U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 29 januari 2014, 14.07u

Voorzitter
van Jan Penris aan minister Hilde Crevits
191 (2013-2014)
De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

De heer Jan Penris

Voorzitter, welke hinder is dat? U mompelt het tussen neus en lippen, maar er is nogal wat hinder. Het voorbije weekend was het de burgemeester van Mechelen die ons erop attent maakte dat er ter hoogte van de werkzaamheden van de E19 rond zijn gemeente, heel wat problemen waren. Mensen stonden meer dan twee uur in de file omdat ze niet wisten dat er werkzaamheden waren. Fileverkeer werd afgeleid naar zijn gemeente, en terecht. Het maakt de man geen politieke vriend van mij, minister, maar terecht maakt de man daar zijn bedenkingen bij. Ik zou het voor zijn rekening hebben gelaten en voor zijn politieke kleur hebben gelaten om u aan te vallen, ware het niet dat de dag nadien alweer een bericht kwam over slecht werfbeheer, ditmaal bij mij om de hoek, op de grote werf aan de Bredabaan. Er werd gemeld dat er op zeer korte tijd tien tramincidenten zijn geweest. Tien trams moesten stilstaan omdat de werf niet goed was afgesloten, of omdat de werf zo slecht was aangelegd dat trams ontspoorden.

Minister, vroeger hadden wij een visie op werfbeheer. Er waren minderhinderplannen. Vandaag stellen we vast dat we die misschien niet hebben. U stelt alleszins hopelijk met mij vast dat er heel wat hinder is, zowel voor de weggebruiker in en om Mechelen als voor de weggebruiker in en om Antwerpen. Wat gaat u daaraan doen? Welke maatregelen neemt u om het werfbeheer in Vlaanderen te verbeteren?

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Penris, ik dank u voor uw vraag. Ik ben het niet met u eens als u zegt dat er vroeger wel werfbeheer was en nu niet. Sinds een aantal jaren wordt er zeer intens gewerkt aan het minderhinderbeleid in Vlaanderen. Ik geef u een paar voorbeelden. Tot voor enkele jaren werd er nooit ’s nachts gewerkt, werd er nooit nagegaan wat de optimale organisatie was. Sinds 2009 is er een minderhinderoverleg met alle organisaties van weggebruikers: automobielsector, vrachtwagensector, de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, politiezones, al wie van ver of dichtbij bij grote werven betrokken is. Een keer per jaar wordt de planning opgemaakt en voor grote werven wordt er driemaandelijks een individueel werfbeheer georganiseerd. Er wordt ook vaak uitleg over gegeven. Dankzij het minderhinderbeleid slagen we erin om zoveel werven uit te voeren, bijvoorbeeld langs de snelwegen.

Het incident van Mechelen van vorig weekend had niets te maken met groot werfbeheer, wel met winterasfalt dat moest worden gelegd, omdat er een veiligheidsprobleem was op een snelweg. Zes dagen op voorhand is dat ook meegedeeld aan de communicatiedienst van de stad. Het Verkeerscentrum heeft de hinderinschatting gedaan. U maakt wel terecht het punt dat automobilisten vaak, als ze in de file staan, ook al is er geen omleiding en is de juiste weg om te volgen de snelweg, zelf hun weg gaan zoeken door steden. Er is één dag een probleem geweest, maar de werken zijn veel sneller opgeschoten dan gepland, waardoor het de volgende dag al oké was.

Het is wel waar dat we heel complexe en heel grote werven aan het doen zijn vandaag, ook in Antwerpen. Voor de werf waarnaar u verwijst, meldt men mij dat een knelpunt is dat automobilisten soms de signalisatieplannen niet volgen. Als er verschillende faseringen zijn, moeten aannemers dat ook aanpassen. Waar knelpunten zijn, wordt er heel intens overlegd.

Globaal, als je het enorme aantal werven vandaag ziet op de wegen, langs het openbaar vervoer, doen de diensten dat vrij behoorlijk, zeker als je de vergelijking maakt met bijvoorbeeld de werken van nutsbedrijven.

De heer Jan Penris

Ik wil u niet tegenspreken, minister, ik zou niet durven. We hebben trouwens in de koffiekamer afgesproken dat ik vandaag vriendelijk zou blijven tegen u. Maar u mag niet ontkennen dat er vroeger wel visies waren over grote werven. Toen de Grote ring rond Antwerpen werd heraangelegd, was er een hele visie over, met een minderhinderplan dat uit verschillende fases bestond. De burger had daar kennis van kunnen nemen en deed dat ook. Nu stel ik vast dat voor twee grote werven heel recent de burger er geen kennis van heeft kunnen nemen. Minister, u moet niet ‘nee’ schudden. De burger heeft daar geen kennis van kunnen nemen, met alle gevolgen van dien.

Waarom ligt het verkeer in de knoop op deze grote werven? Omdat het werfbeheer te wensen overlaat. De eindverantwoordelijke bent u. Ik weet, de aannemers hebben hun verantwoordelijkheid, maar de politieke eindverantwoordelijke bent u. Bent u bereid die verantwoordelijkheid op te nemen? Ik herhaal mijn vraag: wat gaat u daaraan doen?

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Mevrouw Lies Jans

Minister, ik wil niet ingaan op de stemmingmakerij dit weekend naar aanleiding van die werken. Ik ben er zelf van overtuigd dat er in de minderhinderproblematiek stappen gezet zijn, zeker voor de grote werken. In het concrete geval van de E19 is er gecommuniceerd naar de stad op voorhand, dat is duidelijk, en het AWV zet daar borden dat er werken gaan gebeuren. Maar is dat voldoende voor het publiek, voor de gewone chauffeur? Misschien moet er iets intensiever worden gecommuniceerd via de radio of andere kanalen.

De voorzitter

Mevrouw Smaers heeft het woord.

Mevrouw Griet Smaers

Met het gevaar om opnieuw als voorzitter van de fanclub van minister Crevits te worden afgeschilderd, wil ik melden dat we nog nooit zo'n goede minderhinderaanpak als deze legislatuur hebben gehad. Er zijn grote stappen gezet de afgelopen jaren in de aanpak van grote werven.

Ik beklemtoon niet opnieuw de antwoorden van minister Crevits, maar ik wil het toch toonbaar maken met één concreet voorbeeld, dat de heer Kennes kan bevestigen: de Noord-Zuid Kempen in onze regio, die weldra in gebruik wordt genomen. Er was een groot minderhinderplan, de betrokken partners zijn constant gehoord, er waren nieuwsbrieven en informatie voor de bewoners en elke geïnteresseerde, om elke verandering in de werken en elke fasering aan te kondigen. Dat is een heel mooi voorbeeld van hoe het wel kan. Uiteraard is er altijd hinder bij werken, maar ik doe een oproep om bij de werken die de komende maanden zullen plaatsvinden op dezelfde manier het project te managen en informatie te geven.

De voorzitter

Nog een lid van de fanclub? De heer Tommelein heeft het woord.

Uiteraard ben ik een lid van de fanclub, op persoonlijk vlak, op politiek vlak is het wat anders. Ik kan me niet van de indruk ontdoen, minister, dat er af en toe te weinig rekening wordt gehouden met de gevolgen, dat men bepaalde zaken onderschat en dat men in bepaalde situaties meer oplossingsgericht moet werken.

Als men een zaak gaat doen – en hier ging het nu over het leggen van fluisterasfalt – zegt men op een bepaald moment vanuit de ivoren toren: voor ons is dat in feite niet zo’n groot werk. Men vertrekt te weinig vanuit de gedachte welke gevolgen het heeft voor de weggebruiker. Men denkt veel te veel van bovenuit, en niet van onderuit. Ik pleit er dan ook voor dat men in de toekomst voor dergelijke zaken, ook zaken die door de aannemer of het agentschap als een klein werk worden aanzien, veel meer de gevolgen zou inschatten voor de gewone weggebruiker.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer Penris, uw voorbeeld van Antwerpen is natuurlijk juist. Ik denk aan de werken aan de ring van Gent, die nu rond gemaakt wordt. Dat was ook zo’n grote werf, daar was een perfect minderhinderplan voor. Hetzelfde geldt voor Noord-Zuid Kempen. Dat zijn de heel grote werven, die gefaseerd verlopen.

Wat de gewestwegwerven betreft, onder andere de Bredabaan, waar u naar verwijst, geldt daar vandaag ook een zeer gefaseerde aanpak. We hebben ons vandaag nog eens bevraagd. Er is een tram uit de sporen gegaan. Dat was niet doordat de chauffeur de signalisatie niet kende. Maar goed, we moeten dat nu niet uitdiscussiëren. Als je werven hebt met opeenvolgende fases, moeten die goed duidelijk gemaakt worden aan de mensen.

Mevrouw Jans, de radiospots zijn er nog maar sinds een paar jaren. We hebben bijvoorbeeld bij de werken aan het viaduct van Kraainem gezien dat die schitterend hebben gelopen. Vooraf dachten wij dat die werf één grote chaos zou worden, maar dat is niet gebeurd, dankzij de zeer actieve communicatie die er geweest is. Je kunt dat niet doen voor honderden werven. Je moet dat beperken tot de tien, twaalf grote werven die er zijn, wat nu ook gebeurt.

Wat nu specifiek de werf op de E19 dit weekend betreft: dat was eigenlijk niet nodig, en bovendien is het vanaf ’s morgens permanent door het Verkeerscentrum en door de mensen gemeld. Mocht er een telefoontje gepleegd zijn naar de twee betrokken burgemeesters, was dat wel handig geweest, mijnheer Tommelein. Maar dat is dus niet gebeurd. Men heeft wel mails verstuurd en informatie bezorgd.

Die werken moeten wel gebeuren. Het zijn veiligheidswerken. Als je met grote schade zit aan een wegdek, kun je je niet permitteren om dat vier, vijf, zes weken te laten liggen. Het moest gebeuren. Het was op een zaterdag. Stel u voor dat men op het idee gekomen was om dat op maandag of dinsdag te doen. Dat zou pas problematisch geweest zijn. De aannemer heeft bovendien veel sneller kunnen werken, op zondag tien uur was alles weg. Men heeft dus alles op alles gezet.

Het enige wat je achteraf kunt bedenken, is of men actief contact had moeten opnemen met de lokale politie. Er is contact opgenomen met de federale wegpolitie. Die heeft gezegd dat er geen omleidingen noodzakelijk waren, omdat het ook maar voor één dag was.

Je zou kunnen overwegen dat het goed is om nog eens te telefoneren en te zeggen ‘be alert’. Dat telefoneren kan er dus bij komen. Maar daaruit afleiden dat het minderhinderbeleid faalt, is volledig fout. Ik zie dat de inspanningen die overal te velde gebeuren, om met de burgemeesters en lokale politie omleidingen uit te werken, zeer groot zijn. Alleen is het grote verschil met vroeger dat er enorm veel werven zijn doordat we een spectaculaire achterstand aan het inlopen zijn om de kwaliteit van de wegen te verbeteren.

De heer Jan Penris

‘Be alert’, zegt u, minister. Baden Powell zei ‘be prepared’. Je moet voorbereid zijn op al dat soort toestanden. Dat was in Mechelen duidelijk niet het geval, dat is de eerste conclusie.

De tweede conclusie betreft het geval Merksem, Bredabaan, N1. Wij geloven in vertramming, u gelooft in vertramming, De Lijn gelooft in vertramming. Als er één keer een incident is met een tram op een tramlijn, staat heel het tramverkeer stil. Ik vind dat we dat ook eens mogen meegeven aan de verantwoordelijken van De Lijn. Vertramming is niet het toverwoord dat wij in het mobiliteitsdossier nodig hebben. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.