochtans is dit heel duidelijk objectiveerbaar en heel redelijk.

We hebben het voorstel gedaan om de cijfers dan maar te laten objectiveren door een externe partner. Mijnheer Sanctorum, ik stel vast dat dit door het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de federale overheid geweigerd werd.

Collega’s, wil dit zeggen dat wij zitten te wachten en ondertussen geen klimaatbeleid voeren? Neen. Ondertussen – en dat heb ik hier al een aantal keren gezegd – hebben wij een eigen klimaatbeleidsplan en hebben we daarin min 15 procent interne reductie van de uitstoot van broeikasgassen vastgelegd. Wij werken daaraan voort. Wij wachten niet op dat akkoord. Het is niet omdat er geen akkoord is tot verdeling dat wij ondertussen niets doen wat klimaatbeleid betreft. Integendeel, we hebben ondertussen al interne maatregelen genomen ter waarde van 11 miljoen euro: er wordt een extra isolatiepremie en een extra renovatiepremie toegekend voor sociale woningen.

Mevrouw De Vroe, ik ben het absoluut niet eens met wat u zegt, dat we geen akkoord hebben en dat we gefaald hebben in het klimaatbeleid. Ik kan ook alleen maar vaststellen dat we de Kyotonorm halen, dat we een klimaatbeleidsplan hebben, dat we uitgaan van die min 15 procent en dat we in deze legislatuur ondertussen al de eerste belangrijke interne maatregelen hebben genomen: wij spenderen 11 miljoen euro aan extra isolatie en extra renovatie van sociale woningen.

Mijnheer Sanctorum, u verwijst naar het rapport. Ik heb natuurlijk dat rapport niet nodig om te beseffen dat wij moeten voortwerken. U bent goed op de hoogte, u zou dus moeten weten dat wij niet alleen een klimaatbeleidsplan hebben, dat gaat over de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, maar ook een adaptatieplan. Het is de eerste keer dat Vlaanderen zo’n adaptatieplan heeft. Daarin gaan wij uit van de voorspelling van de VN. Daarin wordt ook gezegd dat we langs de ene kant rekening moeten houden met grotere droogtes, waardoor de grondwaterspiegel zal zakken en waartegen wij maatregelen moeten nemen. Dat staat in het plan en er staan tal van maatregelen in opgesomd. Ik nodig u uit dat te lezen, want u veegt hier meteen alles van tafel zonder te kijken wat erin staat.

Wij hebben natuurlijk ook rekening gehouden met het feit dat er langs de andere kant fellere onweders zullen zijn en dat in de toekomst extra wateroverlast mogelijk wordt. U weet dat deze Vlaamse Regering ook in verband daarmee heel wat inspanningen levert. We hebben het adaptatieplan op langere termijn. Maar wij hebben in deze legislatuur ook een belangrijke inhaalbeweging gedaan met het aanleggen van bufferbekkens, extra bergingscapaciteit voor water – juist omdat wij rekening houden met andere weersomstandigheden in de toekomst.

U ziet, het is niet omdat er nog geen akkoord is over de interne verdeling in België dat wij geen klimaatbeleid voeren. We hebben het klimaatbeleidsplan, dat uitgaat van min 15 procent en dat extra maatregelen bevat. We zijn dat al aan het uitvoeren in Vlaanderen. En we hebben ook een adaptatieplan, met alle maatregelen om nu al rekening te houden met een wijzigend klimaat en andere weersomstandigheden. Mijnheer Sanctorum, ook de grondwaterspiegel wordt opgenomen in dat adaptatieplan.

De heer Bart Martens

Minister, ik reken erop dat u alsnog als voorzitter van de Nationale Klimaatcommissie een akkoord bereikt. De voorstellen die op tafel liggen, zijn daarvoor een goede startbasis. In afwachting hoop ik dat we op het doel afgaan dat we daar op tafel hebben liggen. Ik verneem dat u naar min 16 procent wilt gaan in de gebouwensector, de landbouwsector en de transportsector. Ik vind dat wij daar effectief op moeten koersen. Ook met het aandeel hernieuwbare energie dat we daar op tafel hebben, moeten we tot een compromis komen. Dat zou ons doel moeten zijn.

Ten slotte vind ik dat we ons engagement moeten nakomen dat we onder andere in Warschau zijn aangegaan op het vlak van internationale klimaatfinanciering. Wij zijn nog een redelijk welvarende regio, wij hebben misschien nog middelen om ons te wapenen tegen die extra overstromingen en die extra droogtes, de daling van de grondwatertafel, enzovoort. Maar er zijn natuurlijk landen in de wereld die door de klimaatontregeling veel zwaardere klappen zullen krijgen en waar men niet de middelen heeft om zich daartegen te wapenen. Ik hoop dus, minister, dat u het in Warschau aangegane engagement voor 1 miljoen euro extra financiering voor internationaal klimaatbeleid en klimaatadaptatie zult nakomen.

De heer Hermes Sanctorum

Minister, ik weet dat u altijd graag pronkt met dat fameuze klimaatbeleidsplan. Maar dat is totaal misplaatst. Dat plan biedt geen perspectief voor de mitigatie van de broeikasgasuitstoot. We gaan nog altijd uit van te veel uitstoot. U zegt dat we de Kyotonorm halen. Ja, maar we kopen een heleboel emissierechten om onze doelstelling te halen. U schudt van neen, maar het is ja.

En wat adaptatie betreft, de aanpak van onder meer overstromingen en dergelijke meer: onlangs was ik op een conferentie van specialisten inzake klimaatadaptatie, en daar werd het adaptatiebeleid onderuit gehaald omdat het te veel uitgaat van het bouwen van dijken. Dat is een verouderde visie op klimaatadaptatie. Minister, u kunt wel pronken met dat klimaatbeleidsplan, maar het is niet omdat de Vlaamse Regering een document heeft goedgekeurd dat de klimaatverandering zal stoppen in Vlaanderen.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.