U bent hier

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

De heer Wim Van Dijck

Voorzitter, minister, collega’s, er zijn zo van die ontwerpen die met een zekere regelmaat aandacht krijgen in de media en in dit huis, zowel in de commissies als in de plenaire vergadering. De leerplichtleeftijdsverlaging is zo’n onderwerp. Het Gemeenschapsonderwijs heeft zo’n leeftijdsverlaging voorgesteld in zijn memorandum, opgesteld naar aanleiding van de komende verkiezingen.

Nu is het niet slecht gesteld met de kleuterparticipatie in Vlaanderen. We weten dat die zeer groot is, namelijk 98 procent in het derde jaar van het kleuteronderwijs. Het zal niet gemakkelijk zijn om dat laatste gaatje van enkele procenten nog dicht te rijden, zeker niet met een algemene maatregel zoals de leerplichtleeftijdsverlaging. Ten eerste zijn we daar eigenlijk niet voor bevoegd en ten tweede is het een maatregel die toch zeer ingrijpend is en heel wat consequenties heeft op het vlak van logistieke organisatie, maar ook budgettair, qua inspectie enzovoort.

Minister, u hebt zich eigenlijk nooit een voorstander getoond van een dergelijke maatregel. Deze meerderheid heeft ingezet op een eigen systeem van een taalproef, gekoppeld aan een minimumaanwezigheidsvereiste van 220 halve dagen. Dat vind ik een goed systeem. Minister, blijft u bij het standpunt dat u ook de voorbije jaren verkondigde in de commissie?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, ik ben het natuurlijk absoluut eens met de doelstelling die het Gemeenschapsonderwijs vooropstelt, namelijk dat kleuters zo snel mogelijk, zo vroeg mogelijk en zo regelmatig mogelijk naar school moeten gaan. Uit onderzoek blijkt dat het daarbij niet nodig is dat ze volledige dagen aanwezig zijn. Een halve dag volstaat eigenlijk al.

Hoe staat het nu met het huidige beleid? Mijnheer Van Dijck, u hebt er zelf al naar verwezen. We zijn wereldkampioen qua kleuterparticipatie in ons onderwijs, dankzij het beleid dat we de afgelopen 10 jaar consequent hebben gevoerd. Op dit moment, in het laatste jaar, is 99 procent van de kleuters ingeschreven en is bijna 98 procent van de kleuters 220 halve dagen aanwezig. Die cijfers zijn eigenlijk gelijklopend voor de 4- en de 3-jarigen, maar iets minder voor de 2-jarigen, maar dat is vrij evident. In de steden ligt dat percentage 4 procent lager.

Die kinderen gaan niet naar school door de thuissituatie, de band tussen moeder en kind, het al dan niet geloven in het nog wat dichter bij zich houden van het kind, de schoolcontext of een combinatie daarvan. Dan is de vraag of we die laatste categorie kinderen, die 1 procent Vlaanderenbreed, naar school kunnen krijgen door een verlaging van de leeftijd voor de leerplicht. Ik wijs erop dat het dan gaat om de leerplicht en niet de schoolplicht. Dat wil dan niet noodzakelijkerwijze zeggen dat die kinderen dan naar school moeten gaan. Dat is het eerste probleem. Het tweede probleem is dat dit een federale bevoegdheid is, maar goed, daar kunnen we nog wel een mouw aan passen. Het derde probleem dat daarbij rijst, is dat we dan zullen worden verplicht om miljoenen euro’s extra uit te geven om die kleuters godsdienstonderwijs te geven. De vraag moet worden gesteld of het sop de kool wel waard is.

Ik blijf dus bij het standpunt dat ik de afgelopen 4 jaar heb ingenomen, namelijk dat we dat op een andere manier moeten doen, door te sensibiliseren, door in te zetten op opvoedingsondersteuning ten behoeve van die ouders die hun kinderen niet naar school sturen. Laten we nu ook niet masochistisch zijn: 99 procent van de kinderen gaat naar school. Bovendien is in Vlaanderen de leerplichtleeftijd de facto 5 jaar, want de aanwezigheid van 220 halve dagen in het derde jaar is een toegangsvoorwaarde om te kunnen worden ingeschreven in het eerste leerjaar. Feitelijk is het vandaag dus al 5 jaar en is wat het Gemeenschapsonderwijs beoogt, eigenlijk al gerealiseerd.

De heer Wim Van Dijck

Minister, ik dank u. Ik ben blij met uw antwoord. Ik ben het ook volmondig met u eens. Dat gebeurt niet gauw.

Ik heb soms de indruk dat de voorstanders van de verlaging van de leerplichtleeftijd veeleer de afschaffing beogen van die taalproef, waarvan ze om uiteenlopende redenen geen voorstander zijn, dan het opkrikken van de kleuterparticipatie. Laat nu net die taalproef eigenlijk een maatregel op maat zijn die net op die groepen en gezinnen een appel doet waar er nog een probleem is met de kleuterparticipatie. Dan gaat het namelijk over gezinnen van nieuwkomers of gezinnen waarvan de thuistaal niet het Nederlands is. Ik denk inderdaad dat we daarop moeten blijven inzetten, en eens moeten bekijken hoe we die maatregel kunnen verbeteren en verfijnen, zodat we die laatste procentjes er nog bij kunnen krijgen.

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Deckx

Voorzitter, de minister zei het al: een heel groot percentage van onze kleuters gaat reeds op heel jonge leeftijd naar school. Dat is uiteraard een voordeel, want we weten dat kinderen die te laat in het onderwijs terechtkomen, al met een achterstand instappen. Ik ben er ook van overtuigd dat de leerplicht niet hetzelfde is als de schoolplicht, dus dat we daar inderdaad met een probleem zitten.

De kostprijs stijgt inderdaad. Maar we moeten wel pogingen blijven ondernemen om ook die laatste categorie te bereiken. Dat kan inderdaad heel goed lokaal gebeuren, waar organisaties zoals Kind en Gezin, de artsen en de gemeentebesturen dicht genoeg bij de bevolking staan om daar werk van te maken.

Minister, men stelt het wellicht niet zomaar voor. Daarom vraag ik u of u weet of er ooit onderzoek werd gevoerd naar wat het resultaat zou zijn indien de leerplicht toch zou worden verlaagd naar 5 jaar.

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

De heer Boudewijn Bouckaert

Minister, u komt altijd af met dat hoge percentage. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste Belgen hun belastingen betalen. 99 procent van de Belgen betaalt zijn belastingen. Moeten we daarom de belastingen afschaffen en vervangen door vrijwillige bijdragen? We zouden daarover kunnen discussiëren.

Minister, u hebt gelijk als u wijst op de hoge kleuterparticipatie. Er is de facto een leerplicht in het derde kleuterklasje. Maar in een debat over een vraag om uitleg, ik dacht vorige week, is toch ook gebleken dat die taalproef een bot mesje is en als instrument ter discussie staat. Ik geef toe dat het een ‘long ride’ is, maar ik zou toch tot een vervroeging van de leerplicht willen komen. U hebt de juridische obstakels correct weergegeven. Maar er is een consensus dat didactisch en cognitief een leerplichtvervroeging naar 5 jaar een goede zaak is. Iedereen is daarvan overtuigd. Maar u bent niet begonnen met over die ‘long ride’ te onderhandelen met de overkant van de taalgrens, om eventueel de Grondwet te hervormen en de leerplicht te vervroegen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer

Voorzitter, minister, collega’s, de bezorgdheid voor maximale kleuterparticipatie is zeer terecht. We hebben in Vlaanderen al een hoge graad van kleuterparticipatie. Maar juist die 1 tot 2 procent heeft het in zeer sterke mate nodig om effectief deel te nemen aan het kleuteronderwijs, indien wij willen vermijden dat zij verder leerachterstand oplopen. CD&V vindt dat wij moeten evolueren naar een deelnameplicht aan het kleuteronderwijs vanaf 3 jaar en dat beleidsmatig meer moet worden ingezet op die 1 tot 2 procent die vandaag jammer genoeg uit de boot vallen.

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Mevrouw Irina De Knop

Voorzitter, dit onderwerp ligt mij heel na aan het hart. Open Vld heeft zelf een voorstel van decreet ingediend om de leeftijd te verlagen, niet naar 5 maar naar 4 jaar. Voortbordurend op het mechanisme dat de vorige minister van Onderwijs had uitgewerkt inzake de toelatingsvoorwaarden voor het lager onderwijs, vind ik dat heel veel partijen hier met een dubbele tong spreken. Geen enkele van die partijen heeft dat voorstel van decreet mee onderschreven. Nadat we vijf jaren verloren hebben laten gaan voor de percentages die we op het vlak van kleuterparticipatie niet bereiken, hoor ik nu, op het einde van de legislatuur, spreken over meer samenwerking met Kind en Gezin, over meer samenwerking met Welzijn, en over onderzoeken of we dat toch juridisch kunnen doen. Mijn partij vraagt daar al sinds 2010 om. Toen was dat onmogelijk.

Minister, het is voor mij heel duidelijk dat u moet zoeken naar een juridische mogelijkheid om dit mogelijk te maken. Ik beaam wat mevrouw Deckx zegt: het GO! zal dit voorstel niet zomaar lanceren als het daarvan niet de benefits inziet.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, er bestaat zoiets als voortschrijdend inzicht, nietwaar? Minister, wij hebben deze legislatuur bewezen dat wij hebben ingezet op de kleuterparticipatie. Wij hebben daar tools voor ontwikkeld. Ook de N-VA is bereid om het gesprek aan te gaan over de vervroeging van de leerplichtleeftijd. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

Dat is zeer duidelijk. Dat staat zo, mijnheer Van Hauthem, in onze ontwerpcongresteksten waarover wij eind deze maand zullen stemmen. Minister, ik ben het er wel mee eens dat we de nadelen daarvan moeten wegwerken. We moeten kinderen van 5 jaar nog niet de keuze geven met betrekking tot de levensbeschouwelijke vakken. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

Mijnheer Van Hauthem, alles kan gewijzigd worden. Er kan met alles rekening worden gehouden.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Het invoeren van die taaltest is in feite een beetje een omfloerste leeftijdsverlaging geweest. Kinderen moeten 220 halve dagen naar school gaan, anders worden ze onderworpen aan een taaltest voor kleutertjes, die dan nog niet eens nuttig blijkt te zijn, want er hangt geen remediëring of opvolging aan vast. Die blijkt dus geen effect te hebben. Kinderen doen het niet beter in het lager onderwijs, ze worden niet beter opgevolgd en hun schoolresultaten zijn niet beter. U voert dus een test in om zogezegd die leeftijdsverlaging te realiseren. Ik vind dat geen goede werkwijze. Zo wordt u volgens mij ‘minister van nutteloze taaltoetsen’, want u wilt ook taaltoetsen invoeren voor het secundair onderwijs en u hebt er ingevoerd voor proffen, maar telkens wordt dat niet opgevolgd en wordt er geen remediëring aan gekoppeld. Ik vind het een spijtige zaak dat het op deze manier gebeurt. Ik denk dat u beter streeft naar een echte leerplichtverlaging in plaats van het op deze omfloerste manier te doen.

Minister Pascal Smet

Nutteloze taaltoetsen? Ik denk eerder hopeloze zaken, als ik u hoor. Met alle respect, maar waarover spreken we nu? Ik zeg soms aan mijn buitenlandse collega’s dat wij in Vlaanderen een kleuterparticipatie hebben van 99 procent – ik heb de cijfers bij –, niet alleen voor de 5-jarigen, maar ook voor de 4-jarigen en de 3-jarigen. Voor de 2-jarigen is het 98 procent. Het gaat dus om 99 en 98 procent kleuterparticipatie, van kinderen die zijn ingeschreven. Maar ook de reële aanwezigheid van 220 halve dagen zit in die grootteorde. Alleen in de steden Antwerpen, Gent en Brussel is het cijfer lager, dat klopt.

Mevrouw Meuleman, weet u over hoeveel kinderen het gaat die op 5-jarige leeftijd geen 220 halve dagen aanwezig zijn? Weet u dat? Neen. Zoals u veel dingen niet weet, hè. U zegt zomaar vaag dingen. U weet het niet. (Opmerkingen. Gelach)

Het gaat over 840 kinderen. Wie gelooft dat door leerplichtverlaging die 840 kinderen plots in de kleuterklas zouden zitten, heeft een ongelooflijk geloof in de kracht van een decreet. Dat zal zo niet gebeuren. Bovendien zijn een deel van die 840 kinderen, kinderen die een deel van de periode in het buitenland zitten. Ik ben bereid om dat te onderzoeken, je kunt alles onderzoeken, maar je moet de vraag durven te stellen of in tijden van economische en budgettaire schaarste, als je 99 procent participatie hebt, wat de hele wereld ons benijdt, we dat echt gaan oplossen door een leerplichtverlaging.

Als we dat doen, zullen die ouders zeggen dat ze thuisonderwijs zullen organiseren. Het gaat hier niet over schoolplicht maar over leerplicht. Ik geef het u op een blaadje dat vele van die ouders zullen zeggen dat ze zelf hun kinderen onderwijs zullen geven. Begin dan maar die ouders te controleren. Gaan we dan leerplandoelstellingen opstellen voor 4- en 5-jarigen, gaan we dan beginnen met godsdienstonderwijs te geven, wat miljoenen euro’s kost? Ik stel me de vraag, in de huidige budgettaire toestand en gelet op de cijfers, of dat nu de prioriteit der prioriteiten is.

Bovendien zegt mevrouw De Knop: u moet met uw Franstalige collega onderhandelen. Ik heb daar onlangs nog over gesproken. Ik heb goed nieuws voor u: ze gaan het Vlaamse systeem kopiëren. Ze gaan ons systeem naar alle waarschijnlijkheid kopiëren omdat het gewoon goed is. Je laat namelijk de leerplicht op 6 jaar, zoals het vandaag is, je voegt een toegangsvoorwaarde tot het lager onderwijs toe en je zegt dat je 220 halve dagen aanwezig moet zijn. Simpel en eenvoudig, en je bereikt dezelfde doelstelling.

Ik geloof veel meer dat je via Kind en Gezin, via opvoedingsondersteuning, via een sensibilisering, via allerlei manieren ouders kunt overtuigen dat het belangrijk is dat hun kinderen vroeg regelmatig naar school gaan, niet alleen om taalkennis te ontwikkelen maar ook om vaardigheden te ontwikkelen en nieuwsgierigheid te prikkelen. Nogmaals, uit onderzoek blijkt dat die kinderen geen hele dagen aanwezig moeten zijn; een halve dag per dag volstaat om voldoende te ontwikkelen.

Ik wil dat onderzoeken. Als we alles op een rijtje zetten, vraag ik me toch af of dit nu het probleem in ons onderwijs is. Voor die 840 individuele kinderen van 5-jarige leeftijd is dit een probleem. Dat wil ik niet ontkennen of minimaliseren. Op een totaal van 224.647 kleuters die op 5-jarige leeftijd naar het kleuteronderwijs gaan, moeten we dit echter in zijn proportionaliteit zien.

Sommigen proberen voortdurend ons beleid onderuit te halen. Ik kan enkel vaststellen dat het beleid van de afgelopen tien jaar bijzonder succesvol is geweest. Met een verlaging van de leerplichtleeftijd zullen we dit niet oplossen. Op die manier zouden we enkel het individueel of collectief thuisonderwijs aanmoedigen. Op dat moment zou het bijzonder moeilijk worden dat onderwijs te controleren of allerlei leerplandoelstellingen voor die kleuters op te leggen. We moeten ons de vraag stellen of dat allemaal de moeite is.

Ik geloof veel meer in de sensibilisering van de ouders en in opvoedingsondersteuning. We moeten hen ervan overtuigen dat het kleuteronderwijs beter is. Dat zou meer effect sorteren dan een aanpassing van de leeftijd.

Wat wij in Vlaanderen doen, is toonaangevend voor de wereld, maar ook voor België. De Franse Gemeenschap zal wat wij hebben gedaan naar alle waarschijnlijkheid kopiëren. We kunnen dat debat voeren.

Ik wens iedereen geluk die in de Grondwet wil aanpassen dat er geen aan het leerplichtonderwijs gekoppeld godsdienstonderricht moet worden gegeven. Dat debat mag van mij worden gevoerd. Ik heb daar niets op tegen. We zullen wel zien hoe ver het ons zou brengen.

Ik pleit er vooral voor het huidig beleid voort te zetten. Ons beleid is succesvol. Een participatie van 99 procent benadert een participatie van 100 procent. We moeten inzetten op die kleine groep die niet naar school gaat. Dat zal doeltreffender zijn. De miljoenen euro’s die we op die manier uitsparen, kunnen we dan aan andere prioriteiten in ons onderwijs besteden.

De heer Wim Van Dijck

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Uw antwoord heeft ons niet verrast. We zijn het er trouwens volledig mee eens.

Wat ons wel heeft verrast, is het betoog van de N-VA, die hier niet meer of niet minder dan een wijziging van haar standpunt heeft aangekondigd. Voortaan gaat de N-VA ook voor een verlaging van de leerplichtleeftijd. Ik denk dat de N-VA zich op de consequenties van een dergelijke maatregel verkijkt. Dat is natuurlijk voor de rekening van de N-VA zelf.

Wij zijn daar alleszins geen voorstander van. Wij zijn, net als de minister, voorstander van een voortzetting van het huidige beleid van 'leerplicht light', dat effect sorteert. We moeten hier op blijven inzetten. Het sluitstuk moet de taalproef zijn, die haar effect al meer dan bewezen heeft. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.