U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 19 februari 2014, 14.02u

Voorzitter
van Sonja Claes aan minister Jo Vandeurzen
225 (2013-2014)
De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Mevrouw Sonja Claes

Voorzitter, minister, collega’s, om de twee jaar worden alle vrouwen tussen 50 en 69 jaar opgeroepen om een mammografie te laten nemen. Dit gebeurt al vele jaren. Eind 2013 hebben we op een gezondheidsconferentie die keuze bevestigd. Op dit ogenblik wordt ongeveer 50 procent van de doelgroep bereikt. De doelstelling is om tegen 2020 75 procent van de vrouwen in die doelgroep te bereiken om gratis een mammografie te laten nemen.

Ik was dit weekend toch wel verbaasd toen ik de resultaten zag van een grootschalig kankeronderzoek in Canada. In Canada zijn gedurende 20 jaar – het was dus een zeer groot onderzoek – 90.000 vrouwen gevolgd. Van die 90.000 vrouwen waren er 45.000 die jaarlijks een mammografie lieten nemen en 45.000 die zelf hun borsten onderzochten. Het resultaat van dat onderzoek was dat in de twee groepen ongeveer evenveel overlijdens waren. Er werd ook vastgesteld dat in de groep met de jaarlijkse mammografie 22 procent meer kankerbehandelingen gebeurden.

Intussen hebben landen zoals de Verenigde Staten en Zwitserland hun manier van werken bijgesteld. Minister, hoe gaan we dat in Vlaanderen doen? Werken we op dezelfde manier verder of evalueren we opnieuw en laten we dit grootschalig kankeronderzoek van Canada ook meespelen bij de evaluatie?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Het is inderdaad zo dat nog niet zo lang geleden een gezondheidsconferentie is gehouden waar een nieuwe gezondheidsdoelstelling met betrekking tot drie kankeropsporingsprogramma’s is afgesproken. Er is ook een actieplan aan gekoppeld. Het is een dossier dat op die manier ook invulling geeft aan een belangrijke gezondheidsdoelstelling namelijk de ambitie om gezondheidswinst te realiseren bij de bevolking door goede screeningprogramma’s voor baarmoederhals-, borst- en darmkanker. Darmkanker is het laatste programma waarvan de uitrol is begonnen.

In de media werd de zin van het screeningprogramma in vraag gesteld, laatst nog door het Canadese onderzoek. Wij hebben uiteraard aan onze experts gevraagd om de resultaten van dat onderzoek te bekijken. Tot nader order blijft de ambitie overeind om de gezondheidsdoelstelling te realiseren. 

Als ik goed geïnformeerd ben, zijn de eerste interpretaties van dat grote Canadese onderzoek zo dat het wel duidelijk is dat borstkankerscreening, indien het goed georganiseerd is, leidt tot vroegtijdige opsporing van borstkanker en daardoor tot een beperkte daling van mortaliteit. Maar er zijn ook tegenindicaties en de grote tegenindicatie is het risico op overbehandeling.

Wij hebben in Vlaanderen een werkgroep Bevolkingsonderzoek, waar de experts dit soort vraagstukken moeten analyseren. We hebben ook het Centrum voor Kankeropsporing dat de implementatie doet van onze drie screeningsprogramma’s.

Dit is wat ik voorlopig onthou uit de evaluatie, en nogmaals, het is aan de experten om zich ten gronde uit te spreken: we moeten er vooral voor zorgen dat vrouwen op een geïnformeerde manier aan deze programma’s deelnemen, dat ze zich bewust zijn van de pro’s en de contra’s. Het kenniscentrum heeft daar niet zo lang geleden een brochure over uitgegeven, met een aantal suggesties voor hoe je de boodschap correct moet brengen als je mensen vraagt om aan dat screeningsprogramma deel te nemen. Dat nemen we in de volgende periode vooral onder de loep.

We hebben een subdoelstelling in het actieplan over sensibilisatie. We moeten daarbij alle doelgroepen betrekken en alle subgroepen, ook de moeilijk bereikbare groepen. We zien dat het wel mogelijk is om die genuanceerde boodschap en die informatie over te brengen, maar als je dat voor bepaalde groepen moet doen, is dat zeer arbeidsintensief. We zijn dus bezig met die werkgroep rond sensibilisering, om te kijken hoe je dat het best organiseert, wat de beste media en kanalen zijn om die informatie, die nodig is om een bewuste keuze te kunnen maken in dat programma, bij de desbetreffende vrouwen te kunnen brengen. Dat is het belangrijkste.

We gaan ook onderzoek doen naar de ‘clicks’ in het beslissingsproces: waarom zeggen mensen dat ze al dan niet meedoen en hoe zit dat bij heel specifieke groepen? Daaruit willen we ook leren hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen zeer goed geïnformeerd die keuze maken.

Tot slot, het blijft altijd belangrijk om zeer sterk in te zetten op de kwaliteit van de screening. Vals positief en vals negatief is een groot stuk van het verhaal bij de risico’s op overbehandeling. Uiteraard moeten we daar permanent aandacht voor hebben. Het Centrum voor Kankeropsporing is daarvoor ook de aangewezen partner.

Mevrouw Sonja Claes

Dank u wel, minister, ik ben heel erg blij dat ook voor een stuk de switch wordt gemaakt naar het informeren van mensen. De huisarts of de arts die het baarmoederhalsuitstrijkje neemt, kan de cruciale persoon zijn. Wij doen nu screening voor borstkanker om de twee jaar en om de drie jaar voor baarmoederhalskanker. De afstemming daarvan zou wel zinvol zijn, lijkt me. Op die manier schakelen we een gynaecoloog of huisarts in, ook om vrouwen te informeren over de gevaren of de overscreening bij mammografie. Ik ben blij dat het informatieluik erbij komt en het lijkt me zinvol om de behandelende arts mee in te schakelen.

De voorzitter

Mevrouw De Wachter heeft het woord.

Mevrouw Else De Wachter

Ik wil me aansluiten bij deze bekommernis, waar we in de commissie ook al geregeld de nodige debatten over hebben gevoerd. De informatiedoorstroming is belangrijk. Daarnaast zijn ook de verschillende fasen die te maken hebben met die screening van belang. Minister, ik vraag u regelmatig naar de zogenaamde manier van screenen en wat er vervolgens mee gebeurt, met de eerste, tweede en derde lezer. De laatste keer, ongeveer een jaar geleden, dat ik u daarover een vraag stelde, zei u dat we moeten blijven zoeken naar een manier om de performantie van het bevolkingsonderzoek te verhogen, zonder het nadeel van de eerste, tweede en derde lezer, dat eraan verbonden zou kunnen zijn. Is er intussen op dat punt een evolutie vast te stellen?

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Mevrouw Lies Jans

Borstkanker is wel een van de meest voorkomende kankers bij vrouwen, een op de negen vrouwen wordt erdoor getroffen. Het is belangrijk, en dat hebt u ook gedaan, dat we de boodschap geven dat we op dit moment die screenings voortzetten voor borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.

Als er wijzigingen moeten komen in de procedures of er is een andere aanpak nodig, moet dat absoluut wetenschappelijk onderbouwd gebeuren. Dat zei u ook. Daar moeten we ten volle op inzetten. We mogen niet de boodschap geven dat het niet nodig is om aan de screenings deel te nemen. We moeten goed informeren en sensibiliseren. Dan heeft elke vrouw een individuele keuze. De boodschap die u geeft, is voor mij essentieel: de borstkankerscreening gaat verder.

De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Mevrouw Patricia De Waele

Collega’s, we kunnen de discussie over de zin of onzin van borstkankerscreening hier vandaag niet beslechten. Dat is voer voor experten. De onderzoeken die hier werden aangehaald, zijn niet alleenstaand. Het zijn ook niet de eerste onderzoeken, het is al eerder aangetoond dat er een gevaar van overdiagnose kan bestaan. Een aansluitend gevaar is overbehandeling van patiënten.

U wilt absoluut inzetten op het degelijk informeren van mensen over de pro’s en contra’s van screenings. Dan kunnen ze zelf oordelen of ze eraan deelnemen of niet.

Minister, sommige gemeenten nemen initiatieven, meestal is dat het loco-regionaal gezondheidsoverleg en -organisatie (Logo), om de mensen nog eens extra aan te schrijven. Zo worden vrouwen bijna gepusht om deel te nemen aan de screenings. Wat vindt u van die gemeentelijke initiatieven? Gaat u ingrijpen of niet?

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Mevrouw Vera Van der Borght

Er verschenen de afgelopen weken inderdaad heel wat artikels over de zin en onzin van borstkankerscreening. De tegenstanders hebben stelselmatig gewezen op gevaren van vals alarm en overdiagnose. Als zelfs een gewezen medewerkster van het federale kenniscentrum hierover communiceert, dan is het logisch dat heel wat mensen beginnen te twijfelen.

Minister, u hebt in uw gezondheidsdoelstellingen een getal vooropgesteld dat u wenst te halen. De laatste weken, toen al deze artikels verschenen, miste ik u in het debat. Het is belangrijk dat u nu een duidelijk signaal geeft. Houdt u vast aan uw doelstellingsnorm? Zo ja, welke actie gaat u nog ondernemen om de vrouwen te overtuigen van de meerwaarde van de borstkankerscreening?

Minister Jo Vandeurzen

Ik ben het met een aantal zaken eens. In Vlaanderen is gevolg gegeven aan de internationale aanbevelingen om borstkankerscreening systematisch uit te voeren. Dat hebben we niet op ons eilandje beslist.

Iemand heeft het aangehaald: het is niet aan de politici om het wetenschappelijk debat te voeren. We moeten op basis van de informatie van wetenschappers een beleid concretiseren binnen de bevoegdheid gezondheidspromotie en ziektepreventie. Als er studies verschijnen die erop wijzen dat we de zaken kritisch moeten bekijken, dan moeten we die studies natuurlijk niet wegmoffelen. Dan moeten we aan de experten vragen hoe we een en ander moeten interpreteren, en eventueel ons beleid aanpassen. Eerst zou internationaal – waar die aanbevelingen tot stand komen – de studies gevalideerd moeten worden, en geoordeeld moeten worden of er reden is tot bijsturing of niet.

Wij vragen natuurlijk altijd, in dit geval aan het Centrum voor Evidence-Based Medicine (CEBAM), een advies omtrent een studie. Wat betekent de informatie? Wat moeten we ervan denken? Die analyses gebeuren uiteraard. We hebben na de laatste gezondheidsdoelstelling een heel systeem op poten gezet om die drie kankerscreeningsprogramma’s systematischer en meer coherent te organiseren. Elke screening had zo haar eigen geschiedenis en structuur. We hebben dat anders georganiseerd, met het Centrum voor Kankeropsporing in een centrale rol.

We hebben bijvoorbeeld met de actie ‘gezonde gemeente’ een soort coherente boodschap gegeven aan onze lokale besturen: als ze willen meedoen aan de realisatie van de verschillende gezondheidsdoelstellingen, vragen we om het op die manier te doen. De Logo’s ondersteunen dit. Op die manier proberen wij ervoor te zorgen dat de boodschap coherent en eenduidig is en dat het bestaande materiaal om een goede boodschap te geven, wordt gebruikt zodat niet iedereen opnieuw het warm water gaat uitvinden, want dat is absoluut niet nodig.

Dat is de methode. Het overgrote deel van de Vlaamse gemeenten is in het systeem ‘gezonde gemeente’ gestapt. Het is een groot succes van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie (VIGeZ) en Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), die we daarvoor de nodige financiering gegeven hebben.

Het is juist dat een groot stuk van het risico op overbehandeling en ongemakken moet worden gekoppeld aan de tweede lezing en de dingen die moeten gebeuren indien in het eerste resultaat erop wijst dat het nodig is om daarmee verder te gaan. Het is juist dat het zorgvuldig moet worden geformuleerd, dat men moet proberen om genuanceerde boodschappen te geven. De huisarts kan daarbij een belangrijke rol spelen. Het is eveneens duidelijk dat de kwaliteit van onze screeningsprogramma’s cruciaal is. Hoe accurater, hoe minder vals positieve en vals negatieve resultaten we riskeren.

In die zin is de subdoelstelling van ons actieplan ‘sensibiliseren’. Het is een feit dat we meer zullen inzetten op communicatie, precies om het draagvlak wat meer te beveiligen. Het is inderdaad nodig dat mensen op een correcte manier worden geïnformeerd en dat wordt gezorgd voor een voldoende groot draagvlak bij al die verenigingen en groepen die de mensen die in de doelgroep vallen, kunnen bereiken. Daarom zullen we er vanuit de subdoelstelling ‘sensibiliseren’ extra aandacht aan besteden. We gebruiken daarvoor uiteraard de informatie die het kenniscentrum ons daarvoor heeft aangereikt.

Mevrouw Sonja Claes

Minister, ook al is het al heel erg laat, ik ben heel erg blij dat ik de vraag heb gesteld en dat ik op die manier een stukje heb bijgedragen aan een heel moeilijk debat voor politici. Het komt ons inderdaad niet toe om hierover te oordelen, maar het is wel belangrijk dat we hier in dit forum samen nadenken over de manier waarop we ten aanzien van de bevolking omgaan met dergelijke gegevens. Dat we vrouwen de vrije keuze laten nadat ze goed geïnformeerd zijn, dat is voor mij de belangrijkste boodschap van vanavond.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.