U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 29 januari 2014, 14.07u

Voorzitter
De voorzitter

Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn

Voorzitter, minister, collega’s, we hebben deze morgen de krant gelezen en de kop sprong nogal in het oog: ‘Harde richtingen slaan nog altijd niet aan.’ Blijkbaar heeft de krant iets vroeger dan ons allemaal de inschrijvingscijfers kunnen inkijken van het hoger onderwijs. Daaruit blijkt dat meer jongeren, meer generatiestudenten beginnen aan het hoger onderwijs, wat positief is, maar als we de richtingen bekijken die ze kiezen, zien we ook dat het aantal zogenaamde STEM-richtingen (Science, Technology, Engineering and Mathematics), bijvoorbeeld wetenschappen, wiskunde en burgerlijk ingenieur, opnieuw daalt.

Op zich is dat verrassend, omdat meer studenten in het hoger onderwijs daar in de voorbije twee jaar voor leken te kiezen. Vandaar die analyse. Het is de analyse van de krant, minister, u zult het moeten bevestigen. Ik kan dat niet verifiëren.

Waarom interesseert dit ons? Dat is natuurlijk omdat de economie de voorbije jaren heel duidelijk aangeeft dat we nood hebben aan ingenieurs en technici om onze industrie hier te kunnen houden, om voldoende innovatief te kunnen zijn – wat we moeten zijn om onze economie te ondersteunen. Vandaar dat de Vlaamse Regering in 2012 op onze vraag een zogenaamd STEM-actieplan heeft gemaakt met veel suggesties en initiatieven om daaraan tegemoet te komen en om die richtingen aantrekkelijker te maken.

Daarom is het verrassend dat die cijfers negatief zijn. De Standaard suggereert dat het STEM-actieplan geen zoden aan de dijk brengt. Agoria reageert en zegt dat er een probleem is in de informatie na het zesde jaar, dat de studiekeuzebegeleiding toch nog niet goed zit, en doet enkele voorstellen.

Minister, hebt u initiatieven op korte termijn of concrete suggesties voor de volgende minister om op korte termijn een doorbraak te krijgen in het aantal jongeren dat positief kiest voor een wetenschappelijke of technische richting in het hoger onderwijs?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

We hebben altijd heel duidelijk gesteld dat het een illusie is te denken dat je de vooroordelen die er bestaan, wanneer mensen zich laten leiden door studiekeuzes, een-twee-drie kunt veranderen. Toen we het STEM-actieplan hebben opgemaakt, hebben we duidelijk gezegd dat het een plan is dat moet leiden tot 2020 en dat het minstens een tienjarenplan zal zijn om die omkering in de hoofden van de mensen te maken.

Bovendien is dat niet iets wat het beleid alleen moet doen, maar ook de bedrijfswereld, de scholen en de media. Het is een samenspel van vele actoren. Ik ben heel blij dat we samen met de collega’s voor de eerste keer in de geschiedenis van Vlaanderen, een gezamenlijk actieplan onder leiding van Onderwijs hebben kunnen uitwerken. Het wordt nu en in de komende maanden uitgerold, met een platform vanuit het bedrijfsleven dat zich daarachter zet.

Ook dat gebeurt voor de eerste keer. Het is een gecoördineerde actie. Niemand heeft beloofd dat je op een jaar tijd een mentale ommekeer kunt teweegbrengen. Het is ook onzinnig om dat te denken, omdat het zo niet werkt. We zullen de komende jaren nog hard moeten werken om die keuzes te maken. De hervorming van het secundair onderwijs zal daar ook voor dienen. Er zal ook een betere keuzeoriëntering in scholen moeten komen en een betere begeleiding via de CLB’s. Er moet worden gewerkt aan de aantrekkelijkheid van bepaalde sectoren. Er moeten ook media-acties komen. Er wordt momenteel gewerkt aan de voorbereiding van die acties. Het project techniekcoaches ligt ons na aan het hart.

Er zijn dus heel wat voorbeelden van acties die de komende maanden worden opgestart. Het zal echter wel een paar jaar duren vooraleer de omslag er is. Vorig jaar was er een iets andere beweging, toen steeg de interesse namelijk wel. Dit jaar is die interesse opnieuw wat gedaald. Globaal gezien en in vergelijking met de buurlanden doen we het nog niet zo bijzonder slecht. In Nederland zijn er al jaren actieplannen. Ze zitten op hetzelfde niveau als wij, zonder actieplannen. Je moet de dingen niet minimaliseren, maar wel in de juiste context zien. We zullen daar maanden en jaren gezamenlijk aan moeten werken. Je kunt niet op een-twee-drie een omslag teweegbrengen, dat is gewoon onmogelijk.

Mevrouw Sabine Poleyn

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik heb nog twee bedenkingen. In het secundair onderwijs studeren eigenlijk voldoende leerlingen wetenschappen. Die leerlingen stromen echter niet door naar een wetenschappelijke richting of een STEM-richting in het hoger onderwijs. Dat is het probleem. Volgens mij zitten er te weinig initiatieven in het STEM-actieplan. Daar is volgens mij nog wat ruimte om nog meer creatieve voorstellen in verband met studiekeuzebegeleiding te doen.

Om goed te weten waarover we spreken – wat is een STEM-richting en wat niet? – had het actieplan in 2012 aangekondigd om te definiëren, een nulmeting te doen en die jaar na jaar publiek te maken. Ik heb sindsdien nergens een publicatie van dergelijke cijfers gezien. Zal die publicatie er komen? Waar zullen die cijfers te vinden zijn?

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Minister, ik denk dat mevrouw Poleyn een buitengewoon interessante vraag stelt. Die vraag heeft ook haar terugkoppeling in het thema dat daarnet werd aangehaald, namelijk de hervorming van het secundair onderwijs. Als we een tendens willen breken en ervoor willen zorgen dat jongeren sneller voor die harde richtingen kiezen, moeten we aanpakken in het secundair onderwijs. Daarover hebben we al akkoorden gesloten.

Ik vind echter dat we niet enkel in het secundair onderwijs, maar ook al in het basisonderwijs moeten ingrijpen, zodat we een volledig continuüm kunnen bewerkstelligen. Ik dacht dat de debatten daar een beetje moeilijk verlopen, niet alleen in verband met de implementatie, maar ook in verband met het opdelen van de wereldoriëntatie, om expliciet wetenschap en techniek aan bod te laten komen. Kunt u daarover, in de rand van deze vraag, uw standpunt geven?

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

De heer Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik denk dat de actuele vraag van mevrouw Poleyn goed was. Ook het antwoord van minister Smet vind ik goed. Het klopt dat we voor een cultuuromslag staan die tijd zal vragen. Daar twijfelt niemand aan.

Ik heb nog twee opmerkingen. Ik heb destijds een voorstel gedaan voor gediversifieerd inschrijvingsgeld, namelijk een negatief inschrijvingsgeld voor de harde richtingen en voor alle andere richtingen een hoger inschrijvingsgeld. De werkgevers staan daar ook achter. Dat werd toen echter afgeschoten als een vorm van sovjetplanning.

In het visitatierapport lezen we dat er in Vlaanderen zes bacheloropleidingen journalistiek bestaan. Steeds meer studenten van het technisch secundair onderwijs en beroepssecundair onderwijs stromen in de journalistiek in. Al die richtingen zuigen dus mensen weg bij de harde richtingen. Aangezien we binnenkort toch nog maar één krant en één televisiehuis zullen hebben, zal er alsmaar minder nood zijn aan journalisten. Minister, is het misschien ook niet nuttig om het aanbod in de niet-harde richtingen te rationaliseren zodat men gemakkelijker de weg naar de harde richtingen vindt?

Minister Pascal Smet

Mijnheer Bouckaert, ik ben het met u eens – als u intellectueel eerlijk bent, ben ik het met u eens – dat het rationalisatiedebat moet worden gevoerd. Daarover ben ik het absoluut met u eens.

Ik was vanmorgen, zoals sommigen onder u, op het paleis. Een aantal van u was daar niet. Ik heb geen probleem om op het paleis te komen, in tegenstelling tot anderen. Het is het grootste netwerkevenement dat u zich kunt voorstellen. Ik heb er gesproken met een aantal hoofdspelers van het hoger onderwijs. Ze zeiden dat de integratie van de academiserende opleidingen van de hogescholen en universiteiten een zeer omvangrijke operatie is geweest die zonder incidenten is verlopen. De reden waarom ze dat gedaan hebben is ook de reden waarom het rationalisatiedebat – dat in de marge ook heeft plaatsgevonden – beperkt is tot een aantal richtingen. Je voelt bij de spelers nu ook wel de behoefte en de noodzaak om een ruimer rationalisatiedebat te voeren en na te gaan welke richtingen relevant zijn of niet en afspraken te maken met de instellingen. Nu de omvangrijke integratie probleemloos en incidentloos  is gebeurd, moeten we dat debat de komende maanden en jaren ook voeren. Het moet duidelijk op de agenda komen zodat we de relevantie van richtingen kunnen onderzoeken en kunnen nagaan waar en hoe we ze moeten aanbieden. Ik ben het daar absoluut mee eens.

De hervorming van het secundair onderwijs is inderdaad een belangrijke trendbreuk. We hebben met de regering beslist dat het begint in het basisonderwijs. Het is een mooi voorbeeld: de meningen zijn vaak heel erg verdeeld. Het onderwijs is een wereld waar iedereen een mening heeft en dan is het op een bepaald moment belangrijk om beslissingen te nemen en die beslissingen ook uit te voeren. Dat doen we op het juiste moment. Mijnheer Van Dijck, in OD XXIV zullen we de beslissingen die we genomen hebben, uitvoeren. Wat het basisonderwijs betreft, zal dit nog deze legislatuur ter goedkeuring voorliggen. Ik hoop dat mevrouw De Knop het ook genoteerd heeft, zodat ze kan zien dat de hervorming van het secundair onderwijs wel degelijk gestart is. Mevrouw De Knop, u kunt het misschien nog mee goedkeuren, wie weet.

Voor het STEM-actieplan zijn er cijfers, en ik zal nagaan hoever het ermee staat. We zijn aan het nagaan welke acties er al zijn uitgevoerd en voor welke er nog een tandje moet worden bijgestoken. U weet dat ik van mening ben dat we minister zijn tot 25 mei en dat we tot dan heel hard moeten werken. We zullen dat blijven doen, ook voor het STEM-actieplan.

Mevrouw Sabine Poleyn

Minister, Agoria merkt fijntjes op dat de cijfers voor de inkanteling van de industrieel ingenieurs wel positief zijn. Ze zeggen dat dit bewijst dat masters niet per se vijf jaar moeten zijn, maar dat masters van vier jaar voldoende kwalitatief kunnen zijn en de markt voldoende kunnen bekoren.

Minister, ik houd u aan uw afspraak om voor 25 mei nog veel te doen voor het STEM-actieplan.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.